De weg naar het Hof. De activiteiten van 43 grafelijke ambtenaren in Den Haag aan het eind van de Middeleeuwen (1483-1506). (Serge ter Braake)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Bijlage 1

 

Biografisch repertorium A: biografieën van alle ambtenaren uit de populatie

 

In deze bijlage zijn alle gegevens die verzameld zijn over de heren uit de populatie samengebracht.

De opbouw van de biografieën is grotendeels overgenomen van die van het Biografisch repertorium van Mario Damen in De Staat van Dienst (Bijlage I) en vervolgens uitgebreid om plaats te bieden aan de extra deelvragen die in deze scriptie verwerkt zijn. Een groengedrukte naam betekent dat deze persoon ook deel uitmaakt van de populatie en dus elders is opgenomen in Biografisch repertorium A. Een * achter een naam betekent dat deze persoon is opgenomen in Biografisch repertorium B. Een aantal gegevens heb ik schuingezet omdat ze niet zo betrouwbaar zijn als de rest van de informatie. Dit heb ik gedaan als de gegevens alleen uit de werken van Boitet, Balen of Van Gouthoeven (zie literatuurlijst) komen en verder niet ondersteund worden door bronnen of modernere literatuur. Dit omdat het enthousiasme van de voornoemde heren helaas niet geëvenaard werd door hun nauwkeurigheid.

Bij punten 12 en 13 heb ik me moeten beperken tot het aangeven van de meest duidelijke en voor de scriptie meest relevante relaties. Een relatie is slechts vermeld als er duidelijk bewijs is voor een regelmatig buitenambtelijk contact. Een relatie is met het algemene woord "vriend" beschreven als er alleen aanwijzingen zijn voor een goede relatie, zonder dat er meer over de band tussen de twee heren gezegd kan worden. De biografieën zijn op deze manier opgebouwd:

 

Achternaam, voornaam en voorvoegsels,

(Niet te verwarren met; relevante alternatieve spelling van naam)

1. Geboortedatum-Sterftedatum

2. Titels (universitair, adellijk, heerlijkheden, kastelen)

3. Afkomst (stad, indien niet bekend gewest)

4. Ouders

5. Echtgenote

6. Kinderen en schoonkinderen

7. Universitaire studie (stad, jaar van inschrijving, beklede ambten)

8. Ambten bekleed bij het Hof van Holland

9. Overige in vorstelijke dienst beklede ambten

10. Ambten bekleed in dienst van andere personen of instellingen

11. Overige functies, bindingen en positie binnen Den Haag (bezit van land en huizen, betrokkenheid bij broederschappen, memories, grafkapellen)

12. Buitenambtelijke relaties met anderen uit de populatie voor zover nog niet gebleken uit 4, 5 en 6. Persoon: relatie

13. Buitenambtelijke (relevante) relaties met mensen buiten de populatie voor zover nog niet gebleken uit 4, 5 en 6. Persoon: relatie

14. Lid van overige verenigingen/partijen (Orde van het Gulden Vlies, Hoeken/Kabeljauwen)

15. Overige bijzonderheden

archiefbronnen; uitgegeven bronnen en literatuur

 

Overige betekenis van gebruikte tekens:

 

< = in ieder geval op die datum, misschien eerder

> = in ieder geval tot en met die datum of dat jaar, wellicht tot later

x = getrouwd met

 

 

Abbenbroek, Gerrit van,

1. ?- 5-7-1494

2. ridder 1486, heer van Abbenbrouck, heer van 's Gravenambacht

3. Delft?

4. Boudewijn Hart x Catharina, dochter van Hendrik van Abbenbroek

5. Catharina, zus van Brunink van Boshuizen

6. -

7. -

8. onbezoldigd raadsheer 1477; raadsheer 22-05-1482 -- 05-07-1494

9. schout van Delft 1468-1469; baljuw van Geervliet 1482-1487;  baljuw van Rotterdam 1484-1494 (G. liet het ambt uitoefenen door Jan Bijl); baljuw en dijkgraaf van Woerden 1490-

10. ruwaard, baljuw en dijkgraaf van Putten en Strijen en kastelein van Geervliet voor Karel van Charolais 1465-1477; hoogheemraad van Delfland 1469-1493

11. -

12. -

13. -

14. G. wordt wel tot de Kabeljauwen gerekend.

15. G. werd in 1481 door Hoeken in een gevecht aan de Vaart bij Utrecht gevangen genomen. 

RekReg 4  f.65v, 91v; RekRek 185 f. 22r, 190 f. 17r, f. 55v; Van der Aa, Biografisch woordenboek I, 26-27; Damen, Staat, 441.

 

Almonde, Jacob van,

1. ?- 26-01-1506

2. meester, heer van Weena, Blommersdijk en Beukelsdijk 1498

3. Holland

4. Filips van Almonde of: Jan van Almonde x dochter van Boudewijn Drenckwaert

5. Catharina van Eversdijk

6. Michiel; Jan x Petronella van der Werve; Filips; Anna x 1 Jacob van Mathenesse, 2 Bartholomeus van Egmond; Arendina x Gijsbrecht van Duivenvoorde; Maria, non in het klooster van Loosduinen; Hillegond, non in sint Aechten te Delft; Grietje

7. -

8. advocaat-fiscaal 17-7- 1473 -- 28-3-1477; raadsheer 30-5-1480 -- 26-1-1506

9. raadsheer-rekwestmeester in de Grote Raad 1477-1480

10. advocaat van Leiden 1472; advocaat van Den Briel 1476-1477; hoogheemraad van Schieland en Delfland 1502-1505; samen met Jacob Ruysch kapelaan (?) van de Sint-Lambertuskerk in Oostvoorne  1493/94-; schout en dijkgraaf van de Korendijk <1498 - >1500

11. J. bezat een huis in de Denneweg.

12. -

13. -

14. -

15. J. bezat hofsteden, land en lucratieve (vis) rechten te Pernis, Rijswijk, Lisse, Beukelsdijk en Blommersdijk.

AL 70; RekRek 185 f. 53v, 340 f. 184v; Van Dam, Vissen, 35; Damen, Staat, 441; Van Gouthoeven, D'oude chronijcke, 152; Pabon, Hofboeken, 305-306.

 

Assendelft, Bartout van,

(Niet te verwarren met meester Bartout van Assendelft (1472 - 19-1-1549, begraven in de Parochiekerk te Haarlem), secretaris van het Hof van Holland 150l- 1549, ontvanger van de exploten 1512.)

1  ca. 1438 - > 1502

2. meester, doctor Romeins recht

3. Leiden?

4. Gerrit van Assendelft (schout van Warmond 1463-1465 en van Rijnsburg 1468-1469) x Ave, dochter van Wendelmoed van Schoten

5. -

6. Ave

7. Leuven 1453; Parijs 1455-1456; Bologna < 1462; Padua < 1462; Ferrara 1462

8. advocaat-fiscaal  12-4-1477 -- 31-12-1479; onbezoldigd raadsheer 1489-1497; procureur generaal 2-2-1489 -- 23-7-1490; advocaat postulant < 1499 - > 1501

9. rentmeester van de bewapening van de Utrechtse oorlog 1482

10. advocaat van diverse steden bij de Raad: Leiden 1468-1477; Haarlem 1475-1480; Gouda 1469, 1475, 1477-1478; landsadvocaat van de Staten van Holland 1480-1489, 1494-1497

11. B. bewoonde in ieder geval na 1466 in Den Haag een huis aan het Lange Voorhout naast de versterkte woning van Tielman Oom van Wijngaarden*. In 1480-81 werden op kosten van Haarlem twee glasramen in deze woning gezet. Hij verkocht op 5 oktober 1498 vijf hond land, 'gelegen, benoirden hout, bij de Cackstoel tusschen de Oude Wateringhe en de Houtwech'. B. huurde in 1482 een perceel bij de westzijde van de Beeck in de buurt van de Denneweg. Tot 1482 huurde hij nog een perceel in de buurt van de Denneweg. B. was schutter in het Sint-Jorisschuttersgilde in 1487. B. stichtte minstens één memorie in de Sint-Jacobskerk.

12. -

13. -

14. B. was een Kabeljauw.

15. -

DHMM 2 f. 87r, 412 lijsten achterin; DHSJ 12 deel 2 f. 11v; HvH 478-479 passim, 1029 passim, 1787-1789 passim, 478 sen. 26, 1030 sen. 104, 1031, sen. 241; RekRek 185 f. 53v, 186 f. 51r; Damen, Staat, 443;  Fölting, 'Landsadvocaten', 301- 303; Van Gent, 'Pertijelike saken', 227; Pabon, Hofboeken, 36-38, 46; Tervoort, Iter Italicum, biographies 22.

 

Assendelft, Gerrit van,

1. ?-  9-10-1486

2. knaap, heer van Assendelft en op de Assumburg, van Heinenoord en Bezoijen

3. Kennemerland

4. Dirk van Assendelft  x Christina, dochter van Gillis van Kralingen

5. Beatrix,  dochter van Jan van Dongen en Catharina van Bezoijen

6. Jan x Aleid van Kijfhoek; Dirk, kanunnik van het Domkapittel; Klaas x Aleid van Kijfhoek; Beatrix; Catharina x 1 Adriaan van der Lek, 2 Joost van Halewijn

7. Opleiding in het klooster van Middelburg? Keulen 1430?

8. raadsheer 8-7-1453 -- 9-10-1486

9. baljuw van Beverwijk 1446-

10. hoogheemraad van Delfland 1471-1483; raadsheer van David van Bourgondië, bisschop van Utrecht 1459 (benoeming)

11. G. had een huis en een boomgaard aan het Westeinde in Den Haag in leen van de abt van Middelburg waar hij rond de tijd van zijn overlijden ook woonde. Daarnaast had hij percelen in de buurt van de Lorreseteeg en de Denneweg. G. heeft een grafkapel in de Sint-Jacobskerk. G. schonk ook geschilderd glas aan de Sint-Jacobskerk en stichtte er meerdere missen.

12. -

13. Gijsbrecht van Brederode (domproost van Utrecht): G. werd door hem gemachtigd de helft van zijn perceel in Den Haag aan iemand anders over te dragen.

14. G. wordt wel tot de Hoeken gerekend.

15. G. wist zijn goederenbezit te vergroten dankzij strategisch huwelijk en zijn positie als raadsheer.

Vre 248 f. 2v; Van  den Brandeler, De Groote- of St. Jacobskerk, 10-11; Damen, Staat, 212, 443-444; Glaudemans, 'De hand van de dode', 80; Pabon, Hofboeken, 33-34, 137-138, 233-234, 273-274.

 

Berendrecht, Willem van,

1. ca. 1447 - 1527

2. meester, doctor in kanoniek recht

3. Leiden

4. Gerrit Lam van Berendrecht x Margriet

5. Barbara Coppier

6. Joost; Jan; Aechte; Badeloge

7. Leuven 1462

8. onbezoldigd raadsheer 1473-1477, 1490-1493; raadsheer 30-05-1480 -- 22-05-1482, 13-10-1493 -- 20-01-1509

9. baljuw van 's Gravenzande 1477-1501 (Willem van Zwieten* was in 1477 daartoe benoemd maar vanwege zijn werkzaamheden als griffier kon hij het ambt niet vervullen en deed het over aan W.).

10. -

11. W. bezat vier percelen in de Filips Pellenlaan. Rond 1512 bezat W. een vijfde deel van een perceel tussen de Hoflandse weg en de Jan van IJsselsteinlaan, een perceel van het land dat Jacoba van Beieren uitgaf, een perceel in de Pieter Cocksteeg, twee percelen vlakbij de Hoflandse weg in de buurt van de Lorresteeg, twee percelen tussen de Jan Hendrikszoentraat en de Kerkstraat (waar hij ook zijn vaste residentie had), en twee percelen en drie extra kamers in de Jan Hendrikszoenstraat. W. stichtte een memorie in de Sint-Jacobskerk.

12. Jan van Haarlem: buurman

13. 1 Agnese Loenresloet: Agnese was de dochter van Hendrik van der Mije en de nicht van Gerrit van der Mije. W. kreeg in 1491 de goederen van Hendrik van der Mije in haar naam in leen; 2  Jacob (de latere heer van Calslagen) en Filips Coppier Hendriksz.: W. kreeg vanaf ongeveer 1475 het beheer over het erfdeel van Jacob en Filips (bij elkaar ongeveer 6 morgen en 24 hond) bij het overlijden van Hendrik Coppier.

14. W. kwam uit een Hoeksgezinde familie.

15. W. betaalde mee aan de Leidse boete van 1482. Door zijn huwelijk met Barbara Coppier kreeg hij vele bezittingen in Den Haag in handen.

DHMM 2 f. 85v; HvH 478-479 passim; RekRek 194 f. 96v, 335 f. 239v; Damen, Staat, 444-445, 475; Van Gouthoeven, D'oude chronijcke, 164-165; Pabon, Hofboeken, 5, 7-8, 33, 35, 37, 39, 58-61, 64-65, 71, 77, 119, 123, 128, 278-279, 298-299, 311.

 

Beukelaar, Thomas,

(T.' achternaam wordt op veel verschillende manieren gespeld. Zelf ondertekende hij met 'Bockelaer'.)

1. ?- 30-4-1516

2. meester (vanwege het ambt van rekenmeester), knaap, heer van Alblasserdam < 1483, Ottoland 1494, van de ambachtsheerlijkheid van de parochie ‘s-Heeraartsberg ?-1502

3. Dordrecht

4. Simon

5. 1 Maria Maartensdr. tot deze overleed in 1498, 2 Margaretha Oom van Wijngaarden, dochter van Floris Oom van Wijngaarden Florisz.

6. Bij Maria Maartensdr.: Maria x Jan van Oudheusden; Juliana x Dirk Sonck Jansz.*

Bij Margaretha Oom van Wijngaarden: Margaretha x  1 Cornelis van Borselen Adriaensz (?), 2 Aart van der Goes de jonge (advocaat voor de Grote Raad van Mechelen 6 mei 1525-1544); Françoise x 1 Joost van Bueren, 2 Wijnand van Laar

7. -

8.rentmeester van de exploten 25-1-1486 -- 30-12-1489; rentmeester-generaal 1-1-1490 -- 31-12-1498

9. baljuw en ruwaard van Strijen 1477-1516; rentmeester van Zuidholland en Strijen 1480-1484, 1492-1498; rentmeester van de bede 1483-1487, 1492, 1494, 1497; schepen en burgemeester van mijns heren wegen in Dordrecht 1489-1490; rentmeester van Noordholland, Kennemerland, West-Friesland, Gouda, Schoonhoven en het land van Stein, Woerden, Gorinchem, het land van Arkel, Half-Asperen, Heukelum, Leerdam en Ter Leede,  Putten, Strijen, Amstelland, Waterland en Zeevang, Muiden en Gooiland 1492-1498 (uit hoofde van zijn functie van rentmeester-generaal); tollenaar van Geervliet < 1498; schout van Dordrecht 1499-1500; rekenmeester in de Hollandse Rekenkamer 6-5-1499 -- 30-4-1516 (na 1503 was T. niet meer actief als rekenmeester maar behield de titel en inkomsten van het ambt.)

10. ontvanger van de omslagen op de schildtalen 1484-1486, 1497-1504; tresorier van Dordrecht 1482

11. T. bezat in 1512 twee percelen in Den Haag tussen de Vijverberg en de Nieuwstraat en de Nieuwstraat en het Voorhout.

12. Jacob Pijnsen: vriend?

13. 1 Arend Beukelaar: broer? Arend volgde Thomas in 1485 op als rentmeester van Zuidholland en Strijen; 2 Cornelis Bouillin?*: vriend; 3 Jan de Heuyter Jansz.*: vriend; 4 Pieter Lanchals*: vriend.

14. -

15. In 1504 was T. de graaf nog 21.122 pond schuldig. In 1509 was T. er nog steeds niet in geslaagd het resterende verschuldigde bedrag aan de staat af te betalen. Hij probeerde met voorspraak van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk korting te krijgen op de aflossing.

ASH 1703-1706, 1721-1730; HvH 484 inleiding, 492 sen. 156, 493 sen. 342 (abusievelijk vermeld als 242), 495 sen. 297; RekReg 5 f. 115v, 490 f. 20v; RekRek 226-332, 577-584, 589-595, 922-925, 1121-1127, 1735-1741, 1894-1900, 2227-2233, 2340-2346, 2463-2469, 2556-2563, 2568-2574, 2943-2949, 3069-3075, 3392-3397, 4429, 180 f. 46v, 183 f. 31r,  190 f. 48r, 194 f. 47r, 196 f. 48r, 340 f. 189v-190r; SAL 558 f. 119v; Beroepen IV, dossier 334; Chronologische lijsten I, 194-195; Balen, Beschryvinge, 247, 300, 381; Van Dam, Vissen, 199-200; Fölting, 'Landsadvocaten', 316; Van Gouthoeven, D'oude chronijcke, 76, 212;  Kort,' Repertorium op de grafelijke lenen in de Krimpenerwaard', 330-331, 'Repertorium op de lenen van de Hofstede Arkel en Haastrecht', 162-163, 'Repertorium op de lenen van de Hofstede Teilingen', 659; Pabon, Hofboeken, 339-341.

 

Boudijnsz., Jacob,

1. ca. 1453 - 1514/1515

2. meester, doctor

3. Haarlem

4. Boudijn Jan Boudijnsz.?

5. Josina van der Meer

6. -

7. Leuven 1468; Orléans 1469

8. onbezoldigd raadsheer 1504-1514

9. -

10. schepen van Haarlem 1483; pensionaris van Haarlem 1481-1491; pensionaris van Amsterdam <1487- >1497; secretaris van Haarlem 1490-1491; burgemeester van Haarlem 1491-1492

11. J. bezat drie percelen op de noordhoek van de Molenstraat.

12. Jan Boudijnsz.?: broer

13. -

14. -

15. J. was onderhandelaar tijdens de kaas- en broodopstand.

HvH 483-488 passim;  SAH 372 [19-62]  f. 58v, 380 [19-71] f. 36r; Procurateurs, 86; Kokken, Steden, 178, 287; Pabon, Hofboeken, 345-346.

 

Boudijnsz., Jan,

1. ca. 1452 - 11-03-1514

2. meester

3. Haarlem

4. Boudijn Jan Boudijnsz.?

5. Catharina, dochter van Jan van Naaldwijk

6. Boudewijn (monnik in en bibliothecaris van de abdij van Egmond); Aechte x 1 Hugo, bastaardzoon van Hugo van Zwieten, 2 Jasper van Hogelande (raadsheer 1515-1546)

7. Leuven 1467; Keulen 1476, 1477, 1479

8. advocaat-fiscaal 5-12-1481 -- 3-6-1489; raadsheer 24-07-1494 -- 11-03-1514

9. inner van een rente van Jacob Pijnsen voor het Sint-Nicolaasgasthuis <1505 - 1510

10. landsadvocaat van de Staten van Holland 1489-1494; advocaat van Margareta van York bij de Raad 1490-1503

11. J. bezat een huis op de Vijverberg en een perceel in de Nobelstraat en de jonkvrouw Ydenstraat. J. was schutter in het Sint-Jorisschuttersgilde in 1487. J.s weduwe stichtte een memorie in de Sint-Jacobskerk.

12. Jacob Boudijnsz.?: broer

13. Willem van Naaldwijk: J. bezat bij zijn dood het harnas, de boeken en brieven van Willem van Naaldwijk.

14. -

15. J. was een begunstiger van de abdij van Egmond.

DHSJ 12 deel 2 f. 3v; DHMM 1 p. 35; DHSN 18 f. 168r, f. 233v, f. 283r; HvH 490 sen. 202-203, 299; RekRek 190 f. 57r; MR, xlvi; Damen, Staat, 450; Fölting, 'Landsadvocaten', 304-305; Pabon, Hofboeken, 175, 178, 339-340.

 

Clamp, Jacob,

1. < ca. 1445 - >1519  <1523

2. -

3. -

4. Klaas

5. Liesbeth (Jan Pietersdr.) Coppier

6. Klaas*

7. -

8. In 1492 wordt vermeld dat J. al 32 jaar dienstbaar was geweest als suppoost en klerk in Holland. Controleur 1492 - > 1511; ontvanger van de exploten 9-1492 -- > 29-12-1494 (vanaf 20 augustus gedeeld met Karel Grenier); ontvanger van de espargnes en extra-ordinaire partijen 23-2-1493 -- 23-2-1494

9. klerk van de rentmeester van Noordholland ? < 1484-1487; rentmeester van het Haagse bos 1486 - 1492 (onder de hand van Filips van Wassenaar)

10. -

11. J. bezat ca. 1482 een perceel in de buurt van de Denneweg, twee huizen in de buurt van de Laan en de Lorresteeg, het voorhuis aan de Vijverberg en een huis in de Jonkvrouw Ydenstraat. Rond 1512 bezat hij nog een tuin in de buurt van de Denneweg, een huis in het Noordeinde en een perceel in de Hoogstraat. J. was lid van de broederschap van Sint Laurens <1494 - >1519 en rederijker binnen het gilde in 1494.

12. Karel Grenier, Floris Oom van Wijngaarden Florisz.: mederederijkers

13. -

14. J. kan door zijn band met Filips van Wassenaar tot het Kabeljauwse netwerk gerekend worden.

15. Zijn vele bezittingen had J. misschien net als Willem van Berendrecht te danken aan een huwelijk met een dochter van de familie Coppier. In 1519 procedeerden J. en zijn echtgenote tegen elkaar, nadat laatstgenoemde daarvoor al enkele malen zelf optrad in een rechtszaak. In 1523 werd het J.s weduwe toegestaan om de kamer of 'huysinge' staande op het Binnenhof te bewonen op voorwaarde dat ze het huis zou verlaten of genoeg ruimte zou maken als de keizer, regent of gouvernant in Den Haag kwam.

AGH 2120 b f. 259r; HvH 481 sen. 67 b,  490 sen. 222,  494 sen. 146; RekRek 1977-1983, 4432-4433, 4624, 4433 brief van Jan Willemsz. aan Maximiliaan (inliggend), 4434 inleiding; Van Boheemen, Retoricaal, 308; Couquerque, 'Klachten', 79-80; Van Heussen, De oudheden en gestichten van Delft, 370; Van Kan, Databank; Pabon, Hofboeken, 46, 65, 70, 128, 163, 165, 295-296, 303, 305, 308-309, 363-364.

 

Coulster, Abel van,

1. ca. 1468- 21-9-1548

2. meester, ridder >1535 <1544

3. Dordrecht

4. IJsbrand van Coulster* x Machteld van Alkemade

5. Ysabeau Longin, dochter van Simon Longin en Marguerite de Berthos

6. bastaard: Sibilla (bij ene Geertruid, gelegitimeerd in 1537) x Jan van Dam*; Maria x Anton van Kats (onbezoldigd raadsheer 1549-1554); Adriana x 1 Jan van Dommelaar, 2 Jan Fruytier; Machteld x Arend de Juede (in 1570 als kastelein van Loevestein doodgeschoten door geuzen)

7. Keulen 1490; Orléans 1494

8. onbezoldigd raadsheer 1504-1506; raadsheer 27-7-1506 -- 29-10-1515, 23-7-1516 -- 21-9-1548

9. -

10. -

11. A. bezat in 1512 een perceel in de buurt van de noordzijde van de Nobelstraat en de Jonkvrouw Ydenstraat.

12. -

13. Erasmus: goede kennis

14. -

15. Het kasteel van de Van Coulsters werd in 1517 door Geldersen in de brand gestoken. A. werd in 1539 verdacht van ketterij en moest antwoorden op de beschuldiging dat hij niet geloofde in het vagevuur. Hij zou contact gehad hebben met een pastoor met ketterse ideeën en een priester aangespoord hebben om Erasmus verbaal te verdedigen. Hij had ook persoonlijk contact met Erasmus getuige een brief uit 1533 van Erasmus die aan hem gericht was.

HvH 483-485 passim; RekRek 340 f. 189v; MR, xlv, xlvii; Procurateurs, 176; Van der Aa, Biografisch woordenboek III, 777-778; Allen, Opus epistolarum X, epistola 2800; Van Gouthoeven, D'oude chronijcke, 163; Van Heussen, De oudheden en gestichten van Delft, 361; Kort, 'Repertorium op de grafelijke lenen in Rijnland', 405; Van Nierop, 'Adellijke bastaarden', 16; Van Nierop, Van ridders tot regenten, 156; Pabon, Hofboeken, 361; Plomp, 'Legitimaties', 112.

 

Dorp, Cornelis van,

1. ca. 1425-  22-2-1503

2. ridder 1486, heer van Dorp 1445, van Benthuizen 1466-1488

3. Delft

4. Jan van Dorp x Aleid van der Woude alias van Alkemade

5. 1 Elisabeth van Almonde; 2 Aagte van Boshuizen

6. Uit Elisabeth van Almonde: Jan x Catharina van Abbenbroek; Cornelis (studeerde te Leuven) x Josina van Roetselaar; Arend (priester); Gerrit (kanunnik); Anton (ridder Duitse orde?); Jacob x 1 Elisabeth van Alphen, 2 Machteld van der Does; Adriaan x 1 Cornelia van Abbenbroek, 2 Josina van Weijburg; Elisabeth x Albrecht van Adrichem; Maria x Pieter Hubrechtsz van Schiedam; Magdalena x 1 Willem van Adrichem, 2 Daniël van Kralingen

7. -

8. onbezoldigd raadsheer 1477-1479, 1487-1489, 1493; bezoldigd raadsheer 18-2-1493 -- 22-2-1503 (opvolger van Filips van Wassenaar)

9. baljuw en dijkgraaf van Delfland 1466-1480 (resigneert het ambt in 1480 aan Filips van Wassenaar), 1494 - ?; baljuw van Maasland 1469-1480 (wordt opgevolgd door Filips van Wassenaar)

10. schepen van Delft 1460, 1463, 1475, 1484; lid van de veertigraad van Delft 1476; burgemeester van Delft 1480-1482, 1485, 1487, 1490; hoogheemraad van Delfland 1492-1496

11. C. werd begraven in de Hofkapel naast het Petrus- en Paulusaltaar.

12. 1 Jan van Wassenaar: leenheer; 2 Jacob Ruysch: vriend

13. -

14. C. kan door zijn relaties met de Van Wassenaars tot het Kabeljauwse netwerk gerekend worden.

15. C. onderhield goede betrekkingen met de abdij Leeuwenhorst.

HvH 478-479 passim, 478 sen. 147; RekRek 194 f. 93v, 337 f. 167r; Damen, Staat, 455, 489; Janse, Ridderschap, 450; De Moor, 'Schenkers van glasramen', 49, 67.

 

Duivenvoorde, Jan van,

1. 1467 - 1-7-1543

2. meester, ridder < 1528, heer van Warmond, Esselikerwoude en Alkemade 1526, heer van Starrenburg en Noordwijkerhout

3. Holland (stond in Orléans ingeschreven als inwoner van Leiden)

4. Arend van Duivenvoorde x Margaretha van IJsselstein

5. Maria van Mathenesse, dochter van Filips van Matenesse en Maria van den Woude

6. Maria x Jan van Doornick (raad van Amersfoort); Jacob (raadsheer 1573-1575) x Hendrika van Egmond; Margaretha (juffer in het klooster van Bedbur); Gijsberta (non in Rijnsburg); Ienne, (proostin in Nivelles); Adriana (kanunnikes in Nivelles), later x Gijsbrecht van Bronkhorst; Jan (schepen van Haarlem 1562, 1564; burgemeester en vroedschapslid van Haarlem 1565-1566; kolonel van de schutterij te Haarlem ) x 1 Margriet van Liere, 2 Magdalena van Foreest; Maria en Anna, kanunnikessen in Bergen; Jacoba, kanunnikes in Maubeux

7. Orléans 1497-1499

8. onbezoldigd raadsheer 1500-1508; bezoldigd raadsheer 20-3-1508 -- 29-10-1515, 23-7-1516 -- 1-7-1543

9. J. had zitting in het leenhof in Den Haag dat in 1520 werd opgericht.

10. hoogheemraad van Rijnland 1503-1515; hoogheemraad van Schieland 1503-1543; rentmeester van de abdij Leeuwenhorst 1531-1544

11. J. bezat vermoedelijk een huis op de Vijverberg.

12. Floris Oom van Wijngaarden Jansz. : zwager

13. Jacob Oom van Wijngaarden*: zwager 

14. J.s vader behoorde tot de Kabeljauwen.

15. J. werd begraven in Mariënhaven in Warmond. J. en zijn echtgenote onderhielden goede banden met de abdij Leeuwenhorst.

HvH 481-485 passim, 502 inleiding; RekRek 342 f. 140r; MR, xlv, xlix; Procurateurs, 184; Brand, Over macht, 94; Brokken, Heren van Stand, 94, 96; Van Drie, 'Inhoud en gebruik', 88; Van Gent, 'Pertijelike saken', 260; Molhuysen, Nieuw Nederlands biografisch woordenboek I, 772; De Moor, 'Schenkers van glasramen', 67-68; Van Nierop, Van ridders tot regenten, 20-21, 159, 167; Pabon, Hofboeken, 468-469.

 

Egmond, Jan van,

1. 1438 - 21-8-1516

2. ridder 1465, heer (vanaf 1486 graaf) van Egmond, Baer, Purmerend, en Hoogwoud en Aartswoud 1490

3. Holland

4. Willem van Egmond x Walburga van Meurs

5. Magdalena, gravin van Werdenburg (nicht van hertog Maximiliaan)

6. Josina; Josina x Jan II van Wassenaar, zoon van Jan van Wassenaar; Walburga x Willem graaf van Nassau; Catharina x Frank van Borselen, zoon van Floris bastaardzoon van Frank van Borselen; Anna (abdis van Loosduinen); Willem; Johanna x George Schenk; Jan x Françoise van Luxemburg, achterkleindochter van Lodewijk van Gruuthuse; George (bisschop van Utrecht); Filips. Bastaard: Allard x Geerte Wiggersdr.

7. -

8. raadsheer 12-4-1477 -- 16-4-1477; stadhouder 7-10-1483 -- 19-9-1515

9. J. pachtte in 1463 het schoutambacht van Alkmaar voor vijftig jaar; landdrost van Zutphen 1473-; gouverneur van Arnhem 1475-; baljuw van Nyenburch 1476-1478 (hierna liet hij het ambt waarnemen tot na 1500); baljuw van Putten 1480-1499; kastelein van Gorinchem en drossaard van het Land van Arkel en Gorinchem 1480-1516; baljuw van de Veluwe -1487; kastelein van Teilingen in de naam van de heer van Veere 1487-1503; dijkgraaf van Geestmannerambacht 1495

10. dijkgraaf van Delfland 1461

11. J. bezat een kasteelhuis aan de Vijverberg. J. was deken van het Sint-Jorisschuttersgilde <1487 - >1499. J. richtte (vermoedelijk na 1494) de rederijkerskamer de (groene) Laurierspruit op met het devies 'Laet vaeren droefheit'. J. liet een jonggestorven dochter in de Hofkapel begraven.

12. Jan en Filips van Wassenaar: hoofdmannen van het Sint-Jorisschuttersgilde in 1486 en 1491 en naaste bondgenoten in de oplaaiende partijstrijd sinds 1479

13. 1 Maximiliaan van Oostenrijk: aangetrouwde neef; 2 Mathyas de Thayes: hofmeester van J. en hoofdman van het Sint-Jorisschuttersgilde; 3 Jan II van Wassenaar, zoon van Jan van Wassenaar: J. was één van zijn voogden en later zijn schoonvader.

14. J. ontpopte zich sinds 1479 als leider van de Kabeljauwen. J. werd vliesridder in 1491.

15. J. maakte een tocht naar het Heilige Land en werd daar in 1465 tot ridder geslagen. Hij was aanwezig bij de kroning van Maximiliaan in Aken tot rooms-koning. In 1479 kwamen J. en zijn Kabeljauwse bondgenoten in conflict met de Hoeken onder leiding van Wolfert van Borselen, wat uiteindelijk in het voordeel van de eersten is uitgepakt. J. genoot grote populariteit als kampioen van de Kabeljauwen. J. heeft zich vele malen op het slagveld weten te onderscheiden: tijdens de burgeroorlog in Gelre 1465-1471, de verovering van Gelre 1473, de belegering van Neuss 1474-1475, de overrompeling van het Hoekse Dordrecht 1481, de oorlog met Utrecht 1481-1483, de Jonker Frans-oorlogen 1488-1490, de opstand van het Kaas- en Broodvolk 1491-1492. Meermalen hield hij hof op het slot Egmond, ontving Hollandse afgevaardigden en onthaalde de naburige adel op zijn ridderzaal. Hij werd begraven in de kerk bij het slot Egmond. J.s bijnaam was Mancke Jan.

DHSJ 12 deel 2 f. 20v, 13, 16; RekRek 3816-3832, 180 f. 35r; 190 f. 34r,  183 f. 61v, 191 f. 43v, 196 f. 92v, 337 f. 173v; Van der Aa, Biografisch woordenboek V, 51-52; Van Boheemen, Retoricaal, 304; Brokken, Heren van stand, 48; Damen, Staat, 456-457; Van Gelder,'Broederschap', 19; Van Gent, 'Pertijelike saken', 223-229, 304; Van Herwaarden, Dordrecht, 176; Van Heussen, De oudheden en gestichten van Delft, xc; Janse, Ridderschap, 128; Prins., 'Grafzerken', 457; Schotel, Dordrecht,  3, 21.

 

Essche, Jan van,

1. ?- 14-10-1505 (en niet 1498!)

2. -

3. Dordrecht? (het baljuwschap van Zuidholland was in de vijftiende eeuw gemonopoliseerd door Dordtenaren)

4. Jan

5. -

6. Klaas*

7. -

8. rentmeester-generaal 1-1-1480 -- 31-12-1489; extraordinaris raadsheer met pensioen 1-1-1490 -- 14-10-1505

9. rentmeester van Gorinchem, het land van Arkel, Half-Asperen, Heukelum en Ter Leede 1477-1479; rentmeester van Zuidholland en Strijen 1477-1479; tollenaar van Gouda 1477

10. kamerdienaar van de graaf van Charolais 1467

11. J. liet in 1484 een grafkapel in de Kloosterkerk in Den Haag bouwen. J. was schutter in het Sint-Jorisschuttersgilde in 1487.

12. -

13. -

14. -

15. In 1491 werd J. voor de Grote Raad gedaagd vanwege gepleegde fraude tijdens zijn ambtstermijn als rentmeester-generaal.

DHSJ 12 deel 2 f. 11v-12r; HvH 478-484 passim; RekRek 339 f. 148r; Damen, Staat, 459; Van Gouthoeven, D'oude chronijcke, 76; Janse, Ridderschap, 387.

 

Goudt, Jacob,

1. ?-12-9-1510

2. meester, heer van de Lek

3. Den Haag

4. Arend Goudt (juwelier in Den Haag) x Elizabeth Boot (afkomstig uit een vooraanstaande Dordtse familie)

5. Cornelia van Goer, dochter van Jordaan van Goer (ook afkomstig uit Den Haag)

6. J. is kinderloos gestorven.

7. -

8. rentmeester van Noordholland 1-1-1501 -- 12-9-1510 (opgevolgd door Willem Goudt*)

9. tollenaar van Gouda en Spaarndam 1497-1500; dijkgraaf van de Krimpenerwaard 1498-1507; rentmeester van Gouda, Schoonhoven en het land van Stein en rentmeester van Woerden 1501-1510

10. rentmeester? van Naaldwijk <1494 - > 1495; rentmeester van de omslagen 1508-1509; rentmeester van de abt en prelaat van Egmond <1501; hoogheemraad van Delfland 1505-1510

11. J. had een huis bij de Kneuterdijk. J. was opperste gasthuismeester van het Sint-Nicolaasgasthuis uit hoofde van zijn functie van rentmeester van Noordholland 1501-1510.

12. -

13. Willem Goudt*: neef? (in ieder geval geen broer, zoon of zoon van een broer) en opvolger

14. -

15. -

ASH 1749-1750; HvH 482 sen. 115, 492 sen. 174 en 246, 1028 sen. 25, 35 en 195; RekReg 5 f. 94v; RekRek 335-345, 1744-1753, 1902-1911, 195 f. 89r; Chronologische lijsten II, 155; Van Herwaarden, Dordrecht, 277-278; Van Heussen, De oudheden en gestichten van Delft, xciv; Lans, 'Krimpenerwaard', 23-25; De Riemer, Beschryving, 448, 741, 858.

 

Grenier, Karel,

1. >1463 ? (vernoemd naar Karel van Charolais?) - 14-7-1520.

2. -

3. Den Haag

4. Jan Grenier (secretaris van Jacoba van Beieren 1416-1434; secretaris van het Hof van Holland 1446-1463; secretaris van Karel van Charolais 1463-)

5. Katrien

6. Marieke (of is dit een nicht?) x Pieter van Rotterdam*

7. -

8. exploiteur 1485; substituut van de procureur-generaal < 1493 - 1494; procureur-generaal 13-7-1494 -- 14-7-1520; ontvanger van de exploten 20-8-1494 -- 2-1509 (tot eind 1494 samen met Jacob Clamp)

9. -

10. klerk van Robbrecht van Annoke* als ontvanger-generaal van de bewapening van het beleg van Utrecht 1482-1483; rekenplichtig functionaris van het beleg van Montfoort en andere zaken 1490; procureur 1490; stadsprocureur van Leiden 1499-1500; procureur van Vlissingen 1501

11. K. bezat een Huis en erf bij de Kneuterdijk. K. was rederijker in 1494.

12. Floris Oom van Wijngaarden Florisz. en Jacob Clamp: mederederijkers

13. 1 Pieter Hanneman* (x Katrien Jansdr): huisgenoot en mederederijker; 2 Thomas Cassiopein*: neef en erfgenaam; 3 Erasmus: kennis

14. -

15. -

ASH 1698; DHHG 60 f.10r; HvH 477 f. 182 r-v; RekRek 190 f. 61v, 4428 f. 24r, 4433 f. 10v, 4434, 4436 f. 22v, 4441 f. 22r; SAL 579 f. 143v, 580 f. 88r; CBG, dossier Hanneman.nl; MR, lv; Allen, Opus epistolarum IV, 237-238; Van Boheemen, Retoricaal, 308; Damen, Staat, 463; Kort, 'Repertorium op de grafelijke lenen in Rijswijk', 570; Pabon, Hofboeken, 303, 306-308; Unger, Bronnen tot de geschiedenis van Middelburg III, 206.

 

Haarlem, Jan van,

1. ca. 1459 - 1514

2. meester

3. Den Haag?

4. Klaas van Haarlem Jansz.?

5. 1 Josina (van Zwieten?), 2 Marie Dirksdr?

6. Anna (non); Jan? (kerkmeester van de Sint-Jacobskerk 1557-1558, 1577-1581). In 1505 procedeerde J. als voogd van zijn kinderen.

7. Leuven 1474

8. onbezoldigd raadsheer 1485-1489; advocaat postulant <1503 - > 1511

9. -

10. -

11. J. bezat rond 1512 een perceel bij de Jan Hendrikszoenstraat en de Kerkstraat. J. was schutter van het Sint-Jorisschuttersgilde in 1485 en 1487. J.s tweede echtgenote (?) en dochter stichtten memories in de Sint-Jacobskerk.

12. Willem van Berendrecht: buurman

13. -

14. -

15. -

DHSJ 10 f. 6r, 12 deel 2 f. 3v; HvH 477-478 passim, 477 sen. 63, 1032 ongenummerd, 1033 ongenummerd na sen. 89, 1035 sen. 238; Vre 248 f. 0v, f. 11r; Van Gouthoeven, D'oude chronijcke, 105; Van Kan, Databank; Pabon, Hofboeken, 137, 318-319; Wils, Matricule II, 374.

 

Hayman, Adriaan Poppenz. van der,

(A. komt in de bronnen vaak voor als "Adriaen Poppe(nz.)")

1. ? - >1516

2. -

3. Middelburg

4. Poppe Adriaansz.

5. dochter van Olaart van Crommenhoucke

6. -

7. -

8. onbezoldigd raadsheer 1499, 1502, 1504, 1506; gebode van het Hof in Meliskerk 1516

9. schepen van Middelburg 1476-1478, 1503?; burgemeester van Middelburg 1485-1488, 1503?; baljuw van Middelburg 1489-1500

10. -

11. -

12. -

13. -

14. -

15. A. had als burgemeester van Middelburg reeds in 1488 persoonlijk contact met Maximiliaan.

HvH 481-483 passim, 5625 passim, 1036 sen. 13 (1516); RekReg 5 f. 26v-27r, f. 48r-49v; Fruin, Leenregisters, 106, 129; Unger, Bronnen tot de geschiedenis van Middelburg II, 362, 365, 372, 384, 387, 388, 393, 399, 418.

 

Hogestein, Adriaan van,

1. ?- 1501

2. meester

3. Zeeland

4. -

5. Liesbeth Pol

6. Bij zijn overlijden wordt vermeld dat A. minderjarige kinderen heeft.

7. -

8. raadsheer 9-9-1496 -- 23-3-1501

9. advocaat van de Hoge Vierschaar van Zeeland <1488 - 1501

10. -

11. A. had twee percelen tussen de Nieuwstraat en de Veenstraat en een huis met tuin tussen de Kerkstraat en Nieuwstraat. In maart 1502 procedeerden de kerkmeesters van Den Haag tegen de weduwe en erfgenamen van A. om de betaling van de kosten van het lezen van een mis.

12. -

13. -

14. -

15. A. werd als raadsheer aangesteld om het aantal Zeeuwen in de Raad te verhogen.

HvH 485 sen. 124, 1031 sen. 424; KSE 27; RekRek 194 f. 97v-98r, 335 f. 186v-187r; Pabon, Hofboeken, 320-323.

 

Jonge, Cornelis de,

1. ca. 1445 - 3-3-1504

2. meester, baccalaureus Romeins recht, heer van Baardwijk 1501-1504

3. Dordrecht

4. Reinier de Jonge  x Johanna, dochter van Gijsbrecht Quekel

5. Machteld, dochter van Klaas van der Merwede

6. Reinier x Wendelmoet Corf, dochter van Klaas Corf*; Jacob (klerk in de Rekenkamer 1509-1511; auditeur Rekenkamer 1511-1526) x Clementia Pijnsen, dochter van Jacob Pijnsen; Maria x Cornelis Suys; Ienne en Liesbeth, priorinnen in het Sint-Agnietenklooster in Dordrecht; Gijsbert; Margriet x 1 Jacob van der Duyn, 2 Jan van Drenkwaard; Machteld x Arend Sandelijn; Willem? (klerk van het Hof van Holland 1520; secretaris 1541-1546)

7. Keulen 1460; Orléans 1467-1469 (procurator Germaanse natie)</