| Congo 1955-1960: De aanloop naar de onafhankelijkheid. Een analyse van de berichtgeving in drie Vlaamse kranten: De Standaard, Vooruit, Het Laatste Nieuws. (Isabelle Ferrand) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
VI. KWALITATIEVE ANALYSE
9. CONGRES VAN CONGOLESE POLITIEKE PARTIJEN IN LULUABURG: 9 TOT 12 APRIL 1959
9.1 Historiek
Het congres in Luluaburg was de eerste belangrijke manifestatie van het Congolees nationalisme na de rellen in Leopoldstad. Het initiatief ging uit van de Union Congolaise. Daarnaast namen zeker nog vijf andere formaties deel: de “Mouvement National Congolaise”, de “Parti Démocrate Congolais”, de “Parti de l’Unité Congolaise”, de “Parti du Progrès National Congolais” en de “Mouvement National pour la Protection des Milieux Ruraux”.[373] Deze partijen streefden naar eenheid.
Het Congres keurde verschillende moties goed.[374] Een eerste voorzag een Congolese regering die in januari 1961 zou opgericht worden. Deze regering zou een voorlopig karakter hebben, maar zou wel kunnen beslissen over het tijdstip van de onafhankelijkheid.
In een tweede motie vroeg het congres vrijheid van politieke vereniging zonder controle en vrijheid van verspreiding van informatie via radio en propaganda.
Tenslotte bevestigde het congres dat Congo één moest blijven. Het argument luidde dat enkel een Congolese eenheidsstaat in staat zou zijn een belangrijke rol te spelen op het Afrikaanse continent. Een federale structuur zou daarentegen het land verzwakken en balkaniseren. Congo was immers een lappendeken van bevolkingsgroepen, bij wie het nationaal bewustzijn niet sterk ontwikkeld was.
9.2 Analyse
Het belang van het congres ligt in het feit dat de verschillende nationalistische partijen voor de eerste keer samenkwamen om te overleggen over de toekomst van Congo. De verwerking van de berichtgeving zorgt voor een aantal problemen omdat we ten eerste weinig informatie terugvinden bij Het Laatste Nieuws en Vooruit en ten tweede omdat de inhoud van de berichtgeving bij de drie kranten gelijk is. Om die reden zal de basisstructuur van onze werkmethode afwijken van de voorgaande.
Vooruit wordt niet behandeld. Het enige artikel, die de krant publiceert, gaat over de goedkeuring van een aantal moties en daar gaan we hierboven op in. Wat wel bestudeerd wordt, is een Belgabericht over het congres in De Standaard en Het Laatste Nieuws en een commentaar van een correspondent (De Standaard).
Het artikel[375] van Belga is geschreven op de vooravond van het congres. We kunnen afleiden dat er weinig duidelijkheid heerst omtrent de praktische uitvoering en de inhoud. Belga citeert: “Het congres van Loeloeaburg, het eerste politiek congres in de geschiedenis van Kongo, schijnt te zullen starten in het teken van de verwarringen en de improvisatie. Achtenveertig uren voor de opening schijnt niemand nog de juiste plaats te kennen, waar het congres zal plaatshebben. De agenda kan slechts opgesteld worden na de aankomst van de afvaardigingen van de Kongolese unie en de Nationale Kongolese Beweging van Katanga, die donderdagavond verwacht worden.” Het belang van dit congres wordt uitdrukkelijk vermeld. Voor de rest tast men volledig in het duister.
Het “enige treffende” feit, dat Belga vaststelt, is de aankomst van vijf leden van de MNC uit Leopoldstad. Gaston Diomi is er niet bij en dit ontgoochelt sommige kringen. Ook het feit dat Lumumba niet aan het congres deelneemt, zorgt voor teleurstelling. Daarentegen heeft de afwezigheid van Lumumba weinig reacties teweeggebracht bij de “welingelichte Europese kringen”. Zij menen dat het congres daardoor rustiger zal verlopen. Dit impliceert dat de koloniale middens zijn afwezigheid niet erg vinden. Lumumba heeft blijkbaar zijn reputatie als herrieschopper al opgebouwd.
Tezelfdertijd betreuren deze middens de keuze van Luluaburg omdat ze vrezen “dat de hoofdplaats van een rustige provincie door het virus van de agitatie zal besmet worden”. De rellen van januari liggen nog vers in het geheugen en men is bang dat ook de rustigere gebieden de microbe zullen te pakken krijgen.
Belga merkt op dat deze meningen komen van een klein aantal ingewijden. Dit impliceert dat de meesten niet ingelicht zijn over het congres. Ook in Afrikaanse kringen weet men er bijna niets van af, behalve in een kleine kring van “politici”. Belga zet “politici” tussen aanhalingstekens, wat erop wijst dat ze bedenkingen heeft over de zwarte politicus. Deze functie ontwikkelde zich niet door een eeuwenlange traditie zoals in het Westen, maar wel tijdens de onafhankelijkheidsstrijd. De verschillen in tijdspanne en cultuur zorgen ervoor dat de zwarte politicus verschilt van de blanke. We krijgen hier het beeld van de zwarte politicus die een trapje lager staat dan de blanke. Dit is een vorm van “apparent denail” of de schijnbare ontkenning. Er zijn ook wel zwarte politici, maar de Westerse politiek is superieur.
Tenslotte benadrukt Belga de wedijver tussen de MNC en de Congolese Unie. Het schijnt, men stelt het niet uitdrukkelijk, dat de onenigheid tussen beide berust op het feit dat het antagonisme tussen de stammen is overgeslagen naar de politiek. Opnieuw wordt het anders-zijn van de Congolezen benadrukt. Volgens Belga zullen de Congolese Unie en de MNC, die vooruitstrevend is, in ieder geval een belangrijke rol spelen op het congres. Belga onderstreept dat ook andere Congolese partijen hun stem zullen laten horen.
De correspondent meent dat de politieke activiteiten van nu af aan hoog zullen oplaaien in Congo. Een eerste in het rijtje is het congres in Luluaburg, “waar voor het eerst in de geschiedenis van Belgisch Afrika een congres wordt gehouden van de Kongolese politieke partijen”. Daarna zullen de politieke vergaderingen en meetings schering en inslag worden tot aan de verkiezingen op het einde van dit jaar.
Wat de regeringsverklaring betreft, geeft hij kritiek op de slechte precisering, vb. van het algemeen stemrecht. Hij meent dat moeilijkheden niet zullen uitblijven en dat er tijdens één van de volgende meetings opnieuw rellen zullen ontstaan. “De Belgen zullen weer verschieten over enkele maanden!”[376]
9.3 Conclusie
Er is een duidelijke tegenstelling tussen het belang van het congres voor de Congolese geschiedenis en de aandacht die het krijgt in de drie kranten. Alle artikels, behalve één, halen hun informatie bij persagentschappen. Bovendien is de inhoud, die voornamelijk uit het goedkeuren van moties bestaat, gelijk. De kranten halen hun informatie dus bij Belga. Niettemin konden de weinige artikels, die verschenen, getoetst worden aan de theorie van de “discourse analysis” en de linguïstische pragmatiek.
10. RELLEN IN STANLEYSTAD: 30 OKTOBER 1959
10.1 Historiek
Stanleystad groeide in 1959 uit tot het epicentrum van Lumumba’s MNC. Leopoldstad werd herleid tot zijn politieke periferie. Een eerste congres van de MNC liep van 23 tot 28 oktober 1959. In de besluiten werd het plan van De Schrijver verworpen. De MNC bleef ook bij de beslissing om niet deel te nemen aan de komende verkiezingen voor de gemeente- en de gewestraden. De partij eiste opnieuw onafhankelijkheid en beschuldigde België van inbreuken op het Handvest van de Verenigde naties, omdat het weigerde in te gaan op de politieke eisen van de Congolezen. Alhoewel het congres in een opgewonden sfeer verliep, bleef het daarbuiten rustig.[377]
Onmiddellijk daarna werd op initiatief van Lumumba een “Congres van de Congolese politieke partijen” (29 tot 30 oktober 1959) georganiseerd. Deze meeting liep uit de hand en mondde uit in ernstige rellen, die een aantal dagen duurden en het leven kostten aan een veertigtal mensen. Het was als het ware een herhaling van de januari-rellen in Leopoldstad. Net zoals Kasavubu werd Lumumba gearresteerd. De afloop van zijn proces liep eveneens niet volgens de regels van het spel.
10.2 Analyse
De rellen in Stanleystad zijn het derde drama in 1959.[378] Ze volgden ongeveer hetzelfde scenario als de rellen in Leopoldstad, alleen is Lumumba nu de boosdoener. We zullen nagaan wat de kranten over hem en over de rellen berichten.
Voor het onderzoek baseren we ons op het eerste artikel na de rellen en de commentaren. De volgende artikels betreffen immers oproepen van de gouverneur-generaal en de provinciegouverneur, die stelden dat Lumumba lessen kreeg in revolutietechniek. Daarnaast verschijnen nog kleinere artikels over rellen in de omgeving van Stanleystad.
De Standaard
Op 2 november 1959[379] meldt De Standaard dat er zich tijdens het “jongste weekeinde heftige onlusten in Stanleystad voordeden, waarbij tenminste 20 doden vielen onder de inlandse bevolking”. De uitbarsting volgde op een “woelige meeting”, waarop Lumumba het Belgische gezag scherp aanviel. “Toen de gemoederen op het kookpunt waren gebracht, slaagde de volkstribuun er niet meer in ze weer te bedaren.” Dit citaat typeert Lumumba’s demagogische eigenschappen, waarvan de uitwerking tot onverwachte resultaten leidde.
De politie was overrompeld door de “opgehitste menigte” en moest een beroep doen op de weermacht die haar wapens gebruikte. Van dat ogenblik “ontbrandde in de straten een ware veldslag”. De rellen worden hier sterk uitvergroot. Het leger kreeg zaterdag de toestand weer in handen en de kalmte keerde in de blanke stad terug. In de inlandse wijken en dorpen blijft de opwinding nu nog groot. De Standaard vermeldt dat de overheid een aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd tegen Lumumba, die zondag aangehouden werd.
De krant gaat ook terug naar het ontstaan van de incidenten, waarover geen volledige klare versie bekend is. Dit is trouwens af te leiden uit het taalgebruik. Citaten als: “Het schijnt dat sedert enkele dagen in de inlandse wijken van Stanleystad een grote beroering heerste (…)”; “Loemoemba zou daarbij een uiterst scherpe commentaar hebben geleverd. (…); “De vergadering zou dan uiteengegaan zijn in een zeer geladen atmosfeer. “; enz., drukken die onzekerheid uit.
In een commentaar[380] schrijft Ruys dat de bloedige onlusten in Stanleystad nog maar eens bewijzen dat de spanning niet beperkt blijft tot Beneden-Congo of Kasaï. Hij meent dat de incidenten in Stanleystad slechts een schakel in de keten zijn, waarvan niemand het einde ziet. “De politieke agitatie is tot in de verste uithoeken van Kongo doorgesijpeld.” De partijen hebben overal hun kernen opgericht, waardoor de slogans overal doordringen.
De nieuwe slachting is volgens Ruys een gevolg van de “lichtzinnigheid waarmee sommige zwarte leiders omgaan”. Hij verwijst in de eerste plaats naar Lumumba en de leiders van de links georiënteerde fractie van de MNC. Al vroeger liepen Lumumba’s meetings uit op ernstige opstootjes, maar deze keer is “de toverleerling er niet in gelukt zijn geesten te bezweren en zijn er doden gevallen”. In dit citaat wordt politiek met bijgeloof gecombineerd. Het bijgeloof leefde bij de Congolezen nog sterk door.
Ruys stelt de vraag: “Speculeert de MNC-leider erop dat de overdracht van het politiek gezag zal worden verhaast door een toestand van terreur en verwoesting?” Als 1960 een jaar van oorlog wordt, dan moet het volgens de journalist hard tegen hard gaan. Wanneer Lumumba op buitenlandse hulp wil rekenen dan moet de broze economie ontredderd worden en moeten de kapitalen naar veilige oorden overgebracht worden. Deze speculatie vindt Ruys ronduit lichtzinnig. Naar zijn mening is “de zo fel besproken” Abako-leider voorzichtiger op dat gebied.
Hij besluit dat men niet anders kan dan Lumumba’s optreden af te keuren. “De opruiende taal van Loemoemba is des te ongelukkiger, daar de minister in zijn jongste boodschap toch wel zeer expliciet de weg naar de volledige soevereiniteit heeft toegelicht.”
Vooruit
In het eerste artikel[381] over de pas ontstane rellen verwijst Vooruit naar een officieel communiqué, uitgegeven in Stanleystad. Daarin staat dat een meeting, die vrijdag door de Kongolese Nationale Beweging, strekking Lumumba, werd gehouden, ontaardde in onlusten. Vooruit citeert: “In het communiqué wordt gezegd dat de meeting door de eerste burgemeester van Stanleystad was verboden, doch naar het schijnt hebben de leiders van de Kongolese Nationale Beweging geen rekening gehouden met dit verbod (…)”.
“Lumumba heeft, volgens zijn gekende techniek, eerst zijn toehoorders opgehitst en daarna getracht hen tot kalmte aan te sporen.” Men veronderstelt dat Lumumba dit vroeger ook deed en dat zijn methode voor de koloniale middens geen geheimen meer heeft. “Maar deze keer werd hij door de massa overtroffen.” Dit impliceert dat zijn oproep tot kalmte altijd slaagde, behalve vrijdag.
Vooruit schrijft dat er een bevel tot aanhouding wegens aanhitsing tot geweld tegen hem is uitgevaardigd en dat hij verdwenen is. Wat verder in het artikel wordt bericht dat Lumumba werd aangehouden.
De onlusten namen volgens de krant een vrij erge wending en duurden de hele nacht voort. De politie was overrompeld. De weermacht moest ingrijpen en opende het vuur op de betogers. De volgende dag waren er opnieuw onlusten, maar ze konden onderdrukt worden. Vooruit vermeldt tenslotte dat er zondag officieel 24 doden, allen Congolezen, geteld waren.
Het Laatste Nieuws
Het Laatste Nieuws[382] vermeldt eerst en vooral: “Lumumba, leider van de nationale Kongolese beweging, tegen wie een aanhoudingsbevel uitgevaardigd werd, maar die verdween na te Stanleystad onlusten te hebben uitgelokt, werd zondagmiddag aangehouden.” De krant begint onmiddellijk met de arrestatie en komt dan terug op de rellen.
De onlusten volgden op een vergadering waarbij Lumumba de toehoorders ophitsten. Ze vielen zowel blanken als zwarten aan en de overrompelde politie was tenslotte verplicht om het vuur te openen. Belga meldt dat de overheid in Stanleystad zondagmiddag officieel heeft meegedeeld dat er 20 doden, allen Congolezen, te betreuren zijn.
In een commentariërend artikel[383] citeert L. Siaens: “Tijdens de afgelopen dagen hebben zich twee feiten voorgedaan, die op vijf weken van de gemeente- en gewestverkiezingen een kentering ten goede kunnen teweegbrengen in de Kongolese politieke toestand.” Een eerste feit is dat de “eerzuchtige Lumumba” werd aangehouden en dat geen enkel gezaghebbend leider van zijn partij openlijk verzet heeft aangetekend zoals dit gebeurde toen Kalonji in bewaakt verblijf werd gesteld. Dit impliceert dat Kalonji meer vertrouwen geniet dan Lumumba. Het tweede feit heeft te maken met de rondetafelconferentie.
Volgens Siaens heeft Lumumba waarschijnlijk de bloedige onlusten in Stanleystad zelf uitgelokt om zijn aanhouding zelf te bewerken. Hij hoopt hiermee door zijn rasbroeders als martelaar beschouwd te worden en de congressisten in Elisabethstad in het nauw te brengen. De journalist stelt dit niet expliciet, maar de geniepige Lumumba, zoals hierboven kan afgeleid worden, zou zoiets wel aandurven. Siaens heeft zeker geen hoge dunk van Lumumba en zijn partijgenoten, die hij demagogen noemt.
Siaens hoopt op een gunstige ommekeer. Lumumba’s oproep tot “oorlog tegen België” heeft een tegenovergestelde uitwerking gehad, want Kalonji wenst geen wanordelijke onafhankelijkheid. De journalist schrijft dat de volgende dagen zullen uitwijzen of de MNC hem zal volgen en zich zal scharen achter de partijen, die aan de verkiezingen zullen deelnemen. Deze zullen de grondvesten leggen van de Congolese onafhankelijkheid. Vandaar de hoop op positieve ontwikkelingen.
10.3 Conclusie
Het lijkt erop dat er minder zwaar getild wordt aan de rellen in Stanleystad dan aan de gebeurtenissen in Leopoldstad in januari. Kwantitatief is dit zeker het geval. We vonden gemiddeld een zevental artikels per krant over een periode van 9 dagen.[384] Kwalitatief wordt de berichtgeving beperkt tot een relaas van de feiten van een aantal oproepen van koloniale autoriteiten. Enkel De Standaard gaat op zoek naar de oorzaken.
In de commentaren treedt Lumumba op de voorgrond. Hij kan in de kranten op weinig sympathie rekenen. Ruys en Siaens plaatsen het radicalisme van Lumumba tegenover een andere Congolese politieke figuur, die zich iets gematigder opstelt tegenover de manier waarop de onafhankelijkheid moet totstandkomen. Dit vergroot de zogenaamde “onverdraagzaamheid” van Lumumba (“reversal”) tegenover het kolonialisme.
Ruys veroordeelt Lumumba’s lichtzinnigheid en vindt zijn “opruiende taal” ongepast, omdat minister De Schrijver nu duidelijke taal spreekt. Kasavubu wordt in een neutraal daglicht geplaatst, omdat hij zich verzet tegen onlusten en agitatie.[385] Siaens hekelt de eerzucht van Lumumba, die sympathie probeert te winnen door zijn aanhouding. Siaens verwijst naar Kalonji, die geen onafhankelijkheid in wanorde wilt.
Vooral uit de woordkeuze blijkt dat Lumumba een omstreden figuur is. Het algemeen beeld dat men van hem ophangt, is dat van een demagoog, een volksmenner die de massa ophitst en dan probeert te bedaren.
11. DE VERKIEZINGEN VOOR DE GEMEENTE- EN GEWESTRADEN: DECEMBER 1959
11.1 Historiek
De verkiezingen voor de gemeente- en de gewestraden verliepen in een gunstig klimaat, wat misschien te verklaren viel door de rondreis van de koning in Congo en Ruanda-Urundi. In de ogen van de Congolese politici waren de verkiezingen niet meer zo belangrijk, omdat ze geen garantie boden voor de deelname aan de rondetafelconferentie in januari. Het kartel Abako-PSA-Parti du Peuple-MNC/Kalonji[386] hield zich gedurende de laatste weken sterk bezig met de voorbereiding van het congres in Kisantu. De resultaten van de verkiezingen werden zelfs nooit gepubliceerd.
De belangrijkste vaststelling bij de analyse van de verkiezingsuitslagen was het succes van de lokale kandidaten, zonder rechtstreekse banden met de politieke partijen. Op de Abako en PNP na, waren de partijen nog niet doorgedrongen in het binnenland. Ze beheersten wel de steden, waar ze 75% van de zetels haalden.
De PNP scoorde met 300.000 stemmen toch lager dan verwacht, want electoraal kon ze profiteren van de afwezigheid van sommige partijen. De Abako en de PSA behaalden een morele overwinning omdat het grootste deel van de aanhangers in hun thuisbasis, Beneden-Congo en Kwilu, de boycot respecteerden. De MNC-Lumumba stond enkel sterk in Stanleystad. De Conakat van Moïse Tshombe behaalde het meeste aantal stemmen (39.086) in Katanga. Haar voornaamste concurrent de Balubakat moest het met veel minder stellen (9.982).[387]
11.2 Analyse
In dit onderdeel wordt vooral aandacht besteed aan de verkiezingen in Leopoldstad. We kijken naar de verwachtingen en de resultaten bij de verschillende kranten. De boycot van Abako neemt hierin een belangrijke plaats in. Vervolgens worden ook de verkiezingen in de andere grootsteden onderzocht.
11.2.1 Verkiezingen in Leopoldstad
De Standaard
Enkele uren voor de verkiezingen is de spanning te snijden. Ruys vraagt: “Wordt het hier zondag een herhaling van de januari-onlusten?” Hij zegt dat deze vraag nog zwaarder drukt op de hele stad dan de hitte. In de Europese wijken heerst onrust terwijl men in de zwarte gemeenten eerder angst voelt.[388] Blijkbaar zijn blank en zwart de rellen na een jaar nog niet vergeten. Niemand lijkt echter gebrand op een herhaling, omdat een repressief optreden van de weermacht veel slachtoffers zou kunnen maken.
Toch geloven de administratie en de Congolese partijen niet dat het zo ver zal komen. Volgens Ruys lijkt het onwaarschijnlijk dat de Abako onlusten zal uitlokken. “Het is niet omdat Kasa Voeboe te Brussel stug bleef, dat de Abako moet worden beschouwd als een partij die amok wil maken. De jongste maanden nam ze veeleer een houding van geweldloos verzet aan, (…).” Dit beeld over Abako troffen we ook aan bij de bespreking van de rellen in Stanleystad.
Wat de verkiezingen betreft heeft het kartel Abako-MNC-PSA neen gezegd. Ruys stelt de retorische vraag: “Heeft het thans nog veel zin over de redenen van die boycot na te kaarten?” Volgens de journalist gaat niemand vrijuit. “Het kartel heeft de hand van De Schrijver geweigerd, vooral omdat Kasa Voeboe op de vooravond van de verkiezingen niet de indruk kan wekken dat hij zijn maandenlange kritiek op de Belgische politiek plots opgeeft en bezwijkt voor de mooie beloften van de regering.” Kasavubu’s houding wordt niet bekritiseerd, hij is integendeel consequent. Eén van de voornaamste oorzaken van de huidige vertrouwenscrisis ligt immers bij de “eigenwijze paternalistische houding van de Belgische regering”.[389]
De verkiezingsdag verliep uiteindelijk rustig. De uitslag beantwoordt aan de verwachtingen: slechts 33% van de kiezers bracht een stem uit. Ruys meent dat het geweldloos verzet van de Abako getriomfeerd heeft. Naast de Bakongo bleven ook vele inlanders thuis, die niet bij een partij aangesloten waren. Angst voor mogelijke onrusten ziet Ruys als een reden, maar daarnaast moet bekend worden dat de grote meerderheid van de Congolezen van Leopoldstad de verkiezingen hebben geboycot. De tegenstanders van het kartel, voornamelijk gegroepeerd op de Assorecolijsten, voelden zich daarentegen niet gehinderd bij het stemmen.[390]
Ruys noemt de “feitelijke mislukking” van het “democratische experiment” in Leopoldstad en Beneden-Congo niet tragisch. De verkiezingen spelen immers geen rol meer in de opbouw van de wetgevende en uitvoerende machten, want minister De Schrijver heeft verkiezingen met algemeen stemrecht beloofd voor de provinciale en centrale instellingen.[391]
De journalist denkt wel dat de invloed van de Abako op de Congolese politiek zal toenemen als de overwinnende partijen en deze van de boycot zullen samenwerken. De sterke eigenschappen, die de Abako karakteriseert, zijn volgens Ruys veelvuldig: enige politieke partij van formaat, stevige organisatie, financiële steun van 2 miljoen Bakongo en een paar grote Europese ondernemingen, de vriendschap van Kasavubu met Fulbert Youlou.[392]
Vooruit
Vooruit blikt niet naar de situatie vóór de verkiezingen in Leopoldstad. Ze bericht enkel over de verkiezingsdag zelf. De berichtgeving bevat vooral praktische informatie en geen commentaren. Vooruit schrijft dat de toestand in de Kongolese hoofdstad rustig is en dat het kartel van de Abako-MNC-PSA-PP een oproep heeft gericht tot de bevolking om kalm te blijven. De nationale partij van de vooruitgang heeft evenwel haar leden opgeroepen. De vorige nacht werden vele strooibiljetten verspreid, waarin deze partij haar positie bepaalt tegenover het kartel. De overheid heeft voorzorgsmaatregelen genomen om de volledige stemvrijheid en veiligheid van de kiezers te garanderen.[393]
Verder schrijft de krant dat de Bakongo de wachtwoorden van hun leiders eerbiedigden en thuis bleven. De bars waren gesloten op het bevel van de administratie en de markten werden weinig bezocht. De autobusdiensten werkten normaal met een zeer beperkt cliënteel.
Het Laatste Nieuws
Op de vooravond van de verkiezingen in Leopoldstad wisselen de kiesleuzen elkaar af “in een schakering, die men bont zou kunnen noemen, indien hun betekenis niet zo ernstig was”. Siaens bedoelt hiermee een schakering van slagzinnen met een ernstige connotatie. Hoewel de partijen mekaar bekampen, doen ze een laatste poging om zich te verzoenen of ten minste mogelijke wanorde te vermijden.[394]
Slechts 34 % van de kiezers zijn ingeschreven en volgens Siaens is het weinig waarschijnlijk dat een massa telaatkomers zich nog zullen aanmelden. Hij besluit hieruit dat Abako vrijwel zeker is van haar bijval, vooral omdat in sommige districten van Beneden-Congo, zich geen kandidaten en geen kiezers aanboden.
Siaens doet vervolgens uit de doeken hoe de koloniale administratie de bekendmaking van de verkiezingen aan boord heeft gelegd. “De zeer kiese taak werd opgenomen door de eerste-burgemeester met een oproep in zeer gewikte bewoordingen.” Vrijdagochtend heeft hij deze oproep herhaald en enkele geruchten weerlegd, die in de Congolese gemeente de ronde deden.
Siaens twijfelt of de verkiezingen rustig zullen verlopen. Als het wel zo is dan zal het eerder een gevolg zijn van de oproep, die op bevelende toon verscheen in het blad Notre Congo. Het orgaan van de Abako maant zijn kiezers aan om zaterdag en zondag thuis te blijven, te bidden, de gedachtenis van hun voorouders op te roepen, niet te drinken, maar toch “niet al te diep in te slapen”.
De kalmte en rust tijdens de verkiezingen wordt verschillende keren herhaald. “Op de kalmte en de waardigheid, die de verkiezingsdag kenschetste kan niet voldoende worden gewezen.” Niemand, ook de journalist, had het durven hopen. Hij schetst kort een sfeerbeeld van die dag. Eveneens merkt hij op dat de verkiezingen niet snel verliepen, maar dit belette niet dat “de berekenaars van de kostprijs van de democratie” tevreden waren met de rust en ernst van de verkiezingen.[395]
Ondanks het feit dat de Abako de verwachte overwinning behaald heeft zonder aan de verkiezingen deel te nemen, relativeert de journalist de grote aanhang van deze partij. Hij zegt dat de 70% onthouders niet allemaal Abakisten kunnen zijn. Zo moet men van dit totaal een aantal kiezers aftrekken, die nooit stemmen.[396]
Volgens Siaens hebben de verkiezingen, die zondag werden gehouden, op duidelijke wijze de machtsverhoudingen aangetoond. Hoewel ze slechts een plaatselijke invloed hebben, zijn ze “de toetsteen van de politieke verzuchtingen van het volk”. De journalist hecht duidelijk belang aan deze verkiezingen.
11.2.2 Verkiezingen in het algemeen
De berichtgeving van de verkiezingen in de andere steden komt voornamelijk van persagentschappen. Alleen Het Laatste Nieuws geeft wat commentaar. Vooruit laat een correspondent, die in Katanga verbleef, aan het woord.
Vooruit
De correspondent[397] rapporteert dat de verkiezingen in Elisabethstad en omliggende gemeenten heel kalm verliepen, zowel in de blanke als in de zwarte gemeenten. Hij voorzag dit min of meer, omdat het de laatste week uiterst rustig bleef.
De verkiezingsstrijd werd hoofdzakelijk via de postbussen gevoerd. “In de cités werden vanzelfsprekend meetings gehouden: de zwarten zijn dikwijls geboren redenaars.” De correspondent erkent dat spreken en meetings eigen zijn aan de Afrikaanse cultuur. Zaterdag was er wat beweging. Enkele auto’s reden rond door de belangrijkste straten en maakten propaganda voor de Conakat.
De correspondent besluit dat de verkiezingen een overwinning geweest zijn voor de Conakat, “wat typerend is voor de geestesgesteldheid van de bevolking aldaar”. De uitslagen zijn voornamelijk een weergave van de wedijver onder de stammen. Bovendien is de Conakat numeriek de sterkste partij.
Het Laatste Nieuws
Siaens benadrukt nogmaals de kalmte en de ontspannen sfeer tijdens de verkiezingen. In alle steden bleef het rustig. De uitslagen bewijzen volgens hem dat alle provincies hun stemrecht wilden, want de opkomst was in bepaalde steden buitengewoon groot. Congo doet het in ieder geval niet slechter dan zijn buurlanden. Siaens besluit dat de Congolezen geen lessen moeten krijgen, zeker niet van Franse zijde zoals men in Brazzaville geneigd is. Dit impliceert dat Brazzaville zich wel eens zou durven moeien en de journalist verdedigt het Belgisch paternalisme.
Daarnaast bewezen de rustige verkiezingen de snelle bewustwording van de Congolese bevolking. Siaens weet niet of dit een democratische bewustwording is. Latere verkiezingen zullen dit moeten uitwijzen. De verkiezingen van zondag stonden in het teken van de grote macht van de gewoonterechtelijke hoofden en het stamverwantschap. “De zuiver politieke lijsten moesten onderdoen voor de groepen met een duidelijke etnische stempel.” In Leopoldstad en Beneden-Congo is dit het geval. De Bakongo, verenigd in Abako, bleef die dag thuis.
In Stanleystad is dit misschien niet zo. Siaens stelt dit niet uitdrukkelijk. De sociale onderscheid gaf daar de doorslag. “De massa die uit zwarten van zeer verscheiden herkomst bestaat, stemde in grote getale MNC omdat deze partij hen heeft opgezet tegen de “gegoede klasse” der klerken, (…).”[398]
11.3 Conclusie
De verkiezingen voor de gemeente- en gewestraden in 1959 stonden alvast meer in de schijnwerpers dan de gemeenteraadsverkiezingen in 1957 en 1958. Bij De Standaard en Het Laatste Nieuws is Leopoldstad de issue bij uitstek. Hun grootste bekommernis op de vooravond van de verkiezingen concentreert zich op de vraag of Leopoldstad zal gespaard worden van rellen.
De rellen, die ontstonden in het voorjaar van 1959 na een geannuleerde Abako-meeting, staan nog altijd diep in het collectieve geheugen gegrift. Opnieuw gooit deze partij roet in het eten door niet deel te nemen aan de verkiezingen. Toch is het beeld dat men over de Abako ophangt niet negatief, want ze neemt immers geen radicale houding aan.
Uiteindelijk verliepen de verkiezingen rustig, tot ieders grote verbazing. Siaens toont zich heel tevreden. Na alle woelingen die zich de laatste tijd voordeden, had hij dit niet meer durven hopen. De uitslagen beantwoorden aan de verwachtingen van de drie kranten. Ruys denkt dat de invloed van Abako zal toenemen als er een samenwerking komt met de overwinnende partijen. De partij kent immers een enorme steun. Siaens relativeert daarentegen de grote aanhang van Abako.
De mislukking van de verkiezingen in Leopoldstad is volgens Ruys geen drama. De verkiezingen hebben toch enkel een plaatselijke invloed. Siaens meent dat men, ongeacht de boycot, een duidelijk beeld kan vormen over de invloed van de verschillende partijen in Leopoldstad.[399]
De aandacht voor de andere steden is niet bijster groot. De Standaard wijdt haar commentaren volledig aan de verkiezingen in Leopoldstad. Vooruit publiceert slechts één commentaar, omdat ze over een correspondent in Katanga beschikt. Dit is meteen de enige commentaar, die expliciet over de verkiezingen gaat. De aandacht van Vooruit voor de verkiezingen is minder groot dan bij de andere twee kranten. Het Laatste Nieuws concentreert zich ook op de verkiezingen in Leopoldstad, maar verwijst daarnaast naar de andere steden. In tegenstelling tot De Standaard worden de verkiezingen globaler bekeken.
12. HET CONGRES IN KISANTU: 24 TOT 27 DECEMBER 1959
12.1 Historiek
Het congres in Kisantoe werd georganiseerd door het kartel-Abako-PSA-Parti du Peuple-MNC/Kalonji en vond plaats in de beroemde tuinen van Broeder Gillet. De leiders gaven de voorkeur aan deze plek omdat ze rustig zouden kunnen vergaderen. Alle federalistische partijen kregen een uitnodiging. Het aanvaarden van een federalistische structuur was de absolute voorwaarde om deel te nemen.
Het congres had een buitengewone betekenis voor twee redenen: Wat zou de houding zijn van de leiders van het kartel na de mislukking van de onderhandelingen in Brussel, gevolgd door de verklaring van de minister voor de Kamer op 15 december? Welk standpunt zou de Abako innemen, aangezien ze voor de maand januari 1960 de vorming van een onafhankelijke staat, “Republiek van Centraal-Congo”, voorzag?
Tenslotte verliep het congres in de grootste kalmte. Naast het kartel namen Abazi, “Parti de la Défense du Peuple Lulua”, “Fédération Générale du Congo”, “Alliance des Ressortissants de Dimbelenge” en enkele waarnemers van Conakat en Balubakat deel. De gematigde PNP werd echter niet uitgenodigd.[400]
Het kartel-congres eindigde met de goedkeuring van een aantal resoluties met betrekking tot de onafhankelijkheid, de inrichting van het land, de economische en sociale doeleinden, de veroordeling van het tribalisme en regionalisme, de onmiddellijke vrijlating van alle Kongolese politieke leiders of bannelingen, de eis voor het ontslag van de gouverneur van Kasaï, de veroordeling van het samentrekken van gewapende strijdkrachten rond de door Congolezen belegde politieke ontmoetingen en vergaderingen, de aandacht die België moet tonen, het ontwerp tot de oprichting van een Belgisch-Congolese investeringsmaatschappij die de “portefeuille” Congo zou overnemen.[401]
12.2 Analyse
Het federalistische congres in Kisantu was de belangrijkste bijeenkomst vòòr de rondetafelconferentie. Het kreeg buitengewone aandacht omdat de Belgische en buitenlandse pers in Leopoldstad verbleven voor de verkiezingen en de koninklijke aankomst, en zo meteen Kisantu erbij namen. In het onderzoek focussen we ons op de verwachtingen en de resultaten, namelijk de onderwerpen die het drukst besproken werden.
De Standaard
Ruys bericht dat het congres geopend werd in een vrij opgewonden stemming. Het succes van de boycot heeft volgens de journalist het vertrouwen van de Abako gesterkt en zijn houding verscherpt. Daarnaast hebben de verpletterende overwinning van Kalonji in Kasaï en van de opgesloten Lumumba in Stanleystad, het nationalisme veel kracht bijgezet. Dit betekent dat het nationalisme een duw in de rug krijgt door de overwinning van twee belangrijke kopstukken.
Donderdag houdt het congres zich bezig met huishoudelijke zaken en vrijdag beginnen de eigenlijke besprekingen. Ruys citeert: “Het congres zal niet alleen, zoals reeds gezegd, de vrijlating eisen van Lumumba, maar tevens een concreet politiek en tactisch programma uitwerken, waarvan echter nog niet geweten is of het onmiddellijk publiek zal worden gemaakt.” De congressisten zullen duidelijk hun politieke vooruitzichten en eisen op plan zetten. Ruys schrijft dat Kasavubu en Kalonji vastbesloten zijn om stoute taal te spreken.
Inhoudelijk zal het congres ondermeer de punten vastleggen die de nationalisten te Brussel besproken willen zien. Voor alles zal het principe van het federalisme worden beklemtoond. Tenslotte worden enkele technische kwesties aangesneden. Economische en financiële kwesties zal men terzijde laten. Dit is de procedure van de besprekingen zoals de Congolese leiders het zien. Ruys citeert: “Van deze congresdagen zal afhangen of aan de procedure nog wijzigingen worden gebracht.”[402]
In een artikel van 29 december titelt De Standaard: “Kisantoe-congres gesloten. Kasa-Voeboe triomfeert op extremisten. “Onmiddellijke onafhankelijkheid van federale Congostaat.” Op het einde van het congres, na de bekendmaking van de slotresoluties, blijkt de gematigde vleugel van het kartel de zege te hebben behaald: “Er is geen sprake meer van een onmiddellijke uitroeping van de republiek van Beneden-Congo”. Het congres heeft het knelpunt van 1 januari overwonnen. Kasa Vubu wou het Belgische gezag vanaf die datum immers niet meer erkennen. De huidige provinciegrenzen worden aanvaard als de grenzen van autonome staten en er is geen sprake meer van een groot Bakongorijk, dat ook delen van Frans en Portugees Congo zou omvatten.
Wat de rondetafelconferentie betreft, stelt het congres voor dat ze bijeenkomt op 5 januari. De plaats wordt niet nader bepaald. De Standaard[403] schrijft dat enkel de studie van machtsoverdracht aan de Congolese regering op de conferentie moet besproken worden. De regering zou gevormd worden na wetgevende verkiezingen en daarna zouden de Belgisch-Congolese betrekkingen geregeld worden. Het congres gaat wel akkoord met de extreme Abako-eis om geen voorlopige regering in te stellen.
Vooruit
Vooruit heeft tijdens de verkiezingen geen reporters in Congo. Daarom krijgt het congres in Kisantu niet dezelfde aandacht als in andere kranten, waarvan reporters in Leopoldstad verblijven. De berichtgeving beperkt zich tot de openingstoespraak van Kasavubu en de resoluties, die we bij de historiek reeds vermeldden.
Het Laatste Nieuws
Nu de verkiezingen een rustig verloop kennen, verwacht men “in een vlaag van optimisme” ook het beste van het congres. Abako nodigt alle federalistische partijen uit om de bijeenkomst bij te wonen. Volgens Siaens zal de PNP er niet bij zijn. De partij wordt er van beschuldigd verkocht te zijn aan de administratie en ze zou tegen de federalistische gedachte zijn. Naar de mening van de journalist is dit niet helemaal juist, “vermits voorzitter A. Bolya een paar dagen geleden zijn brein voor een dergelijke oplossing openliet”. Dit impliceert dat de PNP, die zich aanvankelijk tegen het federalisme kantte, op het laatste nippertje haar mening herzag. Siaens lijkt de gematigde en Belgisch gezinde partij te verdedigen.
Volgens Siaens hopen de blanken dat alle aangesproken partijen zullen aanwezig zijn. De reden is dat een grote deelneming de meest extremistische Abakisten kan temperen. Hierbij verwijst men in de eerste plaats naar Daniel Kanza. De extremisten wensen op 31 december de onafhankelijkheid van de Beneden-Congo uit te roepen en gewoonweg in de onwettelijkheid te treden. Dit betekent dat ze gewoonweg gaan afwijken van de plannen die België vooropstelt. De journalist citeert: “Men hoeft geen tekening te maken om te weten wat zulks betekenen zou.” Hij veronderstelt dat chaos het gevolg zou zijn.
Daarom wordt de indruk gewekt dat het congres in Kisantoe belegd wordt “om de Abako-leiders er toe aan te zetten binnen de wettelijkheid te blijven en de Kanzawachtwoorden voor de oprichting van een eigen republiek te vergeten”. Dit zal volgens de journalist gemakkelijk gaan of veel moeite kosten naar gelang het aantal deelnemende partijen. Daarom hopen de blanken op een grote deelname.
Verder wijst Siaens erop dat het congres rekening moet houden met het feit dat alle Congolezen hebben willen stemmen, met uitzondering van de bewoners van de Benedenstroom. Er wordt gehoopt dat de Abako zich niet schrap zal zetten tegen het opbouwend overleg met België. Siaens meent: “Indien Kasavubu wordt gevolgd dan verwacht men zich daaraan niet. De grote deelneming aan de verkiezingen is voor hem een troef in zijn nog jonge strijd tegen de uiterste groep in zijn partij.” Kasavubu stelt zich blijkbaar gematigder op dan vroeger.
Tenslotte eindigt hij zijn artikel met een moralistisch betoog: “Het volstaat inderdaad niet zich te beperken tot de onafhankelijkheid, die niemand betwist. De Congolezen moeten zich bewust worden van het ontzaglijke werk, dat hen te wachten staat. Iedere streek heeft haar eigen vraagstukken maar de Congolese leiders zullen verplicht zijn ze gezamenlijk op te lossen indien zij hun land geen 20 jaar achteruit willen laten lopen. Misschien en hopelijk wordt daar te Kisantu gedacht.”[404]
De moties van het congres bevestigen wat sinds de verkiezingen in Leopoldstad werd verwacht: “Kasavubu werd door de gematigden uit het slop geholpen”. De Abako-partij zit al een tijdje in een impasse en de relatie tussen Kanza en Kasavubu was niet zo denderend goed.[405] Wellicht koos Kasavubu om die redenen voor een meer gematigde aanpak. Niet zolang geleden beloofde de Abako de uitroeping van de Beneden-Congorepubliek op 1 januari. Daar hebben ze nu van afgezien. De journalist schrijft: “Om de extremistische vleugel van Daniel Kanza tegemoet te komen (…) werden de moties in een strenge vorm gegoten.” Dit houdt in dat de radicale eisen gecompenseerd worden door strikte moties.
Volgens Siaens is de inhoud ervan het bespreken waard. Toch had men de indruk dat ze veel inhielden van wat de kartelleiders in Brussel meekregen. De titel: “Abakokartel “spreekt af” voor ronde Tafel op 5 januari”, refereert naar de besprekingen, die Kasavubu en Kalonji in Brussel voerden. Daar zou voor het eerst gewag worden gemaakt van die datum. De rondetafelconferentie zou uitsluitend de voorwaarden onderzoeken voor de machtsoverdracht aan een Congolese regering, die na de verkiezingen onmiddellijk zou worden gevormd.[406]
12.3 Conclusie
Het congres was duidelijk een aangelegenheid die de journalisten meepikten, omdat ze in Leopoldstad verbleven. Vooruit zond niet speciaal een reporter naar het congres. Haar informatie komt enkel van persagentschappen. Dit zou waarschijnlijk ook het geval geweest zijn bij De Standaard en Het Laatste Nieuws, als M. Ruys en L. Siaens niet in het land waren voor andere evenementen. De verkiezingen en de reis van de koning kregen immers een enorme belangstelling in de Belgische pers, meer dan het congres in Kisantu.
De berichtgeving over het congres beperkt zich tot de bespreking van de verwachtingen en de gestemde moties. Bij het eerste behandelt Ruys de moties die eventueel kunnen gestemd worden. Siaens gaat dieper in op de beginsituatie. Hij bespreekt de aanwezige partijen, de plannen van de Abako, de toekomst die de Congolezen te wachten staat, de hoop van de blanken. Naar de verwachtingen van de zwarten werd niet gepeild. Hij leidt ze af uit het stemgedrag. Dit toont de superioriteit van de blanken.
De berichtgeving van de eindresultaten van het congres ligt bij beide journalisten in dezelfde lijn. Er wordt vermeld dat de gematigden de overwinning behaalden en dat de rondetafelconferentie bijeenkomt op 5 januari 1960. Het eerste werd door iedereen gehoopt. De Abako-extremisten staan op een slecht blaadje, want zij willen de onmiddellijke onafhankelijkheid, en dan wel van één bepaald gebied. Dit willen de koloniale autoriteiten en de pers, die hen en alle gematigden verdedigen, niet. Zij willen ten eerste een overhaaste onafhankelijkheid tegenhouden en ten tweede moet de kolonie één blijven.
13. DE WETGEVENDE EN PROVINCIALE VERKIEZINGEN: 11 TOT 25 MEI 1960
13.1 Historiek
De kiescampagne en verkiezingen verliepen deze keer niet zo vlekkeloos als anders. Twee zaken lagen aan de basis. Ten eerste moesten de kiesverrichtingen gebeuren in een razendsnel tempo, want de onafhankelijkheid stond voor de deur. Ten tweede was er een gebrek aan voorbereiding bij de bevolking. Zij lieten zich ompraten door volksmenners zonder scrupules en door propagandisten die allerlei mooie beloftes presenteerden. Op vele plaatsen werd een felle propaganda gevoerd, die gepaard ging met een geweldige druk op de kiezers. In sommige gebieden werd zelfs een klimaat van verschrikking verwekt.[407]
Voor de wetgevende verkiezingen waren er 137 zetels te verdelen en circuleerden er 245 lijsten. De MNC-Lumumba kwam met 34 zetels als de grote overwinnaar uit de bus. De MNC-leider kon rekenen op het vertrouwen van drie kleinere formaties: “Coalition Kasaienne” (Coaka), “Mouvement pour l’Unité Basonge” (MUB) en de “Union Nationale Congolaise” (UNC), die samen 7 zetels in de wacht sleepten. Met drie andere en grotere partijen stond Lumumba op goede voet: Cerea in Kivu, het kartel Balubakat in Katanga en de PSA in Leopoldstad. Deze formaties palmden 30 zetels in. Lumumba en co konden dus rekenen op 71 van de 137 zetels.[408]
Voor Lumumba waren de verkiezingen een grote en een morele zege. Dit was in grote mate te danken aan de persoon Lumumba zelf, die telkens de juiste woorden kon vinden om in te spelen op de anti-kolonialistische gevoelens van de bevolking. Daarnaast waren de Tetela-Kusu, de etnische groep waartoe Lumumba hoorde, sterk verspreid over heel Congo. Hun steun en financiële middelen hadden de partij geen windeieren gelegd.[409]
De PNP, de rivaliserende supra-etnische partij, scoorde niet zo goed. Ze verwierf slechts acht zetels. Samen met andere kleine formaties, die dicht bij de PNP aanleunden, kwam ze nog maar aan een totaal van 15 zetels.[410]
Het succes van de etnische en regionale partijen werd tijdens deze verkiezingen nogmaals bevestigd. Wel bleef hun overwinning beperkt tot hun eigen kiesdistrict: PSA (Leopoldstad, 13 zetels), Abako (Leopoldstad en Watervallen, 12 zetels), Cerea (Kivu, 10 zetels), MNC-Kalonji (Kasaï, 8 zetels), Conakat (Katanga, 8 zetels), het kartel Balubakat (Katanga, 7 zetels), enz.[411]
Voor de provinciale verkiezingen waren er 420 zetels en 882 lijsten. In drie provincies behaalden bepaalde partijen de overwinning, zoals de MNC-Lumumba (58 zetels) in de Oost-Provincie, de Cerea (30 zetels) in Kivu en de Conakat (25 zetels) in Katanga. In de andere drie werd er een harde strijd geleverd. In Leopoldstad haalde Abako 33 zetels en de PSA 35 zetels.[412]
13.2 Analyse
In dit onderdeel spitsen we ons volledig toe op de verkiezingen. We bestuderen hierbij de informatieve berichtgeving en de twee commentariërende artikels in Het Laatste Nieuws.
De Standaard
In een aantal artikels merkt De Standaard op dat de verkiezingen voor de wetgevende Kamer en de provincieraden in het algemeen rustig verlopen zijn. Zondagmorgen, 22 mei 1960, vonden in drie Congolese steden, Leopoldstad, Jadotstad en Elisabethstad verkiezingen plaats. In de eerste twee verliepen de verrichtingen kalm. Om 7 uur werden in Leopoldstad de kiesbureaus geopend. De verkiezingen wekten belangstelling bij de bevolking want vóór het openingsuur stond al een lange rij kiezers aan te schuiven. In Elisabethstad deden er zich daarenboven een aantal incidenten voor. Vb. In Ganie, in het gewest Boudewijnstad, werkten twee stembureaus niet omdat de voorzitters en de leden hadden moeten vluchten. Ook in Kamina, in de Oostprovincie en in Kivu, werden incidenten gemeld.
De krant schrijft: “Zoals verwacht, bevestigen leiders als Kasa-Voeboe en Loemoemba in hun respectievelijke streken hun overwicht op de tegenstanders. Men mag er zich aan verwachten dat de partijen thans onder elkaar besprekingen zullen voeren om eventueel te komen tot grote blokken. De machtsstrijd zal zich vermoedelijk tussen enkele grote kartels afspelen, die ook zullen beslissen over de samenstelling van de regering.”[413] Blijkbaar verwacht men de overwinning van Kasavubu en Lumumba in hun eigen kiesdistrict. Eveneens verwacht men dat de machtsstrijd tussen grote kartels de samenstelling van de regering zal bepalen. De Standaard schrijft dat ze in de eerste helft van juni nog meer klaar zal zien “in de nog steeds verwarde toestand”. Ze zou dan ook iets meer weten over de bedoelingen van de leiders die in de oppositie dreigen te geraken.
In Elisabethstad kan de eerste verkiezingsuitslagen niemand bevredigen en heerst er spanning. De uitslagen komen maar langzaam binnen en de bevolking is heel ongeduldig. In Leopoldstad viert de Abako haar overwinning, want zij heeft ongeveer 52% van de stemmen veroverd. De waarnemers voorspellen dat de Abako 32 of 33 zetels op de 90 zetels van de provinciale vergadering zal behalen. De PSA zal waarschijnlijk over een gelijk of een iets hoger aantal zetels beschikken. De Standaard schrijft: “Er zijn bijgevolg bondgenootschappen mogelijk tussen de Abako en de PSA en de Loeka, ofwel tussen de Loeka en de Abako. Al deze combinaties zullen in de provinciale vergadering een zekere meerderheid opleveren, maar de strekkingen in deze verschillende partijen lopen zeer uiteen en het zou gevaarlijk zijn zich aan een prognose te wagen.”[414] Dit impliceert dat er in deze situatie heel voorzichtig moet omgegaan worden met voorspellingen.
Wanneer de uitslagen van de verkiezingen meer en meer bekend geraken, wordt er voor de provincieraden een algemene mislukking vastgesteld van de individuele lijsten, met uitzondering van de Evenaarprovincie en Katanga. Van de twee grote centrumpartijen, MNC-Lumumba en PNP, heeft de eerste de meeste stemmen behaald. Vooral in de Oostprovincie staat de MNC-Lumumba sterk en waarschijnlijk zal ze een ruime meerderheid in de provincieraad behalen. De PNP schijnt haar succes bij de gemeenteverkiezingen in december niet te bevestigen. Dit succes moeten we relativeren aangezien de decemberverkiezingen door verschillende partijen geboycot werden. De verkiezingen in Katanga kenmerken zich door een evenwicht tussen de twee grote regionale partijen: Conakat en kartel Balubakat-Atcar-Fedeka. De plaatselijke waarnemers verwachten echter dat de Conakat op provinciaal vlak de meerderheid zal behalen.[415]
Vooruit
Vooruit bemerkt dat de verkiezingsoperaties in Congo betrekkelijk kalm begonnen op enkele uitzonderingen na. Het was dus niet overal even rustig. In de grote steden patrouilleerden de ordediensten in de nabijheid van de stemburelen. Leopoldstad was de laatste dagen het schouwtoneel van “een vrij felle propaganda” van de verschillende partijen. Abako spoorde de bevolking aan om op haar partij te stemmen, met als reden “de marionetten en de kolonialisten weg te jagen”. De Luka deelde een lang document uit met een tekst van de partijvoorzitter gericht tegen het communisme. Vooruit vermeldt dat Leopoldstad rustig bleef en dat de bevolking interesse toonde. In Elizabethstad speelde zich hetzelfde scenario af, maar toch vonden er daar enkele relletjes plaats.[416]
Vooruit meent dat men moeilijk conclusies kan trekken uit de eerste uitslagen. Er zijn immers tal van lijsten en nog meer programma’s en strekkingen. Volgens de krant kan men wel van partijen spreken, maar mensen, die de huidige politieke toestand van Congo van dichtbij proberen te volgen, kunnen bijna niet met zekerheid zeggen hoe en waar die partijen zich situeren. Ondanks het feit dat ze haast allemaal nationalistisch gekleurd zijn, hebben ze weinig gemeen. De vele tegenstrijdige geruchten, die de ronde doen, scheppen alleen nog meer verwarring. Vooruit meent dat men de Congolese partijen niet duidelijk kan definiëren. De meeste zijn nationalistisch, maar er zijn weinig overeenkomsten. Bovendien maken praatjes de zaken nog ingewikkelder dan ze al zijn.[417]
Net zoals in de Standaard geeft Vooruit informatie over de uitslagen. In Elisabethstad is niemand echt tevreden over de eerste verkiezingsuitslagen. De Abako, die 52% van de stemmen binnenhaalde, is verheugd over haar zege. In de Oostprovincie oordelen de waarnemers dat de partij van Lumumba ongetwijfeld de grote overwinnaar is. In Katanga is er een evenwicht tussen de Conakat en het kartel Balubakat-Atcar-Fedeka.
Het Laatste Nieuws
Jan Arpe titelt: “De Congolezen ter stembus. Tot nog toe betrekkelijk rustig”. Zijn artikel is geschreven vóór de verkiezingen in de grote centra Leopoldstad, Jadotstad en Elisabethstad. Hij stelt dat de eerste wetgevende en provinciale verkiezingen moeten eindigen begin volgende week, terwijl de verrichtingen, die daarmee gepaard gaan, tegen 9 juni moeten klaar zijn. Het was volgens hem te voorzien dat “deze voor de Congolezen historische gebeurtenis” aanleiding zou geven tot spanning en soms tot scherpe incidenten. Hij vindt het immers vreemd dat alle verrichtingen tot nu toe kalm verliepen.[418] Hij beaamt de superioriteit van de blanken en de onderontwikkeling van de Congolezen, die nu stapsgewijs worden ingewijd in het reilen en zeilen van de Westerse democratie.
Arpe wijst op de moeilijkheden, die de organisatie in zo’n uitgestrekt land kent. Hierbij verdedigt hij de koloniale administratie. (positieve zelfpresentatie) De journalist citeert: “Dit mag wel worden gezegd op een ogenblik dat van verschillende zijden de administratie in Kongo zo scherp wordt gehekeld en dan vooral door personen, die zich geen rekenschap geven van de reusachtige moeilijkheden waarmee het bestuur in Congo heeft te kampen.” Met “verschillende zijden” veronderstelt hij Congolese partijen als de MNC-Lumumba, MNC-Kalonji, PSA, Abako, Cerea, e.a., die zich radicaal opstellen. De personen, die kritiek spuwen, zijn hoogstwaarschijnlijk Lumumba en zijn sympathisanten. Lumumba krijgt veel steun van andere Congolese partijen van pan-Afrikaanse strekking zoals vb. PSA en Cerea. Deze leiders tonen volgens Arpe geen respect tegenover de administratie, die het beste met hen voorheeft. (“reversal”)
Beneden-Congo is en zal het wingewest blijven van de Abako, meerbepaald van de strekking-Kasavubu. Daarnaast bestaat de strekking-Kanza binnen de Abako. Beide groepen staan als kemphanen tegenover mekaar. Ook de PSA en Abazi proberen mekaar de loef af te steken.[419] Alles wordt in het werk gesteld om de tegenpartij of de oppositie uit te schakelen. Dit gebeurt echter niet alleen in Leopoldstad en in Beneden-Congo. Stanleystad spant de kroon wat terreur zaaien betreft. “De mannen van Lumumba doen zowel in het blanke stadsgedeelte als in de inlandse wijken een waar schrikbewind heersen.”
Vervolgens stelt Arpe de vraag: “Betekent dit nu, dat de verkiezingen in heel Kongo in een dergelijke atmosfeer (vervalsingen, tegenstanders boycotten, intimidatie, …) plaats hebben?” Het antwoord is nee. Ondanks de toenemende verzwakking van het centrale gezag, vonden de kiesverrichtingen in een betrekkelijke rust plaats. De verrichtingen in Leopoldstad, Elisabethstad en Jadotstad moeten nog gebeuren, maar de journalist wil bij de beoordeling van de toestand zich niet laten leiden door de huidige beroering in die grote centra. Hij meent dat in vele gebieden alles normaal zal verlopen.
Wat de verkiezingen zullen opleveren, blijft een open vraag. “Voorspellingen zijn des te gewaagder daar over ten hoogste acht dagen de toestand heel wat duidelijker zal geworden zijn.” De journalist wil geen voorbarige conclusies trekken; tijd geeft raad.
Na de verkiezingen in de grote centra besluit Het Laatste Nieuws dat alles relatief kalm verliep. Er was een grote belangstelling en opkomst. Een algemeen beeld kan nog niet gegeven worden, maar de krant voorspelt dat “de grote partijen, zoals de MNC in Kasaï en de Abako in Beneden-Congo, zegevierend uit de kiesstrijd zullen komen”.[420] Uiteindelijk zullen de Abako en de MNC-Lumumba elk in hun streek een grote meerderheid behalen en zal Kalonji minder goed scoren. Op 31 januari titelt Het Laatste Nieuws: ”Mislukking van individuele lijsten en nationale overwinning van Lumumba.”[421] Ook de individuele lijsten behoren dus tot de verliezers.
Op het einde van de verkiezingen (25 mei) merkt L. Siaens op dat “de eerste grote volksraadpleging in Congo” rustig verliep. Enkel het begin was moeilijk en “incidenten waren niet van de lucht”, waardoor ordemaatregelen moesten getroffen worden. Nu moet er over gewaakt worden, dat bij de bekendmaking van de uitslagen de politieke tegenstanders en stammen elkaar niet te lijf gaan, naargelang hun verwachtingen al dan niet werden ingelost. Dit impliceert dat de problemen nog niet van de baan zijn aan het einde van de verkiezingen.[422]
13.3 Conclusie
Uit het onderzoek kan besloten worden dat de kranten relatief tevreden zijn over de gang van zaken tijdens de wetgevende en provinciale verkiezingen. In het algemeen verliepen ze betrekkelijk rustig, op een paar uitzonderingen na. Dit positief beeld wordt door de respectieve kranten diverse keren herhaald. Dit komt ten goede aan de koloniale autoriteiten die alles in het werk stellen om de onafhankelijkheid in goede banen te leiden.
Uit de analyse kan afgeleid worden dat de PNP en de individuele lijsten de grote verliezers zijn. Kasavubu en Lumumba bevestigen daarentegen opnieuw hun overwicht. De kranten, vooral De Standaard en Vooruit, maken alleen niet goed het onderscheid tussen de verschillende posities die beide figuren innemen. Kasavubu is het kopstuk van een heel belangrijke regionale partij, die vooral in haar kiesdistrict bijval oogstte. Lumumba is de leider van de MNC, een nationale partij van Pan-Afrikaanse strekking die over het hele land populair is. De onverwachte[423] en verpletterende overwinning bij wetgevende verkiezingen laat dit overduidelijk blijken. Voor de provinciale verkiezingen was de MNC, als enige partij, in iedere provincie vertegenwoordigd.[424]
Wat de inhoud van de artikels betreft, zijn er zowel gelijkenissen als verschillen. De Standaard publiceert louter informatieve artikels. De berichtgeving van Vooruit loopt grotendeels gelijk, maar toch vonden we twee verschillen. Vooruit besteedt aandacht aan de propagandavoering voor de verkiezingen in Leopoldstad en ze geeft haar visie over de aard van de Congolese partijen. Het Laatste Nieuws is de enige krant die commentaren publiceert. Jan Arpe beschrijft de toestand op de vooravond van de verkiezingen in de grote centra. In dit editoriaal kwamen bepaalde aspecten van de “discourse analysis” tot hun recht. Een tweede commentaar komt van L. Siaens, die kort even terugblikt op de voorbije week.
14. DE REGERINGSVORMING: JUNI 1960
14.1 Historiek[425]
De geslaagde verkiezingen verscherpten Lumumba’s ambitie om een sleutelpositie te bekleden. Meteen eiste hij het recht om de nationale regering te vormen. Toen Ganshof van de Meersch op 2 juni 1960 in Leopoldstad aankwam, was Lumumba al bezig met kritiek te spuwen op de Belgische milieus. De MNC-voorman was geobsedeerd door de gedachte dat de Belgen hem van de macht wilden houden en een marionettenregering wilden instellen. Tijdens zijn eerste ontmoeting met de minister protesteerde Lumumba tegen diens aanwezigheid in Congo en tegen de aankomst van Belgische legertroepen in de Congolese basissen.
Ganshof van der Meersch stond voor een delicate taak. Hij wist dat de politiek verantwoordelijken in België, inclusief de koning, liever hadden dat Lumumba geen premier werd. België steunde bovendien de uitbouw van een “Cartel d’Union Nationale”, waarin de meeste anti-Lumumbisten[426], samenspanden. Sommige leden van de Abako waren in het kartel betrokken. Kasavubu hield zich echter op de achtergrond. Daartegenover was Lumumba een populaire figuur die veel steun genoot in binnen- en buitenland.
Op 13 juni verzocht de minister van Afrikaanse Zaken Lumumba om als informateur het terrein te verkennen. Dit betekende inlichtingen inwinnen over de mogelijkheden om een regering te vormen van nationale eendracht of die tenminste op een ruime concentratie zou kunnen steunen. Lumumba vulde die opdracht echter verkeerd in. Hij gaf zich uit voor formateur en begon zich meteen te concentreren op de samenstelling van de regering. Hij geraakte verstrikt in een web van onderhandelingen, afspraken en contacten, met als gevolg dat zijn informatieopdracht compleet mislukte. Zelfs de twee verlengingen, die Ganshof van der Meersch toestond, mochten niet baten.
Lumumba was erg teneergeslagen door die mislukking. Hij schoof alle schuld in Belgische schoenen en zag overal complotten van de koning en de Belgische regering tegen hem. Op 17 juni werd Kasavubu tot formateur benoemd. De Abako-leider liet er geen gras over groeien en had tegen 19 juni een regeringsvoorstel klaar. De meeste politici krabbelden echter terug wanneer Kasavubu publiek aankondigde dat hij een regering zou vormen zonder de MNC-Lumumba. Opeens voelden de verantwoordelijken van de PSA, Cerea en Balubakat zich niet meer gebonden door deze verklaring.
De minister, die verslag wou uitbrengen aan de koning, annuleerde zijn reis naar België. Op 20 juni riep hij Lumumba en Kasavubu samen voor een gesprek. Er werd voorgesteld dat Lumumba premier zou worden en Kasavubu staatshoofd. Lumumba wou echter niet zetelen in een regering die samengesteld was door Kasavubu en bedankte voor de eer.
De verwarde situatie klaarde de volgende dag op met de verkiezing van de voorzitters, vice-voorzitters en secretarissen voor de Kamer. Voor het voorzitterschap behaalde Kasongo, de kandidaat van Lumumba, de overwinning met 74 stemmen op 137 tegen 58 stemmen voor Bolikango, de kandidaat van Kasavubu en het “Cartel d’Union”. Om alle onheil te vermijden, spoorde Ganshof van der Meersch Kasavubu aan om zijn formatieopdracht op te geven en alles op alles te zetten op het presidentschap. Kasavubu volgde die raad op en Lumumba werd formateur.
Op donderdag 23 juni kon hij uitpakken met een lijst van de leden van de eerste Congolese regering. Nog dezelfde dag ondertekende de Koning het benoemingsbesluit. De Congolese regering telde 23 ministers, 9 staatssecretarissen en 4 ministers van state.[427] Het grootste deel van de posten (8 ministeries, 3 staatssecretariaten, 1 functie van minister van state) werd gereserveerd voor MNC-leden. Enkele kleinere partijen, die vriendschappelijke banden onderhielden met Lumumba, kregen eveneens topposities. Hieruit volgt dat de sterke posities naar de radicalen gingen: Anicet Kashamura (Cerea), Antoine Gizenga (PSA), enz. De benoeming van Justin Bomboko voor Buitenlandse Zaken was een toegeving aan de Belgen.
In de Kamer van volksvertegenwoordigers (24 juni) behaalde Lumumba’s regeringsploeg een nipte meerderheid. Enkele uren later keurde de Senaat de regeringslijst goed met een grote meerderheid. Nog in de voormiddag legden alle ministers voor beide kamers de eed af.
Nu restte nog de aanduiding van het staatshoofd, waarbij Bolikango en Kasavubu zich kandidaat stelden. Lumumba zou niet ongeschonden uit dit avontuur komen. De premier had zich schriftelijk verbonden om de kandidatuur van Bolikango te steunen, maar hij zou die verbintenis niet nakomen. Tijdens zijn jongste onderhandelingen met de Abako zag hij zich genoodzaakt om zijn standpunt te wijzigen. Op het laatste ogenblik voerde Lumumba een heel krachtige campagne ten voordele van Kasavubu, met als gevolg dat de laatste verkozen werd met een verpletterende meerderheid van 159 stemmen tegen 43 en 11 ongeldige stemmen. Op 27 juni legde Kasavubu de eed af als staatshoofd.
Voor Bolikango was deze nederlaag de grootste mislukking in zijn hele carrière.[428] Hij zou Lumumba deze huichelarij nooit vergeven. Hij stond echter niet alleen. Ook andere politici waren de kersverse regering vijandig gezind. Kalonji en Tshombe kregen geen plaatsen toegewezen. Beide mannen zetten hun gedachten op de secessie van hun provincie, die na onafhankelijkheid effectief werd uitgevoerd.[429]
14.2 Analyse
Deze gebeurtenis wordt opgesplitst in verschillende onderdelen, waardoor de analyse behoorlijk wat langer uitvalt dan de vorige. We opteren voor deze aanpak, omdat we menen dat de verschillende onderdelen niet los van mekaar kunnen gezien worden. We behandelen achtereenvolgens: de informatieopdracht van Lumumba; de formatieopdracht van Kasavubu; de formatieopdracht van Lumumba en de goedkeuring van zijn regering; de verkiezing van het staatshoofd.
14.2.1 Lumumba wordt aangesteld tot informateur: 13 tot 17 juni 1960
De Standaard
Op 15 juni titelt Ruys: “Naar een nieuwe Congolese structuur?”[430] Nu de onafhankelijkheid voor de deur staat, is de tijd aangebroken dat de Congolezen hun regering samenstellen. Ruys schrijft dat de aanduiding van Lumumba tot informateur niemand verrast in Congo. Minister Ganshof van de Meersch heeft volgens de journalist geen andere keuze, daar “de gematigde leiders Bolikango en Ileo” er niet in slagen “een anti-Loemoemba-front” te vormen. Lumumba, die zichzelf als formateur beschouwt, kan rekenen op een meerderheid waarvan de PSA, de Cerea en de Baloebakat de basis uitmaken. Hij streeft naar een regering van nationale unie, waarin ook de Abako en de Conakat betrokken zijn. Wel staat hij een soepel programma voor, wat volgens Ruys betekent dat hij het federalisme aanvaardt.
Politieke waarnemers verwachten dat Lumumba eerder klaar zal zijn met zijn kabinet dan de vooropgestelde datum. Daarnaast menen ze dat deze nationale regering zeer voorlopig is. Ruys citeert: “De overdracht van de soevereiniteit zal erdoor vergemakkelijkt worden en gebeuren in een klimaat van officiële euforie, maar na 30 juni staan de regering grote moeilijkheden te wachten.” Dit impliceert dat de toekomst er niet zo rooskleurig uitziet als de Congolezen denken. Ten eerste vindt Ruys de federale formule voorbijgestreefd, want overal stelt men de instorting van de provinciale structuren vast. Het secessiegevaar, vb. in Katanga, is acuut. Verder mag er een bevoegdheidsgeschil verwacht worden tussen Lumumba en Kasavubu, indien de laatste geen vrede neemt met zijn rol van onveranderlijk staatshoofd.
Ruys merkt op: “Men meent evenwel dat de gezagscrisis eerst na 30 juni zal uitbreken. Ieder schijnt bereid tot zolang een Godsvrede te eerbiedigen.” Dit impliceert dat de vrede zal bewaard blijven, zolang de Belgen de touwtjes in handen hebben. De problemen zullen pas opduiken wanneer de Congolezen het gezag overnemen. Maar dan zullen de Belgen hun handen niet meer in het vuur steken.
Lumumba slaagt er echter niet in om een regering van nationale unie te vormen tegen 16 juni. Ruys geeft een overzicht van de voorbije dagen. Aanvankelijk toonde Lumumba zich overmoedig. Maar het kartel van de anti-Lumumbapartijen weigerde met hem te onderhandelen, waardoor men op woensdagavond in het slop zat. Zelfs de numerieke meerderheid van Lumumba bleek broos, aangezien de Baloebakat, de PSA en de Cerea onderling verdeeld leken en ook contacten onderhielden met het “Cartel d’Union Nationale”.
Ruys’ reactie is: “Het virtuele falen van Loemoemba heeft diens prestige niet versterkt. Men vreest dat hij als regeringsleider onvoldoende gezag zal hebben bij de andere ministers en na 30 juni zal er geen Ganshof meer zijn om hem te helpen.”[431] Men vreest dat Lumumba de klus niet alleen zal kunnen klaren na 30 juni. De moeilijkheden vinden voornamelijk hun oorzaak in het feit dat zowel Lumumba als Kasavubu “de hoogste en effectieve gezagsfunctie opeisen”. Hierbij verwijst Ruys naar de Afrikaanse tradities, waarbij de man, die het eerst aan het bewind komt, er ook lang aan blijft. Dit verklaart waarschijnlijk het machtstreven van beide figuren.
Lumumba krijgt uitstel en moet op vrijdag om 17 uur zijn bevindingen melden aan Ganshof van der Meersch. Hij heeft zijn raadplegingen in de loop van vrijdag verder gezet, maar de minister merkt op “dat zijn contacten niet hadden geleid tot het vormen van een regering, die op een ruime meerderheid kon bogen”. Volgens De Standaard leidt het geen twijfel dat de mislukking van Lumumba te wijten is aan de halsstarrige houding van het “Cartel d’Union Nationale”.[432]
Vooruit
Vooruit vermeldt dat Lumumba belast is met een informatieopdracht omtrent de mogelijkheid tot het vormen van een regering. Lumumba heeft dit aanvaard en zal donderdag in de loop van de ochtend verslag uitbrengen bij de minister. Op vrijdag 17 juni, ontvangt Ganshof van der Meersch Lumumba, wiens informatieopdracht hij de dag ervoor had verlengd. De minister heeft besloten dat de informateur, in de hem opgedragen taak, niet is geslaagd omdat de raadplegingen van Lumumba niet hebben geleid tot een regeringsploeg, die over een ruime meerderheid van nationale eendracht beschikt.
Het Laatste Nieuws
L. Siaens titelt: “Vierentwintig uren vroeger dan verwacht. Lumumba belast met informatie-opdracht in Congo. Cijferaars verrast”.[433] Blijkbaar kwam dit nieuws als een complete verrassing voor de cijferaars. Zij hadden immers gerekend dat er wel een meerderheid van 90 zetels kon verkregen worden tegen Lumumba. Volgens Siaens beantwoordde het wel aan de verwachtingen van wie de ontwikkeling van de Congolese politiek op een nuchtere wijze heeft gevolgd.
Ook Siaens vindt het federalisme voorbijgestreefd. “Velen hebben zich blind gestaard op het Beneden-Congo-vraagstuk, dat wel zeer scherp wordt gesteld, maar toch voorbijgestreefd is door de belangrijke gebeurtenissen op nationaal vlak.” Wel is hij ervan overtuigd dat het Congolese parlement nog zal af te rekenen hebben met de eisen van de federalisten, die in de Kongolese staat een groter zelfbestuur willen hebben dan de huidige fundamentele wet voorziet. Maar dit is echter een zaak voor de nieuwe staat. Hij veronderstelt dat België er dan niets meer mee te maken heeft.
De volgende dag staat er in de inleiding groot en vet gedrukt: “WOENSDAG BEN IK KLAAR”.[434] De Lay-out impliceert het enthousiasme dat Lumumba toont. Siaens schrijft: “PATRICE LUMUMBA, die te Leopoldstad door niemand als een eenvoudige informateur en door iedereen als de kabinetsvormer wordt beschouwd, laat er geen gras over groeien.” Er wordt verondersteld dat iedereen Lumumba’s taak serieus opneemt. Dinsdag kreeg hij een meerderheid van zowat 74 zetels bij elkaar en zijn bekommernis was zoveel mogelijk andere partijen voor hem te winnen.