BelgiŽ in de V.N. Veiligheidsraad

(1947-1948)

 

Niel Staes

Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte,
voor het behalen van de graad van
Licentiaat in de Geschiedenis.

Academiejaar: 2003-2004

Katholieke Universiteit Leuven

Promotor: Prof. Dr. E. Gerard

 

home lijst scripties inhoud volgende  

 

Voorwoord

 

Inleidend Hoofdstuk

    Onderzoeksonderwerp

    Onderzoeksmethode en Bronnen

 

Hoofdstuk 1: De Werking van de V.N. Veiligheidsraad

    1. 1. Inleiding

    1. 2. Het Vijfde Hoofdstuk van het V.N. Charter: ďThe Security CouncilĒ

        1. 2. 1. Artikel 23 van het V.N. Charter

        1. 2. 2. Artikels 24 & 25 van het V.N. Charter

            1. 2. 2. 1. Chapter VI ďPacific Settlements of DisputesĒ

            1. 2. 2. 2. Chapter VII ďAction with Respect to Threats to the Peace, Breaches of the Peace and Acts of

                                 AggressionĒ

            1. 2. 2. 3. Chapter VIII ďRegional ArrangementsĒ

            1. 2. 2. 4. Chapter XII ďInternational Trusteeship SystemĒ

        1. 2. 3. Artikel 26 van het V.N. Charter

        1. 2. 4. Artikel 27 van het V.N. Charter

            1. 2. 4. 1. Wanneer is er sprake van een veto?

            1. 2. 4. 2. Wat is abstention juist?

            1. 2. 4. 3. Verschil tussen een situatie en een conflict

            1. 2. 4. 4. Procedure versus Substantie

        1. 2. 5. Artikels 28 tot 32 van het V.N. Charter

    1. 3. Provisional Rules of Procedure of the Security Council

        1. 3. 1. Ontstaan van de Provisional Rules of Procedure.

        1. 3. 2. Vergaderingen

        1. 3. 3. Agenda

        1. 3. 4. Voorzitterschap

        1. 3. 5. Secretariaat

        1. 3. 6. ďConduct of BusinessĒ of Verloop van Zaken

        1. 3. 7. Stemprocedure

        1. 3. 8. Toelating van nieuwe leden

 

Hoofdstuk 2: Wie is Wie?

    2. 1. De Permanente Leden

        2. 1. 1. China

        2. 1. 2. Frankrijk

        2. 1. 3. Sovjet-Unie

        2. 1. 4. Verenigd Koninkrijk

        2. 1. 5. Verenigde Staten

    2. 2. BelgiŽ

        2. 2. 1. Paul-Henri Spaak

        2. 2. 2. Fernand van Langenhove

        2. 2. 3. Joseph Nisot

        2. 2. 4. Overige medewerkers

 

Hoofdstuk 3: De Veiligheidsraad in Actie, Tien Case Studies

    3. 1. Trieste

    3. 2. Commission for Conventional Armaments

    3. 3. Atomic Energy Commission

    3. 4. Korfoe Kanaal Dispuut

    3. 5. De Griekse Kwestie

    3. 6. De Egyptische Kwestie

    3. 7. De Indonesische Kwestie

    3. 8. Tsjecho-Slowakije

    3. 9. Kasjmir

    3. 10. Palestina

        3. 10. 1. Annex Palestina: V.N. lidmaatschap van IsraŽl

 

Hoofdstuk 4: Conclusies

    4. 1 BelgiŽ en de Verenigde Naties

    4. 2. Belgische positie binnen de Veiligheidsraad

    4. 3. De relatie Brussel-New York

    4. 4. Algemene balans van het Belgische lidmaatschap

 

Bibliografie

 

Bijlagen

 

 

Korte Samenvatting

 

Deze verhandeling onderzoekt de rol van BelgiŽ binnen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Ons land viel deze eer reeds viermaal te beurt, namelijk in 1947-1948, in 1955-1956, in 1971-1972 en in 1991-1992. Het zijn die eerste twee jaren die hier nauwer onder loep genomen worden. 1947-1948 waren woelige jaren voor de wereld. Met de Tweede Wereldoorlog juist achter de rug en de Koude Oorlog voor de boeg moest BelgiŽ haar weer positioneren binnen de internationale politiek. Voor de Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zake, Paul-Henri Spaak, was dit geen eenvoudige opdracht. De Koningskwestie, de eerste Europese stappen, het opkomende Communisme en dekolonisatie eisten allen een plaatsje op in zijn drukke agenda. De benoeming van BelgiŽ tot niet-permanent lid binnen de Veiligheidsraad vormden de perfecte gelegenheid voor ons land om zich te profileren op wereldvlak.

 

In eerste instantie wordt de werking van de Veiligheidsraad bekeken. Twee documenten liggen hiervoor aan de basis. Enerzijds is er het V.N. Charter dat in 1945 in San Francisco werd goedgekeurd door 50 landen, waaronder BelgiŽ. Anderzijds zijn er de Provisional Rules of Procedure of the Security Council. Deze regels werden opgemaakt door subcommissies van de Veiligheidsraad zelf en regelde de praktische kanten van de Raad. In beide instanties worden de regels, waar nodig, toegelicht door middel van voorbeelden en verwijzingen naar wetenschappelijke publicaties. Een goed begrip van beide documenten is cruciaal in het bespreken van de handelingen van de Veiligheidsraad.

 

In een tweede hoofdstuk bespreken we de hoofdrolspelers binnen deze verhandeling. Aan de hand van een aantal korte biografische sketches ontmoeten we de vertegenwoordigers van de vijf Permanente leden van de Veiligheidsraad (P5). Verder introduceren we uiteraard ook de Belgische delegatie. De belangrijkste personen in de discussies waren Paul-Henri Spaak, de Belgische permanente vertegenwoordiger Fernand van Langenhove en zijn rechterhand Joseph Nisot. Naast dit triumviraat speelden uiteraard ook andere diplomaten een belangrijke rol. We kunnen deze tweede groep indelen in drie categorieŽn. Er waren namelijk ambassadeurs en consuls die vitaal waren in het verschaffen van cruciale informatie waarop de beslissingen van de diplomatieke top zich baseerde. De tweede categorie bevat de raadgevers van de Eerste Minister. Dit waren kabinetschef Walter Loridan en diens medewerker Georges Kaeckenbeeck. Een laatste groep omvat de Belgische afgevaardigden in de verschillende commissies waarvan BelgiŽ deel uit maakte gedurende de besproken periode.

 

Met een uitgebreide kennis van de gang van zaken binnen de Veiligheidsraad en haar voornaamste spelers, kunnen we overgaan tot de bespreking van de gebeurtenissen die aan bod kwamen in de jaren 1947 en 1948. Dit doen we aan de hand van tien verschillende discussies, die plaatsvonden aan het halfrond van de Verenigde Naties. Alle belangrijke themaís komen hierin aan bod. De zaken IndonesiŽ, Egypte, Kasjmir en Palestina vertegenwoordigen de opkomende trend van dekolonisatie. Trieste en het dispuut over het Korfoe Kanaal zijn erfenissen uit de Tweede Wereldoorlog, terwijl de problemen in Tsjecho-Slowakije en Griekenland kaderen binnen de problemen van de prille Koude Oorlog. Ook de discussies aangaande de wapenproblematiek, zowel nucleaire als conventionele, moeten we hier situeren. Uiteraard zijn alle zaken complexer dan deze simpele indeling suggereert. De verschillende cases worden dan ook chronologisch behandeld in plaats van thematisch. We maken dus kennis met de discussies in dezelfde volgorde als de Belgische delegatie dat deed in 1947-1948.

 

Doorheen de bespreking wordt er steeds gewezen op het Belgische aspect binnen een bepaalde discussie. Dit wordt voornamelijk gedaan aan de hand van originele bronnen die zich in het Archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Brussel bevinden. Hier zijn zowel de authentieke correspondentie tussen New York en Brussel, als de officiŽle verslagen van de V.N. vergaderingen, bewaard. Verder worden ook tal van wetenschappelijke publicaties geraadpleegd en vermeld.

 

In een afsluitend hoofdstuk worden een aantal algemene lijnen aangestipt binnen het onderzoek. Er wordt ook een balans opgemaakt over het succes van de Belgische delegatie en bekijken we de relatie Brussel-New York. Hoewel het Belgische eindrapport is niet altijd even positief is, mocht men toch terugblikken op een geslaagd lidmaatschap.

 

home lijst scripties inhoud volgende