| Stripverhalen in de Belgische dagbladpers (1945 - 1950). Inventaris en politiek-maatschappelijke analyse. (Sébastien Baudart) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Deel 4: Stripverhalen in de Belgische dagbladpers 1945-1950, Het onderzoek.
III. Algemene beschouwingen
1. De publicatie van de strips
1.1. Plaats en omvang van de strips in de krant
De kranten plaatsen hun strips op zeer uiteenlopende plaatsen. Soms op een vaste plaats, soms wisselend. Algemeen kan men zeggen dat de stripstroken meestal onderaan of bijna onderaan een pagina geplaatst worden. Een plaatsing bovenaan de pagina is mogelijk, maar zeer zeldzaam.
Sommige kranten plaatsen de strips steeds op dezelfde plaats, zodat de lezer ze bijna blindelings kan terugvinden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Volksgazet, Le Peuple, De Roode Vaan, Vooruit, La Dernière Heure en Gazet van Antwerpen, waar minstens één reeks steevast onderaan op pagina twee staat. Onder andere De Nieuwe Standaard, De Standaard en La Lanterne hebben dan weer een zwak voor de laatste pagina. Op twee uitzonderingen na staan strips wel nooit op de voorpagina.
Soms worden de strips naast of onder elkaar gezet (een groepering die sterk aanwezig is bij La Lanterne), soms over de volledige krant verspreid (bijvoorbeeld bij Het Volk). Kranten als Het Laatste Nieuws, La Libre Belgique en Le Soir hebben de neiging de strips pas in de tweede helft van de krant aan bod te laten komen. Zo krijgt Eric de Noorman in Het Laatste Nieuws bijna altijd een plaatsje tussen de advertenties van de laatste pagina's.
En zo zijn we bij het soort pagina beland waar strips aan bod komen. Het is zeer moeilijk hieruit een algemene lijn te trekken. Algemeen gezien komen strips voor tussen allerlei soorten krantenberichten: binnenlands nieuws, buitenlands nieuws, economie, gerecht, sport, economie, advertenties, reclame, cultuur, themapagina's, …
Wat de omvang van de gepubliceerde strips betreft: meestal hebben de strips in alle kranten ongeveer hetzelfde formaat. Ballonstrips verschijnen gemiddeld op 6-7 cm hoogte en 20 cm breedte. Ondertekststrips zijn doorgans hoger (de tekst staat onder de tekeningen) en smaller (er worden dagelijks minder tekeningen gepubliceerd). Tegenover de oppervlakte van een volledige krantenpagina nemen de ze tussen 5 en 33 % in.
1.2. Vertaling, lettering en remontages
Waar gebeurde de vertaling en lettering van buitenlandse strips? Deze kwestie is niet zo duidelijk. Toenmalig Het Volk-medewerker en tekenaar Rik Clément verklaart dat de vertaling en lettering door de krant zelf moest verzorgd worden, terwijl Pierre Stéphany (in 1950 verbonden aan La Meuse) verklaart dat de vertaling door de agentschappen geleverd werd.[1770]
Ze zouden best alle twee gelijk kunnen hebben, en wel op de volgende manier. In verschillende Amerikaanse strips die in de Vlaamse pers gepubliceerd werden, ziet men in het decor teksten in het Frans[1771]. In een vorig deel werd al uitgelegd dat deze reeksen ons land bereikten via het Franse agentschap Opera Mundi. Het is dus goed mogelijk dat deze strips in Frankrijk van Franse teksten in ballonnen en decor voorzien werden, en dan naar de Belgische afdeling doorgestuurd werden. Voor de Franstalige kranten was de zaak dan in orde, voor de Nederlandstalige was een nieuwe vertaling nodig. Maar dit is natuurlijk maar een hypothese.
Het feit dat de Nederlandstalige vertaling op de krant gebeurde, wordt wel bevestigd door de nogal "Vlaamse" vertaling. Zo zijn er bijvoorbeeld in "Mickey Mouse" geregeld "ge"-vormen en dialectwoorden ("noenkel Mickey") te zien, wordt er in franken geteld en is er sprake van "Vlaams praten", "Belgisch geld" en "Johan Daisne".[1772] En de hypothese dat de Franse vertaling in Frankrijk gebeurde, kan men bevestigd zien door het gebruik van woorden als "soixante dix mille"[1773] en "soixante-quinze"[1774].
Vertalingen zijn ook niet altijd even consequent. De ene dag wordt het schip van Kappie in Le Soir aangeduid als "Kraak", de volgende dag als "Craque"[1775], om nog maar te zwijgen over de (schrijfwijze van) namen van personages die wel eens durven wisselen. Ook wordt de vertaling van tekstballonnen soms "vergeten", en wordt de lezer ineens geconfronteerd met een stukje Engelse tekst. Nederlandse reeksen worden dan weer soms wat "Vervlaamst" : zo worden "guldens" bijvoorbeeld vervangen door "franken".
En tot slot nog even opmerken dat sommige gepubliceerde stroken remontagesporen vertonen. Stukken van de tekeningen werden weggelaten om de strook wat smaller te maken, en zo beter in de lay-out van de krant te passen. Op die manier komen ook tekeningen in een verkeerde volgorde voor. Waarschijnlijk gebeurde dit op de krant.
1.3. Stoppen van reeksen
Sommige verhalen kennen een zeer bruusk einde, de publicatie wordt stopgezet voor het verhaal helemaal afgerond is. Verschillende verklaringen zijn hiervoor mogelijk. Een eerste mogelijkheid is dat de reeks gestopt wordt om plaats te maken voor een andere reeks[1776], een tweede mogelijkheid is dat de krant een afgelopen contract om één of andere reden[1777] niet wilt verlengen.
1.4. Exclusiviteit
Zoals we al gezien hebben in de bespreking van de aankondigingen, speelt exclusiviteit bij bepaalde kranten en op sommige momenten een grote rol. Het is dan ook zeer uitzonderlijk dat eenzelfde verhaal in verschillende kranten van dezelfde taalgroep gepubliceerd wordt. Uitzonderling zijn natuurlijk de kranten die tot dezelfde groep behoren, zoals De Nieuwe Gids-'t Vrije Volksblad en De Standaard-Het Nieuwsblad.
Het doorbreken van de exclusiviteit gebeurt natuurlijk wel: zo publiceren Gazet van Antwerpen en Het Nieuws van den Dag vanaf augustus 1948 twee maanden lang hetzelfde verhaal, het Nederlandse Dick Bos. Merkwaardig, omdat er geen band tussen de twee kranten bestaat. Maar er is misschien een uitleg voor: de publicatie van het verhaal gaat gepaard met een advertentiecampagne voor de albums van Dick Bos. Waarschijnlijk wilde de uitgever van die boekjes (Ten Hagen) de reeks bekend maken bij een groot publiek, en werd het daarom aan twee kranten aangeboden …
Een ander geval van "dubbele plaatsing" doet zich voor met de Amerikaanse reeks Rip Kirby in La Wallonie en La Lanterne. In La Lanterne loopt de reeks al vanaf begin 1947, La Wallonie begint pas in juni 1949, en publiceert dezelfde stroken als La Lanterne, zij het met twee maanden vertraging.
Reeksen die samen in een Vlaamse en een Franstalige krant lopen, komen natuurlijk wel veelvuldig voor. In dat geval zijn de Nederlandse reeksen Tom Poes, Panda, Kappie, Eric de Noorman, de Franse gagstroken Subito en Nimbus, en de Amerikaanse Disney-verstrippingen, Steve Canyon, Donald, Mickey Mouse, … En natuurlijk komt het ook voor dat reeksen, na stopzetting in een bepaalde krant, in een ander blad opduiken (Annie l'orpheline, Popeye, Rip Kirby, …).
Merkwaardig is wel het feit dat er soms overeenkomsten tussen verschillende kranten bestaan. Zo vertoont de strippolitiek van Het Laatste Nieuws veel gelijkenissen[1778] met die van Le Soir. Niet toevallig hebben deze kranten de grootste oplages van hun taalgroep. Het is dan ook niet ondenkbaar dat zowel Opera Mundi als de Toonderstudio's hun succesreeksen wilden aanbieden aan kranten met zeer grote oplages. Hun andere reeksen verdeelden ze dan onder de andere kranten.
1.5. Aantal stroken per aflevering
Het aantal stroken van een reeks dat per dag gepubliceerd wordt, is in het grootste deel van de gevallen beperkt tot één. Uitzonderingen hierop zijn een hele hoop Vlaamse strips (zie het deeltje over "Vandersteen en opvolgers" even verder) en enkele andere verhalen[1779], waarvan dagelijks twee stroken gepubliceerd worden. Ook drie stroken per dag zijn mogelijk: twee Disney-verstrippingen in Le Soir en de reeks Le Petit Roi worden op die manier gepubliceerd.
Voor wekelijkse reeksen kan het aantal stroken gemakkelijk oplopen tot vier.
1.6. Oorspronkelijke publicatie van de verhalen
De verhalen die terug te vinden zijn in de Belgische dagbladpers in de periode 1945-1950 zijn niet altijd even recent. Originele reeksen (Suske en Wiske, Van Zwam, M. Cro, Proleetje en Fantast, …) werden natuurlijk niet lang voor publicatie geschreven en uitgetekend, maar verhalen die al elders gepubliceerd werden, konden heel wat ouder zijn en zelfs uit de jaren 1930 stammen. In dat geval zijn onder andere de eerste Mickey Mouse-verhalen in de Volksgazet, Tom de Negerjongen in De Nieuwe Gazet, Annie in verschillende Franstalige kranten, Sambo de Olifant in Het Nieuws van den Dag en De Scepter van Ottokar in De Nieuwe Gids. Verhalen uit het begin van de jaren 1940 zijn terug te vinden in La Dernière Heure (Le secret du Mastaba), Het Laatste Nieuws (De gestolen schepter) en Het Nieuws van den Dag (Myra).
Buitenlandse reeksen konden zowel zeer recent als meer dan tien jaar oud zijn. Voorbeelden van snelle publicatie zijn Roy Rogers in Le Soir (2 maanden achterstand op de publicatie in de VS) en Steve Canyon in Het Laatste Nieuws en Le Soir (3 maanden achterstand op de VS). De achterstand voor de Nederlandse Toonder-strips schommelt tussen 2 en 13 maanden.
Het moment van de oorspronkelijke publicatie is echter niet altijd even gemakkelijk te achterhalen. Voor Amerikaanse reeksen kan het echter soms op basis van de stroken zoals ze in de Belgische krant verschijnen. Amerikaanse stroken worden namelijk niet genummerd per verhaal[1780], maar per datum: bijvoorbeeld "11-27". Als de datum van het oorspronkelijke copyright, bijvoorbeeld "Cop. 1946 King Features Syndicate", nog te zien[1781] is, dan kan men de exacte publicatiedatum in de VS achterhalen, in dit geval 27 november 1946.
1.7. Fouten bij de publicatie
Niemand is onfeilbaar, het personeel van een krant dus ook niet. En dus gebeurde het wel eens dat er een fout gemaakt werd bij het plaatsen van een stripstrook. Een verkeerde aflevering, de juiste tekening met de verkeerde tekst, de juiste tekst met de verkeerde tekening, een tekening zonder tekst, een omgekeerd afgebeelde strook, een verkeerde titel, het twee keer publiceren van dezelfde aflevering.
Meestal gaat de krant wel over tot het verbeteren van die fouten: als het probleem opgemerkt is, worden de stroken in de juiste volgorde nog eens aangeboden. Sommige kranten gaan echter nog verder en maken er blijkbaar een erezaak van de lezer hun excuses aan te bieden: "Radio Patrol. Par suite d'une erreur, les nombreux lecteurs qui suivent les péripéties de notre feuilleton dessiné "Radio Patrol" ont pu constater mardi matin un décalage dans l'ordre normal des dessins. Nous nous en excusons et reprenons aujourd'hui le récit où nous l'avions laissé lundi."[1782] Of nog deze, waar aan de lezer een extra inspanning gevraagd wordt: "De avonturen van Suske en Wiske. Een spijtige vergissing. Door een spijtige vergissing werd in het blad van Zaterdag 15 April het vervolg op De Stierentemmer afgedrukt dat bestemd was voor het nummer van vandaag. Zo zijn we nu dus een beetje op de gebeurtenissen vooruitgegaan en zouden we van de TA-ontdekking nog niets mogen weten. We geven hieronder nu het stuk dat Zaterdag had moeten verschijnen. Laten we het TA-beest weer vergeten en morgen nog eens even verrast zijn als Zaterdag toen het kranige Sprotje het ding onthulde en … doopte."[1783]
2. "Vandaag begint ons nieuw tekenverhaal": aankondigingen
In de besluiten van de besprekingen per krant zijn de aankondigingen[1784] al kort aan bod gekomen. Maar uit deze tekstjes is nog veel meer af te leiden over hoe er op de kranten met strips omgegaan werd en hoe de gepubliceerde strips aangeprezen werden bij de lezers. Iets minder dan 500 aankondigingen werden in totaal teruggevonden. Er zal verder ingegaan worden op een aantal aspecten, zoals terminologie, vermelden van auteurs, taalgebruik, doelpubliek, exclusiviteit, …
Volledige aankondigingen werden in de vorige delen al soms op de linkerpagina weergegeven. Ook hier worden op deze manier enkele volledige aankondigingen als illustratie weergegeven.
2.1. Terminologie
Een eerste zaak die deze aankondigingen ons kunnen leren, is welke termen er in de periode 1945-1950 gangbaar waren om strips aan te duiden, en dat zowel in het Nederlands als in het Frans.
Het meest voorkomende woord in het Nederlands is zonder twijfel "tekenverhaal". In één derde van de aankondigingen (165 keer) komt de term voor. Andere gebruikte termen zijn: "kinderverhaal" (5), "geïllustreerd verhaal" (12), "getekend verhaal" (2), "vervolgverhaal in prentenvorm" (1), "geïllustreerd vervolgverhaal" (1), "tekenbanden" (1), "beeldverhaal" (1), "strips" (3), "tekeningen" (11), "vervolgverhaal" (6) en "kleine geschiedenisjes zonder woorden" (1).
Hoewel het maar sporadisch voorkomt, wordt het woord "strip" in het Nederlands dus wel degelijk al gebruikt. Ook in de verhalen zelf komt de term voor: "Eens vlug naar de strip kijken. Er komt daar altijd zo'n onnozelaar in met selderblaadjes achter zijn oren. 'k Moet er soms mee lachen."[1785], vertelt Nero over zichzelf in "De juwelen van Gaga-Pan". En ook Tom Poes neemt in "Heer Bommel stuit de vooruitgang" de term strips in de mond: "En deze wagens lijken me atoomauto's toe. Ik heb ze wel eens gezien op die Amerikaanse plaatjesseries die ze strips noemen!" [1786] Jochem Jofel loopt in Vooruit dan weer op zijn einde met de volgende woorden: "Alles ging nu verder zoals het gaan moet in een behoorlijk stripverhaal."[1787] En ook in een artikel in Het Nieuws van den Dag wordt van "strips" gesproken.[1788]
Ook in het Frans wordt een hele reeks termen gebruikt. Eigenlijk kan men beter spreken van omschrijvingen in plaats van termen, omdat men het medium door combinatie van allerlei woorden probeert aan te duiden: "feuilletons dessinés" (20), "série de dessins" (1), "feuilleton en images" (4), "récits en images" (2), "feuilleton en dessins" (1), "récit illustré" (1), "dessins" (3), "feuilleton illustré" (4), "bande illustrée" (1), "récit par l'image" (1), en de meer specifieke "histoires sans paroles" (1) en "bande humoristique" (1). Terwijl "tekenverhaal" in het Nederlands goed doorgedrongen was en quasi-algemeen gebruikt werd, was men in het Frans duidelijk nog op zoek naar een geschikte term.
In veel aankondigingen wordt trouwens geen specifieke term vermeld, en houdt men het bij algemeenheden zoals "verhaal", "avontuur", "récit", "enquête", "geschiedenis", en zelfs "reportage" …
Wat ook moet aangestipt worden, is dat er qua termen geen enkel onderscheid gemaakt wordt tussen ballon- en ondertekststrips. Ze worden allebei op dezelfde manier aangeduid, in de meeste gevallen dus als "tekenverhaal". Ook wordt het onderscheid in de aankondigingen nooit op een andere manier vermeld, wat erop wijst dat het onderscheid tussen die twee varianten voor de kranten (en voor de lezers) blijkbaar niet veel belang had.
2.2. Aantal
Het aantal aankondigingen per krant en per verhaal varieert zeer sterk en hangt af van verschillende factoren. Koploper is Het Laatste Nieuws met 135 aankondigingen over de hele periode. Daarna volgen op grote afstand De Standaard (45), Le Soir (45), Het Nieuws van den Dag (42), Het Volk (41), La Wallonie (34), De Nieuwe Standaard samen met De Nieuwe Gids (34), Le Peuple (21), La Dernière Heure (17), De Nieuwe Gazet (15), La Lanterne (12), Le Matin (11), De Roode Vaan (10), Vooruit (9), Volksgazet (7), La Libre Belgique (5), Het Belang van Limburg (5) en Gazet van Antwerpen (1). In Le Drapeau Rouge zijn er geen terug te vinden.
Er is geen echt verband aan te duiden tussen het aantal aankondigingen en het aantal gepubliceerde stripstroken. Aankondigingen-koploper Het Laatste Nieuws publiceert bijvoorbeeld enorm veel strips, maar La Libre Belgique en La Lanterne doen dat ook, en zij publiceren heel weinig aankondigingen. Het aantal werd dus eerder bepaald door de bereidheid van de krant om haar strips via deze promotietekstjes in de aandacht te plaatsen.
Een verband is wel aanwezig tussen het aantal gepubliceerde aankondigingen en "crisismomenten": zo swingt het fenomeen de pan uit tijdens de "krantenoorlog" tussen De Standaard en De Nieuwe Gids. En bij het verdwijnen van Van Zwam uit Het Nieuws van den Dag worden de opvolgers met even veel inspanningen aangekondigd. En ook bij zeer prestigieuze reeksen of reeksen die voor de krant zeer belangrijk zijn, neemt het aantal tekstjes toe.
2.3. Plaatsing, formaat, tekstlengte en uitzicht
358 van de geanalyseerde aankondigingen bevinden zich op de eerste pagina, 41 op pagina 2, 34 op pagina 3, 17 op pagina 4, 15 op pagina 5 en de rest (met steeds minder gevallen per pagina) verspreid over de andere pagina's van de krant. Meestal zijn deze tekstjes onderaan de bladzijde terug te vinden, soms meer naar het midden toe en uitzonderlijk bovenaan. Door het plaatsen van deze berichten op de voorpagina (of toch sterk vooraan in de krant) is de bedoeling duidelijk het opvallen ervan. De lezer moet ze bij het zien van de krant onmiddellijk opmerken.
In ongeveer de helft van de gevallen wordt de aankondigingstekst vergezeld van een tekening. Vooral Het Laatste Nieuws, Het Volk en Le Soir maken gebruik van deze mogelijkheid om de aankondigingen nog meer te doen opvallen én de nieuwe strip op een meer visuele manier voor te stellen.
Ook belangrijk om op te vallen is de oppervlakte die de aankondigingen innemen. Die varieert van 10 tot 350 cm2, en bedraagt gemiddeld zo'n 85 cm2. Het aantal woorden varieert van 1 (!) tot 600, maar de meeste bevinden zich tussen 1 en 150. Het gemiddeld aantal woorden bedraagt 56.
De grootste en langste aankondigingen vallen natuurlijk sterk op door hun oppervlakte (tot 1/6 van een pagina), maar ook bij de kortere teksten is dat het geval door het gebruik van kaders en grote en/of speciale lettertypes.
2.4. De auteur
Op 489 geanalyseerde aankondigingen wordt in 182 gevallen de auteur van het verhaal vermeld, in de overige 301 gevallen niet. Het wel vermelden gebeurt dus duidelijk in een minderheid van de gevallen. Ook is het opvallend dat deze auteursvermeldingen vooral bij bepaalde kranten voorkomen. Vooral de kranten De Standaard en De Nieuwe Gids maken van deze mogelijkheid gebruik. Niet zo verwonderlijk, aangezien ze twee zeer gegeerde Belgische tekenaars, Willy Vandersteen en Marc Sleen, in huis hebben. Merkwaardig (of eerder logisch) is wel dat Belgische tekenaars veel meer kans hebben om in aankondiging vermeld te worden.[1789] En hetzelfde geldt ook voor het geven van verdere uitleg over auteurs. In 59 gevallen wordt er namelijk ook iets extra over de auteur verteld.
Wat wordt er dan zoal verteld over deze auteurs? Meestal is het gewoon een korte omschrijving om hen "belangrijk" te maken. Enkele voorbeelden: "Milton Caniff, den bekenden Amerikaanschen kunstenaar"[1790], "de bekende Deense tekenaar Ostrup"[1791], "de beroemde tekenaar"[1792], "Hollywood's tovenaar"[1793] en "de grote meester van de Amerikaanse tekenfilm"[1794] over Walt Disney, "de bekende artist G. Van Raemdonck"[1795], "de onovertrefbare Willy Van der Steen"[1796], "grand dessinateur Suédois Lennart Ek"[1797], "Chick Young le célèbre auteur de "comics""[1798], "le célèbre caricaturiste hollandais Martin Toonder"[1799], "Marc Sleen, de beste striptekenaar van België"[1800] of nog "de reeds beroemde Vlaamse tekenaar Marc Neels, wiens tekenbanden tot het beste behoren wat in Vlaanderen reeds werd verwezenlijkt op dit gebied."[1801]
Als men deze beschrijvingen van de stripauteurs als "kunstenaars" mag geloven, dan werden strips blijkbaar wel "au sérieux" genomen. Maar natuurlijk mag men niet uit het oog verliezen dat het hier om promotieteksten gaat, die de strips aan de lezers moeten "verkopen". Toch kan men niet ontkennen dat een zeker respect voor de auteurs aanwezig is.
2.5. Inhoud van de teksten
Ongeveer de helft van de aankondigingen blijft beperkt tot één korte zin, van het type "Morgen begint ons nieuw tekenverhaal". Welke elementen treft men (behalve de net behandelde auteurs) dan nog aan in langere teksten?
In de helft van de gevallen wordt in de aankondiging een samenvatting of beschrijving van het verhaal gegeven. Dat kan bijvoorbeeld het voorstellen van de personages zijn, het voorstellen van de beginsituatie, het bekendmaken van enkele verhaallijnen, …
Ook het nieuwsgierig maken van de lezer door middel van vragen of mysterieuse aanwijzingen hoort hierbij. Een voorbeeld van deze vraag-aanpak zijn de aankondigingen van het Suske en Wiske-verhaal De Vliegende Aap, die hiernaast weergegeven worden. Het mysterie is dan weer terug te vinden in Het Volk, waar een Thomas Pips-verhaal aangekondigd wordt door tekeningen van magneten en vraagtekens, zonder enige uitleg. En Het Nieuws van den Dag doet hetzelfde door enkele dagen en zonder verdere uitleg de berichten "Klawieter" en "Anna Bouzilowna" op allerlei plaatsen in de krant te publiceren.
Natuurlijk kan het ook gewoner, en kan men gewoon vertellen waarom het voorgestelde verhaal zo goed is: "adembenemende avonturen", "aventures désopilantes", "charmante histoire", "merveilleuse aventure", "nieuw spannend verhaal", "plezierige en boeiende geschiedenis", "prachtig tekenverhaal" en "spannende avonturen" zijn daar maar enkele voorbeelden van. Het is opvallend dat deze beschrijvingen eigenlijk beperkt blijven tot spannend-grappig-mooi-plezierig. Eén keer is er sprake van een "boeiend en actueel tekenverhaal"[1802], maar dat is echt een uitzondering.
De tekenstijl wordt maar zelden besproken, maar het gebeurt: "En jonge tekenaar Piet Wijn heeft deze avonturen buitengewoon levendig en boeiend getekend, zoals reeds blijkt uit de voorstelling der figuren die hierbij is afgedrukt."[1803] Of nog: "onze tekenaar heeft er voor gezorgd, die avonturen werkelijk prachtig uit te beelden."[1804]
Ook wordt de lezer er soms bij betrokken: "Het is een boeiend verhaal, dat de lezers weken lang in spanning houden zal."[1805], "Dit verhaal zal iedereen sterk boeien."[1806]
Eén keer wordt een Belgische strip vergeleken met de Amerikaanse voorbeelden: "Conçues sur un rythme rapide qua n'a rien à envier aux meilleurs "cartoons" américains, les aventures qu'ils vous proposent donnent la vedette à des personnages inédits qui seront bientôt les amis de tous."[1807]
En sommige aankondigingsschrijvers zijn blijkbaar zo enthousiast dat ze de poëtische of lyrische toer opgaan: "Een pint gezond bloed maakt uw dag tot 't einde goed. Wees niet grim en ook niet gram. Laat uw blik eerst gaan naar de Familie Snoek. Zij trekt een lichtstreep door Uw leven zoals de lustige snaken Suske en Wiske. (…) Als een fris windje in heerlijk zongeklater brengen die prenten U elke morgen de boodschap van een nieuwe blijde dag."[1808], "Het is een fantastisch verhaal, maar is het niet prettig elke dag enkele minuten het nuchtere en alledaagse te kunnen vergeten om de spannende romantiek mee te leven in een andere wereld, vol moed, ridderlijkheid en avontuur?"[1809]. Deze aanpak komt vooral veelvuldig voor in De Standaard, bij de voorstelling van de verhalen van Vandersteen.
Diezelfde Standaard dringt er op een bepaald moment[1810] bij de lezers op aan hun "voorzorgen" te nemen, m.a.w. een abonnement te nemen om het verhaal zonder onderbrekingen te kunnen volgen.
Een ander middel om de aandacht te trekken, is dan weer het organiseren van een wedstrijd. Aan Smidje Smee en het Suske en Wiske-verhaal De Bokkerijder koppelen Vooruit en De Standaard respectievelijk een opsporings- en kleurwedstrijd. Ook wordt er soms een extra inspanning gedaan om een nieuwe strip te promoten. Een speciale abonnementsformule bijvoorbeeld, zoals bij de start van Tijl Uilenspiegel in Het Nieuws van den Dag. Dit is echter heel uitzonderlijk.
En tenslotte vraagt Vooruit in de aankondiging van Rupert aan de jonge lezers om de strip elke dag uit te knippen en aan hun vrienden te laten lezen. En de kinderen die vier namen van vrienden kunnen opgeven aan wie ze "Rupert" hebben laten lezen, mogen deelnemen aan "een gratis tombola".[1811] Alle middelen zijn dus goed om de strips van de krant te promoten …
2.6. Exclusiviteit
Het vermelden van exclusiviteit om de verhalen aan te prijzen komt zeer weinig voor: slechts een twintigtal gevallen in totaal. Ook hier spelen specifieke omstandigheden mee. Acht zulke vermeldingen staan in De Standaard en De Nieuwe Gids in oktober/november 1947, bij de overstap van Vandersteen. Elk van de kranten wilt dan benadrukken dat hun reeksen alleen in hun krant staan. La Lanterne hamert op de exclusiviteit bij de start van Le Petit Roi en Superman, Het Nieuws van den Dag vermeldt het één keer bij de start van het eigen verhaal Klawieter. De overige vermeldingen gebeuren door La Wallonie, ook bij de start van eigen reeksen: Le sept de trèfle, Folichon en Jim Harvey.
Wat ook een aantal keren gebeurt, is het benadrukken van de Belgische of Vlaamse oorsprong van verhalen. Zo bijvoorbeeld het "Limbursch vervolgverhaal"[1812] van Anne-Marie Prijs. In een Pips-aankondiging benadrukt Het Volk dat het personage speciaal voor de krant gecreëerd is en dat het verhaal oorspronkelijk is.[1813] En ook bij de start van Van Zwam in Het Volk wordt er benadrukt dat de figuren "door de bekende Vlaamse tekenaar Marc Sleen speciaal gecreëerd werden voor de lezers van ons blad."[1814] Tenslotte wordt Smidje Smee in Vooruit herhaaldelijk beschreven als "een verhaal van eigen bodem".[1815]
2.7. De doelgroep
Meestal richten de aankondigingen zich tot alle lezers van de krant. Echt specifieke doelgroepen worden soms wel vermeld, maar dat gebeurt niet zo vaak. In meer dan 350 gevallen wordt er niets gespecifieerd, al wordt soms wel de lezer "aangesproken"[1816]. Een veertigtal keer wordt "de lezer", of "onze lezers" vermeld. Een vijftal keer wordt het hele gezin[1817] aangesproken, één enkele keer de grotere lezers, een twintigtal keer de jongeren ("jonge lezers"[1818], "meisjes en jongens!"[1819], "lezertjes"[1820]) en in een veertigtal gevallen worden formuleringen gebruikt als "kleine en grote lezers"[1821], "jong en oud"[1822], "qui plairont aux petits et aux grands"[1823] en "nos lecteurs, petits et grands"[1824].
Merkwaardige concentraties zijn te vinden bij de Volksgazet (Mickey Mouse), waar in 5 van 7 aankondigingen duidelijk ingespeeld wordt op jonge lezers en kinderen. Ook in de aankondigingen van de "Kinderverhalen" in De Nieuwe Gazet en van Rupert in Vooruit wordt verwezen naar de kinderen.
Daaruit kan men afleiden dat de overgrote meerderheid van de gepubliceerde strips voor een ruim publiek bedoeld zijn. De volwassen lezers ontspannen lijkt het hoofddoel te zijn, en als de kinderen door de aanwezigheid van strips de krant beginnen te lezen, dan is dat natuurlijk mooi meegenomen.
Tenslotte moet nog Het Laatste Nieuws vermeld worden, dat zich graag op "nieuwe lezers" richt: in 1/6 van de aankondigingen wordt er benadrukt dat nieuwe lezers het nieuw verhaal zonder problemen kunnen volgen omdat het gaat om een "op zichzelf staand verhaal".[1825]
2.8. Politiek
In de aankondigingen wordt zeer weinig ingegaan op de politieke inhoud van de verhalen. In de aankondiging van "De hoed van Geeraard de Duivel" wordt een link gelegd naar een zekere PHS (Spaak dus), en twee zeer politiek geladen verhalen[1826] van Het Nieuws van den Dag worden aangeduid als "reportages". En in de aankondiging van het Suske en Wiske-verhaal De Koning Drinkt wordt de "deviezenkwestie" uit het verhaal vermeld.[1827] Voor het overige zijn er geen verwijzingen naar de politiek of de maatschappij te vinden.
2.9. Andere elementen die af te leiden zijn
Blijkbaar was het plaatsen van strips soms ook afhankelijk van de ruimte in de krant. Zo wordt in Le Soir het begin van "Assepoester" een dag uitgesteld omdat er die dag te veel nieuws is.[1828] Ook verhinderden technische problemen soms de publicatie van de strips.[1829]
Soms wordt in aankondigingen ingespeeld op de "vraag van de lezers": "Om aan het verlangen van velen onder de trouwe lezers, die nog meer dergelijke tekenverhalen vragen, te voldoen, beginnen wij deze week nog twee nieuwe strips."[1830] en "want uit vele brieven is gebleken in welke verrassende mate het tekenverhaal van Marc Sleen in de smaak is gevallen en men tevens van de sympathieke Van Zwam is gaan houden."[1831] Deze laatste zin is de enige keer dat er op lezersbrieven ingespeeld wordt, zodat het zeer moeilijk af te leiden is of deze belangrijk waren[1832].
2.10. Het opstellen van deze teksten
Waarschijnlijk werden deze teksten opgesteld door één of andere redacteur van de krant. En deze persoon had blijkbaar niet altijd even veel kennis van zaken, want enkele keren staan in de aankondiging de verkeerde auteurs aangegeven.[1833]
Sommige aankondigingen werden blijkbaar wel meegeleverd door de agentschappen. Dit blijkt duidelijk als de teksten uit verschillende kranten overeenkomen. Dat is bijvoorbeeld het geval met de aankondigingen van Tom Poes in Le Peuple en Het Volk: op het slot na is de inhoud volledig identiek. Hetzelfde komt voor bij de aankondiging van Panda (Het Laatste Nieuws en La Libre Belgique). En ook bij de aankondigingen van de Disney-verhalen in Het Laatste Nieuws en Le Soir zijn er zulke overeenkomsten te zien.
3.1. Het publiceren van albums
Sommige krantenstrips werden na publicatie uitgegeven in boekvorm. Er moet wel een onderscheid gemaakt worden tussen albums die door een krant uitgegeven werden, en albums die door een uitgever op de markt werden gebracht. Dat laatste is het geval met Suske en Wiske en De Familie Snoek van Willy Vandersteen. De "Uitgeversmaatschappij Standaard Boekhandel" had de rechten in handen en gaf dus ook de verhalen uit. Tot het einde van 1950 werden 10 albums van Suske en Wiske en 6 van De Familie Snoek gepubliceerd.
Slechts enkele kranten gingen zich actief bezighouden met het uitgeven van stripalbums. Le Soir gaf in 1950 drie boekjes van Eric, l'homme du Nord uit, La Libre Belgique eind 1949 eentje van Panda. Vooruit gaf eind 1950 Smidje Smee in boekvorm uit, en Het Laatste Nieuws publiceerde in 1949-1950 negen boekjes van Eric de Noorman en twee van Panda.
Ook De Nieuwe Gids ging de uitgeeftoer op, met de publicatie van twee Van Zwam-verhalen in 1948. Een derde verhaal verscheen eind 1950 bij uitgever Desclée De Brouwer.
De prijs van deze uitgaven varieerde van 10 frank tot 35 frank.[1834] Ten opzichte van de prijs van een krant niet echt goedkoop.
3.2. Advertenties
Bij de uitgave van deze albums werden in de krant advertenties geplaatst om ze aan te prijzen. Deze zijn qua inhoud ongeveer vergelijkbaar met de hierboven besproken aankondigingen. Ook hier worden formuleringen gebruikt als "spannende verhaal" en "dolste avonturen"[1835]. Ook wordt er regelmatig verwezen naar het aantal tekeningen: "Deze boeiende, ingewikkelde geschiedenis wordt u verteld in 500 tekeningen"[1836], "Het album, van ongeveer 660 tekeningen, …"[1837]. Een doelgroep wordt niet altijd vermeld: als dat wel gebeurt, wordt er soms duidelijk ingespeeld op de kinderen. Soms worden de volwassen lezers aangesproken. Het zijn natuurlijk de ouders die moeten overtuigd worden de strips te kopen. Er wordt dan ook ingespeeld op de fenomenen "eindejaarsfeesten" en "einde van het schooljaar", om de ouders aan te zetten deze strips aan hun kinderen te geven.
Voor één enkel album richten de advertenties zich duidelijk op de volwassenen, namelijk bij de uitgave van "Het geval "Kleyn"", uit de Nederlandse pulp-westernreeks Dick Bos. De gebruikte argumenten om het album aan te prijzen zijn op zijn minst speciaal te noemen.[1838]
En als men deze teksten mag geloven, kende de verkoop een zeker succes: er wordt geregeld melding gemaakt van (bijna) uitgeputte voorraden.
4. "Laat U niet beetnemen": de campagne voor de normale prijzen
In het najaar van 1947 publiceert het "Nationaal strijdcomité tegen het duur leven en voor de opleiding van de koper" advertenties in de pers om de lezers bewust te maken van het bestaan van de "normale prijzen". Vanaf augustus worden gewone advertenties gepubliceerd, en vanaf eind oktober wordt er een beroep gedaan op stripfiguren om de boodschap kracht bij te zetten.
Tot eind december 1947 vertellen Disney-figuren als Mickey Mouse, Donald Duck en Dumbo en een hele reeks Opera Mundi-figuren de krantenlezers hoe ze meer uit hun geld kunnen halen. Enkele voorbeelden worden hiernaast weergegeven.
De inschakeling van de stripfiguren toont aan dat men van mening was dat men daardoor een groter publiek kon bereiken, en dat publiek op een betere en meer speelse manier het "normale prijzen"-bewustzijn kon bijbrengen dan met droge mededelingen.
5. Het stripbeleid van de Belgische kranten
5.1. Het stripbeleid aan de hand van cijfers
Bij het schrijven van dit deeltje werden enkele frequentie- en kruistabellen, getrokken op basis van een ingetypte inventaris, als hulpmiddel ingeschakeld. De weergegeven cijfers zijn richtcijfers: aangezien de gepubliceerde stroken niet altijd genummerd waren, ben ik genoodzaakt geweest soms met "schattingen"[1839] te werken, waardoor kleine afwijkingen mogelijk zijn.
Eerst wordt het totaal aantal stripstroken van de kranten bekeken in relatie tot andere factoren, waarna er ingegaan wordt op de verhoudingen van de agentschappen, stijlen, tekstsoorten, landen van oorsprong, …
5.1.1. Het totaal aantal stripstroken per krant
Laten we beginnen met de totale hoeveelheid gepubliceerde strips. In alle kranten samen zijn in totaal 63383 stroken terug te vinden. La Lanterne voert de lijst aan met 7761 stroken. De krant neemt hiermee 12,2 % van de totale hoeveelheid strips voor haar rekening. Andere grote strippublicators (meer dan 5000 stroken) zijn Le Soir, La Dernière Heure en Het Laatste Nieuws.
Hieronder een tabel met de cijfers van alle kranten. De kranten waar geen strips in teruggevonden werden, zijn hier uitgelaten. Ook moet er rekening gehouden worden met de late start van Het Nieuws van den Dag en De Standaard.
|
Naam van de krant |
(1) |
(2) |
(3) |
Naam van de krant |
(1) |
(2) |
(3) |
|
La Lanterne |
7761 |
12,2 % |
2 |
Le Peuple |
2883 |
4,5 % |
3 |
|
Le Soir |
5394 |
8,5 % |
1 |
Gazet van Antwerpen |
2628 |
4,1 % |
3 |
|
La Dernière Heure |
5324 |
8,4 % |
2 |
De Standaard |
2292 |
3,6 % |
3 |
|
Het Laatste Nieuws |
5162 |
8,1 % |
1 |
Vooruit |
2107 |
3,3 % |
4 |
|
Le Matin |
4597 |
7,3 % |
4 |
Het Belang van Limburg |
2059 |
3,2 % |
4 |
|
La Wallonie |
4345 |
6,9 % |
4 |
Volksgazet |
1985 |
3,1 % |
3 |
|
La Libre Belgique |
4296 |
6,8 % |
2 |
De Nieuwe Gazet |
1468 |
2,3 % |
5 |
|
De Nieuwe Standaard/Gids |
4147 |
6,5 % |
3 |
De Ro(o)de Vaan |
206 |
0,3 % |
4/5 |
|
Het Volk |
3661 |
5,8 % |
3 |
Le Drapeau Rouge |
61 |
0,1 % |
4/5 |
|
Het Nieuws van den Dag |
3007 |
4,7 % |
3 |
Totaal |
63383 |
100 % |
|
(1) : Totaal aantal stripstroken in de krant over de periode 1945-1950.
(2) : Aandeel van de krant in het totaal aantal gepubliceerde stripstroken (over alle kranten dus).
(3)
: oplagegroep waartoe de krant (samen met kopblad of
volkseditie) behoort (zie p. 58),
1 = monsteroplages (meer dan 300 000), 2 = zeer grote oplages (rond de 200 000),
3 = grote oplages (meer dan 100 000), 4 = kleine oplages (meer dan 30 000), 5 =
zeer kleine oplages (minder dan 30 000)
We zullen nu eens de cijfers bekijken per strekking en taalgroep. Hier moet wel duidelijk bij gezegd worden dat die cijfers gewoon mogelijke verbanden, en zeker geen oorzakelijke verbanden weergeven. Als de neutrale pers per krant het meeste stroken publiceert, dan is dat niet omdat die kranten neutraal zijn, maar omdat de kranten zelf (in dit geval La Soir en La Lanterne) veel aandacht schenken aan het publiceren van strips.
Als men kijkt naar het gemiddeld aantal stroken per strekking, dan komt men tot het volgende resultaat. De neutrale kranten publiceren over de hele periode gemiddeld 6578 stroken. Daarna volgen op redelijk grote afstand de liberale (4138), de katholieke (3156) en de socialistische kranten (2830). De communistische pers sluit het rijtje af, met gemiddeld 134 stroken per krant. Hetzelfde kan gedaan worden met de taalgroepen: een Franstalige krant publiceert gemiddeld 3758 strips, een Nederlandstalige 2611.
Het spreekt voor zich dat in het behoren tot een bepaalde strekking of taalgroep geen verklaring te vinden is voor het publiceren van veel of weinig strips. Behalve bij de communisten dan: de communistische pers had zoals al aangegeven te kampen met serieuze financiële problemen en al snel na de oorlog met zeer lage oplages. De verklaring moet dan ook hierin gezocht worden, in combinatie met een gebrek aan interesse vanwege de leiding van de krant.
En hiermee zijn we aanbeland bij de oplages. Bestaat er een verband tussen het aantal gepubliceerde strips en de oplage van de krant? Het antwoord is ja … Er zijn natuurlijk opmerkelijke uitzonderingen, maar over het algemeen is er duidelijk verband aanwezig.
De kranten die in de inleiding van dit derde deel bij de "monsteroplages" en de "zeer grote oplages" geplaatst werden, bevinden zich hier duidelijk in de top van de rangschikking (de vier eerste posities en de zevende). En voor de posities 8 tot en met 19 blijkt het verband ook aanwezig. Enige uitzonderingen zijn Le Matin en La Wallonie, die gezien hun beperkte oplage zeer veel strips publiceren.
Gezien het feit dat de oplages voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de financiële middelen van een krant, kan men zelfs zeggen dat er meestal een oorzakelijk verband bestaat tussen een grote oplage en het publiceren van een grote hoeveelheid strips. Hetzelfde geld trouwens ook voor kleine oplages en het opnemen van weinig of geen strips.
Natuurlijk zijn de oplages niet de enige factor die de publicatie van strips beïnvloeden. Bestaat er bijvoorbeeld ook een verband met de doelgroep van de krant? Die vraag is natuurlijk zeer moeilijk te beantwoorden, omdat de doelgroep van een krant niet altijd even duidelijk is. Bij La Lanterne is het verband alleszins wel duidelijk: de krant richtte zich op een groot publiek, en gebruikte daar allerlei middelen voor (grote titels, sensatie, foto's van dames in badpak op de voorpagina, …), dus ook het publiceren van veel strips past perfect in die strategie. Aan de andere kant heeft men kranten als La Métropole, La Flandre Libérale en L'écho de la bourse, die gezien hun doelgroep waarschijnlijk totaal geen behoefte hadden aan het publiceren van strips. Voor het overige valt niet echt een tweedeling te bespeuren: zowel "populaire" (bijvoorbeeld Het Laatste Nieuws) als meer "intellectuele" bladen (De Nieuwe Standaard/De Nieuwe Gids) kunnen redelijk veel strips publiceren én er veel aandacht aan besteden.
5.1.2. De landen van oorsprong en de posities van de agentschappen
Uit welke landen zijn de gepubliceerde strips nu afkomstig? De Verenigde Staten voeren de lijst aan: zij leveren 32,7 % van de strips (20724 stroken). België volgt met 25,4 % (16125), en Nederland neemt de derde plaats in met 15,8 % (10005). Het rijtje wordt afgesloten door Denemarken (6096, 9,6 %), Frankrijk (5636, 8,9 %), Zweden (1882, 3 %) en Groot-Brittannië (1298, 2,0 %). Van 1617 stroken (2,6 % van de gevallen) kon het land van oorsprong niet precies worden vastgesteld.
Bij de agentschappen hebben sommige zeer sterke posities. Op het totaal aantal strips worden er 25295 (39,9 %!) geleverd door het Franse Opera Mundi. Op grote afstand volgen de Nederlandse Toonder-Studio's (8155 strips, 12,9 %) en het Deense P.IB. (7324 strips, 11,6 %). Andere