De moeilijke jaren 1840 in Oudenaarde. Sociaal-economisch en politiek beeld van een stad tussen 1840 - 1850. Een historisch onderzoek naar het verloop van de crisis van 1845 - 1849 binnen de sociaal-economische context van Oudenaarde en de behandeling van die crisis binnen de politieke context van Oudenaarde. (Wouter Ronsijn)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

B. Ten geleide

 

1. Woord vooraf

 

Rendering is de Engelse computerterm die men gebruikt om het proces aan te duiden waarbij een computer al zijn vermogens moet aanwenden om een bepaalde bewerking te volbrengen, zoals bijvoorbeeld het bewerken van een film. Dit proces kan zeer lang duren. Het uiteindelijk neerschrijven van de onderzoeksresultaten in een overzichtelijk en duidelijk, doch niet te zeer simplificerend betoog kan daar sterk mee worden vergeleken, met dan als voornaamste verschil dat een computer steeds weet wat hij moet doen en slechts een bewerking hoeft uit te voeren, terwijl een scribent net de meest stresserende momenten ervaart wanneer hij juist niet weet hoe een bepaald probleem opgelost.

 

Ik ben daarom verschillende personen erkentelijk voor hun bijstand en hulp bij het oplossen van dergelijke problemen. In de eerste plaats ben ik mijn promotor, prof. dr. Eric Vanhaute veel dank verschuldigd, voor het mede bepalen van het onderwerp, voor een oriëntatie in eerder gelijkaardig onderzoek, voor de verschillende inzichten, en vele andere zaken. Ook prof. dr. em. Julius Hannes mag ik niet vergeten, voor de aanstekelijke lessen statistiek.

Verder is er het personeel van de verschillende archieven die ik mocht aandoen. Elie Verhaeghe en zijn personeel van het stadsarchief in Oudenaarde (dat zo omvangrijk is dat men het kan beschouwen als het Walhalla van de plaatselijke contemporainist), Catherine Scheerlinck van de dienst patrimonium op het OCMW van Oudenaarde, en het personeel van de rijksarchieven in Gent en Ronse.

Ook mijn ouders bleken onmisbaar tijdens het onderzoek, mijn moeder voor het vervoer naar de vele archieven of bibliotheken, mijn vader voor de verschillende inzichten die hij me gaf.

Tenslotte mag het immer bereidwillige personeel van het horeca in Oudenaarde, Gent en Ronse, dat me tijdens de middagpauzes bijstond om de innerlijke mens te sterken, ook niet vergeten worden.

 

Ondanks deze erkentelijkheid is geen van hen verantwoordelijk voor de inhoud van deze scriptie. Deze verantwoordelijk berust volledig bij mij.

 

 

2. Inleiding

 

Europa werd tussen 1845 en 1850 getroffen door een ernstige crisis, met ingrijpende gevolgen zowel op sociaal-economisch als politiek vlak. Toch is het pas sinds enkele jaren dat deze crisis meer aandacht krijgt van onderzoekers. Deze harde jaren waren eerder onderwerp van een oefening waaraan ik deelnam, en waarvoor ik Ename, een dorp in de buurt van Oudenaarde, onderzocht. Alhoewel het ganse arrondissement Oudenaarde sterk door de crisis werd getroffen, vond ik voor deze oefening geen werken waarin dit specifiek voor deze streek werd onderzocht. In een bescheiden poging om deze lacune voor een deel op te vullen, voer ik daarom zelf een onderzoek uit naar het centrum van deze streek, de stad Oudenaarde.

Ik onderzoek hoe deze crisis zich in Oudenaarde voltrok, omdat ik twee dingen wil weten. Ten eerste, wat deze crisis aanrichtte in de sociaal-economische structuur van de stad, en ten tweede, hoe het stadsbestuur hiermee omging, welke maatregelen er werden genomen om de ellende te verzachten. De bedoeling hiervan is meer inzicht te verwerven omtrent de beeldvorming van deze crisis, de economische en politieke situatie van het midden van de negentiende eeuw en de verschuivingen in deze situatie op lange termijn. Door één specifieke casus onder de loep te nemen kunnen we zien of de crisis wel overal dezelfde impact en gevolgen had, zowel op korte als op lange termijn, of niet.

 

(1) Inleiding op de problematiek

Veel is er over deze crisis in Oudenaarde niet geschreven, en zelfs de hele negentiende eeuw werd in de historiografie van de stad wat verwaarloosd, volgens de stadsarchivaris omwille van de algemene achteruitgang van Oudenaarde. De mogelijkheden voor onderzoek zijn echter overvloedig voorhanden, Oudenaarde beschikt over een zeer uitgebreid archief, dat sinds een twintigtal jaar zeer gedetailleerd werd ontsloten.

Om te achterhalen hoe deze crisis verliep binnen de sociaal-economische context van de stad, en werd behandeld binnen de politieke context, is het noodzakelijk eerst die context te bepalen. Waarvan leefde de stad, welke waren de belangrijkste bronnen van inkomsten? Hoe was de bevolking samengesteld? Bestond de stad uit een massa paupers en een kleine groep rijken of was de ongelijkheid en verarming er minder schrijnend? Hoe weerspiegelde deze toestand zich in het bevolkingsverloop? Op deze vragen zal een antwoord worden gegeven in het eerste deel, dat echter niet alleen de economische maar ook de politieke situatie in de stad voor ogen neemt. Vond er een hevige politieke strijd plaats tussen verschillende kampen? Wat waren de toonaangevende politieke opinies in Oudenaarde? Vindt men dit terug in de samenstelling van de gemeenteraad: was deze samengesteld uit aristocraten en grote grondbezitters of eerder uit burgerlijke elementen? Het kenschetsen van deze situatie – economisch en politiek – is immers noodzakelijk om een verklaring te bieden voor de manier waarop de crisis zich voltrok en het beleid dat men volgde.

Deze crisis had twee luiken, enerzijds was er de sluipende achteruitgang van de linnennijverheid die vele mensen op het platteland een noodzakelijk extra inkomen bezorgde, anderzijds was er plots en acuut de mislukking van de aardappeloogst in 1845 en de graanoogst in 1846.

Eerst wordt de linnencrisis wat dieper onderzocht. Het spinnen en weven van vlas had zich ontwikkeld tot een belangrijke vorm van tewerkstelling, die het echter door industriële concurrentie steeds moeilijker kreeg. Hoe belangrijk was deze nijverheid voor de inwoners van de stad, en welke rol speelde dit in hun inkomen? Waren het hoofdzakelijk landbouwers die slechts een aanvulling nodig hadden, of vormde dit voor velen de essentie van hun bestaan? Kreeg men in Oudenaarde zelf te maken met industriële concurrentie? Hoe groot was, naast de productie, het belang van de handel die met deze nijverheid een noodzakelijk verband hield, de handel in garen en lijnwaden? Hoe weerspiegelde zich de crisis in de verkoopcijfers en de prijzen? En tenslotte, hoe stond de stad hiertegenover? Wat was voor hen het belangrijkste, ondersteunen van de productie of de handel? Centraal in dit hoofdstuk staat dus de vraag: hoe erg was het verlies van de linnennijverheid, en wat werd eraan gedaan?

Vervolgens komt de landbouwcrisis aan bod. De landbouwcrisis was echter tweeledig: het ging niet louter om een oogstmislukking, maar daarnaast botsten de bestaande landbouwstructuren van Vlaanderen stilaan tegen hun eigen grenzen. Daarom wordt eerst een korte schets gegeven van de algemene situatie van de landbouw in de stad: hoeveel mensen waren erin tewerkgesteld, wat was de structuur van de uitbatingen, welke gewassen waren er belangrijk, enz. De oogstcrisis vormde een interessante testcase voor deze structuren: werden ze volledig doorbroken of hielden ze stand? Daarnaast moet ook de oogstmislukking zelf worden behandeld, en vooral de prijsstijgingen die ermee gepaard gingen. Hoe trachtte men de verliezen voor boeren te compenseren en de prijsstijgingen enigszins draagbaar te maken? De rode draad doorheen dit hoofdstuk is, hoe zwak stond de landbouw in Oudenaarde, hoe zwaar woog het oogstverlies en de duurte, en hoe trad men op?

Het derde luik werd in twee delen gesplitst. In het eerste deel wordt op zoek gegaan naar de sociale gevolgen van de duurte, in het tweede deel naar de middelen die men had of ontplooide om deze sociale gevolgen te beheersen.

De sociale gevolgen worden op verschillende vlakken nagegaan. Hoe groot was de behoeftigheid in Oudenaarde en in welke mate neemt deze toe wanneer de prijzen omhoog schieten? Was de behoeftigheid groter dan elders of niet? In welke mate daalde de consumptie, en hoezeer zorgde dit voor een toename van het aantal zieken? Breken er ook in Oudenaarde net zoals elders epidemieën uit? Hoe was de algemene woonsituatie in de stad, en in welke mate kan deze invloed hebben uitgeoefend op eventuele ziektes die uitbraken? Ook op gebied van demografie liet de crisis zich gelden, en ik wil weten of er tijdens de duurtejaren kan gesproken worden van een sterftecrisis of niet? Liep de stad leeg of werd ze overrompeld door boeren die het platteland ontvluchtten? Tenslotte, hoe vertaalde de crisis zich in criminaliteit? Werd de sociale orde bedreigd, vonden er broodrellen plaats of bleef het eerder rustig? In dit hoofdstuk wil ik dus te weten komen hoe ‘duur’ de crisis was in Oudenaarde.

Vervolgens ga ik op zoek naar de middelen die men had of ontplooide tijdens de crisis om de meeste ellende beperkt te houden. Hoe was de armenzorg georganiseerd, en over welke (geld)middelen beschikte men? Wat was de relatie tussen openbare en private armenzorg? Gebruikte men het onderwijs als instrument om het leed van de behoeftigen te verzachten? Trachtte de stad uitzonderlijke maatregelen te nemen tegen epidemieën door bijvoorbeeld nauwer toe te zien op de hygiëne van de stad? Werden er nieuwe, eventueel tijdelijke instellingen gecreëerd om voor de armen te zorgen, en werden er uitzonderlijke openbare werken georganiseerd? Tenslotte, wat deed men tegen de criminaliteit: hoe trachtte men de openbare rust te bewaren? Met andere woorden, in dit laatste hoofdstuk wil ik uiteenzetten hoe de stad omging met de crisis en de bijhorende verarming en sociale ellende.

 

Wat ik dus wil weten van Oudenaarde, is hoe de stad zich tijdens de duurtejaren standhield, en welke de structurele veranderingen zijn die de crisis in het economische profiel van de stad op gang bracht. Deze veranderingen hoop ik te kunnen verklaren aan de hand van de sociaal-economische structuur van de stad: was deze sterk genoeg om de moeilijkheden te doorstaan, of werden deze van bij het begin aangetast?

Vervolgens, hoe ging de stad om met de crisis? Bestaat er een verband tussen de manier waarop men de duurte aanpakt en de achtergrond van de bestuursleden van de stad? Deze twee aspecten – het sociaal-economische en politieke luik – staan centraal in dit onderzoek.

Hopelijk kan ik hiermee meer inzicht verschaffen in de economische en politieke ontwikkeling van Oudenaarde, en daarmee een bijdrage leveren tot de studie van Vlaanderen, in een periode van onomkeerbare ommekeer.

 

Hiervoor beperk ik mij tot de ‘gemeente Oudenaarde’. Het is te moeilijk om in de bronnen een onderscheid te maken tussen de stad intra muros en eventuele andere delen van de stad. Wanneer het wenselijk is, en wanneer de bronnen daar duidelijke informatie over verschaffen, zal ik ook het omliggende gebied erbij betrekken, voor zover dit echter nuttig is om de impact van de crisis in Oudenaarde in te kunnen schatten. In tijd wordt hoofdzakelijk het decennium 1840 - 1850 behandeld, maar aangezien de achtergrond en de gevolgen van de crisis zich over een veel ruimere periode uitstrekken, wordt deze beperking in tijd waar nodig overschreden.

 

(2) Gebruikte bronnen

Het leeuwendeel van het bronnenonderzoek gebeurde in het stadsarchief van Oudenaarde. Daar werden de belangrijkste bronnenreeksen van de gemeente doorgenomen: verslagen van gemeenteraad en college van burgemeester en schepenen, jaarverslagen en briefwisseling. De verslagen van de beraadslagingen leverden vooral veel informatie over de werking van de verschillende gemeentelijke instellingen en over de maatregelen die door de stad werden genomen. Uit de jaarverslagen werd een duidelijk overzicht van de verschillende instellingen van de stad weerhouden, maar het belangrijkste in deze bronnen zijn de vele statistische gegevens die worden weergegeven. Dit omvat de armen, zieken, bevolking, rekeningen, handel, enz. Een zeer interessante bron tenslotte was de briefwisseling. Hiervoor maakte ik gebruik van de minuten van uitgaande brieven die in het archief werden bewaard. Alhoewel een zeer omvangrijk werk, loont dit toch de moeite. Wel moest ik nadien, na het doornemen van achttien archiefdozen van deze kladbrieven, vaak in een onduidelijk handschrift geschreven, met gemengde gevoelens vaststellen dat er hiervan warempel ook notulen van bewaard zijn. Deze staan stukken echter in geen enkele inventaris en ik werd over het bestaan ervan niet op de hoogte gebracht.

Naast deze algemene reeksen bevat het stadsarchief ook heel wat dossiers die over een specifiek onderwerp gaan, zoals linnennijverheid, landbouw, e.d. Deze stukken, die voornamelijk uit voorbereidende staten of briefwisseling bestaan, bleken ook een zeer interessante bron voor specifieke informatie.

In het OCMW-archief was vooral veel informatie voorhanden over de commissie van burgerlijke godshuizen, waarvan ik onder andere het register met beraadslagingen doornam. De gegevens over het bureel van weldadigheid waren schaarser, maar toch kon onder andere de informatie van de enquête uit 1859 worden teruggevonden.

In het rijksarchief van Gent waren het vooral de in Oudenaarde ontbrekende jaarverslagen die interessant waren, en de opmerkingen die bij de budgetten werden gestuurd. Ook vond ik hier nog informatie over prostitutie en de werking van het hospitaal.

In het rijksarchief van Ronse tenslotte maakte ik vooral gebruik van de microfilms. Dit zowel voor demografische gegevens (akten van geboortes, huwelijken en overlijdens) als voor één van de kranten van Oudenaarde, De Gazette van Audenaerde. Ik heb voor deze krant gekozen, en niet voor het Annoncenblad van Audenaerde, omdat Braet (cfr. infra) ook veel uit deze krant kon halen, en omdat er meer informatie in bleek te staan. Het Annoncenblad bestaat, zoals zijn titel laat vermoeden, grotendeels uit annonces. In het Annoncenblad was wel een samenvatting van het enige ontbrekende jaarverslag opgenomen, van 1842, dat ik daarom wel heb geraadpleegd.

Veel bronnen zijn in een apart volume in bijlage opgenomen. Dit is om praktische redenen: soms zijn deze bronnen moeilijk te interpreteren, en het is dan makkelijker de bron te vergelijken met de uiteindelijke interpretatie die in deze scriptie staat. Het opnemen van de originele bron laat andere onderzoekers toe deze op een andere manier te gebruiken/interpreteren. Ook vergelijkingen of schema’s die hier teveel plaats zouden innemen werden in dat volume opgenomen. Het derde volume bestaat uit een overzicht van de beschikbare bronnen voor Oudenaarde voor 1830-1870.

Over de jaarverslagen moet nog het volgende worden gezegd. De jaarrapporten van Oudenaarde maken tussen 1840 en 1850 een grote ontwikkeling door. Aanvankelijk zijn het slechts gedrukte brochures, opgesteld in beide landstalen, zonder paginanummers. Vanaf het rapport over 1843 komen wel paginanummers voor maar is het Nederlands reeds verdwenen, en vanaf 1844 treffen we deze rapporten ingebonden aan in de handbibliotheek van het stadsarchief. Vanaf dat jaar beschouw ik de rapporten als ‘gepubliceerd’. Toch bleven deze rapporten met slechts zo’n 30 pagina’s beperkt in omvang. Dit verandert radicaal in 1846: vanaf dan beschikken we over een uitgebreid verslag van meer dan honderd pagina’s dat als een volwaardig ‘memoriaal’ kan worden beschouwd. Ik meen me te herinneren dat het trouwens rond 1845 was dat de stad een abonnement aanvroeg op de gedrukte jaarverslagen van de stad Gent. Het is dus duidelijk waar men in het rapport van 1846 de mosterd vandaan haalde.

 

(3) Gebruikte literatuur

Mijn werk steunt vooral op bronnenonderzoek. Het literatuuronderzoek bleef eerder beperkt in mijn ogen. De belangrijkste overzichtswerken voor dit onderwerp zijn bekend: Jacquemyns, Sabbe, Kint, enz. Daarom acht ik het niet nuttig deze werken hier nog eens te bespreken. Wat de werken van Oudenaarde betreft, het is inderdaad zo dat de geschiedenis van Oudenaarde in de onderzochte eeuw weinig, om niet te zeggen bijna geen, publicaties heeft opgeleverd. Maar toch heeft de stad verschillende scribenten niet onberoerd gelaten, en het is vooral in scripties waar informatie over de stad in de negentiende eeuw te vinden is. Hiervan geef ik wel een overzicht.

Een oudste werk is dat van Braet, die in 1953 een onderzoek uitvoerde naar een verband tussen het kiezerskorps en de verkiezingsresultaten. Daartoe onderzocht hij de sociale samenstelling van de bevolking van de steden van Oost-Vlaanderen, en geeft hij een overzicht van de politieke stromingen in die steden. Alhoewel het niet uitsluitend over Oudenaarde gaat, krijgt deze stad toch de nodige aandacht. Het werk van Braet biedt een zeer goede kennismaking en algemeen beeld.

Coppens voerde in 1965 een onderzoek uit naar de gegoede stand van Oudenaarde. Het beeld dat hij van de stad geeft is echter niet zo nauwkeurig. Bovendien blijft hij sterk bij een weergave van de bronnen en gaat de meeste aandacht uit naar de Franse tijd.

De scriptie die Eloy schreef in 1971 gaf veel kadastrale informatie. Hij nam het grondgebruik en de huizenvoorraad van zowel Oudenaarde als Dendermonde onder de loep. De informatie over Oudenaarde is wel beperkter omdat de kadastrale gegevens die Popp verzamelde niet voorhanden zijn[1]. De informatie die wel beschikbaar was bleek zeer nuttig te zijn.

In 1974 was het de beurt aan Minnaert, die de politieke dynastieën onderzocht. Dit is een zeer omvangrijk werk, waarin een goed overzicht wordt gegeven van de politieke geschiedenis van de stad, maar dat vooral ook een uitgebreid biografisch en genealogisch overzicht geeft van de verschillende politieke families.

Een andere belangrijke scriptie is die van Guy Hoebeke uit 1998. Hoebeke onderzocht de industriële ontwikkeling van de stad tijdens de lange negentiende eeuw. Een belangrijk resultaat van zijn vele werk is een verwerkte weergave van de patentregisters van die eeuw. Ook voerde hij onderzoek uit naar de ontwikkelingen van de linnennijverheid in Oudenaarde en de opkomst en concurrentie van de moderne industrieën.

Van Simaeys besprak in 2002 deze crisis voor het ganse kanton Oudenaarde op basis van demografische gegevens. Door middel van haar navorsingen is het reeds mogelijk een inschatting te maken van de impact van de crisis in Oudenaarde en het omliggende platteland, en beschikken we over heel wat cijfermatige gegevens die een vergelijking kunnen ondersteunen.

Er is reeds recent een scriptie over de crisis van de jaren 1840 in Oudenaarde verschenen, van de hand van Jan Haegeman. Hierin komt men echter weinig te weten over de crisis, en de vrees om het werk dubbel te doen is haast onbestaande. Hij baseert zich voornamelijk op een krantenonderzoek, waardoor men niet te weten komt hoe de crisis zich in de stad afspeelde. Er wordt enkel een indruk gegeven of een anekdotische illustratie, het komt nergens tot een analyse. Veel literatuur of andere bronnen werden niet gebruikt, gemeenteraadsverslagen noch jaarverslagen. Zijn voornaamste bronnen zijn de verslagen van het college, de mercurialen, en twee kranten. Wat wel nuttig is aan zijn werk, zijn de prijzenreeksen die hij geeft voor 1839 - 1849.

 

(4) Gebruik van cijfers

De Britse politicus uit de negentiende eeuw Benjamin Disraeli onderscheidde drie soorten leugens: halve waarheden, grove leugens en statistieken. Ook het gezegde ‘statistieken bewijzen alles’ is alom bekend. Toch komen in dit werk zeer veel cijfers voor. Om dit te rechtvaardigen moet ik een onderscheid maken tussen twee soorten bezwaren tegen het gebruik van statistieken.

Het eerste bezwaar is datgene wat Disraeli bedoelde: dat statistieken alles kunnen bewijzen, indien de cijfers maar op de juiste manier worden voorgesteld. Statistieken zouden de werkelijkheid verbergen achter een getal dat slechts op een heel indirecte wijze tot stand kwam. Tot dergelijke verregaande berekeningen of formules komt het in deze scriptie echter zelden, en bovendien wordt de gebruikte methode steeds aangeduid. Vaak blijft het bij een weergave van aantallen en hoe deze zich verhouden.

Dit brengt ons bij het tweede probleem. Wat voor de negentiende eeuw opvalt is enerzijds de overvloed aan cijfers die werden verzameld, en anderzijds de twijfels die er bestaan over de juistheid van deze gegevens. In die eeuw werd er heel veel geteld, maar het is de vraag of alles wat er werkelijk aanwezig was in die tellingen werd opgenomen. Vaak was men hiervoor afhankelijk van de medewerking van respondenten, en controle op hun verklaringen was beperkt. Om dit probleem kunnen we niet heen. De cijfers die in deze scriptie worden gegeven betrachten derhalve nergens exactheid. De bedoeling is enkel om tendensen en verhoudingen aan te geven. Bij de cijfers zal ik steeds alle mogelijke bezwaren zelf aangeven, maar dit moet niet tot de opvatting leiden dat alle cijfers waardeloos zijn. Deze bezwaren dienen om de waarde van de informatie juist in te schatten, door bijvoorbeeld een weergave van de manier hoe de cijfers tot stand kwamen. De cijfers zijn verkeerd, het komt erop aan te weten hóe verkeerd ze zijn. Enkel met die bedenkingen voor ogen kunnen we er betrouwbare informatie uit afleiden.

 

 

3. Bronnenoverzicht en bibliografie

 

3.1 Gebruikte bronnen

 

(1) Stadsarchief Oudenaarde

Algemene reeksen

- Notulen van de beraadslagingen van de gemeenteraad:

- Boek 7: 01.10.1838 - 16.04.1842 [vanaf 09.01.1840]

- Boek 8: 30.04.1842 - 27.12.1845

- Boek 9: 05.01.1846 - 18.05.1850

- Notulen van de beraadslagingen van het college van burgemeester en schepenen:

- [1] 18.03.1837 - 10.12.1842 [vanaf 08.01.1840]

- [2] 06.12.1842 - 04.12.1848

- [3] 08.12.1848 - 22.12.1853 [tot 04.09.1851]

- Uitgaande briefwisseling (Reg. A):

- 205.1-71: 02.01.1840 - 30.06.1840

- 205.1-72: 01.07.1840 - 30.12.1840

- 205.1-73: 23.03.1841 - 31.12.1841

- 205.1-74: 29.06.1842 - 31.12.1842

- 205.1-75: 02.01.1843 - 31.08.1843

- 205.1-76: 01.07.1843 - 30.12.1843

- 205.1-77: 02.01.1844 - 12.10.1844

- 205.1-78: 09.10.1845 - 31.12.1845

- 205.1-79: 02.01.1846 - 30.05.1846

- 205.1-80: 01.06.1846 - 30.12.1846

- 205.1-81: 02.01.1847 - 31.07.1847

- 205.1-82: 02.08.1847 - 31.12.1847

- 205.1-83: 03.01.1848 - 31.05.1848

- 205.1-84: 02.06.1848 - 30.09.1848

- 205.1-85: 02.10.1848 - 29.12.1848

- 205.1-86: 02.01.1849 - 10.07.1849

- 205.1-87: 11.07.1849 - 31.12.1849

- 205.1-88: 03.01.1850 - 29.06.1850

- 205.1-89: 01.07.1850 - 31.12.1850

- Briefwisseling i.v.m. domicile de secours (Reg. B)

- [1] 20.05.1834 - 22.01.1840

- [2] 29.01.1840 - 06.04.1846

- [3] 07.04.1846 - 23.03.1848

- [4] 24.03.1848 - 22.07.1851

- Vertrouwelijke brieven aan en van de burgemeester

- 205.1-53: 30.09.1845 - 31.08.1871

 

Casusspecifieke dossiers

- Burgerwacht:

- 541.91-17: Briefwisseling der burgerwacht

- 541.91-18: De toestand van het werkelijke aantal soldaten

- Openbare gezondheid:

- 630-1: Openbare gezondheid

- 630-3: Prijs voor orde en netheid

- 630-4: “Hygiène publique”. Documenten en onderrichtingen betreffende het gezondmaken van ongezonde plaatsen

- 630.1-1: Plaatselijke geneeskundige commissie

- 630.1-3: Het welvaren des huisgezins; tijdschrift van gezondheidsleer voor het volk. Overzicht op landbouw, nijverheid en allerlei wetenschappelijke vordering door een gezelschap van geneesheren

- 630.1-4: Onderrichtingen aangaande de geneeskundige commissie van Oost-Vlaanderen (kwakzalverij)

- 633.1/2-3: Cholera: doktersrapporten (07.03.1849 - 26.10.1849)

- 633.1/2-4: Cholera (09.03.1849 - 08.10.1910)

- 633.1/2-5: Cholera: lijsten van aangetaste personen (23.12.1848 tot 09.11.1866)

- 633.14-1: Voorkomingsmaatregelen tegen typhus (29.07.1848 tot 11.10.1924)

- 633.14-2: Lijsten van aangetaste personen [typhus en paratyphus]

- Bevolking

- 514.14-1: Statistiek van doodgeboren kinderen (geen continue reeks)

- 520.9-21: Volkstelling van 1846. Brieven van de plaatselijke commandant

- 520.9-22: Volkstelling van 1846. Briefwisseling

- 520.9-23: Volkstelling van 1846

- Economie algemeen

- 70-1: Algemeenheden in verband met de economische activiteiten: landbouw, handel en nijverheid (09.04.1829 - 16.06.1869)

- 744.2-3: Wekelijkse donderdagmarkt te Oudenaarde (31.05.1834 - 25.06.1938)

- 744.2-5: Graanmarkt te Oudenaarde (09.12.1811 - 18.07.1876)

- Landbouw:

- 624.81-5: Hulp bij hongersnood: aanvraag tot kosteloze plantaardappelen

- 711:201.4-2: Landbouwtelling in 1834

- 711:201.4-3: Telling van de tabaksteelt (1835) (inlichtingen zelf ontbreken)

- 711:201.4-4: Telling van de granen in 1840

- 711:201.4-5: Landbouwtelling van 1846

- 711:201.4-69: Landbouwstatistiek (28.01.1857)

- Nijverheid en industrie

- 551.2-6: Rekeningen van de werkschool voor arme meisjes (1840 - 1850)

- 554-7: Kantschool (15.12.1851 - 23.11.1898)

- 554-13: Textielleergangen (27.05.1853 - 29.10.1857)

- 622.02-1: Werkhuizen voor leerlingen (16.09.1847 - 19.12.1861)

- 73-1: Briefwisseling betreffende de handel en de nijverheid (15.05.1812 - 01.06.1866)

- 733-1: Verzamellijsten van de nijverheidstakken te Oudenaarde (17.09.1812 tot 09.01.1935)

- 733.6-1: Textielnijverheid (04.02.1803 - 28.12.1921)

- Onderwijs

- 551.2-12: Kosteloze school Desmet

- 551.2-13: Betalende school Eliaert

- 551.2-16: Briefwisseling i.v.m. onderwijs

- 554-1: Nijverheidsschool (02.10.1843)

- Kaarten en plans (inventaris Oud Archief, Deel II)

- 20: Kaart van Oudenaarde, 19de eeuw

- 484: Kadastrale sectiekaart, ca. 1820

- 485: Kadastrale sectiekaart, ca. 1820

- 486: Kadastrale sectiekaart, ca. 1820

 

 

(2) OCMW-archief Oudenaarde

- Bureau de Bienfaisance:

- 0234: Inkomende briefwisseling, hoofdzakelijk van het gemeentebestuur

- 0339: Diverse stukken i.v.m. 1) inkomsten, uitgaven en onderhoudskosten door het Bureel en 2) antwoordlijsten van het Bureel op enquetes

- Hospices Civils:

- 0480: Notulen van de bestuursvergaderingen “Arrêtés et délibérations. Reg. C/4” (Van 25.05.1833 tot 31.01.1842)[begonnen vanaf 1840]

- 0481: Notulen van de bestuursvergaderingen “Arrêtés et délibérations. Reg. C/5” (Van 01.02.1842 tot 14.04.1852)

- 0725: Testamenten en legaten aan de burgerlijke godshuizen, Notice historique

- 0726: Diverse stukken i.v.m. het reglement van inwendige orde van het hospitaal e.d.

- 0787: Briefwisseling, modellen en enquêtes van hogere overheid aangaande de financiële situatie, gegevens en statistieken betreffende bevolking in godshuizen (zieken, ouderlingen, wezen, vondelingen, verlaten kinderen, arme jongens en meisjes in diverse godshuizen)

- 0790: Briefwisseling, staten en enquêtes van hogere overheid aangaande de financiële situatie, populatie en intern beheer van de diverse godshuizen, vnl. van het Onze-Lieve-Vrouweziekenhuis

- 0810: Ingekomen briefwisseling, geklasseerd per onderwerp. Betreffende landbouwkolonies

- 0817: Ingekomen briefwisseling (geklasseerd per onderwerp of instantie). Hoofdzakelijk tussen dokters, apothekers van het hospitaal en de commissie aangaande de werking in het ziekenhuis

- 0818: Ingekomen briefwisseling (geklasseerd per onderwerp of instantie). Hoofdzakelijk tussen de priorin van het convent en de commissie

- 0885: Statistieken, richtlijnen en enquêtes betreffende de vondelingen en verlaten kinderen (deel 1)

- 0885: Statistieken, richtlijnen en enquêtes betreffende de vondelingen en verlaten kinderen (deel 2)

 

(3) Rijksarchief Gent

- Jaarrapporten

- 401/1: Jaarrapporten betreffende de situatie in de steden van de provincie: In 1840

- 402/1: Jaarrapporten betreffende de situatie in de steden van de provincie: In 1841

- 403/1: Jaarrapporten betreffende de situatie in de steden van de provincie: In 1842 (rapport zelf ontbreekt voor Oudenaarde)

- 404/1: Jaarrapporten betreffende de situatie in de steden van de provincie: In 1843

- 405/1: Jaarrapporten betreffende de situatie in de steden van de provincie: In 1844

- Budgetten

- 537B: Budget voor 1840

- 543: Budget voor 1841

- 548: Budget voor 1842

- 553: Budget voor 1843

- 558: Budget voor 1844

- 565: Budget voor 1845

- 572: Budget voor 1846

- 579B: Budget voor 1847

- 586: Budget voor 1848

- 593: Budget voor 1849

- 600: Budget voor 1850

- Prostitutie

- 425.1: Prostitutie - reglementen

- 425.3: Prostitutie - in garnizoensteden

- Politie

- 457/2: Reglementen betreffende nachtpatrouilles: In het arrondissement Oudenaarde (alleen plattelandsgemeenten)

- Weldadigheid

- 2880/1: Reglementen van godshuizen, hospitalen, rusthuizen, enz.

- 2880/2: Dossier betreffende een geschil tussen de zusters van het O.L.V. Hospitaal te Oudenaarde en het plaatselijke stadsbestuur (met retroakten)

- 2880/3: Diverse instructies betreffende godshuizen

- 2880/5: Inlichtingen over de werking van weldadigheidsinstellingen

 

(4) Rijksarchief Ronse

- Demografie

- Microfilm 764889 (Geboortes 1840)

- Microfilm 764890 (Huwelijken en Overlijdens 1840)

- Microfilm 764891 (Geboortes 1841 - 1850)

- Microfilm 764892 (Huwelijken en Overlijdens 1841 - 1850)

- Microfilm 758256 (Tienjaarlijkse tafels geboorten, 1823 - 1832, Maeter, Virginia van Herpe)

- Microfilm MH 671 (Bevolkingsregister 1835 en Bevolkingsregister 1846 (1))

- Microfilm MH 672 (Bevolkingsregister 1846 (2))

- Microfilm MH 673 (Bevolkingsregister 1846 (3))

- Kranten: Gazette van Audenaerde

- Microfilm B79

- Marktprijzen: boter en eieren (1842, 1844-1845)

- 01.01.1842, N°1, 8ste jaargang - 01.01.1843, N° 1, 9de jaargang

- 15.06.1845, N° 24, 11de jaargang - 28.12.1845, N° 52, 11de jaargang

- Ook nog: 04.05.1845, N° 18, 11de jaargang; 18.05.1845, N° 20, 11de jaargang; 04.01.1846, N° 1, 12de jaargang

- Microfilm B80

- Marktprijzen: boter en eieren (1846-1849)

- 11.01.1846, N° 2, 12de jaargang - 01.08.1847, N° 31, 13de jaargang

- Ook nog: 05.12.1847, N° 49, 13de jaargang; 07.01.1849, N° 1, 15de jaargang; 01.04.1849, N° 13, 15de jaargang

- Opmerkingen: Microfilm B79

- 26.06.1842, N° 26, 8ste jaargang: onvolledig: enkel 1e en 4e pagina

- 17.07.1842, N° 29, 8ste jaargang: enkel 1e en 4e pagina

- 01.01.1843, N° 1, 9de jaargang: enkel 1e pagina

- Kranten: Nieuws- en Annoncen-blad van Audenaerde

- Microfilm B147, 02.10.1842, N° 1362, 26ste jaargang, p. 5 - 8: Verslag van het Kollegie van Burgemeester en Schepenen der Stad Audenaerde [over 1841]

- Kaarten: Microfilm B304, Inventarisnr. 244 (Kaart van Oudenaarde, 19de eeuw)

 

 

3.2 Bibliografie

 

(1) Geraadpleegde bibliografieën, inventarissen en werkinstrumenten

 

(2) Gepubliceerde bronnen

 

 

(3) Literatuur

 

 

4. Gebruikte afkortingen en tekens

 

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[1] De Popp-kaart van Oudenaarde is, in tegenstelling tot wat Eloy beweert, wel bewaard. Deze zou zich in het Rijksarchief Ronse bevinden. (-, Rijksarchief te Ronse. Toegangen in beperkte oplage. Inventarissen van hedendaagse gemeentearchieven. Deel II. Brussel 1992, sp.; Oudenaarde: inventaris nr. 263)