Het Kempisch Legioen. De dubbele strijd van een verzetsbeweging 1942 - 1944 en 1944 - 1961. (Ward Baeten)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Inleiding

 

Over het verzet zijn er al een heel wat publicaties gebeurd. Toch zijn er hier en daar grote leemtes te bespeuren. Echte overzichtswerken ontbreken. Twee zaken die wel in de buurt komen zijn het werk van Meyers en Selleslag [2] en de twee delen over het verzet in de reeks van de toenmalige BRT over België in de Tweede Wereldoorlog[3]. Op meer internationaal gebied zijn er nu al een aantal studies die het verzet in Europa bespreken[4], waarvan één vrij recent is[5]. Naast die algemene werken zijn er weinig die de verzetsbewegingen op zich bespreken. Er zijn een aantal publicaties over het Geheim Leger en over de acties van de geheime diensten in ons land[6], maar verder dan dit gaat dit niet. Bovendien zijn de werken over het algemeen een zakelijk overzicht van de verschillende acties. Enkel de militaire kant wordt onder de loep genomen. Dit kan verklaard worden door de militaristische achtergrond van het Geheim Leger, maar laat bijgevolg wel een leemte achter over de motivatie en de sociale kant van deze feiten. Van de meeste bekende verzetsgroepering, de Witte Brigade - Fidelio, is er weinig tot niets te vinden[7]. Bijgevolg is het niet te verwonderen dat er over nog kleinere bewegingen helemaal amper iets te vinden valt.

Dit thesisonderzoek tracht hier een lacune in te vullen door het behandelen van de geschiedenis van één van die kleinere groeperingen: het Kempisch Legioen. Deze loopt van bij zijn ontstaan ergens in augustus 1942 tot aan zijn erkenning op 3 maart 1961[8]. De regio die zal besproken worden ligt nogal voor de hand, namelijk de Kempen. Hierbij gaat het vooral om oostelijke helft van de provincie Antwerpen. Met de grootste kern in Turnhout en kleinere in Geel, Herentals en Herenthout. De doelstelling die ik voor mezelf in dit onderzoek voorop stel is drieledig. Ten eerste wil ik de geschiedenis en de rol van deze organisatie schrijven tijdens zijn meest essentiële periode: tijdens de bezetting en de bevrijding van België. Dit alleen al behelst een reeks vragen die beantwoord dienen te worden. Op de eerste plaats een reconstructie van de organisatie die stak achter de naam “Kempisch Legioen”. In combinatie met welke acties zij wilden uitvoeren, naargelang hun doelstellingen als verzetsorganisatie, en in hoeverre deze acties slaagden. Acties brachten ongetwijfeld met zich mee dat er slachtoffers vielen. Hoe groot was het verlies onder strijders die op de ledenlijst stonden van het Kempisch legioen. In welke omstandigheden kwamen zij om? Dat zijn enkele vragen die ik hieraan nog wil toevoegen. Met het reconstrueren van de structuur van het Kempisch legioen wil ik ook deze organisatie in de meer algemene context van het verzet in die regio situeren. Daar waren immers nog andere organisaties actief. Was er contact tussen deze groepering of werd er volkomen los van elkaar gewerkt. In deze regio was er dan nog een probleem van banditisme. Groepen of personen gingen de naam van verzetsbeweging gebruiken om banale misdaden te plegen. Had het Kempisch legioen hier ook mee af te rekenen, en zo ja op welke manier en met welke gevolgen? Ten derde wil ik focussen op het einde en de nasleep van de oorlog. In 1944 was er een heel sterke intensifiëring van de verzetsacties. Veel groeperingen maakten wilde plannen voor de bevrijding van België en wat daarop volgen zou. De meeste van die plannen bleven onuitgevoerd door de snelle bevrijding. Door de geografische ligging van het actiegebied van het KL kon dit misschien wel tijd gehad hebben om enige plannen ten uitvoer te brengen. Wat was de rol die deze organisatie speelde in de repressie. Gingen de KL’ers in september ’44 van deur tot deur, om elke zwarte te berechten en rechtvaardigheid doen geschieden? Of was het net dankzij het KL, dat zijn manschappen inzette om de orde te bewaren, en zo een aantal plunderingen of onnodig geweld konden voorkomen? Vele verzetsmensen hielpen mee met de bevrijding van hun streek en wilden zich wat graag laten opnemen in de geallieerde legers. Dit was geen evidentie. De Belgische regering ging slechts traag over tot het opstarten van een nieuw Belgisch leger. Tot groot ongenoegen van enkele grote verzetsbewegingen. Was dit hetzelfde bij de kleine organisaties of was voor hen de bevrijding van hun regio het einde van de strijd? Tot slot wil ik nagaan wat de impact was van de problemen die onmiddellijk na de oorlog de kop opstaken. Het KL moest erg lang wachten om erkend te worden. Was dit het gevolg van bureaucratie of zijn hiervoor andere redenen? Hierbij komt ook nog de vraag of het einde van de oorlog ook het einde van het Kempisch Legioen als vereniging betekende? Kwam er nog een staartje aan, en was dit staartje dan eerder van louter sociaal - culturele aard of zat er ook een politieke connotatie aan vast?

 

Zoals elk onderzoek is ook dit op zijn manier uniek. Dit zeker binnen het spectrum van thesissen die al verschenen zijn over het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het merendeel behandelt een locale gemeenschap en probeert van daaruit de toestand en verschillende verzetskernen af te lijnen. Zo is er bijvoorbeeld het onderzoek naar het verzet in Veurne[9], in Harelbeke[10], in Diksmuide[11] en zo verder. Kenmerkend aan deze onderzoeken is dat ze verschillende verzetsgroeperingen behandelen, aangezien in ieder dorp vaak verschillende organisaties actief waren. Dit zal in dit onderzoek anders zijn. Ik vertrek van de organisatie Kempisch Legioen en probeer daarvan de geschiedenis te schetsen. Bijgevolg zal ik het over verschillende dorpen (en enkele steden) hebben, in plaats van één dorp of gemeenschap. Door deze benadering zal mijn methode logischerwijze verschillen van die van mijn voorgangers. Waar zij via vooral via interviews en erkenningsdossiers het verzet prosopografisch benaderden, zal bij mij deze aanpak op de achtergrond blijven. In het eerste deel zal wel wat cijfermateriaal verwerkt worden. De cijfers waar ik over beschik zijn de resultaten van een steekproef. Op de ledenlijst van het Kempisch Legioen staan 883 namen[12], bijgevolg sloot een nauwkeurig onderzoek van al deze dossiers andere benaderingen uit en koos ik ervoor om met een steekproef[13] te werken. Ik vertrek in hoofdzaak vanuit archief. Interviews heb ik bewust achterwege gelaten. Dit om verschillende redenen. Omdat het vrij moeilijk zou zijn en veel tijd in beslag zou nemen om aan de hand van de ledenlijst (waarop enkel geboortedatum en geboorteplaats vermeld staan) leden te gaan opsporen. Erg veel van hen zijn trouwens niet meer in leven. Het jongste lid is of zou in februari 76 jaar oud zijn geworden, terwijl de meeste leden al in of ver boven de tachtig zijn. De belangrijkste reden is dat deze mensen zeker erg boeiende verhalen zouden kunnen vertellen, maar dat deze weinig zouden bijdragen ten aanzien van de verschillende doelstellingen die ik voorop stel. Hun verhaal zou erg lokaal zijn en weinig vertellen over de structuur of organisatie die erachter stak. Tenzij het natuurlijk om een topfiguur zou gaan, maar al de mensen met een leidende functie binnen het KL zijn reeds overleden.

 

Er wordt gewerkt in drie delen, het eerste behandelt de periode van de oorlogsjaren, het tweede de strijd om erkenning en het derde het verenigingsleven en de politieke context in de jaren veertig en vijftig. De onderlinge structuur van de delen zal vrij gelijkmatig zijn. Eerst wordt aan de hand van één of meerdere overzichtswerken een algemene context geschetst. Vervolgens komen de bronnen aan het woord die het verhaal vertellen voornamelijk van uit het standpunt van het KL. Daarna wordt het verhaal opnieuw verteld maar deze keer worden de bronnen niet louter herhaald maar onderling vergeleken en aan historische kritiek onderworpen. Tot slot van ieder deel is er een voorlopige conclusie. Op het einde is er dan een algemeen besluit. Deel twee en drie overlappen elkaar in tijd nagenoeg volledig maar ik houd ze uit elkaar omdat het ene enkel zal ingaan op de strijd om erkenning en het andere op de politieke en culturele zaken die voortvloeiden uit het KL. Deze twee zaken houden verband met elkaar maar het zou het overzicht sterk beperken mocht ik beide samen behandelen.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[2] Meyers (W.), Selleslag (F.) , De vijand te lijf, Belgen in het verzet, Antwerpen, Helios, 1984, 128 p.

[3] Louyet, P. , België in de Tweede Wereldoorlog, deel 4: Het verzet, Antwerpen, de Nederlandsche boekhandel, 1984, 95 p.

Van De Vijver (H.) , Van Doorslaer (R.) en Verhoeyen (E.) , België in de Tweede Wereldoorlog, deel 6: Het verzet 2, Kappelen, uitgeverij Pelckmans, 1988, 122 p.

[4] Semelin (J.) , Sans armes face à Hitler: La résistance civile en Europe, 1939-1943, Parijs, Editions Payot et rivages, 1989, s.p.

[5] Moore (B.) (ed.) , Resistance in Western Europe, Oxford, Berg, 2000, 228 p.

[6] Strubbe (F.) , Geheime oorlog 40/45 De inlichtings- en actiediensten in Belgiê, Tielt, Lannoo, 558 p.

Bernard (H.) , Het Geheime Leger 1940-1944, Gent, J. Verbeke, 1986, 345 p.

[7] Van Herck (W.), Ontstaan en groei van een verzetsbeweging : vergelijkende prosopografie van de eerste 196 leden van de Witte Brigade/Fidelio, Gent, onuitgegeven licentiaatisverhandeling, 2002, 149 p.

[8] Uittreksel van het Staatsblad, archief van het ministerie van defensie, farde 11, documenten aangaande de erkenning van het Kempisch Legioen, Service D en de Nationale Koninklijke Beweging. Hun geschiedenis loopt dan nog verder tot in de jaren tachtig, maar ik neem 1961 als eindpunt. In dat jaar is hun doel (een erkende verzetsbeweging) bereikt, en bronnen van na deze datum zijn schaars en weinig interessant.

[9] Laplasse, J. , Veurne, een kleine provinciestad tijdens Wereldoorlog Twee: een bijdrage tot de analyse van het verzet, Gent, onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, 1996, 271 p.

[10] Feys, J. , Analyse en situering van het verzet in een middelgrote gemeente: Harelbeke, Gent, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1995, 227 p.

[11] Depoorter, N. , Diksmuide tijdens de Tweede Wereldoorlog: een prosopografische analyse van het verzet, Gent, onuitgegeven licentiaatsverhandeling RUG, 1997, 271 p.

[12] Deze lijst bevindt zich op het archief van de Witte Brigade – Fidelio te Antwerpen. Over de accuraatheid ervan kan zeker gediscussieerd worden, dit zal verder in dit werk duidelijk naar voor worden gebracht.

[13] Hiervoor bekeek ik 185 willekeurig gekozen erkenningsdossiers van leden van het Kempisch Legioen