De conscripties in het 'Département de l' Escaut'. Organische groei van een recruteringssysteem, zijn conceptueel kader en zijn praktische uitvoering. Casus: de 19 gemeenten van het 'canton d' Oosterzeele'. (Olivier Van Rode)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL I

 

ONTWIKKELINGSFASEN VAN HET RECRUTERINGSSTELSEL
(1798-1805)

 

Hoofdstuk VII : De 'levées' uit de 'classes' van XIII en XIV

 

De vervollediging van het leger vlotte maar niet. De 'levée' van 30.000 conscrits op elk van de 'classes' van de jaren IX tot XII, zowel voor het actief leger als voor de reservecompagnieën, sleepte enorm lang aan. Daarom besliste de wetgever op 3 germinal XII (24 maart 1804) om een nieuwe 'levée' te organiseren, van 30.000 nieuwe recruten voor het actief leger en 30.000 voor de reservecompagnieën, op de te vormen 'classe' van jaar XIII.  Net zoals de vorige wetten, wachtte ook deze lang op een uitvoerend 'arrêté'[564]. Dit laatste kwam er pas op 8 nivôse XIII (29 december 1804). Toen werd de nood aan recruten blijkbaar opnieuw sterker, want al op 27 nivôse XIII (17 januari 1805) beval de wetgever de volgende 'levée', van opnieuw hetzelfde aantal conscrits, op de 'classe' van jaar XIV. En het uitvoerend 'arrêté' volgde ook nog in jaar XIII, op 8 fructidor (26 augustus 1805).

 

 

A. Waarom samen behandeld?

 

Hoewel het eigenlijk om twee onderscheiden 'levées' ging, besloot ik deze toch samen te behandelen. Hoewel ze niet volledig simultaan uitgevoerd werden, sleepte de 'levée' op de 'classe' van jaar XIII immers opnieuw zolang aan, dat zij nog volop aan de gang was, toen men aan de 'levée' op de 'classe' van jaar XIV moest beginnen.

 

Daarnaast was jaar XIV een zeer kort jaar, gezien op 1 januari 1806 definitief overgestapt werd op de gregoriaanse kalender. De kunstgreep die toen genomen werd om de 'classe' van 1806 voldoende groot te maken, vormt een goede reden om de 'levée' op die 'classe' afzonderlijk te behandelen, los van de twee voorgaande (hoewel ook die twee nog in 1806 aansleepten).

 

Tenslotte zijn de overeenkomsten, zowel in de tekst van de wetten van 3 germinal XII en van 27 nivôse XIII, als in de tekst van de 'Décrets impériaux' van 8 nivôse en van 8 fructidor XIII zo opvallend[565], dat een wetsvergelijkende behandeling een extra dimensie biedt in de analyse van de organische groei van de recruteringswetgeving.

 

Hierna volgt dus eerst een analyse van de vier teksten, waarbij de focus vooral gericht zal zijn op de verschillen, tussen beide teksten onderling, en tussen die teksten enerzijds, en die aangaande de vorige 'levées' anderzijds. Daarna wordt opnieuw dieper ingegaan op de uitvoering in de praktijk, in het 'département' en in het kanton Oosterzele.

 

 

B. De juridische dimensie

 

b1. De wetten van 3 germinal XII [566] en 27 nivôse XIII[567]

 

Beide teksten zijn letterlijk identiek, met als enige verschil het jaar van de conscriptie. Ze bepaalden enkel de departementale contingenten, en verwezen voor het overige naar de wetten van 28 floréal X en 6 floréal XI.

 

b2. De decreten van 8 nivôse [568] en 8 fructidor XIII[569]

 

Ook het decreet van 8 fructidor herhaalt grotendeels de bepalingen van dat van 8 nivôse. Beide decreten bestaan uit een aantal thematisch afgebakende titels, zodat ze best titelsgewijs behandeld konden worden. Zoals gezegd volgt hierna de vergelijking tussen beide decreten onderling, en de verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI[570] en voorgaande.

 

1) Verdeling van het contingent

 

1.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 1)

 

Voor het eerst bepaalde men expliciet, dat de verdeling diende te gebeuren op basis van het bevolkingscijfer (en rekening houdend met het aandeel dat voor de marine bestemd was)[571]. Dit gold zowel voor de verdeling van het departementale contingent door de 'préfet' onder de arrondissementen, als voor die van de verschillende arrondissementele contingenten, door de 'sous-préfets' onder de 'cantons de justice de paix'[572].

 

1.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 1)

 

Het grootste praktische verschil tussen beide decreten school in de aanvang. Een niet in het decreet van 8 nivôse terug te vinden artikel[573] luidde : "Les trente mille conscrits de l' an 14, qui, en vertu de la loi du 27 nivôse an 13, doivent être levés pour compléter l' armée sur le pied de son organisation, et les trente mille destinés à rester en réserve ou à porter l' armée au pied de guerre, sont mis en activité;...".

Naast de marine moesten ook de personen, in dienst bij de kustwacht, in rekening gebracht worden bij de verdeling van het contingent.[574]

 

1.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Naast het feit, dat men niet langer expliciet termijnen vooropstelde, waarbinnen de diverse instanties hun respectievelijke opdracht dienden uit te voeren, was er inzake de verdeling van het contingent één groot verschil met de vorige 'levées'. Dit verschil lag in de basis voor de recrutering. Nadat in jaar VII het administratieve tussenniveau (de bestuurlijke kantons) centraal had gestaan bij de recrutering, had de wet van 17 ventôse VIII haar naar het lokale niveau (de gemeente) verschoven. Daarbij was dan wel de mogelijkheid voorzien om kleine gemeenten te verenigen voor de levering van een gezamenlijk contingent. Dit principe bleef in voege, impliciet in de uitvoering van het 'arrêté' van 18 thermidor X, en expliciet herhaald in het 'arrêté' van 29 fructidor XI.

Het decreet van 8 nivôse XIII keerde in feite terug naar de procedure van jaar VII[575]. Men ging echter, om begrijpelijke praktische redenen, niet het administratieve tussenniveau (de 'sous-préfecture) als basis kiezen, maar wel het jurisprudentiële (het 'canton de justice de paix').

 

Uit de tekstuele vergelijking zou men kunnen concluderen, dat hiermee een radicale verandering doorgevoerd werd. In het vorige hoofdstuk bleek al, dat dit niet het geval was. Had men in jaar XI de 'levée ordinaire sur les classes des années IX et X' nog, in de geest van de wet van 17 ventôse VIII, op gemeentelijk niveau uitgevoerd, dan had men in jaar XII de 'réunion' zeer ruim geïnterpreteerd, en vaak[576] zelfs het kantonnale niveau als basis genomen. Op 8 nivôse XIII legaliseerde men dus in feite alleen maar een praktijk, die reeds voordien ingang had gevonden.

 

2) De opmaak van de conscriptielijsten

 

2.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 2)

 

De conscriptie werd, onder toezicht van de 'préfet', een bevoegdheid van de 'sous-préfet', die voor de correcte opmaak alle maatregelen mocht nemen, die hij nodig zou achten. In het eerste arrondissement mocht de 'préfet' daartoe een lid van de 'conseil de préfecture' aanstellen.

 

De 'maire' moest eerst een gemeentelijke lijst opmaken, waarop elke conscrit van de 'classe' van jaar XIII diende te worden geplaatst, die zijn wettelijk domicilie[577] op de gemeente had, ongeacht het feit of hij al dan niet aanwezig was, gehuwd, ongehuwd of weduwnaar, en of hij voor een 'exemption' in aanmerking kwam. Deze lijst diende in alfabetische volgorde opgemaakt te worden.

Op basis van de gemeentelijke lijsten, die hem door de 'maires' overgemaakt werden, diende de 'sous-préfet' een  algemene alfabetische lijst  per kanton op te maken,   tegen 20 pluviôse XIII (9 februari 1805), die in elke gemeente van het kanton uitgehangen moest worden gedurende tien dagen (van 20 tot 30 pluviôse)[578]. Gedurende die termijn konden dan de opmerkingen of klachten ontvangen worden in een daartoe in elke gemeente te openen register.

 

2.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 2)

 

Het nieuwe decreet stelde de 'sous-préfet' expliciet verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de gegevens in de lijsten.

Bij de wettelijk op de gemeente gedomicilieerde conscrits van de 'classe' van jaar XIV rekende men expliciet de individuen, die op het ogenblik van de conscriptie opgesloten waren in een gevangenis.

 

Gezien het decreet van begin fructidor dateerde, kon men de data naar vendémiaire vervroegen. De 'sous-préfet' diende de kantonnale lijst af te werken tegen 10 vendémiaire XIV (2 oktober 1805), waarna deze tot 20 vendémiaire (12 oktober 1805) zouden uithangen.

 

Het decreet van 8 fructidor expliciteerde ook nog eens, dat de 'sous-préfets' de door hen opgemaakte kantonnale lijsten dienden door te sturen naar de 'préfet', zodat deze de 'tableau général des conscrits du département' kon opmaken, conform de wet van 19 fructidor VI, en deze aan de 'ministre de la guerre' overmaken. De 'sous-préfet' moest die lijsten echter pas doorsturen, na de 'vérification' (cfr. 3).

 

2.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Voor het eerst week men inzake de conscriptie fundamenteel af van de wet van 19 fructidor VI. Het principe, dat de conscrits van éénzelfde classe, ongeacht hun woonplaats, de plaats moesten innemen die hun leeftijd hen toekende, werd opgeheven. Dit principe was bedoeld als oproepvolgorde[579], maar had nooit als zodanig kunnen fungeren. Zoals gezegd, wachtte men immers nooit op de afwerking van de algemene conscriptielijst van de republiek, om een 'levée' te organiseren. Bijgevolg had de rangschikking volgens leeftijd geen enkel praktisch nut. Toch eiste men tot en met jaar XII dat de lijsten conform de wet opgemaakt zouden worden. Bovendien had men in jaar VII ervaren, hoe moeilijk het was een conscrit aldus te identificeren, en vanaf jaar VIII werden alfabetische lijsten opgemaakt per arrondissement en per département. Over de papierberg, waaronder de administratie zich bedolven zag, hebben we het voldoende gehad...

Met het decreet van 8 nivôse XIII stapte men resoluut af van de rangschikking volgens leeftijd, en tegelijk ook van de arrondissementele lijsten[580]. Dat hierbij een akte van de uitvoerende macht inging tegen een wet (en dus een hogere rechtsregel), geeft nog maar eens de verschuiving weer van een 'rechtstaat' naar een vermomde dictatuur. Maar intussen was de 'premier consul' een erfelijk keizer geworden...

 

3) Werkzaamheden van de 'sous-préfet'[581]

 

De 'vérification' van de kantonnale lijsten[582], het onderzoek en de visitatie van de conscrits, en de 'désignation' werden een bevoegdheid van de 'sous-préfet', behalve in de gevallen die expliciet aan de 'préfet' of de 'conseil de recrutement' voorbehouden werden. Zijn beslissingen moesten ogenblikkelijk en voorlopig uitgevoerd worden.

 

3/1) De voorbereiding (titel 3)

 

3/1.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII

 

Deze werkzaamheden zouden overal in het keizerrijk aangevat worden op 1 ventôse XIII (20 februari 1805). De 'sous-préfets' moesten, acht dagen tevoren, bij wege van publikatie en uithanging, de dag bekendmaken waarop ze zich naar het 'chef-lieu de canton' zouden begeven. Ze moesten de 'maires' dan bevelen om elke conscrit schriftelijk op te roepen zich die dag aan te melden, op de voorgeschreven plaats en het voorgeschreven uur. Het voorwendsel, de orders niet ontvangen te hebben, onthief hen echter niet van de verschijningsplicht.

Indien het gros van de bevolking niet veel verder verwijderd woonde van het 'chef-lieu d' arrondissement', in vergelijking met de afstand tot het 'chef-lieu de canton', kon de 'sous-préfet', mits toestemming van de 'préfet', beslissen om de werkzaamheden daar te laten doorgaan.

Alle recruterings-(onder-)officieren van het volledige arrondissement moesten zich die dag ook naar het 'chef-lieu de canton'[583] begeven. De hoogste in graad moest deelnemen aan alle werkzaamheden, en mocht aan de 'sous-préfet' alle eisen stellen, die hij zou nodig achten. De 'sous-préfet' was gehouden zich over al die eisen uitspreken.

Verder moest op het 'chef-lieu' ook een 'gendarmerie'-officier aanwezig zijn, en, naargelang de omstandigheden, één of twee brigades van dat wapen. De 'sous-préfet' moest daartoe de nodige opeisingen doen.

Tenslotte moesten de 'maires' of 'adjoints' van alle gemeenten van het kanton bij de werkzaamheden aanwezig zijn. Zij zouden daartoe opgeroepen worden door de 'sous-préfet'.

 

3/1.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 3)

 

Evenals voor jaar XIII, zou ook voor jaar XIV met de werkzaamheden begonnen worden, daags na afloop van de tiendaagse termijn, toegekend voor het formuleren van opmerkingen en klachten inzake de kantonnale lijsten. Gezien die termijn liep tot 20 vendémiaire, moest met de werkzaamheden begonnen worden op 21 vendémiaire XIV (13 oktober 1805).

 

Daarnaast werd nog eens expliciet bepaald, dat de 'sous-préfet' moest instaan voor het oproepen van de recruterings-(onder-)officieren. De 'sous-préfet' diende ook alle eisen, gesteld door de hoogste recruteringsofficier, te vermelden in het proces-verbaal van zijn werkzaamheden.

Dit zou er kunnen op wijzen, dat er zich in jaar XIII nog strubbelingen zouden voorgedaan hebben tussen de militaire en de civiele instanties. Zelf heb ik daar geen aanduidingen van aangetroffen, voor het 'département de l' Escaut'.

 

3/1.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Zoals het op 17 ventôse VIII bedoeld was, moest de 'sous-préfet' de spilfiguur worden van de recrutering. Gezien de 'sous-préfets' echter toen nog niet in functie getreden waren, en zij bij hun aanstelling vaak blijk gaven van een relatieve apathie -en soms zelf antipathie- ten overstaan van de recrutering, had men hun bevoegdheden in de twee volgende 'levées' toegekend aan de nieuwe recruteringsinstanties. Dit had echter een al te grote machtsconcentratie in handen van de militaire overheid meegebracht. Nu maakte men vooralsnog de 'sous-préfet' tot spilfiguur.

 

3/2) De 'vérification des listes'

 

3/2.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 3)

 

De 'sous-préfet' moest van alle opmerkingen, die aangaande de conscriptielijsten gerezen zouden zijn, kennis nemen, en op basis daarvan aan de kantonnale conscriptielijst alle toevoegingen, wijzigingen of weglatingen toebrengen, die hij gerechtvaardigd zou achten. De secretaris moest nota nemen van elk van zijn beslissingen.

 

3/2.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 3)

 

De opdracht van de secretaris werd geherformuleerd : hij moest een proces-verbaal opmaken van alle werkzaamheden inzake de 'vérification des listes'.

 

3/2.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Artikel 10 van het 'arrêté' droeg dezelfde 'vérification des listes' op aan de conseil municipal, of aan de 'commission', ingeval van 'réunion' tussen meerdere gemeenten.

Voordien baseerde men zich exclusief op de wet van 19 fructidor VI. De artikelen 33 en 34 bepaalden dat de kantonnale conscriptielijst ter inzage op het secretariaat van de 'administration municipale' moesten gehouden worden, zodat eenieder er kennis van kon nemen en weglatingen kon aanklagen. Binnen de maand na de opmaak van de lijst mochten de conscrits ook tegen de mogelijke vergissingen in hun nadeel beroep aantekenen bij de 'administration centrale'.

 

3/3) Het onderzoek van de conscrits

 

3/3.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 4)

 

a. De keuringscommissie

 

Onmiddellijk na de 'vérification' moesten de conscrits gekeurd worden. Het onderzoek moest bijgewoond worden door één 'maire' of 'adjoint', één recruteringsofficier, de 'gendarmerie'-officier en een door de 'préfet' aangeduide[584] gezondheidsofficier of (civiele) arts, te nemen buiten het arrondissement waarin hij werkzaam moest zijn.

 

b. Werkwijze

 

Alle conscrits zouden nominatief afgeroepen worden, in de alfabetische volgorde van de kantonnale conscriptielijst.

 

*1 De op de keuring aanwezigen

 

Was een conscrit aanwezig, dan moest hij onder een soort juk geplaatst worden[585], waarvan de dwarslat gefixeerd lag op 1,544 m. Reikte hij niet aan de dwarslat, dan moest men op de lijst, bij zijn naam, en in de kolom met de 'observations', "...qui alors portera le titre de colonne des décisions du sous-préfet..." de volgende formule neerschrijven : "incapable, à cause de sa taille, de soutenir les fatigues de la guerre."[586] Telkens moest de precieze lichaamslengte genoteerd worden.

 

Was de conscrit groter dan 1,544 m, dan werd naast zijn naam "bon par la taille" geschreven. Hij moest dan terstond gekeurd worden op zijn fysieke gesteldheid.

De 'sous-préfet' diende hem te vragen of hij gebreken had, die hem in de onmogelijkheid stelden om de vermoeienissen van de oorlog te dragen. Daarbij diende hij hem erop te wijzen dat, ingeval hij nadien de 'réforme' zou vragen, of ze ongevraagd zou krijgen, wegens niet-aangegeven gebreken, hij gehouden zou zijn om op eigen kosten een vervanger te leveren. De recruteringsofficier was trouwens gemachtigd om, indien de conscrit zelf geen lichamelijke gebreken zou inroepen, toch de visitatie te vragen.

 

De visitatie moest gehouden worden door de recruteringsofficier, de 'gendarmerie'-officier, de gezondheidsofficier en de 'maire' van een andere gemeente dan die waar de conscrit zijn domicilie had.

Verklaarden de recruteringsofficier en de meerderheid van de commissieleden de conscrit geschikt voor de dienst, dan zou hij als dusdanig in de kolom met de 'observations' genoteerd worden. Werd hij door de recruteringsofficier en een meerderheid van de leden ongeschikt bevonden, dan moest hij als dusdanig op een speciaal daartoe voorziene lijst bijgeschreven worden.

Telkens wanneer slechts een minderheid van de leden de beslissing van de recruteringsofficier bijtrad, hetzij voor zijn afkeuring, hetzij voor zijn aanvaarding, moest de 'sous-préfet' de verwijzing naar de 'conseil de recrutement' bevelen. De motieven voor de beide meningen zouden dan in de kolom met de 'observations' geschreven worden.

 

Wees de visitatie uit, dat de conscrit gebreken zou geveinsd hebben, of dat hij zich vrijwillig verminkt zou hebben, om ongeschikt verklaard te worden, dan zou hij aangegeven worden bij de 'conseil de recrutement'.

 

Vroegen noch de conscrit, noch de recruteringsofficier om de visitatie te houden, dan zou de conscrit gehouden zijn deel te nemen aan de 'désignation', net zoals degenen die bij de visitatie geschikt bevonden werden.

 

Aan elke tot deelname aan de 'désignation' gehouden conscrit moest de 'sous-préfet' vragen of hij een broer had, die als conscrit deel uitmaakte van het actief leger, of hij enige zoon van een weduwe of oudste van een aantal weeskinderen was, of zijn vader van zijn arbeid leefde en 71 jaar oud was en of hij het sub-diakonaat ontvangen had[587]. Verkeerde de conscrit in één van die gevallen, dan diende de 'sous-préfet' hem te vragen of hij wenste te genieten van door het 'arrêté' van 29 fructidor XI toegekende gunst. De subdiakens konden van de lijst geschrapt worden, en de anderen bij de reserve geplaatst.

 

*2 De op de keuring afwezigen.

 

Alle conscrits die op de lijst geplaatst waren als aanwezig in de gemeente, die zich niet zouden aanbieden voor de keuring, en die daarvoor geen door de 'sous-préfet' legitiem bevonden motief zou hebben, zou tot 'conscrit supplémentaire' verklaard worden[588].

 

Voor de als afwezig op de lijst geregistreerde conscrits, moest de 'sous-préfet' de vertegenwoordiger interpelleren. Was niemand met zijn vertegenwoordiging belast, dan moest de 'sous-préfet' alle inlichtingen inwinnen, nodig om zekerheid te verwerven betreffende het bestaan en de actuele verblijfplaats van de afwezige, hetzij bij de 'maire' van de gemeente van zijn domicilie, hetzij bij de andere 'citoyens'.

 

Was een conscrit reeds van de gemeente afwezig vóór de publikatie van het decreet, en had hij zich niet voor de 'désignation' naar zijn domicilie begeven, dan zou hij 'de facto' als geschikt voor de dienst geregistreerd worden, en dus gehouden zijn deel te nemen aan die 'désignation'.

 

*3 De tot de 'inscription maritime' behorende individuen

 

Was een conscrit geregistreerd als behorend tot de 'inscription maritime', dan moest hij op de keuring de bewijzen voorleggen van zijn inschrijving. Werden deze geldig en voldoende bevonden, dan werd de betrokkene vrijgesteld van deelname aan de 'désignation' voor het landleger. Kon hij zijn inschrijving niet bewijzen, dan moest hij door de 'sous-préfet' tot 'conscrit supplémentaire' verklaard worden.

 

*4 Supplementaire conscrits

 

De conscrits, die in één van de volgende gevallen verkeerden, moesten tot 'conscrit supplémentaire' verklaard worden, en als dusdanig van de 'désignation' uitgesloten worden :

1° degenen die, hoewel ze aanwezig waren op de gemeente, nalieten zich aan te bieden voor de keuring

2° degenen die beweerden tot de 'inscription maritime' te behoren, maar daarvoor niet de nodige bewijzen konden voorleggen

3° degenen die geweigerd hadden zich te laten inschrijven voor de conscriptie

(= 'insoumission')

4° degenen, die valse stukken voorgelegd hadden

 

c. Registratie van de resultaten van de keuring

 

Van zodra alle op de kantonnale conscriptielijst voorkomende individuen afgeroepen waren, moest de 'sous-préfet' deze geannoteerde lijst door alle commissieleden[589] laten ondertekenen.

 

Daarna diende hij de volgende specifieke lijsten op te maken :

1° de lijst van degenen die gehouden waren deel te nemen aan de 'désignation'

2° de lijst van de tot 'conscrit supplémentaire' verklaarden

3° de lijst van degenen die erkend waren als behorend tot de 'inscription maritime'

4° de lijst van degenen, die aan de 'conseil de recrutement' aangegeven moesten worden wegens veinzing van gebreken of zelfverminking

5° de lijst van degenen die definitief ongeschikt bevonden werden voor de dienst

6° de lijst van degenen, over wiens geschiktheid of ongeschiktheid de 'conseil de recrutement' zich moest uitspreken

7° de lijst van de afwezigen, met vermelding van het motief van de afwezigheid en hun verblijfplaats.

 

Ook deze lijsten, die samen alle individuen moesten bevatten, dewelke op de conscriptielijst stonden, moest door alle commissieleden ondertekend worden.

 

3/3.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 5)

 

De fundamentele vernieuwing, die het decreet van 8 fructidor nog aanbracht, lag op het vlak van de keuring en de 'désignation'. Het is geen toeval, dat de keuring pas in titel 5 aan bod kwam. De 'désignation' kwam eerst aan bod, in titel 4, omdat alle conscrits vanaf dan gehouden waren, deel te nemen aan de 'tirage au sort'[590].

 

Ook inzake de keuring zelf bracht het nieuwe decreet een aantal aanvullingen.

 

a. Benadrukken van de openbaarheid van de keuring, en andere keuringsinstanties.

 

Artikel 13 hernam letterlijk het artikel 9 van het decreet van 8 nivôse XIII, maar voegde daaraan toe, dat de keuring in het openbaar moest gebeuren, en in aanwezigheid van alle personen, die opgeroepen waren om zich op de dag van de werkzaamheden naar het 'chef-lieu de canton' te begeven.[591]

 

Het niet-overnemen van artikel 10 van het decreet van 8 nivôse, dat de recruteringscommissie samenstelde, had belangrijke gevolgen. Nergens werd immers nog melding gemaakt van de aanwezigheid van een gezondheidsofficier of een arts! Het medisch onderzoek van de conscrits zou bijgevolg uitsluitend door de 'conseil de recrutement' gebeuren.

 

b. Nog meer gespecificeerde bepaling van de metingsprocedure

 

Art. 11 § 2 van het decreet van 8 nivôse luidde : "Si le conscrit appelé est présent, il sera présenté à une toise à deux montans, dont la traverse sera fixée à un mètre cinq cent quarante-quatre millimètres..." Art. 14 § 2 van het nieuwe decreet maakte daarvan : "Si le conscrit appelé est présent, il sera placé, pieds nus, sur le marche-pied d' une toise à deux montans, dont la traverse..."

 

c. Andere procedure voor de van de lijst te schrappen individuen

 

Subdiakens waren gehouden om, al op het ogenblik zelf dat men hen wilde meten, te vragen om te mogen genieten van de 'exemption' toegekend door het 'arrêté' van 13 messidor X. Konden zij bewijzen het sub-diakonaat ontvangen te hebben, dan zouden zij van de conscriptielijst geschrapt worden. Lieten zij na om vóór de meting die 'exemption' te vragen, dan verloren zij dat voorrecht, en zouden zij behandeld worden als gewone conscrits.

 

De conscrits, die konden bewijzen dat ze vóór 1 vendémiaire XIV ingeschreven waren bij de 'inscription maritime', zouden vóór de meting geschrapt worden.

Naast de naam van de betrokkene moest het motief van de schrapping vermeld worden.

 

d. Procedure van de keuring (art. 17)

 

Nog steeds moest de 'sous-préfet' vragen of de betrokken conscrit gebreken had. De waarschuwing, dat niet-aangeven van een gebrek, dat nadien tot zijn 'réforme' zou leiden, gestraft zou worden met vervangingsplicht op eigen kosten, werd echter niet meer aan de 'sous-préfet' opgelegd. Men zou enkel noteren, dat de betrokkene geen enkel gebrek aangegeven had.

 

§ 3 bepaalde dat "S' il déclare ou s' il est reconnu avoir quelque difformité qui le mette évidemment, et sans qu' il soit besoin de la visite et de l' avis d' un homme de l' art, hors d' état de servir, le sous-préfet prononcera sous sa responsabilité, que cet individu est réformé : sa décision, et le motif qui y donnera lieu, seront notés sur la liste générale, à la colonne des décisions".

 

De 'sous-préfet moest dan ook bepalen of de betrokkene een 'indemnité de réforme' moest betalen, en hoeveel die diende te bedragen.

 

§ 4 vervolgde dan, dat elke conscrit, die enig gebrek had, van welke aard ook, "mais qui ne le mette pas dans le cas de réforme ci-dessus spécifié" naar de 'conseil de recrutement' verwezen zou worden.

 

De lokale visitatie werd dus opgeheven, zodat een gezondheidsofficier overbodig was.

 

e. Behandeling van aan zelfverminking schuldig bevonden conscrits

 

Naast het feit, dat zij aangegeven moesten worden bij de 'conseil de recrutement', moest de 'sous-préfet' zoveel mogelijk bewijzen van dit delict verzamelen, die aan de 'conseil' overgemaakt zouden worden. De betrokkene zelf moest in de gevangenis opgesloten worden, en van de lijst geschrapt.

 

 

Wel stelde het nieuwe decreet expliciet, dat de betrokkene daartoe daadwerkelijk ongeschikt moest zijn voor de dienst. Stelde de zelfverminking hem niet in de onmogelijkheid de vermoeienissen van de oorlog te dragen, dan werd hij gewoon zoals de andere conscrits behandeld.

 

f. De 'placement à la fin du dépôt'

 

Artikel 18 van het nieuwe decreet bracht één van de belangrijkste wijzigingen teweeg. Nog steeds was de 'sous-préfet' gehouden om aan elke conscrit, ongeacht het feit of deze al dan niet gebreken aangegeven zou hebben, te vragen :

 

 

Deze laatste drie gevallen dienden bewezen te worden door certificaten van de 'maires', vergezeld door de verklaring van drie familiehoofden.

 

Conform het decreet van 8 nivôse XIII werden degenen, die konden bewijzen in één van die gevallen te verkeren, bij de reserve geplaatst worden (Ze moesten dus militaire dienst vervullen bij het reserveleger).

 

Het nieuwe decreet breidde de gunst enorm uit. De betrokkenen werden niet langer bij de reserve geplaatst, maar aan het eind van het 'dépôt' (en dus achter al degenen, die bij de 'tirage au sort' een niet-opgeroepen nummer getrokken hadden! Zij zouden dus pas opgeroepen kunnen worden, wanneer alle andere conscrits al waren geroepen.). Daar zouden zij gerangschikt worden volgens het nummer dat ze bij de 'tirage au sort' hadden getrokken.[592]

 

Tenslotte voorzag artikel 18 nog dat, indien twee conscrits tweelingbroers waren, de aanduiding van de eerste om in dienst te treden bij het actief of het reserveleger, automatisch aan de tweede het recht gaf de 'placement à la fin du dépôt' te vragen.

 

g. De in de gevangenis opgesloten conscrits

 

Elke conscrit, die op het ogenblik van de werkzaamheden gedetineerd was, maar nog niet veroordeeld, moest beschouwd worden als een afwezige conscrit, en als dusdanig op de lijst van de afwezigen geplaatst worden.

h. De 'conscrits supplémentaires'

 

De vier categorieën, die conform het decreet van 8 nivôse XIII tot supplementaire conscrits moesten verklaard worden, en die daarom, zoals verder zal blijken, gearresteerd moesten worden om deel uit te maken van het eerste detachement conscrits uit het kanton, dienden voortaan niet meer door de 'conseil de recrutement' tot 'conscrit supplémentaire' verklaard te worden. Zij zouden gewoon bovenaan de 'désignation'-lijst geplaatst worden als 'premiers à partir'.

 

i. Registratie van de keuring

 

Vanaf jaar XIV dienden volgende deellijsten opgemaakt te worden :

 

1° de lijst van degenen die in actieve dienst geroepen mochten worden. Deze lijst moest ook de conscrits bevatten, die gebreken zouden aangegeven hebben, dewelke geen aanleiding gaven tot de 'réforme' door de 'sous-préfet'

2° de lijst van degenen die wegens hun lichaamslengte of wegens evidente misvormingen, door de 'sous-préfet' ongeschikt bevonden werden voor de dienst

3° de lijst van de subdiakens, die de 'exemption' hadden gekregen

4° de lijst van degenen die erkend waren als vóór 1 vendémiaire XIV behorend tot de 'inscription maritime'

5° de lijst van degenen, die aan de 'conseil de recrutement' aangegeven moesten worden wegens zelfverminking

6° de lijst van degenen die conform artikel 18 de 'placement à la fin du dépôt' hadden gekregen

7° de lijst van degenen die als eersten moesten vertrekken

8° de lijst van de afwezigen, en de lijst van de gedetineerden,  met vermelding van het motief van de afwezigheid en hun verblijfplaats

 

Op die lijsten dienden de conscrits het nummer, dat ze bij de 'tirage au sort' hadden getrokken, te behouden. Alle commissieleden dienden ze te ondertekenen.

 

De 'sous-préfet' werd bovendien verplicht om de persoonsbeschrijving van de conscrits, die gebreken hadden aangegeven, exact te registreren, teneinde verwisselingen te voorkomen.

 

j. Besluit

 

Had men in nivôse XIII de 'sous-préfet' opnieuw tot spilfiguur in de recrutering gemaakt, dan werd zijn beslissingsrecht in fructidor danig ingeperkt. Alleen de conscrits die klaarblijkelijk ongeschikt waren, moesten niet voor de 'conseil de recrutement' verschijnen.

De bedoeling, die achter alle wijzigingen lijkt te schuilen, was het vlottere verloop van de werkzaamheden. Zo moesten degenen, die van de lijst geschrapt zouden worden, niet langer gemeten worden. De bewijzen voor de zelfverminking moesten al bij voorbaat aan de 'conseil de recrutement' overgemaakt worden. En door het medisch onderzoek op lokaal vlak af te schaffen, voorkwam men de veelvuldige minderheidsbeslissingen, die telkens een nieuw onderzoek nodig maakten. Ook de verwijzing van de 'supplémentaires' naar de 'conseil de recrutement', die in nivôse nog louter een formaliteit was, werd afgeschaft.

 

3/3.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

De minimumlengte die voor de dienst vereist was, was in fructidor XI nog 1,598 m. De creatie van de 'compagnies de voltigeurs' had, zoals gezien, tot gevolg dat veel meer conscrits in aanmerking kwamen voor de dienst.

 

De meting van de lichaamslengte moest voortaan gebeuren onder een juk ('toise à deux montants'), in plaats van onder een meetstok ('toise')[593], maar in beide gevallen werd men onder een gefixeerde dwarslat geplaatst, zodat het praktische verschil gering was. Vooral de registratie van de lichaamslengte gebeurde strenger, want onder toezicht van een centrale autoriteit, de 'sous-préfet'.

 

Verder was de keuringsprocedure, voorzien in het decreet van 8 nivôse XIII, een vrij getrouwe weerspiegeling van die voorzien in het 'arrêté' van 29 fructidor XI. Uiteraard was de commissie anders samengesteld. Ook was toen nog de eenparigheid vereist opdat de commissie definitief kon beslissen.

 

De 'désignation pour la réserve' werd op 8 nivôse uitgebreid tot het geval van de vader van 71 jaar, levend van de arbeid van de conscrit. Voor de overige 3 gevallen, en de 'exemption' voor de subdiakens, verwees het decreet eenvoudigweg naar de overeenkomstige artikelen van het 'arrêté'[594].

 

Het werken met een 'liste des absents', die een deel van het contingent moest leveren in verhouding tot haar aandeel in het totaal aantal conscrits, werd afgeschaft. De afwezigen werden immers hetzij als aanwezig beschouwd, hetzij van de 'désignation' geweerd.

 

de 'toise', zoal ze in gebruik was tot jaar XIII

"Tirage au sort pour la conscription" [sic!] Coll. Jean Lorette. Photo Patrick Lorette/Giraudon. Voorflap van FORREST (Alan), Déserteurs et insoumis sous la révolution et l' Empire, Paris, Librairie académique Perrin, 1986, 327 p.

 

 

de 'toise à deux montants', zoals ze gebruikt werd vanaf jaar XIII

"Toestel om de lichaamslengte van de lotelingen te meten" Taxandriamuseum, Turnhout. Foto: Speltdoom. in:

DEGRYSE (Piet) en HÉLIN (Étienne), "De conscriptie", in: De erfenis van de Franse revolutie (1794-1814), Brussel, A.S.L.K., 1989, p. 203.

 

3/4) De 'désignation'

 

3/4.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 5)

 

a. De 'tirage au sort' als enige aanvaardbare procedure

 

Onmiddellijk na de keuring van de conscrits moest de 'sous-préfet' overgaan tot de 'désignation'. Daarbij ontnam men de lokale autoriteiten de keuze van de modaliteiten. Vanaf de 'levée ordinaire sur la classe de l' an XIII' was de 'tirage au sort' de enige aanvaarde manier om de conscrits aan te duiden.

 

Hoe ging men tewerk bij deze 'loting'? Men stak in een urn evenveel genummerde biljetten, als er conscrits waren, gehouden om aan de 'désignation' deel te nemen. Het nummer, dat elke conscrit getrokken had, bepaalde zijn rang in de oproepvolgorde. Aldus werd de aanduiding van een supplementair kwart overbodig, aangezien men steeds een hoger rangnummer kon oproepen, ingeval een opgeroepene om één of andere reden niet beschikbaar zou zijn. Een nieuwe 'désignation' werd daardoor totaal overbodig.

 

Voor de afwezige conscrits, die de facto als geschikt voor de dienst waren beschouwd, diende de 'maire' te trekken. De conscrits, die het voorrecht genoten in de reserve geplaatst te worden, dienden niet te trekken. Voor de afkondiging moest de 'sous-préfet' hun namen invoegen, aan het eind van de lijst van de voor de reserve aangeduide recruten.

 

b. Registratie van de 'loting'

 

Het nummer dat elke conscrit getrokken had, werd naast zijn naam geschreven. Tegelijk moesten zijn voornamen , die van zijn vader en moeder, zijn domicilie, zijn lichaamslengte en de grote trekken van zijn persoonsbeschrijving neergeschreven worden op een afzonderlijke oproeplijst (de 'désignation'-lijst, die nu echter uitgebreider was), die ondertekend diende te worden door alle personen, die aanwezig moesten zijn op de werkzaamheden (cfr. 3/1) a.). Dit was waarschijnlijk bedoeld om ten allen prijze te vermijden dat personen verwisseld zouden raken. De verwarrende formulering zou de effectiviteit echter niet ten goede komen. Zo vergat men onder meer de familienaam te vermelden als één van de op te tekenen gegevens! Het decreet van 8 fructidor zou dit rechtzetten (Cfr. p. 273).

 

Van zodra de oproepvolgorde vastgelegd was, diende de 'sous-préfet' de namen af te roepen van de voor het actief leger, de voor het reserveleger en de voor het 'dépôt' bestemde conscrits.

 

c. De 'substitution'

 

Vóór de 'tirage au sort' konden de conscrits, die gehouden waren aan de 'désignation' deel te nemen, nog steeds onder elkaar alle regelingen ('substitutions de gré à gré') treffen, die ze wenselijk achtten. Na de afkondiging van de

contingenten moest de 'préfet' dan de 'substitution' bekrachtigen, tussen de namen van de aangeduiden en die van degenen die akkoord gegaan waren om in hun plaats te treden ingeval ze aangeduid zouden worden. De 'substitution' had dus geen enkel effect op de oproepvolgorde van degenen die er geen deel aan hadden. Alleen wisselde een conscrit zijn laag, en dus opgeroepen lotnummer, met dat van een conscrit die, omdat hij een hoog lotnummer trok, op het 'dépôt' kon blijven.[595]

 

d. Verzending van de resultaten van de lokale werkzaamheden

 

Alvorens het kanton te verlaten, moest de 'sous-préfet' aan de 'préfet' een copie toesturen van het proces-verbaal van zijn werkzaamheden, en van alle lijsten die hij opgemaakt had. De originelen diende hij zelf te bewaren om ernaar terug te grijpen, telkens dat nodig zou zijn.

 

3/4.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 4)

 

a. De 'tirage au sort' uitgebreid tot de gehele 'classe'

 

Zoals gezegd werd de oproepvolgorde vanaf de 'levée ordinaire sur la classe de l' an XIV' bepaald vóór de keuring. Alle op de nageziene kantonnale lijst vermelde conscrits werden, volgens de alfabetische rangorde op die lijst, geroepen om een genummerd bulletin te trekken. Bij afwezigheid moest de 'maire' trekken, tenzij iemand onder de aanwezigen door de conscrit was aangesteld om hem te vertegenwoordigen (dit zou vaak gebeuren, bijv. door de vader te zenden).

 

b. Registratie van de 'loting'

 

Er blijken in de vorige 'levée' nogal wat problemen gerezen te zijn met de oproeplijsten, want het nieuwe decreet regelde in detail de opmaak ervan :

"Le nom de chaque conscrit, ses prénoms, son domicile, sa profession, les noms et prénoms de ses père et mère, seront inscrits vis-à-vis du numéro qu' il a obtenu, sur une feuille à ce destinée, préparée à l' avance par les soins du sous-préfet, qui contiendra autant de cases qu' il y aura de conscrits, ..."

 

Men moest dus bij de voorbereiding van de werkzaamheden een lijst opmaken, waarop men alleen onder elkaar evenveel nummers plaatste als er conscrits waren. Telkens een conscrit dan een nummer getrokken had, zou zijn naam tegenover dat nummer geplaatst worden.

 

Dit was ook al in het vorige decreet bedoeld geweest, maar de uitvoering was wat verward, evenals de formulering van het desbetreffende artikel :

"Le numéro que chaque conscrit aura obtenu, sera inscrit à côté de son nom [op de kantonnale lijst!]; on inscrira en même temps ses prénoms, ceux de ses père et mère, son domicile, sa taille et les grands traits de son signalement. Cette feuille sera signée par les individus..."

 

Het is duidelijk, dat deze passage, zonder kennis van de bovenstaande uit het tweede decreet, tot enige verwarring kon leiden : ging het om één blad per conscrit? Wat met zijn naam? ...

 

c. De 'substitution'

 

Het nieuwe decreet regelde veel uitgebreider de 'arrangements de gré à gré', in titel IX[596]. We nemen artikel 49 over :

 

"           Si les conscrits d' un canton ont fait entre eux des arrangemens de gré à gré pour remplir la totalité ou une partie du contingent à fournir par le canton, ils sont autorisés, pendant cinq jours après la clôture des opérations du conseil de recrutement pour l' examen des conscrits du canton, à demander au sous-préfet de substituer au nom de ceux désignés pour le contingent de l' armée active ou de la réserve, le nom de ceux désignés pour faire partie du dépôt : cette substitution ne pourra toutefois influer sur l' ordre des numéros qu' auront obtenus ceux qui n' auront pas pris part audit arrangement; ainsi, par exemple, si l' individu à qui le numéro 10 sera échu a fait un arrangement avec le numéro 30, ils prendront réciproquement le rang l' un de l' autre, et seront soumis aux mêmes obligations qu' ils auraient eues à remplir s' ils avaient d' abord obtenu le numéro auquel cette substitution les place.

            Aucune substitution de cette nature ne pourra avoir lieu qu' entre les conscrits du même canton et de la même classe, reconnus valides par le conseil de recrutement."

 

d. Verzending van de resultaten van de lokale werkzaamheden

 

Inzake de verzending van de stukken, voor het verlaten van het kanton, bepaalde het nieuwe decreet nog eens, dat het om gecertifieerde stukken diende te gaan, terwijl ook de door de 'sous-préfet' bewaarde originelen degelijk ondertekend dienden te zijn.

 

Tenslotte werd bepaald, dat de 'sous-préfet' moest zorgen voor een nauwkeurige persoonsbeschrijving van de individuen die naar de 'conseil de recrutement' verwezen waren, teneinde elke verwisseling uit te sluiten.

 

3/4.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

a. De 'tirage au sort' : meer dan een louter formele verandering

 

Het decreet van 8 nivôse XIII had voorgoed de 'tirage au sort' vooropgesteld als 'désignation'-modaliteit. Hier krijgen we dus nog maar eens een voorbeeld van het gevaar voor verwarring. Vele auteurs hebben de conscriptie lange tijd verward met 'loting'. Zelfs bij  de opmaak van de steekkaarten in het Gentse rijksarchief treft men overal de (inmiddels doorstreepte en gecorrigeerde) hoofding 'lotelingen' aan. Voordien was de meest gebruikte vorm van 'désignation' de 'désignation par le sort', waarbij op de bulletins de woorden 'armée' of 'réserve' werden geschreven, terwijl een aantal blanco bleef.

 

De verandering die door de 'tirage au sort' werd ingevoerd, was echter allerminst louter formeel! Het trekken of toegewezen krijgen van een blanco briefje stelde de betrokkene vrij. Men duidde dus enkel het contingent aan. Raakte men deze aangeduiden kwijt, dan raakten de werkzaamheden in het slop, en drong zich een nieuwe 'désignation' op. Hierboven bleek hoe het 'arrêté' van 29 fructidor XI had gepoogd dit probleem op te lossen. Het slaagde slechts ternauwernood in het voorkomen van een nieuwe 'désignation', die echter bovendien formeel verboden was! Enkele 'réfractaires' meer en de 'levée' bevond zich in een patstelling.

 

Het decreet van 8 nivôse XIII duidde alle weerbare, dat van 8 fructidor XIII zonder onderscheid alle conscrits aan, en bepaalde daarbij de volgorde waarin zij opgeroepen zouden worden. Bijgevolg zou de 'patstelling zich pas opnieuw voordoen, indien alle conscrits opgeroepen waren, en dan was een nieuwe 'désignation' niet formeel, maar praktisch onmogelijk, bij gebrek aan deelnemers...

 

b. Registratie van de 'désignation'

 

Tot de 'levée' van de 'classe' van jaar XIII had men 'désignation'-lijsten opgemaakt, waarop enkel de namen van de aangeduide conscrits voorkwamen. Het 'arrêté' van 29 fructidor XI had daarnaast ook lijsten geëist van de vrijgestelden. De conscrits, die deelgenomen hadden aan de 'désignation', maar niet waren aangeduid, stonden echter enkel op de algemene lijst. Ze waren op geen enkele bij de 'désignation' opgemaakte lijst terug te vinden. Nu vormden zij de eerste echte permanente wervingsreserve.

 

c. De 'substitution'

 

Het 'arrêté' van 18 thermidor X liet de conscrits toe om, gedurende een door de 'conseil municipal' toegekende tijd, onderling alle afspraken te maken die ze nodig achtten om het contingent te leveren.

 

Dezelfde bepaling werd behouden door het 'arrêté' van 29 fructidor XI, maar dit 'arrêté' weidde daarnaast een speciale titel (titel V) aan de 'substitutions de gré à gré'. Zij werden toegestaan vanaf de opening van de 'désignation' tot aan de inspectie voor het vertrek. Daarbij was 'substitution' gezien als de algemene naam voor de regelingen die de conscrits troffen. De volledige titel is geweid aan de 'remplacement'! Het is duidelijk, dat de 'substitution' nog geen specifieke rechtsfiguur uitmaakte.

Het decreet van 8 nivôse XIII schiep de 'conscrits de dépôt', zodat de 'substitution' wel kon uitgroeien tot een specifieke figuur. In titel 5 ('de la désignation') lijkt men die betekenis er ook aan gegeven te hebben, maar in titel 9 herhaalde het decreet grotendeels titel 5 van het 'arrêté' van 29 fructidor XI. Daar zien we het begrip dan weer 'sensu lato' optreden.

 

Uiteindelijk zou het decreet van 8 fructidor XIII de rechtsfiguur van de 'substitution' definitief onderscheiden van de 'remplacement' of 'supplétion'.

 

4) De 'conseil de recrutement'

 

4.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel VI)

 

a. Samenstelling

 

De vernieuwde raad zou, naast de 'préfet', die als voorzitter optrad, bestaan uit de commandant van het 'département', de 'sous-inspecteur aux revues' (of bij ontbreken daarvan in het 'département' een 'commissaire des guerres'), de 'gendarmerie'-commandant en de recruterings- kapitein. Deze vijf leden zouden samengeroepen worden op 6 ventôse XIII (25 februari 1805), 5 dagen na het begin van de werkzaamheden.

 

b. De 'réformés provisoires'

 

De raad diende eerst uitspraak te doen over de door de lokale commissie voorlopig toegekende 'réformes' (ingeval van minderheidsbeslissing van de hoogste recruteringsofficier. cfr. supra). Indien hij dit nodig zou achten, mocht de raad daartoe de betrokkene dagvaarden en een nieuwe visitatie bevelen. De raad besliste dan bij gewone meerderheid, maar telkens de recruteringskapitein dat zou wensen, diende in het register specifiek melding gemaakt te worden van zijn persoonlijke (afwijkende) stem.

 

De conscrits van het kanton, die door de raad toch geschikt zouden bevonden worden, dienden dan op een 'seconde liste supplémentaire' geplaatst te worden. De op deze lijst geplaatste conscrits zouden, zowel voor het actief als voor het reserveleger, een contingent moeten leveren, conform de verhouding van hun aantal tot het geheel van de conscrits uit het kanton. De 'désignation' van degenen die in dienst zouden moeten treden, diende te gebeuren op de manier voorzien in het 'arrêté' van 29 fructidor XI.

 

c. De bij de raad aangegeven conscrits

 

De commissie diende elke conscrit aan te geven, die zij verdacht van veinzing van gebreken of zelfverminking. Telkens de raad zou besluiten dat een conscrit inderdaad gebreken geveinsd zou hebben, moest hij deze tot 'conscrit supplémentaire' verklaren. Deze conscrits zouden dan, samen met de andere vier categorieën, op de 'première liste supplémentaire' van hun kanton geplaatst worden. Zij dienden terstond aangehouden en naar het 'chef-lieu d' arrondissement' gevoerd te worden, om deel uit te maken van de eerste levering conscrits.

 

Conscrits die beschuldigd werden van vrijwillige zelfverminking, waren gehouden om op eigen kosten een vervanger te betalen, of een boete te betalen, dubbel zo hoog als de gewone 'indemnité de réforme' waartoe zij zouden gehouden zijn, maar die boete mocht niet minder bedragen dan 1500 Francs[597]. Waren zij normaal vrijgesteld van de 'indemnité de réforme', wegens het lage niveau van hun directe belastingen, en konden ze evenmin een vervanger bekostigen, dan zouden ze ter beschikking gesteld worden van de regering om tewerkgesteld te worden in één of andere militaire dienst, te land of ter zee.

 

d. Conscrits die na de 'désigation' de 'réforme' kregen voor niet-aangegeven gebreken

 

Conscrits, die op het ogenblik van de 'désignation' bewust gebreken verzwegen zouden hebben, maar voor de 'conseil de recrutement' wel de 'réforme' zouden vragen, of aan dewelke deze de 'réforme' zou toekennen, werden met dezelfde straf bejegend als degenen die zichzelf verminkt hadden, maar voor hen mocht de geldboete wel lager uitvallen als 1500 Francs.

 

e. 'Dispenses de service' voor de 'conscrits réformés définitivement'

 

Om de betaling van de 'indemnité de réforme' meer te verzekeren, mocht de 'conseil de recrutement' de vrijstelling wegens definitieve 'réforme' pas toekennen, bij overhandiging van de kwitantie.

 

f. Dagvaarding van conscrits wiens zaak 'definitief' door de lokale commissie afgehandeld was

 

De 'conseil de recrutement' had het recht om, op vraag van de recruteringskapitein of van een 'citoyen', conscrits voor zich te dagen, die door de lokale commissie definitief werden vrijgesteld, maar die hem als geschikt voor de dienst overkomen. Op dezelfde manier mocht hij goedgekeurde conscrits dagvaarden, die hem ongeschikt lijken. Hij mocht hen dan behandelen zoals de 'conscrits réformés provisoirement'.

 

4.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII

 

a. Samenstelling

 

Het nieuwe decreet verminderde het ledenaantal van de raad opnieuw tot drie.

 

De 'préfet' bleef voorzitter, en de commandant van het 'département' bleef eveneens lid. De 'gendarmerie'-commandant werd vervangen door een majoor, die in actieve dienst was bij één van de in het 'département' recruterende legercorpsen. De hoogste officier van de 'gendarmerie' in het 'département' was wel aangeduid om deze majoor te vervangen, telkens hij afwezig zou zijn, en definitief van zodra hij teruggekeerd zou zijn naar zijn corps.

 

De 'sous-inspecteur aux revues' verdween volledig van het toneel, en de recruteringskapitein moest de zittingen bijwonen met adviserende stem. Hij mocht daarenboven alle opmerkingen maken, die hij nodig achtte, maar hij had geen beslissingsrecht meer.

 

De 'sous-préfet' die de lokale werkzaamheden geleid had, en de 'gendarmerie'-officier die hem bijgestaan had, mochten door de 'conseil de recrutement' opgeroepen worden.

 

De nieuwe 'conseil de recrutement' zou samenkomen op 25 vendémiaire XIV (17 oktober 1805) (en dus 4 dagen na het begin van de werkzaamheden).

 

b. De bijeenroeping, de werking

 

De beslissingen werden nog steeds bij gewone meerderheid genomen. De 'préfet' moest een uittreksel van het proces-verbaal van de zittingen toe te sturen aan de 'ministre de la guerre', die als enige de beslissingen van de 'conseil de recrutement' kon bevestigen.

 

Nadat hij van de 'sous-préfets' de lijsten en de processen-verbaal van hun werkzaamheden ontvangen had, zou de 'préfet' de raad samenroepen, die eerst kennis zou nemen van die processen-verbaal, en zich de registers laten overmaken, die in de 'sous-préfecture' geopend waren om de klachten tegen de werkzaamheden te ontvangen.

 

Op basis daarvan, van het aantal conscrits van elk kanton, dat de 'réforme' ontvangen had, en van het aantal dat gebreken gemeld had en doorverwezen was naar de raad, zou deze bepalen naar welke 'chef-lieux de canton' van elk arrondissement hij zich zou verplaatsen om in publieke zitting te vergaderen. Hij kon ook beslissen, indien dat geen grote problemen zou meebrengen, om de te visiteren conscrits op te roepen zich naar het 'chef-lieu de sous-préfecture' te begeven.

 

De 'préfet' diende dan de 'sous-préfet' te gelasten om, tenminste drie dagen voordien, de datum, het uur en de plaats bekend te maken, waar de conscrits van een bepaald kanton moesten verzamelen om voor de raad te verschijnen. Alleen de bewijzen van absolute fysieke onmogelijkheid konden hen van de verschijningsplicht ontzien. Ook de 'maires' moesten de zittingen bijwonen, evenals alle recruterings-(onder-)officieren. Tenslotte moest de 'préfet' ook de aanwezigheid eisen van een 'gendarmerie'-officier en het aantal 'gendarmes', nodig om de goede orde te handhaven.

 

De 'préfet' diende telkens vergezeld te worden door een befaamd dokter in de genees- of heelkunde, dewelke de 'conseil de recrutement' woordelijk moest adviseren over de gebreken van elke conscrits voor wie de visitatie bevolen zou worden. Die visitatie moest zoveel mogelijk op de plaats zelf van de zittingen gehouden worden.

 

De openbaarheid van de zitting gold ook voor de visitatie, en zelfs in het geval het fatsoen een onderzoek achter gesloten deuren zou vereisen, moesten toch alle drie de leden van de raad deze bijwonen. De arts diende dan zijn advies neer te schrijven en te ondertekenen, en dan diende dit publiekelijk voorgelezen te worden.

 

Bovendien mocht de raad in het openbaar de 'sous-préfet', de 'maire', de recruteringsofficieren en de 'gendarmerie' interpelleren.

 

c. De bij de raad aangegeven conscrits

 

De door de 'conseil de recrutement' aan veinzing van gebreken schuldig bevonden conscrits, zouden als eersten moeten vertrekken, en moesten zoals gezegd niet meer tot 'conscrit supplémentaire' verklaard worden.

 

Conscrits die zich schuldig gemaakt zouden hebben aan vrijwillige zelfverminking, zouden onmiddellijk in de gevangenis opgesloten worden, en ter beschikking gesteld worden van de regering. Zij mochten dus niet langer een vervanger leveren of zich vrijkopen via de boete van tenminste 1500 Francs! De straf voor de behoeftigen werd veralgemeend.

 

 

Ook de bestemming, die de regering gaf aan de haar ter beschikking gestelde conscrits werd bepaald. De 'gendarmerie' zou hen vanuit de gevangenis naar de haven voeren, die door de 'ministre de la guerre' aangeduid werd. Daar zouden ze opgesloten blijven tot er een transport georganiseerd werd naar de koloniën, waar ze voor een militaire dienst aangewend zouden worden totdat hun 'classe' de 'congé absolu' ontving.

 

d. Conscrits die na de 'désigation' de 'réforme' kregen voor niet-aangegeven gebreken

 

Conscrits, die op het ogenblik van de 'désignation' bewust gebreken verzwegen zouden hebben die hen ongeschikt maakten voor de dienst, moesten door de 'conseil de recrutement' veroordeeld worden tot het bekostigen van een vervanger, plus de betaling van de boete, waartoe ze gehouden zouden zijn indien ze geen vervanger zouden leveren. Ook hier werd de straf dus veel zwaarder!

 

Daarentegen voegde artikel 31 wel toe dat de 'réforme' wel onvoorwaardelijk moest toegestaan worden voor conscrits, die na de 'désignation' ongeschikt waren geworden ten gevolge van een ongeval of om het even welke andere manifest onvrijwillige oorzaak.

 

Anderzijds mocht de 'conseil de recrutement' eisen dat degenen, die verkeerdelijk door de 'sous-préfet' ongeschikt verklaard waren, terug op de 'désignation'-lijst geplaatst zouden worden. Daartoe mocht de raad op elk moment een conscrit dagvaarden, die door de 'sous-préfet' vrijgesteld was, en wiens vrijstelling betwist zou worden.

 

Indien de raad dan, na een nieuw omvattend onderzoek, zou besluiten dat de betrokkene geschikt was voor de dienst, dan zou hij ook terug op de 'désignation'-lijst geplaatst worden. Was in dat geval het nummer dat hij bij de 'tirage au sort' getrokken had, lager dan het hoogste reeds opgeroepen nummer,

dan zou hij terstond naar een corps gestuurd worden, en de conscrit die in zijn plaats opgetrokken zou zijn, ontving zijn 'congé' bij aankomst van de eerstgenoemde op het corps. In het andere geval nam deze terug zijn gewone plaats in de oproepvolgorde in. Vooral dergelijke wijzigingen moest de 'préfet' onmiddellijk en precies aan de 'ministre de la guerre' melden.

 

e. Conscrits die hun fysieke onmogelijkheid om naar de zitting te komen bewijzen (art. 33)

 

"Il sera sursis à la décision de ce qui est relatif aux conscrits qui, suivant l' article 27, feraient présenter au conseil la preuve reconnue suffisante de l' impossibilité de se rendre au lieu indiqué : mais le conseil prescrira au maire de la commune et à la gendarmerie de veiller à ce que le conscrit se présente au conseil de recrutement, au chef-lieu du département, aussitôt qu' il sera en état de le faire; et, si alors il n' est pas réformé, il en sera usé ainsi qu' il a été dit aux derniers paragraphes de l' art. 32 [inzake de vrijstelling van degene die in de plaats opgetrokken zou zijn]"

 

f. Niet-opdagen van een conscrit voor de keuring door de 'conseil de recrutement'

 

Wanneer een conscrit, die gebreken heeft aangegeven bij de 'sous-préfet', niet zou opdagen, en niet onomstotelijk zou bewijzen in de fysieke onmogelijkheid te verkeren voor de raad te verschijnen, dan zou hij als geschikt voor de dienst geregistreerd worden. Hij zou als dusdanig gehouden zijn op te trekken indien zijn lotnummer opgeroepen zou worden.

Mocht hij bij zijn oproep toch nog de 'réforme' ontvangen, dan zou hij een boete moeten betalen, dubbel zoveel als de normale 'indemnité de réforme' waartoe hij gehouden zou zijn', en niet minder dan 1500 Francs.

 

g. Einde van de zittingen, opmaak van twee lijsten

 

Na afloop van de visitaties en de 'substitutions' moest de 'conseil de recrutement' twee lijsten opmaken, van de geschikten voor de dienst en van de 'réformés' en 'exemptés'. Bovenaan de eerste lijst moesten de 'premiers à marcher' geplaatst worden, in de volgorde die de 'conseil' het meest billijk zou achten.

 

Onmiddellijk na de opmaak van die lijsten moest de raad de namen bekendmaken van degenen die onmiddellijk in actieve dienst geroepen moesten worden, en van degenen die het 'dépôt' zouden vormen. Daarbij moest hij dan opmerken, dat men uit het 'dépôt' de vervangers zou nemen van degenen die vóór hun inlijving zouden overlijden, of die onderweg zouden deserteren.

 

De 'sous-préfet' zou dan, nadat hij het definitieve resultaat van de werkzaamheden in zijn arrondissement ontvangen had, daarvan een copie overmaken aan de recruteringsofficier die er actief was. Deze moest dan terstond de lijst opmaken van de conscrits die moesten vertrekken, opgemaakt volgens hun lichaamslengte, en met vermelding van hun beroep en persoonsbeschrijving.

 

4.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

a. Samenstelling

 

Tot het decreet van 8 nivôse XIII was de 'conseil de recrutement' samengesteld conform het 'arrêté' van 18 thermidor X, dat hem in het leven had geroepen. De 'préfet' was toen ook al voorzitter, en naast hem zetelden ook nog de commandant van het 'département' en de hoogste 'gendarmerie'-officier in de raad. Het decreet van 8 nivôse breidde dus -voor één enkele 'levée'- het ledenaantal uit tot vijf, door toevoeging van de 'sous-inspecteur aux revues' en de recruteringskapitein.

 

b. De bevoegdheid van de 'conseil de recrutement'

 

Het 'arrêté' van 18 thermidor X bepaalde eveneens dat de raad eerst uitspraak zou doen over de door de 'conseil municipal' voorlopig toegekende 'réformes', in de gevallen waar betwistingen gerezen zouden zijn. Verder moest de raad zich uitspreken over alle problemen inzake de aanvaarding of niet-aanvaarding van de conscrits door de recruteringskapitein, eens de 'conseil municipal' hen aangeduid had voor het contingent. Hoger werd reeds gewezen op de problemen die daaromtrent waren gerezen, zodat men de 'désignation' op 29 fructidor XI gedetailleerder regelde, en de aanvaardingstaak van de recruteringskapitein beperkte.

 

c. De 'conscrits supplémentaires'

 

Artikel 9 van het 'arrêté' van 18 thermidor X weerde drie categorieën conscrits van de 'désignation'. Met name werden 1°) de onvertegenwoordigde afwezigen, 2°) de aanwezigen die wegbleven van de 'désignation' en 3°) de voorlopig door de 'conseil municipal' ongeschikt verklaarden, die nadien geschikt bevonden werden door de raad, tot 'conscrits supplémentaires' verklaard.

 

Titel IV van het 'arrêté' van 29 fructidor XI, dat het voorkomen van een nieuwe 'désignation' regelde, voorzag vier deellijsten van supplementairen : degenen die zich niet hadden laten inschrijven, degenen die gebreken hadden geveinsd, de voorlopig ongeschikt verklaarden die door de 'conseil de recrutement' geschikt bevonden werden, en de conscrits aangeduid voor het supplementaire kwart van het contingent.

De afwezigen moesten een deel van het contingent leveren, in verhouding tot hun aandeel in de totale 'classe'.

Titel VIII voorzag dan de rol van de 'conseil de recrutement' terzake. Deze diende elke conscrit, verdacht van veinzing van gebreken of zelfverminking, tot supplementaire conscrit verklaren.

 

Conscrits die beschuldigd werden van vrijwillige zelfverminking, moesten, net zoals het decreet van 8 nivôse XIII bepaalde, op eigen kosten een vervanger betalen, of een boete betalen, dubbel zo hoog als de gewone 'indemnité de réforme' waartoe zij zouden gehouden zijn, maar die boete mocht niet minder bedragen dan 1500 Francs. Waren zij normaal vrijgesteld van de 'indemnité de réforme', wegens het lage niveau van hun directe belastingen, en konden ze evenmin een vervanger bekostigen, dan zouden ze ter beschikking gesteld worden van de regering om tewerkgesteld te worden in één of andere militaire dienst.

d. Conscrits die na de 'désigation' de 'réforme' kregen

 

De behandeling, dewelke het decreet van 8 nivôse XIII voorbehield voor conscrits, die op het ogenblik van de 'désignation' bewust gebreken verzwegen zouden hebben, maar voor de 'conseil de recrutement' wel de 'réforme' zouden vragen, of aan dewelke deze de 'réforme' zou toekennen, was voordien voorbehouden voor de afwezigen, die aangeduid waren voor het contingent, en nadien door de recruteringskapitein vrijgesteld.

 

5) De 'indemnité de réforme'

 

5.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 7)

 

De 'préfet' was exclusief bevoegd om zich uit te spreken over de 'indemnité' die de conscrits moesten betalen, evenals over alle werkzaamheden, die niet expliciet aan de 'conseil de recrutement' voorbehouden waren. Hij beschikte met andere woorden over de residuaire bevoegdheid in de conscriptiematerie.

 

Het decreet bepaalde expliciet, dat hij, om het niveau van de 'indemnité' vast te stellen, de belastingen die de conscrit zelf betaalde, diende te cumuleren met die betaald door zijn ouders, tenzij hij zou gehuwd zijn en buitenshuis zou wonen.

 

Telkens de 'préfet' zou beslissen dat een gezin, dat samen meer dan 50 Francs belastingen betaalde, recht had op de weldadigheid van de regering, hetzij door het aantal kinderen in militaire dienst, hetzij door de nood waarin het verkeerde, dan diende hij zich tot de 'ministre de la guerre' te wenden, die op basis van de voorgelegde stukken een vermindering of kwijtschelding kon toekennen.

 

5.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 7)

 

Het nieuwe decreet zette alles nog eens op een rijtje.

 

De conscrits, die wegens hun kleine gestalte of hun gebreken de 'réforme' ontvingen, hetzij van de 'sous-préfet', hetzij van de 'conseil de recrutement', dienden een 'indemnité' te betalen op basis van de door hen in jaar XII betaalde belastingen. Leefden zij nog in het huis van hun ouders, dan zou die gecumuleerd worden met de belastingen betaald door hun vader en moeder. Waren ze gehuwd, en leefden ze buitenshuis, dan telden alleen de door henzelf betaalde belastingen. Mogelijke bijkomende premies op de belaste eigendommen werden daarbij buiten beschouwing gelaten.

 

Het al dan niet opleggen van de 'indemnité de réforme' was een exclusieve bevoegdheid van de 'préfet'. De gezinnen, die echter geen 50 Francs gezamenlijke belastingen betaalden, waren conform de wet van 28 floréal X 'de facto' vrijgesteld van de 'indemnité'.

Gezinnen die tussen 50 en 100 Francs betaalden, waren normaal gehouden tot een 'indemnité', gelijk aan het niveau van hun belastingen, zij die meer dan 100 Francs betaalden, dienden voor elke 25 Francs boven de 100 Francs een supplement van 50 Francs betalen, zonder dat de totale 'indemnité' boven 1200 Francs mocht liggen.

Telkens de 'préfet' zou beslissen dat een gezin, dat meer dan 50 Francs belastingen betaalde, recht had op weldadigheid vanwege de regering, door het aantal zonen in actieve dienst, door de grote kinderlast of door de nood waarin het verkeerde, dan diende hij zich tot de 'ministre de la guerre' te richten. Deze kon, na onderzoek van de voorgelegde stukken een vermindering of kwijtschelding van de 'indemnité' toekennen. De aanvraag daartoe bij de 'préfet' mocht echter enkel in de maand na de vaststelling van de verschuldigde 'indemnité' gedaan worden. Deze moest dan nog binnen de twee maanden waarin de recruteringsoperaties gevoerd werden, de stukken aan de minister overmaken.

 

Hoger werd er reeds op gewezen dat de 'conseil de recrutement' de 'dispence de service' pas aan de 'réformé' kon overmaken na ontvangst van de kwitantie van de 'indemnité de réforme'.

 

5.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Het decreet van 8 fructidor XIII herhaalde de organieke bepalingen inzake de 'indemnité', geponeerd in de wet van 28 floréal X. Deze waren ongewijzigd blijven bestaan.

De bevoegdheid van de 'préfet', om een vermindering of kwijtschelding aan de 'ministre de la guerre' te vragen, was echter een vernieuwing van het decreet van 8 nivôse XIII. En de bepaling, dat de 'dispence' pas toegekend werd na voorlegging van de kwitantie, werd nog later, op 8 fructidor ingevoerd.

 

6) De afwezige conscrits[598]

 

6.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 8[599])

 

Werd een afwezige conscrit, die conform artikel 16, § 2 als geschikt voor de dienst op de 'désignation'-lijst geplaatst werd, aangeduid voor één van beide contingenten, dan diende de 'maire' binnen de 24 uur een schriftelijke kennisgeving van zijn aanduiding toe te zenden op zijn wettelijk domicilie.

De 'préfet' zou dan  zijn collega van het 'département' waar de betrokkene zijn verblijfplaats had, oproepen om de 'gendarmerie' te gelasten de betrokkene in kennis te stellen van zijn aanduiding, en hem aan te manen, onmiddellijk te vertrekken.

 

De afwezige conscrit moest zich, na ontvangst van de kennisgeving, binnen de drie dagen aanbieden op de 'sous-préfecture' van zijn woonplaats, om er gekeurd te worden, en indien nodig gevisiteerd.

 

Werd hij in staat bevonden te dienen, dan kreeg hij een 'feuille de route' naar het corps waarvoor het 'département' van zijn domicilie de recrutering moest verzorgen. De 'sous-préfet' van zijn woonplaats diende de 'préfet' van het 'département' van zijn domicilie daarvan in kennis te stellen[600].

Werd hij daarentegen ongeschikt bevonden, dan moest de 'sous-préfet' de 'préfet' van het domicilie in kennis stellen van de beslissing en haar motivering, opdat deze laatste de 'indemnité' zou kunnen vaststellen. Een copie van de beslissing moest aan de betrokken conscrit overgemaakt worden.

 

Indien de afwezige zich niet binnen de veertien dagen aanbood, noch door de 'gendarmerie' ontdekt en naar zijn corps gebracht werd, dan moest de 'préfet' van zijn verblijfplaats de recruteringskapitein en de 'préfet' van het domicilie waarschuwen, opdat de eerste de conscrit als 'réfractaire' zou aangeven, en de tweede terstond zou voorzien in zijn vervanging.

 

Indien de afwezige zich, zonder zich op de 'sous-préfecture' aan te bieden, en zonder een certificaat van geschiktheid voor de dienst ontvangen te hebben, naar zijn corps zou begeven, en hij daar de 'réforme' zou ontvangen, dan zou hij, bovenop de normale 'indemnité' ook gehouden zijn tot betaling van de onkosten die hij veroorzaakt had voor zijn verplaatsing.

 

6.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 8)

 

De boete, waartoe de afwezige conscrit gehouden zou zijn, indien hij zonder keuring naar zijn corps zou vertrekken, en daar de 'réforme' zou krijgen, werd verhoogd tot anderhalf maal de 'indemnité de réforme', met een plafondwaarde van 1500 Francs. De terugbetaling van de veroorzaakte kosten werd geschrapt.

 

Artikel 47 voegde het geval toe van de vóór de 'levée' gedetineerde conscrit. Zijn geval zou na afloop van zijn gevangenisstraf behandeld worden, alsof deze zich niet had voorgedaan.

 

Ingeval de betrokkene aldus tot een 'peine infamante' veroordeeld was, dan zou hij van de 'désignation'-lijst geschrapt worden[601]. Ingeval hij een opgeroepen nummer toegewezen had gekregen, dan zou hij vervangen worden door de eerste conscrit van het 'dépôt', die terstond moest vertrekken.

 

Was de betrokkene tot een gevangenisstraf van ten minste zes maand veroordeeld, dan werd hij eveneens vervangen door de eerste conscrit van het 'dépôt', ingeval hij een opgeroepen nummer had, maar bij zijn vrijstelling zou hij zelf moeten optrekken. Zijn aankomst op het corps zou dan de 'congé' van de vervanger meebrengen.

 

Tenslotte voorzag artikel 48 het geval van een niet op de lijst voorkomende conscrit. Indien deze zich niet zou aanbieden om de fout te repareren, zou hij tot 'premier à marcher' verklaard worden alsof hij geweigerd had zich te laten inschrijven. Als dusdanig zou hij onmiddellijk naar een corps gestuurd worden. Bij zijn aankomst zou de laatste voor het contingent aangeduide conscrit dan zijn 'congé' krijgen.

 

6.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI

 

Het 'arrêté' van 29 fructidor XI voorzag voor het eerst in een specifieke behandeling van de afwezigen. Zij moesten door de lokale commissie op een 'liste des absents' geplaatst worden, waaruit, volgens de verhouding van het aantal afwezigen tot het totale aantal conscrits, die aan de 'désignation' dienden deel te nemen, afzonderlijke contingenten aangeduid moesten worden.

Dit had uiteraard het nadelige gevolg, dat een deel van de opgeroepenen nog opgespoord diende te worden, alvorens men het contingent kon vervolledigen. Er werd dan ook direct van dat principe afgestapt.

 

7) De 'remplacement'

 

7.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 9[602])

 

a. Termijn voor de 'remplacement'

 

De 'remplacement' was toegestaan tot op het moment van de inspectie van het detachement, vóór het vertrek naar het corps. Nadien mocht men ze nog enkel toestaan op vraag van de 'conseils administratifs des corps', en met uitdrukkelijke toestemming van de 'ministre de la guerre'.

 

b. Criteria waaraan de 'remplaçant' diende te voldoen

 

Vanaf jaar XIII mochten 'remplaçants' genomen worden uit de 5 'classes' van de conscriptie (en dus de 'classes' van de jaren XII, XI, X, IX en VIII), maar enkel uit het kanton zelf.

 

Werd de 'remplacement' gecontracteerd alvorens de 'remplacé' voor een bepaald wapen bestemd was, dan moest zijn 'remplaçant' gewoon een lichaamslengte hebben van 1,651 m (5 voet 1 duim). Indien de 'remplacé' reeds voor een bepaald corps bestemd was, op het moment dat het contract opgemaakt werd, dan was hij gehouden iemand te leveren, die tenminste even groot was als hijzelf[603]. Verder moest elke 'remplaçant "...être d' une santé forte, d' une constitution robuste".

 

In geen geval mochten individuen aangeboden worden, die reeds door een straf- of een correctionele rechtbank veroordeeld waren. Daarenboven moesten zij, om als 'remplaçant' aanvaard te worden, drager zijn van een getuigschrift van goed gedrag en zeden, afgeleverd door de gemeente.

 

c. Rol en verantwoordelijkheid van de recruteringskapitein

 

Het werd de recruteringsofficieren uitdrukkelijk verboden, zich te mengen in de aanduiding van de 'suppléants' Zij moesten zich beperken tot het al dan niet aanvaarden van de aangeboden individuen.

 

De recruteringskapitein was exclusief belast met die aanvaarding. Hij werd persoonlijk verantwoordelijk gehouden, jegens de overheid en het corps, voor elke aanvaarding van een individu, dat niet aan de vereisten zou voldoen. Daarom mocht hij, alvorens tot aanvaarding over te gaan, alle inlichtingen inwinnen aangaande de betrokkene, die hij nodig zou achten om zich te verzekeren van de waarheid.

 

De aanvaarding moest dan gebeuren bij een schriftelijke, door hem ondertekende, akte, die voorgelegd zou worden aan de 'sous-préfet', die belast was met de opmaak van het contract. Een copie van de aanvaardingsakte, eveneens door de recruteringskapitein ondertekend, zou overgemaakt worden aan de 'remplaçant', dewelke deze diende voor te leggen bij zijn aankomst op het corps.

 

d. Betaling van 100 Francs voor de uitrusting en kleding van de 'remplaçant'

 

De 'sous-préfet' moest, conform de voorschriften van het 'arrêté' van 17 ventôse VIII, eisen dat de 'remplacé' een 'reçu' zou voorleggen van de ontvanger van het 'département', getuigend van de storting van 100 Francs in zijn kas, dewelke naar het corps gezonden zou worden voor de kledij en uitrusting van de 'remplaçant'.

 

e. Keuring van de 'suppléants' op het corps

 

De corpscommandant diende de 'remplaçants', bij hun aankomst op het corps, nog eens speciaal te inspecteren. Pas na die inspectie konden zij ingeschreven worden in het controle- register van het regiment.

 

Indien de corpscommandant een 'remplaçant' zou weigeren, moest hij beroep doen op de commandant van de divisie, die in laatste instantie besliste. Kreeg de 'suppléant' de 'réforme' omdat hij niet de vereiste kwaliteiten in zich verenigde, dan moest de 'remplacé' op eigen kosten een nieuwe 'remplaçant' leveren, of zelf in dienst treden. De recruteringskapitein moest, op beslissing van de 'ministre de la guerre', aan de staat de kosten terugbetalen, voor de soldij en verplaatsing van de betrokken 'suppléant'.

 

f. Desertie van een 'suppléant' uit het corps.

 

*1. Vervangingsplicht

 

Vanaf de conscriptie van jaar XIII bracht de desertie van een 'suppléant', voordat hij twee jaar dienst had, de plicht mee voor de 'suppléé' om in zijn vervanging te voorzien, door levering van een nieuwe 'remplaçant', uitgerust en reizend op zijn kosten, of door persoonlijk in dienst te treden. Alleen indien hij kon bewijzen dat de gedeserteerde 'remplaçant' nog binnen de maand van zijn desertie gearresteerd werd, verviel deze vervangingsplicht.

 

*2. Bestraffing van de deserteur

 

Een 'suppléant' die uit het corps zou deserteren, maar ook degene die onderweg zou deserteren (!), moest door de corpskolonel aangegeven worden bij de speciale 'conseil de guerre' (cfr. het 'arrêté' van 19 vendémiaire XII). De straf die ze zouden krijgen, was vijf jaar 'le boulet', en, indien nodig, betaling van de door de wet voorziene boete.

Om dit mogelijk te maken, moest de recruteringskapitein de kolonels van de recruterende corpsen speciaal op de hoogte brengen van het vertrek van de 'suppléants' en het moment waarop men hun aankomst verwachtte.

 

Desertie of 'réforme' bracht de annulatie mee van het contract, en ontsloeg aldus de 'remplacé' van de nakoming van zijn deel ervan. Hij mocht verder ook de reeds door hem betaalde sommen terugeisen.

 

7.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 9)

 

a. Criteria waaraan de 'remplaçant' diende te voldoen

 

Het nieuwe decreet liet toe om 'remplaçants' te nemen uit de 'classes' van de jaren XIII, XII, XI, X, IX en VIII, uit het volledige 'département'. De conscrit die een 'remplaçant' wilde aanbieden, moest die dus niet langer in zijn eigen kanton zoeken.

 

Het onderscheid tussen de 'remplacement', gecontracteerd alvorens de 'remplacé' voor een bepaald wapen bestemd was, en die dewelke nadien gecontracteerd werd, bleef behouden. De veroordeelden mochten nog steeds niet aanvaard worden, en het getuigschrift van goed gedrag en zeden bleef 'conditio sine qua non'.

 

b. Verantwoordelijkheid voor de aanvaarding

 

De verantwoordelijkheid, die door het decreet van 8 nivôse XIII exclusief bij de recruterings- kapitein gelegd was, ging over op de 'conseil de recrutement'[604], die nu exclusief belast werd met de aanvaarding. De leden waren ervoor verantwoordelijk  jegens de regering.

Daarom moest eenieder die een 'suppléant' wou aanbieden zich, samen met deze laatste, aanbieden voor de raad. Afwezige conscrits mochten de 'suppléant' laten aanbieden door een ouder of vriend.

 

Het was de recruteringsofficieren nog steeds uitdrukkelijk verboden, zich te mengen in de aanduiding van de 'suppléants', en ze mochten evenmin enig certificaat leveren tot hun aanvaarding. De recruteringskapitein moest echter, in de 'conseil de recrutement', zijn advies uitbrengen, dat hij desgewenst in het proces-verbaal van de zitting kon laten opnemen.

 

c. Voorlegging van de stukken en opmaak van de akte

 

De 'conseil de recrutement' moest, ingeval van aanvaarding van een 'remplaçant', een certificaat afleveren, dat zijn persoonsbeschrijving bevatte. Dit certificaat, en de 'reçu' van de ontvanger van het 'département', getuigend van de storting van 100 Francs in zijn kas, voor de kledij en uitrusting van de 'remplaçant', moesten voorgelegd worden aan de 'préfet' of de 'sous-préfet', vooraleer deze het contract van de 'remplacement' mocht opmaken. Dat contract moest trouwens de voorlegging van die stukken vermelden, naast de persoonsbeschrijving en de leeftijd van de 'suppléant'.

Een copie van het contract moest aan de 'remplaçant' overgemaakt worden voor zijn inschrijving op de 'feuille de départ', in de plaats van de 'remplacé'. Dezelfde copie moest hij ook, bij zijn aankomst, overmaken aan het corps.

 

d. Keuring van de 'suppléants' op het corps

 

Artikel 54 specificeerde, in § 1, de motivatie van de keuring :

 

"Les conscrits remplacés, ayant dû d' abord prendre les précautions nécessaires pour s' assurer si leurs suppléans remplissent toutes les conditions exigées, en sont spécialement responsables"

 

Ingeval een 'remplaçant' bij de inspectie door een kolonel ongeschikt zou bevonden worden, moest hij ter beschikking gehouden worden ("rester en subsistance"). De kolonel moest de 'général inspecteur d' armes' op de hoogte stellen, dewelke een tegenvisitatie in zijn bijzijn moest bevelen. Hij moest het resultaat daarvan dan, voorzien van zijn advies, overmaken aan de 'ministre de la guerre', die in laatste instantie besliste. Het was dus niet langer divisiecommandant, maar de minister zelf, die uitspraak moest doen[605]

De minister moest dan de nodige bevelen geven opdat de 'suppléant' naar huis gestuurd zou worden en de 'remplacé' een nieuwe 'remplaçant' zou leveren, of persoonlijk in dienst zou treden. In beide gevallen moest hij bovendien instaan voor de reiskosten.

 

Ingeval een 'suppléant' bij de inspectie gebreken zou weten te verbergen, die hem binnen de eerste drie maanden toch nog de 'réforme' zouden opleveren, dan zou gehandeld worden alsof ze bij de inspectie ontdekt waren. Gebreken die pas na die drie maanden zouden aan het licht komen, werden geacht opgelopen te zijn tijdens de dienst.

 

e. Desertie van een 'suppléant' uit het corps.

 

*1. Vervangingsplicht

 

De vervanging waarin de 'remplacé' diende te voorzien, moest gebeuren binnen de veertien dagen, te rekenen vanaf het moment dat hem dat bevel gegeven werd. Na die termijn was hij verplicht persoonlijk op te trekken.

 

*2. Recht op terugbetaling van de 100 Francs voor kledij en uitrusting

 

Het nieuwe decreet onderscheidde de desertie voor en na de inlijving. Was een 'remplaçant' gedeserteerd na te zijn ingelijfd bij het corps (of had hij de 'réforme' ontvangen binnen de eerste drie maanden na zijn inlijving), dan had de 'remplacé' geen recht op terugbetaling van de gestorte 100 Francs. Indien hij een nieuwe 'remplaçant' wou leveren, moest hij bovendien ook opnieuw 100 Francs storten, voor de kleding en uitrusting van de nieuwe 'remplaçant'.

Was de 'remplaçant' echter gedeserteerd vóór zijn aankomst op het corps, dan had de 'remplacé' het recht de 100 Francs terug te eisen, indien hij persoonlijk in dienst zou treden. Leverde hij een nieuwe 'remplaçant', dan diende hij niet nogmaals 100 Francs te betalen.[606]

 

7.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Het 'arrêté' van 17 ventôse VIII had de 'remplacement' toegekend, als gunst, aan alle conscrits opgeroepen door de wet van 10 messidor VII, die wegens gebreken vrijgesteld konden worden. Vanaf de wet van 28 floréal X werd aan elke conscrit de mogelijkheid geboden om een 'remplaçant' aan te bieden. Het 'arrêté' van 29 fructidor XI wijdde echter voor het eerst een speciale titel aan de rechtsfiguur. We zullen hier de verschillende bepalingen aanhalen.

 

a. Termijn voor de 'remplacement'

 

Ook het 'arrêté' van 29 fructidor XI liet de 'remplacement' toe tot op het moment van de inspectie vóór het vertrek.

 

b. Criteria waaraan de 'remplaçant' diende te voldoen

 

Titel III van het 'arrêté' n° 64 van 17 ventôse VIII 'relatif au mode de remplacement' somde de basiscriteria op, waaraan de 'suppléants' moesten voldoen. Artikel 3 van die titel luidde :

 

"Pour être admis comme suppléant, il faut être Français, être âgé de dix-huit ans au moins et de quarante ans au plus, avoir au moins un mètre soixante-cinq centimètres cinq pieds un pouce, être d' une constitution forte, d' une santé robuste, et n' être soi-même ni réquisitionnaire ni conscrit".

 

Men stelde dus nationaliteits-, leeftijds-, fysieke en conscriptionele eisen. Artikel 6 § 3 van de wet van 28 floréal X hernam of verstrengde de eerste drie, en wijzigde de vierde eis :

 

"Nul ne pourra être placé sur ledit tableau[607], s' il n' est né ou domicilié dans l' arrondis- sement, s' il n' est de la conscription de l' année, et s' il n' a la taille et la constitution physique nécessaires pour faire un bon soldat"

 

Nu moest de 'remplaçant' dus in het hetzelfde arrondissement als de aangeduide gedomicilieerd zijn, en juist wel tot dezelfde conscriptie-'classe' behoren! Vooral tegen dit laatste blijkt echter zeer vaak gezondigd te zijn. Artikel 13 van de wet van 6 floréal XI bepaalde daarom :

 

"Pourront être admis comme suppléans, les conscrits de la classe de l' année et des années antérieures, non désignés, ou désignés seulement pour la réserve, pourvu qu' ils aient la taille requise, et qu' ils soient nés et domiciliés dans l' étendue de l' arrondissement"

 

Zoals gezien, liet het decreet van 8 nivôse XIII toe de 'remplaçant' te nemen uit de 5 vorige 'classes', maar alleen binnen het kanton. De lichaamslengte moest 5 voet 1 duim zijn, maar als de 'remplacement' na de selectie van keurlingen voor de cavalerie gebeurde, mocht de 'suppléant' niet kleiner zijn dan de 'remplacé'.

 

Het decreet van 8 fructidor XIII verzachtte de domicilie-eis tot het volledige 'département'.

 

c. Rol en verantwoordelijkheid van de recruteringsofficieren[608]

 

Het verbod aan de recruteringsofficieren om zich te mengen in de aanduiding van de 'suppléants', werd in het 'arrêté' nog positief geformuleerd :

 

"Les officiers de recrutement n' ont d' autres fonctions à remplir pour les substitutions[609], que de s' assurer si le substitué à la taille de cinq pieds un pouce et les autres qualités voulues par la loi"

 

Het waren dus de recruteringsofficieren, en niet de recruteringskapitein, die, naar aanleiding de lokale keuring, belast waren met de aanvaarding. Zij moesten na elke 'désignation' de recruut keuren, alvorens die ter aanvaarding voor de recruteringskapitein verscheen.

 

Bovendien was er beroep mogelijk tegen de beslissing van de recruteringsofficieren, bij de commandant van het 'département', zodat ze niet persoonlijk verantwoordelijk waren.

 

Het contract moest ook toen reeds door de 'sous-préfet' opgemaakt worden. Over een aanvaardingsakte van de hand van de recruteringskapitein zweeg het 'arrêté' echter.

Alleen moest het contract melding maken van de aanvaarding door de recruteringsofficier of de commandant van het 'département'.

 

d. Betaling van 100 Francs voor de uitrusting en kleding van de 'remplaçant'

 

Het 'arrêté' van 17 ventôse VIII bleef altijd de organieke bepaling inzake de eis dat de 'remplacé' een 'reçu' zou voorleggen van de ontvanger van het 'département', getuigend van de storting van 100 Francs in zijn kas, dewelke naar het corps gezonden zou worden voor de kledij en uitrusting van de 'remplaçant'.

 

e. Keuring van de 'suppléants' op het corps

 

Dit was een vernieuwing van 8 nivôse XIII

 

f. Desertie van een 'suppléant' uit het corps.

 

*1. Vervangingsplicht

 

Het 'arrêté' van 17 ventôse VIII had de 'remplacé' verantwoordelijk gesteld voor de volledige diensttijd van zijn 'remplaçant'. (Zie p. 133). In jaar XI was de 'remplacement' algemeen toegestaan, maar over de verantwoordelijkheid van de 'remplacé' werd niets bepaald. Moest deze niet instaan voor zijn 'remplaçant', of bleef de verantwoordelijkheid, bepaald op 17 ventôse van kracht? Een gevallenstudie zou dit moeten uitwijzen, maar de registratie verliep toen juist zo verward...

Vanaf de 'levée' op de 'classes' van de jaren XI en XII liep de verantwoordelijkheid van de 'remplacé' in elk geval tot het moment waarop hij het bewijs leverde van diens inlijving in het corps waartoe hij bestemd was. Desertie onderweg verplichtte hem om in zijn vervanging te voorzien, door levering van een nieuwe 'remplaçant of door persoonlijk in dienst te treden.

Het decreet van 8 nivôse XIII breidde zoals gezegd de vervangingsplicht opnieuw uit, tot de 'désertion' ('sensu stricto') binnen de eerste twee dienstjaren.

 

*2. Bestraffing van de deserteur

 

Desertie van een 'remplaçant' werd vóór 8 nivôse XIII niet afzonderlijk behandeld.

 

8) Bevoegdheden van de corpsen inzake de aanvaarding van de conscrits

 

8.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII ( in titel 9[610], laatste artikel)

 

Noch de begeleidende officieren, noch de 'conseils d' administration des corps' waren gemachtigd om zelf een 'remplacement' toe te staan, om conscrits de 'réforme' te geven of de 'congé', om welke reden ook, op straffe van ontslag uit hun functie, vóórdat ze de toestemming daartoe hadden gekregen van de 'ministre de la guerre', op advies van de commandant van het 'département'. Uitzondering hierop waren de conscrits die, hoewel afwezig, toch aangeduid zouden zijn voor het contingent, en die niet het certificaat zouden voorleggen van hun keuring (cfr. supra) In hun geval mocht de kolonel wel tot de 'réforme' beslissen, op advies van de inspecteur van het corps. Ze moesten dan de 'préfet' van het

'département' van het domicilie verwittigen.

 

8.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (in titel 9, laatste artikel)

 

Artikel 59 van het nieuwe decreet was de bijna woordelijke overname van artikel 51 van dat van 8 nivôse XIII.

 

8.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

Voordien werd de materie niet behandeld, zodat vele conscrits bij hun aankomst op het corps de 'réforme' kregen. Om dit nodeloos oponthoud van de 'levée' op te vangen, werd artikel 51 toegevoegd.

 

9) Bestraffing van het bedrog vanwege recruterende instanties (titel 10 van 8 fructidor XIII)

 

Om de verantwoordelijkheid van de recruterende instanties nog een supplementaire administratieve grond te geven, greep het decreet van 8 fructidor terug naar een wet uit de begindagen van de conscriptionele recrutering.

 

Artikel 60 luidde :

 

"Conformément à la loi du 28 nivôse an 7, tout docteur en médecine ou en chirurgie, tout officier de santé, tout agent de l' administration civile, tout officier ou sous-officier de l' armée, convaincu d' avoir attesté à faux des infirmités ou des incapacités, ou d' avoir, à raison de leurs visites ou fonctions, reçu des présens ou gratifications, soit avant, soit après, seront punis, par voie de police correctionnelle, d' une peine qui ne pourra être moindre d' une année d' emprisonnement ni excéder deux ans, et, en outre, d' une amende qui ne pourra être moindre de trois cent francs ni excéder mille francs. Ils seront en outre poursuivis, s' il y a lieu, pour le remboursement en faveur des hôpitaux, des présens ou gratifications qu' ils auront reçus".

 

Dit was een woordelijke overname[611] van artikel 30 van de wet van 28 nivôse VII, waaraan alleen de laatste zin, inzake de terugvordering van het eventueel ontvangen smeergeld, werd toegevoegd.

 

10) De vervollediging van de kantonnale contingenten

 

Het gaat hier om de verantwoordelijkheid voor het vervolledigen van het contingent, en dus de vervangingsplicht ingeval van 'réfraction'.

 

10.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 10)

 

De verantwoordelijkheid rustte voortaan bij de kantons. Zij werden daarvan pas bevrijd door de inspectie van de recruten door de 'sous-inspecteur du corps', na hun aankomst.

 

Ze moesten dus elke conscrit vervangen die, na aanwezig geweest te zijn op de 'tirage au sort', zijn vaandels niet zou hebben vervoegd op het daartoe vastgestelde moment. Verder moesten ze de conscrits vervangen, die afwezig waren bij de 'tirage', en die na hun aanduiding de 'réforme' zouden ontvangen, of die niet binnen de twee maanden na de dag van de 'désignation' hun vaandels zouden vervoegen[612].

 

De 'préfet' moest de vervanging bevelen aan de 'sous-préfet'. Deze zou dan de conscrit, die het eerste niet opgeroepen nummer getrokken had, oproepen om binnen de acht dagen te vertrekken, en hem een 'feuille de route' overhandigen.

 

Ingeval de 'classe' volledig uitgeput zou zijn, en alle conscrits, van reserve en 'dépôt', al opgeroepen zouden zijn, dan moest de 'préfet' de 'sous-préfet' bevelen om de vervanger te nemen uit de reserve van de onmiddellijk voorgaande 'classe'.

 

10.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 11)

 

Het nieuwe decreet plaatste de recruteringsofficier van het arrondissement als tussenpersoon tussen de 'sous-préfet' en de conscrits. Hij moest de conscrits uiteindelijk op de hoogte brengen van hun oproep. Voor het overige werd het decreet van 8 nivôse woordelijk herhaald.

 

10.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

In de voorgaande jaren waren de gemeenten of 'réunions' verantwoordelijk voor de levering van hun contingent, tot het moment van de aanvaarding door de recruteringskapitein. Eens zij het gevraagde aantal geleverd hadden op het 'chef-lieu' waren ze bevrijd, en mochten geen nieuwe recruten meer gevraagd worden. Het 'département' was dan verantwoordelijk voor de vervollediging van het algemene contingent. Dit had de oproep van de reserveconscrits noodzakelijk gemaakt, zowel van de 'classes' van de jaren IX en X als van die van de jaren XI en XII. Het supplementaire kwart dat toen was aangeduid was immers onvoldoende gebleken, zodat zelfs het supplementaire kwart voor de reserve in actieve dienst was geroepen. Pas met het decreet van 8 nivôse beschikte men over een echte wervingsreserve, en men was zelfs voorzien op de totale uitputting van het 'dépôt'.

Daarmee waren de institutionele fundamenten van de recrutering gelegd. Niets kon nu nog de vervollediging van het contingent in de weg staan, zodat 'réfraction' noodzakelijk de oproep van en geïdentificeerde kameraad-leeftijdsgenoot meebracht. Dit zou vrij snel en zeer grondig de 'réfraction' uit de wereld helpen.

 

11) De recruteringsofficieren

 

11.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 11)

 

Het decreet hield alle recruteringsofficieren in functie, met uitzondering van degene waarvan de 'ministre de la guerre' de vervanging aangewezen zou achten.

 

Onmiddellijk na de laatste 'désignation' in een arrondissement, moest de recruteringsofficier van dat arrondissement alle 'chef-lieux de canton' aandoen, om er de conscrits, bestemd voor het actief leger zowel als voor de reserve, van elk kanton te inspecteren. Hij moest dan een controlelijst opmaken volgens lichaamslengte, waarop hij hun persoonsbeschrijving diende aan te brengen.

 

De recruteringsofficier mocht bij die inspectie vóór het vertrek niet de 'réforme' voorstellen van eerder aanvaarde conscrits, tenzij hij kon bewijzen dat de conscrit een gebrek verborgen zou gehouden hebben, of dat de ongeschiktheid veroorzaakt werd door een ziekte of een ander feit, voorgevallen na de aanvaarding. In dat geval moest hij de betrokkene verwijzen naar de 'conseil de recrutement', die uitspraak zou doen over dergelijke moeilijkheden.

 

De recruteringskapitein, omdat hij door het decreet de middelen toegewezen kreeg, om de aanvaarding tegen te houden (in de 'conseil de recrutement' waarin hij zetelde), of toch zeker om zijn verzet ertegen te bewijzen, zou geldelijk verantwoordelijk gesteld worden jegens de staat van alle kosten voor reis en soldij van conscrits die bij aankomst op hun corps de 'réforme' zouden ontvangen wegens gebreken of andere redenen, dewelke de recruteringsofficier had kunnen vaststellen.

 

11.2 Verschillen in het decreet van 8 fructidor XIII (titel 12)

 

Het nieuwe decreet gelastte de 'ministre de la guerre' om, tegen het begin van de werkzaam- heden voor de 'levée', naar elk 'département' een majoor te sturen, die in de 'conseil de recrutement' zou zetelen. Zijn voornaamste taak zou zijn te beletten dat er ongeschikten naar het leger gestuurd zouden worden. Hij mocht zich echter verder niet verzetten tegen enige aanvaarding van individuen "sains et valides qui auront la taille d' un mètre cinq cent cinquante quatre[613] millimètres".

 

Verder moest hij zich inlaten met alles wat het vertrek van de conscrits kon bespoedigen. Zodra een aantal, gelijk aan het opgelegde contingent, vertrokken zou zijn, moest hij zijn corps opnieuw vervoegen, zonder evenwel te wachten totdat de 'réfractaires' vervangen zouden zijn.

 

In § 2 van datzelfde artikel (62) voegde het decreet daar nog aan toe :

 

"En quittant le département où il aura été envoyé, il adressera au ministre ses observations sur les opérations auxquelles il aura concouru, et lui fera connaître ses vues d' amélioration; il rendra compte aussi des abus qu' il aurait pu découvrir."

 

Wanneer men de naam van de gezonden majoor kent[614], dan kan men in de 'archives centrales' te Parijs waarschijnlijk zeer interessante conform deze paragraaf opgemaakte verslagen terugvinden...

 

De recruteringsofficieren bleven opnieuw in functie, indien de 'ministre de la guerre' niet anders besliste. Het decreet voegde daaraan toe dat alle bepalingen van titel V van het 'arrêté' van 18 thermidor X, aangaande de recruteringsofficieren, verder uitgevoerd zouden worden in zoverre ze niet met het decreet strijdig waren.

 

De taak van de recruteringsofficieren werd meer gedetailleerd omschreven in het decreet van 8 fructidor. Nadat de 'sous-préfet' hem de definitieve lijst van de conscrits die moesten vertrekken had overgemaakt, moest de recruteringsofficier een controlelijst opmaken met de persoonsbeschrijvingen, de lichaamslengten en het wapen waarvoor hij de betrokkene het meest geschikt acht.

 

Nadat de commandant van het 'département' het corps had aangeduid, waar elke conscrit voor bestemd was, en samen met de 'préfet' de vertrekdatum vastgesteld had, diende de recruteringsofficier elke conscrit schriftelijk op de hoogte stellen van de vertrekdag en van het uur en de plaats van de samenkomst voor de inspectie. Dezelfde procedure zou gehanteerd worden telkens een conscrit van het 'dépôt' in actieve dienst geroepen zou worden.

 

Indien de recruteringsofficier bij die inspectie vóór het vertrek, naar aanleiding van het minutieuze onderzoek waaraan hij elke recruut moest onderwerpen, zou vaststellen dat een opgeroepen conscrit toch ongeschikt was voor de dienst, dan moest hij hem uit het detachement roepen en naar de 'conseil de recrutement' verwijzen. Deze zou dan definitief oordelen, of, indien hij dat nodig zou achten, een herstellingstermijn toekennen.

 

Mocht een conscrit de 'réforme' krijgen voor één of ander gebrek ontstaan na de 'désignation', dan moest bepaald worden of hij al dan niet de 'indemnité de réforme' moest betalen. Werd bewezen dat het gebrek reeds vóór de 'désignation' bestond, maar dat de betrokkene het toen verborgen gehouden had, dan moest hij een dubbele 'indemnité' betalen, die evenwel de 1500 Francs niet mocht overschrijden. De 'préfet' moest in dat geval ook aan de 'sous-préfet' het bevel geven een vervanger op te roepen.

 

11.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

De instelling van de recruteringsofficieren werd uitvoerig behandeld in titel V van het 'arrêté' van 18 thermidor X. Ik verwijs daarom naar het hoofdstuk over de 'levée sur les classes des années IX et X', om een ellenlange herhaling te voorkomen.

 

Het 'arrêté' van 29 fructidor XI bepaalde het alleenrecht van de minister om de recruteringsofficieren te vervangen (artikel 32), en de inspectie door de recruteringsofficier van het arrondissement, onmiddellijk na de 'désignation' in een gemeente of 'réunion'.

 

12) De 'conscrits réfractaires'

 

12.1 Bepalingen in het decreet van 8 nivôse XIII (titel 11)

 

Elke conscrit, die, hoewel aanwezig op de 'désignation', geweigerd zou hebben zich voor de inspectie aan te bieden of die zonder zijn toestemming zijn gemeente verlaten zou hebben, zou na de inspectie vóór het vertrek door de recruteringsofficier  aangegeven worden bij de recruteringskapitein.

Deze diende dan die aangegeven conscrits aan te klagen, evenals de afwezige conscrits, die binnen de veertig dagen na hun aanduiding voor het contingent, nagelaten zouden hebben zich aan te bieden, noch een 'suppléant' geleverd zouden hebben, noch aan de 'préfet' van het 'département' van hun domicilie het certificaat zouden toegestuurd hebben, dat getuigde van hun aankomst op het corps of van hun ongeschiktheid voor de dienst[615]. Tenslotte moest de recruteringskapitein de conscrits aanklagen, die hun détachement niet zouden vervoegd hebben, of die het onderweg naar het corps zouden verlaten hebben.

 

Indien de recruteringskapitein niet binnen de dertig dagen van de 'procureur impérial' een copie ontvangen zou hebben van het vonnis dat de rechtbank diende te vellen, dan moest hij de 'ministre de la guerre' en de 'grand-juge' daarvan op de hoogte stellen, die de reden voor de niet-uitvoering van de wet zouden natrekken, en de verantwoordelijken vervolgen.

 

Dertig dagen nadat het vonnis toegestuurd zou (moeten) zijn, diende de recruteringskapitein de 'préfet' op te roepen om te voorzien in de vervanging van de 'réfractaires'. De 'préfet' was dan, in alle andere gevallen dan dat voorzien door artikel 12 van de wet van 6 floréal XI[616], gehouden om de vervanging te bevelen, onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid.

 

12.2 Verschillen met het decreet van 8 fructidor XIII (titel 12)

 

Ingeval een aangeduide conscrit zonder toestemming[617] zijn gemeente verlaten zou hebben of niet opgedaagd zou zijn voor de inspectie, moest de recruteringsofficier dat s' anderendaags melden aan de recruteringskapitein. Verder was de recruteringsofficier[618] gehouden elke afwezige conscrit, die binnen de veertig dagen na zijn aanduiding voor het contingent, nagelaten zou hebben zich aan te bieden, noch een 'suppléant' geleverd zou hebben, noch aan de 'préfet' van het 'département' van zijn domicilie het certificaat zou toegestuurd hebben, dat getuigde van zijn aankomst op het corps of van zijn ongeschiktheid voor de dienst, aangeven bij de recruteringskapitein.

 

De recruteringskapitein diende die aangegeven conscrits dan schriftelijk bij de 'préfet' aan te klagen, evenals de conscrits die hun detachement niet zouden vervoegen, of die het onderweg naar het corps zouden verlaten. Omdat die aanklacht de basis moest vormen voor het vonnissen van de 'réfractaires', moest de kapitein bijzondere zorg besteden om zekerheid te krijgen over het feit dat de personen op zijn aanklacht-lijst daadwerkelijk aanleiding gaven tot veroordeling. Hij moest daartoe alle nodige inlichtingen inwinnen bij de 'sous-préfet' en de 'maire'.

 

De 'préfet' was gehouden om dan, conform de wet van 6 floréal XI en binnen de door diezelfde wet gestelde termijn, de op de aanklacht-lijst voorkomende individuen tot 'conscrit réfractaire' te verklaren.

 

Het 'arrêté' van de verklaring moest dan overgemaakt worden aan de 'commissaire impérial près le tribunal de première instance de l' arrondissement', voorzien van het advies van de 'préfet' inzake de boete waartoe de 'réfractaire' veroordeeld diende te worden. Deze boete moest tussen 500 en 1500 Francs bedragen, volgens de mogelijkheden van de conscrit en zijn familie, en volgens de specifieke omstandigheden waarin het misdrijf van de 'réfraction' gepleegd werd.

 

De hogervermelde commissaris zou dan, conform de wet van 6 floréal XI, de conscrits veroordelen tot opsluiting in een daartoe voorzien militair 'dépôt' en tot betaling van de boete die door de 'préfet' voorgesteld werd.

 

Indien de recruteringskapitein niet binnen de twintig (en dus niet langer dertig!) dagen van de 'procureur impérial' melding gekregen had van het vonnis dat de rechtbank moest vellen, dan moest hij de 'ministre de la guerre' en de 'grand-juge' daarvan op de hoogte stellen. Die zouden dan de reden voor de niet-uitvoering van de wet natrekken, en de verantwoordelijken vervolgen.

 

De veroordeelde 'réfractaires', die in de maand na hun veroordeling aangehouden werden, en naar hun corps gevoerd werden, gaven geen aanleiding tot vervanging. Dit was niet expliciet in het decreet van 8 nivôse vermeld, en dat van 8 fructidor vulde die omissie aan.

 

Dertig dagen nadat het vonnis geveld zou (moeten) zijn, diende de recruteringskapitein de 'préfet' op te roepen om te voorzien in de vervanging van de 'réfractaires'.

 

12.3 Verschillen met het 'arrêté' van 29 fructidor XI e.a.

 

In het vorige hoofdstuk behandelde ik uitgebreid de invoering van de rechtsfiguur, zowel in de wet van 6 floréal XI als in de 'arrêtés' van 29 fructidor XI en 19 vendémiaire XII.

 

 

C. De 'levées' op de classe van jaar XIII

 

c1. Opmaak van de conscriptielijsten.

 

Op 30 fructidor XII (17 september 1804) verstuurde Faipoult zijn jaarlijkse circulaire naar de kantons, met de oproep tot de conscriptie van jaar XIII. En naar jaarlijkse traditie diende hij tal van ingezonden lijsten terug te sturen omdat ze onvolledig of ongeloofwaardig waren[619]. Dit leverde enige vertraging op in de uitvoering van de wet van 19 fructidor VI, en op 2 frimaire (23 november 1804) kregen enkele 'maires' het expliciete verwijt dat ze, ondanks herhaalde oproepen, nog steeds geen conscriptielijsten ingezonden hadden[620].

 

Het decreet van 8 nivôse XIII stelde in titel II nieuwe eisen inzake de conscriptielijsten[621]. Faipoult hechtte twee modelstaten aan zijn circulaire van 25 nivôse XIII (15 januari 1805).[622] De eerste was bestemd om op de 'mairie' bewaard te worden, en de tweede moest vóór 8 pluviôse (28 januari 1805) aan de 'sous-préfet' overgemaakt worden, opdat deze de kantonnale lijst tijdig zou kunnen opmaken. Op 1 ventôse moest immers met de werkzaamheden van de 'levée' begonnen worden.

Indien de lijsten niet op de 'sous-préfecture' ontvangen waren op 8 pluviôse, dan zou op kosten van de 'maire' een 'commissaire spécial' gestuurd worden om ze te komen halen.

 

Waarschijnlijk werden alle staten tijdig overgemaakt, want er zijn geen meldingen van laattijdigheid, noch enig spoor van het sturen van 'commissaires'.

 

Alleen de 'adjoint' van Scheldewindeke kreeg enig respijt, gezien de 'maire' na zes dagen ziekte op 13 pluviôse (2 februari 1805)[623] overleden was. Op 19 pluviôse (8 februari 1805)[624] had de 'préfet' de lijsten van Scheldewindeke ontvangen. Alleen de namen van de ouders ontbraken nog, en moesten onmiddellijk overgemaakt worden.

 

Dat er zich nog weinig problemen hebben voorgedaan, bewijst de verzending van de departementale conscriptielijst, al op 17 prairial XIII (6 juni 1805)[625]. De kantonnale lijst van Oosterzele werd opgemaakt op 25 pluviôse XIII (14 februari 1805)[626]

 

c2. De lokale werkzaamheden van de 'levée'

 

1) Verdeling van het contingent

 

Het 'département' moest in de 'levée' van 30.000 (x 2) conscrits een contingent leveren van 575 (x 2)[627]. De hiernavolgende tabel geeft de verdeling van dat contingent weer[628], vastgesteld op 8 respectievelijk 9 pluviôse XIII[629] :

 

Arr. Gent

200

Arr. Oudenaarde

135

Arr. Dendermonde

169

Arr. Eeklo

71

Kruishoutem

17

Oudenaarde (2)

30

Aalst (2)

36

Assenede

10

Deinze

15

Geraardsbergen

16

Beveren

15

Axel

9

Evergem

13

Herzele

15

St.-Gillis

16

Kaprijk

14

Gent (N&E)

30

St.-Maria-Horebeke

15

Hamme

13

Sluis

4

Gent (S&O)

31

Nederbrakel

13

Lokeren

15

Eeklo

15

Lochristi

14

Ninove

16

St-Niklaas

16

Hulst

11

Nazareth

13

Ronse

15

Temse

12

Oostburg

4

Nevele

16

Zottegem

15

Dendermonde

17

IJzendijke

4

Oosterzele

20

 

 

Wetteren

15

 

 

Zomergem

19

 

 

Zele

14

 

 

Waarschoot

12

 

 

 

 

 

 

 

2) Vaststelling van de data waarop de werkzaamheden zouden plaatsvinden

 

Voor het arrondissement Gent besliste Faipoult de werkzaamheden te laten doorgaan op de volgende data en plaatsen, en in bijzijn van de aangeduide 'conseiller de préfecture'[630] :

 

Kanton

Datum

Plaats

Vertegenwoordiger préfet

Evergem

1 ventôse XIII

Stadhuis Gent

Van Acker

Waarschoot

4 ventôse XIII

Stadhuis Gent

Van Acker

Gent (Nord&Est)

8 ventôse XIII

Stadhuis Gent

Beaucarne

Gent (Sud&Ouest)

13 ventôse XIII

Stadhuis Gent

Beaucarne

Lochristi

17 ventôse XIII

Baudeloo-abdij Gent

De Naeyer

Oosterzele

20 ventôse XIII

Baudeloo-abdij Gent

De Naeyer

Zomergem

28 ventôse XIII

Zomergem [doorstreept] Gent

De Naeyer

Nevele

24 ventôse XIII

Nevele [doorstreept] Gent

De Naeyer

Deinze

1 germinal XIII

Deinze [doorstreept] Gent

De Naeyer

Kruishoutem

8 germinal XIII

Kruishoutem

De Naeyer

Nazareth

5 germinal XIII

Nazareth (Gent?)

De Naeyer

 

3) 'Vérification des listes' en 'tirage au sort'; 'conseil de recrutement'

 

De werkzaamheden gingen door in Gent, op 20 en 21 ventôse XIII, onder supervisie van De Naeyer. De commissie verklaarde 24 conscrits ongeschikt voor de dienst, en liet er 123 deelnemen aan de 'tirage au sort'[631]. Daarvan werden dan degenen, die de nummers 1 tot 20 getrokken hadden, aangeduid om het contingent voor het actief leger uit te maken, en degenen, die de nummers 21 tot 40 getrokken hadden om het contingent voor de reserve uit te maken. De overige 83 vormden dan het 'dépôt'.

 

Zes conscrits werden tot 'supplémentaire' verklaard, en als dusdanig naar de 'conseil de recrutement' verwezen. De laatste vijf op de kantonnale lijst weerhouden personen, waren reeds lange tijd overleden.

 

De 'conseil de recrutement' zou in verschillende zittingen[632] zes van de voor de reserve aangeduide conscrits, één voor het actief leger aangeduide en één niet ingeschreven en tot supplementaire conscrit verklaarde recruten de 'réforme' toekennen wegens lichamelijke gebreken. Ik vond niets terug aangaande boetes die hen opgelegd zouden zijn.

 

De volgende tabel vat de resultaten van de werkzaamheden samen :

 

Alg. Lijst

over-

leden

réformé door Sous-préfet

deelgenomen aan tirage

supplem. door S.P.

supplém. door conseil

réformé door Conseil

totaal beschikbaar

157

5

24

123

5

1

8

121

 

c3. De resultaten van de 'levée'

 

1) Combinatie van bronnen

 

Vanaf jaar XIII werd een conscriptieregister bijgehouden, waarin voor elke conscrit bijgehouden werd wat er van hem geworden is. Dit zou normaal meebrengen, dat niet langer naar losse inlijvings- en desertielijsten moet teruggegrepen worden om de resultaten van de 'levée' in het kanton te reconstrueren. Het register is echter enorm chaotisch bijgehouden. Alleen de datum, waarop de betrokkenen opgeroepen zijn, is erin terug te vinden, eventueel gevolgd door de datum van het vonnis. Voor welk regiment het detachement bestemd was, of de betrokkene daadwerkelijk is vertrokken ... Daarvoor moeten toch andere bronnen geraadpleegd worden.

 

2) Verschillende deel-'levées'

 

Dit is des te belangrijker omdat de 'levée ordinaire' van 8 nivôse XIII niet de enige was, die op de 'classe' bevolen werd. Bij decreet van 24 floréal XIII (14 mei 1805) besliste de regering immers 15.000 conscrits van de reserve van jaar XIII in actieve dienst te roepen. Uit het register valt in het geheel niet op te maken, welke conscrits in uitvoering van de eerste, en welke in uitvoering van de tweede 'levée' opgeroepen werden. Dit is nochtans belangrijk om de problemen bij de uitvoering van de recrutering goed in te schatten.

Het 'département de l' Escaut' kreeg in de 'levée' van 24 floréal XIII een contingent opgelegd van 307 recruten, dat als volgt onder de arrondissementen en kantons verdeeld[633] :

 

Arr. Gent

106

Arr. Oudenaarde

70

Arr. Dendermonde

92

Arr. Eeklo

39

Kruishoutem

9

Oudenaarde (2)

15

Aalst (2)

19

Assenede

6

Deinze

8

Geraardsbergen

8

Beveren

8

Axel

5

Evergem

7

Herzele

8

St.-Gillis

9

Kaprijk

8

Gent (N&E)

16

St.-Maria-Horebeke

8

Hamme

7

Sluis

1

Gent (S&O)

16

Nederbrakel

7

Lokeren

8

Eeklo

9

Lochristi

8

Ninove

8

St-Niklaas

9

Hulst

6

Nazareth

7

Ronse

8

Temse

7

Oostburg

2

Nevele

9

Zottegem

8

Dendermonde

9

IJzendijke

2

Oosterzele

10

 

 

Wetteren

8

 

 

Zomergem

10

 

 

Zele

8

 

 

Waarschoot

6

 

 

 

 

 

 

 

Het decreet van 24 floréal XIII was daarnaast ook bedoeld om eindelijk eens werk te maken van de oprichting van de 'compagnies départementales de réserve'[634].Die waren in theorie al door de wet van 28 floréal X opgericht, maar in realiteit was er nooit veel van die 'compagnies' terechtgekomen.

 

Op 12 fructidor XIII (30 augustus 1805) werd in Parijs nog eens beslist om een aantal conscrits van XIII op te roepen voor de 'train d' artillerie de la Garde Impériale', en uiteindelijk zou de 'ministre de la guerre' er ook nog een aantal oproepen voor de 'sapeurs' en het 'dépôt général' te Strasbourg.

 

3) De 'liste d' activité'

 

Om een duidelijk overzicht van de recrutering uit de 'classe' van jaar XIII te bieden, vond ik het aangewezen, een (lange) tabel op te stellen, waarin elk van de 123 beschikbare conscrits afzonderlijk bekeken wordt. Vanaf nu zal ik deze procedure voor elke 'levée' herhalen, zodat het onderzoek meer uniform zal verlopen.

 

De tabel geeft de 'levée', de vertrekdatum, het al dan niet op de bestemming komen, en de cumulatieve vervollediging van het contingent. (A = actief leger, R = reserve, D = dépôt)

 

nr.

 

levée

detachement

 

regiment

aangekomen

of 'réfraction'

vervolle- diging

vonnis

sup

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'non comparu'

 

19 messidor

sup

A

8 nivôse

3 floréal XIII

 

?

 

 

sup

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'non comparu'

 

19 messidor

sup

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'non comparu'

 

19 messidor

sup

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'non comparu'

 

19 messidor

sup

A

8 nivôse

3 floréal XIII

 

réformé 2 floréal

 

 

1

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

2

A

8 nivôse

1 floréal XIII

5° cuirassiers

aangekomen

8 nivôse/ 1

 

3

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

4

A

8 nivôse

1 floréal XIII

5° cuirassiers

aangekomen

8 nivôse/ 2

 

5

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

arrêté

6

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

7

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

hospitaal

 

19 messidor

8

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'non comparu'

 

19 messidor

9

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

10

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

11

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

12

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/ 3

 

13

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

14

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/ 4

 

15

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

16

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

17

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

réforme 30 floréal

 

 

18

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

19

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

'en route'

 

19 messidor

20

A

8 nivôse

3 floréal XIII

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/ 5

 

5

A

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

21

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

22

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/ 6

 

23

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

24

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

25

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

26

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/ 7

 

27

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

28

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/ 8

 

29

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

réformé 10 thermid

 

 

30

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

31

R

 

 

 

réforme 27 ventôse

 

 

32

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

arrêté

33

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

réformé 28 prairial

 

 

34

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

réformé 10 thermid

 

 

35

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

36

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

37

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

'en route'

 

4° complém

38

R

 

 

 

réformé 25 germin

 

 

39

R

8 nivôse

1 messidor

7° de ligne

uitgesteld

 

 

40

R

 

 

 

réformé 26 messid

 

 

41

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'non comparu'

 

4° complém

42

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'en route'

 

4° complém

43

D

24 flor

30 messidor

27° dragons

'en route'

 

4° complém

44

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'en route'

 

4° complém

45

D

24 flor

30 messidor

27° dragons

'en route'

 

4° complém

46

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'en route'

 

4° complém

47

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'en route'

 

4° complém

48

D

24 flor

30 messidor

27° dragons

aangekomen

24 flor/1

 

49

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'non comparu'

 

4° complém

50

D

24 flor

30 messidor

27° dragons

remplaç. aangek.

24 flor/2

 

51

D

24 flor

30 messidor

27° dragons

aangekomen

24 flor/3

 

52

D

24 flor

1 thermidor

64° de ligne

'en route'

 

4° complém

39

R

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

53

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

?

 

 

54

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'en route'

 

arrêté

55

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

56

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

57

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

58

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

uitstel tot 1/2/1806

 

 

59

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

60

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

uitstel tot 1° comp

 

 

61

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

62

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

63

D

8 nivôse

3 fructidor

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

54

D

24 flor

Gendarmerie

88° de ligne

aangekomen

24flor/4

 

64

D

24 flor

21 fructidor

27° dragons

remplaçé 25 fruct

 

 

65

D

24 flor

21 fructidor

27° dragons

aangekomen

24flor/5

 

66

D

24 flor

21 fructidor

88° de ligne

aangekomen

24flor/6

 

67

D

24 flor

21 fructidor

88° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

68

D

24 flor

21 fructidor

27° dragons

aangekomen

24flor/7

 

69

D

24 flor

21 fructidor

27° dragons

overleden hospit

 

 

70

D

24 flor

21 fructidor

88° de ligne

aangekomen

24flor/8

 

60

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

réformé 8 vendém.

 

 

64

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

remplaç. aangek

8 nivôse/9

 

71

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

72

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

73

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

74

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'non comp'<> Gie

8 nivôse/10

 

75

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/11

 

76

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

77

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

78

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

79

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/12

 

80

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/13

 

81

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

82

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

83

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

84

D

8 nivôse

1° complém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

85

D

Cie réser

19 vendém

Cie réser

aangekomen

réserve/1

 

86

D

Cie réser

19 vendém

Cie réser

'non comparu'

 

22/3/1806

87

D

Cie réser

19 vendém

Cie réser

aangekomen

réserve/2

 

88

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

89

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

'en route'

 

22/3/1806

90

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/14

 

91

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

92

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/15

 

93

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/16

 

94

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

réformé 16 vend

 

 

95

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/17

 

96

D

12 fruct

19 vendém

train artil GI

aangekomen

12 fruct./1

 

97

D

8 nivôse

19 vendém

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

98

D

8 nivôse

10 brumaire

7° de ligne

uitstel tot 19/2

 

 

99

D

8 nivôse

10 brumaire

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

100

D

8 nivôse

10 brumaire

7° de ligne

fin dépôt 9 frim

 

 

101

D

Cie réser

30 vendém

Cie réser

aangekomen

réserve/3

 

102

D

8 nivôse

10 brumaire

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/18

 

103

D

8 nivôse

10 brumaire

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

104

D

8 nivôse

10 brumaire

7° de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

105

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

aangekomen

arrêtés/1

 

106

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

aangekomen

arrêtés/2

 

107

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

réfractaire

 

22/3/1806

108

D

arrêtés

4 frimaire

4° B sapeurs

aangekomen

arrêtés/3

 

109

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

réfractaire

 

22/3/1806

110

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

réfractaire

 

22/3/1806

111

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

détenu à Gand

 

 

112

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

réfractaire

 

22/3/1806

113

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

aangekomen

arrêtés/4

 

114

D

arrêtés

4 frimaire

dépôt gal

réfractaire

 

22/3/1806

32

R

8 nivôse

Gendarmerie

7° de ligne

aangekomen

8 nivôse/19

 

58

D

8 nivôse

1/2/1806

7°  de ligne

aangekomen

8 nivôse/20

 

115

D

8 nivôse

1/2/1806

7°  de ligne

'non comparu'

 

22/3/1806

116

D

8 nivôse

1/2/1806

7°  de ligne

réformé 30/1/1806

 

 

117

D

8 nivôse

1/2/1806

7°  de ligne

'non comparu'

 

vrijwillig

98

D

8 nivôse

19/2/1806

7°  de ligne

aangekomen

8 nivôse/21

 

118

D

 

 

 

 

 

 

119

D

 

 

 

 

 

 

120

D

 

 

 

 

 

 

121

D

 

 

 

 

 

 

122

D

 

 

 

 

 

 

123

D

 

 

 

 

 

 

 

* De tweede kolom van bovenstaande tabel bevat de aanduiding van de 'tirage au sort'.

 

4) Analyse van de resultaten per deel-'levée'

 

4.1 De voor het actief leger gevraagde recruten (decreet van 8 nivôse XIII)

 

Het contingent van het kanton bedroeg twintig recruten. De conscrits die bij de 'tirage au sort' de lotnummers 1 tot 20 getrokken hadden, werden daarom op 1 floréal (21 april 1805) opgeroepen, samen met de (toen nog) vier tot 'conscrit supplémentaire' verklaarden. Deze laatsten, en drie van de twintig opgeroepenen (lotnummers 7, 8 en 17), kwamen niet opdagen[635]. Lotnummer 17 kreeg op 30 floréal (20 mei 1805) de 'réforme' van de 'conseil de recrutement', en nummer 7 werd in een andere zitting (waarvan het proces-verbaal niet gedateerd is) naar het hospitaal verwezen, maar nadien, samen met de zes andere niet-opgedaagden (en de onderweg gedeserteerden) tot 'réfractaire verklaard.

 

Zeventien conscrits uit het kanton waren wel aanwezig bij de inspectie op 1 floréal. Twee daarvan (lotnummers 2 en 4) werden geselecteerd voor de 'cuirassiers', en vertrokken nog diezelfde dag naar Brussel. Ze bereikten het 'chef-lieu de division' op 2 floréal (22 april 1805).

Van de 15 overblijvende conscrits, die op 3 floréal (23 april 1805) naar het 7° regiment 'infanterie de ligne' te Poitiers vertrokken zijn, verlieten er twee het detachement op 3 floréal (23 april 1805), en 10 andere op 4 floréal (24 april 1805)[636]. De drie overige (lotnummers 12, 14 en 20) bereikten hun bestemming op 9 prairial XIII (29 mei 1805).

De niet-opgedaagde en onderweg gedeserteerde conscrits werden op 8 messidor XIII (27 juni 1805) door de recruteringskapitein aangegeven[637]. De 'préfet' verklaarde hen bij 'arrêté' van 15 messidor (4 juli 1805) tot 'conscrit réfractaire'[638], en de rechtbank van eerste aanleg te Gent veroordeelde hen op 19 messidor (8 juli 1805) tot de boete van 1500 Francs[639].

Één van de onderweg gedeserteerden (de nummer 5) is niet terug te vinden op die lijsten. Hij werd immers aangegeven door de reserveconscrit met nummer 34, die door zijn aanhouding de gunst, toegekend door artikel 27 van het 'arrêté' van 29 fructidor XI wilde inroepen[640]. Dat artikel had een reserveconscrit, die zou meewerken aan de arrestatie van een 'réfractaire' van zijn 'classe', vrijgesteld van de plicht zelf in dienst te treden. Artikel 27 was echter impliciet afgeschaft door het decreet van 8 nivôse XIII[641], zodat de betrokkene zijn kameraad voor niets had aangegeven. Deze zou met de reserveconscrits opnieuw vertrekken, en opnieuw deserteren!

 

De 'réfraction' lag overal vrij hoog, en de 'préfet' besloot op 8 prairial XIII (28 mei 1805) de reserveconscrits op te roepen[642]. Van het kanton Oosterzele waren slechts vijf recruten ter bestemming gekomen, en dus moesten vijftien reserveconscrits opgeroepen worden voor het 7° regiment 'infanterie de ligne'. Men had ditmaal blijkbaar besloten om ook een supplementair kwart op te roepen, want alles samen werden zeventien nieuwe conscrits naar Gent geroepen. De conscrit met het lotnummer 31 had al op 27 ventôse XIII (18 maart 1805) de 'réforme' gekregen van de 'conseil de recrutement' en die met het nummer 38 op 25 germinal (15 april 1805). Bijgevolg werden de conscrits met de nummers 21 tot 30 en 32 tot 37 op 29 prairial (18 juni 1805) naar Gent geroepen voor het vertrek dat op 1 messidor (20 juni 1805) zou plaatsvinden. Daarnaast zou de conscrit met nummer 5, die met behulp van een reserveconscrit gearresteerd was op 24 prairial, ook nog vertrekken.

Alle zeventien opgeroepen conscrits boden zich aan voor de inspectie op 29 prairial[643]. Één van hen (lotnummer 33) werd de dag voordien ongeschikt bevonden door de 'conseil de recrutement'[644]. Om in zijn vervanging te voorzien, werd nummer 39 opgeroepen, maar die kreeg uitstel tot 1 fructidor. Twee andere opgeroepenen (lotnummers 29 en 34) werden eveneens uitgesteld tot de volgende oproep. Zij zouden op 10 thermidor XIII (29 juli 1805) door de 'conseil de recrutement' afgekeurd worden. De overige 14 conscrits zijn op 1 messidor vertrokken, maar slechts 3 van hen bereikten het corps,  op 5 thermidor XIII (24 juli 1805)[645]. De elf andere verlieten onderweg hun detachement[646], en 10 daarvan werden bij 'arrêté' van 30 fructidor XIII (17 september 1805) tot 'conscrit réfractaire' verklaard[647], en op de 4° complementaire dag van jaar XIII veroordeeld tot betaling van 1500 Francs boete[648].

De laatste, met nummer 32, is toevallig dezelfde die in jaar XI aangeduid was geweest als conscrit van IX voor de reserve, en die tot tweemaal toe opgeroepen was voor de 'levée' voor de artillerietrein. Hij was naar huis gestuurd als conscrit van XIII, had zich opnieuw in de reserve geloot, en was nu toch in actieve dienst geroepen. Hij werd door de 'gendarmerie' gearresteerd, en bereikte het 7° regiment 'infanterie de ligne' op 7 januari 1806.

 

Met de oproep van de reserveconscrits waren er nog maar acht van de twintig gevraagde recruten op hun corps ontvangen. De volgende oproep kwam er op 1 fructidor (19 augustus 1805). Toen werden twaalf conscrits (nrs. 53 tot 63, en de uitgestelde lotnummer 39) opgeroepen voor het vertrek van 3 fructidor XIII (21 augustus 1805).

Één van de opgeroepenen (lotnummer 60) wist een maand uitstel te bekomen. Drie andere daagden niet op (lotnummers 39, 56 en 63), en zeven van de overige acht deserteerden onderweg. Wat met de laatste (lotnummer 53) gebeurde, is onduidelijk. De nieuwe oproep was een maat voor niets.

 

Op 29 fructidor XIII (16 september 1805) werden weer zestien conscrits (nrs. 71 tot 84, de uitgestelde nr. 60 en de 'remplaçant' van de nr. 64, die eerder voor de 'levée' van 24 floréal opgeroepen was) opgeroepen, voor het vertrek op de 1° complementaire dag (18 september 1805). Er werd dus opnieuw wel een supplementaire kwart opgeroepen. En opnieuw zou dit niet overbodig blijken... De conscrit met lotnummer 60, die op 1 fructidor een maand herstelverlof had gekregen, kreeg op 8 vendémiaire XIV (30 september 1805) de 'réforme' van de 'conseil de recrutement'. Van de vijftien andere opgeroepenen daagden er vijf niet op (lotnummers 73, 74, 77, 81 en 82), en deserteerden er zes onderweg (lotnummers 71, 72, 76, 78, 83 en 84). Slechts vier recruten (waaronder 1 'remplaçant') bereikten het 7° regiment 'infanterie de ligne'. Één van de niet-opgedaagden (lotnummer 74) werd echter gevat en gebracht door de gendarmerie. Uiteindelijk werden in jaar XIII dus slechts dertien van de twintig gevraagde conscrits geleverd.

Om het contingent te vervolledigen, werden de nummers 88 tot 94 opgeroepen om op 17 vendémiaire (9 oktober 1805) te Gent te verschijnen. De laatste kreeg echter op 15 vendémiaire (7 oktober 1805) de 'réforme', en men riep onmiddellijk nummer 95 op om hem te vervangen. Van die zeven opgeroepenen daagden er opnieuw twee niet op (lotnummers 88 en 91), en deserteerde er 1 onderweg naar het corps (lotnummer 89). Vier andere werden ingelijfd op 13 brumaire XIV (4 november 1805).

Op 8 brumaire XIV (30 oktober 1805) werden opnieuw zeven conscrits opgeroepen voor het 7° regiment 'infanterie de ligne' (nrs. 97-100 en 102-104). Vier daarvan kwamen niet opdagen (lotnummers 97, 99, 103 en 104). Een andere (lotnummer 98) kreeg uitstel, en nog een andere, die met lotnummer 100, bekwam van de 'préfet' wat aan de nummer 34 was geweigerd.

Indien hij erin zou slagen drie 'réfractaires' te laten aanhouden, waaronder één van zijn 'classe', dan zou hij vrijgesteld worden. Hij wist de aanhouding te bewerkstelligen van vier 'réfractaires', waaronder een supplementaire conscrit van jaar XIII. Bij 'arrêté' van 9 frimaire XIV (5 december 1805) kreeg hij daarom de 'placement à la fin du dépôt'[649].

Slechts één van de nieuw opgeroepenen bereikte zij corps, zodat nog steeds twee recruten  ontbraken.

 

In 1806 zouden nog twee oproepen volgen. Op 30 januari werden vier conscrits naar Gent geroepen (nrs. 115-117 en nr 58, die op 1 fructidor XIII uitstel had gekregen). Alleen de conscrit met nummer 58 bereikte het corps, en één andere (lotnummer 116) kreeg de 'réforme'. De andere 2 daagden niet op.

 

Samen met de door de 'gendarmerie' gebrachte nummer 32, had de nummer 58 het contingent dus eigenlijk vervolledigd. De nummer 98, die op 8 brumaire uitstel had gekregen, werd nochtans toch opgeroepen, en bereikte eveneens het corps, op 17 maart 1806. Men had veel moeite moeten doen, maar uiteindelijk leverde het kanton zelfs één recruut te veel aan het regiment.

 

De omvang van de desertie wordt door deze cijfers duidelijk weergegeven  : om twintig recruten af te leveren, moesten maar liefst vierentachtig (verschillende) conscrits[650] opgeroepen worden. Zeven daarvan kregen de 'réforme' en één de 'placement à la fin du dépôt'. Éénentwintig conscrits daagden niet op voor het vertrek[651], en zesendertig andere deserteerden onderweg naar hun corps[652]. Er waren dus maar liefst achtenvijftig 'réfractaires'!

 

Het uiteindelijk resultaat van de 'levée ordinaire' was dus als volgt :

 

'réformé'

'fin dépôt'

'non comparu'

'déserté en route'

gevonnist

aangekomen

?

totaal

7

1

21

36

54

21

1

84

 

4.2. De 'levée' uit de 'réserve' (decreet van 24 floréal XIII)

 

Gezien alle reserveconscrits op 8 prairial waren opgeroepen ter vervollediging van het contingent van de 'levée' van 8 nivôse XIII, werd voor de nieuwe 'levée' het 'dépôt' aangesproken. De reserveconscrit met het nummer 38 was immers op 25 germinal XIII (15 april 1805) door de 'conseil de recrutement' ongeschikt bevonden voor de dienst. De conscrit met nummer 39 was opgeroepen in vervanging van degene die op 28 prairial XIII de 'réforme' gekregen had, en die met het nummer 40 werd op 26 messidor XIII (15 juli 1805) door de 'conseil de recrutement' geweigerd.

De tien voor de 'levée' van 24 floréal XIII opgeroepen conscrits behoorden dus allen tot het 'dépôt'. Er is onmiddellijk ook een supplementair kwart boven het contingent van tien man opgeroepen. Van de twaalf conscrits (nummers 41 tot 52) werden er vijf geselecteerd voor het 27° regiment 'dragons', en de zeven andere waren bestemd voor het 64° regiment 'infanterie de ligne'.

Één van de vijf voor de 'dragons' bestemde conscrits (lotnummer 50) leverde op 22 messidor (11 juli 1805) een 'remplaçant'. Deze kwam samen met twee van de vier andere keurlingen op het corps aan. De andere twee (lotnummers 43 en 45) verlieten onderweg het detachement.

Het infanterie-regiment ontving helemaal geen recruten. Twee van de zeven conscrits daagden niet op[653], en de andere vijf  deserteerden onderweg[654].

 

Op 19 fructidor XIII (6 september 1805) werden de zeven volgende conscrits (nrs. 64-70) opgeroepen voor de vervollediging van het contingent in de 'levée' van 24 floréal XIII. Vier van hen moesten op 21 fructidor XIII (8 september 1805) vertrekken naar het 27° regiment 'dragons'. Één van die keurlingen (lotnummer 64, cfr supra) kreeg uitstel om een 'remplaçant' te leveren, dewelke naar het 7° regiment 'infanterie de ligne' zou vertrekken. De drie andere vertrokken naar hun corps, en twee ervan bereikten dat ook. De derde bleef achter in een hospitaal, waar hij zou overlijden.

Van de drie andere, die op dezelfde 19 fructidor moesten vertrekken naar het 88° regiment 'infanterie de ligne', daagde er één niet op. De beide anderen bereikten het corps op 5 vendémiaire XIV (27 september 1805).

Ook de nummer 54, die na zijn desertie uit het detachement van 3 fructidor gevat was, kwam aan op het 88° regiment 'infanterie de ligne', op 5 vendémiaire XIV. Na de oproep van 19 fructidor waren dus acht van de tien gevraagde recruten geleverd. Het kanton leverde nooit de andere twee. Waarschijnlijk was het departementale contingent volledig geleverd met gearresteerde 'réfractaires'.

 

Opnieuw waren twintig conscrits nodig, om acht recruten te leveren. Één van die twintig leverde een 'remplaçant' die in uitvoering van de 'levée ordinaire' ingelijfd werd. Een tweede stierf in een hospitaal. Drie conscrits daagden niet op en zeven andere deserteerden onderweg, wat dus tien 'réfractaires' oplevert, op twintig opgeroepenen. Twee daarvan

waren bestemd voor de 'dragons', op een totaal van negen. Van de elf voor de infanterie waren er acht 'réfractaire'!

 

Bekijken we de verhouding voor de beide 'levées' samen, dan bekomen we het volgende :

 

wapen

non comparus

désertés en route

réfractaires

opgeroepen

'réfraction'-percentage

cavalerie

0

2

2

11

18.18

infanterie

24

41

65

95

68.42

 

Opnieuw wordt de door Alan Forrest geponeerde stelling[655], als was de 'réfraction' en 'désertion' onbeduidend bij de cavalerie, maar enorm bij de infanterie, ruimschoots bevestigd!

 

4.3. De 'levée' voor de 'compagnie de réserve de l' Escaut'

 

Het 'département' had een contingent van 136 conscrits toegewezen gekregen, om zijn departementale reservecompagnie te vormen.

 

Aanvankelijk had men de reserveconscrits van de 'classes' van de jaren IX, X, XI en XII uitgenodigd om zich vrijwillig bij de op te richten compagnie in te lijven. Dit had echter niet het verhoopte effect[656], want amper negen conscrits boden zich aan.

 

Er moesten dus nog 127 conscrits opgeroepen worden. Het arrondissement Gent moest daarvan 40 recruten leveren.

 

Uit het kanton Oosterzele werden twee reserveconscrits van jaar IX en vijf van jaar X aangeduid (de nummers 78 tot 86 van de reserve van die beide jaren). Één van hen kreeg op 8 vendémiaire XIV (30 september 1805) de 'réforme' van de 'conseil de recrutement'.

Van de 'classes' van de jaren XI en XII waren geen reserveconscrits meer over.

Van jaar XIII werden de lotnummers 85, 86 en 87 aangeduid. De conscrit met het nummer 86 daagde niet op voor de inspectie. De andere twee werden op 19 vendémiaire XIV (11 oktober 1805) ingelijfd.

 

Om de compagnie op haar volledig effectief te brengen, riep men nog een aantal reserveconscrits op om te verschijnen op 30 vendémiaire XIV (22 oktober 1805)[657]. Voor het kanton Oosterzele werd alleen een conscrit van jaar XIII opgeroepen, met nummer 101 Hij werd ook daadwerkelijk ingelijfd.

 

4.4. De 'train d' artillerie de la Garde impériale', het 4° bataillon 'sapeurs' en het 'dépôt général'

 

De conscrit met het nummer 96 is eveneens op 19 vendémiaire XIV vertrokken, voor het contingent van het kanton in de bij decreet van 12 fructidor XIII bevolen 'levée' voor de 'train d' artillerie de la garde impériale'. Hij kwam op het corps aan op 1 brumaire XIV (23 oktober 1805).

De conscrit met het nummer 108 was één van de tien recruten, die het 'département' moest leveren in de 'levée', bevolen bij 'arrêté' van de 'ministre de la guerre', voor het 4° bataillon 'sapeurs'. Hij maakte deel uit van het detachement, vertrokken op 4 frimaire XIV (25 november 1805) naar Brussel, en voltallig aangekomen op het 'chef-lieu' van de 24° militaire divisie op 6 frimaire XIV (27 november 1805)

De nummers 105, 106, 107 en 109 tot 114 werden opgeroepen voor de 'levée', bevolen bij een ander 'arrêté' van dezelfde, voor het 'dépôt général des conscrits' te Strasbourg. Hier deed zich opnieuw een niet-geringe graad van 'réfraction' voor. Maar liefst vijf conscrits werden veroordeeld op 22 maart 1806. Één andere zat een correctionele gevangenisstraf van 2 jaar uit, en de drie laatste bereikten het 'dépôt'.

 

 

D. De 'levée' op de 'classe' van jaar XIV

 

d1. Opmaak van de conscriptielijsten

 

Met zijn circulaire van 19 fructidor XIII (6 september 1805)[658] verstuurde Faipoult het decreet van  8 fructidor  naar de gemeenten. Hij drukte de 'maires' op het hart  om zeker  tegen  de 5° complementaire dag (22 september 1805) hun conscriptielijsten aan de 'sous-préfet' te laten geworden. Het decreet eiste immers dat zij op 1 vendémiaire (23 september 1805) zouden klaar zijn.

 

De 'maires' van het kanton hebben deze oproep vrij behoorlijk beantwoord.

 

Dit blijkt uit de volgende tabel, die de opmaakdata van de gemeentelijke lijsten voor elke gemeente[659] weergeeft.

 

Balegem

5° complémentaire XIII

Melle

5° complémentaire XIII

Baaigem

3° complémentaire XIII

Melsen

1 vendémiaire XIV

Bottelare

5° complémentaire XIII

Moortzele

5° complémentaire XIII

Dikkelvenne

5° complémentaire XIII

Munte

5° complémentaire XIII

Gavere

5° complémentaire XIII

Oosterzele

5° complémentaire XIII

Gontrode

5° complémentaire XIII

Schelderode

5 vendémiaire XIII [sic: XIV!]

Gijzenzele

1 vendémiaire XIV

Scheldewindeke

5° complémentaire XIII

Landskouter

4° complémentaire XIII

Semmerzake

5° complémentaire XIII

Lemberge

5° complémentaire XIII

Vurste

2° complémentaire XIII

Merelbeke

1 vendémiaire XIV

 

 

 

Ik heb geen brieven gevonden, waarin vermaningen voor laattijdigheid te vinden zijn, zelfs niet voor Schelderode.

 

d2. Werkzaamheden voor de 'levée'[660]

 

Het 'departement de l' Escaut' moest 1024 recruten leveren in de 'levée' bevolen door het decreet van 8 fructidor XIII. In zijn 'arrêtés' van de 4° complementaire dag van jaar XIII en van 4 vendémiaire XIV (21 en 26 september 1805)[661] verdeelde de 'préfet dit contingent onder de arrondissementen, respectievelijk de kantons van het 1° arrondissement, waarover hijzelf de als 'sous-préfet' de supervisie had. Volgende tabelletjes geven die verdelingen weer :

 

ARRONDISSEMENT

CONTINGENT

Gent

344

Oudenaarde

256

Dendermonde

294

Eeklo

130

 

Kruishoutem

27

Nazareth

24

Deinze

26

Nevele

27

Evergem

25

Oosterzele

32

Gent (N&E)

55

Zomergem

35

Gent (S&O)

51

Waarschoot

17

Lochristi

25