| Criminaliteit in het land van Waas. (Peter Catthoor). |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
A.
OVERZICHT VAN DE
VERSCHILLENDE GEWELDDELICTEN
De gewelddelicten zijn in volgende categorieën
opgedeeld: moord, zelfmoord, doodslag en fysiek geweld.
|
Soort gewelddelict
|
1700-1709 |
1710-1719 |
1720-1729 |
1730-1739 |
1740-1750 |
TOTAAL |
|
Moord |
7
|
2 |
1 |
1 |
1 |
12 |
|
Zelfmoord |
2 |
2 |
1 |
|
|
5 |
|
Doodslag |
1 |
7 |
5 |
2 |
|
15 |
|
Fysiek geweld |
4 |
7 |
8 |
11 |
5 |
35 |
|
TOTAAL |
14 |
18 |
15 |
14 |
6 |
67 |
Bij het overzicht van alle gewelddelicten zien
we dat fysiek geweld de grootste plaats inneemt (52%). Fysiek geweld kan nog in
een paar subcategorieën onderverdeeld worden, (daarover later meer).
Opvallend is dat de meeste moorden werden
gepleegd in de periode 1700- 1709, een periode van hevig oorlogsgeweld. Doodslag
kende zijn zwaartepunt in de periode 1710- 1729, met 80% van het totaal aantal
gevallen in die periode. Het aantal gevallen van fysiek geweld liepen ongeveer
gelijk, maar in beide oorlogsperiodes (1700- 1709 en 1740- 1750) was er toch een
opvallende vermindering van het aantal zaken in de bronnen waar te nemen.
In deze oorlogsperiodes vonden 25% van alle
misdaden plaats, de overige 75% speelden zich af in vredestijd.
In sommige gevallen was er in de bronnen een
discrepantie waar te nemen tussen een gepleegd misdrijf en de behandeling van de
zaak voor het leenhof waardoor de strafmaat pas een jaar of zelfs enkele jaren
later werd uitgesproken.
Hiermee is in dit overzicht rekening gehouden. We hebben gekeken naar het jaar
waarin de misdaad werd gepleegd en die informatie in het gegevensbestand
verwerkt.
Voorbeeld ter illustratie: op 1 maart 1719 was
het in de herberg van Ignatius Van Havere, gelegen te Sint- Gillis, tot een
drinkpartij gekomen tussen Cornelis Vermunten, Jan Weyn en nog een paar andere
personen. De aanleiding tot de ruzie is onbekend maar bij het naar huis gaan
kwam het tot een hevige vechtpartij tussen Cornelis Vermunten en Jan Weyn die
hevige stokslagen diende te incasseren en aan de gevolgen daarvan op 5 maart
overleed.
Cornelis Vermunten sloeg op de vlucht maar kon
enige weken later gevat worden. Toch vond zijn proces pas vier jaar later
plaats, namelijk in de maand januari van het jaar 1723.[1]
Bekijken we de opdeling van de misdrijven per
periode, dan zien we dat er een vrij evenwichtig verloop bestaat tussen de
verscheidene decennia. De uitzondering hierop wordt gevormd door de periode
1740- 1750. Toen werden slechts 6 gewelddelicten geregistreerd wat gelijk staat
aan 9% van het totale aantal.
F. Vanhemelryck meent een andere verklaring
voor dit verschijnsel te hebben. In periodes van economische depressie, gepaard
gaande met voedselschaarste en hongersnood en sterk oplopende prijzen (cf. het
Waasland in de periode 1740- 1750),
zal vooral de vermogenscriminaliteit welig tieren. Het omgekeerde geldt voorgeweldcriminaliteit.
Volgens F. Vanhemelryck is dit als volgt te
verklaren.[2]
In de eerste plaats wees hij op de verzwakking van het menselijke gestel tijdens
perioden van hongersnood. Een daling van de koopkracht voor voedsel had immers
een verslechtering van de algemene voedingstoestand tot gevolg. Hij concludeerde
eruit dat men mocht veronderstellen dat tijdens dergelijke perioden van
voedselschaarste, door een gebrek aan calorieën, de veerkracht en de kracht
ontbrak om tot uitputtende handtastelijkheden over te gaan.
Daarbij mag men aannemen dat in perioden van
economische moeilijkheden ook het alcoholverbruik gevoelig daalde. Door
graangebrek werd er immers veel minder gebrouwen dan in normale tijden. De
criminogene werking van alcohol liep dan ook terug. De veel geringere contacten
tussen de herbergbezoekers verminderde als vanzelf de gelegenheid tot agressieve
daden uit dronkenschap en dus zo ook mede de geweldcriminaliteit.
Voor de periode 1740- 1750 zien we inderdaad
een opmerkelijk verschil tussen het aantal gewelddelicten (6) en
vermogensdelicten (21). Dit was echter ook zo in het
decennium 1720- 1729 (15 ten opzichte van 46).
In alle periodes worden er trouwens opmerkelijk meer vermogensdelicten gepleegd
dan gewelddelicten.
1. MOORD
Moord was en is nog altijd een zware misdaad.
Het werd beschouwd als het zwaarste en meest verwerpelijke vergrijp tegen de
persoon.[3]
De meeste moorden werden in de periode 1700-
1709 gepleegd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone moorden en
kindermoorden.
Acht misdaden kunnen onder deze categorie
worden ondergebracht. Motieven ontbreken echter in de bronnen, waardoor het
veelal een raadsel blijft waarom een bepaalde persoon aan zijn einde is gekomen
of waarom de dader(s) tot die daad overging.
Voorbeeld ter illustratie: in het jaar 1712
vermoordde Frans Robbens zijn stiefvader in diens woning nadat hij er ’s avonds
was binnengedrongen.[4]
Voorbeeld ter illustratie: de 63 jarige Fannie
Poinoix uit Waasmunster had haar man Pieter De Langhe vergiftigd. Dit vergif had
ze gekocht te Lokeren in de winkel van Joanna Audenaerde onder het mom dat het
moest dienen om muizen in haar huis te verdelgen. Thuis mengde ze het gif in de
pap van haar man die spoedig pijn en hevige darmkrampen kreeg. De vrouw ging de
chirurgijn halen maar die kon slechts het overlijden van Pieter De Langhe
vaststellen. De chirurgijn sneed echter het lijk open en vond zo de sporen van
het gif terug.
De oude vrouw werd geradbraakt met een ijzeren
staaf door middel van twee slagen op iedere arm en een slag op het hart. Daarna
werd haar hals afgesneden en haar hoofd
op een ijzeren pin gezet.[5]
1.2. KINDERMOORD
Onder kindermoord verstaat men hier de doodslag
op een kind, tijdens of kort na de geboorte. Dit gebeurde meestal door de moeder
zelf.
De repressie en bestraffing van jonge vrouwen
die hun kind hadden gedood was erg streng. In de meeste gevallen was de
doodstraf het gevolg.
Voorbeeld ter illustratie: de 23 jarige Josijne
Van Strijdonck woonde in Bazel als dienstmeid bij Joos Vermeulen. Ze was zwanger
geraakt en beviel in alle stilte van een zoon. Ze doodde echter direct haar kind
door het te slaan met haar knie. Haar meester vond het babylijkje terug achter
het huis waarna het door een chirurgijn werd onderzocht. De jonge vrouw stierf
door ophanging aan de galg en haar dood lichaam werd op een rad gelegd en
tentoon gespreid als schandelijk voorbeeld.[8]
Het ‘dark number’ bij dit soort misdaad was
echter zeer groot. Weinig daders werden of konden gevat worden.[9]
Daarbij komt dat het veelal moeilijk uit te maken of te bewijzen was of het kind
daadwerkelijk was vermoord. In Amsterdam poogde men dit na te gaan door middel
van de longproef: bij de lijkschouwing legde men de longen van het pasgeboren
kind in water. Als de longen zonken betekende het dat de baby had geleefd na de
geboorte. Reeds in de achttiende eeuw werd deze methode aangevochten en rond
1900 werd ze als helemaal onbetrouwbaar afgedaan.[10]
De 25 jarige Catharina Van Broeckhoven uit
Vrasene was zwanger geraakt van soldaat Jacobus Van Zembergen. Op 14 augustus
was zij zonder hulp bevallen van een dochterdie een half uur na de geboorte zou
gestorven zijn. Omdat de schepenen sterke vermoedens hadden dat de vrouw haar
kind zelf had gedood, gaven ze bevel om het terug op te graven om onderzoek te
doen.[11]
Wat zette in de loop der tijden zoveel (vooral
jonge) moeders aan tot deze verschrikkelijke daad?
In vele van dergelijke gevallen was de moeder
zwanger geraakt van een man met wie ze niet getrouwd was. Het kon gaan om
soldaten die alweer verder waren getrokken zonder misschien te beseffen wat ze
hadden achter gelaten, jongens uit de eigen regio of nog anderen. In sommige
gevallen was de vader gewoon onbekend.
Volgens de wetgeving was elk kind dat buiten
een huwelijk werd geboren een onwettig kind of bastaard. De geboorte van een
onwettig kind werd beschouwd als de grootste oneer. Vandaar dat vrouwen die in
dergelijk geval verkeerden hun zwangerschap zolang mogelijk poogden geheim te
houden, de bevalling veelalalleen en met de grootste risico’ s uitvoerden en
daarna uit wanhoop dan uiteindelijk tot kindermoord overgingen.[13]
Voorbeeld ter illustratie: Elisabeth
Clairebaut, een 20 jarige dienstmeid had seksuele contacten gehad buiten haar
huwelijk en was zwanger geraakt. Midden februari beviel ze zonder hulp. Haar
kind, dat volgens haar verhaal reeds dood was, had ze in een gracht geworpen.
Twee maanden later werd het rottende lichaampje gevonden en door twee
chirurgijns onderzocht. Als straf werd ze op het schavot gegeseld en uit
Vlaanderen verbannen.[14]
2. ZELFMOORD
Zelfmoord was een handeling die noch in het
Romeinse noch in het Germaanse recht beteugeld werd. Het was onder invloed van
het Christendom dat dit zou veranderen en de visie van de Kerk zou de
rechtsregels inzake zelfmoord verder bepalen. Men had de overtuiging dat de mens
geen meester was van zijn eigen leven.
Sinds de middeleeuwen werd zelfmoord zeer
streng bestraft en in de loop van de Nieuwe Tijden zou dit zo blijven. Het werd
als een zwaarder misdrijf beschouwd dan moord omdat de zelfmoordenaar niet
alleen het lichaam, maar ook de ziel doodde.[15]
Daarom werden aan de overledene de kerkelijke geboden en een begraving in
gewijde aarde ontzegd. Integendeel zelfs, meestal werd de betrokkene, als men
niet kon bewijzen dat hij waanzinnig was, op onverbiddelijke wijze behandeld en
wachtte hem een schandelijke straf. Het levenloze lichaam van de zelfmoordenaar
werd aan de beul uitgeleverd en blootgesteld aan het misprijzen van het publiek.
Voorbeeld ter illustratie: in de maand maart
van het jaar 1706 had wagenmaker Geerard Michiels uit Elversele zich opgehangen
op zijn zolder. Omwille van “desen enorme ende schroomelijck delict” werd zijn
dood lichaam als straf op een openbare plaats opgehangen zodat iedereen het zou
kunnen bekijken. Voorts werden alle goederen, erven en castijlen van de
overledene ten profijte van sijne Majesteit geconfisceerd.[16]
Voorbeeld ter illustratie: in de sententies is
een prachtig voorbeeld teruggevonden van een rekening die door de schepenen was
opgesteld. In deze brief werden de kosten verhaald, nodig om het dode lichaam
van Catharina Van Kets (die zich had opgehangen) alsnog te kunnen vonnissen. Na
tentoonstelling aan het volk werd het lichaam op het kerkhof in ongewijde aarde
begraven.[17]
Deze visie op zelfmoord zou pas in de loop van
de achttiende eeuw wijzigen wanneer de Verlichting geleidelijk aan een duidelijk
merkbare stempel op het denken ging drukken.[18]
Vooral Montesquieu en Cesare Beccaria, de wereldbefaamde jurist, zouden dit
probleem aankaarten. Beccaria achtte zelfmoord een vergrijp tegenover God die
het na de dood zou bestraffen in plaats van een misdrijf tegenover de mensen. Op
12 oktober 1782 eiste de Verlichte vorst Jozef II om de postume bestraffing van
zelfmoordenaars af te schaffen.
Voor de negentiende en twintigste eeuw zijn er
voor het verschijnsel zelfmoord uitvoerige gegevens bekend. Wegens het gebrek
aan bronnen is dit niet het geval voor het Ancien Régime. Toch bestaat er voor
de achttiende eeuw een studie over het fenomeen.
Het betreft de studie van L. Haeberli: “Le
suicide à Genève au 18e siècle.”[19]
In dit werk komt de auteur tot de conclusie dat
de curve van zelfmoorden in de 18e eeuw een verwantschap vertoont met
die van echtscheidingen en met periodes van langdurige economische inzinkingen
en politieke crisissen.
Om deze stelling daadwerkelijk voor het
Waasland te gaan toetsen is er te weinig informatie beschikbaar en zijn er te
weinig gevallen van zelfmoord in de bronnen terug te vinden.
Over een periode van vijftig jaar zijn we op
vijf gevallen van zelfmoord gestoten.
Twee gevallen in de periode 1700- 1709, twee in de periode 1710- 1719 en één geval in de periode 1720- 1729. Voor de periode 1730- 1750 zijn geen gevallen van zelfmoord bekend.
In alle gevallen beroofde men zich van het
leven door ophanging. Vier keer ging het om een man, één keer betrof het een
vrouw.
Voorbeeld ter illustratie: Frans Van Malle, een
schoenlapper uit Elversele had zich met een strop verhangen aan de tak van zijn
appelboom. Zijn lichaam werd op een slede versleept en in een ‘micke’ gehangen.[20]
Voorbeeld ter illustratie: Bartolomeus Boel uit
Tielrode had zich opgehangen en als straf werd zijn dood lichaam op een openbare
plaats gehangen waar iedereen het zou kunnen verafschuwen.[21]
Dat niet alle zelfmoordpogingen even succesvol
waren bewijst onderstaand geval.
De 32 jarige Hans Joris Ruyters zag het
blijkbaar niet meer zitten en besloot zijn kousenband te gebruiken om zo een
strop te maken die hij dan vastmaakte aan de ijzeren kolom van het venster van
zijn gevangenis. Een andere gevangene merkte echter wat er gaande was en
verwittigde de cipier. Chirurgijn Jacques De Smet werd erbij gehaald. Hij opende
de mond van Hans en goot er azijn in. Er kwam schuim en slijm uit. Als straf
werd Hans Joris Ruyters op het schavot gegeseld en daarna 25 jaar uit Vlaanderen
verbannen.[22]
3. DOODSLAG
Onder doodslag verstond men het veroorzaken van
lichaamskwetsuren die de dood tot gevolg hadden.[23]
Het onderscheid met moord was niet altijd even makkelijk te maken.
In het Waasland zijn voor de onderzochte
periode 15 gevallen van doodslag gevonden. De meeste vonden plaats in de periode
1710- 1729 (80% van het totale aantal).
Was dit een gewelddadige periode of is het
louter toeval?
Als men de gerechtelijke onderzoeken bestudeert
kan men een duidelijk onderscheid maken tussen gevallen waarin sprake is van
onvrijwillige doodslag en gevallen die meer neigen naar vormen van vrijwillige
doodslag. Bij deze laatste gevallen was het niet altijd even makkelijk om ze
niet met moord te verwarren. De gerechtelijke dossiers boden zelf een antwoord
op dit probleem door duidelijk aan te geven of een zaak al dan niet als moord
werd geklasseerd. Beschouwden de schepenen de gepleegde misdaad als een moord,
dan werd dit altijd expliciet in hun verslag gemeld. De overige gevallen werden
dan als doodslag beschouwd.
Tabel: Overzicht van de gehanteerde wapens
|
Soort wapen |
1700-09 |
1710-19 |
1720-29 |
1730-39 |
1740-50 |
TOTAAL |
|
mes
|
2 |
2 |
1 |
1 |
|
6 |
|
stok |
|
1 |
3 |
|
|
4 |
|
stoel |
|
1 |
|
|
|
1 |
|
fusique |
|
1 |
|
|
|
1 |
|
pikhaak |
|
|
1 |
|
|
1 |
|
steen |
|
|
|
1 |
|
1 |
|
handen
en voeten |
|
|
1 |
|
|
1 |
|
TOTAAL |
2 |
5 |
6 |
2 |
|
15 |
In slechts 1 geval werd een persoon gedood door
enkel gebruik te maken van handen en voeten. In alle andere gevallen hanteerde
men wapens of allerlei voorwerpen om te slaan, te werpen of te steken. De
noodlottige afloop van vele gevechten en twisten was dus in belangrijke mate te
danken aan de gewoonte om wapens te dragen. Het is zo dat de meeste mensen uit
het Ancien Régime een wapen op zak hadden; opvallend is dat zelfs de meest
berooide bedelaars vaak voorzien waren van een mes. Uit onderzoek blijkt dat
blanke wapens, het statussymbool van het mannelijke geslacht, vaak aangewende
instrumenten waren ter voltrekking van de doodslag.[24]
Dit blijkt ook in het Waasland het geval
geweest te zijn. In iets meer dan 1/3 van de gevallen werd een mes als wapen
gehanteerd.Een ander vaak gehanteerd wapen was de stok.
Voorbeeld ter illustratie: op 18 mei 1721
omstreeks tien uur in de avond zaten Pieter Soetens en Pieter Van Hassel in de
herberg van Marie Lemmens toen Andries Van Steene en Jan De Wree binnenkwamen.
Er ontstond een fikse ruzie en Pieter Soetens werd door Andries Van Steene met
een mes doodgestoken.[25]
Voorbeeld ter illustratie: ter hoogte van de
herberg van Jan Ruys ontstond een handgemeen tussen Jan en Jacobus Colpaert.
Tijdens dat gevecht werd een mes getrokken en Jacobus Colpaert zeeg bloedend op
straat neer. Hij overleed enkele uren later.[26]
Voorbeeld ter illustratie: Jan Say, de
schaapwachter van Jacobus De Brouwer, werd op een dag door Jan Tolleneir
beschuldigd van diefstal van een hond. Het kwam tussen beiden tot een
vechtpartij en J. T. moest bloedend gaan lopen. Hij verwittigde zijn meesters
Pieter en Judocus De Sweemer die al gauw ter plaatse kwamen en J. S. enkele
klappen gaven met hun stok. Toen J. S. al op de grond lag kwam ook nog Jan De
Sweemer ter plaatse. Deze gaf J. S. met zijn stok nog een paar hevige klappen op
zijn hoofd. Toen gingen ze weg, J. S. hevig bloedend achterlatend. Hij overleed
drie dagen later.[27]
In sommige gevallen werd de chirurg erbij
gehaald om te achterhalen of een persoon wel degelijk aan de toegebrachte slagen
en verwondingen was overleden en geen natuurlijke dood was gestorven. Dit was
uiteraard erg belangrijk bij de bepaling van de strafmaat van de dader.
Voorbeeld ter illustratie: na een gevecht
waarbij Guillaume Dhollander tweemaal in elkaar werd geslagen door Jan Weyaert
was eerstgenoemde overleden. De schepenen wouden weten of de opgelopen
verwondingen tot zijn dood hadden geleid en ze lieten het lijk door een chirurg
onderzoeken. In diens rapport stond een uitgebreide autopsiebeschrijving van de
hersenen waarin stond dat deze door gewelddadige slagen blijvende letsels hadden
opgelopen die tot het overlijden van G. D. hadden geleid. Het was dus een geval
van doodslag.[28]
De hiernavolgende pogingen om een verklaring te
geven voor al deze vormen van geweld in het leven van deze mensen kunnen ook
worden aangehaald bij de rubrieken moord en fysiek geweld. Doch om niet telkens
in herhaling te moeten vallen hebben we besloten ze bij deze rubriek te
vermelden.
Het probleem van de gewelddadige maatschappij
wordt door F. Vanhemelryck in zijn werken over criminaliteit besproken. Hij
beschouwt de middeleeuwen en de Nieuwe Tijden als gewelddadige perioden in de
Europese geschiedenis. In zijn werk denkt hij hiervoor enkele verklaringen te
hebben gevonden.
De middeleeuwen en de daaropvolgende eeuwen
waren tijden van hevige contrasten waarin de mensen heen en weer werden
geslingerd tussen perioden van hoop en bloei en perioden van pest, oorlogen
hongersnood. De geringe voorspelbaarheid van de gebeurtenissen en het feit dat
men enkel zeker was van zijn eigen onzekerheid bracht met zich mee dat er intens
geleefd werd en dat de hartstochten een permanent gegeven vormden in de
dagelijkse omgang.[29]
Het gevoelsleven van de mensen kende een impulsieve hevigheid, ze waren
emotionele types met agressieve neigingen. Het minste voorval kon dan de
emotionele ontbranding veroorzaken, getuige de vele, soms zelfs massale
vechtpartijen.
F. Vanhemelryck onderbouwt zijn theorie met
voorbeelden uit bronnenonderzoek over Brussel, Leuven, Lier, Antwerpen en
Frankrijk waaruit blijkt dat moord, doodslag, en het toebrengen van slagen en
verwondingen de meest voorkomende misdaadvormen waren.[30]
Zoals eerder door ons aangehaald geldt dit niet
voor Engeland en ook niet voor het Waasland waar gewelddelicten slechts 19%
uitmaken van het totaal aantal delicten. Of deze theorie algemeen geldend is
laten we in het midden. Uit onze bronnen blijkt echter ook het vaak erg
agressieve gedrag en karakter van deze mensen uit vroegere tijden. Of dat enkel
kenmerkend was voor vroegere tijden is dan weer een andere bedenking. Ook in
onze hedendaagse samenleving zijn er veel vormen van interne en externe agressie
merkbaar; denken we bijvoorbeeld aan de toenemende verkeersagressie en het
hooliganisme. Op de vraag of het aandeel van de gewelddelicten op die paar
eeuwen dan zo sterk gedaald is en welke omvang zij nu binnen het geheel der
misdaden innemen kunnende criminologen ons een antwoord geven.
Een andere verklarende factor voor allerlei vormen van geweld werd gevormd, en wordt nog steeds gevormd, door de invloed van de drank.
Een lofzang uit 1716, opgemaakt door een
herbergier uit Amsterdam, denkt er anders over, maar overmatig drankgebruik
leidde in vele gevallen tot vechtpartijen en allerlei ellende.
‘Jenever, in den morgenstond,
Verfrischt en maakt den mensch
gezond,
Verjaagt den slaap en maakt de
zinnen
Bekwaam, om alles te beginnen.
Wanneer de zuiderzon omhoog,
Maakt magen zwak en levers droog,
Dan ziet men, hoe dat maag en
lever
Hersteld wordt door een dronk
Jenever.
Des morgens, middags,
achtermiddag,
Des nachts, op zondag, werkdag,
biddag,
Bij droog weer, regen, wind en
stilt,
Jenever is altoos gewild.’
Vele vechtpartijen (en soms met dodelijke afloop) vonden dan ook plaats in drankgelegenheden en herbergen. Reeds in 1610 werd door de aartshertogen er in een ordonnantie over geklaagd dat er in herbergen ‘vele en menighe dootslaeghen’ bedreven werden. In het Ancien Régime waren de begrippen herberg en criminaliteit dan ook veel nauwer met elkaar verbonden dan vandaag de dag het geval is.[32]
Uit studies is gebleken dat alcoholisme in de
achttiende eeuw een sociaal verschijnsel was dat ten opzichte van de vorige
eeuwen steeds grotere proporties aannam. Dit was vooral te wijten aan de
stijgende brandewijnconsumptie (cf. het gedicht hierboven dat aan de alcohol is
gewijd). Deze drank was nu eenmaal goedkoper dan bier. Het alcoholgehalte lag
toen ook hoger dan vandaag: 5° voor bier en 53° voor jenever.
Voor dit overdadig drankgebruik zijn een hele
reeks verklaringsfactoren naar voor te schuiven. H. Van Der Wee ziet bier als
een essentiële aanvulling op de maaltijd. Bier zorgde enerzijds voor voldoende
koolhydraten en hielp anderzijds de sterk gezouten voeding op een smakelijke
wijze naar binnen werken.[33]
Meerdere auteurs wijzen ook op de rol die
alcohol speelde om weg te raken uit de dagelijkse sleur. Drinken zorgde ervoor
dat men in een roes terechtkwam waarbij men alle zorgen van zich af kon
schudden. A. Cosemans tenslotte betoogt dat meerdere groepen in de maatschappij
baat hadden bij een hoog alcoholverbruik (autoriteiten, de landbouw, medici,…)
waardoor dit in feite van diverse zijden werd aangemoedigd in plaats van
bestreden.[35]
Men heeft lange tijd bij alcoholbestrijdingenkel oog gehadvoor het handhaven van
de openbare orde. Pas in de negentiende eeuw zou het alcoholmisbruik vanuit
medische overwegingen bestreden worden.
De overheid trachtte wel het aantalherbergen te
beperken omdat ze van oordeel was dat herbergen en het daarmee gepaard gaande
drankmisbruik gewelddaden en doodslag aanmoedigden.[36]
Men ging er meer en meer toe over de herbergiers voor hun verantwoordelijkheid
te plaatsen. Als ze er niet in slaagden de rust in hun herberg te bewaren dan
zouden ze daarvan de gevolgen ondervinden. In geval van doodslag kon niet alleen
de herberg voor geruime tijd gesloten worden, het kon ook gebeuren dat de
herbergier verbod kreeg om elders een andere herberg te openen.
Ook op de wapendracht zouden steeds strengere
controles uitgevoerd worden. Sommige herbergen, bijvoorbeeld de herberg van H.
Franq te Bazel, hadden op het vlak van vechtpartijen een echte reputatie
opgebouwd. Men kon in een dergelijk geval dus duidelijk spreken van een
criminogene omgeving.
Van de 15 gevallen van doodslag die in de door
ons onderzochte periode in het Waasland plaatsvonden werden er 10 in een herberg
gepleegd (66,7%). In twee gevallen betrof het dezelfde herberg, namelijk het
‘Kalf ‘ te Sint- Gillis.
Voorbeeld ter illustratie: op een dag in de
maand maart van het jaar 1711 zaten Jan Temmerman en Cornelis Malcontent in
herberg ‘Kalf’ te Sint- Gillis. Omwille van een vroegere twist ontbrandde al
gauw een nieuwe ruzie tussen de twee. Het was J. T. die een stoel vastgreep en
die op het hoofd van C. M. sloeg die daarop roerloos ineen zakte. Chirurgijn
Joannes Ranoex stelde hersenbeschadiging als de doodsoorzaak vast.
Nog geen drie maanden later was het in
diezelfde herberg alweer prijs. Ditmaal werd een zekere Pieter Verlaet door
Cornelis Fierens neergeschoten na een twist omwille van een geldkwestie.[37]
Twee
gevallen van doodslag vonden plaats op de openbare weg. In één ervan was het
dispuut eigenlijk al begonnen in een herberg.
Voorbeeld ter illustratie: op 1 maart 1719
zaten Cornelis Vermunten, Jan Weyn en nog een paar andere personen aan een tafel
te drinkenten huize van brouwer en tavernier Ignatius Van Havere te Sint- Gillis
zonder dat er sprake was van enige ruzie. Op weg naar huis heeft C. V. echter J.
W. enkele slagen verkocht op de achterkant van diens hoofd met een grote stok.
J. W. is met bloedende wonden neergevallen. Op 5 maart is hij in de woning van
landman Jan Zaman overleden.[38]
Twee gevallen van doodslag vonden plaats op de
weide. Het betrof disputen tussen schaapwachters. Eén geval van doodslag werd
thuis gepleegd.
Voorbeeld ter illustratie: Marijn Van
Doorselaer woonde als schaapwachter bij Jan Schelfaut, een landman te Sinaai. Op
9 januari 1722 kreeg hij ruzie met Simon De Witte, de schaapwachter van Joannes
Verberckmoes, en dit omwille van een ‘akker’ schaapweide. M. V. D. heeft
vervolgensS. D. W. met zijn sprietstock op het hoofd geslagen waardoor die“eene
fracture in het cranium penetrerende tot inde herssenen” heeft opgelopen en de
volgende nacht daaraan overleed.[39]
Dat soms de meest banale dingen aanleiding
konden geven tot hevige ruzies met een fatale afloop blijkt uit onderstaand
voorbeeld.
Voorbeeld ter illustratie: in de herberg van
Cornelis Dhurter zaten Judocus Hoorickx en Phillipus Dilles te kaarten tot zeer
laat in de avond. Op een bepaald moment kwam de vrouw van J. H. binnen en maakte
erg misbaar. Na allerlei verwijten aan het adres van haar man gaf ze hem een
klap in het aangezicht en verliet toen kwaad het drankhuis. Lieven Tarwebroodt,
op dat moment eveneens aanwezig in de herberg, maakte hierop enkele schunnige
opmerkingen aan het adres van J. H. Toen deze antwoordde dat een leegloper als
hij zich niet met andermans zaken diende te bemoeien kwam het tussen beiden tot
een hoog oplopende ruzie. Toen J. H. dan huiswaarts trok is L. T. hem achterna
gegaan en heeft hem tijdens een daaropvolgende vechtpartij neergestoken.[40]
4. FYSIEK GEWELD
Binnen de verschillende groepen in de categorie
van de gewelddelicten neemt fysiek geweld de grootste plaats in. Op een totaal
van 67 gewelddelicten zijn er 35 onder de noemer ‘fysiek geweld’ te klasseren.
Dit is een percentage van 52%, meer dan de helft dus.
Het aandeel van het fysiek geweld is het
grootst in de jaren 1720- 1739. In het decennium 1730- 1739 neemt het 78% van
alle gewelddelicten voor zijn rekening. Over de hele periode 1720- 1750 heen is
fysiek geweld telkens het meest gepleegde misdrijf binnen de categorie
geweldmisdrijven. Het laagste aandeel van fysiek geweld is terug te vinden in
het eerste decennium van de achttiende eeuw met een aandeel van 11% (vier
gevallen van fysiek geweld op 35).
|
Soort fysiek geweld |
1700-09 |
1710-19 |
1720-29 |
1730-39 |
1740-50 |
TOTAAL |
|
Fysiek geweld zonder wapens |
3 |
3 |
4 |
2 |
|
12 |
|
Fysiek geweld met
wapens |