Sociale geschiedenis van het  Brugse muziekleven tijdens en rond het jaar 1885. (Natan Bruneel)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Hoofdstuk 2 Overzicht van het muziekleven in Brugge

 

I. Opera in de Brugse Stadsschouwburg

 

1.1  Een nieuwe schouwburg in de Vlamingenstraat : korte bouwgeschiedenis [26]

 

Met Brugge 2002 dreigt de negentiende-eeuwse Stadsschouwburg in de Vlamingenstraat, die voor vele hedendaagse creaties ongeschikt geworden is, het kleine broertje te worden van de cultuurtempel die op het Brugse Zand neergepoot wordt.[27] En net zoals nu de Bruggelingen verdeeld en kritisch staan tegenover dit megalomane project, zo waren de negentiende-eeuwse Bruggelingen kritisch en verdeeld bij de bouw van hun nieuwe Stadsschouwburg.

Met de Oude Comedie of Salle de Spectacle had men reeds sinds 1756 een theater in Brugge. Het bevond zich op de hoek van de Vlamingenstraat en de thans verdwenen Eistraat[28]. De zaal was 10 m lang en 11 m breed en kon 600 toeschouwers bevatten. De schouwburg bracht, naast toneelvoorstellingen, ook opera. Hiervoor beschikte hij over een eigen orkest. Vooral tijdens de Franse periode had de Oude Comedie hoogdagen beleefd. Hoewel het gebouw in verval geraakt was, zou het nog tot ver in de negentiende eeuw blijven functioneren. Dringende restauratiewerken waren echter nodig en ook de brandveiligheid werd mettertijd in vraag gesteld. De moderne schouwburgen van de grote steden staken de Brugse theaterliefhebbers de ogen uit. Laatstgenoemden waren toe aan een nieuwe, up to date, ontspanningsplaats. Zoals dit wel vaker gebeurt in de gemeentepolitiek liep de realisatie van die wens niet van een leien dakje. Immers ‘tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren’. En die praktische bezwaren waren vooral van financiële aard.

Een eerste plan kwam er in 1847. Dit bestond erin de Spiegelrei te dempen en op de zo gecreëerde ruimte de nieuwe schouwburg te plaatsen. Omwille van het hoge kostenplaatje en de drastische urbanistische gevolgen ervan, werd het project-Spiegelrei door de gemeenteraad op 8 juli 1848 verworpen.

Kort daarna kwam de architect Isidore Alleweireldt met een opmerkelijk initiatief op de proppen. Hij kwam bij de gemeenteraad aankloppen met een onderzoek naar de noodzakelijkheid van de bouw van een nieuwe schouwburg. In het Brugge dat halfweg de negentiende eeuw te kampen had met grote armoede, zou de bouw van een nieuwe schouwburg in een algemene politiek van openbare werken kunnen ingepast worden. Hierdoor zou de algemene levensstandaard in de stad kunnen toenemen. Naast deze keynesiaanse redenering avant-la-lettre, wees Alleweireldt ook sterk op het culturele belang van dit nieuwe gebouw. Van de zes plekken die voor deze onderneming in aanmerking kwamen, bleven voor Alleweireldt alleen de Simon Stevin-plaats en een huizenblok op het Oude Beursplein[29], als kandidaten over. Zijn keuze zou uiteindelijk op de implanting aan het Oude Beursplein vallen. Wat de reactie op en invloed van dit plan was, is niet duidelijk, maar wel is zeker dat er op dat moment niets van gerealiseerd is geworden. De restauratie van de verkommerde Comedie in 1849 was echter niets meer dan een uitstellen van het probleem.

Het was onder het bewind van de liberale burgemeester Boyaval dat het idee van een nieuwe schouwburg in een stroomversnelling geraakte. Boyaval diende in 1864 het voorstel in om de bestaande schouwburg uit te breiden naar de omliggende panden. Dit was het zogenaamde ‘kleine plan’. Anderen uit het schepencollege zagen het veel grootser en pleitten voor de aanleg van een nieuw stadskwartier waarin de schouwburg centraal zou komen te staan. Het is dit laatste plan dat het uiteindelijk gehaald heeft en wel tegen de stem van de burgemeester in. Boyaval had o.a. problemen met de drastische ingreep in het middeleeuwse karakter van de te saneren buurt. Dit middeleeuwse karakter van de Vlamingenstraat moest defintief wijken voor de grootstedelijke indruk die de nieuwe theaterbuurt moest wekken.[30]

Uit de vijf ontwerpen kreeg dit van architect Gustave Saintenoy[31] de voorkeur.[32] Saintenoy werkte in de eclectische stijl van dat moment. Hij voorzag het gebouw van een neo-renaissancistische façade : in het neogotische Brugge eerder een uitzondering. Wellicht volgde hij de Parijse en Weense voorbeelden bij gebrek aan neogotische of andere alternatieven[33]. Het interieur was een mengelmoes van stijlen. Zonder hier in detail te treden, onderscheiden we in de overladen decoratie o.a. renaissancistische, barokke, Corinthische, Louis XIV, Louis XV, Louis XVI en Empire – stijlelementen. Het werd een typisch theater in hoefijzervorm met verschillende loges. Het aantal zitplaatsen kwam op ongeveer 800. De nieuwe schouwburg werd door de optredende gezelschappen geprezen om zijn goede akoestiek en de moderne technische infrastruktuur. De opening gebeurde op 30 september 1869. De hele onderneming had de stad 1 126 656, 67 frank gekost. Dit aanzienlijk bedrag werd vooral in de katholieke pers zwaar gehekeld.

In het kader van Brugge 2002 werd de Stadschouwburg zeer recent grondig gerenoveerd. Hierbij werd een poging gedaan om het gebouw in zijn oorspronkelijke toestand te herstellen : voorbeeld hiervan het opnieuw in gebruik nemen van de originele stoelen op de eerste zeven rijen van de parterre; of het onderzoek naar de oorspronkelijke kleuren en materialen. De Brugse Stadsschouwburg wordt tot een van de best bewaarde stadstheaters in Europa gerekend.[34]

 

1.2 Repertoire

 

Richard Wagner (1813-1883) mag dan wel algemeen als het culminatiepunt van de negentiende-eeuwse opera beschouwd worden, in het repertoire van de Brugse Stadsschouwburg valt daarvan anno 1885 in ieder geval weinig te merken. Zaak is het om naar de specifieke locale situatie te kijken en deze in haar juiste context trachten te plaatsen. Een snelle blik doet vermoeden dat niet Duitsland, maar Frankrijk het toonaangevende cultuurland voor het Brugse theater vormde.

 

We concentreren ons in dit deel enkel op de vaste voorstellingen die op regelmatige basis door de schouwburg werden aangeboden; de overige muzikale activiteit die in het gebouw tot stand kwam, wordt in een later deel besproken.

De exploitatie van de schouwburg werd door het stadsbestuur uitbesteed aan de directie van de Stadsschouwburg. Het was deze theaterdirecteur die voor de muziekkeuze instond. In zijn Cahier des charges pour l’exploitation du Théatre zou het Brugse stadsbestuur toch aanduiden welk soort muziek gewenst was. Het repertoire moest in ieder geval getuigen van een grote variëteit. Men moest gedurende de campagne minstens drie nieuwe opera’s aan het publiek laten horen. Met nieuwe opera’s werden creaties bedoeld die nog nooit in de Brugse schouwburg een opvoering gekend hadden. [35] Na te gaan valt of deze normatieve tekst zich ook liet vertalen naar de werkelijkheid toe.

Het college behield zich het recht voor voorstellingen te verbieden indien deze in strijd waren met de ‘goede zeden’ en met het ‘publiek fatsoen’. [36] Getuige hiervan de correspondentie van februari 1885 tussen theaterdirecteur Delestang-Kastner en burgemeester Visart, waarin deze laatste op grond van geruchten van “verontwaardigde” theatergangers, zijn beklag deed over de voorstelling van ‘La petitie Mariée’. Deze zou, “au point de vue de convenances et des moeurs”, te wensen hebben overgelaten.[37] Met uitzondering van dit voorvalletje hebben we niet de indruk dat er veel druk inzake repertoirekeuze werd uitgeoefend vanuit het stadsbestuur.

De duur van het theaterseizoen werd ook duidelijk omschreven in het Cahier des charges. Het startte tussen 1 en 15 oktober en duurde tot ergens tussen de eerste en de 15de maart. Aan een ritme van twee voorstellingen per week dienden 48 voorstellingen afgewerkt te worden.[38] De gewone opvoeringen vielen op zondag en donderdag. Naast dit gewoon abonnement werden nog speciale voorstellingen gegeven door vreemde gezelschappen (in de reeks ‘tournée artistique’) of extra-voorstellingen door de plaatselijke operatroep zelf. Er werd opgelegd dat een derde voorstelling in de week op de dinsdag moest vallen[39], maar deze regel werd niet zo strikt nageleefd.

Een theateravond was niet alleen uit muziek opgebouwd, maar was een combinatie van muziek en toneel (‘comédie’, ‘vaudeville’ en ‘levers de rideau’). Deze vrolijke éénakters in het Frans waren vaak bedoeld als opwarmer voor het publiek. Vanuit het opzet van dit onderzoek, zullen we abstractie maken van deze toneelwerken en ons enkel concentreren op de muziek.

We hebben twee operaseizoenen bestudeerd : 1884–1885 en 1885–1886, en kwamen respectievelijk aan 50 en 53 voorstellingen. De gegevens inzake deze voorstellingen hebben we kunnen achterhalen via de liberale Journal de Bruges. Deze krant gaf in haar aankondiging van de komende voorstelling telkens de titels van de op te voeren werken weer. Vaak werd ook de naam van de componist vermeld. In afkorting kwamen dan het aantal bedrijven en scenes en het genre van het te spelen werk (bv. opéra comique, grand opéra). Op deze manier kregen we een duidelijk zicht op de programmatie. Ontbrekende gegevens die belangrijk werden geacht voor deze repertoireanalyse werden via andere kanalen aangevuld.[40] We denken hier aan ontbrekende namen en voornamen, geboorte- en sterftedata van componisten, hun nationaliteit, compositiedata, inhoudelijke informatie over leven en werk, enz.

Een algemeen overzicht van het repertoire wordt hieronder gegeven.

 

 

naam componist

leven

nationaliteit

titel opgevoerd werk

compositiedatum

aantal opvoeringen

 

 

 

 

 

 

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le chalet

1834

1

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le Postillon de Lonjumeau

1836

2

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Si j'étais Roi !

1836

2

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le Torédor

1849

1

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le Sourd ou l'Auberge pleine

1853

1

Auber (D-F-E)

1782-1871

Frans

Fra-Diavolo ou l'Hotellerie de Terracine

1830

2

Auber (D-F-E)

1782-1871

Frans

Haydée ou le secret

1847

1

Bazin (François)

1816-1878

Frans

Voyage en Chine

1865

1

Bizet (Georges)

1838-1975

Frans

L' Arlésienne

1872

3

Bizet (Georges)

1838-1875

Frans

Carmen

1875

3

Boieldieu (Adrien)

1775-1834

Frans

La Dame Blanche

1825

1

Donizetti (Gaetano)

1797-1848

Italiaans

Lucie de Lammermoor (Lucia di Lammermoor)

1835

1

Donizetti (Gaetano)

1797-1848

Italiaans

La Favorite

1840

3

Donizetti (Gaetano)

1797-1848

Italiaans

La Fille du Régiment

1840

1

Goetinck (Jules)

 

Belg

Le Docteur Vieuxtemps

24-01-1885

3

Gounod (Charles-François)

1818-1893

Frans

Faust

1859

2

Halévy (Fromental)

1795-1862

Frans

Les Mousquetaires de la Reine

1846

1

Hérold (Ferdinand)

1797-1833

Frans

Le Pré aux Clercs

1832

2

Lecocq (Charles)

1832-1918

Frans

La Fille de Madame Angot

1872

2

Maillart (Aimé)

1817-1871

Frans

Les Dragons de Villars

1856

1

Massé (Victor)

1822-1884

Frans

Galathée

1852

2

Massé (Victor)

1822-1884

Frans

Les Noces de Jeannette

1853

1

Millöcker (Carl)

1842-1899

Oostenrijks

L' Etudiant pauvre (Der Bettelstudent)

1882

7

Paer (Ferdinando)

1771-1839

Italiaans

Le Maitre de Chapelle

1821

2

Planquette (Robert)

1848-1903

Frans

Les cloches de Corneville

1877

2

Rossini (Gioachino)

1792-1868

Italiaans

Le Barbier de Séville (Il barbiere di Siviglia)

1816

2

Rossini (Gioachino)

1792-1868

Italiaans

Guillaume Tell

1829

1

Thomas (Ambroise)

1811-1896

Frans

Le Caïd

1849

2

Thomas (Ambroise)

1811-1896

Frans

Le Songe d'une nuit d' été

1850

1

Thomas (Ambroise)

1811-1896

Frans

Mignon

1866

2

Varney (Louis)

1844-1908

Frans

Les petites Mousquetaires

05-03-1885

1

Verdi (Guiseppe)

1813-1901

Italiaans

Rigoletto ou le Bouffon du Prince (Rigoletto)

1851

1

Verdi (Guiseppe)

1813-1901

Italiaans

La Traviata (La Traviata)

1853

2

Verdi (Guiseppe)

1813-1901

Italiaans

Le Trouvère (Il trovatore)

1853

2

 

 

naam componist

leven

nationaliteit

titel opgevoerd werk

compositiedatum

aantal opvoeringen

 

 

 

 

 

 

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le chalet

1834

1

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le Postillon de Lonjumeau

1836

2

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Si j'étais Roi !

1836

2

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le Torédor

1849

1

Adam (Adolphe)

1803-1856

Frans

Le Sourd ou l'Auberge pleine

1853

1

Auber (D-F-E)

1782-1871

Frans

Fra-Diavolo ou l'Hotellerie de Terracine

1830

2

Auber (D-F-E)

1782-1871

Frans

Haydée ou le secret

1847

1

Bazin (François)

1816-1878

Frans

Voyage en Chine

1865

1

Bizet (Georges)

1838-1975

Frans

L' Arlésienne

1872

3

Bizet (Georges)

1838-1875

Frans

Carmen

1875

3

Boieldieu (Adrien)

1775-1834

Frans

La Dame Blanche

1825

1

Donizetti (Gaetano)

1797-1848

Italiaans

Lucie de Lammermoor (Lucia di Lammermoor)

1835

1

Donizetti (Gaetano)

1797-1848

Italiaans

La Favorite

1840

3

Donizetti (Gaetano)

1797-1848

Italiaans

La Fille du Régiment

1840

1

Goetinck (Jules)

 

Belg

Le Docteur Vieuxtemps

24-01-1885

3

Gounod (Charles-François)

1818-1893

Frans

Faust

1859

2

Halévy (Fromental)

1795-1862

Frans

Les Mousquetaires de la Reine

1846

1

Hérold (Ferdinand)

1797-1833

Frans

Le Pré aux Clercs

1832

2

Lecocq (Charles)

1832-1918

Frans

La Fille de Madame Angot

1872

2

Maillart (Aimé)

1817-1871

Frans

Les Dragons de Villars

1856

1

Massé (Victor)

1822-1884

Frans

Galathée

1852

2