Het overlevingsvermogen of bilevinghe als pasmunt bij scheiding en/of hertrouwen in het laatmiddeleeuwse Gent. (Tom De Vos)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Bijlagen

 

Bijlage 1: Frequentie van het bijlevingsrecht binnen de boedelverdelingen na scheiding van tafel en bed voor de schepenen van de Keure van Gent

Huwelijken zonder weduwschap

Huwelijken met weduwschap

Huwelijken waar beide echtgenoten patrimoniale goederen hebben ingebracht

Huwelijken waar beide echtgenoten patrimoniale goederen hebben ingebracht

Arend Ganiel en Kateline Neefs. 1429

Bijlage nr. 2

Gillis Pieters en Mergrite sReyneeren. 1431 – 1437.

Bijlage nr. 16

Jan de Hond en Mergriete Sarocx. 1429

Bijlage nr. 5

Jan Sciethase en  jonkvr. Jorine van Weldeen. 1437-1438.

Bijlage nr. 15

Jan van den Heelsbrouke en jonkvrouw Kateline sRaven. 1430.

Bijlage nr. 7

Jan uten Brouke en jonkvr. Kateline van Duerroer. 1428.

Bijlage nr. 1

Arend Popelier en Mergriete van der Biest. 1435.

Bijlage nr. 11

Pieter vanden Ketulle en jonkvrouw Lijsbette Wulleponts. 1463 – 1469.

Bijlage nr. 39

Ghiselbrecht van Lamsweerde en jonkvrouw Marie Robins. 1441 – 1457.

Bijlage nr. 20

Jan Seys en Amelberghe vanden Aerde. 1465.

Bijlage nr. 42

Fransoys van den Hauwe en Lijsbette sPotters. 1444.

Bijlage nr. 23

Jan van Formelis de Oude en jonkvrouw Margriete van Steenlant. 1464 – 1465.

Bijlage nr. 40

Daniël van Munte en jonkvrouw Jozijne van Halewin. 1451 – 1453.

Bijlage nr. 31

Jan Wullebrant en jonkvrouw Lievine vander Linden. 1464.

Bijlage nr. 41

Pieter van Kercvoorde en Mergriete van Mourkerke. 1454 – 1456.

Bijlage nr. 34

Jan Willems en Marie Minnaerts. 1447.

Bijlage nr. 29

Jan vanden Hecke en Katheline van Craywerve. 1458.

Bijlage nr. 37

Willem van Maldegem en Lijsbette van den Moertre. 1436 – 1445.

Bijlage nr. 24

Jan Paris en jonkvr. Aeghte sBackers. 1437 – 1458.

Bijlage nr. 13

Jan vanden Foreeste en jonkvrouw Lijsbette sClercx. 1446 – 1447.

Bijlage nr. 25

Gillis Roose en Matte sMarteleeren. 1451.

Bijlage nr. 33

Martin van Massemine en jonkvrouw Lijsbette van Doynse. 1440 – 1445.

Bijlage nr. 19

Jan vanden Roesiere en jonkvrouw Lisbette Campions. 1460 -1465.

Bijlage nr. 38

Jan de Raven en jonkvr. Mergriete Haecx. 1437.

Bijlage nr. 14

 

Huwelijken waarbij de echtgenoot patrimoniale goederen inbracht

 

Jan Zoetin en Allijse van Steenlant. 1447.

Bijlage nr. 27

Thomaes van den Winckele en Gheyle Pants. 1431.

Bijlage nr. 10

 

Huwelijken waarbij de echtgenoot patrimoniale goederen inbracht

Jacop van Loo en Amelberghe Metsaerts. 1443.

Bijlage nr. 22

Hendrik vanden Upstalle en Mergriete sKeghels. 1458 – 1459.

Bijlage nr. 36

Lodewijk Weyns en Beatrice sWijspelaren. 1439 -1456.

Bijlage nr. 26

Huwelijken waarbij de echtgenote patrimoniale goederen inbracht

Jacob Dullaert en Barbara Adericx. 1447 – 1451.

Bijlage nr. 28

Arendt vanden Hende en Catheline sDievels. 1456- 1469.

Bijlage nr. 35

Huwelijken waarbij de echtgenote patrimoniale goederen inbracht

Gregoris vander Haghe en jonkvrouw Mergriete vander Eetvelde. 1442 – 1451.

Bijlage nr. 21

Bertelmeux Perchevael en Lijsbette vander Donct. 1429 – 1430

Bijlage nr. 3

Everdey van Muzee en Katheline vanden Dale. 1468 – 1471.

Bijlage nr. 44

Lievin Boegaert en Clare Serraes. 1429 – 1433.

Bijlage nr. 4

Jan Sterrinc en Amelberghe Hillegheers. 1451.

Bijlage nr. 32

Jan van der Honnen en Lijsbette Haghins. 1431 – 1433

Bijlage nr. 9

 

 

Jan van Gheertruudt en Jehane van den Heerweghe. 1438.

Bijlage nr. 17

 

 

Gillis de Hudevettere en Lisbette van Wansele. 1467 – 1468.

Bijlage nr. 43

 

 

Boudin van den Dijke en Katheline vander Haghe. 1430.

Bijlage nr. 6

 

 

Jan vanden Dijcke en Lijsbette tScepens. 1431.

Bijlage nr. 8

 

 

Jan Jaquemin en Mergriete vanden Heede. 1439.

Bijlage nr. 18

 

 

Jan Zoetaert en Joane Reyners. 1443 – 1453.

Bijlage nr. 30

 

 

Gillis van Saemslacht en  jonkvr. Clare sCosters. 1435-1439.

Bijlage nr. 12

 

 

 

 

Bijlage 2: Het bijlevingsrecht in boedelverdelingen voor de Schepenen van de Keure van Gent

 

1428 – 1470

 

1

 

Jan uten Brouke en jonkvr. Kateline van Duerroer. 1428

 

Jan uten Brouke en jonkvr. Kateline van Duerroer (weduwe van Jan de Raed, haar eerste echtgenoot). Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door zowel de echtgenoot als echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

23 september 1428

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (1), 1428-1429, f° 10 v°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK Monique, Ghesceet van taflen ende van bedden ten spirituelen hove. De scheidingsbrief als voorwaarde tot boedelverdeling voor de schepenen van de Keure van Gent, 1428-1439, in: Handelingen van de Koninklijke Commissie voor de uitgave der Oude Wetten en Verordeningen van België, XLVIII, 2007, nr. 2.

 

Kenlic etc. dat naer 't ghescheet overleden ten spirituelen hove van scotelen ende bedden tusschen Janne uten Brouke an d'een zide ende joffr. Katelinen van Duerroer, zinen wive, an d'andere, so zijn de zelve Jan ende joffr. Kateline een­drachtelic commen voor scepenen etc., kenden etc. dat zij van haerlieder tideli­ken goede vriendelike vereffent, verscheeden ende verdeelt waren in deser ma­nieren dat hij behouden zoude t'zinen voordeele ende propren goede hebben alle de goedinghen van ziere zide commende ende dat hij hadde ten tijden dat hij begrep in huwelike de vors. joffr., alsoo de zelve goedinghen ghestaen ende ghe­leghen waren in erfachticheden, husinghen, bilevinghen ende bezittinghen t'si­nen live ghelike dat die hem toebehoorden binnen Ghend ende daer buten, nieuts uteghesteken noch ghezondert, zonder der zelver joffr. Katelinen nemmermeer eenich recht of deel daer an t'hebbene, halene of heesschene van bladinghen, bi­levinghen oft andersins in eenigher manieren.

Ende insghelijcx dat zoe behou­den zoude ende hebben t'haren voordeele ende propren goede alle de goedin­ghen van harer zijde commende, ende die zoe hadde ten tijden dat zoe den vors. Jan begrep in huwelike, ende dat alsoo de zelve goedinghen gheleghen ende ghestaen waren in erfachticheden ende husinghen ghelike dat die haer toebe­hoor­den binnen Ghend ende daer buten, nieuts uutghesteken noch ghezondert, zonder den vors. Jan daer an nemmermeer eenich recht of deel t'hebbene, halene oft heesschene van bladinghen, bilevinghen oft andersins in eenigher manieren. Item dat van al haerlieder haveliken goede, juweelen, inhaven ende cateilen zij oec vriendelike verheffent ende veraccordert waren in deser ghevoughe dat elc van hem beeden behouden zoude al zulc goed, juweelen, inhaven ende cateilen als elc t'hemwaerts hadde zonder den anderen eenich recht daer an t'hebbene. Item dat de vors. Jan t'hemwaerts behouden ende hebben zoude al zulke sculden in baten ende commere als hij gheborcht ende ghemaect hadde binnen Ghend ende daer buten, zonder der zelver joffr. Katelinen daer af eenighe bate t'hebbe­ne of commere te gheldene. Item dat in sghelijcx de vors. joffr. Kateline hebben ende behouden zoude t'haerwaerts zulke sculden in baten ende commere als zoe gheborcht ende ghemaect hadde, zonder den zelven Janne daer af eenighe bate t'hebbene oft commer te gheldene, behouden dien dat van dies men sculdich es Meerkin sRaets, der zelver joffr. dochtere bij Janne den Raed, haren eersten man was, naer 't inhouden van den state van 's vors. Meerkins goede, de vors. Jan ende zoe bliven ghehouden ende belast evenghelijc.

            Item es wel besproken, waer 't bi also dat den zelven Janne ende joffr. Katelinen, zinen wive, of den eenen van hem beeden namaels eenich goed toe­quame bij versterften, conquesten oft andersins, dat elc van hemlieden 't selve goed hebben ende behouden zoude t'hemwaerts, volghende ziere zide, zonder den anderen eenich recht of deel daer an t'hebbene.

            Ende hier up kenden hemlieden de vors. Jan ende joffr. Kateline mallinc van anderen wel verheffent, verdeelt ende verscheeden van al haerlieder tideliken goede, ende scolden, mits dien, elc anderen quite van al tal, belovende 't vors. ghescheet, ordonnance ende verdeelinghe t'houdene goed, ghestade ende van weerden t'euweliken daghen zonder daer jeghen te doene oft commene, het en ware dat hemlieden in toecommende tijden God de gratie ghave dat zij een­drachtelike, bij consente van mallic anderen, weder vergaderden ende leven wilden t'samen alsoo man ende wijf sculdich waren te doene.

Actum XXIII Septembris anno XXVIII°.

 

2.

 

Arend Ganiel en Kateline Neefs. 1429

 

Arend Ganiel en Kateline Neefs. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door zowel de echtgenoot als echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

5 april 1429

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (1), 1428-1429, f° 75 v°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 9.

 

Kenlic zij etc. dat up ende naer 't ghesceet ghedaen ende overleden ten ghees­telijken hove van taeflen ende van bedden tusschen Arende Ganiel an d'een zijde ende Katelinen Neefs, die men heedt van Hondert, zinen wettelijken wive, an d' ander zijde, so zijn de vors. partien eendrachtelic commen vor scepenen van der Kuere in Ghend, kenden ende lijden dat zij van allen haren tijdelijken goede – dat hemlieden Onze Lieve Heere God verleent heeft – vriendelijc verheffent, versceeden, verdeelt ende onderlinghe wel verapointeert zijn in der condicien ende manieren naervolghende.

            Eerst dat Arend Ganiel vors. hebben, heffen, paysivel ghebruken ende aen­verden zal t'sinen vrien properen goede alle d'eervachtichede van zinre zijden commende, hoe, waer of te wat steden dat zij ghestaen of gheleghen zijn; item 't huus staende t'Sente Pietere ende zijn 2 wonsten metter poorten tusschen beeden den zelven wonsten, ende vort met allen den ghelaghen ende aysementen diere toebehoren van voren tot achter, met zulken commer alser jaerlijcx uutegaen, zonder der vorn. Katelinen Neefs daer an in toecommenden tijden eenich recht t' heesschene van der proprieteit, van bijlevinghen of andersins in eenegher manie­ren.

            Ende de zelve Kateline zal hebben, heffen ende paysivel ghebruken ende aneverden t'haren vrien properen goede alle de goedinghen ende eervachtiche­den van haren zijden comende, hoe of te wat plaetsen ende steden et ghestaen of gheleghen es, zonder den zelven Arend der an in toecommenden tijden eenich recht t'heesschene of vermetene van der bilevinghen, propreteit of andersins.

            Ende vort soe behoude elc van Arende ende Katelinen t'hemwaert al zulke juweelen, inhaven ende cateylen als zij ghedeelt hebben ende elc t'hemwaert heeft.      Ende Arend vors. zal ghelden ende weeren, zonder Katelijnen cost of last, alle de scult van commere die hij ghemaect heeft, t'achtere ende sculdich es, ver­zekert up hem. Ende gheviel 't zoe in toecommenden tijden dat eenich van partien goed toequame bij versterften, ghijften of andersins, dat sal elc hebben ende behouden ziner siden volghende, zonder den anderen daer inne gherecht te zijne.

Ende hier mede kenden hemlieden de vorn. partien elc van anderen van al haren tijdelijken goede vriendelijc verheffent, versceeden ende verdeelt zijnde, ende hebben elc anderen daer af quite ghescolden, nu ende te eewelijken da­ghen, zonder d'een den anderen in toecommenden tijden yet heesschene of an 's anders toegheleide goed eenich recht te vermetene in eenegher manieren, het en ware of hemlieden God gratie gave dat zij, bij consente van mallincande­ren, verliefden ende vergaderden.

Actum V die Aprilis anno XXIX.

 

3.

 

Bertelmeux Perchevael en Lijsbette vander Donct. 1429 – 1430

 

3/1

 

Bertelmeux Perchevael en Lijsbette vander Donct. Na scheiding van tafel en bed bij de officialiteit van Doornik onttrekt Bertelmeux zich aan boedelverdeling en moet Lijsbette bij de schepenen aandringen.

 

8 april 1429

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (1), 1428-1429, f° 78 r°.

 

NIET UITGEGEVEN.

 

Kenlic etc. dat, naer dien dat Bertelmeux Perchevael over een zijde ende Lijs­bet­te vander Donct, zijn wijf, over andere, ghescheeden waren van tafelen ende bedden ten spierituellen hove van Dornike alsoo 't behoorde, ghelike dat te vul­len bleec bij zekeren letteren daerup ghemaect in 't zelve hof, ende dat de zelve Lijsbette zeere nerendstelike ghevolcht hadde, alsoo wel in 't scependom vorle­den als in dit jeghewordich, omme van den zelven Bertelmeux, haren man, ver­scheeden t' zine van haerlieder beeder tideliken goede, eerst ter bewaernessen van haer ende van haren kinde, ende der naer ter bewaernessen van hare alleene mits dat 't selve haer kind ghevaren wart van live ter doot, ende in 't zelve vol­ghen zo veele ghedaen dat hij ende zoe de staten van den zelven haerlieder tide­liken goede overbrochten ende elcx andworde der up bij goeden verclaerse in ghescriften alser daertoe diende ende men ghecostumeert was te doene in ghe­like zaken, soo waes 't dat scepenen van der Kuere in Ghend, overmits dat de vors. Bertelmeux binnen den middelen tide van den vors. vervolghe – dat langhe ghe­duerde – zijn goed dat hij hadde ligghende te Waerscoet ende dar omtrent ver­cochte ende metten ghelde datter af quam vervremde uut deser stede ende lande in zulker wijs dat de vors. Lijsbette te gheenen bescheede gheraken conste, de welke, dat merkende, hendelike ansprekende wart Janne den Brune, taelman, die ter erven commen was van den vors. goede, zegghende dat hij haer belooft hadde te doen hebbene de heelt van den ghelde dat hij gheven zoude up den coop van den zelven goede, ende ooc over haer bilevinghe de heelt van der lijf­rente die de zelve Bertelmeux darup behilt t'zinen live, waeraf zoe van beeden te buten stoet, ende mits dien begherde zoe te nieuten ghedaen t'hebbene 's vors. Jans Brunen coop oft emmer hem bedwonghen haer te begrotene ende restitu­eer­ne van dat vors. es.'t Welke de selve Jan wederleide, eerst de nieutinghe van zinen vors. coope die niet gheschien conste bij dat hij gheerft hadde ghezijn wel ende duech­delike in 't vors. goed bij heere ende wette, alsoo 't behoorde, noch 't andre dat de vors. Lijsbette begherde, bij dat hij bedwonghen hadde gheweist met ee­nen vonnesse van scepenen den vorsaten te scheedene van den vors. ghelde, ende dat te ghevene Gillis den Stolle die principael coopere was van den vors. goede ende hij niet, slutende bij dien dat de zelve zinen coop sculdich was te blivene van weerden, ende hij onghemoyt van hare eenighe begrotinghe te doene, want hij den vors. Bertelmeus niet t'achtere bleven was anders dan 3 lb. gr. 's iaers t'zinen live die hij behouden hadde up 't selve goed, ende daer af maer een jaerscare al quame Bamesse [1 oktober 1428], de welke lijfrente hij oec el­dere bezetten mochte, zom oft al, t'zinen scoensten naer den vors. coop, ende daer af ontlasten ende zuveren zijn vors. goed t'allen tijden dat hem gheliefde, waer jeghen de zelve Lijsbette niet veile zegghen wilde nemaer begherde uterlike begroot te zine van haren vors. achtendeele van bilevinghen, ende anders metter vors. lijfrente, ende ooc bet ende breedere bij alsoo dat haer ghe­bueren mochte, termineerden ende wijsden, wel voor oghen hebbende de vors. handelin­ghe, dat de vors. Jan de Brune onghemoyt zoude bliven van den heessche van der vors. Lijsbetten ende daer af los, ledich ende ontsleghen, hem lastende ende bevelende dat hij negheensins meer eenighe betalinghe dade van den vors. 3 lb. gr. 's iaers lijfrenten den vors. Perchevale oft ooc jeghen hem die loste of quite in enigher manieren, want bij alsoo dat eenich van beeden gheschiede, het en zoude gheen stede houden noch paiement doen, nemaer dat hij de zelve 3 lb. gr. 's iaers voort an gheven ende betalen zoude der zelver Lijsbetten oft haren zekeren bode ende niemende anders. Ende verclaerden voort de zelve scepenen bij manieren van appointemente dat de vors. Lijsbette in begroottinghen van harer bilevinghen, die zoe ghehadt zoude hebben up 't vors. goed ende anders, hebben, heffen ende ontfaen zoude gheheel ende al de vors. lijfrente van den vors. Janne den Brune oft anderen diese sculdich werden 't leven lanc ghedue­rende van den vors. Perchevale, haren man, ende emmer tot an der stont dat hij ende zoe weder vergadert waren ende leven wilden d'een metten anderen, als man ende wijf sculdich waren te doene, of verscheeden van haerlieder tideliken goede, waer 't bij vriendelicheden oft bij wette, alsoo 't behoerde, oft uterlike dat anders up de vors. zaken gheordineert zijn zoude bij den vors. scepenen oft haren naercommers.

Actum VIIIa die Aprilis anno XXIX.

 

3/2

 

Bertelmeus Pertsevale en jonkvr. Lijsbette van der Donct. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door de echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen en conquesten.

 

4 oktober 1430

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief 301/31 (1), 1430-1431, f° 4 v°

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 32.

 

 

Kenlic zij etc. dat up 't ghesceedt, ghedaen ten spirituelen hove van taeffelen en­de bedden tusschen Bertelmeeus Pertsevalen an d'een zijde ende Lijsbette van der Donct, zijnen wyve, an d'ander, zo zijn de vors. Bertelmeeus ende Lijsbette vorn. eendrachtelijke comen etca., kenden ende lijden dat zij van al hueren tijdelijken goede onderlinghe verheffent, verdeelt ende al wel versceeden zijn in deser manieren dat Lijsbette vander Donct hebben ende behouden sal t'haren properen gronde ende goede alle de eerfachtichede die van harer siden commen es, zonder Bertel­meeuse vors. daer anne eenich recht te hebbene van bijlevinghen of andersins in eenigher manieren, myds dat hij van zinen rechte der jeghen begroet es met zekeren somme van penninghen daer af dat hem Bertelmeeus kent zinde betalt ende al wel vernoucht van joncf. Lijsbetten vornt. ende scalter hare af quite, nu ende te eewelijken daghen.

            Item zo zal de vors. Lijsbette hebben ende behouden t'haren properen goe­de ende gronde ½ ghemet lants, lettel myn of meer, dat Bertelmeeus ende Lijs­bette, zijn wijf, te gader cochten ende ghecreghen met ghemeenen goede jeghen Willeme den Vliegher, sonder daer anne den vors. Bertelmeeuse emmer­meer eenich recht an te hebbene in eenigher manieren, mids dat hij van zine rechte der jeghen begroedt es met zekeren somme van penninghen, daer af dat hij hem kent zinde betaelt ende al wel vernoucht van joncf. Lijsbetten vornt.

            Item zal de zelve joncf. Lijsbette hebben ende behouden t'haren properen goede de 3 lb. gro. ts'iaers lijfrenten die staen te Bertelmeeuse, haers mans, live, die Jan de Brune, taelman, jaerlijcx sculdich es van cope van lande, die hij jeghen Bertelmeuse cochte, gheleghen in de prochie van Waerscoet, sonder Ber­tel­meeuse in de vors. lijfrente emmermeer eenich recht an te hebbene in eenigher manieren. Item als van den 6 lb. gro. die Heinrijc Martins, den pachtere, gheleent zijn in prysen tote den afsceedene van zinen pachte, de welke 6 lb. gro. Lijsbette vors. hebben ende behouden zal t'haren properen goede, zonder Bertelmeeuse of yemene el dan hare eenich recht an te hebbene in eenegher manieren. Item zo zal Lijsbette heffen ende ontfaen t'haren properen goede de 19 s. gro. die Arend de Roede van achterstelle van pachte t'achtere es.

            Item zullen elc van Bertelmeeuse Pertsevalen ende joncf. Lijsbette vander Donct, zijn wijf, hebben, behouden ende paysivel ghebruken ende besitten al zuulc havelijc goed als elc t'hemwaerts heeft.

            Ende elc zal zijn scult die hij ghebuercht ende ghemaect heeft ghelden ende betalen, zonder elc anderen cost of last, dat's te verstane dat elc betalen zal zin scult evenverre dat elc scult ghemaect heeft of sculdich es.

            Ende zoo wat goede dat elc van Bertelmeeuse Pertsevale ende Lijs­betten vors. namaels winnen of ghecrighen mach ofte dat elken van ziner zijden toecommen of versterven mach, dat sal elc van hem beeden behouden, toebe­horende ende volghende ziere zijden, sonder den anderen eenich recht an te hebbene.

            Ende scelden elc anderen quite up de ordinancie voren verclaert, up welke deelinghe ende effeninghe vorsc. de vors. Bertelmeeus an d'een zijde ende Lijs­bette, zijn wijf vornt., an d'ander zijde hemlieden kennen van mallinc anderen wel verheffent, verdeelt ende al wel verscheeden van al hueren tydelijken goede.

            Ende beloven elc anderen up hem ende up al 't sine de vors. deelinghe en­de versceet wel ende ghetrauwelijc te houdene, zonder emmermeer der jeghen te gane of te doene of te doen doene bij hem of bij anderen van harer weghen in eenegher manieren, het en ware ofte hemlieden namaels God gratie gave dat zij eendrachtelijc, bij consente van mallinc anderen, vergaderden. Actum IIII° die Octobris anno XXX° [4 oktober 1430].

 

 

4.

 

Lievin Boegaert en Clare Serraes. 1429 – 1433.

 

4/1

 

Lievin Boegaert en Clare Serraes. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door de echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

26 februari 1429

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (1), 1428-1429, f° 85 r°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 7.

 

Kenlic etca. dat up ende naer 't ghesceet ghedaen ende overleden ten spirituelen hove van taflen ende van bedden tusschen Lievine Boegaert an d'een zijde ende Claren Serraes, zinen wive, an d'andre, so zijn partien an beeden zijden een­drach­telic commen voor scepenen etca., kenden etca. dat zij van al haren tijdelij­ken goede vriendelic verheffent, versceeden ende onderlinghe wel verdeelt zijn in der manieren naervolghende.

            Eerst zal de vors. Lievin Boegaert hebben, heffen ende behouden t'zinen propren goede de heeltsceede van drien husen, staende d'een neffens d'andre in den Houtbriel, waer af de zelve Lievin bezit ende heeft in hueringhen 't groete huus tusschen beeden den cleenen huusen omme drie ponden gro. 's iaers, drie jaer lanc duerende, beghinnende te Sente Bamesse in 't jaer XXVIII [1 oktober 1428], te tween terminen 's iaers te betalene, ende d'ander 2 huusen zijn verhuert 20 scellinghen gro. 's iaers, elc met zulken commere alsser jaerlicx ute gaet.

            Ende d'wederdeelvan den zelven drien husen be­hoort toe Claren Serraes, zinen wive, elken zijn last draghende van der heelt van den commere diere utegaet, metgaders der reparatien ende refectien die an de zelve drie husen vallen zullen.

Item behoudt de vorn. Clare t'haren propren goe­de alle de ervachtichede van harer zijden commende, groot zijnde zes buunre, let­tel min of meer, verpacht jaerlicx drie pond vier scellinghen vier penninghen gro., daer af Lievin behoudt d'heeltsceede t'zijnre bilevinghen, elken zijn last draghende van den commere diere jaerlicx utegaet. Dies zal Clare vors. den pacht van Kerssavonde toecommende [24 december 1429] gheel ontfaen, dra­ghende drie pond gro., ende 't sourpluus blijft ghemeene.

            Item hebben Lievin ende Clare, zijn wijf vors., ghemeene ende onverdeelt drie duust ende 800 coreele, lettel min of meer, berdere ende ander hout, omme al dat ghele ende gheorbuert te zine ter reparatien ende refectien van den huusin­ghen, daer 's van noede wezen zal, eenen pulszac ende een hanghele. Item zal elc hebben ende behouden al zulke juweelen, in­haven ende cateylen als zij onderlinghe d'een jeghen d'andre ghedeelt hebben en­de elc te hemwaert heeft. Item es men hem beeden sculdich ghemeene zekere cleene percheelen van sculden, ende evenverre datter bate af comt ende zij dat ghehuuren connen, elken hebbende zine heeltsceede.

            Item boven desen es Lievin vors. der zelver Claren, zinen wive, t'achter en­de sculdich de somme van drien ponden, vive scellinghen, tien penninghen gro. gherekents ghelds van haren deele van der wapene, ghewande, lijnwade en­de andren cateylen die hij jeghen hare ghecocht heeft, te betalen 18 scellinghen gro. te Vastenavonde eerstcommende [8 februari 1429 n.st.] ende 't sourpluus te Kerssavonde anno XXIX° daer naer volghende [24 december 1429], verzekert etc.

            Item zijn Lievin ende Clare vors. ghemeene t'achter ende sculdich de som­me van acht ponden, 14 scellinghen, vier penninghen gro. diverssen personen, ghelijc 2 rollen diere af zijn mentioen ende verclaers maken, d'eene rustende on­der den zelven Lievine ende d'andere onder Claren vorn., elken zijn last dra­ghende van der heeltsceeden.

            Ende waer 't zo dat eenich van hem beeden goed toequame bij versterften, ghiften of  andersins, dat zal elc hebben ende behouden ziner zijden volghende, zonder den anderen in toecommenden tijden der inne gherecht te zine in eeni­gher manieren.

            Ende hier mede kenden hemlieden de vorn. Lievin ende Clare, zijn wijf, van al haren tijdelijken goede onderlinghe wel verheffent, versceeden ende ver­deelt zijnde, ende hebben elc andren daer af gheheellic ende al quite ghescolden, nu ende t'eeuweliken daghen, zonder d'een den andren in toecommenden tijden yet te heesschene of an 's anders deel ende toegheleyde goed eenich recht te ver­metene in eenigher manieren, het en ware of hemlieden namaels God gratie gave dat zij, bij consente ende willekuere van mallinc andren, verliefden ende verga­derden.

Actum XXVI die Februarii anno XXVIII.

 

4/2

 

Lievin Bogaert en Clare Serraers. Proces over boedelverdeling (26 februari 1429) na scheiding van tafel en bed (bekomen voor 1 oktober 1428).

 

2 maart 1433 n.s.

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/32 (1), 1432-1433, f° 97 r°.

 

NIET UITGEGEVEN.

 

Als van den gheschille, te vele ende diveersschen stonden gheweest tusschen Lie­vin Bogaert an d'een zijde ende Clare Serraers an d'ander, naer 't ghescheet tusschen hemlieden ghewijst ende ghepasseert in 't gheestelic hof van Dornike, ende naer der hand bij scepenen den laetsten voorsaten, sprutende ende toecom­mende uut sekeren scrifturen bij den voors. partien overgheleit ende overghe­ghe­ven up huerlieder staet van goede van haren cateilen, juweelen ende diver­schen percheelen, in heesche, in antworde, replike ende dupliken, al in 't langhe bij vele waerften in presentien van partien ghevisenteert, uterlike slu­tende haerlieder ghescille, sonderlinghe in de pointe ende articlen hier naer ver­claerst, te wetene

            eerst in een article daer Lievin overgaf in sijn ghescrifte dat hij vercocht hadde een pleytscip omme de somme van 4 lb. 10 s. gr.,

            daer af dat Clare begheerde t'hebbene d'een heelscheede van der voors. somme, segghende dat huer van rechts weghe sculdich was te gheschiene, ghe­merct dat hij 't hadde ghedaen naer dat hem bij scepenen den voorsaten, in 't sce­pendom her Clais van Hoedevelde, her Nicasis Bels ende haren ghesellen [= aug. 1430-aug. 1431], gheseit was ende verboden ten tijden dat sij d'een van den anderen vervremdden wilden, dat hij huer goed niet becommeren noch belasten soude, also toe seide,

            daer jeghen de voors. Lievin dede verandwoorden, weerende van haer yet te ghevene of te betalene, mids dat van al 't gheent dat hij vercocht hadde voor 't ghescheet, tusschen hemlieden ghepasseert ten spirituelen hove, hijs wel mo­ghende was van doene, want hij, toot den wijsdomme van den selven gheschee­den in 't hof van Dorneke tusschen hemlieden, vooght was van sinen wive ende van al hueren goede,

            ende voort meer versochte de voors. Clare van Lievine Bogaert haer an­deel van zekeren potten, ketelen, van eenen pansiere ende anderen percheelen, allen vervremdt bij den selven Lievine in de presentie ende elders voor zekeren somme van penninghe, verclaerst in de scrifturen bij hemlieden overghegheven naer 't verbod als boven, also soe seide, ende voor 't ghescheet,

            item in een article versochte de voors. Lievin Bogaert dat Claere vors. overlegghen ende betalen soude d'eelstscheede van der boete van 50 lb. par., daer in dat hij ghewijst was ter causen van 2 lb. gr., die zij ghesaemder hand sculdich waeren mer joncfrouw Bets, ende waerin Lievin voors. verbonden had­de t'eenen zekeren daghe te betalne, oft te treckene in 's hammans etca., 't welke hij niet vulquam ende daer in ghesocht ten selven daghe ende niet vonden, mids welken hij ghewijst wart in de voors. peine,

            daer jeghen de vors. Claere dede verandworden, werende van yet ghehou­den te sine in de betalinghe van der voors. boete, mids dat zoe ghesegghen conste dat bij hueren ghebreke noch toedoene niet en was dat de voors. 2 lb. gr., ten daghe belooft, niet betaelt waren, maer uterlic presenteerde gherne ende duechdelic te gheldene haer andeel van den voors. 2 lb. gr., sonder meer, met meer worden, etca.

So waes't dat scepenen etca., oversien hebbende de voors. scriftueren al in 't lan­ghe, ende ghelet up de pointe van huerlieder ghescille voors. over beede zijde, bij goeder deliberatien appointierden dat Lievin Boghaert overlegghen ende be­talen soude der voors. Claere Serraers, sinen wijf, over al huer recht ende andere van den voors. percheelen t'handeren tijden vervremdt bij den selven Lievin voor 't ghescheet ten spirituelen hove tusschen hemlieden ghewijst, de somme van 30 s. gr. sonder meer.

            Ende voort ten anderen pointen ende articlen van 2 lb. gr. die zij sculdich waeren mer joncfr. Bets vorseit, dewelke niet betaelt hadden ghesijn ten daghe also hem de voors. Lievin verbonden hadde, wijsden dat Clare Serraers voor­noomt betalen soude d'eeltscheede van den voors. 50 lb. par., bij also dat Lievin in de vors. boete ghewijst was voor 't ghescheet endelic ghepasseert tusschen hemlieden in 't gheestelic hof, mids dat ghemeene scult was, oft emmer also vele als de voorn. Lievin van den vors. peine ghecompenseert ende betaelt hadde.

            Wijsden voort dat van allen den costen, commeren ende lasten die elc son­derlinghe ghedaen mochte hebben zidert den ghescheede in 't gheestelic hof tus­schen hemlieden ghepasseert ende ghesloten, elc van hemlieden sijn coste, commere ende last, sijdert ghedaen, houden soude an hem selven.

            Ende verclaersden voort dat sij vriendelike van allen baten, commeren en­de lasten, uutstaende in schulden, in baten ende in commere, juweelen, inhaven ende cateilen deelen soude ende appointieren onderlinghe, alsoo 't behoorde.

Actum IIa Marcii anno XXXII°.

 

4/3

 

Lievin Boemgaert en Clare Serraers. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door de echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

7 april 1433

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/32 (1), 1432-1433, f° 91 v°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 49/2.

 

Kenlic etca. dat Lievin Boemgaert commen es etc., kende ende lijdde dat, naer 't ghescheet, overleden ende ghedaen ten spirituelen hove tusschen hem an d'een zijde ende Claere Serraers, sinen wive, an d'andere, de vors. Lievin Claeren, si­nen wive voornt., heeft wettelic quiteghescholden al 't recht van bladinghen of bilevinghen, baten oft proffiten, die de selve Lievin hebben, halen of heesschen mochte an d'erfachtighe goedinghe, Claeren sinen wive vornt. toebehoerende en­de van haer zijde commende.

            Dit zoe alle behoudt te haeren propren goede, alzo zij alle ghestaen ende gheleghen sijn, sonder den vors. Lievin an de selve goedinghe oft an yet dies daer an cleeft eenighen deel of recht te hebbene, al zoo 't rechte voorwaerde es in 't ghescheet van haerlieder tideliken goede, daermede de voors. Lievin van al sinen rechte van dien begroedt ende vernought es van Claeren voornt.

            Ende heeft de vors. Lievin belooft ende hem verbonden bij ziner kris­teleker trauwen ende manwaerhede hem an de vors. ervachticheden, Claeren si­nen wive toebehoerende, nemmermeer eenichs rechts te vermetene van bladin­ghe, bilevinghe, van cateylen oft andersins t'eenigher wet, spirituel oft tempo­reel, in eenigher manieren etc., ende van den voorledenen pachten elken staende in sinen rechte.

Actum VIIa die Aprilis anno XXXII° [7 april 1433 n.s.].

 

5

 

Jan de Hond en Mergriete Sarocx. 1429

 

Jan de Hond en Mergriete Sarocx. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door zowel de echtgenoot als echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

s.d. [midden in november 1429]

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (2), 1429-1430, f° 23 v°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 16.

 

Kenlic etc. dat up ende naer 't ghesceet, ghedaen ende overleden ten gheestelij­ken hove van tafelen ende bedden tusschen Janne den Hond, an d'een zijde ende Mergrieten Sarocx, zijn wettelic wijf, an d'ander, so zijn de vorn. personen een­drachtelijc comen voor scepenen etc., kenden etc. dat zij van al haerlieder goede, dat hemlieden onze lieve heere God gheleent heeft, onderlinghe vriendelijc ver­heffent, versceeden ende al wel verdeelt zijn in der condicien ende manyeren hier naer verclaert.

            Eerst zal de vorn. Jan de Hont hebben, heffen, paysivel ghebruken ende aenverden t'sinen propren goede een huus staende in d'Yperstrate up de hoostzij­de, neffens der Bijloken muer, ende vort alle de eervachtichede die hij hadde ten tijden dat hij hare begreep in wettelijken huwelijke, gheleghen in de prochie van Machline ende van Aerssele, met allen den ghelaghen ende aysementen, bomen ende catheilen als er up zijn ende toebehoren, zonder der vorn. Mergrieten daer an in toecommenden tijden eenich recht te hebbene, heesschene ende vermetene van bijlevinghen of andersins.

            Item zal Margriete vors. hebben, paysivel ghebruken ende aenverden d'elt­sceede van eenen huus, met allen den ghelaghen ende aysementen diere toebe­horen, staende in d'Yperstrate up de westzijde, ende vort al 't goed dat zo met hem brochte ten tijden dat zo hem begreep in wettelijke huuwelijke.

            Item zal elc van partien hebben ende hinnen t'sinen sconsten al zulke scult als men hemlieden sculdich es, ende ghelden den commere die elc ghemaect heeft zonder 's anders cost of last.

            Ende quame eenich van den vorn. partien[328]

 

6

 

Boudin van den Dijke en Katheline vander Haghe. 1430

 

Boudin van den Dijke en Katheline vander Haghe. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door de echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

11 april 1430

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (2), 1429-1430, f° 72 v°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 23.

 

Kenlic etc. dat up ende naer 't ghesceet, ghedaen ende overleden ten spirituelen hove van taflen ende van bedden tusschen Boudine van den Dijke an d'een zijde ende Kathelinen vander Haghe, zinen wettelijken wive, an d'andre, so zijn de vors. partien eendrachtelic commen etc., kenden etc. dat zij van al ha­ren tijdelij­ken goede, dat hemlieden Onze Lieve Heere God verleent heeft, on­derlinghe vriendelic verheffent, versceeden ende al wel verdeelt zijn in der con­dicien ende manieren hiernaer verclaert.

            Eerst zal de vors. Katheline vander Haghe hebben, behouden ende aenverden t' haren vryen propren goede, zonder Boudine vors. ee­nich recht der an te hebbene of heesschene in eenigher manieren, drie zacke coerens 's iaers erflic, bezet up zekeren grond van erven, gheleghen binnen den Lande van Zotteghem naer 't verclaers ende inhouden van den wettelijken brieven diere af zijn, ende de vorn. Boudin heeft gherenuncyert en­de es afghegaen ts' rechts van bilevinghen dat hijre an heesschen, talen of aen­spreken zoude nu noch in toe­commenden tijden in eenigher manieren. Item zal de zelve Katheline vander Ha­ghe hebben ende behouden een huus, met allen den ghelaghen ende aysementen diere toebehoren van voren toot achter, staende te Denremonde an den Coor­naert, ende dat mids een­re zekere somme van ghelde, waer af hem de vorn. Bou­din in voormen van af­coepe kende zijnde betaelt ende al ghenouch ghedaen van Katheli­nen vorn., ende heeft haer daer af gheellic ende al quite ghescolden nu ende te euwelijken daghen, zonder meer verhalens.

            Item zal elc van hemlieden hebben ende aenveerden t' zinen propren goe­de al zulke juweelen, habijten, inhaven ende cateylen als zij d' een jeghen den andren ghedeelt hebben ende t' hemwaerts heeft. Ende elc zal innen de scult die hij ghemaect heeft, ende ghelden den com­mer ende scult die elc t' achter ende sculdich es. Ende quame eenighen van hemlieden in toecommenden tijden goed toe bij versterften, conqueste, ghiften of andersins, dat zal elc hebben ende be­houden volghende ziner zijden, zonder den andren in toecommenden tijden in eenigher manieren yet te heesschene.

            Ende hier mede kenden hemlieden de vorn. partien mallinc van andren wel verheffent, versceeden ende al verdeelt zijnde van al haren tijde­lijken goede, ende hebben elc andren gheellic ende al quite ghescolden, zonder d' een den andren yet te heesschene of an ts' anders toegheleyde goed eenich recht te vermetene, nu noch in toecommenden tijden, in eenigher manieren, het en ware of hemlieden namaels God gracie gave dat zij, bij consente van mallinc andren, weder verliefden ende vergaderden. Actum XI die Aprilis anno XXIX voor Paesschen] [11 april 1430 n.s.].

 

7

 

Jan van den Heelsbrouke en jonkvrouw Kateline sRaven. 1430.

 

Jan van den Heelsbrouke en jonkvrouw Kateline sRaven, dochter van Cornelijs sRaven. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door zowel de echtgenoot als echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

5 augustus 1430

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/30 (2), 1429-1430, f° 108 r°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 29.

 

Kenlic zij etc. dat up 't ghesceet, overleden ende ghedaen ten spyertuelen hove van scotelen ende van bedden tusschen Janne van Helsbrouke an d'een zijde ende joncfr. Kateline sRaven fa Cornelijs, zinen wive, an d'ander, so zijn de vors. Jan ende joncfr. Kateline eendrachtelijc commen voor scepenen etca., ken­den ende lijden dat zij van haerlieder tijdelijken goede vriendelike ver­heffent, versceeden ende verdeelt zijn in deser manieren dat de vors. Jan behoudt alle de goedinghen van ziere zijden commende met al datter up es, toebehoort ende aencleeft, ende voort huusinghen binnen Ghend, lijfrenten, juweele, inhaven, cateylen ende al zulc goed als hij besidt ende te hemwaert heeft, zonder der vors. joncfr. Katelinen eenighen deel of recht an te hebbene van bladinghen, bylevinghen, van cateylen of ander­sins, nu of in toe­commenden tijden in eenegher manieren. Ende hier up sal de vors. Jan van Heelsbrouke houden ende regeren Cal­lekine ende Meerkine, harer beeder kinde­re, ende die stellen te dueghden ende eeren te state van huwelike of andersins, wel ende ghetrouwelijc, als goed vader zonder eenighen cost of last van joncfr. Katelinen vors., ofte het en ware dat hare gheliefde bij haers sellefs wille haren kinderen dueght te doene.

            Ende hier jeghen behoudt de vors. joncf. Kateline al zulc goed als haer van vader ende moeder te huwelike ghegheven was, draghende 4 lb. gro. ts'iaers erflijc, alzo hare dat overghegheven ende bewijst es, welc goed de vors. Jan regeren, meyteneren, verhueren ende ver­pachten zal, ende zal daer mede zijn profijt doen ghelijc met sijns sellefs properen goede. Ende zal der vors. joncf. Katelinen daer af gheven ende betalen, vry van allen commere diere uutgaen of ancleven de somme van 4 lb. gro. ts'iaers, weder dat 't selve goed hoeght of nedert. Ende die 4 lb. gr. zal hij hare  betalen te 4 paymenten ts'iaers, dat's te  wetene telken bamesse [1 oktober], Kerssavont [24 december], alfmaerte [15 maart] ende tsente Jansmesse [24 juni] 20 s. gro., van nu voort an, alzo langhe als de vors. joncf. Kateline leven zal, emmer 14 nacht lanc naer elken ter­myn ombegrepen, 't welke de vors. Jan heeft bekent ende verzekert etc.

            Ende, waer 't dat Jan vanden Helsbrouke voere van live ter doot voor joncf. vors., zo soude haerlieder vors. kindere hare gheven over de vorn. erve 4 lb. gro. s'iaers, al zo vors. es, ofte zij souden joncf. Katelinen, harer moedere, laten ghebruken van der selver eerven, welc de kindere liefts hadden.

            Ende hebben de vors. Jan ende joncf. Kateline belooft ende hemlieden verbonden jeghen elc anderen ende elc zonderlinghe ten proffite van harer bee­der kinderen ende van hem selven dat zij 't goed dat zij nu hebben niet en sullen moghen vercopen, vervremden, belasten, becommeren of beswaren in eenegher manieren ende, al waer 't dat Jan vanden Heelsbrouke ghebede de doot van joncf. Katelinen vors., hij ne zoude an haer vors. ervach­tich­ede ne gheen recht hebben van bilevinghen of andersins in eenegher manie­ren al zo voren van ziner eervachticheden van gheliken verclaert staet.

            Ende elc van hem beeden zal up hemselven ghelden ende betalen al zul­ken commere ende scult als elc up hem selven ghebrocht ende ghemaect heeft, zonder den cost of last van den anderen.

            Ende waer 't dat eenighe van hem beeden namaels eenich goed toequame, waer 't bij versterften, bij conqueste of andersins, dat goed soude elc van hemlie­den hebben, behouden ende daer mede zine wille doen, toebeho­rende ende volghende elcx zijden, zonder den anderen eenich recht an te hebbe­ne.

            Ende hier up kenden hemlieden de vors. Jan ende joncf. Kateline malinc van anderen wel verheffent, versceeden ende al wel verdeelt van al haerlieder tijdelijken goede, ende hebben elc anderen wettelijc af quiteghescolden.

            Ende hebben belooft dese ordinantie ende deelinghe wel te houdene, goed, gherechtich ende van weerden t'eewelijken daghen, het en ware of hemlieden namaels God gracie gave dat zij eendrachtelijc, bij consente van mallinc ande­ren, vergaderden.

Actum V die Augusti anno XXX° [5 augustus 1430].

 

8

 

Jan vanden Dijcke en Lijsbette tScepens. 1431.

 

Jan vanden Dijcke, zoon van Jan, en Lijsbette tScepens. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door de echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.

 

23 juli 1431

 

A. ORIGINEEL: niet voorhanden.

B. AFSCHRIFT s. XV: Gent, Stadsarchief, 301/31 (1), 1430-1431, f° 104 v°.

 

UITGAVE: VLEESCHOUWERS-VAN MELKEBEEK, Ghesceet van taflen, nr. 36.

 

Kenlic dat up 't ghesceet, ghedaen te spirytuelen hove van scotelen ende bedden tusschen Janne vanden Dijcke fus Jans, an d'een zijde, ende Lijsbetten tScepens, zinen wive, an d'andere zijde, zoe zijn de vors. Jan ende Lijsbette, zijn wijf, comen ende kenden dat zij van al haren tijdelijken goede onderlinghe verheffent, verdeelt ende al wel verscheeden zijn ende dit in deser manieren dat       de vors. Lijsbette hebben ende behouden zal t'haren properen goede  ende alle de erfachtichede van harer zijde com­mende met allen den huusinghen, bomen ende cateylen diere toebeho­ren, zonder den vors. Janne, haren man, daer inne emmermeer eenich recht te hebben van bijlevinghen of andersins in eenegher manieren, behouden dien dat Jan vors. hebben ende behouden zal t'sinen properen goede de 2 lb. gro. 's iaers die hem te huwelijcke ghegheven waren, zonder Lisbetten, zijnen wive, eenich recht an te hebbene.

            Item zullen elc van Janne ende Lijsbetten, zijnen wive, hebben, behouden ende paysivel ghebruken ende besitten al zulc havelijc goed als elc t'hemwaert heeft, sonder anelijc anders deel eenich recht te hebbene, behouden dien dat Lijsbette voernoemt betalen over dat haren deel betre es dan Jans, haers mans, deel, so zal de zelve Lijsbette gheven ende betalen Janne vornt. de somme van 2 lb. gr. t'sente Martinsmesse nu eerstcommende [11 november 1431], verzekert.

            Item zoe zullen elc van Janne ende Lijsbetten, zinen wive vornt., ghelden ende betalen elc zijn scult van commere, die elc van hem beeden ghemaect heeft, zonder elc anderen te verandworden, behouden dien dat elc behouden zal al zulke scult van baten als men elken scul­dich es, zonder daer anne 's anders scult eenich recht te hebben.

            Ende zoe wat goede elc van Janne ende Lijsbetten, zinen wive, namaels winnen of ghecrighen mach ofte dat elc van ziere zijden toecommen of verster­ven mach, dat zal elc van hemlieden behouden toebehorende ziere zijden, zonder den anderen eenich recht an te hebbene.

            Up welke deelinghe ende heffeninghe vorsc. de vors. Jan, an d'een zijde, ende Lisbette, zijn wijf, an d'ander zijde, hemlieden kenden van manlijc anderen verdeelt van haren tijdelijken goede, zonder emmermeer der jeghen te zegghene.

Actum XXIII die Julii anno XXXI [23 juli 1431].

 

9

 

Jan van der Honnen en Lijsbette Haghins. 1431 – 1433.

 

9/1

 

Jan van der Honnen en Lijsbette Haghins. Boedelverdeling na scheiding van tafel en bed. Patrimoniale onroerende goederen ingebracht door de echtgenote én beperkte gemeenschap van katelen.