Tituli honorarii, monumentale eregedenktekens. Ere-inscripties ten tijde van het Principaat op het Italisch schiereiland. Een statistisch-epigrafisch onderzoek. (Annelies De Bondt)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL 1

 

Analyse van de elementen.

 

 

Hoofdstuk 6. Tegenreactie van de dedicati.

 

1. Inleiding.

 

Tot hier werd steeds het traditionele gedeelte van de honorifieke inscriptie besproken, namelijk de naam van één of meerdere dedicati in de datief, vervolgens diens cursus honorum, betrekkingen of lidmaatschappen, eventueel de motivering voor de oprichting en de financiering ervan, met tenslotte de vermelding van de dedican(te)s. In een aantal gevallen gebeurt het echter, dat de inscriptie nog even doorgaat na dit laatste element, dat over het algemeen als afsluiter kan beschouwd worden van dit traditionele gedeelte. Hier hebben we het niet over de formule l(ocus) d(atus) d(ecreto) d(ecurionum), wat verwijst naar de juridische goedkeuring, besluitvorming en plaatsaanduiding door de decuriones. De aandacht gaat hier echter naar de formulering van de reactie van de geëerde op deze aan hem of haar toegekende eer.

 

Deze reactie kunnen we opdelen in verscheidene deelaspecten. Eén van deze deelaspecten wordt echter in het volgende hoofdstuk besproken – nl. de dedicatio – aangezien dit een afzonderlijk fenomeen was met een eigen organisatie. Bij deze categorie gaat men namelijk verder dan een loutere terugbetaling van de kosten en stuurt men er – vaak – op aan een ruimere groep dan alleen de dedican(te)s te begunstigen. In het deelaspect dat hier echter van belang is, betoont men zich vrijgevig en van goede wil door de (on)kosten van de oprichting – gedeeltelijk of geheel – te willen opvangen. Dit was ergo een voornamelijk financieel gebaar van de geëerde om iets terug te doen voor de dedicantes als was het een – al dan niet expliciete – bedanking. Tenslotte hebben we het element, waarbij de geëerde zijn appreciatie betoont tegenover de oprichters en dus al dan niet positief reageerde op deze aangeboden erkenning.

 

Blijkbaar werd er wel degelijk voldoende belang gehecht aan het gegeven of de geëerde al dan niet reageerde, aangezien de reactieformuleringen vaak even lang of zelfs uitgebreider zijn dan de eigenlijke honorifieke inscriptie zelf. Men telde dus eigenlijk meer geld neer om die extra tekst te laten aanbrengen en dit getuigt eveneens van het belang. We kunnen ons zelfs de vraag stellen, of men het aanbrengen van de tekst op het monument uitstelde tot na de inhuldiging of tenminste tot na het moment, waarop de geëerde reageerde, zich eventueel tevreden betoonde met de eer en liet weten dat hij een wederkerige daad zou stellen. Over deze vraagstelling en bijbehorende these volgt later meer.

 

 

In verband met dit element dient nog gezegd, dat het vermelden van de reactie geen algemeen voorkomend fenomeen was, wat blijkt uit de infrequentie van het element in de inscripties. Aangezien via zoekwoorden werd gezocht naar de hier van toepassing zijnde formules, zien we dat dit element slechts matig voorkomt. Er zijn dan ook nog een groot aantal honoraire opschriften zonder getuigenis van een reactie, dewelke hier niet zijn opgenomen. Indien het effectief zou gegaan hebben om een algemeen voorkomend fenomeen, had men er hoogstwaarschijnlijk niet zoveel belang aan gehecht, om als extra tekst – achteraf? – toe te voegen aan de tekst, die in principe reeds volstond[1187].

 

Tenslotte nog een overzicht van de structuur van dit hoofdstuk. Vooreerst wordt er aangevangen met de reciprociteit als reactie op het eerbetoon. Hierbij gaan we eerst algemeen alle formules bekijken, die men gehanteerd heeft om de tegenreactie te verwoorden, zoals zoals impensam remisit, sua pecunia posuit of anderen. Vervolgens gaan we enkel die formules van reciprociteit bekijken in functie van de appreciërende formule vooraf. Vervolgens gaan we deze formuleringen van appreciatie vanwege de geëerde afzonderlijk bekijken. Hierbij horen de formules honore accepto, honore contentus, honore recepto, honore usus, libenter adquiescit en hun varianten onder de loep te worden genomen, alsook van wie de appreciatie uitging.

 

 

2. Reciprociteit.

 

Reeds bij de financiering werd kort gesproken over de financiële middelen afkomstig uit de private gelden. Hier gaan we echter verder in op die formuleringen waar er sprake is van een terugbetaling of waar de geëerde het eremonument op eigen kosten wil oprichten. We gaan hier niet alle formules herhalen, die ook reeds in het vorige hoofdstuk aan de beurt kwamen, maar enkel die waaruit een reactie blijkt, aldus met een werkwoord met ‘plaatsen’ of ‘teruggeven’ als betekenis. Hier gaan we dan deze reacties tegenover elkaar zetten, naar hun betekenis bespreken en hun belang bestuderen.

 

Met de reciprociteit wordt de reactie van de geëerde bedoeld, die volgde op de beslissing van de dedican(te)s, en waarmee de geëerde zich evergetisch, dankbaar en – nogmaals – vrijgevig betoonde tegenover de initiatiefnemers. Zoals reeds gezegd werd was deze reactie voornamelijk van financiële aard. Vooraleer we met het eigenlijk exposé aanvangen, dienen we deze formules even op een rij te zetten, waarvoor wordt verwezen naar bijlage 118[1188]. Hier worden alle inscripties naast elkaar gezet met zijn chronologische duiding en de precies gebruikte formule, geordend op hun inventarisnummer en dus ook hun geografische herkomst. Zo krijgen we een mooi overzicht op de formules, wat belangrijk is voor een beter begrip van de hier volgende uiteenzetting. In de volgende figuur (nr. 51) zien we daarom de formuleringen uit bijlage 118 gesorteerd volgens werkwoord in een frequentietabel.

 

Figuur 51: Frequentietabel van de verscheidene formularia, behorende tot de reactieformule.[1189]


 

Formule

Catalogusnr(s).

n

Dare

Dedit

Impensa de sua pecunia

272

1

Donare

Donavit

HS 4000 (et ex usuries…)

66

1

Exhilare[1190]

Exhilaravit

splendidissimum ordinem liberosque et coniuges eorum sed et populum publice epulantes maximo cum gaudio exhilaravit

394

1

Facere

Fecit/fecerunt

Sua pecunia

85

1

 

 

Impensa remissa

668

1

Fieri

Iussit fieri testamento

Sua pecunia

695

1

Offere[1191]

Obtulit

collegio HS VIII milia ut quodannis natalis eius die […] confrequentur

344

1

Ponere

Posuit/posuerunt

Impensa sua

210, 284

2

 

 

Ex sua munificentia

670

1

 

 

Sua pecunia

47, 256, 414, 501, 640

5

 

 

De suo

128, 357

2

 

 

Ex suo

589

1

 

Iussit poni

Inpensa ipse

563

1

 

 

 

Ponere Totaal

12

Remittere

Remisit/remiserunt

Conlationem

470, 589 (rediddit)

2

 

 

Decretam

548

1

 

 

Quod contulerant

471

1

 

 

Impendium/impendia

494, 658, 690, 697

4

 

 

Impensa(m)

38, 39, 130, 168, 332, 333, 376, 381, 393, 419, 426, 428, 441, 493, 517, 523, 538, 562, 600, 622, 624, 626, 684

23

 

 

Sumptu(m)

65, 122, 131, 149, 186, 217, 272, 399, 460, 633

10

 

Remissa/o/um/us

-

424, 452

2

 

 

Collatione/Conlationi

253, 563

2

 

 

Impensa

620, 668

2

 

 

Inpensa publica

640

1

 

 

Pecunia

610

1

 

 

Pecunia publica

62, 353

2

 

 

Sumptu(m)

294

1

 

 

Sumptu publico

357

1

 

 

 

Remittere Totaal

53

Restituere

Restituit

Pecunia conlata

355

1

suo post[---

-

-

456

1

 

 

 

Reactieformules Totaal

74

 

Hier kunnen we vervolgens een onderscheid maken tussen de reacties van reciprociteit mét (gewone nummers) en die zonder appreciatieformule (vetgedrukte nummers). Laten we hieronder telkens alle gegevens verwerken tot algemene conclusies en dieper ingaan op de inscripties met zowel reactie- als appreciatieformule. In beide gevallen – met of zonder appreciatieformuleringen – zien we dat als reactie op de toegekende eer het meest frequent geld werd gegeven en dit gebeurde vooral na een blijk van appreciatie te hebben gegeven. Slechts in een enkel geval werd er een stichting aan de oprichters toegewezen (nr. 344) of een publieke maaltijd georganiseerd (nr. 394).

 

2.1. Formules.

 

Wat betreft de formules berust de meest gebruikte formule op het werkwoord “remittere[1192] (53), hetgeen het vaakst voorkomt in combinatie met impensa (25/53 – 47.17%), of een variant als impendium of impendia (plur.) (4/53 – 7.55%), samen goed voor de helft van de hier besproken reacties (29/53 – 54.72%). Ook sumptum wordt gebruikt in combinatie met dit werkwoord, maar in mindere mate bij een appreciërende formule (11/53 – 20.75%).

 

Op de tweede plaats staat de formule op basis van het werkwoord “ponere[1193] (12). Dit vinden we eerder terug met formules, die inhouden dat het geld afkomstig is uit het eigen vermogen, met bovenaan sua pecunia (5/12 – 41.67%), op de tweede plaats de/ex suo (3/12 – 27.27%) en impensa sua (3/12 – 27.27%) – waartoe ook de inscriptie behoort waar de geëerde aan anderen opdraagt het beeld op eigen kosten te plaatsen. Tenslotte hebben we nog de formule ex sua munificentia (1/12 - 8.33%) – hetgeen we hier als enige attestatie in het gehele corpus expliciet als geld terugvinden.

 

De formules o.b.v. andere werkwoorden komen echter slechts één keer voor in de hier besproken inscripties. Deze worden verder in het exposé verder uiteengezet, aangezien enkelen qua inhoud en betekenis overeenkomen met de meest frequent gebruikte werkwoorden, zoals “facere” en “fieri” dienen besproken te worden bij “ponere” moet “dare” bekeken worden binnen de context van “remittere”.

 

Een bespreking van die formules, die wat betreft hun betekenis en vorm enigszins afwijken, volgt hieronder. We hebben ook nog enkele andere uitzonderingen, die eveneens hier kunnen besproken worden. Zoals reeds gezegd vormt de reactie van de geëerde voornamelijk een financiële tegemoetkoming, maar in twee gevallen is dit echter niet (helemaal) het geval. Deze twee elementen komen vervolgens onder de paragraaf ‘2.1.1. Uitzonderingen’ aan bod.

 

2.1.1. Uitzonderingen.

 

Vooreerst vermelden we hier de enige inscriptie waar de appreciatie leidde tot de organisatie van een publiek banket (nr. 394 – cf. infra bij appreciatie). De geëerde in kwestie – Mammius (?) – had de eer van tabulae patrocinales aangenomen (honore accepto), waarop hij een publieke feestmaaltijd organiseerde, zowel voor de decuriones, hun kinderen en echtgenotes als voor het volk (populus)[1194].

 

De tweede uitzondering betreft de inscriptie[1195] nr. 344 voor Titus Flavius T. f. Fabia Silvanus, dewelke zich tevreden stelde (honore contentus) met de eer van een standbeeld vanwege het collegium dendrophororum. Daarom heeft hij aan het college een stichting gegeven van HS8.000, waarbij hij bepaalde dat men jaarlijks op diens verjaardag – 11 december – moest bijeenkomen. Wat er precies moest gebeuren – een geld- of voedseluitdeling – noch wanneer of waar dit diende te gebeuren worden hier vermeld. Indien het om een gelduitdeling zou gaan, en indien we een interest van 6% aanrekenen, komen we op HS480, die men jaarlijks zou kunnen uitgedeeld hebben over minimum 120 mensen (bij X1 of IIS4 per persoon). Dit is echter hypothetisch bij gebrek aan meer informatie uit de inscriptie.

 

Een inscriptie, die aansluit bij de schenking uit de vorige inscriptie, is nr. 66.[1196] We krijgen hier geen blijk van appreciatie, maar we leren wel dat de man in kwestie net omwille van het standbeeld, dat hem wordt aangeboden uit een geldinzameling, een schenking doet aan het college van de iuvenes van Setia ter waarde van IIS4.000. Uit deze stichting blijkt zijn dankbaarheid, des te meer omdat ook nog bepaald wordt dat zij jaarlijks op zijn verjaardag uit de interest uit een gelduitdeling moeten houden voor de aanwezigen. Indien we ook hier zouden uitgaan van een rentevoet van 6% komen we op een bedrag van IIS240, waarbij men jaarlijks aan een totaal van 60 aanwezigen zou kunnen geld uitdelen, als we ervan uitgaan dat men IIS4 per persoon zou hebben voorzien.

 

Vervolgens hebben we nog de – enige – inscriptie, die bij testament besluit het monument in kwestie op te richten.[1197] We kunnen ons bij deze laatste ook de vraag stellen of het een grafopschrift betreft, maar ook hier kan de vindplaats geen uitsluitsel geven. We zien dat de inscriptie werd opgericht voor de schoonmoeder van de man, die dan zich tevreden betoont met de eer, die op besluit van de decuriones (decreto decurionum) werd toegekend. Merkwaardig is dat de man in zijn testament laat opnemen, dat op zijn kosten deze eer moest verwezenlijkt worden. Indien het zou gaan om de oprichting van een grafmonument zou men moeten wachten tot het overlijden van de schoonzoon eer men het grafmonument kon oprichten. Hetzelfde geldt voor wanneer het zou gaan om een funus publicum. Dit lijkt ietwat absurd en zelfs indien het opschrift hier een grafopschrift zou zijn, moet men toegeven dat de eer, die de schoonzoon terugbetaalt, waarschijnlijk niet het grafmonument zal hebben betreft, maar veeleer een honorair monument.

 

Tenslotte rest ons nog een inscriptie, waarbij de formule is afgebroken na honore contentus. Maar de traditie leert ons dat hierna waarschijnlijk wel een terugbetaling zal beschreven zijn (cf. supra). Wat betreft het vervolg van het betoog aangaande dit onderwerp, gaan we ons vooral baseren op de meest voorkomende formules, namelijk die o.b.v. de werkwoorden remittere en ponere.

 

2.1.2. Remittere impensam.

 

Zoals reeds werd gezegd komt de formule met het werkwoord “remittere” het meest voor als basis voor de tegenreactieformule (53) en binnen die context het vaakst in combinatie met impensa (25/53 – 47.17%), of impendium/impendia (plur.) (4/53 – 7.55%) – samen iets meer dan de helft van de bovenbesproken reacties (29/53 – 54.72%) - of sumptum (12/53 – 22.64%). Hieronder vindt u nogmaals een frequentieel overzicht van alle attestaties met een tegenreactieformule o.b.v. remittere.

 

Figuur 52: Frequentietabel van de reactieformule o.b.v. remittere.[1198]


 

Formule

Catalogusnr(s).

n

Remittere

Remisit/remiserunt

Conlationem

470, 589 (rediddit)

2

 

 

Decretam

548

1

 

 

Quod contulerant

471

1

 

 

Impendium/impendia

494, 658, 690, 697

4

 

 

Impensa(m)

38, 39, 130, 168, 332, 333, 376, 381, 393, 419, 426, 428, 441, 493, 517, 523, 538, 562, 600, 622, 624, 626, 684

23

 

 

Sumptu(m)

65, 122, 131, 149, 186, 217, 272, 399, 460, 633

10

 

Remissa/o/um/us

-

424, 452

2

 

 

Collatione/Conlationi

253, 563

2

 

 

Impensa

620, 668

2

 

 

Inpensa publica

640

1

 

 

Pecunia

610

1

 

 

Pecunia publica

62, 353

2

 

 

Sumptu(m)

294

1

 

 

Sumptu publico

357