| Scientology: vrijheden in conflict. (Pieter Blondeel) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
DEEL III: Scientology
III.1 Lafayette Ronald Hubbard
Bibliografie:
Anderson Report (1965): ‘Report of the Board of Enquiry into Scientology’ (Chapter 6: ‘Hubbard: The Founder of Scientology’ ; Chapter 7: ‘Hubbard’s Scientific Deficiencies’ ; Chapter 8: ‘Hubbard’s Research’).
Atack, Jon. ‘A Piece Of blue Sky: Scientology, Dianetics and L. Ron Hubbard Exposed’. (Part 2: ‘Before Dianetics’. Chapter 1: ‘Hubbard’s Beginnings’; Chapter 2: ‘Hubbard in the East’; Chapter 3: ‘Hubbard the Explorer’; Chapter 4: ‘Hubbard as Hero’; Chapter 5: ‘His Miraculous Recovery’; Chapter 6: ‘His Magickal Career’; Part 9: ‘Summing Up. Chapter 1: ‘The Founder’).
Chryssides, George D. ‘Unrecognized charisma? A study and comparison of four charismatic leaders: Charles Taze Russell, Joseph Smith, L Ron Hubbard, Swami Prabhupada.’. (2001)
Cooper, Paulette. ‘The Scandal of Scientology’. (Chapter 20: ‘The Truth about L. Ron Hubbard’).
Corydon, Bent & L. Ron Hubbard Jr. ‘L. Ron Hubbard: Messiah or Madman?’.
Lallemand, Alain. ‘Sekten in België en Luxemburg’. (‘De planeet Lafayette Ronald Hubbard’. p92-96).
Lamont, Stewart. ‘Religion Inc.: the Church of Scientology’. (Chapter 1: L. Ron Hubbard: Guru, God or Demon?’).
Malko, George. ‘Scientology: The Now Religion’. (Chapter 2: ‘Ron’).
Miller, Russell. ‘Bare-Faced Messiah: The True Story of L. Ron Hubbard’.
Townsend, Eric. ‘The Sad Tale of Scientology: A Short History 1950-1985’. (Chapter 3: Ron Hubbard: His Early Life’; Chapter 10: ‘Ron Hubbard’s Legacy’) .
‘Images of a Lifetime. A Photographic Biography’. Los Angeles, CA 1996.
‘The Ron Series’: ‘L. Ron Hubbard. The Music Maker’ (1995); ‘L. Ron Hubbard. The Poet and Lyricist’ (1995); ‘L. Ron Hubbard. The Humanitarian: The Road to Self-Respect’ (1995); ‘L. Ron Hubbard. The Philosopher: The Rediscovery of the Human Soul’ (1996); ‘L. Ron Hubbard. The Adventurer and Explorer: Daring Deeds and Unknown Realms’ (1996); ‘L. Ron Hubbard. The Humanitarian: Education’ (1996); ‘L. Ron Hubbard. The Humanitarian: Rehabilitating a Drugged Society’ (1996); ‘L. Ron Hubbard. Letters and Journals. The Dianetics Letters’ (1997); ‘L. Ron Hubbard. The Writer: The Shaping of Popular Fiction’ (1997); ‘L. Ron Hubbard. Letters and Journals. Literary Correspondence’ (1997); ‘L. Ron Hubbard. The Humanitarian: Freedom Fighter: Articles and Essays’ (1997) en ‘L. Ron Hubbard. Letters and Journals. Early Years of Adventure’ (1997) (Los Angeles).
Het verhaal van Scientology begint bij de persoon Lafayette Ronald Hubbard – doorgaans afgekort tot ‘LRH’, ‘Ron’, 'Commodore', 'The Founder' of 'The Source'. Het is niet zo vanzelfsprekend een biografie van Hubbard samen te stellen. Er bestaat geen tekort aan materiaal, dat is er in overvloed. Het probleem is dat het materiaal sterk gepolariseerd is, de meningen lopen nogal uiteen en bronnen spreken elkaar op verschillende punten tegen. Het enige waar men het over eens lijkt, is dat hij geboren werd op 13 maart 1911 in Tilden, Nebraska en dat hij naam maakte als fictie-schrijver (Alain Lallemand. 1994, p.93).
Ik zal hier dan ook niet trachten een waarheidsgetrouwe biografie over Hubbard te distilleren uit de sterk uiteenlopende officieuze en officiële biografieën en verhalen die al in omloop zijn; dat zou bovendien ook buiten het bestek van deze verhandeling liggen. In deze inleiding beperk ik me tot een eerder beknopte samenvatting en inleiding aangevuld met literatuurverwijzingen.
Het is echter wel essentieel deze inleiding bij de stichter, L. Ron Hubbard, te beginnen. Zijn invloed op Dianetics en Scientology kan moeilijk onderschat worden:
“Scientology is L. Ron Hubbard's personal enterprise and legacy and any explanations of its nature and development must start with that fact. The key to understanding this organization is its biography, starting with the early years and the early developments, which defined its style and operations. A group's history and the biography of its founder seem to be a key or the key to its later development and Hubbard (1911-1986) indeed created Scientology in his own image and in the image of his own paranoia (cf. Wallis, 1984).”
(Benjamin Beit-Hallahmi. 2003. p.19)
Ook het ‘Anderson Report’ uit Australië stelt dat het in het onderzoek naar Scientology niet omheen de persoon L. Ron Hubbard kan:
“Hubbard is the governing director of and is all powerful in his organization. He directs and controls everything and everyone to an astonishing degree. Though this is a report of an inquiry into scientology, it must necessarily and equally be a report on its founder and master, for his personality pervaded the whole Inquiry and an understanding of Hubbard is necessary for an understanding of scientology. Hubbard will be referred to constantly in this Report.”
(Kevin Anderson. 1965 (Chapter 2: Introduction: (2).Conspectus of the Report.) p.18)
De kerk van Scientology bracht in 1995 het eerste boek uit van een ganse reeks, genaamd ‘The Ron Series’. Deze bestaat uit een verzameling aan boekjes die gewijd worden aan verschillende aspecten van zijn leven en oeuvre. Het artikel van Marco Frenschkowski ‘L. Ron Hubbard and Scientology: an annotated bibliographical survey of primary and selected secondary literature’ uit juli 1999 vermeldt 12 boeken uit deze serie, die je ook kan terugvinden in de thematische bibliografie hierboven. De titels van deze boeken vormen een goede weergave van het beeld dat Scientology wil uitdragen van haar stichter L. Ron Hubbard: 'The Music Maker', 'The Poet and Lyricist', 'The Humanitarian', 'The Philosopher', 'The Adventurer and Explorer', 'The Writer', 'Freedom Fighter', enz. (Marco Frenschkowski. ‘L. Ron Hubbard and Scientology: an annotated bibliographical survey of primary and selected secondary literature’; p.13). George D. Chryssides telt 29 gebieden waarvan scientologen beweren dat hun stichter/leider erin uitblinkt, waaronder: "philosopher, humanitarian, anthropologist, educator, administrator, writer and poet, photographer, artist, film director, horticulturalist, engineer, physicist, aircraft pilot, explorer, not to mention ‘daredevil barnstormer’, musician, sociologist, and expert on the human mind." (George D. Chryssides. 2001. p.7).
Dit geïdealiseerde beeld van Hubbard staat echter in contrast met vele andere (officieuze) bronnen en/of biografiën.“The glorification of 'Ron', superman and saviour, required a cavalier disregard for facts: thus it is that every biography of Hubbard published by the church is interwoven with lies, half-truths and ludicrous embellishments.” (Russell Miller. 1988 (Introduction). p.6). Jon Atack schetst het in zijn hoofdstuk over Hubbard in ‘A Piece of blue Sky: Scientology, Dianetics and L. Ron Hubbard Exposed’ op de volgende manier:“Hubbard did not confine his creativity to his fictional work. He reconstructed his entire past, exaggerating his background to fashion a hero, a superhero even. Although Hubbard wrote many imaginative stories, his own past became his most elaborate work of fiction.” (Jon Atack. 1990. p.37).
Het wordt al snel duidelijk dat het biografische materiaal over Hubbard sterk gepolariseerd is. Naast deze 'Ron Series' en officieuze biografiën kunnen ook biografische elementen worden gehaald uit verschillende lezingen die Hubbard gaf en op tape werden opgenomen. De officiële biografie, zoals die door de kerk van Scientology wordt voorgesteld, staat echter in contrast met andere biografiën, zoals die van Jon Atack, Bent Corydon en L. Ron Hubbard Jr., Russel Miller, en andere. In veel gevallen werden de auteurs van deze officieuze, dus niet door de kerk erkende biografiën of boeken over Scientology, voor de rechtbank gedaagd, waarover meer in 'Deel III.6: Scientology en Kritiek'. Cowan Douglas heeft het waar het de officiële beschrijving van Hubbard's leven aangaat niet over de biografie, maar over de hagiografie (levensbeschrijving van heiligen) van Hubbard: "Hubbard’s is an emerging hagiography unlike any other than I can think of in a new religious movement, and one that has the multi-billion dollar resources of the Scientological institution thrown completely behind it." (Cowan Douglas. 2004 (Hagiologizing Hubbard). p.9).
Een van de beste voorbeelden van het dubieuze aspect in Hubbards officiële biografie, of het contrast tussen de officiële en officieuze biografieën, is het verhaal van Gerald Armstrong, die begin jaren '80 aan het hoofd stond van Hubbards eigen opgezette biografisch project. In deze beknopte inleiding hierover zal ik me beperken tot enkel voorbeelden, zoals het verhaal van Gerald Armstrong en de controverse rond verschillende oorlogsverhalen en diploma's die Hubbard beweerde behaald te hebben.
Gerald Armstrong
In ‘A Piece of blue Sky: Scientology, Dianetics and L. Ron Hubbard Exposed’ geeft Jon Atack het voorbeeld van hoe Michael Shannon en Gerald Armstrong beiden een biografisch project startten over Hubbard. Michael Shannon verzamelde heel wat materiaal over Hubbard gedurende de periode 1974-1979. Gerald Armstrong was al lange tijd lid van Scientology, namelijk de Sea Organisation, en kreeg de toestemming van Hubbard om een biografie over hem te schrijven. In het tweede deel van dit boek wordt nagegaan in hoeverre de verschillende versies van het leven van Hubbard op een grond van waarheid berusten (Jon Atack. 1990. pp37-39)
Het verhaal van Gerald Armstrong is zeker vermeldenswaardig. Hij ontdekte in 1979 in de gebouwen van Scientology in Gilman Hot Springs (hier was de CMO gevestigd: Commodore's Messenger Organisation) een twintigtal dozen met persoonlijk materiaal dat oorspronkelijk aan Hubbard toebehoorde. In Oktober 1980 werd Omar Garrison[17] aangeworven om Hubbard’s biografie te schrijven, waarbij ook hij gebruik kon maken van de enorme collectie materiaal die toen ontdekt en verzameld werd door Gerald Armstrong.
(Jon Atack. 1990. p.202; en Stephen Kent. 2001. (pt.10.4) p.8).
Van deze documenten beweerde Hubbard dat ze gestolen waren door Russen in de vroege jaren ’50. In tegenstelling tot die bewering bleef het archief echter bewaard en werd het eind jaren ’70 ontdekt door Gerald Armstrong. Armstrong was opgetogen met deze ontdekking, omdat hij nu aan de biografie kon werken zonder te moeten vertrouwen op de zogezegde corrupte regeringsdocumenten. Armstrong kreeg de titel 'L. Ron Hubbard Personal Public Relations Office Researcher' en verzamelde heel wat materiaal tegen eind 1981, deze staan gekend onder de naam 'The Armstrong Documents'. Omar Garrison die in Oktober 1980 werd aangeworven om een biografie te schrijven over Hubbard mocht gebruik maken van deze archieven en kreeg Gerald Armstrong toegewezen als onderzoeksassistent.
(Jon Atack. 1990. p.246; en Stephen Kent. 2001. (pt.10.4) p.8)
In zijn hoedanigheid van onderzoeksassistent van dit biografisch project ontdekte Armstrong verschillende feiten over Hubbard die niet strookten met de werkelijkheid. In de hoop een waarheidsgetrouw beeld te kunnen opbouwen over Hubbard, schreef hij in een brief, gedateerd 25 November 1981, aan de ‘Commodore’s Messenger’ Cirrus Slevin:“If we present inaccuracies, hyperbole or downright lies as fact or truth, it doesn't matter what slant we give them, if disproved the man will look, to outsiders at least, like a charlatan. This is what I'm trying to prevent and what I've been working on the past year and a half.” (Jon Atack. 1990. p.246).
De kerk was echter niet bereid deze ‘onnauwkeurigheden, overdrijvingen of leugens’ recht te zetten. Enkele weken later maakte Armstrong de beslissing de kerk te verlaten, maar bleef echter enkele maanden samenwerken met Omar Garrison aan het biografisch project. Op 18 Februari 1982 verklaarde de kerk Gerald Armstrong een SP (Suppressive Person; supra: meer over SP, Fair Game in 'III.6: Scientology en Kritiek'). Na deze eerste 'SP-Declare', het document waarmee iemand als een 'SP' wordt aangeduid en zo 'Fair Game' wordt verklaard, verschenen ook nog een tweede en derde 'Declare'. Armstrong werd onder andere beschuldigd van het stelen van documenten van de kerk. In Augustus datzelfde jaar spande de kerk een rechtszaak aan tegen Gerald Armstrong. Deze rechtszaak is interessant omdat de biografie van L. Ron Hubbard deel uitmaakte van het proces. Uit deze rechtszaak[18] komt een veel geciteerde uitspraak van een rechter – Paul G. Breckenridge Jr. – over Scientology en zijn leider (Jon Atack. 1990. p.247; Stephen Kent. 2001. (pt.10.4) p.8):
“The organization clearly is schizophrenic and paranoid, and this bizarre combination seems to be a reflection of its founder LRH [L. Ron Hubbard]. The evidence portrays a man who has been virtually a pathological liar when it comes to his history, background and achievements. The writings and documents in evidence additionally reflect his egoism, greed, avarice, lust for power, and vindictiveness and aggressiveness against persons perceived by him to be disloyal or hostile.”
(Jon Atack. 1990. p.9)
Hoewel Garrison en Armstrong bleven doorwerken aan de biografie van Hubbard, werd het boek uiteindelijk niet gepubliceerd. "In early 1984 [...] Garrison accepted a large cash sum from Hubbard's agents not to write the biography which he was then planning." (Bent Corydon & L. Ron Hubbard Jr. 1987. (Preface) p.8).
Veel aangehaalde voorbeelden van de fictie of overdrijvingen in Hubbards biografie zijn onder andere de diploma’s die hij beweerde behaald te hebben, medailles die hij zou ontvangen hebben als oorlogsheld, reizen die hij ondernam als adolescent, het contact met een indianenstam ‘Blackfoot’, contact met een leerling van Freud, enz… Andere zaken waar wordt op ingespeeld zijn bijvoorbeeld de relatie van Hubbard met Jack Parsons (een leerling van Aleister Crowley) en bijgevolg satanistische elementen in Dianetics of Scientology.
Hiervan een overzicht maken is noodzakelijk beperkt en selectief, ik zal me dan ook beperken tot 2 voorbeelden ter illustratie zonder daarover het laatste woord te willen hebben gezegd: Hubbard als oorlogsheld en als gediplomeerde.
Hubbard als oorlogsheld
Hubbards beweringen over zijn carrière in het leger, waar hij zichzelf afbeeldt als een ware oorlogsheld, behoren tot die zaken die veelal in vraag worden gesteld in officieuze biografiën. "Hubbard's claims about his Navy career form a major part of the Superman image he tried to project.". (Jon Atack. 1990. p.57). Jan Willem Nienhuys stelt zich in zijn artikel ‘Hubbards Heldendom: op zoek naar eretekens’ vragen bij de afbeelding van Hubbard als een oorlogsheld en traceert het (niet-)bestaan van één bepaalde medaille die Hubbard beweerde behaald te hebben, namelijk de 'Dutch Victory Medal'. Jon Atack gaat hier dieper op in in zijn boek 'A Piece of blue Sky' (Jon Atack. 1990. p.57). Ook Russel Miller doet dit in het 6e hoofdstuk van 'Bare-faced Messiah' (Russel Miller. 1988. p.85).
Hubbard als Ph. D, C.E., Dr. en kernfysicus
Andere artikels, boeken, verslagen en bandopnames wijzen er op dat Hubbard beweerde bepaalde diploma’s te bezitten en dat ook die beweringen vals zijn. Het Anderson Report uit Australië ‘Report of the Board of Enquiry into Scientology’ (Chapter 6; p.55) en het Lee Report uit Canada ‘Lee Report into Scientology: Sectarian Healers and Hypnotherapy’ (p.57) vermelden dat de ‘Sequoia University’, waar Hubbard beweerde een Ph. D. behaald te hebben, niet geaccrediteerd en dus geen officieel geregistreerde universiteit was. Hubbard’s Ph. D. aan de ‘Sequoia University’ zou volgens Richard Behar in het artikel 'The Thriving Cult of Greed and Power' in ‘Time Magazine’ en Stewart Lamont in ‘Religion Inc.’ een “fake mail-order degree” zijn, ter waarde van 20 dollar (Richard Behar. 1991. p.54; Stewart Lamont. 1986. p.19). "Hubbard's inflated claims usually have some slim basis in fact. He was an elaborator, not an originator." (Jon Atack. 1990. p.47). Zo beweerde hij bijvoorbeeld een een diploma burgerlijk ingenieur (C.E.: Civil Engineer) behaald te hebben aan de George Washington University. Die opleiding volgde hij inderdaad 2 jaar lang, maar faalde en behaalde het diploma niet. Naast gediplomeerd filosoof en burgerlijk ingenieur, zou hij zichzelf ook de titel van kernfysicus en wiskundige hebben aangemeten.
In het boek 'Scientology: een nieuwe kijk op het leven', dat enkele artikels van Hubbard bundelt, schrijft hij over de kritiek die men heeft op zijn onbestaande diploma's:
"De Handelaren in Chaos moeten hierin één van de vele mogelijke conflicten injecteren: ze moeten benadrukken dat hij geen doctor in de filosofie is. [...] In werkelijkheid was degene die de filosofie heeft ontwikkeld, goed onderlegd in academische vakken en de menswetenschappen, waarschijnlijk alleen al beter onderlegd in formele filosofie dan docenten in de filosofie aan universiteiten."
(L. Ron Hubbard. 1964. p.11)
Hubbard als schrijver
Wat wel onmiskenbaar vaststaat, is dat Hubbard, vóór hij Dianetics publiceerde, de kost verdiende als schrijver van (pulp-)fictie. Hij maakte vooral naam in het science fiction en fantasy genre, maar schreef ook westerns. Vanaf 1938 publiceerde Hubbard verschillende manuscripten in het toen toonaangevende tijdschrift 'Astounding Science Fiction'. Hier verschenen science fiction en fantasy verhalen van nu nog steeds befaamde auteurs en grote namen in het genre zoals Isaac Asimov, Robert Heinlein, A.E. Van Vogt en Lieber. De redacteur, en eveneens een invloedrijke figuur op het gebied van S.F. was John Campbell Jr.
“Op zijn 22ste [1933] was hij gehuwd, maar bezat noch een diploma, noch een baan. Hij slaagde erin een eerste manuscript ‘te plaatsen’. Het was verre van hoogstaand – een goedkoop stationsromannetje – maar opende de poort naar een ‘carrière’; zijn pen vloog misschien niet hoog maar ze was alleszins vruchtbaar.”
(Alain Lallemand. 1994. p.93.)
Voor het literaire deel, de fictie van Hubbards oeuvre, kan men de bibliografie van William J. Widder raadplegen: ‘The Fiction of L. Ron Hubbard. A Comprehensive Bibliography & Reference Guide to Published and Selected Unpublished Works’. “Hubbard's literary output is enormous (about 220 tales and novellas, about 20 novels besides many poems and some pieces for the theatre; also film scripts). These items have become available almost completely in the last years in carefully edited, but also very expensive reprints published by Author Services, Los Angeles.”(Marco Frenschkowski. 1999. p.5)
Het artikel van Marco Frenschkowski ‘L. Ron Hubbard and Scientology: An annotated bibliographical survey of primary and selected secondary literature’ uit ‘Marburg Journal of Religion, Volume 4, Juli 1999’ geeft daarentegen een uitgebreid en kritisch bibliografisch verslag van de werken van en over Hubbard, Dianetics en Scientology.
Marco Frenschkowski en Alain Lallemand leggen het verband tussen enkele van de fictionele werken van Hubbard en thema’s en ideeën die men ook terug kan vinden in sommige inhoudelijke, theoretische elementen van Dianetics en/of Scientology. “Als auteur bewandelde hij vanaf toen het pad van de SF en de ‘fantastische’ roman. Reeds in eerder werken had hij een mythische visie op het brein ontwikkeld. Het brein zou aan z’n drager heel vreemde krachten verlenen.” (Alain Lallemand. 1994. p.93). Enkele selecties:
In ‘The Dangerous Dimension’ ondergaat Dr. Mudge bijvoorbeeld een verbazingwekkende persoonlijkheidsverandering wanneer hij een wiskundige formule ontdekt die hem toelaat te gaan waar hij ook wil, door enkel aan de plaats te denken. De superioriteit van de geest over de materie vormt het centrale thema in dit verhaal. (Marco Frenschkowski. 1999. p.4; Alain Lallemand. 1994. p.93; (Astounding Science Fiction 21 (5), Juli 1938, pp.100-112)).
In ‘The Tramp’ wordt een verhaal verteld over een zwerver die na een hersenoperatie miraculeuze krachten ontwikkelt die hem uiteindelijk vernietigen omdat hij de nieuwe situatie niet de baas kan. (Marco Frenschkowski. 1999. p.4; Alain Lallemand. 1994. p.93; (Astounding Science Fiction 22 (1) Sept. 1938, pp.70-86 ;22 (2), Oct. 1938, pp.90-105 ;22 (3) Nov. 1938, pp.46-65 (in 1992 als boek gepubliceerd))).
‘Masters of Sleep’ vormt een van de weinige literaire werken waar Hubbard openlijk propaganda maakt voor Dianetics. Het is eveneens een verhaal over persoonlijkheids-veranderingen door middel van de integratie van een ‘waking’ en een ‘dream consciousness’. (Marco Frenschkowski. 1999. p.4; (Fantastic Adventures 12(10) Oktober 1950)).
In ‘Typewriter in the Sky’ ontdekt een man dat hij een deel is van iemands anders verbeelding. (Marco Frenschkowski. 1999. p.5; (Unknown Fantasy Fiction 4 (3) Nov. 1940, pp.9-67 ;4 (4) Dec. 1940, pp.127-162 (in 1994 als boek gepubliceerd))).
‘Battlefield Earth’ werkte Hubbard af in 1982, na jarenlang geschreven te hebben over Scientology. Het is een lang verhaal (+1000p) over een toekomstige mensheid onderworpen aan buitenaardse wezens, Psychlo’s, die uiteindelijk kwaadaardige kosmische psychiaters blijken te zijn. Een man, Johnny Goodboy Taylor, wint toegang tot hun technologie en bevrijdt de mensen van slavernij. Dit boek werd later verfilmd met onder andere John Travolta in een van de hoofdrollen en won in 5 van de 7 categoriën van de 'Golden Raspberry Award', onder andere voor slechtste film en slechtste acteur (Marco Frenschkowski. 1999. p.5; Benjamin Beit-Hallahmi. 2003. p.20).
Hubbard's laatste werk is de decalogie 'Mission Earth' en vormt in feite een satire op verschillende aspecten van het leven in Amerika (Marco Frenschkowski. 1999. pp5-6).
De meest waanzinnige verhalen doen zich voor over het boek ‘Excalibur’, dat Hubbard in 1938 zou hebben geschreven, maar nooit werd gepubliceerd. Dit boek zou gegevens bevatten die zo verbijsterend waren dat het niet mocht worden gepubliceerd en waarvan aspirant-kopers moesten zweren anderen niet toe te staan het te lezen. In advertenties voor Excalibur stond als waarschuwing dat vier van de eerste vijftien mensen die het lazen krankzinnig waren geworden (Christopher Evans. 1973. p.74). Hubbard zou dit boek geschreven hebben na een bijna-dood-ervaring. Hij beweerde dat het onderzoek naar Dianetics begon met dit boek, in 1938 (Paulette Cooper. 1971. p.125). Christopher Evans, Russell Miller, Martin Gardner, George Malko, Arthur J Burks, Robert Vaughn Young, Paulette Cooper vermelden het boek ‘Excalibur’, maar spreken elkaar op verschillende punten tegen. In ‘Bare-faced Messiah’ van Russell Miller wordt het vermeld om uiteindelijk te lezen dat Hubbard beweerde het boek nooit te hebben geschreven. (Russell Miller. 1988. p.182). In het archief dat Gerald Armstrong vond, zouden drie verschillende versies van Excalibur teruggevonden zijn. In de ene versie zou hij het verhaal neergeschreven hebben na een bijna-dood-ervaring, in de andere versie na een bezoek bij de tandarts, onder invloed van lachgas (Russell Miller. 1988. p.74).
In een zesdelig werk, ‘The Scientology Story’, dat verscheen in de Los Angeles Times tussen 24 en 29 juni 1990, geschreven door Joel Sappell en Robert W. Welkos, wordt in het 5e hoofdstuk ‘The Making of a Best-selling Author’ uiteengezet hoe de verspreiding van het literaire werk van Hubbard door scientologen een strategie vormt om respect, invloed en uiteindelijk ook nieuwe leden te vinden (Sappell en Welkos. 1990. p.70). In dit artikel wordt bovendien uiteengezet hoe de verkoopscijfers van zijn boeken fictief de hoogte werden ingeduwd. Onder andere door het in massa kopen van de boeken en deze daarna terug te verkopen aan (in sommige gevallen diezelfde) winkel. Ook Richard Behar maakt hiervan vermelding in zijn artikel 'The Thriving Cult of Greed and Power'. (Sappell en Welkos. 1990. pp70-72; Richard Behar. 1991. p.9).
Tot zover de fictie, het eerder literaire werk van L. Ron Hubbard. Daarnaast bestaat er een gans oeuvre dat men tot de interne literatuur van Dianetics en Scientology kan toeschrijven. Eigenaardig genoeg begint het verhaal hiervan, of tenminste het succesverhaal, in het science-fiction milieu, met name met de publicatie van het artikel over Dianetics door Hubbard, en met de aankondigingen ervan door de redacteur John Campbell Jr. in eerdere uitgaven van het tijdschrift 'Astounding Science Fiction'.
Bibliografie:
Anderson Report. ‘Report of the Board of Enquiry into Scientology’ (Chapter 7: ‘Hubbard’s Scientific Deficiencies’ ; Chapter 8: ‘Hubbard’s Research’).
Berger, Albert I.. "Towards a Science of the Nuclear Mind: Science-fiction Origins of Dianetics". p.123-141
Fischer, Harvey Jay. ‘Dianetic Therapy: an Experimental Evaluation’. 1953.
Marco Frenschkowski ‘L. Ron Hubbard and Scientology: An annotated bibliographical survey of primary and selected secondary literature’.
Hayakawa, S.I. '"From Science-fiction to Fiction-science", Etc.: A Review of General Semantics'. pp280- 293.
Hubbard, L. Ron. ‘Dianetics 55!: Een handleiding voor effectieve communicatie'. Uitgeverij: New Era Publications International ApS. Kopenhagen, 1997
Hubbard, L. Ron. ‘Dianetics: De moderne wetenschap van mentale gezondheid. Een Handboek over de Dianetische Methode’. Uitgeverij: New Era Publications. Kopenhagen, 1982 (tweede editie).
Hubbard, L. Ron. 'Survival'.
Jacobsen, Jeff. 'The Hubbard is Bare'. 1992. ('Hubbard's sources'. 'Problems with the Engram Theory'. 'The ideal Dianetics society'. 'The murky state of Clear'. 'Review of Hubbard's theories'.)
Jacobsen, Jeff. 'Dianetics: From Out of the blue?'. pp.1-5.
Jacobsen, Jeff. 'Science and Dianetics'. pp.1-3.
Kent, Stephen A.. ‘The creation of 'religious' Scientology’. p97-126.
Wallis, Roy. "'Poor Man's Psychoanalysis?' Observations on Dianetics.".
Whitehead, Harriet. ‘Reasonably Fantastic: Some Perspectives on Scientology, Science Fiction and Occultism’. pp547-587.
Winter, Joseph. A Doctor's Report on Dianetics: Theory and Therapy. Uitgeverij: Julian Press/Crown Publishing Group. New York, 1987. (1951)
III.2.1 Inleiding
Om iets van Scientology te begrijpen kan je niet anders dan te beginnen bij de voorloper ervan en de technische fundering waarop ze steunt: Dianetics. Hubbard beweert zelf dat het onderzoek daarvan begon in 1935, 15 jaar voordat de eerste publicatie over Dianetics verscheen. "In 1935 werd met een deel van het basisonderzoek begonnen; in 1938 werden de voornaamste axioma's ontdekt en geformuleerd. Gedurende de daaropvolgende jaren werden deze axioma's getest in het laboratorium der wereld." (L. Ron Hubbard. 1950 (1982). p.451).
De vroegste vermelding van Dianetics vindt men terug in ‘Dianetics: The Original Thesis’ (Wichita, Kansas, 1951 (Los Angeles, 1977)). Aanvankelijk geschreven in 1948, opnieuw uitgebracht als ‘The Dynamics of Life’, maar pas voor het eerst gepubliceerd in 1951.
Het meest verspreidde en bekende boek is ‘Dianetics: The Modern Science of Mental Health’, dit werd op 9 mei 1950 voor het eerst gepubliceerd. Van dit boek wordt beweerd dat er tot en met 1999 reeds 20 miljoen exemplaren zijn van verkocht. Dit wordt algemeen gezien als het basiswerk en wordt meestal 'DMSMH' of ‘Book One’ genoemd (Marco Frenschkowski. 1999. p.7). Mei 1950, de publicatiedatum van het boek DMSMH, wordt in Dianetics en Scientology als begin van een nieuwe tijdstelling aangenomen. 'A.D.' staat dan niet voor de gebruikelijke ‘Anno Domini’, maar betekent ‘After Dianetics’ (Stewart Lamont. 1986. p.21). In het boek van Jon Atack staat dat Hubbard ooit beweerde het boek in de korte tijd van 3 weken geschreven te hebben (Jon Atack. 1990. p.78).
De allereerste publicatie van Dianetics is terug te vinden in het tijdschrift ‘Astounding Science Fiction’ (nr. 45(3) van mei 1950, pp45-87), waarin Hubbard tot dan toe science fiction verhalen publiceerde. Dit artikel verscheen enkele weken voor de publicatie van het boek 'DMSMH'', en werd voorafgegaan door enkele aankondigende artikels van John Campbell (Christopher Evans. 1973. p.35).
III.2.2 Evolutie
III.2.2.1 start in SF
John Campbell, die de redacteur was van het tijdschrift ASF (Astounding Science Fiction) kondigde al in December 1949 een artikel aan geschreven door L. Ron Hubbard ‘Dianetics… An Introduction to a New Science’.
“The item that most interests me at the moment is an article on the most important subject conceivable. This is not a hoax article. It is an article on the science of the human mind, of human thought. It is not an article on psychology - that isn't a science. It's not General Semantics. It is a totally new science, called dianetics, and it does precisely what a science of thought should do. Its power is almost unbelievable; following the sharply defined basic laws dianetics sets forth, physical ills such as ulcers, asthma and arthritis can be cured, as can all other psychosomatic ills. The articles are in preparation. It is, quite simply, impossible to exaggerate the importance of a true science of human thought.”
(Jon Atack. 1990. p.82; (John W. Campbell. Astounding Science Fiction (44)4, December 1949, 'In Times to Come'. p.80)
Enkele maanden later, in het nummer van april 1950, verscheen opnieuw een aankondiging van John Campbell in ASF met gelijkaardige aankondigingen van het artikel van Hubbard.[19] Het artikel van Hubbard verscheen in Astounding Science Fiction nr.45 (3). pp45-87, Mei 1950, en heette 'Dianetics: the evolution of a science'.
John W. Campbell Jr. was een gunstige aanwinst. Hij had naam gemaakt als redacteur van een gerespecteerd science fiction magazine en kende dokters, wetenschappers en uitgevers die steun konden verlenen aan Dianetics, Hubbard’s nieuwe wetenschap van mentale gezondheid. Campbell slaagde er bijvoorbeeld in Dr. Joseph .A. Winter, die ook af en toe publiceerde in ASF, te interesseren voor Dianetics (Roy Wallis. 1977. p.27). "Winter had previously been interested in Count Alfred Korzybski's methods of treating neurotics by teaching them general semantics, and like so many other members of the semantics movement, he found dianetics even more intriguing." (Martin Gardner. 1952. (Chapter 22: Dianetics). p.9)
III.2.2.2 initieel succes en ‘dianetica-rage’
Nog voor de publicatie van het artikel in ASF of van het boek DMSMH in mei 1950, probeerde Hubbard zijn 'nieuwe wetenschap van de mentale gezondheid' ingang te laten vinden in de wetenschappelijke wereld. Hubbard en Dr. Joseph A. Winter werkten bijvoorbeeld aan de nomenclatuur en terminologie van deze nieuwe wetenschap (Martin Gardner. 1952. (Chapter 22: Dianetics). p.9; Joseph A. Winter. 1951(1987)).
“A paper giving a 'resume of the principles and methodology of dianetic therapy' was submitted by Winter to the journal of the American Medical Association, but was rejected. A revised version including case histories supplied by Hubbard was submitted to the American Journal of Psychiatry, but again rejected. Dr Winter was also unsuccessful in his attempts to persuade other medical practitioners to try out the therapy. Hubbard therefore decided to write a book directed to the laity rather than the medical profession, and Campbell commissioned an article from him on Dianetics for Astounding.”
(Roy Wallis. 1977. p.28)
Het werk vond dus geen ingang in wetenschappelijke kringen en werd zelfs van het begin af aan sterk op de korrel genomen door de 2 leidinggevende gemeenschappen omtrent geneeskunde en psychologie, de APA (American Psychological Association; Roy Wallis. 1977. p.75) en de AMA (American Medical Association; Omar Garrison. 1974. p.17). Na deze mislukte pogingen probeerden Hubbard, Winter en Campbell hun nieuwe wetenschap ingang de laten vinden op een andere manier dan via een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Dit verklaart de publicatie van het artikel in een science fiction magazine en van het boek, dat eerder gericht was aan en geschreven was voor het grote publiek dan dat ze een poging vormde om ingang en aanhang te vinden in de wetenschappen. De aankondigingen van het artikel door John Campbell in ASF hadden echter al effect. In April 1950, dus een maand voor de publicatie van het artikel van Hubbard werd de 'Hubbard Dianetic Research Foundation' opgericht in New Jersey "to provide the services for which a demand was appearing.” (Roy Wallis. 1977. p.29).[20] De 'Board of Directors' van deze organisatie waren naast Hubbard zelf, dr. Joseph Winter en John W. Campbell (Eric Townsend. 1985. p.16).
De populariteit van het boek was groot en begin jaren ’50 ontstond een ware ‘dianetica-rage’ in de Verenigde Staten (Eric Townsend. 1985. p.16). Martin Gardner heeft het in zijn boek ‘Fads and Fallacies in the Name of Science’ uit 1952 over het ongelooflijke succes van Dianetics, een 'nation-wide cult of incredible proportions'. "Dianetics became a fad of the movie colony. It struck the colleges. Students held dianetic parties at which they tried the new therapy on each other." (Martin Gardner. 1952 (Chapter 22: 'Dianetics'). p.2).
Hubbard beweerde namelijk dat zijn ontdekte dianetische therapeutische technieken toegankelijk waren voor iedereen die de instructies kon volgen. Zo ontstonden al vlug verschillende zelfhulpgroepen. Hubbard zelf speelde hierin een centrale rol en bevond zich "at the centre of a growing movement for self-improvement with an enormous number of requests for information and clarification being directed at him." (Eric Townsend. 1985. pp13-14).
Kort na de oprichting van deze organisatie werd een tweede Foundation in Los Angeles opgericht, onder leiding van A.E. Van Vogt[21], eveneens een befaamd S.F. auteur die onder andere publiceerde in ASF. Dit centrum overleefde ongeveer een jaar en ook Van Vogt distantieerde zich al vlug van Dianetics en richte een eigen centrum up, geïnspireerd op dianetics, net zoals Joseph Winter reeds deed in Oktober 1950.
III.2.2.3 Inhoudelijk
III.2.2.3.1 Dianetica: theorieën
In dit hoofdstuk zal een heel beknopte weergave worden gegeven van enkele inhoudelijke en theoretische aspecten van Dianetics, zoals het auditeren, het bestaan en behandelen van engrammen, het onderscheid tussen het reactieve en analytische verstand, enz. In wat volgt zal ik heel kort enkele van deze elementen duiden.
In ‘Scientology: De Grondbeginselen van het Denken’ door L. Ron Hubbard staat Dianetics gedefinieerd als:
“DIANETICS: van het Griekse dia (door) en nous (ziel of verstand), dus ‘door de ziel’ of ‘door het verstand’ of ‘door het denken’; een systeem voor de analyse, sturing en ontwikkeling van het menselijk denken, met technieken voor vergroot vermogen, rationaliteit en vrijheid van datgene wat de enige bron bleek te zijn van aberraties en psychosomatische ziekten. Mei 1950 geïntroduceerd met de publicatie van Dianetics: de moderne wetenschap van mentale gezondheid door L. Ron Hubbard.”
(L. Ron Hubbard. 1978. p.i)
Dianetics bevatte reeds enkele belangrijke elementen die tot de kern van het latere Scientology zullen toebehoren. Volgens Dianetics is het enige doel in het leven 'Voortbestaan' en dit wordt bereikt via 4 dynamieken. De eerste dynamiek is die van het individu, de tweede de familie, de derde de groep en de vierde het ras. Elke mens probeert te overleven op deze 4 dynamieken (in Scientology wordt dit uitgebreid naar 8 dynamieken). Het probleem echter is dat elke mens 'geabbereerd' is, gestoord wordt in elke van deze dynamieken in zijn dynamische behoefte 'voortbestaan', en dit door het reactieve verstand.
Hubbard meende dat elke mens een zuiver, analytisch verstand bezit, en dat alle indrukken van de zintuigen door dit verstand worden geregistreerd en benut voor het geven van de juiste prikkels. Te vergelijken met een computer, is dit verstand in staat de goede beslissingen te nemen. Maar in het evolutieproces van de mens is een mechanisme ontstaan dat de werking van het analytisch verstand verstoort, namelijk het reactieve verstand.[22] Het reactieve verstand reageert op prikkels van buitenaf en legt indrukken vast van momenten van geestelijke of lichamelijke pijn, engrammen. Wanneer men later omstandigheden ontmoet die associaties oproepen met deze engrammen, dan schakelt het reactieve verstand het analytische verstand uit en laat zijn irrationele invloeden gelden.
De dianetische therapie, of het auditeren, beoogt de opgeslagen engrammen, deze geregistreerde pijn-indrukken, op te sporen. Wanneer een engram wordt ontdekt dan wordt de desbetreffende gebeurtenis gereconstrueerd en aldus overgebracht van het reactieve naar het analytische verstand. Naarmate meer engrammen zijn geneutraliseerd, worden de handelingen van de mens in grotere mate bepaald door het analytische verstand. Het uiteindelijk doel is dat alle engrammen onschadelijk worden gemaakt en alleen op die manier kan men (een) 'clear' worden. Iemand die onder invloed staat van het reactieve verstand is 'geabbereerd'. Iemand die nog niet 'clear' is, wordt een 'pre-clear' genoemd.
Auditeren bestaat uit het gericht stellen van vragen door de auditor aan een cliënt. De auditor is daarvoor opgeleid, de gebruikte methoden zijn gestandaardiseerd en de sessies staan onder controle van een 'case supervisor', die het verslag dat de auditor van elke sessie maakt bestudeert en zo nodig de auditor corrigeert.
Cruciaal is dat bij het auditeren gebruik wordt gemaakt van de e-meter, kort voor elektropsychometer. De e-meter wordt door Hubbard gedefinieerd als "een elektronisch instrument voor het meten van de mentale conditie en verandering van conditie van individuen, als een hulpmiddel voor grotere precisie en snelheid in het auditeren." (L. Ron Hubbard. 1978 (Verklarende woordenlijst). p.150). Dianetics ontstond echter zonder de e-meter. Christopher Evans traceert het bestaan ervan terug tot eind 1950/begin 1951: “Toen verscheen er aan het eind van 1950 of in het begin van 1951 een individu dat, Volney Mathison heette in Elizabeth, New Jersey, met bij zich een vreemde, maar intrigerende doos, die onder meer voorzien was van draden, handvaten en een wijzerplaat, en die naar hij beweerde de gedachten kon meten.” (Christopher Evans. 1973, p.77). Stephen Kent plaatst de introductie van de e-meter op 3 Maart 1952 (Stephen A. Kent. 1999b. p.4). Er werd een complexe terminologie ontwikkeld door Hubbard om de gegevens van de e-meter te interpreteren. "'theta bop' (steady dance of the needle); 'stage four' (needle goes up an inch or two, sticks, falls to the right and repeats this action); 'rock slam' (needle goes back and forth in jerky fashion); 'floating' (the goal of the auditing session when the needle floats free over a wide area unaffected by questions or commands).” (Stewart Lamont. 1986. p.26). De 'client' moet twee blikken vasthouden en afhankelijk van de beweging van de naald die volgt op een bepaalde vraag of actie van de auditor moet de auditor een specifieke respons geven. De specifieke voorschriften, vragen en responsen zijn nu de 'Tech' die Hubbard ontwierp.
Dit zijn, heel beknopt uitgelegd, enkele van de principes die centraal staan in Dianetics, de voorloper van Scientology. Voor een gedetailleerdere uitleg hieromtrent leest men best 'Book One' zelf ('Dianetics: De moderne wetenschap van de mentale gezondheid').
III.2.2.3.2 pseudo-wetenschap en eclectisme
Dianetics wordt het statuut van de exacte, precieze wetenschappen aangemeten. Meermaals wordt dat herhaald in het handboek ‘Dianetics: De moderne wetenschap van mentale gezondheid’ (DMSMH) en ook in andere Dianetics en Scientology-literatuur. Dianetics, zoals Hubbard die voor ogen had, ging verder dan psychologie en psychiatrie. In dit boek, het basiswerk van de dianetics, heeft hij het over een exacte wetenschap. “De ontdekkingen en de ontwikkelingen die het mogelijk hebben gemaakt de Dianetics te formuleren, namen vele jaren van wetenschappelijk onderzoek en zorgvuldige proefnemingen in beslag.” (L. Ron Hubbard. 1950 (1982). p.ix). “Als een wetenschap van het verstand haar naam waardig wil zijn, moet zij zich in experimentele precisie met de natuur- en scheikunde kunnen meten.” (L. Ron Hubbard. 1950 (1982). p.6). Jeff Jacobsen stelt in het tweede deel van zijn artikel ‘Medical claims within Scientology's Secret Teachings’ de (on)wetenschappelijkheid van Scientology en Dianetics aan de kaak. “Hubbard claimed that his auditing process was scientifically valid. L. Ron Hubbard constantly makes the claim that dianetics is a "scientific fact." In fact, he makes that claim 35 times in Dianetics: The Modern Science of Mental Health.” (Jeff Jacobsen. 1996. p.8). Als bewijs en argumentatie voor deze beweringen wordt telkens het jarenlange onderzoek van Hubbard vermeld. Onderzoeksresultaten worden echter niet meegedeeld, de woorden 'exacte wetenschap', 'jarenlang onderzoek', 'experimentele precisie', talloze succesverhalen, de leuze 'het werkt' en vooral Hubbard's autoriteit op dit vlak moeten volstaan als bewijs.
Reeds kort na de publicatie werd het boek onderworpen aan sterke kritiek. Naast verscheidene kritische besprekingen van het boek 'DMSMH' kort na diens veschijning in 1950, verschenen ook al vlug kritische wetenschappelijke artikels. "On June 1, 1950, Dr. Austin Smith, then editor of the Journal of the American Medical Association, sent a number of letters to doctors and medical societies throughout the U.S., asking their help. In his letters to the profession, he solicited authoritative statements that would convince the layman that Dianetics was a new and dangerous form of quackery." (Omar Garrison. 1974. p.17). Dr. John Winter distantieerde zich van Dianetics in Oktober 1950 en schreef 'A Doctor's Report on Dianetics: Theory and Therapy'. Hierin geeft hij kritiek op onder andere de notie van vorige levens die centraal zou worden in Dianetics en het latere Scientology.
Harvey Jay Fischer schreef in 1953 het artikel 'Dianetic Therapy: an Experimental Evaluation: A Statistical Analysis of the Effect of Dianetic Therapy as Measured by Group Tests of Intelligence, Mathematics and Personality'. Hij zette een experiment op om de effectiviteit van de dianetische therapie te testen. Aangezien deze therapie een positieve invloed beweert teweeg te brengen op het intellectuele en wiskundige functioneren en persoonlijke conflicten zette hij een experiment op met deze drie variabelen. Hij selecteerde drie groepen van 36 personen, die een verschillende hoeveelheid (0, 18 en 36 uren) dianetische therapie kregen gedurende een periode van 60 dagen. Zijn conclusie luidde dat er noch een positieve, noch een negatieve systematische invloed was op deze drie variabelen[23] (Harvey Jay Fischer. 1953. (Hoofdstuk IV) p.35).
In 1959 werd in ‘Psychological Newsletter’ een experimenteel onderzoek omtrent Dianetics gepubliceerd dat werd gevoerd door Jack Fox, Alvin E. Davis en B. Lebovit. In dit onderzoek gaat de aandacht naar de ‘engram-hypothese’ van Hubbard, een centraal concept in Dianetics. Volgens deze hypothese, of dit feit zoals Hubbard het stelt, worden engrammen opgenomen in de hersenen tijdens een onbewuste staat en is het mogelijk om via dianetische therapie, in een kort tijdsbestek, zich alles wat gebeurd is tijdens deze onbewuste staat te herinneren (L. Ron Hubbard. 1950 (1982). p.61). In dit onderzoek werd een experiment opgezet "in which a passage selected from a physics text was read to a subject placed in an unconscious state by administration of sodium pentothal. During a period of almost six months, dianetic auditors were unable to recover the passage. Thus, the engram hypothesis was not substantiated by this experiment.” (Fox, Davis en Lebovit. 1959. p.134).
Harvey Jay Fischer gaat ook in op de theoretische en inhoudelijke component van Dianetics en diens eclectische fundering. "Dianetic theory seems to have been developed through an eclectic approach that takes material out of context from other theoretical formulations and molds them to fit a contention which is not only unestablished (the memory engram) but which has much evidence against it." (Harvey Jay Fischer. 1953 (Hoofdstuk V). p.41). Overleven als doel van het leven kan Hubbard ontleend hebben aan Darwin, Bergson, Jung en/of Adler. Hubbard veronderstelt dat erfelijkheid relatief passief is en dat externe krachten het individu vorm geven. Dit herinnert aan de conditioneringtheorie van Pavlov en het behaviorisme van Watson. De dianetische definitie van het concept ‘engram’ werd al in 1904 voorgesteld door Richard Semon. Hubbard’s idee van het reactieve verstand lijkt een combinatie van Freuds onbewuste en Pavlov’s geconditioneerd gedrag (Harvey Jay Fischer. 1953. p.18).
"It seems that the reservations expressed in scientific circles about dianetic therapy are well founded. If a method is based upon loosely documented theory, then there is little hope for the efficacy of the method. The results of this study should serve as an example that a theoretical groundwork should be most thoroughly laid out before its tenets are tested."
(Harvey Jay Fischer. 1952 (Hoofdstuk V). p.41)
Hubbard zelf beweert zijn inspiratie gehaald te hebben bij Freud, Anaxagoras, Aristoteles, Roger Bacon, Boeddha, Charcot, Confucius, Rene Descartes, Will Durant, Euclidius, Michael Faraday, William James, Thomas Jefferson, Jesus, Alfred Korzybski, James Clerk Maxwell, Mohammed, Lao Tsze, van Leeuwenhoek, Isaac Newton, Thomas Paine, Plato, Socrates, Herbert Spencer en Voltaire. (George Malko. 1970. pp102-103)
Alfred Korzybski's 'General Semantics', eveneens populair in het science fiction milieu van de jaren '40-'50, vertoont grote gelijkenissen met Dianetics.
Het onderscheid tussen het analytische en het reactieve verstand doet denken aan Freuds bewust en onbewuste. Het reactieve verstand zelf werk op 'pavloviaanse manier', als een soort van stimulus-respons mechanisme.
Jeff Jacobsen bestudeert het eclectische aspect van Dianetics in het artikel 'Dianetics: From Out of the blue?'. Hij legt het verband tussen Hubbard's theorieën en die van dr. J Sadger (prenatale engrammen), Grace W. Pailthorpe, Nathaniel Thornton, Freud, Alfred Korzybski (general semantics) en Richard Semon. In het artikel 'Science and Dianetics' gaat hij de wetenschappelijkheid van Dianetics na en toetst hij de (on)falsifieerbaarheid van Dianetics.
Harvey Jay Fischer merkt op dat er een gevaar schuilt in de idee dat iedere persoon in een tijd van vier weken “[can] become qualified in practicing an art for which other therapies require so high an order of professional competence.” (Harvey Jay Fischer. 1953 (Hoofdstuk IV). p.40). Ook Joseph A. Winter maakt deze kritiek in zijn artikel 'A Doctor's Report on Dianetics' uit 1951.
Een belangrijk onderdeel in de pseudowetenschap van Dianetics en Scientology is de e-meter. In 1970 deed de 'British Psychological Society' een studie over de e-meter en oordeelde "dat hij niet meer was dan een onbetrouwbare versie van de oude galvanometer." (Christopher Evans. 1973. p.77.). Het Nederlandse overheidsrapport concludeert dat de e-meter zich qua principe noch werking fundamenteel onderscheidt van een leugendetector (Witteveen. 1984. p.157). (supra: 'IV.2: Scientology in de USA: .x FDA).
De e-meter wordt ook gebruikt voor 'Security Checks', of 'Sec Checks', iets wat Hubbard in 1959 introduceerde. De e-meter werd gebruikt om 'overts' op te sporen, die worden gedefinieerd als overschrijdingen van een morele code. Later werd 'Sec Check' omgedoopt tot 'Integrity Processing' of 'Confessional Auditing'. Een Sec-Check bestaat uit een lange lijst met vragen naar de verschillende 'overts', terwijl de 'cliënt' aan de e-meter is gekoppeld (Jon Atack. 1990. p.114).
“Something else had begun to happen which Winter does not mention but which was to result in the alienation of Campbell, Van Vogt, and a sizeable portion of Hubbard’s followers. That was that pre-clears and auditors had started pursuing engram ‘chains’ back past the prenatal stage and into past lives.”
(Harriet Whitehead. 1974. p.579)
III.3.1 Inhoudelijk
En juist daar ligt een eerste aanzet tot Scientology, namelijk in het volgen van de engrammen tot voor de geboorte en zelfs tot voor de conceptie. Enkele maanden na het verschijnen van Dianetics beweerde men engrammen te vinden die afkomstig waren uit vorige levens. "It appears that he briefly resisted the notion that this material emanated from past lives, but shortly became reconciled to this view and began experimentation on the running of past-life engrams." (Roy Wallis. 1977. p.90). Roy Wallis stelt dat deze ontdekking van engrammen uit vorige levens bijna automatisch volgt uit de aarde van de dianetische techniek. "Since the location of the basic-basic and its erasure would quickly result in clearing the case, it followed that if individuals were not cleared, there must necessarily be an earlier incident to resolve." (Roy Wallis. 1977. p.90).
In april 1951 ontsloeg Hubbard zichzelf van de 'Hubbard Dianetic Research Foundation', in 1952 richte hij 'the Hubbard Association of Scientology International' (HASI) op in Phoenix en kondigde hij een nieuwe vorm van 'clear' aan (Jon Atack. 1990. p.93, p.101).
In juni 1951, een groot jaar na de publicatie van het boek 'DMSMH' en twee maanden nadat Hubbard zichzelf had ontslagen uit de 'Hubbard Dianetics Research Foundation' verscheen wat wordt gezien als het 2e Dianetics boek: 'Science of Survival'. Hierin werkt Hubbard 'survival', het voorbestaan uit als 'dynamisch principe'. Ook andere elementen die later centraal zouden komen te staan in Scientology werden in dit boek uitgewerkt, zoals de toonschaal, ARC (Affinity, Reality, Communication), theta-MEST (Matter, Energy, Space, Time) en het materiaal omtrent vorige levens, dat een eerste aanzet vormde tot Scientology (Jon Atack. 1990. p.96).
Daarna volgde het boek 'What To Audit'. Dit boek wordt nog steeds uitgegeven, exclusief 1 hoofdstuk, onder de naam 'Scientology: A History of Man'. Daarin gat Hubbard dieper in op de 'Time Track'. Volgens Hubbard dragen we engrammen mee uit onze vorige levens. Hij onderscheidt verschillende vormen van leven die elk hun specifieke engrammen meebrachten zoals de 'helper', 'seaweed', 'jellyfish', 'clam', 'weeper', 'sloth', 'ape', 'pilt-down man', 'caveman', enz. Zo'n 35000 jaar geleden kwam de 'theta-being' naar aarde en transformeerde de 'caveman' in de homo sapiens. De 'theta-being' is echter onderhevig aan verschillende implantaten: 'Facsimile One', 'the Halver', 'the Joiner', 'the Between-lives', 'the Emanator', 'the Jiggler', 'the Whirler', 'the Fly-trap', 'the Boxer', 'the Rocker', enz. (Jon Atack. 1990. p.103). Elke mens is dus onderhevig aan engrammen en implantaten uit al deze categorieën, en enkel de auditingprocessen zoals die uitgeschreven werden door Hubbard kunnen je daar vanaf helpen.
Met behulp van de e-meter werd dit 'bewijs' gevonden voor het bestaan van vorige levens en voor de transformatie van Dianetics in Scientology. "Hubbard introduced it to the Dianetics community on March 3rd, 1952, and very quickly his followers were using these machines to unravel the reputed engrams of current (or 'present-time') and past lives.” (Stephen A. Kent. 1999b. p.4).
De fundamentele veronderstelling in Scientology is in feite dat de mens een 'thetan' is, wat op zich al een verklaring geeft voor het anti-psychiatrische element in Dianetics en Scientology. Hubbard expliceert bijvoorbeeld in 'Scientology: de grondbeginselen van het denken', waar hij Scientology definieert als een tak van de psychologie:
"De meer acceptabele en normale psychologie, zoals die werd begonnen door Thomas van Aquino en uitgebreid door een groot aantal latere schrijvers, werd in 1879 ernstig verstoord door ene professor Wundt, een Marxist, verbonden aan de universiteit van Leipzig in Duitsland, Deze man vormde het denkbeeld dat de mense een dier zonder ziel was en baseerde zijn gehele werk op het principe dat er geen 'psyche' was (een Grieks woord dat 'ziel' of 'geest' betekent."
(L. Ron Hubbard. 1978. p.7)
Een thetan is deze 'ziel' of 'geest', het 'ik' en neemt bezit van een menselijk lichaam. De thetan maakt geen deel uit van het fysieke universum, maar kan wel gezag uitoefenen op het MEST-universum (Matter, Energy, Space, Time) (Bryan Wilson. 1998. (pt.6.07). p.21). Thetans hebben dit MEST-universum geschapen enkel door er aan te denken. In de loop der tijd echter, zijn ze verstrikt geraakt in dit universum. Op die manier wordt de mens gehinderd, omdat hij door de geschiedenis heen gaan geloven is in de beperkingen van dit universum, en deze beperkingen worden opgeslagen in het reactieve verstand.
Een fundamenteel verschil tussen Dianetics en Scientology is dus dat men niet enkel de engrammen uit dit leven moet verwijderen, maar ook deze uit de vele vorige levens.
In Scientology wordt een onderscheid gemaakt tussen acht dynamieken, in Dianetics waren dit er vier. Deze zijn, gerangschikt van de 1e tot de 8e: de Zelfdynamiek, de Sexdynamiek, de Groepdynamiek, de Mensheiddynamiek, de Dierendynamiek, de Universumdynamiek, de Geestelijke dynamiek en de God of Oneindigheidsdynamiek. (Bryan Wilson. 1998. (pt.6.09). p.22).
Vanaf 1966 worden meer geavanceerder graden uitgegeven, de 'Operathing Thetan Levels'. In OT III, genaamd de 'Wall of Fire', leert men een gans nieuwe waarheid, genaamd 'Incident II' en wordt de kosmologie van Scientology verduidelijkt. 75 miljoen jaar geleden, wou de kwaadaardige, intergalactische strijder genaamd Xenu, het probleem van overbevolking oplossen. Hij nam alle mensen van zo'n 76 planeten (die de Galactische confederatie vormden) gevangen, bevroor ze en sloot ze op in vulkanen op de planeet Teegeeack, die nu de planeet Aarde blijkt te zijn. Daar werden al deze mensen geïmplanteerd met 'body thetans'. 6 jaar na deze gebeurtenissen heeft men Xenu kunnen gevangen nemen en opsluiten in een electronische val, maar de Galactische confederatie kon zich niet herstellen. Alle mensen hebben vandaag de dag nog steeds last van de vele 'body thetans' die 75 miljoen jaren leden werden geïmplanteerd en elke 'body thetan' moet 'gecleared' worden eer men verder op de ladder (de 'Bridge to Total Freedom') omhoog kan (Michael Robinson. 1995).
De laatste OT graad werd in 1970 ontworpen en was OT VII. In 1978 werden OT IV tot en met OT VII omgevormd tot de 'New Era Dianetics Operathing Thetan Levels', NOTs in het kort. Hubbard ontwikkeld deze samen met David Mayo, ze bestaan uit 55 memo's, met procedures om verschillende 'body thetans' uit te drijven (Jon Atack. 1990. p.198; Eric Townsend. 1985. p.23, p.39).
Scientology biedt nu de 'Bridge to Total Freedom' aan.. Deze brug bestaat uit een hele reeks stappen, waarin deze totale vrijheid bereikt wordt in het allerlaatste OT-level. In 1950 boodt Dianetics 2 statussen aan: clear en preclear, in 1954 boodt Scientology er 6 aan, in 1965 waren dat er 8, in 1970 meer dan 41, 94 in 1982. Hiernaast zijn er een hele 'bureaucratische statussen', met name 'hats'. (Bainbridge en Stark. 1985. p.277)
In veel gevallen is de eerste stap van de ladder het boek 'DMSMH' of de gratis persoonlijkheistest, IQ-test of stress-test. Deze zijn allen dezelfde, namelijk de 'Oxford Capacity Analysis Test', die bestaat uit zo'n 200 vragen. De volgende stappen zijn niet meer gratis, en hoe verder je geraakt op de ladder, hoe duurder deze cursussen worden. De twee belangrijkste stadia hierin zijn 'clear' en 'operating thetan'. John Foster liet een onderzoek voeren naar de waarde van deze OCA-test en oordeelde het gebruik hiervan, naar voorschriften van Hubbard, potentieel schadelijk is, daar er steeds de conclusie wordt aan vastgeknoopt dat de desbetreffende persoon grote problemen heeft en dat het volgen van een Scientology-cursus daar de enigste oplossing vormt (John Foster. 1971. (pt.131) pp65-68)
Deze 'ladder naar de totale vrijheid' bestaat uit twee delen: auditing en training. Auditing is wat hier net is uiteengezet, het 'clearen' van engrammen, training bestaat uit de opleiding tot auditor.
III.3.2 Organisationeel
Deze inhoudelijke verschillen tussen het 'oude' Dianetics en het nieuwe Scientology gaven Hubbard de kans terug een greep te krijgen op de Dianetics-gemeenschap (Stephen A. Kent. 1999b. p.4). Dit is ook het perspectief dat Roy Wallis aanneemt in zijn boek 'The Road to Total Freedom: a sociological analysis of scientology’, wanneer hij de transformatie van Dianetics in Scientology voorstelt als de transformatie van een 'cult' in een 'sect': “[...] from a loose, almost anarchic group of enthusiasts for a lay psychotherapy, Dianetics, to a tightly controlled and rigorously disciplined following for a quasi-religious movement, Scientology.”. Die transformatie wordt door Roy Wallis gezien als een strategie van Hubbard om zijn positie als leider te handhaven. “[...] a strategy by means of which leaders seek to perpetuate and to enhance their status by arrogating authority in an attempt to create a stable and cohesive following.” (Roy Wallis. 1977. p.15). Wallis stelt dat de verschillende Dianetics-organisaties slecht werden bestuurd in de jaren 1950-1951. Hubbard hield zich vooral bezig met het geven van lezingen en gaf weinig richting aan deze Foundations in hun dagelijks bestuur. Daarnaast was hij "progressively alienating other board members by his practice of initiating developments without consulting them, and by what some of them viewed as his increasingly evident authoritarianism.”, wat bijvoorbeeld blijkt uit de distantiëring van de orginele 'Board of Directors': John Campbell, A.E. Van Vogt en Dr. Joseph A. Winter (Roy Wallis. 1977. p.58).
"The men who had helped to make Dianetics a nationwide movement had deserted him. Winter, who had lent the air of medical authority; Morgan, the lawyer who had incorporated the first Foundation; Ceppos, the publisher who had unleashed Dianetics: The Modern Science of Mental Health on the world; and, most important, Campbell, Hubbard's first recruiter and greatest publicist, who had virtually created the Dianetics boom."
(Jon Atack. 1990. p.97)
Eind 1953, wordt de 'Church of Scientology' officieel geïncorporeerd, naast 2 andere kerken: de 'Church of American Science' en de 'Church of Spiritual Engineering'. Stephen Kent beargumenteert dat er pas een religieuze context en kosmologie werd ontwikkeld rond dit materiaal met de officiële stichting van de 'Church of Scientology' in December 1953 en de publicatie van de tekst 'The Factors' (Stephen A. Kent. 1999b. p.10).
Op 10 April 1953, ongeveer een half jaar voordat de 3 kerken werden geïncorporeerd, schreef Hubbard een brief aan Helen O'Brien, die toen aan het hoofd stond van de kerk in de Verenigde Staten.
"[...] telling her that it was time to move from a medical to a religious image. His objectives were to eliminate all other psychotherapies, to salvage his ailing organization, and, Hubbard was quite candid, to make a great deal of money. Being a religion rather than a psychotherapy was a purely commercial matter, Hubbard said. He enthused about the thousands that could be milked out of preclears attracted by this new promotional approach."
(Jon Atack. 1990. p.107)
Zelfs nadat Hubbard deze 3 kerken stichtte definieerde hij Scientology nog niet als een religie. In een publicatie begin 1954 ontkent hij dat Scientology een religie zou zijn:"Scientology has opened the gates to a better World. It is not a psycho-therapy nor a religion. It is a body of knowledge which, when properly used, gives freedom and truth to the individual." (Stephen A. Kent. 1999b. p.10). Ook later, in 1962, zou hij nog dit religieuze element gedeeltelijk ontkennen (Benjamin Beit-Hallahmi. 2003. p.18; (HCOPL, 29 October 1962)).
Stephen A. Kent bekijkt de religieuze transformatie van (de wetenschap) Dianetics in (de religie) Scientology als een legitimatie-middel. Het laat de organisatie toe "to engage the wider culture in ways that would be closed to it if it were to adhere to Hubbard's initial scientific assertions, while at the same time these claims provide it with a degree of protection from some forms of governmental incursion.”(Stephen A. Kent. 1999b. pp12-13).
De religieuze context zou pas werden ontwikkeld nadat er zich organisationele en financiële moeilijkheden voordeden in de verschillende Dianetics-organisaties. “Hubbard did not give the material [about past lives] a religious interpretation until after he experienced financial strain and membership decline. Arguably, he capitalized on the opportunity that presented itself by the past life material to develop religious claims out of a pseudo-therapy.”
(Stephen A. Kent. 1999b. p.9).
Don Purcell, een oliebaron die Hubbard hielp toen hij in financiële moeilijkheden verkeerde in 1951-1952, ontbond de 'Wichita Dianetic Foundation' en gaf alles over aan Hubbard. "These included the copyrights to several Hubbard books. The use of the word "Dianetics" and even the name "L. Ron Hubbard" had been in dispute." (Jon Atack. 1990. p.108). Ook dit gaf Hubbard de kans terug greep te krijgen over de Dianetics-gemeenschap.
Zoals in 'II.2: De definitorische problematiek' staat vermeld, zijn er verschillende voor- en nadelen verbonden aan de verschillende definities en omschrijvingen. De geschiedenis, evolutie en transformatie van Dianetics naar Scientology wordt dus kritisch bekeken door buitenstaanders. Critici "often resist its contemporary religious presentations, believing that it continues to use religion as an expedient device to gain the freedom to operate with minimal governmental interference." (Stephen A. Kent. 1999b. pp12-13). Niet tenminste omwille van de belastingsvoordelen die met de erkenning als religie gepaard gaan en in strijd lijken met de commerciële natuur van de organisatie. Maar de niet-religieuze ontstaansgeschiedenis van de organisatie is niet de enige reden waarom de religieuze natuur van Scientology soms in vraag wordt gesteld. In verscheidene voorschriften van Hubbard komt telkens weer dit financiële en commerciële aspect sterk naar voor. In Maart 1972 schreef Hubbard bijvoorbeeld de 'Governing Policy for finance'. "Points A and J were the same: "MAKE MONEY." Point K was "MAKE MORE MONEY." And the last point, L, was "MAKE OTHER PEOPLE PRODUCE SO AS TO MAKE MONEY." (Jon Atack. 1990. p.157).
Daarnaast is Scientology actief niet enkel op de religieuze markt."Its complex, international structure actively markets, promotes, and advertises material related to business management, education, mental health, physical health, drug rehabilitation, taxation, "moral revitalization" (to use its own term), and entertainment. These operations merge with the religious elements and aim at "getting the technology of LRH into new territories of the world" (Stephen A. Kent. 1999c. p.148.)
III.4 Sea Org, David Miscavige en het overlijden van L. Ron Hubbard.
Men zou de these kunnen stellen dat, aangezien de sterke grip die Hubbard had op de organisatie, Scientology aanzienlijk veranderd zou kunnen zijn in 1966, toen Hubbard afstand deed van zijn titel of rol als 'Executive Director', of na 24 januari 1986, de dag van zijn overlijden. Hoewel Scientology veranderde in de jaren '60, was dit niet omdat Hubbard officieel afstand deed van zijn titel 'Executive Director', maar juist omdat hij zich toelegde op meer 'spirituele' in plaats van administratieve zaken en zo nieuwe inhoudelijke, doctrinaire elementen ontwikkelde, zoals de 'Operating Thetan Levels' (OT), de 'Ethics-conditions' en bijhorende formules, de suppressieve persoon- en potentiële bron van moeilijkheden-doctrine (SP, PTS), de 'Fair-Game' praktijk, enz. (supra: 'III.6: Scientology en Kritiek').
In grote lijnen kunnen 2 breukmomenten worden onderscheiden. In 1966 word de 'Sea Organization' en het 'Guardian Office' opgericht (en daarbij horen ook enkele inhoudelijke en theoretische aanpassingen zoals bijvoorbeeld de O.T-levels, 'Ethics'-condities en 'Fair Game'-doctrine). Eind jaren '70, begin jaren '80, onderging de organisatie een transformatie, J. Gordon Melton noemt het een kleine contra-reformatie, met de ontmanteling van het 'Guardian Office' (GO), de oprichting van de 'Church of Scientology International' (CSI), 'Office of Special Affairs' (OSA), 'Author Services Inc' (ASI), 'Religious Technology Center' (RTC) en 'Scientology Missions International' (SMI), waarin David Miscavige een belangrijke rol speelt.
Hier ('III.4') zal enkel een korte beschrijving worden gegeven van de evolutie van verschillende organisaties en de 2 (r)evoluties. In het volgende deel ('III.5') zal worden ingegaan op de functies van deze verschillende organisaties.
In de lente van 1959 werd 'Saint Hill Manor' gekocht in England, wat voor enkele jaren (tot '66) het hoofdkwartier van Scientology zou worden (Eric Townsend. 1985. pp23-26).
In 1966 schreef Hubbard de 'Operathing Thetan Levels' (OT) I en II. Daarop deed hij afstand van zijn titel 'Executive Director' en startte de 'Sea Organization' (SO of 'Sea Org'), die zich uiteindelijk in 1975 vestigde in Clearwater, Florida als 'Flag Land Base' (FLB) (supra: 'III.5: Sea Org'). De eerste 'Advanced Organization' (AO) werd opgericht in 1968.
Pas vanaf de jaren '70 breidde Scientology zich uit naar niet-Engelstalige landen. Voorheen bleef dat beperkt bij de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada.
De transformatie in de organisatie vanaf 1979 met de uiteindelijke veroordeling van leden van het Guardian Office in 1983 worden door Melton vergeleken met de contra-reformatie van de rooms-katholitieke kerk in de 16e eeuw (J. Gordon Melton. 2001. p.5.). De aanleiding hiervan was voornamelijk 'Operation Snow White', opgezet door het GO (Guardian Office), waarover meer in het volgende hoofdstuk (supra: 'III.5: .x GO, OSA')
Op 1 September 1979 neemt 'CMO Int' (Commodore's Messenger Organization International) alle management-afdelingen over en zet een herorganisatie van de kerk in gang. David Miscavige wordt de 'Action Chief' in CMO Int. In April 1979 vormde CMO Int. de organisatie WDC (Watchdog Committee), die de hoogste 'management-unit' is in CSI (Church of Scientology International), die op zijn beurt in 1982 wordt uitgeroepen tot de moederkerk (Jon Atack. 1990. p.199).
In Oktober 1979 worden 11 GO leden worden veroordeeld voor "breaking and entering, burglary, bugging, theft of tens of thousands of pages of government documents, false imprisonment, forging government credentials, forging evidence, destroying evidence, coaching a witness to lie under oath and kidnapping." (Jon Atack. 1990. p.177). Tot Februari 1980 woont Hubbard in Hemet, Californië (bij Gilman Hot Springs), daarna duikt hij onder en onderhoudt enkel contact met David Miscavige via Pat en Annie Broeker. Hij vestigt zich in een ranch in Creston, San Luis Obispo, Californië (en overlijdt daar op 24 Januari 1986). (Russell Miller. 1988. p.364)
In Maart 1981 wordt Mission Corporate Category Sort-out (MCCS) opgezet die als doel heeft elk (financieel) verband tussen Scientology en Hubbard te verduisteren en aan de oorzaak ligt van de herorganisatie van de kerk. In Juni 1981 wordt Bill Franks de nieuwe 'Executive Director Int.', een positie die sinds 1966 vacant was, daar ze toen verlaten werd door Hubbard (Jon Atack. 1990. p.204).
In 13 Oktober 1981 word ASI (Author Services Inc.) geïncorporeerd door Sherman Lenske, de persoonlijke advocaat van Hubbard en wordt David Miscavige aangeduid als de CEO en 'Chairman of the Board' van ASI. Tegelijkertijd worden ook BPI (Bridge Publications Int.) en NEP (New Era Publications) opgericht, beiden uitgeverijen, ASI heeft als officiële functie de literaire belangen van Hubbard te beschermen. In November 1981 wordt CSI (Church of Scientology International) de nieuwe moederkerk. 23 December 1981 wordt SMI (Scientology Missions International) opgericht. 1 Januari 1982 wordt RTC (Religious Technology Center) opgericht en op 16 Mei 1982 worden alle trademarks van Dianetics en Scientology aan RTC overgedragen. Op 28 mei 1982 wordt CST (Church of Spiritual Technology) opgericht door Sherman Lenske. In December 1983 vervangt OSA (Office of Special Affairs) de functies die het GO (Guardian Office) voor zich nam. 6 Oktober 1984 wordt IAS (International Association of Scientologists) opgericht en op 8 November 1984 Celebrity Centres International, om de verschillende Celebrity Centers te overkoepelen. Later, in 1988, wordt ABLE opgericht, die verschillende organisaties overkoepelt, waaronder Narconon, Criminon, 'Applied Scholastics Int' en 'The Way To Happiness Foundation'.
In het volgende hoofdstuk zal aandacht worden besteed aan enkele van deze afdelingen die samen de organisatie Scientology vorm(d)en. Naast de organisaties die hierboven staan vermeld zijn dit 'Rehabilitation Project Force' (RPF), CCHR (Citizens Commission on Human Rights), NCLESJ (National Commission on Law Enforcement and Social Justice), WISE (World Institute of Scientologists Enterprises), EOPAHR (European Office for Public Affairs and Human Rights).
III.5 De interne organisatie en hiërarchie in Scientology:
Bibliografie Scientology organisationeel:
Atack, Jon. 'A Piece Of blue Sky: Scientology, Dianetics and L. Ron Hubbard Exposed'.
Cisar, Joseph. ‘Lafayette’ Ronald Hubbard’s Policy in practice in media and public relations’.
Hubbard, L.Ron. 'Inleiding tot de Ethiek van Scientology'.
Kent, Stephen. ‘Brainwashing Programs In The Family/ Children Of God And Scientology’. (Zablocki, Benjamin & Robbins, Thomas (eds). ‘Misunderstanding Cults: Searching for Objectivity in a Controversial Field’). pp349-378.
Melton, Gordon J. ‘A Contemporary Ordered Religious Community: The Sea Organization’.
Ottmann, Martin. ‘Affidavit in Support of a Citizen Complaint’.
Pentikäinen, Juha; Redhardt, Jurgen F.K. and York, Michael. ‘The Church of Scientology’s Rehabilitation Project Force: Background.’
Pentikäinen, Juha; Redhardt, Jurgen F.K. and York, Michael. ‘The Church of Scientology’s Rehabilitation Project Force: The Interviews.’
Rigal-Cellard, Bernadette. ‘SMI : Scientology International Missions, an Immutable Model of Technological Missionary Activity’.
Townsend, Eric. 'The Sad Tale of Scientology: A Brief History 1950-1985'.
Een van de meest complexe zaken aan Scientology is de organisationele structuur. De organisatie Scientology bestaat in feite uit vele kleinere organisaties die elk hun eigen functie en rol hebben. Daarnaast kunnen grofweg twee momenten worden onderscheiden die een herorganisatie van de kerk inhouden. Vanaf 1966 met de oprichting van de 'Sea Org' (SO) en het 'Guardian Office' (GO), en vanaf 1979 met de ontmanteling GO en de oprichting van de 'Church of Scientology International' (CSI), 'Religious Technology Center' (RTC), Scientology Missions International (SMI), 'Author Services Inc' (ASI), 'Watchdog Committee' (WDC) en andere. Ook naast de 'Church of Scientology International' (CSI), die als moederkerk wordt gezien, bestaan er organisaties die min of meer deel uitmaken van de Scientology organisatie.
Het grote scale aan neergeschreven managementmaatregelen van Hubbard[24]