| De ceremoniële dansen van de Wodaabe nomaden uit Niger. Een onderzoek naar de gelaatsbeschilderingen. (Jacques Van Nieuwerburgh) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
In dit tweede hoofdstuk gaan we dieper in op jaarlijkse bijeenkomsten van de fracties. Die hebben plaats aan het einde van het regenseizoen, wanneer het gras overvloedig aanwezig is en de waterpoelen gevuld zijn. Dit maakt het mogelijk om met grote groepen, inclusief de kuddes, gedurende een week lang samen te zijn op een beperkte plaats.
Voor de Wodaabe is dit het hoogtepunt van het jaar. Met de voorbereidingen, zoals het klaarmaken van de dansuitrusting voor de mannen en de vrouwen en het oppoetsen van de huisraad, wordt geruime tijd op voorhand begonnen. Tijdens de deze bijeenkomsten worden de geboortes gevierd, huwelijksverbintenissen aangegaan en recht gesproken.
Er wordt dagelijks gedanst en bij sommige van deze dansen beschilderen de mannen het gelaat. Een opgave die verschillende uren in beslag neemt. We gaan de verschillende evenementen die zich afspelen op deze jaarlijkse bijeenkomsten van naderbij bekijken en nagaan op welke manier de dansen hierin een onderdeel vormen. Deze dansen worden in een bredere context geplaatst om ze beter te begrijpen.
Binnen deze verhandeling gebruiken we verschillende termen waarmee deze dansen aangeduid worden. We volgen hierbij de terminologie die in de literatuur gebruikt wordt en die volgens ons bepaalde aspecten accentueert. Op die manier kan het ceremonieel karakter, het wedstrijdelement of de ritmische bewegingen van de dans uitgediept worden.
Wat deze jaarlijkse bijeenkomsten betreft dienen we een onderscheid te maken tussen twee types, die we afzonderlijk bespreken. Enerzijds is er de worso, die zich jaarlijks afspeelt binnen dezelfde fractie. Anderzijds kent men ook de geerewol, een evenement dat zich afspeelt wanneer twee tegengestelde lineages elkaar opzoeken. Deze laatste wordt getypeerd door een specifieke dans, die zijn naam aan de bijeenkomst gegeven heeft. We gaan dieper in op de verschillende soorten dansen die tijdens deze bijeenkomsten naar voor gebracht worden en de context waarin dit gebeurt.
2.1. De jaarlijkse bijeenkomst of worso
Gedurende de transhumance hebben verscheidene familiegroepen van dezelfde fractie gelijklopende migratieroutes gevolgd zoals die aangegeven werden door de ardo, of fractieleider. Aan het einde van dit traject komen ze samen zoals op voorhand beslist was. Sommige Wodaabe, zoals die uit de Damergou regio, vinden elkaar op de terugtocht van hun transhumance, waar ze het droogseizoen doorbrengen.
Deze bijeenkomsten laten de cohesie zien binnen de fractie. Uit de aanwezigheid, maar ook de afwezigheid kan men opmaken welke verwantschapsgroepen een eenheid vormen en welke zich eventueel afsplitsten. Sommige fracties van dezelfde lineage die zich afgescheurd hebben kunnen toch uitgenodigd worden op deze worso. Soortgelijke afsplitsingen brengen geen schade toe aan de bloedverwantschap.
Alle belangrijke gebeurtenissen van het afgelopen jaar die bij de verschillende familiegroepen plaats hadden, worden tijdens deze bijeenkomst samen gevierd. De worso, die ongeveer 3 tot 4 dagen duurt, laat daarom in verkorte vorm het sociale leven van een fractie zien. De geboortes worden gevierd, huwelijken worden bezegeld en de rechtspraak wordt uitgevoerd. De familiegroepen worden er hier aan herinnerd dat ze deel uitmaken van een grotere sociale groep. Na deze samenkomst gaan ze elk weer hun eigen weg. (Dupire 1996:223)
Deze bijeenkomsten bieden de mogelijkheid om tieners met elkaar kennis te laten maken en eventueel geschikte partners te vinden. Deze gemeenschap staat bekend om hun relatief vrije seksualiteit voor het huwelijk. Hierover praten ze zelf niet aangezien het indruist tegen de sociale code van gereserveerdheid of pulaaku. (Bovin 2001:39)
Toch worden deze bijeenkomsten vooral gemarkeerd door de typische ceremoniële dansvoorstellingen die deze fracties samenbrengen. De gelaatsbeschilderingen die ter gelegenheid van deze dansen aangebracht worden, vormen het onderwerp van deze verhandeling en worden geanalyseerd in het vierde hoofdstuk.
De grote van deze bijeenkomsten varieert naargelang de sublineages. Honderden mannen en vrouwen uit tientallen families, verzamelen zich, samen met hun kuddes. De opstelling van hun kampementen volgt een strikte oriëntatie zoals we dit gezien hebben binnen de wuro, of kampement.
Eventueel wordt er tijdens deze worso de beslissing genomen om een geerewol bij een ander lineage te geven. (zie 2.3.3.2). Dit zal beslist worden door de ardo, in overleg met de raad der ouderlingen, maar gebeurt op aanvraag van de jonge dansers onder leiding van hun samri.
2.1.1. Voorbereidingen op de samenkomsten
De ardo, samen met de raad van ouderlingen komen samen, enkele dagen voor het gebeuren om plaats en tijdstip van de grote bijeenkomst uit te stippelen. Er wordt gezocht naar een locatie die voldoende groot is om de kampementen op te stellen. De beschikbaarheid van water en graslanden voor de talrijke kuddes is van primordiaal belang. De voorstellingen hebben meestal plaats in de brousse, maar kunnen ook gehouden worden in de nabijheid van een dorp of waterput. (van Offelen 1983:127)
Elk persoon bereidt zich geruime tijd op voorhand individueel voor op deze bijeenkomsten. Deze voorbereiding betreft vooral de dansuitrusting en de opsmuk. Mannen maken halskettingen en armbanden versierd met koperen ringen en gekleurde glaskralen of schelpen. Ze maken hun amuletten klaar die tijdens hun optredens hun schoonheid en charme moeten uitdrukken. De vrouwen zorgen ervoor dat de kalebassen worden gewassen, wit of rood gemaakt, eventueel gerepareerd, of gedecoreerd met zilveren ringen.
Dezelfde ruimtelijke oriëntatieregels zoals we bij de wuro of kampement zagen, vinden we terug bij de opstelling tijdens een worso (zie 2.2.). Het is een hiërarchische opstelling met in het zuiden de nakomelingen van oudste voorouder en naar het noorden toe de nakomelingen van de jongere broers. Sommige kampementen stellen zich in een parallelle lijn op, waarmee deze subgroepen kenbaar maakt dat ze zich zullen afsplitsen. Door deze opstelling, die verschillende kilometers lang kan zijn, worden alle relaties van genealogische senioriteit zichtbaar. (Durou & Loncke 2000: 104)
De wijze waarop de vrouwen tijdens de worso hun suudu of woonst opstellen verschilt van de dagdagelijkse manier. De ceremoniële kalebassen, haar meest waardevolle eigendom, wordt op een kalebastafel met veel zorg tentoon gespreid. Vroeger maakte hier ook de kaakol deel van uit, nu enkel nog de elletel. Deze uitzonderlijke pakketten, de kaakol en de elletel (zie 1.2.4.3) samen met de andere kalebassen worden geschikt volgens grootte, van noord naar zuid. (Dupire 1996:158) (Bovin 2001: 65). Bij het voorleggen van afbeeldingen van kalebastafels konden onze informanten (Djouri Bigué, Guirgui Ganayi, Bouda Droh) aanduiden tot welke lineages de eigenaars van de tafel behoorden.
2.1.2. Verloop van de evenementen
Elk kampement viert de naamgevingceremonieën, huwelijken of overlijden met de leden van andere kampementen die er betrekking op hebben. We bekijken deze ceremonieën van naderbij. Meestal gaan ze gepaard met het slachten van vee volgens bepaalde rituelen, met een socio-magisch karakter. Ze verschillen echter van de islamitische offerslachtingen bij de overledenen. (Dupire 1996:214)
Aan de westelijke zijde worden twee rituele beschuttingen gebouwd, suura genaamd. Eén ervan wordt gebruikt door de ouderlingen, de andere door de jonge dansers. Het bestaat uit een palissade van takken met ervoor een uitgespreid grastapijt. Hier zullen ze tweemaal daags hun maaltijden nemen, die hun aangebracht worden door de vrouwen, in een lange processie, met op hun hoofd de kalebassen met melk en gierstbrij. (van Offelen 1983: 147)
Naar het einde van de worso toe, worden er wedstrijden gehouden met kamelen waarbij de mannen hun kunde laten zien of strijden om de snelste. Op de laatste nacht van de worso, wordt nog een ruume, een circulaire vriendschapsdans uitgevoerd.
2.1.2.1. Huwelijken
De huwelijksregelingen van het koobgal huwelijk verlopen over verschillende jaren. Bij de geboorte, of zelfs ervoor, wordt een rund geschonken aan de ouders van het meisje, dat geslacht wordt. Vanaf dat moment worden de kinderen reeds echtgenoten genoemd. Na verloop van enkele jaren wordt het verbond tussen de kinderen opnieuw bevestigd door het geven van een stier, die aangeduid wordt met de specifieke term gai koobgal.
De laatste slachting zal het huwelijk volledig voltrekken. Hierbij wordt de kudde van de vader van de echtgenoot gepresenteerd aan de familie van het meisje. De tegenpartij spot met de kwaliteit van de dieren, een ritueel gebruik, waarna vervolgens de drie beste runderen uitgekozen worden. Het koppel en hun ouders mogen niet aanwezig zijn bij dit ritueel. De volgende morgen wordt er melk aangebracht en in een mat wikkelt men een jongetje. Een oude vrouw spuugt melk op de kinderen en brengt ze rituele slagen toe. Hiermee is het huwelijksritueel voltrokken. (Dupire 1996:233) (van Offelen 1983:150)
Toch blijven de gehuwden de volgende maanden elk bij hun eigen familie. Het meisje is dan tussen de 8 en 13 jaar, terwijl de jongen 13 tot 15 jaar telt. De vrouw mag er andere relaties op nahouden, behalve met haar eigen man. Bij de eerste menstruatie worden twee vaarzen geschonken aan de ouders van de vrouw. De man moet verschillende pogingen ondernemen om zijn vrouw bij hem te krijgen. De verloofden moeten vanaf het begin strikte verbodsregels naleven, die de sociale gedragscode mbodangaaku voorschrijft. De geboorte van een kind kan gezien worden als de laatste schakel in het huwelijk. Hierbij zal ze opnieuw intrekken bij haar ouders en na enkele jaren terugkeren naar haar man. Vanaf dan mag ze haar eigen suudu opzetten en wordt ze beschouwd als volwaardige vrouw. (Dupire 1996:238)
2.1.2.2. Naamgeving bij geboorte
Tijdens de worso worden de geboortes gevierd door middel van de naamgevingceremonie, toko genoemd. Bij dit ritueel, waardoor het vaderschap bevestigd wordt, slacht de vader van het kind een stier, waarbij het vlees verdeeld wordt over de twee families. Ook dit ritueel gebeurt in afwezigheid van de ouders en het kind. Bij de geboorte van een tweede kind zijn de rituelen sterk vereenvoudigd en volstaat de offerslachting van een schaap.
Volgens Brandt wordt het hoofdhaar van de baby geschoren, door de grootmoeder, met alle de vrouwen van het kampement eromheen. Aan de andere kant van de kalfskoord staan de mannen met groene takjes. De grootmoeder slaat een in melk gedrenkte takje op het voorhoofd van het kind, terwijl ze de naam uitspreekt. Daarna wordt een rund geofferd, het vlees voor de mannen wordt op brochettes gebakken, terwijl het vlees voor de vrouwen gekookt wordt. (Brandt 1956:90)
De mannelijke aanverwanten van de vader brengen de kudde naar de achterzijde van de suudu aan moeders zijde, waarbij een rund geselecteerd wordt dat men tokoori noemt. Het dier wordt geslacht en elk deel is voor een specifieke persoon bestemd. Deze verdeling heeft een sterk symbolisch karakter: zo krijgen de vrouwen het achterste deel, aangezien zij de man volgen. De jonge mannen krijgen de nek en de borst, symbool voor sterkte, de vrouwen daarentegen het hart. Deze stier staat voor de eenheid van beide families. (van Offelen (1996:145)
Volgens Dupire kent deze ceremonie een islamitisch religieus karakter, afhankelijk van de graad van islamisering. Men vindt er ook Fulbe elementen in terug, zoals het uitspreken van de naam en het offeren van een stier. De deelname van het vee is een vereiste, omdat er een wisselwerking is van vruchtbaarheid tussen het dier en de pasgeborene. Ook de keuze van de naam heeft een magische kracht, waarvan men sterk overtuigd is. (Dupire 1996:227)
2.1.2.3. Tweede naamgeving
Om als volwassenen volledig erkend te worden, moeten de jongeren een tweede naam ontvangen. Deze keer betreft het een collectieve naam die ze als leeftijdsgroep samenbrengt9. Vanaf de leeftijd van ongeveer twaalf jaar zijn ze oud genoeg om deel te nemen aan de dansen en wordt er van hen verwacht dat ze zich volledig in overeenstemming met de gedragscode, mbodangaaku gedragen.
Bij deze leeftijdsgroep gaat opmerkelijk veel aandacht naar het nastreven van de esthetische idealen. Elke dag wordt opmerkelijk veel aandacht besteed aan het gelaat, waarbij men de oogrand zwart maakt en soms kruidenmaskers opbrengt. Sommige jonge mannen zijn niet geschikt om te dansen, vanwege bijvoorbeeld oogziekten. De jonge mannen, sukaabe genoemd, blijven deel uitmaken van hun groep tot ze stoppen met dansen. De meisjes, surbaabe, maken van hun leeftijdsgroep deel uit tot ze hun eerste kind krijgen. (van Offelen 1983:65)
De indeling van leeftijdsgroepen is afhankelijk van de fractiegrootte. De groepen kiezen samen een leider, de samri. Hij zal na goedkeuring van de raad der ouderen en de ardo, aangesteld worden als verantwoordelijke en tussenpersoon. Deze samri maakt deel uit van een oudere leeftijdsklasse en speelt een belangrijke rol tijdens deze bijeenkomsten. Hij zorgt voor de discipline tijdens het dansen. Onder de meisjes benoemt hij een leidster die aan hem verantwoording verschuldigd is. Binnen de leeftijdsklasse worden ook zangers gekozen die liederen maken en het koor dirigeren. (Dupire 1996:303) (Bovin 2001:66)
De naamgeving aan deze jonge dansers gebeurt bij de suura van de ouderlingen. De leeftijdsgroep of waalde biedt zich aan en maken een symbolische betaling aan de samri met een snoer van kaurischelpen (sorol). Vervolgens krijgt de groep door de raad der ouderlingen een gemeenschappelijke naam. De ouderlingen ontvangen de kaurischelpen. Bij de meisjes komen deze naamgevingceremonieën niet voor (informant Bobou Doudje). Vanaf deze gelegenheid mogen de jongemannen de meisjes het hof maken. (Durou & Loncke 2000:124)
2.1.2.4. De ndotti’en spreken recht
De ouderen trekken zich terug in hun suura en beraadslagen omtrent de problemen waarmee hun fractie te kampen heeft. Zij zijn de behouders van de traditie, mbodangaaku, en zien toe op de naleving ervan. Ze beslissen omtrent alles wat het welzijn van de fractie aanbelangt en genieten daardoor veel respect.
Hier gebeurt ook de rechtspraak, door de ndotti’en. Het kunnen geschillen betreffen tussen families of inbreuken tegen de sociale gedragscode, mbodangaaku. Enkel bij een algemene consensus wordt recht gesproken. Er worden geen straffen als dusdanig opgelegd, zeker geen lijfstraffen. De ergste straf, die zelden uitgesproken wordt, is de verbanning uit de groep. Hun straffen zijn vooral beteugelend en in sommige gevallen wordt de schade vergoedt met uitbetaling van vee. Meestal volstaat het dat een schuldige zich op de grond werpt om vergeving te vragen. Indien er ruzie gemaakt worden tijdens het dansen wordt hun dansuitrusting afgenomen, tot na de worso. (Loncke 2000:126)
Hoewel deze ouderlingen veel respect krijgen, wordt deze rechtspraak volgens Dupire niet serieus genomen en moeten de jonge mannen het lachen verbergen. Dit tribunaal lijkt hen eerder te amuseren dan indruk te maken. Tegenwoordig worden de sancties nog maar weinig doorgevoerd gezien het gebrek aan rechtsgeldigheid. (Dupire 1996:298)
2.1.2.5. Inspectie van de kalebastafel (saga)
De hele kalebasverzameling van de vrouw wordt tijdens deze bijeenkomsten geschikt op een smalle tafel, gedragen door 4 of 6 gevorkte stijlen, waarop horizontale palen rusten. Op deze tafel staan een vijftigtal kalebassen in stapels geschikt. De kalebassen worden hiërarchisch gerangschikt van groot naar klein volgens de noord – zuid as (Afb. 24). Rond de kalebassen is een geweven net van palmvezels (hyphenae thebaica), dat als bescherming dient. (Durou & Loncke 2000:72)
Afb. 24: Kalebas tafel (saga) met benaming van de onderdelen.

![]() |
a: Dangalé: tafelstijl (ook benaming van tatoeage). b: Gatal saga: ornament van de tafelstijl. c: Leeso: mat waarop men slaapt. d: Elletel: kalebaspakket. e: Gatel elletel: zadel voor pakket. f: Gashungol elletel: vlechtwerk dat pakket samenbindt. g: Tekere: kalebashouder, ring van gras h: Tuumude: kalebas waarin restje zure melk bewaard blijft. i: Tuumude: kalebas met gierstbrei. j: Sonporé: gevlochten kalebasbeschermer. |
Twee uitzonderlijke pakketten: de kaakol en elletel
De Wodaabe hebben in hun verzameling kalebassen, twee uitzonderlijke pakketten : de kaakol die ongeveer 1m hoog is en de ‘elleti (of elletel), een kleinere versie die half zo groot is. Ze zijn gefixeerd op twee korte brancards, die dienst doen als zadel (Afb. X). Volgens Dupire is dit reservemateriaal van kledij, gerief en eten. Ze worden ingepakt in een dicht geweven mat, omwonden met dierenhuiden, en vervolgens afgebonden met leren riemen. Daarna worden ze vrij gedecoreerd met metalen knopen en ringetjes. Ze mogen enkel in extreme nood opengemaakt worden. (Dupire 1996: 57)
Volgens Dupire krijgen de vrouw ze cadeau van haar moeder wanneer ze haar eigen suudu betrekt. Ze symboliseren de socio-economische status van de getrouwde vrouw en staan voor een zekere welstand, gezien de pakos waarop ze bevestigd worden. (Dupire 1996: 135) Volgens van Offelen is de elletel afkomstig van de moeder en de kaakol van de schoonmoeder. (van Offelen 1983: 45) Bij Bovin bevatten deze pakketten geheime dingen, zoals amuletten van de familie van de vrouw. Ze ziet hierin een soort historische annalen, met een collectie van clanstukken. De kaakol mag nooit aangeraakt worden door de man. (Bovin 2001: 66) Loncke ziet hierin een magische vruchtbaarheidscontainer, eveneens met amuletten van haar moeder. (Durou & Loncke 2000: 52)
Volgens onze informanten maakt de kaakol niet langer deel uit van de huisraad. Dit pakket is samen met de pakos, op wiens rug het bevestigd is, in onbruik geraakt. Elke vrouw daarentegen heeft de elletel in haar bezit, soms meerdere. We hebben onze informanten (Djouri Bigué, Bouda Droh, Guirgui Ganayi) een aantal foto’s voorgelegd van verschillende kaakol en elletel op hun kalebastafel. Ze konden zonder moeite aanduiden van welke lineages deze voorwerpen afkomstig waren.
Tijdens de worso worden deze kalebastafels geïnspecteerd door de andere vrouwen van de kampementen. Ze slenteren langs de verschillende woonsten (cuudi) soms zingend of dansend, terwijl ze commentaar geven over de presentatie van de opstelling. Men spaart daarbij geen kritiek of spot. De mooiste opstelling wordt onthaald op een dans van voetgestamp en handgeklap. Deze inspectie kan beschouwd worden als een ceremonie en symboliseert de vooraanstaande rol van de vrouw in het welzijn van de lineage. (van Offelen 1983:146) (Durou & Loncke 2000:121)
Tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten worden er met regelmaat dansen voorgesteld, die elk hun specifieke karakteristieken en doelstellingen hebben. Ze worden georganiseerd door de samri of leider van de dansgroepen. Deze dansen nemen alle dagen van de worso plaats en spreiden zich over de hele dag.
De dansvoorstellingen die we bij de Wodaabe zien, omvatten meer dan we met deze westerse term uitdrukken. Het is een combinatie van dans met zang, die ook als schoonheidswedstrijd gezien kan worden, waarbij het aspect van de verleiding fundamentele rol speel. Alle auteurs zijn het er over eens dat het een mengeling betreft waarin al deze elementen terug te vinden zijn.
Het competitieve element bij sommige van deze dansen betreft niet alleen de schoonheid van voorkomen. Ook het ritme, de passen en de bewegingen moeten uitmuntend zijn in elegantie en bekoorlijkheid. Het bekoren van de vrouwen vormt immers de belangrijkste reden van deze mannendansen. Bovin omschrijft het als een arena waarin geflirt wordt met het oog op koppelvorming om eventueel een nieuw huwelijk aan te gaan. (Bovin 2001:53)
De leeftijd van de dansers varieert tussen de 13 en 20 jaar voor de vrijgezellen. Ook gehuwde mannen kunnen deel nemen. Sommigen dansen tot voorbij de 40jaar (zoals onze informant Guirgui Ganayi), op voorwaarde dat hun voorkomen het nog toelaat. De vrouwen tussen de leeftijd van 9 tot 14 jaar, al dan niet getrouwd, dansen ook.
Volgens hun buurvolkeren zijn de Wodaabe de grote kenners van de magisch-religieuze recepten. Het zijn recepten voor preparaten die krachten in werking zetten. De samenstelling kan van mineraal, plantaardig of animale oorsprong zijn. Deze preparaten worden tot drankje of zalf verwerkt, of in de vorm van amuletten, in kleine lederen beugeltjes aan het lichaam gedragen.
Deze amuletten of magische preparaten draagt men vooral tijdens de ceremoniële dansen. Hun functie of kracht werkt op verschillende niveaus. Zo kunnen ze dienen als bescherming tegen destructieve krachten die concurrenten in de dansarena onder de grond verstoppen. Of ze zorgen dat de specifieke esthetische kwaliteiten die men nastreeft, naar buiten gebracht worden. Ook het tijdstip waarop de drank ingenomen wordt, heeft een magische uitwerking. De recepten worden doorgegeven van vader op zoon of krijgt men van zielsverwanten. (Dupire 1996:316)
2.2.1. Een vriendschapsdans: ruume
In de ruume dans, de meest gebruikelijke van allemaal, wordt uitdrukking gegeven aan de hereniging van vrienden en de levensvreugde die de regens brengen. In het droogseizoen roept men de overvloed van het volgende regenseizoen aan. Ruume betekentimmers«het regenseizoen doorbrengen». Het is een typische verwelkomingsdans tijdens de worso, toch wordt hij net zo goed op het marktplein gedanst. Tijdens de worso voert men deze dans elke dag meerdere keren op, zowel ‘s nachts als overdag.

Afb. 2: Circulaire mannendans
(ruume): Sommige dansers stappen in de cirkel,
de meisjes bewegen om de mannen
heen.
Bij deze dans wordt een grote cirkel gevormd door de mannelijke dansers (Afb. 2, Foto 59B103). Volgens Bovin dansen de jonge meisjes in een tweede concentrische cirkel rond de mannen. Deze meisjes dansen vaak per twee, met een gemeenschappelijke doek over de schouders. Volgens onze observatie kan bij de meisjes niet gesproken worden over dansen. Ze slenteren rond de cirkel van mannelijke dansers, zonder regelmaat of specifieke passen. Onze informanten (Djouri Bigué, Bouda Droh) beamen dat deze vrouwen niet als dusdanig dansen, toch is hun aanwezigheid een vereiste. (Bovin 2001:45)
De meisjes bewegen aan een andere snelheid dan de cirkel van de mannen waardoor ze alle dansers te zien krijgen. Indien een meisje interesse in een man toont, raakt ze hem aan op zijn rug. Later na het dansen kunnen ze elkaar treffen en worden er eventueel afspraken gemaakt om de nacht doorbrengen. Sommigen kiezen niet maar kijken enkel naar de dansers.
De voorzanger, die zich in het midden bevindt heft een zin aan, die de andere zangers vervolgens herhalen met een lichte variatie. Dit gezang is pentatonisch en het ritme ervan wordt steeds sneller. Het handgeklap in een dubbele maat wordt soms gebroken door een syncopisch ritme. In de liederen wordt meestal de schoonheid van een vrouw bezongen.
De dansbewegingen zijn traag op- en neergaand, met een licht glijdende, zijwaartse pas, waardoor de hele cirkel in tegenwijzerzin draait. Af en toe springt er één of meerdere dansers in de cirkel, met de handen klappend in een syncoptisch ritme. De punctuatie wordt aangegeven door het stampen van de voeten. (van Offelen 1983:148)
De kledij en gelaatsopmaak voor deze dans is dezelfde als voor de yaake dans (zie volgend punt). Iedereen mag zich opmaken naar eigen verbeelding maar, zoals van Offelen het uitdrukt:«…always within the bounds of the Wodaabe’s criteria of beauty!». Onder deze criteria verstaat men het lichter maken van de gelaatskleur, het accentueren van de lengte van de neus en het dunner maken van de lippen. Vooral de witheid van de tanden en de ogen moet benadrukt worden. Ook zonder gelaatsbeschildering of specifieke klederdracht mag men aan deze dans ook deelnemen. (van Offelen 1983:147)
In september 2001 konden we te In-Gall een ruume dans bijwonen. Wij werden meermaals uitgenodigd om mee te dansen. Dit evenement werd ook bijgewoond door leden van andere etnische groepen, vooral van de Touareg en Haussa. Zij namen niet deel aan de dans, maar waren toeschouwers van het spektakel.
2.2.2. De yaake: schoonheidswedstrijd tussen lineages
In de literatuur vindt men eenstemmigheid wat betreft de betekenis van de yaake dans. Deze dans is bovenal een schoonheidswedstrijd tussen concurrerende jonge mannen. De letterlijke betekenis van yaake kent verschillende interpretaties. Sommige auteurs vertalen het als “verleden”, te verstaan “de oude dans”. Andere auteurs, zoals Dupire leggen een verband met yake am (mijn leeftijdsvriend) omdat ze de jonge dansers uit verschillende lineages samenbrengen. (Dupire 1996:220)
Evenmin als de ruume wordt de yaake niet enkel tijdens een worso gedanst, maar ook op marktpleinen of tijdens islamitische feesten zoals de Tabaski of Ramadan. Om de dans uit te voeren, dienen er dansers uit meerdere lineages aanwezig te zijn. (Loncke 2000:98) Ons beeldmateriaal (Frag.f7) laat een yaake dans zien, die ter gelegenheid van de Cure Salée festiviteiten gebracht werd op marktplein te In-Gall, in september 2000. Sinds enkele jaren worden Wodaabe dansers door overheidsinstanties gevraagd om festiviteiten op te luisteren of als representatie van hun etnische groep. Hierbij wordt de yaake, de meest karakteristieke dans, opgevoerd.
De typische dansuitrusting en de gelaatsopmaak bij de yaake zijn een vereiste, in tegenstelling tot de ruume die ook zonder opmaak kan gedanst worden. We bespreken de dansuitrusting in een volgend punt. De gelaatsbeschilderingen van deze dans worden uitgebreid besproken in hoofdstuk 4.
2.2.2.1. Voorbereiding van de yaake dans
De voorbereidingen voor deze dans nemen veel tijd in beslag. Vooral het aanbrengen van de gelaatsbeschilderingen gebeurt zeer nauwgezet en met veel geduld. Het kan daarom verschillende uren in beslag nemen. We bespreken dit verder in hoofdstuk 4. Bij de voorbereidingen nemen de dansers plaats in de schaduw van een boom. Het opmaken van het gelaat en het aantrekken van de dansuitrusting kan in willekeurige volgorde gebeuren (Frag.a1 – f6).
Volgens van Offelen is vooral de geerewol de dans van de schoonheid, terwijl bij de yaake vooral de charme of togu centraal staat. Daarom is de opmaak en kledij bij deze dans in minder strikte mate geregeld als bij de geerewol. (van Offelen 1983: 177) De dansers dragen een tulband om het hoofd, met of zonder strohoed er bovenop. Onze informanten beaamden dat men bij deze dans geen traditionele kledij hoeft aan te trekken. Toch zijn ze van mening dat schoonheid een belangrijke rol blijft spelen. Men is de combinatie van togu met schoonheid indachtig. (Informanten: Djouri Bedje, Bouda Droh, Ortoudo Bermo)
De traditionele tunieken die de Wodaabe tijdens het dansen dragen, zijn over de gehele oppervlakte geborduurd. Dit is het werk van de vrouwen alhoewel ook mannen dit werk kunnen doen. Onder de tuniek draagt men de traditionele dedo of lederen lendendoek, die passend moet aansluiten. ( Frag. f6; Afb. 42, n) Loncke schrijft over deze uitrusting: “…dont la plupart des éléments ne sont finalement qu’une version plus esthétisée de la tenue traditionelle quotidienne du berger”. (Durou & Loncke 2000: 98) Tegenwoordig vindt men deze tunieken uit andere stoffen vervaardigd, waarbij het borduursel is weggelaten of tot een minimum is herleid.

n) Traditionele lederen lendendoek
(deddo ). (ref.: Frag. f6)
Op het hoofd dragen de dansers een tulband waarop amuletten of zilveren juwelen zijn vastgemaakt. In het midden van de tulband, in het verlengde van de neusrug wordt een struisvogelveer vastgemaakt. Bovin beschrijft dit als een fallussymbool10 en deze stelling wordt door haar informanten bevestigd. Bij navraag aan onze informanten was dit helemaal niet evident. (informanten Djouri Bigué, Bouda Droh) Indien de dansers een strohoed dragen, wordt de struisvogelveer op de hoed aangebracht.
Daarnaast worden de dansers getooid met allerlei opsmuk, waaronder halskettingen, armbanden en uurwerken. Vroeger was het de gewoonte om ceremoniële speren te dragen. Tegenwoordig heeft elke danser een zwaard van Touareg-makelij aan de zij hangen. Bij het beeldmateriaal uit de regio van Diffa zien we dat de dansers gebruik maken van een paraplu, als bescherming tegen de zon. (Bovin 2001: 105)
2.2.2.2. Verloop van de yaake dans
Gedurende de worso wordt de yaake elke dag gedanst in de voormiddag en opnieuw in de namiddag. De dansers uit de verschillende lineages worden hierbij op één lijn gebracht, in een hiërarchische volgorde op een noord - zuid as. De lineages met de oudste voorouder stelt zich het meest noordelijk op en de jongere lineages naar het zuiden. De aangezichten zijn naar het westen gericht, zodat de gelaatsmimiek optimaal belicht is. (Durou & Loncke 2000:98) De dansers worden geleid door de samri van de verschillende lineages.
Opgesteld in deze lijn, schouder aan schouder, worden de dansbewegingen ingezet. Afwisselend buigen ze de knieën en strekken ze het lichaam opwaarts. De gestrekte armen worden als vleugels langzaam naar omhoog gebracht en terug naar beneden. Om hun lengte te benadrukken gaan ze op hun tenen staan en balanceren ze hun lichaamsgewicht van de ene voet op de andere, terwijl ze een beetje voorwaarts bewegen. Deze bewegingen benadrukken hun elegantie en bekoorlijkheid. De lichamen van de dansers moeten rank en slank zijn, maar toch stevig gebouwd.
De dansers proberen door middel van hun voorkomen, hun bewegingen en de mimiek van het gelaat al hun charme en persoonlijkheid uit te drukken en elkaar daarin te overtreffen. Daarbij trekt men de oogleden wijd open en rolt men de ogen in de oogkassen, zodat het wit van de ogen duidelijk zichtbaar wordt en ze soms scheel kijken. Op de mond laten de dansers een overdreven glimlach zien, om de witheid van de tanden te tonen en worden de lippen afwisselend getuit. Deze gelaatsbewegingen gaan samen met klikkende en puffende geluiden van de mond, waarbij men de wangen laat vibreren. Het hoofd gaat draait daarbij traag van links naar rechts. (Frag. f7 – g2) (van Offelen 1983: 205)
In deze meest magische van alle dansen moet de jongeling al zijn schoonheid, energie en charme (togu) prijsgeven. De gelaatsmimiek met vibraties van de lippen en de keel zouden een gedaanteverwisseling veroorzaken. De bewegingen doen denken aan de bewegingen van de snavel en hals bij van sommige vogels. De ogen moeten vooral expressief zijn en persoonlijke charme uitdrukken. (Bovin 2001:47)
Deze vibraties en gelaatsmimiek zijn volgens de Wodaabe niet afkomstig van de mens zelf maar bovennatuurlijk. Door het aanbrengen van magische zalven en het drinken van toverdranken (zie 3.1.4) worden de esthetisch kwaliteiten en charmes naar buiten gebracht. We zullen later in deze verhandeling zien dat deze mengsels ingrediënten van vogels bevatten, die de karakteristieke bewegingen van de vogels zouden overdragen op de dansers.
Over de muziek schrijft Loncke: “…chaque lignage cherche à se distinguer en chantant simultanément un hymne qui lui est propre (jeldugol), sans tenter de s’harmoniser avec les autres”. (Loncke 2000:98) Dit in tegenstelling tot de ruume die de eenheid van de lineage viert met een uniek lied.
De kwaliteiten van de dansers worden beoordeeld door het publiek, met name de meisjes en vrouwen. Ze staan in een halve cirkel tegenover de dansers, de mannen gescheiden van de vrouwen. De dansers proberen extra aandacht te trekken van de meisjes en de vrouwen onder de toeschouwers. Op die manier nemen ze indirect deel aan de dans. Volgens Dupire vormen zich vooral na deze dans koppels die kortstondig of voor langere tijd samenblijven. (Dupire 1996: 222)
2.2.3. Andere dansen
Alhoewel bepaalde dansen typisch zijn voor deze bijeenkomsten, vinden we het gepast melding te maken van andere dansen (zoals de typische vrouwendansen) en dit alles in een ruimere context te plaatsen. We merken op dat sommige dansen enkel door Bovin vermeld worden, die haar onderzoek vooral in de regio van Diffa uitvoerde. Tevens werd navraag gedaan bij onze informanten.
2.2.3.1. De ndoosa dans
Deze dans met samenzang wordt uitgevoerd door oudere mannen tussen de leeftijd van 40 tot 60 jaar. Hij wordt vaak aan het begin van de ruume dans uitgevoerd. Volgens Bovin wordt deze oude dans uit respect voor de voorouders uitgevoerd. Deze dans is aan het verdwijnen, en zoals ze zelf aangeven: vergaat deze dans, samen met de oude mensen. Dupire vermeldt dat deze dans, samen met de ruume een populaire dans was tijdens de naamgevingsceremonieën en tijdens de naharudi feesten (zie voetnoot bij 2.2.3.4) Hij werd niet opgevoerd op de markt. (Dupire 1996: 230)
Zoals we reeds vermeld hebben bij de ontstaansmythe (zie 1.1.3.3) maakt Bovin als enige melding over de mythe van de kraanvogels (kummaarewal) (Balearica payonina), die aan de basis zou liggen van deze dans. Hierbij zagen de voorouders van de Wodaabe twee gekroonde kraanvogels die zeer gracieus dansten met gespreide vleugels, de koppen naar elkaar gericht. De voorouders imiteerden deze dans. Met de armen gespreid en het lichaam in een mooie verticale positie, kwamen ze per koppel naar elkaar toe om te wedijveren. Dit zou het begin zijn van de ndoosa dans.
Onze informanten (Deré Bermo, Bobou Doudje, Djouri Bigué) kenden dit verhaal en wisten er het volgende aan toe te voegen: “ De mannen waren aan het dansen in twee rijen tegenover elkaar toen plots twee kraanvogels in het midden kwamen staan en met gespreide vleugels rond elkaar dansten. Ze dansten met gestrekte nek, op de tippen van hun tenen en zwaaiden sierlijk met hun veders. Dit was een bovennatuurlijk teken en daarom werd sindsdien de dans aangepast : de dansers kwamen naar elkaar toe en raakten elkaar aan, net zoals de kraanvogels dat deden.” Er werd bij vermeld dat het zien van deze vogels een goed teken is, omdat er in de nabijheid water moet zijn.
De mannen die zingen, staan opgesteld aan de oostzijde, de anderen aan de westzijde. Beide groepen staan met de aangezichten naar elkaar gericht en springen in regelmaat naar elkaar toe. Ze proberen hierbij de kraanvogels na te bootsen met de armen als vleugels opengespreid en in een verticale houding. Ze komen naar elkaar toe, wedijverend in hun dans. Bovin schrijft verder: “The ndoosa is the origin of the famous ruume dance which we dance today.” De dans werd in de nabijheid van een water gedanst, op het einde van het regenseizoen. (Bovin 2001:44)
In het gesprek met onze informanten over de typische Wodaabe dansen, met name over de beweging en de gelaatsbeschildering, maakten we de verwijzing naar de kraanvogels. Ze vonden deze verwijzing toepasselijk en terecht.
2.2.3.2. De borno
Deze dans is afkomstig uit het vroegere koninkrijk Borno, in Noord Nigeria en draagt ook zijn naam. De opvoering onderscheidt zich door de gevarieerde gezangen van mannenkoor, afgewisseld met solozangers. Alle dansers, dertien in totaal, behoorden tot dezelfde lineage. Bovin maakte van deze dans een beeldopname, twee jaar terug. Bij onze informanten, afkomstig uit de streek van Tchin-Tabaradin was deze dans totaal onbekend.
De dansers, die hiërarchisch opgesteld staan van zuid naar noord, in afdalende leeftijd, hebben elk hun herdersstaf in de hand. Ze vormden twee gebogen lijnen en stappen in kleine passen voorwaarts naar elkaar toe, vervolgens achterwaarts. Ze zwaaien met de staf in de lucht waardoor de dans een martiaal effect krijgt. Sommige dansers stappen uit de lijn naar de toeschouwers, om daarna hun plaats terug in te nemen. Ook de solozanger voert deze solopassen uit, waarbij hij met het gezicht naar de danser toe gekeerd blijft. Er is geen enkele muzikale begeleiding, noch handgeklap bij deze dans.
De dansers hebben een gelaatsmimiek die sterk doet denken aan de mond en oogbewegingen bij de yaake dans. Sommige dansers schudden heftig met de schouders, wat sterk geapprecieerd werd bij het publiek en waarvoor geld gegeven werd. (Bovin 2001:46)
2.2.3.3. De moosi dans
Moosi betekent letterlijk lachen. Het is een gemengde dans waarbij de dansers in trance gingen, waardoor hun gezichten deformeerden. Volgens Bovin, die deze dans voor het eerst in 1968 registreerde, werd hij in de jaren ’90 in Niger verboden, vanwege verschillende ongevallen. Hij zou nu soms gecombineerd worden met de ruume dans. Buurvolkeren vinden deze dans gevaarlijk en blijven op afstand. (Bovin 2001: 50)
Deze dans wordt vooral gekenmerkt door het stampen met de voeten in een snel ritme en door een snelle ademhaling. Het is een wilde dans, waardoor het zand opwaait. De dansers zitten soms op elkaars schouders om de geesten te groeten, of knielen neer en vallen op de grond. Ze worden overeind geholpen en aangemoedigd om verder te dansen. Ondertussen zingen en klappen de meisjes in de handen. Tijdens de voorstelling werden er parfums en bedwelmende kruiden gebruikt.
Geen enkele van onze informanten kende deze dans. Ze refereerden naar een soortgelijke gemeenschapsdans zonder opmaak van het gelaat, die de naam fidiomoosi draagt. Verder hadden ze hierover geen verdere informatie.
2.2.3.4. Twee vrouwendansen: jooyde en ji’ere
Enkel bij Bovin vinden we een vermelding over de typische vrouwendansen. Deze dansen worden door meisjes of vrouwen uitgevoerd. We wensen er nogmaals op te wijzen dat haar onderzoeksdomein in het meest zuidoostelijke deel van Niger ligt. We stellen namelijk vaststel dat deze dansen niet vermeld worden door de andere auteurs. Ook bij onze informanten, afkomstig uit de regio Tchin-Tabaradin zijn deze dansen onbekend.
De jooyde dans typeert zich door het zingen met handgeklap, waarbij de vrouwen in een halfcirculaire vorm opgesteld staan. Er is een zangeres die voorzingt en wordt beantwoord door een vrouwenkoor op een levendige en gevarieerde manier. Mannen en jongens mogen toekijken van op afstand. De auteur vermeldt dat deze dans uitgevoerd wordt op dezelfde dag dat de mannen een initiatierite naharudi 11 uitvoeren. (Bovin 2001:104)
Ji’ere betekent eekhoorn. Het staat tevens voor de naam van een cirkeldans die door vrouwen uitgevoerd wordt. Hierbij springt een meisje uit de cirkel naar het midden om een korte solodans te voeren, waarna ze terugkeert. Deze solodansen worden om beurt door de elkeen uitgevoerd. Ook oudere vrouwen nemen aan deze dans deel.
2.2.3.5. Relatie met soro dans van de Fulbe
De herders- en landbouwersgemeenschappen van de Fulbe in Niger, Tsjaad, Nigeria en Kameroen kennen een ceremoniële dans met de naam soro. We vermelden deze dans hier omdat er in de literatuur vaak en onterecht van uitgegaan wordt dat ook de Wodaabe deze dans kennen. Deze praktijken krijgen veel kritiek van buurvolkeren. Ze zijn tijdelijk verboden geweest omdat er doden vielen.
Deze dans kan gezien worden als viriliteittest voor de mannen, waarbij ze getest worden op hun dapperheid, doorzettingsvermogen en onverschilligheid tegenover pijn. Het speelt zich af op het marktplein in een cirkel van omstanders. Onder het geluid van drums krijgt een jonge man stokslagen toebedeeld, waarbij hij geen pijn mag laten blijken. Pas na deze test mag hij de meisjes het hof maken. Als wederdienst mag hij de volgende stokslagen toedienen. (Dupire 1996: p.239)
Zowel bij de soro als bij sommige Wodaabe dansen (yaake, geerewol) wordt het doorzettingsvermogen sterk op de proef gesteld. Bij de laatstgenoemden staan echter de schoonheid en het voorkomen centraal, ze zijn niet in de minste mate gewelddadig. Wel hebben beide voorstellingen te maken met het hof maken van meisjes, zich verenigen of een vrouw ontvoeren.
2.2.3.6. Het aanleren van de dansen
Van jongs af aan volgen de kinderen de dansvoorstellingen van de volwassenen en imiteren dit in hun spel. Tot laat in de nacht hoort men groepjes kinderen zingen en in de handen klappen. De kinderen leren dus door te kijken. Bij alle dansen mogen ze aanwezig zijn en zelfs naar de dansers toegaan. Bij de geerewol dans zorgen de vrouwen ervoor dat de kinderen niet in de weg lopen en de dans verstoren.
De kinderen worden onderricht door de vader over de wijze waarop de opmaak van het gelaat moet gebeuren. Hij vertelt over de plaats waar de opmaakproducten te vinden zijn en hoe ze aangebracht moeten worden. Het is zeer belangrijk om te weten hoe men zich kan beschermen tegen de hekserij van tegengestelde lineages en welke tovermiddelen men kan gebruiken om alle schoonheid die de danser heeft zichtbaar te maken. Deze geheime recepten worden door de vader aan het kind overgedragen. (Informant Djouri Bedjé)
2.2.3.7. De muziek van de Wodaabe
Uit de beschrijving van elke dans is op te maken dat de muzikale begeleiding niet meer is dan het ritmisch handgeklap of het stampen met de voeten, die de aangebrachte belletjes doet rinkelen. Hun gezangen worden zonder hulp van professionele muzikanten gebracht. Het beroep van professionele muziek of griot, is een Wodaabe onwaardig. Bij de vrouwendansen, krijgen de vrouwen die voorzingen wel geld toegestopt die ze onder een haarnetje steken. (Bovin 2001:90)
Wat ze wel appreciëren is een zelfgemaakte fluit van boomschors of de kalebasdrum, die op water wordt bespeeld (tummude) en wordt gebruikt bij sommige rituelen. Ze houden ook van de kalebasdrum die bespeeld wordt met kaurischelpen aan de vingers. Dit instrument vindt men vooral bij de sedentaire Fulbe terug. Alle andere instrumenten vinden ze minderwaardig. (Bovin 2001:54)
In de gezangen worden herinneringen aangehaald aan uitmuntende dansers die overleden zijn en wiens schoonheid nog steeds besproken wordt. Men vindt in deze liederen veel nostalgie beschreven in een poëtisch taalgebruik. Ze improviseren ook nieuwe teksten voor hun liederen.
Sinds geruime tijd gebruiken ze cassettespelers. Daarmee laten zij bij voorkeur hun eigen zang afspelen die wordt opgenomen tijdens de voorstellingen. Ze tonen weinig interesse voor andere muziek.
2.3. De dans als oorlog : geerewol
De geerewol is voor de Wodaabe de belangrijkste van alle dansen, het is tevens de meest typerende. Deze dans heeft zijn naam gegeven aan een van de belangrijkste sociale bijeenkomsten die de Wodaabe kennen. Deze bijeenkomsten duren 7 dagen en er kunnen meer dan duizend personen aanwezig zijn. Om het onderscheid tussen beiden duidelijk te stellen vermelden we telkens of de grote bijeenkomst bedoelt wordt of juist de specifieke dans.
In de literatuur vinden we, naargelang de auteur, verschillende schrijfwijzen terug zoals gereol, jeerewol of gerewol. We verkiezen bovenstaande term omdat deze het best aansluit bij de fonetische weergave zoals deze door onze informanten uitgesproken werd. In de literatuur wordt de strijd die deze dans kenmerkt vergeleken met een oorlog. We behouden deze metafoor omdat het onderwerp door onze informanten op die manier uitgelegd werd.
De geerewol is een ceremonie op het hoogste niveau binnen de Wodaabe gemeenschap. In tegenstelling tot de worso die één of meerdere segmenten van lineages samenbrengen, wordt de uitvoering hier bepaald door de maximale lineages. Om een beter zicht te krijgen op de complexiteit hiervan binnen de danswedstrijd, dienen we de sociale organisatie van de lineages, zoals die beschreven werd in 1.3.1.1, van naderbij te bekijken.
De wijze waarop deze bijeenkomst aanvangt en het verdere verloop ervan volgt een vastgelegd schema. Hierbij wordt afwisselend gedanst door de verschillende maximale lineages. De uitrusting van de geerewol dans en de gelaatsopmaak zijn verschillend van alle vorige dansen die we besproken hebben. Toch worden ook de andere dansen zoals de yaake en de ruume, tijdens deze bijeenkomst opgevoerd.
Deze samenkomsten bieden niet alleen de mogelijkheid om de lineage te leren kennen, er worden ook contacten gelegd die leiden tot seksuele ontmoetingen. In de literatuur en ook bij de Wodaabe zelf, spreekt men over het “stelen” of “ontvoeren” van de vrouwen. De mannen zijn bang dat hun dochters of vrouwen worden weggelokt door de tegengestelde lineage. Dit zorgt voor een grote rivaliteit tussen beide lineages. We bespreken dit aspect apart (zie 2.3.4.2) omdat we vermoeden dat het de dansen duidt.
Volgens Bovin werden er door de verschillende droogtes van de laatste decennia slechts weinig geerewol bijeenkomsten georganiseerd. Daarbovenop komt nog dat er tussen de maximale lineages van de Alijam en de Degereeji strubbelingen waren rond het gebruik van de waterputten. (Bovin 2001:50)
2.3.1. Relaties tussen de maximale lineages
In hoofdstuk 1 werd reeds vermeld dat de hele Wodaabe gemeenschap kan opgesplitst worden in twee maximale lineages, Degereeji en Alijam. Zij stammen respectievelijk af van de voorouderlijke broers Degge en Ali, de oudste. Uit de afstammelingen van hun zonen zouden de primaire lineages gevormd zijn, waarvan sommigen duizend tot vijfduizend leden tellen.
De onderverdeling van deze primaire lineages is niet uniform bij alle auteurs. Wij vinden het nodig hier dieper op in te gaan, aangezien dit onderscheid van belang kan zijn bij de bespreking van de gezichtsbeschilderingen. Het schema in bijlage geeft ons een overzicht met betrekking tot de verschillen (Tab. 1). We vinden bij Dupire 24 verschillende primaire lineages (Dupire 1996: 280, fig. 9), bij van Offelen slechts 15 (van Offelen 1983: 146). Volgens onze informant Djouri Bigué heeft Dupire bepaalde lineages als secundaire beschouwd die deel uitmaken van andere primaire lineages. We kunnen hierover geen uitsluiting brengen, omdat blijkt dat de Wodaabe deze informatie telkens opnieuw interpreteren volgens hun theoretisch schema. (Dupire 1996:283)
Het onderzoek van Bonfiglioli is zeer interessant om de werkelijke betekenis van de lineages goed te begrijpen. Bij de Wodaabe groep waar zijn onderzoek plaatsnam, zien we hoe een groepje afstammelingen zich afsplitst van de originele lineage zonder enig conflict, maar vanuit pastorale overwegingen. Vervolgens integreert deze groep zich progressief binnen een andere sociale groep, zonder verder contact te houden met de eigen groep. Bij deze integratie wordt gebruik gemaakt van een aantal sociale mechanismen. Volgens de auteur komen dit soort splitsingen en fusies vaak voor. (Bonfiglionli 1988: 39)
Op dezelfde manier blijkt dat het oormerk (jelgol) van de runderen, hypothetisch hetzelfde is binnen de maximale lineage. Dit teken van culturele cohesie kent in werkelijkheid verschillende merktekens binnen dezelfde lineage. (Dupire 1996: 286)
Bij de opstelling van de kampementen tijdens de worso of geerewol zien we duidelijk hoe de verschillende primaire lineages hiërarchisch geordend worden. Deze lineages, afkomstig van een gemeenschappelijke voorouder, worden ingedeeld volgens de leeftijd van de cognaten, te verstaan : de afstammelingen van het ouderlijk paar. Toch bestaat er voor deze hiërarchische ordening geen genealogische basis.
Tussen bepaalde lineages zijn er dus meer affiniteiten dan tussen andere. Dit heeft te maken met hun migraties ten tijde van hun verblijf in Bornou (van Offelen 1983: 31). Elk van deze lineages maakt zich een stereotiep beeld van de karakteristieken van elke groep, die zowel betrekking hebben op de fysionomie, op hun migratietrajecten of op de manier waarop ze met de sociale code omgaan. Dupire maakt hier geen melding over verschillen met betrekking tot de opmaak tijdens de ceremoniele dansen. (Dupire 1996:284,306)
Volgens Dupire is de hergroepering in maximale lineages in Niger van recente datum. Wanneer ze nog in Bornou leefden, waren ze ofwel verbonden met andere groepen (zoals de Hanagamba’s) of onafhankelijk. Naargelang de omstandigheden hebben primaire lineages zich vastgemaakt aan de maximale lineages Alijam of Degereji. Deze hergroeperingen en afsplitsingen zijn volgens de auteur typische kenmerken voor Fulbe nomaden. Ze voldoen aan de behoefte aan economische en politieke veiligheid. Zowel in oostelijke als westelijke regio in Niger treffen we dezelfde Wodaabe lineages aan. (Dupire 1996: 307).
Het is enkel in de loop van de geerewol ceremonie dat de relatie tussen de lineages duidelijk gemaakt worden, zoals de bastonnade of soro voor de andere Fulbe is. Deze bijeenkomsten worden gehouden naargelang de locatie van de Wodaabe groepen. Zo kunnen er verschillende plaats vinden, in dezelfde periode maar verspreid over verschillende regio’s.
Het is een evident criterium om tot de een of andere groep te behoren. Dit gevoel wordt versterkt doordat het alle dansers indeelt volgens de maximale lineages, ongeacht de primaire lineage. Loncke noemt deze bijeenkomsten tussen lineages ngaanyka, waarbij de geerewol het centrale ritueel is. (Loncke 2000:134) Toch wordt ook door onze informanten de term geerewol gebruikt om deze bijeenkomsten aan te duiden
2.3.2. Organisatie van de geerewol bijeenkomst
Tijdens de worso, wanneer alle chefs van de fracties samen zijn, kunnen de jongeren, bij monde van de samri, voorstellen om een geerewol te voeren bij een tegengestelde maximale lineage. Deze keuze wordt volgens Dupire gemaakt uit socio-politieke overwegingen, om relaties aan te knopen, wederzijdse huwelijken aan te gaan of als wederdienst voor een geerewol uit het verleden. (Dupire 1996:312) Deze wederdienst hoeft niet noodzakelijk aan dezelfde fractie te gebeuren, om het even welke fractie binnen dezelfde lineage komt in aanmerking.
Indien het akkoord hierover gegeven wordt door de ouderlingen, worden er een twintigtal dansers geselecteerd, alsook een viertal jonge meisjes en een begeleider. Samen begeven ze zich naar het andere kamp. Tegen de ochtend besluipen ze, in een rituele aanval, het kampement van de tegengestelde lineage. Dan heffen ze hun hymne aan, die de identiteit van hun lineage uitdrukt en waardoor ze herkend worden door de andere lineage. (Loncke 134) De bezoekers worden altijd geaccepteerd en samen zullen ze de plaats en de datum van de geerewol beslissen.
Het is merkwaardig dat de bezoekende groep zichzelf uitnodigt en de gastvrijheid van de tegengestelde lineage afdwingt. Aan hen komen immers alle onkosten toe. In de daaropvolgende jaren moeten zij als wederdienst een geerewol gaan voeren bij de lineage die hen bezocht heeft. De tussentijd is niet bepaald en kan dus tientallen jaren later zijn.
Deze bijeenkomsten zijn voor de uitnodigende partij een dure aangelegenheid. Er worden een vijftal runderen geslacht om de bezoekende partij de nodige maaltijden te verschaffen. Voor velen is deze samenkomst het hoogtepunt van het jaar. Anderen zijn bang omwille van de hekserij in de dansarena, of wantrouwen het eten van hun gastheer. Enkel de mooiste en meest charmante mannen durven mee te doen, indien ze het nodige uithoudingsvermogen bezitten. (Bovin 2001:51)
2.3.2.1. Opstelling van de kampementen
Voor de plaats van de bijeenkomsten wordt naar een locatie gezocht bij een grote poel, zodat er voldoende water is voor iedereen. Volgens Bovin gaat men op zoek naar een grote acaciaboom. Er wordt boter en melk op de stam en de takken gegoten en men hangt amuletten aan de takken. (Bovin 2001: 103)
Net zoals bij de individuele kampementen treffen we ook hier een hiërarchische opstelling aan. De tegengestelde lineages staan parallel tegenover elkaar met een tussenafstand van ongeveer vijfhonderd meter. Deze tussenruimte zal dienst doen als dansarena. De uitnodigende partij installeert zich steeds in het oosten, samen met de familie en hun kuddes. De bezoekers daarentegen installeren zich aan de westelijke kant. Deze kampementen zijn verschillende kilometers lang. Andere bezoekers mogen eveneens aan deze geerewol bijeenkomst deelnemen. Zij vervoegen zich tijdens het dansen bij de lineage waar ze genealogisch het dichtst mee verwant zijn.
2.3.2.2. Verloop van de evenementen
Net zoals bij de worso wordt er een suura of beschutting geconstrueerd, waar de ouderlingen plaatsnemen. Tijdens de eerste dag zullen de gasten zich presenteren op hun uitgedoste kamelen. Ze hebben hun kuddes niet bij want de gastheren verzorgen de maaltijden. Iedereen neemt zijn plaats in. Hun gerief wordt in de bomen gehangen. Tegen de avond wordt melk en gierstbrij geserveerd. Uit beleefdheid wordt weinig gegeten wat de lange dansvoorstellingen nog meer uitputtend maakt.
Tijdens deze bijeenkomsten worden bij gelegenheid ook de andere dansen opgevoerd, zoals de ruume en de yaake. Deze worden binnen het kampement van de lineage gehouden. De meest belangrijke dans waar het gebeuren om draait is geerewol. De tegengestelde lineages dansen mogen niet samen dansen waardoor er telkens wordt afgewisseld. De bezoekende partij danst overdag, terwijl de uitnodigende partij ’s avonds bij de kampvuren danst. Laatstgenoemden mogen wachten tot de derde dag om zelf te dansen. De eerste avond wordt de geerewol gedanst door de lineage die uitgenodigd werd. (Dupire 1996:312)
Elke dag bij zonsopgang wordt de hymne, eigen aan de lineage, herhaald als een muzikaal blazoen. Loncke associeert het met een gebed, maar ziet hierin ook een uitdaging naar de andere maximale lineage toe. Deze hymne wordt nogmaals herhaald voor het dansen van de geerewol (Durou & Loncke 2000:144)
De finale van de geerewol heeft plaats op de zevende dag van het feest, waarbij de dansen duren tot het ochtendgloren. Enkel de diegenen met het grootste uithoudingsvermogen kunnen tot de laatste dag dansen. Voor het vertrek worden in de late namiddag nog runderen geslacht voor een afscheidsmaal ter ere van de gasten. Door de samri van de lineage die op bezoek is, wordt als dank voor de gastvrijheid een tak van de barkehi boom in de grond gezet. Hieraan worden kleine juwelen gehangen, bedoeld voor de kinderen. Na uitgebreide formaliteiten vertrekken de kampementen, de vrouwen als eerste. (van Offelen 1983:179)
2.3.3. De geerewol dans
De gereol dans, naar dewelke deze bijeenkomsten genoemd werden, is een eenvoudige dans die meer ceremonieel is dan de andere dansen tot nu toe besproken. De choreografie van deze dans is exclusief ritmisch en wordt gedanst na een cyclus van yaake dansen.
Deze geerewol werd vroeger ook bij een aantal andere nomadengroepen gehouden, zoals de Hanagamba en de Wewebe, met wie de Wodaabe contact hadden of tijdelijk verbonden waren. Deze ceremonie is nu in onbruik geraakt en wordt enkel nog bij de Wodaabe in Niger uitgevoerd. Zij beschikken wat dat betreft over de best bewaarde traditie. (Dupire 1996:311) De geerewol in groep dansen betekent dat men politiek deel uitmaakt van die groep.
2.3.3.1. Uitrusting en opmaak van de geerewol dans
Om het naakte torso worden kruiselings snoeren van witte kralen gehangen, om het middel enkele gordels met ringen en kaurischelpen. (Afb.15, VO176 tek. Attributen) Boven de ellebogen heeft men een band van geitenleer met lange witte haren. Op het hoofd dragen ze een donkerblauwe hoofdband, gedecoreerd met kaurischelpen, met aan de achterzijde een boord van wit geitenhaar. In het midden van de hoofdband wordt een struisvogelpluim aangebracht.

Afb. 15: Geerewol danser.
Informant Guirgui Ganayi.
Op het voorhoofd, dichtbij de haarlijn wordt een hoofdjuweel aangebracht, doobite genoemd. Dit juweel heeft aan beiden zijden twee of drie lederen hangers, die versierd worden met ringen, gekleurde wol, schelpen en kralen. (Afb. 7,b) Dit juweel draagt men ook bij de yaake dans.

Afb. 7: Groep yaake dansers. (ref.: Fig. 30.jmd.17 tot 20, 23 tot 27)
Het gelaat wordt altijd opgemaakt met rode oker, vermengd met boter, waarop enkele eenvoudige motieven in zwarte kleur worden aangebracht. Hierdoor kan er op basis van fysische schoonheid gekozen worden. (van Offelen 1983:174) De gelaatsbeschilderingen worden verder besproken in hoofdstuk 4. Volgens Bovin wordt ook het torso lichtjes met rode oker ingesmeerd. Onze informanten konden dit niet bevestigen.
De jonge dansers dragen een vrouwenomslagdoek, die heel strak om de heupen gespannen wordt. Loncke ziet hierin het negeren van de geslachtsverschillen om de begrenzing van de menselijke natuur te overstijgen. (Durou & Loncke 2000:139) Terwijl bij Dupire deze omslagdoek gebruikt wordt: “…pour ajouter au féminisme de cet accoutrement …”. (Dupire 1996:314) Deze uitleg is binnen de context van de dans weinig betekenisvol. We zien deze omslagdoek eerder als een middel om de kleine passen te beheersen die op zijn beurt de elegantie benadrukken. Iets wat nog versterkt wordt door de doek, of de leren riem die de knieën samenbindt. (van Offelen 1983:174) (Afb. 13)

Afb. 13: Geerewol dansers uit 1957. De outfit is weinig onderhevig aan de mode.
De dansers dragen een ceremoniële bijl, jalel of barandaniiyel, waarvan de symbolische betekenis volgens Dupire raadselachtig blijft. Inkervingen op het heft zouden het embleem van de lineage zijn. Andere informatie omschrijft het als de miniatuurversie van een oude Fulbe strijdbijl. (Dupire 1996: 316) Ze dienen volgens onze informant (Djouri Bedje) om het gevecht (te verstaan de dans) kracht bij te zetten bij het naar voor zwaaien. Aan de rechter enkel hebben de dansers een maanvormige haak met ringen vastgebonden (akkayawre). (Fig. 4) Hiermee wordt het ritme van de dans benadrukt.

Afb. 4: Yaake dansers uit 1951. De tunieken variëren naargelang de mode.
Net zoals bij de yaake worden er ook hier magische drankjes (bindore gereol) genomen die de schoonheid van de opmaak versterken, maar ook als afrodisiacum dienst doet. (Dupire 1996:316). Tijdens de geerewol dans is de noodzaak tot bescherming het hoogst. Vooral ingegraven wilde meloenen kunnen de verleidelijkheid van de tegenpartij aantasten. Enkel de beste dansers durven daarom de dansarena in te gaan. De toverdrank wordt nog versterkt door het uitspreken van de magische formules, alvorens de dansen van start gaan. (Durou & Loncke 2000:146)
De regels die bij deze dans voorgeschreven worden, zijn strikter dan bij de andere dansen zoals de yaake en ruume. Dat werd ons vooral duidelijk toen aan onze informant Bobou Doudje een afbeelding getoond werd die een geerewol opstelling veronderstelde (Afb. 17). Hij was zeer misnoegd over het feit dat men voor het nemen van de foto, deze opstelling had genomen zonder daarbij te voldoen aan de voorschriften van de klederdracht.

Afb. 17: Deze geerewol voorstelling is volgens onze informanten niet authentiek gezien de
klederdracht, de dansattributen en de opmaak (zie detail). Deze dansers voldoen niet aan
de traditionele normen die bij deze geerewol van toepassing zijn.
2.3.3.2. Opstelling en organisatie
De opstelling van de geerewol dans is de omgekeerde als van de yaake dans, die slechts een beperkt aantal lineages omvat. De geerewol zet diverse primaire lineages van dezelfde maximale lineage op één lijn. Hierbij staat de oudste lineage meest noordelijk op de noord – zuid as, de jongste lineage meest zuidelijk. (Dupire 1996:314)
Elke maximale lineage danst de geerewol apart. De meisjes die uiteindelijk de winnaar van de dans kiezen, zijn van de tegengestelde maximale lineage. De traditie wil dat de lineage die gast is tweemaal zoveel danst als de uitnodigende lineage. De vrouwen van de lineage die de geerewol dansen, worden bij de voorstelling niet toegelaten. De vrouwen van de tegengestelde lineage staan, samen met de kinderen, links opgesteld en de mannen rechts. De leiders nemen een plaats in het midden. (Brandt 1956:112)
Men kijkt vooral uit of de opeenvolgende winnaars het vol houden tot de geerewol dans van de laatste avond, op de zevende dag (kuunsawol). Deze laatste dans is bestemd voor de bezoekende partij, waarbij de grote overwinnaar gekozen wordt. Dit is de danser die ondanks de vermoeidheid en de zware beproevingen zijn schoonheid en charme weet te bewaren. Hij draagt in zich alle esthetische kwaliteiten die binnen deze gemeenschap gelden, gecombineerd met charme en elegantie. Hij is het fysische archetype die de identiteit van de groep bestendigt. (Loncke 2000: 154) Sommige winnaars zijn gevierde mannen en worden nog generaties later om hun kwaliteiten geroemd.
2.3.3.3. Verloop van de geerewol dans
De samri zorgt ervoor dat de dansers in een lange rij opgesteld worden, met de ellebogen tegen elkaar. Ze rijzen op hun tenen, met de knieën licht gebogen. In een lang en elegant gebaar zwaaien ze de armen voorwaarts, terwijl ze met het hoofd van links naar rechts draaien. Hun roodgekleurde gelaat toont een brede, theatrale glimlach zodat het wit van de tanden zichtbaar wordt. De ogen zijn wijd opengesperd.
Na ongeveer een uur ononderbroken gedanst te hebben, komt volgens van Offelen een oude vrouw met een houten stok met zich meesleept langs de rij. Eén voor één bekijkt ze de dansers zeer kritisch en maakt spottende opmerkingen. Ze beweegt zich op hetzelfde ritme als de dansers. Als erkenning maakt ze bij de mooiste danser een buiging tot aan zijn buik, waarna ze zich verwijdert. (van Offelen 1983:175) De gedragscode van de mbodangaaku is niet van toepassing op oudere vrouwen (zie 1.4.2), waardoor ze openlijk spot mogen drijven met de dansers. Op deze wijze houdt ze de culturele schoonheidscriteria in stand.
Elke lineage heeft een eigen lied dat verwijst naar een mythische oorsprong. Dit lied (jeldugol) zou volgens Loncke in oorsprong hetzelfde zijn, maar toch zijn de verschillen merkbaar en vormen een kenteken. Over de tijd heen zijn de woorden misvormd en is de betekenis verloren. Door dit lied kunnen zij een andere groep onmiddellijk herkennen. Het lied bij de geerewol gaat gepaard met een schietend vibrato, onderbroken door het gebrom van lippen en mondgeluiden die doen denken aan paringsdansen van sommige vogels. (Durou & Loncke 2000:141)
Tijdens het dansen wordt het refrein van dit lied voortdurend herhaald. Wanneer het gezang stil valt, antwoorden de dansers die niet meedoen en achter de groep opgesteld staan. Daardoor ontstaat een soort echo. Plots versnelt het ritme. De dansers springen naar voor in korte snelle sprongen. Ze stampen met de voeten zodat de ringen ritmisch klinken. Intussen blijven ze de ceremoniële bijl naar voor zwaaien en maken ze een kwartdraai, om daarna opnieuw een lijn te vormen.
Van Offelen beschrijft dat een tiental dansers, uitverkoren door de oude vrouwen, de rij verlaten en hun witte struisvogelveer wisselen voor een paardenstaart in witte kleur. (van Offelen 1983:176) Onze informant Djouri Bedjé vermeldt dat het een witte staartkwast van een koe betreft (rokmeret). Volgens hem wisselen alle dansers hun haartooi, niet enkel zij die uitgekozen werden door een oude vrouw. Eens de haartooi is gewisseld, worden de dansen hervat, nu zonder bijl en met handgeklap. Hierna zullen jonge meisjes de mooiste man uitkiezen. Volgens onze informant (Djouri Bedjé) worden de veren enkel de laatste dag ingeruild voor de rokmeret of witte kwast.
2.3.3.4. Verkiezing van de beste danser
Bij elke geerewol dans die men gedurende de zeven dagen opvoert, wordt er een winnaar gekozen. Dit is het hoogtepunt van de dans, waarbij de spanning ten top stijgt. De keuze wordt gemaakt door een aantal meisjes, suboyoobe genoemd, nadat de dansers gedurende uren ononderbroken gedanst hebben. Ze worden uitgekozen omwille van hun schoonheid en belangrijkheid. Vaak zijn ze de dochter van een winnaar. Zij bepalen wie van de jonge dansers het meest voldoet aan de schoonheidscriteria van deze gemeenschap.
De tegenovergestelde lineage heeft eveneens 3 suboybe uitgekozen, die de winnaars van de tegenpartij zullen aanduiden. Gedurende de voorstelling hebben ze de dansers goed bekeken en hebben ze hun keuze reeds gemaakt.
Bij Brandt worden er vijf meisjes voorgesteld die in de dansarena naar voor komen, andere auteurs maken melding van drie. Ze knielen neer zonder de dansers van de rivaliserende lineage aan te kijken. Dan komt één van de meisjes traag naar voor. Terwijl ze met haar ene hand haar gelaat afschermt, zwaait ze de andere arm en met een traag en ceremonieel gebaar kiest ze de danser van haar keuze. Het hele publiek juicht in uitbundige vreugde de beslissing toe. (Brandt 1956:128)
Bij het kiezen