Nazi-ideologie en verplichte tewerkstelling van Belgische vrouwen in de Tweede Wereldoorlog: een confrontatie. (Gerd Van der Auwera)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Woord Vooraf

 

Deze licentiaatsverhandeling behandelt de problematiek van de verplichte tewerkstelling tijdens de Tweede Wereldoorlog, en meer bepaald de inzet van de Belgische vrouwen. De verplichte tewerkstelling is een reeds in ruime mate onderzocht thema, maar de rol van de Belgische vrouwen daarin is nog niet apart behandeld. Hoe werd hun inzet georganiseerd? Waar kwamen ze terecht? Welke argumenten gebruikten de verschillende hoofdrolspelers (de Militšrverwaltung , het Comitť van de Secretarissen-generaal, de Kerk, de collaboratie, het verzet) om de verplichte tewerkstelling te verdedigen of daarentegen aan te vallen? We hebben echter meer dan enkel de arbeidsinzet van Belgische arbeidsters in het voetlicht te plaatsen en hebben tevens nagegaan hoe de nazi-ideologie te rijmen viel met de inzet van vrouwen. Omvat de nazi-ideologie wel, zoals tradtioneel wordt voorgesteld, het moeder-aan-de-haard-discours? Slaagden de nazi's erin hun ideologie in de praktijk om te zetten? Wat was de plaats van Duitse vrouwen in de economie? Wat met de Belgische vrouwen? Bovendien hebben we getracht die vragen te beantwoorden vanuit een genderperspectief.

 

Graag wil ik iedereen bedanken die van ver of dichtbij betrokken was bij deze verhandeling. In de eerste plaats komen dan uiteraard mijn promotoren prof. dr. Leen Van Molle en prof. dr. Mark Van den Wijngaert. Met hun deskundige hulp, praktische raadgevingen en kritische vragen hebben zij in belangrijke mate bijgedragen aan de verhandeling.

Ook tegen de mensen van het KADOC en het SOMA, waar ik menig uur heb gekampeerd, zeg ik dankuwel voor hun bereidwillige medewerking en hulp tijdens het archiefonderzoek. Het aantal archiefstukken en boeken die zij hebben aangedragen, zijn niet op twee handen en voeten te tellen.

Tenslotte, maar niet in het minst, wil ik een bijzonder woord van dank aan mijn ouders. Zij hebben er immers voor gezorgd dat ik de "geschiedenis-studie" heb kunnen aanvangen (en beŽindigen). Zij hebben ervoor gezorgd dat ik heb kunnen blokken en thesissen in de beste omstandigheden (lees: de nodige materiŽle en financiŽle steun, de kleine tijdrovende werkjes die ze overnamen, maar, misschien nog belangrijker, de morele steun, de plezanten thuis, het lekker eten, enz.). Natuurlijk mag ik hier ook mijn zusje Lien niet vergeten voor o.m de welgekome afleiding (m.a.w. niet zo gewillig slachtoffer van mijn plagerijen) die ze was, eigenlijk het hele jaar door.

 

Een hartelijke en zeer welgemeende dank aan al deze mensen

 

Gerd Van der Auwera

Mei 2001

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende