Vrijen en trouwen te Deinze (1699-1893). Een historisch-demografische studie van het premaritaal gedrag in een kleine stad. (Eva De Wulf)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Hoofdstuk VIII: Onwettigen

 

8.1 Inleiding

 

In dit hoofdstuk behandelen we de onwettigen.  In de inleiding gaan we dieper in op de term onwettigen en bespreken we de evolutie van de onwettigen met extra aandacht voor de scharniereeuw 1750-1850.  In de daaropvolgende paragrafen schetsen we het profiel van de moeders van de onwettigen.  In de laatste paragraaf bespreken we de wettiging van de onwettigen en schetsen we het profiel van de echtgenoot van een ongehuwde moeder.

 

Een bastaard, een natuurlijk kind of een onwettige is een kind dat verwekt en geboren werd buiten het huwelijk.  P.Laslett omschrijft een bastaard als volgt: ‘the bastard, like the prostitute, thief and beggar, belongs to that motley crowd of disreputable social types which society has generally resented, always endured.  He is a living symbol of social irregularity.’[132]  Kinderen die geboren werden buiten een huwelijk waren probleemkinderen want ‘Respectable people amongst Europeans like ourselves procreate only with partners to whom they are wedded at the time of the procreative act’’[133].

 

In de scharniereeuw 1750-1850 nam het aantal onwettigen en het aantal prenuptialen enorm toe.  In de voorgaande periode 1650-1750 kwamen bijna geen voorhuwelijkse kinderen voor.  Verschillende auteurs hebben geprobeerd om dit verschijnsel te verklaren.  Allerhande theorieën werden dienaangaande ontwikkeld.  Wij zetten de belangrijkste ervan in dit hoofdstuk uiteen.  Er waren meer onwettigen in deze periode, met andere woorden er kwamen meer premaritiale betrekkingen voor dan voorheen.

 

Was die toename van onwettigen het rechtstreekse gevolg van een veranderde houding ten overstaan van seks?  E. Shorter meent van wel.  Hij verwerpt de idee dat het invoeren van de Burgerlijke Stand een stijging van de onwettigen met zich meebracht.  Dit was ook hoogst onwaarschijnlijk aangezien slechts in uitzonderlijke gevallen de onwettigen konden ontsnappen aan de registratie in de parochieregisters.

 

Hij is ook niet akkoord met historici die de toename verklaarden doordat zwangere vrouwen het moeilijker hadden om hun verleider tot een huwelijk te dwingen.  Volgens E.Shorter was dit niet het geval aangezien parallel met een stijging van de onwettigen er ook een toename van de prenuptialen was in dezelfde periode.  Door deze parallelle stijging kan men niet besluiten dat deze toenames iets te maken hebben met het uitstellen van het huwelijk maar met een toename van premaritale seksuele betrekkingen.  Dit wijst op het feit dat verloofde koppels meer seks hadden vόόr het huwelijk en dat de losse flirts meer geconstitutionaliseerd waren dan in het verleden.  Door de liberalisering van de seks gingen de koppels vrijer met elkaar om kort nadat de verloving bezegeld was[134]

 

Waarom er meer gevreën werd vόόr het huwelijk, verklaart E. Shorter met begrippen als ‘expressive sexuality’ en ‘manupilative sexuality’[135].  De eerste beweegreden om seksuele betrekkingen te hebben was volgens E. Shorter het streven naar vrijheid door vrouwen.  De tweede beweegreden was seks te gebruiken als manupilatiemiddel om sociaal hogerop te geraken.  Deze twee drijfveren impliceerden verschillende soorten relaties.  Bij “expressive sexuality” kon het gaan om relaties tussen twee personen die elkaar oprecht beminden danwel om een kortstondige flirt, een hit-and –run relatie.  Bij “manupilative sexuality” hoorden “peasant-bundling” of een relatie van personen die onder maatschappelijke druk moesten huwen na een zwangerschap ofwel de “master-servant relatie”, een onevenwichtige relatie tussen een economisch sterkere man en een ondergeschikte vrouw.

 

In de twee bovenstaande gevallen (hit-and-run en master-servant) was het onwaarschijnlijk dat er een huwelijk volgde op de zwangerschap.  In de twee andere gevallen (echte liefde en peasant-bundling) waren de kinderen in principe ook onwettig maar waarschijnlijk volgde er een huwelijk en een wettiging van het kind.  Peasant-bundling vinden we hoofdzakelijk terug voor de achttiende eeuw in Noordwest Europa en Engeland.  De verloofden sliepen met elkaar voor het huwelijk en bij een zwangerschap werden ze door de gemeenschap gedwongen tot een huwelijk.  Ook een relatie tussen een meester en een dienstmeid kwam geregeld voor in de 17de eeuw en 18de eeuw. 

 

Samenvattend: E. Shorter poogde de stijging van het aantal onwettigen te verklaren door de veranderde houding van vrouwen uit lagere klasse ten opzichte van seks.  Hij spreekt zelf van een ware seksuele revoltie op het einde van de 18de eeuw ten gevolge van urbanisering en industrialisering.  Vrouwen konden vanaf dan buitenhuis werken in de stedelijke regio’s.  Ze verhuisden naar de stad en lieten de traditionele waarden, die benadrukten dat premaritiale seks verkeerd was en de controle van ouders en buren die zulke waarden opdrongen, achter zich.  Deze these werd verworpen door L. Tilly, J.W. Scott en M. Cohen.

 

E.Shorter beschouwde vrouwenarbeid als emanciperend maar dit gegeven werd betwist door L.Tilly, J.W. Scott en M.Cohen.[136]  Volgens hen werd vrouwenarbeid nog steeds verricht binnen de gezinseconomie en daarom bevrijdde vrouwenarbeid de vrouwen niet van de controle van de familie en de traditionele waarden.  Deze vrouwen moesten nog steeds hun loon afstaan omdat zij een schakel waren in de overlevingsstrategie van het gezin.  Daarenboven betwisten deze historici de mentaliteitsverandering van de arbeidersklasse ten opzichte van seks.  Zij verklaren de toename van de onwettigen door de standvastigheid van traditionele seksuele waarden in de veranderde economische context van urbanisatie en modernisering.  Volgens hen beleefden vrouwen voorhuwelijkse seks om een geschikte man te vinden en daarmee een gezin op te bouwen.

 

Dat vrouwenarbeid niet emanciperend werkte, besloot ook L. Berlanstein.[137]  Het verband tussen loon en onwettigheid ging niet op aangezien ook vele thuiswonende boerendochters onwettigen kregen.  Onwettigheid had volgens hem te maken met een groeiend proletariaat en niet met de emancipatie van de vrouw.

 

Volgens C. Fairchilds baseren beide tegengestelde theses zich op de houding van arbeidsters tegenover seks[138].  Hoe is het mogelijk om deze mentaliteit te achterhalen?  In Frankrijk heeft men daarvoor een schitterende bron, namelijk des déclarations de grossesse.  Moeders van bastaarden waren volgens de letter van de Franse wet verplicht bij de geboorte details te verschaffen over de omstandigheden waarin ze zwanger werden.  C.Fairchilds heeft deze bronnen bestudeerd in Aix-en –Provence in de 18de eeuw.  Gingen vrouwen seksuele betrekkingen aan in het kader van hun seksuele bevrijding?  Volgens C. Fairchilds is het eerder een effectief middel om een man te strikken voor een huwelijk.  Zij sluit zich dus aan bij de interpretatie van L.Tilly, M.Scott en J.W.Cohen.

 

Een volgende verklaringsgrond voor de toename van het aantal bastaarden in de periode 1750-1850 is het zogenaamde bastardy prone-society fenomeen.  Volgens P. Laslett nam het aantal onwettigen toe omdat de repeaters meer bastaarden verwekten.  We laten hem eventjes aan het woord: ‘ a repeater is a woman who is known to have given birth to more than one bastard child’[139]Deze repeaters woonden in dezelfde buurten en meestal waren ze verwant met elkaar.  Als zich een algemene stijging van de vruchtbaarheid bij vrouwen manifesteerde, nam de vruchtbaarheid van de repeaters sneller toe, het zogenaamde boostereffect.  P. Laslett formuleerde het als volgt: ‘ the bastardy prone sub-society, it consisted in a series of bastardproducing women, living in the same locality, whose activities persisted over several generations, and who tended to be related by kinship or marriage.  Many of these women were credited not with one illegitimate birth only, but with several’[140].

 

Uit het onderzoek door C. Vandenbroeke over de aanwezigheid van repeaters op het Vlaamse platteland in de 19de eeuw, is gebleken dat slechts 10% van de onwettige moeders hieronder ressorteerden.  Volgens de Franse historicus J.-L. Flandrin kozen de vrouwen niet vrijwillig voor een buitenechtelijke zwangerschap.  Overleven in de toenmalige agrarische maatschappij als vrouw was al zwaar genoeg en een ongewenste zwangerschap maakte de situatie grimmiger.  De toename van de late 18de eeuw schrijft J.-L. Flandrin toe aan de groter wordende groep van vrouwen die er niet in slaagden hun verleider te dwingen tot een huwelijk.[141].

 

Een andere theorie van J.-L. Flandrin is de volgende: ‘cette montée de l’illégimité est le résultat d’une crise des mœurs, ou si vous voulez de la moralité et d’un déclin de l’emprise de l’Eglise catholique sur les consciences.[142]’  De toenmalige bevolking emancipeerde van de religieuze moraal en van de ouderlijke invloed.  Deze theorie werd opnieuw van de kaart geveegd door J.M. Phayer[143].  Hij bestudeerde de voorhuwelijkse seksuele relaties in Westfalen.  Volgens hem bestond er geen verband tussen de nieuwe seksuele moraal en de toenemende verwereldlijking.  De meeste onwettigen kwamen juist voor in zeer vrome gebieden.  Ook de invloed van de Verlichting op de moraal van de lagere klassen was miniem tot onbestaande[144].  Het verband tussen secularisatie en onwettigheid werd dus ook betwist.

 

Daarnaast zijn er de socio-economische omstandigheden in de late 18de en het begin van de 19de eeuw.  Door de verarmingsprocessen in deze periode stelden koppels het huwelijk langer uit.  In periodes van crisis kwamen dan ook meer onwettigen voor omdat het interval tussen de puberteit en het huwelijk groter werd.  Tijdens deze periode lag de huwelijksleeftijd voor mannen en vrouwen vrij hoog respectievelijk op 28-29 jaar en 26-27 jaar.  Jongeren mochten volgens de Kerk geen seksuele betrekking hebben tijdens deze periode; deze norm naleven moet de jongeren de nodige frustaties opgeleverd hebben.  D.Levine verwoordt het als volgt: ‘… tradition forced upon most young men and women a period of enforced celibacy at the age when they were most virile and nubile.’[145]  Deze norm werd danig met de voeten getreden want het aantal onwettigen was nooit zo hoog.  Ook deze socio-economische theorie biedt geen soelaas aangezien P.Laslett en E.Wrigley bewezen hebben dat in Engeland de huwelijksleeftijd juist in deze periode daalde terwijl het aantal buitenechtelijke kinderen toenam.

 

Op de voorgaande pagina’s hebben we het enkel gehad over de toename van de illigitimi in de periode 1750-1850.  De periode 1846-1890 werd echter ook gekenmerkt door een stijging van het aantal onwettigen.  Volgens de demograaf R.Lesthaeghe is de toename van de voorhuwelijkse kinderen tussen 1846-1890 te wijten aan een drietal factoren.  Ten eerste de daling van de huwelijksleeftijd, ten tweede een toename van de voorhuwelijkse betrekkingen en ten derde de afgenomen familiale en sociale controle[146].

 

Vanaf 1890 deden de anti-conceptie middelden hun intrede en daalde het aantal onwettigen.  R. Lesthaege spreekt van een anti-conceptierevolutie.  Was het een mentaliteitswijziging of de wetenschappelijke vooruitgang die aan de basis lag van deze revolutie die vooral plaatsvond in Frankrijk en Engeland?  Historici zijn het er niet over eens, algemeen wordt aangenomen dat in Frankrijk een mentaliteitsverandering aan de basis lag en in Engeland een wetenschappelijke verbetering van de anti-conceptieven.  De anti-conceptiemiddelen werden eerst toegepast in Wallonië, in Vlaanderen kenden ze slechts na de Eerste Wereldoorlog hun opgang.  Het einde van de 19de en begin van de 20ste eeuw werd in Vlaanderen gekenmerkt door een groot kinderaantal per gezin.

 

 

8.2 De beroepsstructuur van ongehuwde moeders

 

In welke beroepsklassen komen onwettigen vooral voort?  We pogen aan de hand van onderstaande tabel op deze vraag een antwoord op te vinden.  In de negentiende eeuw kwamen er in Deinze 137 onwettige kinderen voor.  Dit aantal is groot genoeg om representatieve besluiten te bekomen.

 

Tabel VIII 1: Beroepsstructuur moeders met onwettige, Deinze, 1807-1893

Jaar

I 1

I 2

I 3

I 4

II 1

II 2

II 3.1

II 3.2

III

IV

1807

 

 

 

 

 

2

 

2

 

4

1808

 

 

 

 

1

1

 

2

 

 

1809

 

 

 

 

1

1

 

2

 

 

1819

 

 

 

 

1

2

 

1

2

 

1820

 

 

 

 

2

 

 

1

1

1

1821

 

 

1

 

 

 

 

5

 

 

1831

 

 

 

 

3

 

 

2

 

 

1832

 

 

 

 

 

 

 

6

 

 

1833

 

 

 

 

 

1

 

4

 

 

1843

 

 

 

 

 

 

 

4

 

 

1844

 

 

 

 

 

 

 

1

 

1

1845

 

1

 

 

 

 

 

4

1

 

1855

 

 

 

 

1

3

 

 

 

1

1856

 

1

 

 

 

2

 

 

 

 

1857

2

1

1

 

1

 

 

 

 

 

1867

 

 

 

 

 

1

2

1

 

 

1868

 

 

 

 

 

 

 

3

 

 

1869

 

1

 

 

 

1

 

3

2

 

1879

 

 

 

 

3

1

1

2

 

 

1880

 

 

1

 

3

3

2

1

1

 

1881

 

 

1

 

 

3

1

2