| “Richesse Oblige” Rang op Ambrym en Malakula (Vanuatu). Het nimangki-genootschap: bron van creativiteit, sociale vrede en statusverandering. (Jean P. L. De Keersmaeker) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
1. Etnografie
1.5. Genootschappen: macht en prestige
Van de Torres eilanden tot noord Epi worden de socio-culturele en machtsstructuren beheerst door rangsystemen. Het is via een ingewikkeld rangsysteem dat een man, en soms een vrouw, prestige en macht kan verwerven. Vooral het verwerven van de hogere graden is complex en stelt hoge economische eisen aan de postulant. Graden geven recht tot het dragen van welbepaalde insignes (armbanden, kniebanden, bandelieren en hoofddeksels), versieringen (bloemen, bladeren of pigmenten met specifieke kleuren), het oprichten van artefacten (houten sculpturen, monolieten, struiken en bomen) en het eten aan bepaalde vuren.[166] Ieder clanlid zal deze uiterlijke tekenen van welstand en prestige met grote fierheid dragen (Guiart 1965: 15). De beproeving waaraan een neofiet wordt onderworpen is de economische competitie. Voor alle ceremonies en artefacten die bij een graad horen moet betaald worden met slagtandvarkens. De financiële druk wordt, naarmate men opklimt in de ranghiërarchie, steeds groten. Praktisch iedere man zal de laagste trappen van het gradensysteem beklimmen. De hoogste graden worden meestal slechts bereikt door de big-man en de rijke mannen. Bij bevolkingsgroepen die geen erfelijk leiderschap kennen is de politieke macht die men verwerft via de graden veeleer beperkt. Grondgebruiksrechten en sociale plichten staan los van het gradensysteem. Een man van hoge rang kan gerust leven van pig bisnes en de verkoop van de kopierechten van de graden die hij heeft verworden. Het is hem toegestaan zich te bedienen van yams en taro’s uit de tuinen van mannen met lagere graden (Bonnemaison 1996:123).
1.5.1. Nimangki
Nimangki is een publiek genootschap en is het belangrijkste en het meest verspreide in genootschap in noord Vanuatu. [167] Over de oorsprong van het nimangki-genootschap doen verschillende hypothesen de ronde. Volgens Valjavec (1995:142-43) is de Sukwe (Suqwe, Suqe: naam van het Nimangki-genootschap op de Bankseilanden) waarschijnlijk verwant met het Indonesische sumba, sěmbah dat zowel ritus, als verering betekent. Een andere mogelijkheid stelt dat sukwe afgeleid is van sua wat in het proto-oceanisch en proto-austronesisch zou betekenen: “wortels naar boven” of “grond van het varken”. Nimangki is de generische term die nu algemeen gebruikt wordt door de veldwerkers van het Vanuatu Kaljoral Senta (Tryon 1996:inleiding).[168] De verschillende benamingen waaronder nimangki in noord Vanuatu voorkomt werden door Layard (1942:688) in kaart gebracht (kaart10).

Kaart 10. Namen waaronder het nimangki-genootschap
in noord Vanuatu voorkomt
Uit: Layard 1942:688
Naast de nimangki bestaan er op Malakula en Ambrym andere publieke, gesloten en geheime genootschappen. Het nimangki-genootschap laat toe dat mannen, soms ook vrouwen, door varkensoffers een hogere sociale rang en status verwerven.
Op de eilanden Malakula en Ambrym kent elke regio zijn eigen vorm van nimangki. Medewerkers van het Vanuatu Kaljoral Senta (Vanuatu Cultureel Centrum) doen actueel onderzoek naar de nimangki-ceremonies in noordwest Malakula, zuidwest Malakula, zuidoost Malakula, zuidcentraal Malakula, Zuid-West-Bay (Malakula) de Kleine Eilanden, Maskelynen (Malakula), noord Ambrym, zuidwest Ambrym en west Ambrym (Tryon: 1996: inleiding). Opvallend is dat de nimangki-ceremonie zich actueel vooral toespitst op de pig bisnes en de waarde van de slagtandvarkens. Monolieten en complexe constructies hebben aan belang verloren (Teslo in Tryon:4951).
De informatie die veldwerkers in het begin van de twintigste eeuw hebben verzameld is slechts een tijdopname. Layard, Deacon en Speiser hebben vastgesteld dat er bij de gradenceremonies een bijzonder grote creativiteit aan den dag werd gelegd. Ceremonies, rituelen, lichaamsversiering, sculptuur, muziek en dans zijn eigendom van een clan of een individu. Deze kan beslissen een deel of het geheel te verkopen aan een andere groep. De koper zal het als zijn plicht beschouwen enige wijzigingen aan het verloop aan te brengen. Vandaag nog kan een hoofdman indien hij dat wenst een ceremonie, bijvoorbeeld voor de toeristen, aanpassen en dit zonder afbraak te doen aan de kastom (traditie). Daarenboven is het aantal graden niet vastgelegd. Het aantal kan toenemen door toevoegen van graden of door het opsplitsen van bestaande graden (Guiart 1965: 15). Traditie is in Vanuatu geen status quo. Bonnemaison (1996a:133) beschrijft de drang naar verandering bij de mannen met de hoogste graad als volgt:
“Ces hommes créent la coutume: ils peuvent adopter de nouveaux rituels qu’ils inventent ou qu’ils empruntent à d’autres îles et aires culturelles; ils peuvent fonder de nouveaux grades et en modifier les rituels d’acquisition. Ils sont la coutume et il est en leur pouvoir de la régénérer continuellement, créant ainsi des précédents que leurs successeurs auront à cœur d’atteindre à nouveau et éventuellement de dépasser. Tout système de grade est ainsi en récréation perpétuelle.”(“Deze mannen creëren de kastom: zij kunnen nieuwe rituelen opnemen die ze zelf bedenken of overnemen van andere eilanden of culturele regio’s; zij kunnen nieuwe graden instellen of de overgenomen rituelen wijzigen. Zij zijn kastom et het ligt in hun macht om deze continu te regenereren, aldus creëren ze precedenten welke hun opvolgers ter harte zullen nemen om ze ook te bereiken en zelfs te overtreffen. Elk gradensysteem is aldus onderworpen aan een voortdurende herschepping.”)[169]
Daarom is de vraag of de nimangki-ceremonie de weerspiegeling is van een authentieke locale cultuur zinloos. Men heeft slechts momentopnames die de op dat ogenblik geldende vormen van representatie vastleggen. Etniciteit en cultuur zijn in deze context geen ontologisch gegeven met duidelijke holistische kern. Wij worden geconfronteerd met een continue creativiteit gebaseerd op het doorlopend introduceren van geleende of nieuw gecreëerde elementen. Vanuit de westerse cultuur bekeken worden ceremonies opgevoerd in het bijzijn van toeristen dikwijls als culturele prostitutie bestempelt. Deze visie fout omdat het wijzigen en actualiseren van het Nimangki ceremonieel steeds is gebeurd, ook voor de komst van de kolonisten (Tilley 1997:83-84).
Enkele constanten vinden we steeds terug bij de nimangki-ceremonie. De symboliek van de wedergeboorte, een nieuwe naam, het ontsteken van het sacraal vuur en het verorberen van voedsel klaargemaakt op het sacraal vuur zijn steeds aanwezig. Ook het oprichten van beelden, het ceremonieel gebruik van planten en het varken als betaalmiddel komen steeds voor. Al deze elementen hadden oorspronkelijk een esoterische en magisch-religieuze oorsprong. Nimangki fungeert als een netwerk waarbinnen de gebruiksrechten van materiële en niet-materiële artefacten continu worden verhandeld en gewijzigd. Bij de komst van de kolonisten was het ritueel reeds weggeëvolueerd van zijn oorspronkelijke mythische en religieuze wortels. De nimangki-ceremonie vormt veeleer een context voor uiterlijke vertoon, opbouw van macht, persoonlijk prestige en sociale vrede, dan de opvoering van een sacraal drama (Deacon 1934:270-71).
Alhoewel nimangki de persoonlijk kwaliteiten en vooral economische capaciteiten van de kandidaat benadrukt, wordt aangenomen dat een graadverhoging steeds een gunst is van zijn voorouders (Bonnemaison 1996b:208). Om zijn doel te bereiken moet een ambitieus man niet alleen rijkdom accumuleren, hij moet ook blijk geven van een grote generositeit: “richesse oblige”. Hij zal zijn moeten rijkdom gebruiken om andere, minder rijke mannen te sponsoren opdat ook zij een kans maken graden te verwerven. Zijn hoofddoel is vooral om dienstbaarheid af te dwingen en een coterie te creëren (Sahlin 1972:135-6).
1.5.1.1. Nimangki op Malakula
Algemeen kan men stellen dat het Nimangki genootschap op Malakula, met uitzondering van de Big Nambas, toegankelijk is voor alle mannen. De aspirant voor een graad wordt voorgedragen door een peter die deze graad reeds heeft verworven. De postulant vergoedt zijn peter en betaalt voor alle artefacten met varkens. De geïnitieerde heeft nog andere verplichtingen zoals de genodigden geschenken geven en ze na de ceremonie uitnodigen aan de dis. Het belangrijkste deel van de graadverhoging bestaat uit het ceremonieel oprichten van een hout- of boomvarensculptuur, een monoliet of een stenen platform. Dit gaat steeds gepaard met het offeren van slagtandvarkens. De postulant zal na zijn graadverhoging een nieuwe naam krijgen. Vanaf dat ogenblik mag hij alleen voedsel verorberen dat klaargemaakt is op de haard van zijn rang. Vanaf dat moment heeft hij het recht de insignia van zijn rang te dragen.
De belangrijkste nimangki-graad in Malakula is “Mbal” of “Mbalias”. Mbalias verwijst naar “mal” (priester) en “bal” (dood).[170] Het aantal graden dat men moet doorlopen om de Mbal te bereiken en de financiële draagkracht waarover de neofiet moet beschikken zijn sterk verschillend van dorp tot dorp. De verschillen zijn het gevolg van de passie van de ni-Vanuatu voor ceremonieel, ritueel en decorum. Algemeen kan men stellen dat het hoogste aantal graden in het zuiden van Malakula te vinden zijn. Naarmate men noordwaarts gaat neemt het aantal graden gestadig af (Layard 1928:143).
Voor Bonnemaison (1996b:209) zijn de oorspronkelijke religieuze facetten van nimangki het meest zichtbaar in zuidwest en zuid Malakula. Naarmate een man een hogere graden verwerft transmuteert hij in een bovenmenselijk wezen. Men gelooft dat hij reeds in gemeenschap met de voorouders leeft. In zuid en zuidwest Malakula zal de drager van de hoogste graad leven als een cenobiet, en zich onderwerpen aan strenge taboeregels die hem afschermen van de wereld der levenden. Hij zal in tegenstelling met de andere regio’s van Malakula geen drang meer hebben om zijn macht en prestige te tonen.
1.5.1.1.1. Zuidwest Malakula
Het manggi-gradengenootschap (nimangki) in het zuidwesten van Malakula (South-West-Bay, Seniang district) werd door Layard in detail beschreven. Hij is ervan overtuigd het om een geïmporteerd genootschap gaat. Hij stelde vast dat de verspreiding over het zuidwesten van het eiland nog steeds aan de gang was (Layard 1928: 142). In de lagere graden zal de kandidaat een houten beeld oprichten, het omspannen met een koord en in de nabijheid van het beeld een boom of struik planten. Bij het bereiken van de Mbalias (equivalent van Mbal) vervangt een monoliet het houten beeld. De monoliet krijgt naarmate men in de gradenhiërarchie stijgt een meer antropomorfe vormgeving. Hoe hoger de graad hoe belangrijker de rol van stenen tafels, monolieten en muren wordt. De stenen beelden of monolieten worden niet omspannen met een koord, maar door een stenen kring. Samengevat ziet het verloop van de ceremonie er in zuidwest Malakula als volgt uit (Layard 1928: 147-51):
Maanden vóór de ceremonie heeft de peter van de kandidaat contacten gelegd met mannen uit andere dorpen. Hij zal een van die mannen als compagnon aanstellen. Die zal hem bijstaan tijdens de ceremonie. De compagnon zal zich laten assisteren door enkele helpers. Deze assistenten spelen een belangrijke rol tijdens de ceremonie en zullen voor hun diensten vergoed worden met varkens. Gezien de waarde van varkens heeft de compagnon geen problemen om het nodige aantal assistenten te vinden.
Op de dag dat de gradenceremonie zal plaatsvinden, komen talrijke bezoekers uit omliggende dorpen. Zij komen niet alleen als toeschouwer maar zullen desgevallend deelnemen aan de teur. Deze dans wordt vanaf de vierde graad (andal) steeds opgevoerd.
Een houten beeld (temes), een houten paal of een monoliet wordt opgericht. Een boom of struik wordt geplant. Het geheel wordt afgebakend door een koord of bij de hogere graden, door een stenen cirkel.
Na het oprichten volgt de rembumbwir: het uitdelen voedsel (yams, taro en kokosnoten) onder de aanwezigen.
Nu volgt het rondedans met de
varkens. De novice moet de hele ceremonie inclusief objecten, ranginsignes,
muziek, zang en dans met varkens betalen. Heeft hij zelf niet voldoende
varkens dan zal hij deze bij zijn peter geleend hebben. De novice houdt één
van de varkens aan een leiband en presenteert het dier aan zijn peter. Deze
geeft het ranginsigne dat met dit varken betaald wordt aan de compagnon. Deze
geeft het object door aan een van zijn assistenten. Nadien laat men de
spleettrommen galmen. De novice neemt het varken op zijn schouders en danst
rond de spleettrommen. De assistent danst met het rangobject in de
tegenovergestelde richting. De dansers ontmoeten elkaar ter hoogte van de
peter. De postulant legt het varken aan de voeten van zijn peter. De assistent
ontdoet de novice van zijn oude insigne en bekleedt hem met het nieuwe
rangteken. Hetzelfde ritueel wordt herhaald voor elk ranginsigne of rangobject
dat de postulant zal verwerven.[171]
Een bijzondere
procedure heeft plaats bij graden waar de postulant reeds een tilewar
(armband van varkensslagtanden) draagt en een nieuw exemplaar zal krijgen. Bij
deze graden is de centrale sculptuur steeds omringd door de stenen cirkel. De
frontale steen van de cirkel heeft de vorm van een fallus. Een assistent zal
de arm van de novice op deze steen plaatsen en met een kei de armband
verbrijzelen. Daarna zal hij de nieuwe armband krijgen. De kei waarmee de
assistent de tand stuk slaat noemt men “het kind van de steen” en hij
wordt steeds op de fallussteen gelegd (fig. 15a).
Nu volgt de rarav-aio’oi-ceremonie of het doden van het varken. Waardevolle varkens met gekrulde slagtanden worden door de neofiet geofferd ter ere van de opgerichte beelden. De novice gaat naar zijn peter met in de ene hand een speer (namas) of een varkensknuppel (nai-ai-motemot) en aan de andere hand het varken aan de leiband. Hij overhandigt beide aan zijn peter die de speer of knuppel doorgeeft aan de compagnon terwijl hij zegt: “Ik geef je dit varken om op te eten”. De compagnon geeft de speer of knuppel aan een assistent waarna ze samen rond de trommen dansen. Nadien geeft de peter het varken aan de compagnon waarna de assistent het varken aanraakt met de speerpunt of de knuppel. Het varken is nu symbolisch dood. De compagnon en zijn assistenten roepen dan: “ Wij geven je onze naam: ‘XXX’, waarna de compagnon en zijn assistenten met het varken huiswaarts keren.[172] Indien het ritueel voorziet dat de postulant het varken doodt zal het door de compagnon en zijn assistenten ter plaatse verorberd worden. In geen geval mag de postulant, noch zijn peter van dit varkensvlees eten. Bij hogere graden kan er een dubbele ceremonie plaatsgrijpen. Nadat het hierboven beschreven ritueel heeft plaatsgehad, wordt er een tweede beeld opgericht waarbij het ritueel wordt overgedaan. Er zou in dit geval geen tweede betaling plaatsvinden. De volgende dag zou men samenkomen voor de teur-dans. Men danst dan van zonsopgang tot zonsondergang. Nadien worden er voor de dansers verschillende varkens geslacht.
Bij de afsluitingsceremonie in het mannenhuis wordt aan de gepromoveerde het sacraal vuur aangewezen dat hij vanaf nu zal moeten gebruiken.
Het aantal Nimangki-graden dat in Zuidwest Malakula wordt toegekend is opvallend groot. Mbalias of Mal is de veertiende en belangrijkste graad. Deze graad wordt nog aangevuld door veertien bijkomende Mbalias-graden. Naast een titel, heeft elke graad ook een beschrijvende naam maar deze wordt in het dagelijks leven weinig of niet gebruikt. De eerste twee graden worden aangekocht bij de broer of de vader van de moeder van de neofiet. De daaropvolgende graden kunnen aangekocht worden bij iemand die de graad reeds heeft verworden. Tabel 2 geeft een overzicht van de titels van de veertien basisgraden met de belangrijkste objecten.[173] Tabel 3 geeft dezelfde informatie voor de veertien post-mbalias-graden (volgens Layard 1928:151-179 en 1942:690, 713-19).
Ook Deacon (1934: 272-287) heeft de Nimangki-graden in bij de Seniang in Zuidwest Malakula bestudeerd. Hij heeft tweeëndertig graden genoteerd die hij niet opsplitst zoals Layard in basisgraden en post-mbalias-graden. Zoals men kan opmerken voegt Deacon verschillende extra graden toe aan de structuur van Layard. Er moet op gewezen worden dat Deacon (1934:278) niet altijd zeker is van de volgorde waarin de graden worden toegekend. Volgens Deacon (1934:373) is het mogelijk dat tijdens de ceremonie van de hoogste graden kava wordt gedronken. Het gradensysteem volgens Deacon zijn veldwerk (1934:274-339) wordt weergegeven in tabel 4.
|
Graad nr. [174] |
Titel (Omschrijving) |
Betekenis van Titel en (Omschrijving) |
Beeld(en),belangrijkste Artefacten, insignia (te betalen) |
|
1 |
Amb-kon (Na-amb-tlew) |
Heilige vuur: wordt voor het eerst toegewezen[175] |
Temes met één gezicht in rood, wit en zwart, koord Speer ( of varkenshamer) |
|
2 |
Mweliwsal (Binben) |
Jonge schutter en kuitband of “kousenband” |
Boomvarenfiguur met één gezicht Speer Armband (vezel) |
|
3 |
Barangbie (Na-ambuloh) |
Heilig beeld |
Bundel wild riet, een net, een houten figuur met twee facies, rituele planten |
|
4 |
Andal (Na’avuntal) |
Dans opnieuw |
Houten figuur, koord Twee armbanden (vezel en varkenstand), speer, arendsveren |
|
5 |
No-ulas (No-ulas) |
Verf (boom) |
Houten- en een boomvarenfiguur (met lichaam), armband, speer, bladeren, arendsveren, koord, yam |
|
6 |
Mbaturu (Mbaturu) |
Twee hoofden |
Meerdere boomvarenfiguren, afdak, armband, veren (arend en uil), koord, bladeren, grote boog, enkelratels, yam |
|
7 |
Tar-lenunggor (Tanemweliw) |
Arend dans en schutters grond |
2 houten figuren, steencirkel[176], bladeren, struiken, armband (varkenstand), arendveren, speer |
|
8 |
Matelau (Neliwis) |
? en kuitband |
4 houten figuren, graafstok, koord, varkenshamer, penisdoek, meerdere varensculpturen, één neusplug, yam |
|
9 |
Wet-ndum (Ne-wet) |
Steen |
Bundel wild riet, varkenshamer, dissel, bladeren, houten paal, kleine monoliet, fallussteen, armband (tand), veren |
|
10 |
Mbalmbal (Mbalmbal) |
Offerpaal |
Houten paal, holle navanuvu (bamboekegel), kleine boog, gordel (vezel), koord, 2 armbanden |
|
11 |
Mew-langawul (Ni-mew) |
Grote Verenkegel (uit bamboe) |
Bamboekegel met gezichten (± 3m.), boomvarensculpturen, neuspluggen, bladeren en planten (kava?) |
|
12 |
Ni-mweil (Ni-mweil) |
Cycas[177] |
Steencirkel (met fallussteen), bomen (cycas en malandr), graafstok, gordel, armband, penisdoek, veren |
|
13 |
Ne-welwel (Muluwun) |
? en dans |
Boom (malandr), steencirkel, armband, houten figuur, afdak. |
|
14 |
Mbalias (Na-amal-won) |
Offer (priester) en heilig clubhuis |
“kind van de steen”, steencirkel, boom (malandr en mbetep) houten figuur, dak met twee wanden, nokbalk uit boomvaren met figuren, spinweb, monoliet (glad) |
Tabel 2:Nimangki basisgraden volgens Layard (South West Bay, Malakula)
|
Graad nr |
Titel (Omschrijving) |
Betekenis van titel en omschrijving |
Beeld(en), belangrijkste artefacten, insignia (te betalen) |
|
15 |
Muluwun -Sumburan (Muluwun -Sumburan) |
Oude man Muluwun |
Houten en varen figuur, bomen (malandr, mbetep), steencirkel, “kind van de steen”, dak met wanden, net, penisdoek, armbanden (varken: pols, bovenarm), armband (schelp of schildpad)[178] spinneweb hoofddeksel gordel, bandelier , armteken, cirkels op de facies geschilderd. |
|
16 |
Mbalias (Na-amel- -ndarlamp) |
Offer (priester) en clubhuis |
Nieuw clubhuis met antropomorfe balkeinden, klein houten figuur, boomvarensculpturen, monoliet (glad) met “kind van de steen”, armteken |
|
17 |
Muluwan (Nitambap) |
? |
Boomvarensculptuur, andere artefacten? |
|
18 |
Mbalias (Mbot mparamp) |
Offer (priester) en Lange paal |
Boom (malandr), steencirkel, paal (tortor hout)[179] met 3 figuren en 3 gezichten, hoofddeksel, net |
|
19 |
Mbalias (Nembrutun Ne-wet) |
Offer (priester) en Voet van de steen |
“kind van de steen”, struik (rode croton en na-ari-tamat), monoliet (glad niet fallisch), net, hoofddeksel |
|
20
|
Mbalias (No-usun Amel) |
Offer (priester) en fallussteen clubhuis | Monoliet (fallusvorm) met “kind van de steen” . |
|
21 |
Mbalias (Ndundu lamp) |
Offer (priester) en ? |
Monoliet zoals voor graad 20, andere artefacten? |
| 22 |
Namal[180] (Newet mbal) |
?en offersteen | Monolieten (fallisch), “kind van de steen”, web (hoed van spinneweb) |
|
23
|
Mbalias (Namel nambar)
|
Offer (priester) en blind clubhuis | Steencirkel, “kind van de steen”, web, boom (malandr) monoliet en varenboompaal (beide antropomorf), hoofddeksel, huis, andere artefacten? |
|
24 |
Mbalias (Namu?) |
Offer (priester) en ? |
|
|
25 |
Mbalias (No-usun) |
Offer (priester) en fallussteen |
Monoliet met 4 gezichten,[181] “kind van de steen”, web |
|
26 |
Muluwun (Muluwun-Langawul) |
Grote Muluwun |
Geen informatie |
|
27 |
Neru (Neru-wenoungg) |
? |
? |
|
28 |
Namu[182]
|
? |
idem graad 6 (?) met bijkomend een boomplanting (malandr), web |
Tabel 3: Post-mbalias-graden volgens Layard
|
Graad nr. |
Titel (Omschrijving) |
Betekenis van de titel en (Omschrijving) |
Beeld(en), belangrijkste Artefacten, insignia (te betalen) |
|
1 |
Ambkon
(Naamb Tileo) |
“Heilig vuur”: wordt voor het eerst toegewezen (Heilig vuur) |
Doorboren van de oorlel, een temes ? (boomvaren sculptuur ± 50 cm) met alleen een rood gezicht |
|
2 |
? (Naari Mbangk) |
? (cordyline variëteit)[183] |
? |
|
3 |
Barang bie (Naamb loh) |
? (Heilig vuur) |
Een temes met drie complete figuren boven elkaar met rode gezichten, schildpad armband |
|
Mwelip Mbon of Mwelip Sal (Nimbinben) |
? of “verbonden-dubbel fruit” (schelpenarmband) |
3 temes zoals voor Ambkon (1) maar gezicht niet beschilderd |
|
|
Vetndum of Vetn Mbuas (Nevet) |
Steen of “steen van het varken” (steen) |
Totor paal, kleine steen met beschilderd gezicht: de nevet (eerste graad waar een steen wordt opgericht) |
|
|
6 |
Barang Telmbwir (Naai Mbimbarap) |
|
Naai Mbimbarap: naam gegeven aan de temes van deze graad, de sculptuur heeft verschillende gezichten (beschilderd met rood, wit en zwart), Schelp, arendveer varkenshamer, conch [186] |
|
7 |
Andal of Liwis Ndum (Nahav Ndal) |
? of ?
(dans opnieuw) |
4 kleine boomvarenbeelden (± 1 m): 2 met gezicht en 2 met hele figuur, grote houten temes met kegelvormige top en met verschillende gezichten en hele figuren (rood, wit en zwart beschilderd), slagtandarmband, arendsveren |
|
8 |
Tarlennunggor of Telmbwir (Neten Mwelip) |
? en ?
(aarde, grond…?) |
Stenen cirkel, klein beeld |
|
9 |
Telembwir Amel (Naamel) |
Steen |
Drie tortor pijlers worden voor het mannenhuis (amel) geplaatst, in de centrale balk is een gezicht gebeeldhouwd (rood beschilderd), kleine monoliet, speer, arendsveren, conch |
|
10 |
Ambas (Tortor Nimew) |
? (boom met veren) |