Wie was de Romeinse arts? Een interpretatie vanuit de iconografische en archeologische bronnen,geconfronteerd met de traditionele interpretatievanuit de literaire en epigrafische bronnen. (Marlin Janssens)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

HOOFDSTUK 2: Een interpretatie vanuit de iconografische en de archeologische bronnen

 

2.1. Inleiding

 

In dit hoofdstuk worden de iconografische en archeologische bronnen voorgesteld. Beide categorieën worden elk in een apart punt behandeld: eerst wordt het materiaal in zijn context voorgesteld en dan volgt de interpretatie met het oog op de centrale vraagstelling, de sociale positie van de Romeinse arts. Deze scheiding, hoewel onnatuurlijk, wordt gehanteerd om duidelijk te kunnen maken wat het belang is van beide deeldisciplines en wat zij afzonderlijk bijdragen aan de uiteindelijke interpretatie in punt 2.4.

 

 

2.2. Iconografische bronnen

 

2.2.1. Inleiding

 

Reeds eerder werd gewezen op het belang van de iconografie voor de studie van de antieke geneeskunde. Vooral voor de Romeinse periode is er relatief veel materiaal bewaard[171]. Vreemd genoeg heeft tot nu toe geen enkele onderzoeker zich bezig gehouden met een degelijke analyse van deze stukken. Toch verdient de iconografie een plaats in het onderzoek, omdat het onderzoek van de beeldtaal (bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde attributen op de voorstellingen) elementen kan opleveren die onze interpretatie van de sociale positie van de Romeinse arts kan bijsturen.

Vooral de figuratieve grafstenen zullen een belangrijke plaats innemen, aangezien een vergelijking van het materiaal van eenzelfde categorie wetenschappelijk meer verantwoord is en representatievere resultaten zal geven. Andere voorwerpen zijn eerder unieke stukken, waardoor het moeilijker wordt om daaruit bepaalde tendenzen af te leiden met betrekking tot de sociale structuur van het artsenwezen in Rome en in de westelijke provincies. Zoals reeds eerder vermeld, zijn in de cataloog ook stukken opgenomen die afkomstig zijn uit de oostelijke provincies. Aangezien iconologie zelden deel uit maakt van de opleiding van een archeoloog en aangezien beeldanalyse voor de moderne onderzoeker moeilijker is dan materiaalanalyse, is het belangrijk om zoveel mogelijk materiaal te bekijken. Zo kan men de stukken die van toepassing zijn op het geselecteerde geografisch gebied beter begrijpen.

 

2.2.2. Analyse

 

Aangezien men niet zonder meer voorwerpen met elkaar kan vergelijken, worden hier een aantal categorieën voorgesteld waarbinnen een vergelijking wel mogelijk is. Zeer betekenisvol voor de interpretatie van de sociale positie van de arts zijn de graven en de gebruiksvoorwerpen (geneesmiddelenkistjes, instrumenten en gemmen), aangezien men hier het het best de sociale positie van de arts kan beoordelen. Munten zullen eerder het sociale streven van de stad tonen, terwijl stukken zoals de zuil van Trajanus, het fresco van Pompeii en de standbeelden zo uitzonderlijk zijn dat zij in feite niet kunnen gebruikt worden bij het opstellen van een sociale hiërarchie.

Vanzelfsprekend moet men naast de iconografische analyse ook aandacht schenken aan de datering en de geografische herkomst, aangezien “het” Romeinse rijk geen statisch gegeven is.

 

2.2.2.1. Graven

 

De meest representatieve informatie kan afgeleid worden uit de graven. Vanaf de late Republiek, met als hoogtepunt de tweede eeuw na Chr., verschijnen op de grafstèles van vooral vrijgelatenen de eerste figuratieve reliëfs met als thema het beroepsleven[172]. De artsen zijn op hun grafsteen te identificeren aan de hand van attributen waardoor zij zich onderscheiden van andere beroepen, in dit geval hun instrumentarium, waardoor het mogelijk wordt om archeologische vondsten beter te interpreteren. Daarnaast willen zij ook hun plaats op de sociale ladder weergeven, door bepaalde attributen, die algemeen gebruikt worden door de Romeinen, af te beelden.

 

2.2.2.1.1. De arts

Hier worden de voorbeelden kort besproken met het oog op de centrale vraagstelling, de sociale positie van de arts. Men kan verschillende categorieën van graven onderscheiden. Deze zijn een eerste criterium voor de sociale positie van de arts in kwestie. Als tweede criterium kan men de beeldtaal gebruiken, met name de attributen uit het gemeenschappelijk Romeins repertorium die gebruikt worden om (het streven naar) sociaal prestige uit te drukken. Deze twee criteria zullen moeten overeenkomen. Een zekere afbakening van clusters zou mogelijk moeten worden.

 

Er zijn maar een tweetal voorbeelden van een grafmonument gekend[173], namelijk dat van Cornelia Urbanilla en dat van Patronos en zijn familie. Cornelia Urbanilla heeft echter niets met de arts als dusdanig te maken, dus hierover kan men geen uitspraken doen. Vergelijkbaar is het fresco met de zogenaamde anatomieles van de catacombe van de Via Dino Compagni. In dit rijke hypogaeum hoeft niet noodzakelijk een arts begraven te zijn. De scène kan bedoeld zijn om de (al dan niet reële) geleerdheid van de overledene te evoqueren. Het graf van Patronos is slechts gekend uit fragmenten van blokken met frescoversiering, waaruit men kan afleiden dat het om gegoede mensen gaat. Zij dragen Griekse kledij, schrijven in het Grieks en staan afgebeeld in een tuinlandschap dat een allusie maakt op de graftuin, het ideaal van elke rijke.

 

Daarnaast zijn er een drietal sarcofagen bewaard[174], telkens met voldoende duidelijke voorstellingen, zodat men zeker kan zijn dat hierin artsen begraven waren: een slang, een instrumentenkistje en twee laatkoppen. Het gaat hier duidelijk om gegoede artsen want niet alleen kunnen zij een luxueus uitgewerkte sarcofaag betalen, zij leggen ook de nadruk op het feit dat zij geletterd waren, al dan niet een reëel kenmerk van de hogere klasse. In de voorstellingen wordt dit uitgedrukt door de filosofenmantel en de boekrol. Tevens laten zij zich afbeelden in een geïdealiseerde houding, namelijk op een ligbed of aan een bureau. Enkel de arts Sosius Julianus is afgebeeld terwijl hij aan het werk is: hij behandelt de ogen van een vrouw.

 

De grootste groep wordt gevormd door de grafstenen met een figuratieve voorstelling.[175] Men kan aan de hand van de iconografie een opmerkelijke vaststelling doen. Bij een tiental voorbeelden wordt de hoge sociale positie van de arts uitgedrukt door de attributen, meestal een stoel met leuning, een filosofenmantel en een boekrol. In één voorbeeld[176] is de overleden arts afgebeeld onder een grafgebouwtje, een evocatie van de graftuin die enkel te betalen is voor de rijkelui. Dit alles kadert in het streven van mensen om als geletterd over te komen, wat als een kenmerk van de rijken gezien werd.

Een analyse van de namen leert ons dat zes artsen drie namen hadden, drie twee namen en zeven één -meestal vreemde- naam. Een Romeinse burger draagt steeds een toga in tegenstelling tot de vrijgelatene die in werkkledij is afgebeeld[177]. De Griekse artsen uit Griekenland en Klein-Azië nemen, ondanks het feit dat zij geen Romeinse burgers zijn, toch een vooraanstaande positie in in de maatschappij.

Drie grafstenen behoren toe aan vrouwen[178]: een apothekeres, een medica en een ietrikè. Uit de kwaliteit van de grafsteen en de attributen blijkt dat deze vrouwen zeker niet minder belangrijk zijn dan hun mannelijke collega’s.

 

Tenslotte heeft men de afsluitplaten van de loculi waarbij door de geringe oppervlakte maar een klein reliëf kan uitgewerkt worden. Toch zijn er een aantal mooie voorbeelden[179] bewaard gebleven, waarbij opvalt dat de arts in kwestie steeds tijdens het werk afgebeeld is: hij voert een aderlating uit, hij behandelt de ogen van een patiënt of hij voelt aan het voorhoofd en de buik.

Opmerkelijk zijn de grafplaten van een paar[180], begraven in Ostia, waarbij de man arts is en zijn echtgenote vroedvrouw. Beiden zijn tijdens het werk afgebeeld.

 

Cat. nr.

Graftype

Naam

Burgerrecht

Kwaliteit graf

15

grafsteen

Publius Pupius Mentor

ja

hoog

16

grafsteen

Decimus Sempronius Hilarus

ja

hoog

17

grafsteen

Decimus Sempronius Iucundus

ja

middelmatig

18

grafsteen

Jason

neen

middelmatig

19

grafsteen

Satrius

ja? Legioensoldaat

laag

20

grafsteen

Fadianus Bubbal

neen

middelmatig

21

grafsteen

Titus Cinius

neen

middelmatig

26

grafsteen

Quintus Pompeius Eutychus

ja

middelmatig

27

grafsteen

[...]ini

neen

hoog

28

grafsteen

Mogounos?

neen

?

30

grafplaat

Scribonia Attice

neen

middelmatig

31

grafplaat

Marcus Ulpius Amerimnus

ja

middelmatig

32

grafsteen

Publius Aelius Pius Curtianus

ja

hoog

34

grafsteen

Hedylus

neen

laag

38

grafsteen

Klaudios Agathemeros

neen

eerder hoog

39

grafplaat

Martinianus

neen

laag

42

grafplaat

Alexander

neen

laag

43

grafsteen

Alexander Pallados

neen

eerder laag

47

graf

Patronos

neen

hoog

48

grafsteen

Aelius Clodius Metrodorus

ja

eerder hoog

 

 

(A.?) Clodius Tertius, zijn vader

neen

laag

49

grafsteen

(H)Eleis

neen

eerder laag

50

grafsteen

Asklepiades

neen

eerder hoog

51

grafaltaar

Titus Flavius Hermes

ja

eerder hoog

Fig. 9: Samenstelling van de namen van artsen met een figuratieve grafsteen

 

Uit bovenstaande tabel blijkt dat sociale status en rijkdom niet uitsluitend voorbehouden zijn aan Romeinse burgers. Artsen in de oostelijke provincies, die het Romeins burgerrecht (nog) niet hebben verworven, kunnen toch een vooraanstaande positie hebben bekleed in de maatschappij en kunnen over voldoende financiën beschikken om een kwaliteitsvol graf aan te leggen. Omgekeerd kunnen Romeinse burgers in de Italische steden bijvoorbeeld behoren tot de middenklasse.

 

2.2.2.1.2. Het instrumentarium

Op de grafstenen[181] worden vaak de instrumenten van de arts afgebeeld. Hierdoor wordt het mogelijk om archeologische voorwerpen beter te interpreteren en in te schatten welke instrumenten als basisuitrusting beschouwd worden. De sonden, de scalpels, de tangen, de haken of beenhevels, de laatkoppen en de instrumentenkistjes (de dokterstas) komen het meest voor (zie fig. 10). Vanzelfsprekend is het moeilijk om een goede interpretatie te geven, wanneer de afbeelding niet goed bewaard is[182].

 

Wat

Cat. nr.

Sonde

Scalpel

Tang

Haak/Beenhevel

Laatkop

Kistje

?

4

7

1

0

3

0

0

Fresco

6

0

0

1

0

0

0

Gemme

8

1

0

0

0

0

0

Graf

18

0

0

0

0

1

0

Graf

19

0

3

1

2

0

0

Graf

20

0

1

0

0

0

0

Graf

25

0

3

2

1

0

1

Graf

26

0

0

0

0

2

0

Graf

29

1

1

0

0

0

0

Graf

31

0

1

0

0

0

1

Graf

32

4

3

0

2

0

1

Graf

33

0

4

2

0

0

1

Graf

34

1

0

0

1

1

0

Graf

35

0

0

2

0

2

2

Graf

37

0

0

1

0

0

0

Graf

39

1

0

0

0

0

0

Graf

40

1

0

1

0

0

0

Graf

41

0

0

0

0

0

0

Graf

42

0

0

1

0

0

0

Graf

44

3

1

1

0

1

1

Lepelsonde

52

1

0

0

0

0

0

Olielamp

53

0

0

1

0

0

0

Sarcofaag

65

3

1

0

1

0

0

Sarcofaag

66

0

0

0

0

2

0

Tempelreliëf