Tussen twee werelden: hotsende, botsende, trillende jeugd. Rockíníroll, Vlaanderen en de jaren vijftig. (Kasper Demeulemeester)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

INLEIDING

 

Iedereen weet wat RockíníRoll is.

 

Iedereen kent Elvis en iedereen voelt dat wanneer men tegenwoordig over rockíníroll spreekt, men veel meer bedoelt dan louter en alleen de muziek. RockíníRoll is geÔntegreerd in onze taal, in ons denken en in onze visie op cultuur. Het is een symbool geworden, onlosmakelijk verbonden met een wild en uitbundig leven, vrijheid, individualiteit en jeugd. Het is tot in de verste uithoeken van de wereld doorgedrongen, de luidruchtige heraut van de Westerse cultuur van de tweede helft van de twintigste eeuw.

 

Maar zo is het niet altijd geweest. Nog niet zo lang geleden was er een tijd waarin RockíníRoll enkel in de zwarte gemeenschappen van de Verenigde Staten een betekenis had. Het was een eufemisme voor seks, en had als zodanig een bijklank van marginaliteit en taboe in het blanke Amerika. Nog iets minder lang geleden was het een eclectische muziekstijl die in de onderbuik van de Amerikaanse cultuur groeide en voor iemand het door had uitgegroeid was tot een wereldwijde rage. Gedurende enkele jaren was het een fenomeen dat, woest rond zich heen schoppend het aangezicht van de populaire muziek voor altijd zou veranderen. Maar dat het zo ver zou kunnen komen, had niemand gedacht.

 

De opzet van dit werk is in de eerste plaats is te onderzoeken hoe een simpele muziekmode, een rage zoals er al zoveel geweest waren, kon uitgroeien tot hetgeen het nu geworden is, en wat de betekenis daarvan geweest is. Daarvoor was het noodzakelijk terug te keren naar de tijd waarin RockíníRoll ontstaan is, de jaren vijftig die periode in de wereldgeschiedenis die al zo vaak stiefmoederlijk behandeld is. ďHet zwarte gat van de jaren vijftigĒ werd het genoemd, of ďhet saaiste decennium van allemaal,Ē of de tijd van ďmiddelmaat en conformisme.Ē Dat deze visie ongenuanceerd en kortzichtig is, zal blijken doorheen het betoog. Zou het immers niet al te gek zijn om zomaar te aanvaarden dat de revoluties die in de jaren zestig plaatsgrepen zomaar uit het niets verschenen? Dat van de ene dag op de andere een nieuw tijdperk kon beginnen? De jaren vijftig waren een overgangsperiode tussen het eeuwenoude systeem dat zichzelf in WOII de genadeslag had toegediend en de nieuwe wereld, waar iedereen van droomde. Iedereen zou uit zijn fouten geleerd hebben en was klaar om het verleden volledig achter zich te laten, om de toekomst op aarde te bouwen. Dit verhaal is dus ook ons verhaal, dat van de mensen van de tweede helft van de twintigste eeuw.

 

De vraag die mij voornamelijk bezighield was wat RockíníRoll in en voor Vlaanderen betekend heeft. Was er hier sprake van RockíníRoll? Was ze net als in de USA een keerpunt of is de rage hier voorbijgegaan zonder een hart of een jonge geest te betoveren? Wat was de reactie van de bevolking? En vooral: zou het kunnen dat we pas vanaf de RockíníRoll (hierna: RíníR) kunnen spreken van zoiets als een identiteit ďjeugdĒ? Was er sprake van een eigen Vlaamse RíníR-cultuur? Waren er Vlaamse RíníR-artiesten? En misschien nog belangrijker dan al die vragen: was RíníR een losstaand feit? Een unieke en merkwaardige gebeurtenis met op wereldschaal gezien een grote invloed? Of was het een deel van een internationaal en onzichtbaar proces dat op veel meer vlakken doordrong dan enkel op muzikaal en cultureel?

 

Dit waren de vragen die in mijn achterhoofd zaten tijdens het hele onderzoek. Dit onderzoek was trouwens soms een vrij precaire onderneming. Het werd immers al vrij vlug duidelijk dat dit onderwerp nog nooit op deze schaal onderzocht was in Vlaanderen. Over de situatie van de muziek in BelgiŽ in de jaren vijftig, daar bestond wel wat over. Over RíníR in Nederland en over de situatie van de jongeren bij onze noorderburen, daar waren al sinds de jaren vijftig boeken over volgeschreven. De rol, aanwezigheid en betekenis van RíníR in Vlaanderen was echter een blanco blad.

 

Wat betreft bronnen heb ik dan ook zelf een selectie moeten maken, wat voor een groot deel mijn invalshoek bepaald heeft. Ik heb voornamelijk gebruik gemaakt van (meestal internationale) literatuur om mij een beeld te geven van RíníR, en van tijdschriften en persknipsels om mij een zicht te geven op de situatie in Vlaanderen. Nu is het een feit dat dit gegeven, net als de meeste historische problemen, aan de hand van een zeer groot aantal bronnen kan onderzocht worden. Zo zou het zeer mooie resultaten kunnen opleveren dit onderzoek aan te vullen met interviews met mensen die de tijd van toen hebben meegemaakt en uit de eerste hand kunnen vertellen wat ze zich nog herinneren uit die tijd. Ook zou men consequent een aantal kranten uit die tijd aan een diepgaand onderzoek kunnen onderwerpen om te bestuderen in hoeverre RíníR een impact had op de Belgische publieke opinie. Ik heb beide bewust niet gedaan en wel om een gelijkaardige reden. Mijn opzet was immers een basis te leggen, een verhaal van grote lijnen te schrijven. De clichťs doorboren, met een paar ruwe pentrekken een beeld tekenen van een uniek fenomeen. Het uitvoeren van een grootscheeps oral history-onderzoek zou niet alleen onevenredig tijdrovend geweest zijn, het zou ook de aandacht afgeleid hebben en ons verder weggeleid hebben van ons doel. Het is meer dan waarschijnlijk dat uit interviews informatie zou tevoorschijn komen die op het eerste gezicht de resultaten van ons onderzoek zou tegenspreken, maar de relevantie daarvan mag niet overschat worden. Iedereen heeft die periode immers anders beleefd, heeft andere dingen gezien en heeft zich mettertijd een ander idee gevormd van die woelige tijd, doch dit mag voor ons geen reden zijn om aan te nemen dat er niet enkele rode draden waren die door ieders leven liepen. Ik heb slechts ťťn interview afgenomen (om een bron waar ik overvloedig gebruik had van gemaakt kritisch te kunnen plaatsen in haar context). Dit wil in geen geval zeggen dat ik de kleine verhalen uit het oog ben verloren zonder dewelke elk verhaal slechts een ijl zweven tussen theorieŽn en concepten zou zijn, waar geen mens in zou voorkomen.

 

Ik heb dus geprobeerd van alle feiten die ik op die manier verzameld had een zinvol verhaal te maken, al besef ik goed genoeg dat hetgeen ik vertel nooit een volledige waarheid kan zijn. Ik ben er echter van overtuigd dat we in deze tijden waarin we de Grote Waarheid verloren hebben, we toch een waardevol en eerlijk beeld kunnen geven van hetgeen door de mist van de tijd voor altijd verdwenen is. Door mijn visie, doorheen de tijd gegroeid, te geven op de gebeurtenissen, en deze onophoudelijk en consequent te bevragen, hoop en denk ik toch iets overgehouden te hebben van de dynamiek en de vrijheid die het menselijk denken en het gesproken woord kenmerken. Alleen zo, lijkt me, kunnen we de gevaren van het geschreven woord, dat zwart op wit harder en zwaarder dan beton is, weerstaan. Zo blijft er plaats voor individuele interpretatie en krijgt een tekst de kans zichzelf te zijn zonder een verstikkende wurggreep van een theoretisch keurslijf te moeten ondergaan.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende