|
Radicaal-links in België en de val van de Muur. Hoe overleefden de KP, de SAP en de PVDA de val van het 'reëel bestaande socialisme'? (Jan Buelinckx). |
|
|
DEEL III
RADICAAL-LINKS EN DE GEBEURTENISSEN VAN 1989-1991: OVERLEVEN OF STERVEN?
In dit deel wordt de hoofdvraag, de kern van deze thesis, behandeld: hoe overleefden de KP(B), de SAP en de PVDA de val van het communisme? Het bronnenmateriaal dat ik hiervoor geconsulteerd heb, is vrij divers: partijkranten, ledenbladen, congresdocumenten, partijresoluties en persberichten. Ook worden enkele interviews in de tekst verwerkt. In voetnoot staat steeds de persoon, de datum en de plaats.
Bij elke partij zal ongeveer dezelfde indeling gevolgd worden. Eerst volgt steeds de analyse en de reactie met betrekking tot de politiek van Gorbatsjov en de gebeurtenissen 1989-1991. Vervolgens wordt er getracht om een overzicht van gevolgen voor de partij op te stellen en in een laatste onderdeel wordt een bondig besluit geformuleerd
HOOFDSTUK 1: DE KOMMUNISTISCHE PARTIJ VAN BELGIË (KPB)
Zoals reeds in de historische voorstelling vermeld, was de KPB in 1988 een federale partij geworden. Het merendeel van het geconsulteerde bronnenmateriaal heeft betrekking tot de Vlaamse Kommunistische Partij. De analyse die de Franstalige KP maakte van de internationale gebeurtenissen is echter gelijkaardig.[226]
1. Partij-analyse van de val van het ‘reëel bestaande socialisme’
1.1. Gorbatsjov: op hoop van zegen!
The ascent of Mikhail Gorbachev to power in March 1985 as General Secretary of the Communist Party of the Soviet Union (CPSU) was initially welcomed by all sections of Western Communist opinion. [227]
Er was oprecht geloof in de figuur van Gorbatsjov. De KP dacht dat Gorbatsjov de man was die de noodzakelijke hervormingen en verbeteringen kon doorvoeren na de periode van stagnatie onder Brezjnev. Men zag hem als een vredestichter, als een vertegenwoordiger van het ‘democratisch socialisme’.[228]
De perestrojka- en glasnostpolitiek van Gorbatsjov werd met grote aandacht gevolgd. In de maanden juli en augustus van 1987 schreef Jef Turf wekelijks een artikel over de evolutie van de Sovjetunie. Daaruit bleek dat de KP geloof hechtte aan de politiek van Gorbatsjov. De serie was niet voor niets getiteld “70 jaar later: op weg naar een volwassen socialisme.” Turf zag de nieuwe Sovjetlijn als een “globale revolutie”[229] en als een “nieuwe weg naar een nieuwe wereld”[230].
In een artikel in november van dat jaar werd de perestrojka zelfs bestempeld als een absolute ‘must’. De Sovjetunie en het internationale communisme kon in de ogen van de KP enkel overleven mits grondige hervormingen en vernieuwingen.[231]
1.2. De gebeurtenissen in China en Oost-Europa
1.2.1. China: het Tien An Men-incident
Het neerslaan van de studenten- en arbeidersprotesten in China, op het Tien An Men-plein, werd door de KP veroordeeld. In De Rode Vaan werd er niet echt uitvoerig over bericht. Een diepgravende analyse van de feiten in China konden we niet terugvinden. Naast een interview met toenmalig BRT-radiocorrespondent Paul De Maeseneer[232] konden we ook volgende bedenking van filosoof Rudolf Boehm over de situatie in China lezen:
“De bloedige konfrontatie tussen leger en ongewapende jongeren in Peking is een vreselijk feit. De in dit verband gevoerde diskussie over ‘revolutionair’ of ‘kontrarevolutionair’ lijkt nergens op. De revolutie in China bestond in de afschaffing van de private eigendom in de produktiemiddelen, en niemand heeft vernomen dat de protesterende studenten deze revolutie ongedaan wilden maken.”[233]
1.2.2. Oost-Europa: de omwentelingen
De omwentelingen in Oost-Europa werden uitvoeriger gevolgd in de partijpers. Er verschenen tal van artikels over de evoluties in Hongarije, Oost-Duitsland, Tsjecho-Slowakije en Roemenië. Op een vrij genuanceerde manier werd hierover bericht. Er werd ingezien dat de Oost-Europese communistische regimes aan het einde van hun latijn waren.
Op 22 december 1989 verscheen in De Rode Vaan een editoriaal van partijlid Filip Delmotte. Daarin werd de analyse van de KP omtrent de vele gebeurtenissen die in het najaar van 1989 plaatsvonden grotendeels duidelijk gemaakt. Ik neem hieronder een deel van zijn tekst over:
“De stormachtige verandering van het internationale klimaat doet sommige geesten op hol slaan. Fukuyama, medewerker van president Bush van de Verenigde Staten, behoort tot dat soort. Zijn boodschap luidt: de koude oorlog is voorbij, het kapitalisme is eruit tevoorschijn gekomen als overwinnaar, de geschiedenis heeft haar eindpunt bereikt. Amen.
Dergelijke profetieën over de Heerlijke Nieuwe Wereld moeten een zwaar belaste keerzijde verdoezelen: armoede en werkloosheid, sociale onzekerheid, schrijnende ongelijkheid, vernietiging van het natuurlijke evenwicht, verslindende wapenproduktie, nukleaire waanzin,… Men hoeft alleen maar achter de glitter op de reklamepanelen te kijken om het te zien. Een realiteit die in de derde wereld tot de zoveelste macht vermenigvuldigd wordt. […]
Het refrein van het failliete kommunisme moet elke hoop op een alternatief de grond inboren. De euforie van de nieuwe profeten zou wel eens een grote vergissing kunnen zijn. Dat beseffen zij ook wel, en bijgevolg moet elk uitzicht op een demokratisch socialisme de grond ingeboord worden.
De Vlaamse kommunisten hielden zaterdag jl. een trefdag over de ontwikkelingen in het reëel bestaande socialisme. Er tekende zich een ruime consensus af: wat zich afspeelt is niet het failliet van het kommunisme of socialisme, maar van het Stalinisme en zijn uitwassen. Met geweld en repressie kan men geen duurzame maatschappij vestigen. Het is niet eensklaps dat de KP dat ontdekt, zij zegt dat al jaren.
De KP heeft de Russische inmenging in Tsjechoslovakije in 1968, de militaire staatsgreep in Polen in 1981, ondubbelzinnig veroordeeld. Zij keurt radikaal de bloedige repressie in Roemenië af, net zoals het bloedbad van Tienanmen. Het reëel bestaande socialisme gaat ten onder aan de tegenstelling tussen de eigen idealen en de bestaande realiteit, tussen de menselijke behoeften en de remmende strukturen van staat en partij.
In sommige Oosteuropese landen zijn de ontwikkelingen zorgwekkend. Velen zijn er verblind door de artikelen in de Westerse uitstalramen. De illusie in het westers systeem is omgekeerd evenredig met de afkeer tegen de bestaande regimes.
Maar de ontwikkelingen in Oost-Europa stellen ook nieuwe perspektieven. Met het verdwijnen van de koude oorlog zullen de militaire uitgaven in toenemende mate in vraag worden gesteld. De vredesbeweging heeft een reservoir aan ideeën en verwachtingen geschapen die niet zo gemakkelijk meer te counteren zijn.
De strijd voor een demokratisch socialisme gaat onverminderd voort. Nu is de inzet in West en Oost de radikale demokratie. Niet alleen op het politieke vlak, maar ook op het beslissende domein van de ekonomie. De hernieuwde SED-PDS is als eerste kommunistische partij in Oost-Europa daarmee begonnen: het zoeken van een weg tussen het stalinistisch socialisme en de heerschappij van het multinationale monopoliekapitaal. Ze verdient daarin al onze steun.”[234]
De KP zag dus in de omwentelingen van 1989-1990 de val van het ‘stalinisme’ en niet de val van de gehele socialistische ideologie, zoals Fukuyama het beweerde. Het was niet omdat de Oost-Europese regimes gefaald hadden, dat de hele socialistische idee gefaald had. De KP trachtte dit duidelijk te maken door haar perspectief, dat van een ‘democratisch socialisme’ diametraal tegenover het ‘stalinisme’ te zetten. De verstarde bureaucratieën werden zonder enige vorm van goedpraten veroordeeld.[235]
Een zeer krachtige veroordeling kwam er ook naar aanleiding van de bloedige gebeurtenissen in Roemenië:
“In nauwelijks een week tijd heeft het Roemeense volk diktator Ceaucescu en zijn klan vermorzeld. De ‘grote leider’ was een levend voorbeeld van de verwording en het totaal verlies aan realiteitszin die voortvloeit uit onbeperkte alleenheerschappij.”[236]
De partij putte hoop uit het feit dat de Koude Oorlog en daarmee de directe Oost-West-confrontatie was afgelopen. Ze meende dat dit een kans was voor de democratische linkerzijde om met een propere lei te herbeginnen. Er werd echter gewaarschuwd voor een grootschalig offensief van de rechterzijde om met het falen van het ‘reëel bestaande socialisme’ in Oost-Europa ook de West-Europese welvaartstaten, die er gekomen waren door de strijd van de linkerzijde, in vraag te stellen en af te bouwen.
Over het ophefmakende essay van Fukuyama verscheen in dezelfde Rode Vaan van 22 december 1989 een gans dossier met extra uitleg en kritieken van verschillende progressieven. De ideeën van Fukuyama werden beschouwd als ‘misplaatst triomfalisme’ en ‘a-historisch optimisme’. De geschiedenis was immers nooit gedaan zolang de mensheid zou bestaan. De mens zou altijd streven naar sociale verbeteringen.[237]
Veel aandacht ging ook uit naar de Duitse kwestie. De opstand die in de DDR had plaatsgevonden tegen het verstarde regime was volgens de KP in de eerste plaats een roep naar meer democratie. Er was nog altijd een sprankeltje hoop dat de DDR zou evolueren naar een democratische socialistische staat. Om die hoop duidelijk te maken verschenen er tal van interviews in De Rode Vaan met Oost-Duitse politici die geloofden in een democratisch socialisme, zoals Jürgen Tallig van de linkse oppositie[238], Markus Wolf, ex-chef van de Stasi[239] en toenmalig staatshoofd Egon Krenz[240]. Toch werd er al gevreesd dat de BRD de DDR op termijn zou opslokken en dat er terug sprake zou zijn van een eengemaakt Duitsland.
De uiteindelijke eenmaking van Duitsland in oktober 1990 deed de redactie van De Rode Vaan besluiten tot een extra dossier over de DDR. Daarin werd gesteld dat de kapitalistische restauratie een feit was en dat het onmogelijk was geworden de klok terug te draaien. De BRD had de DDR op minder dan een jaar tijd opgeslokt. De DDR was ten prooi gevallen aan een massale uitverkoop van haar economische activiteiten. Er werd voorspeld dat de Oost-Duitse bevolking een sombere tijd tegemoet ging.[241]
1.3. De implosie van de Sovjetunie
Over de implosie van de Sovjetunie werd uiteraard veel gepraat en gediscussieerd. De ondergang van de Oost-Europese satellietstaten deed de vraag rijzen hoe lang het ‘moedersysteem’ het nog zou trekken.
Rudolf Boehm stelde zich in een artikel in De Rode Vaan ernstige vragen bij de evolutie van de perestrojkapolitiek van Gorbatsjov:
“De gehele nieuwe geschiedenis (of om voor de geleerde wereld begrijpelijk te blijven: ‘recente evolutie’) in de landen van het enige tot nog toe reëel bestaande socialisme is toch wel begonnen in maart 1985 met de plannen van Michail Gorbatsjov voor een ‘revolutionaire’ hervorming van de ekonomie in de Sovjetunie. Net die plannen hebben echter na bijna vijf jaar nog steeds geen grijpbare vruchten gedragen.”[242]
Meer en meer werd duidelijk dat de desintegratie van de Sovjetunie onomkeerbaar was. Het sterk opkomende nationalisme in de verschillende republieken en de enorme kloof tussen perestrojka en glasnost ondermijnden het hele Sovjetsysteem. In het laatste nummer van De Rode Vaan van 1990 verkondigde partijlid Filip Delmotte volgend standpunt met betrekking tot de evolutie van de Sovjetunie:
“De Sovjet-Unie staat op een kruispunt van wegen. Een definitieve machtsstrijd lijkt ingezet. Het tijdperk Gorbatsjov staat of valt met de oplossing van de dringende binnenlandse problemen. Zal er een Unie van Sovjet-republieken blijven bestaan, en hoe zal die eruit zien? Of valt de USSR uiteen in 10, 15 natie-staten? Blijft de Sovjet-Unie überhaupt socialistisch, en wat zal dat inhouden? Of evolueert de USSR naar een (in het beste geval: sociaal gekorrigeerde) kapitalistische marktekonomie? En tenslotte, zullen deze veranderingen de demokratie verdragen? Of zal een militaire coup het vroegtijdig einde bezegelen van een revolutie die nu reeds de wereldorde grondig heeft dooreengeschud?” [243]
De augustuscoup, hoewel door sommigen voorspeld, kwam als een donderslag bij heldere hemel. Zowel de Vlaamse als de Waalse KP veroordeelden de staatsgreep. Zo liet de Vlaamse KP volgend persbericht verspreiden:
Vlaamse KP veroordeelt staatsgreep USSR (19 aug. 1991)[244]
De Vlaamse Kommunisten zijn geschokt door het bericht deze morgen dat er een staatsgreep heeft plaatsgehad in de USSR.
De KP meent dat door deze ondemokratische gang van zaken het probleem van de legitimiteit van de macht nog meer in gevaar komt.Het is duidelijk dat de Soviet-Unie op verschillende vlakken in de moeilijkheden was geraakt (we verwijzen daarbij naar de nationaliteitenkwestie en naar de ekologische, ekonomische en sociale problemen). Maar er kan geen twijfel over bestaan dat de problemen moeten aangepakt worden via een sterkere uitbouw en steviger fundering van de demokratie, niet via het tegendeel.
De KP is er zich tevens van bewust dat nu ook het gevaar bestaat van een repressie tegenover hervormingsgezinde en demokratische krachten in het land, wat ten stelligste dient afgekeurd. We hebben niet alleen schrik voor de mogelijke repressie, maar we hopen ook dat met de staatsgreep geen sneeuwbal op gang wordt gebracht die de ontspanning en demokratisering in Europa en het wereldwijde ontwapeningsproces (toch de belangrijkste verwezenlijkingen van Gorbatsjov) in het gevaar zouden brengen.
Ook in De Rode Vaan werd er gereageerd op de staatsgreep van de zogenaamde hardliners van de bureaucratie. Op de voorpagina van het nummer van 23 augustus 1991 stond de kop Back to the Future? Politiek redacteur Miel Dullaert schreef in zijn editoriaal:
“Deze week sloeg de schrik ons om het hart. Was men in de Sovjet-Unie begonnen met een eigen versie van de film Back to the Future, vrij vertaald ‘Terug in de tijd’, waarvan de ingrediënten veel minder vredelievend zijn. Werden de tanks, de censuur, de leerboekjes van Stalin begin deze week terug van zolder gehaald? Is het zo moeilijk te leren uit de geschiedenis? Ooit werden al eens soldaten en tanks ingezet. In Polen en Tsjechoslowakije bijvoorbeeld. Men kent het resultaat. Het is een cliché maar voor sommigen blijkbaar nog niet gekend: met bajonetten kan men veel maar niet er op gaan zitten.”[245]
Ook toenmalig voorzitter van de Unie van Kommunisten, het overkoepelend orgaan van de Vlaamse en de Waalse KP, Louis Van Geyt, reageerde geschokt op de staatsgreep in de Sovjetunie:
“Als je de rug toekeert naar demokratisering maak je de moeilijkheden alleen maar groter. Als je de rug keert naar een federaliseringsproces, als je de centrale macht terug probeert op te bouwen ten nadele van de autonomie van de republieken, dan drijf je de spanningen op.”[246]
Zeer interessant was ook de reactie van Regenboog-woordvoerder en ex-Humo-hoofdredacteur Willy Courteaux:
“Een coup gebeurt altijd zeer bruusk, maar er waren tekenen dat een staatsgreep erin zat. Men spreekt over de fouten van Gorbatsjov, maar de vraag is of het wel fouten waren. Met zo’n erfenis. Men spreekt nu over de erfenis van Stalin en Lenin. Het gaat natuurlijk veel verder: de erfenis van de geschiedenis van Rusland. […] Eén van de fundamentele fouten die men in de Sovjet-Unie gemaakt heeft is dat men met een ander politiek ekonomisch systeem, niets anders gedaan heeft dan het Westen nabootsen en getracht het te overtroeven op domeinen waar het Westen oogverblindende resultaten boekte. Zij hebben niet geprobeerd een andere maatschappij op te bouwen. Zij hebben geen homo sovieticus gekreëerd. Zij hebben geen ander soort groei voortgebracht, alleen het Westen geïmiteerd in het soort levenswijze, in de bewapeningswedloop. Denk aan Kroetsjovs’ uitspraak tegen Nixon over het inhalen en voorbijsteken van de VSA.”[247]
1.4. Conclusie
We hebben kunnen vaststellen dat de KP de gebeurtenissen in het Oostblok en in de Sovjetunie vrij genuanceerd benaderde. De artikels in De Rode Vaan lieten zich kenmerken door een zekere afstandelijkheid. De redenen voor het falen van het socialistisch experiment werden in het systeem zelf gezocht. Er werd weinig gegrepen naar excuses of verzachtende omstandigheden. Het falen werd toegegeven. Kernachtig samengevat kwam de KP-analyse hier op neer: wat er in het Oostblok ten onder gaat is een commando-socialisme, een stalinistisch socialisme, dat te weinig inspanningen deed om zichzelf een democratisch karakter te geven en onder druk van volksprotesten zichzelf heeft moeten ontbinden. Verderop in dit hoofdstuk vinden we een historisch referentiekader terug dat de partij opmaakte naar aanleiding van een poging tot partijvernieuwing. In dat referentiekader wordt de analyse nog eens zeer duidelijk uitgelegd (cfr. infra).
2.1. De ontgoocheling
De snelle opeenvolging van de turbulente gebeurtenissen 1989-1991 betekende de zo goed als finale doodsteek voor de KP. De meerderheid van de leden die de partij nog niet verlaten had, reageerde ontgoocheld. Een gevoel van ontreddering had zich van hen meester gemaakt. Het falen van de Sovjetunie werd ook als een persoonlijk falen gezien. KP-lid Jos De Raedt verwoordde het als volgt:
“De omwentelingen in Oost-Europa – de totale ineenstorting van het socialistische kamp, het triomf van het kapitalisme – laten bij ons kommunisten diepe sporen na. We voelen ons verweesd, ontmoedigd. Toch denk ik dat er aspekten zijn in deze nieuwe toestand die perspektieven bieden voor de toekomst van de klassestrijd."[248]
Bepaalde andere leden waren er heel snel bij om ideologische conclusies te trekken uit het falen van het Sovjetexperiment. Onder hen toenmalig Vlaams KP-voorzitter Ludo Loose:
“Grootscheepse idealen zijn uit de mode, en het socialisme is nu eenmaal, na de recente ontwikkelingen, een nogal onbescheiden ideaal. Ook de potentiële aanhang van radikaal-links staat kritischer tegenover dat soort ideaal dan in het verleden. De huidige generatie laat zich niet meer door een partij voorschrijven wat ze er moet van vinden. Voor radikaal-linksen moet dat een extra argument zijn om voorgoed te breken met dogmatisme en ideologische scherpslijperij. Het is juist een argument om het streven naar een integrerende, socialistische visie op de maatschappij zeer kritisch te benaderen en eerder op te komen voor een radikaal alternatief en het kapitalisme te begraven samen met de tot op heden gevoerde ‘experimenten’ van zgn. Reëel socialisme.”[249]
Ook Ludo Abicht stelde vast dat het falen van de Sovjetunie het hele socialistische project mee in diskrediet had gebracht:
“De kater is reëel: de internationale solidariteit heeft een gevoelige deuk gekregen (China, Vietnam, Cuba); niets is nog netjes zwart/wit.”[250]
Jan Debrouwere, die jarenlang internationaal secretaris was, verliet de KP in grote ontgoocheling. In zijn boek Waarom valt Icarus? Het communistisch netwerk verwoordde hij het als volgt:
“Ik deed wat ik dacht goed te zijn. Al denk ik vandaag over vele dingen het goede niet meer, wat ik er eens over dacht. Ik had een aandeel in het nemen van besluiten, die ik nu verkeerd vind. Ik heb dingen geloofd, waarvan ik nu de onwaarheid wil aantonen, en waarvan ik me heb moeten bevrijden. […] Maar ik hoopte dat de communistische partij nog een instrument ten goede zou kunnen blijven, en wou daarbij helpen. Ik vreesde dat menige discussie ongeneeslijke wonden zou slaan, en dat de partij ze niet meer aankon, zonder uiteen te spatten. Erdoor zijn mensen van me vervreemd, waarvan ik niet wilde dat ze van me vervreemdden. En dat spijt me.”[251]
Ook in het boek De laatste communisten: hun passies, hun idealen van VRT-journalist Ivan Ollevier uitten verschillende KP’ers hun ontgoocheling over de ondergang van het ‘reëel bestaande socialisme’ en van de partij.[252]
Een minderheid van de partij reageerde eerder boos en strijdlustig. Volgens hen was de Sovjetunie ten onder gegaan door een grootschalig kapitalistisch offensief en door het werk van buitenlandse geheime diensten. Deze KP’ers die door de anderen werden gezien als ‘stalinisten’ of ‘brezjnevianen’ konden zich niet verzoenen met het failliet van het Sovjetexperiment en met de teloorgang van de KP. Sommigen van hen zouden overstappen naar de PVDA (cfr. infra).
2.2. Partijverlaters
Zoals reeds vermeld verlieten er heel wat mensen de partij naar aanleiding van het einde van het Sovjetsysteem. De daling van de ledenaantallen was echter al veel langer ingezet. In een artikel van José Gotovitch in Brood en Rozen, Tijdschrift voor de geschiedenis van sociale bewegingen is een tabel te vinden met de evolutie van de ledenaantallen.[253] Ik neem deze tabel hier over.
|
1921 |
467 |
1936 |
8500 |
1953 |
17000 |
1967 |
12927 |
1980 |
8135 |
|
1922 |
500 |
1937 |
8892 |
1954 |
16239 |
1967 |
12590 |
1981 |
7583 |
|
1923 |
500 |
1938 |
8829 |
1955 |
14265 |
1968 |
12159 |
1982 |
6846 |
|
1925 |
700 |
1939 |
10000 |
1956 |
13664 |
1969 |
11634 |
1983 |
5957 |
|
1926 |
900 |
1943 |
8035 |
1957 |
11794 |
1970 |
10553 |
1984 |
5528 |
|
1927 |
900 |
1944 |
11306 |
1958 |
11328 |
1971 |
10012 |
1985 |
5446 |
|
1928 |
1200 |
1945 |
87892 |
1959 |
11345 |
1972 |
9953 |
1986 |
5044 |
|
1929 |
250 |
1946 |
76194 |
1960 |
11589 |
1973 |
9570 |
1987 |
3372 |
|
1930 |
1081 |
1947 |
57295 |
1961 |
13985 |
1974 |
9450 |
1988 |
3134 |
|
1931 |
1081 |
1948 |
44683 |
1962 |
14465 |
1975 |
9600 |
1989 |
3000 |
|
1932 |
3241 |
1949 |
38361 |
1963 |
14064 |
1976 |
9523 |
1995 |
600 |
|
1933 |
3128 |
1950 |
24360 |
1964 |
14157 |
1977 |
9269 |
|
|
|
1934 |
1500 |
1951 |
22215 |
1965 |
14320 |
1978 |
8792 |
|
|
|
1935 |
2600 |
1952 |
19276 |
1966 |
13421 |
1979 |
8790 |
|
|

Bij de partijverlaters kunnen we verschillende categorieën onderscheiden. Een eerste groep waren de overlopers naar andere partijen. Een aantal leden stapte over naar de groenen van AGALEV of naar de sociaal-democraten van de SP. Enkele hardliners vonden de weg naar de PVDA. Een tweede groep partijverlaters waren diegenen die zich niet meer in de partij bleven engageren, maar in andere sociale bewegingen, in NGO’s bijvoorbeeld, verder werkten. Een derde groep waren diegenen voor wie het genoeg was geweest. Ze gaven het engagement op om verschillende redenen zoals zware ontgoocheling, ouderdom, onverenigbaarheid met andere bezigheden, etc…
2.3. Partijwerking
Van een goede partijwerking was in de nasleep van de periode 1989-1991 weinig te merken. Er werd wel veel gediscussieerd over hoe de nieuwe partij/beweging er uit zou moeten zien. Die discussies waren goed te volgen in het sporadisch verschijnende ledenblad Feiten en Argumenten. Ook de nieuwe resolutie met betrekking tot de omvorming van de KP bleef in de praktijk een dode letter. Door sommige afdelingen werd er dan ook geklaagd over deze gebrekkige interne werking. De cel Deurne bijvoorbeeld was niet te spreken over de evolutie van partij naar debatclub:
“De waarheid is dat er tè veel gedebatteerd wordt en tè weinig aan werk op het terrein geleverd wordt, iets wat de gewone burger beslist niet ontgaat.[…] Korrekter zou zijn dat al diegenen die willen werken in de partij, maar die werking in het kader plaatsen van het opdoeken van de partij, konsekwent zijn en de partij verlaten. In dàt geval wordt er wèl eerlijk gespeeld en dient voor de beslissing van de betrokken partij-, daarna ex-partijleden, respekt aan de dag gelegd worden. In de partij blijven om als dusdanig mee te kunnen stemmen voor het opdoeken van de partij, is een kwalijke houding.”[254]
Eigenlijk zou men op basis van de gegevens, die in het ledenblad Feiten en Argumenten verschenen, kunnen stellen dat de partijwerking van 1992 tot 1994 zo goed als ‘nihil’ was.
2.4. Partij of beweging?
Het einde van het ‘reëel bestaande socialisme’ in Oost-Europa en in de Sovjetunie veroorzaakte niet alleen ontreddering, maar deed ook een interne discussie op gang komen. Hoofdvraag in die discussie was hoe het nu verder moest met de verschrompelde KP? Welke lessen moesten er getrokken worden uit het verleden? Welke strategie moest er gevolgd worden? Moest de partij behouden blijven? Wat voor soort perspectief moest er uitgewerkt worden?
2.4.1. De discussie
De discussie begon al in 1990, na het verdwijnen van de Oost-Europese socialistische regimes, maar ze kwam in een soort stroomversnelling naar aanleiding van de staatsgreep tegen Gorbatsjov in augustus 1991. Een week na de feiten opende politiek hoofdredacteur Miel Dullaert in De Rode Vaan de discussie. Hij pleitte voor een bundeling van alle progressieve krachten:
“In West-Europa zal links zich moeten herpakken wil het niet verdwijnen in de marge van een geschiedenis waarvan de grote hoofdstukken nu worden geschreven door centrum-rechts. Links en al wat vooruitstrevend is in West-Europa zou zich massaal moeten gemobiliseerd achten om de demokratische en progressieve krachten in het centrum en oosten van Europa te steunen. Het inruilen van een bureaukratisch socialisme voor een wild-west kapitalisme van de Treuhandanstalt biedt voor de volkeren daar geen enkele oplossing, integendeel. Wij moeten ons inzetten dat de slinger niet te ver en niet te lang naar rechts uitwijkt want dat zou ons duur te staan kunnen komen. Maar ook in eigen huis is er veel werk aan de winkel. De strijd voor ontwapening, een beter leefmilieu, sociale rechten zit in een impasse. Enkel een groots projekt, waarin op een zeer brede schaal konvergerend en aktief gereageerd wordt door alle progressieve krachten kan de impasse doorbreken.”[255]
In hetzelfde nummer ging dezelfde Miel Dullaert verder. Hij liet de lezers weten dat er een discussie was opgestart hoe het verder moest met de partij. Hij stelde het als volgt:
“Sedert maanden is het probleem gesteld van een ander type partij of formatie. Dat zal hoogst waarschijnlijk leiden tot een aangepaste terminologie, laat staan een aangepaste naam. Het zou schadelijk zijn nu vooruit te lopen op dat proces ondanks het feit dat door de recente gebeurtenissen het probleem zich op nog kortere termijn stelt dan we lang gedacht hebben voor de coup. Dat moet verder rustig bekeken worden door de leden en militanten van de KP in Vlaanderen en hun progressieve gesprekspartners (in Wallonië en Brussel zal de PC in zijn eigen omstandigheden zijn keuzen bepalen). Elk neemt daarin zijn verantwoordelijkheid. De Unie van Kommunisten zal als een soort overlegcentrum fungeren en mag niets doen om zelfstandige processen vanuit de respektievelijke formaties te bemoeilijken.”[256]
Begin september 1991 keurde de Vlaamse KP-leiding onder leiding van Ludo Loose een document goed waarin gepleit werd voor de omvorming van de Vlaamse KP tot een open marxistische formatie. Een discussie over dit document in de verschillende partijgeledingen zou hierover uitsluitsel moeten geven. Filip Delmotte maakte in De Rode Vaan duidelijk dat dit document er niet plotseling was gekomen:
“Dit is geen plotse wending die uit de toverhoed van Ludo Loose, voorzitter van de KP, gegrepen is. Wie de KP een beetje van naderbij kent, wist dat het omvormingsproces al een tijd aan de gang is. Maar de dramatische coup in de Sovjetunie op 19 augustus accelereert de diskussie hierover.”[257]
Het bewuste discussiedocument stelde dat het communistische experiment was mislukt door vier voorname oorzaken. Dat was ten eerste de ontbinding van het bestaande socialistische systeem, ten tweede de afnemende betekenis van de traditionele arbeidersklasse als potentieel transformerende factor, ten derde de grenzen aan de ongebreidelde technologische en industriële ontwikkeling, en tenslotte de toenemende onmacht van politieke partijen om antwoorden te geven op de reële problemen. Ik neem hier enkele belangrijke passages van het document over:
Verklaring en discussiedocument van de Vlaamse Raad
van de KP (3 sept. 1991)
“De Vlaamse kommunisten verheugen zich over de mislukking van de staatsgreep in de Sovjetunie door de nostalgici van het ‘autoritaire socialisme’. De volkeren van de (voormalige) Sovjetunie zoeken zich nu via democratische en vreedzame weg oplossingen voor hun reële problemen. […]
De Vlaamse KP stelt vast dat dit zeventigjarig kommunistisch experiment voor de ontwikkeling van een socialistische maatschappij vastgelopen is. Van de belangrijkste oorzaken daarvoor zijn het monolitisme van het ‘reële socialisme’, de eenheid van partij, staat en ideologie, het ontstaan van een bevoorrechte elite en o.m. hierdoor het verd