| Daar komt de bruid…De nuptialiteit van Heist en Knokke 1700-1900. (Miet Desender) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Hoofdstuk 5: Ritme van de huwelijkssluiting
In dit hoofdstuk willen we nagaan welke dagen en welke maanden de voorkeur genieten om in het huwelijksbootje te stappen. Zoals in het Ancien Régime kende de evolutie van de maandschommelingen in de 19de eeuw een eigen geritmeerd verloop. Het tijdstip van de huwelijkssluiting werd in grote mate gedetermineerd door de te volgen kerkelijke voorschriften en door sociaal-economische factoren.[52]
Omtrent het weekritme der huwelijken bestaan er verschillende opvattingen. Het trouwen op bepaalde dagen werd door het volksgeloof vaak geassocieerd met geluk en voorspoed. Toch zal blijken dat de keuze van de dag door wettelijke of administratieve regelingen wordt bepaald en minder door opvattingen over geluks- of ongeluksdagen.
Verder is het interessant om te bestuderen in hoeverre de beroepssituatie van de partners invloed heeft op de huwelijksdatum.
1. Methodologie
Bij het doornemen van een huwelijksakte is het eerste waardevol gegeven dat men tegenkomt het moment van de huwelijkssluiting. Zowel de dag als de maand worden in de marge duidelijk genoteerd. Het jaar is af te leiden uit het voorblad of volgt uit de tekst.
Op zich was het overnemen van deze gegevens op steekkaart geen moeilijkheid. De vervelendste hinderpaal der tijdrekenkunde, de Republikeinse kalender, omzeilden we immers door de keuze van de onderzochte periodes. Wel diende de bepaling van de dagbenaming te gebeuren, aangezien die niet werd vermeld in de huwelijksakten. De tabellen van D. Vandecandelaere stelden ons in staat dit op te lossen.[53]
De omzetting in percentages of indices van de absolute cijfers van dag- en maandfluctuaties was de volgende stap. De percentages geven een nauwkeuriger beeld van het belang van een bepaalde weekdag, door rekening te houden met het aantal gesloten huwelijken in een bepaald jaar.
Voor de maanden is de verrekening naar indices meer aangewezen. Indices hebben oog voor de duur van elke maand, zelfs zo precies dat februari niet 28 maar 28,25 dagen telt. Dit cijfer houdt namelijk rekening met het schrikkeljaar dat om de vier jaar plaatsvindt.
2. Dagfluctuaties[54]
a) Dagfluctuaties per periode in Heist
In de periode 1701-1710 huwden mensen in Heist bij voorkeur op zondag. Van de zevenendertig huwelijken in deze periode, werden er elf gesloten op zondag. Dit komt overeen met bijna 29,7%. Acht huwelijken gingen door op dinsdag, wat 21,6% vertegenwoordigt. Vijf koppels trouwden op een woensdag, die hiermee de derde plaats inneemt.
Het belang van de dinsdag als huwelijksdag stijgt enorm in de periode 1731-1740. Van de eenendertig plechtigheden gaan er vijftien door op die dag. Dat betekent dat 48,4% van alle huwelijksparen verkiezen om op die dag te trouwen. De tweede plaats wordt gedeeld door maandag, donderdag en zondag, met elk vier huwelijken of 12,9%.
De top drie van huwelijksdagen voor de periode 1761-1770 is achtereenvolgens dinsdag, zondag en maandag. Het aandeel van de dinsdag stijgt naar 50%. De voorkeur om op zondag te huwen stijgt met meer dan 10%. 25% van de koppels huwt op deze dag. Tenslotte trouwt 13,9% op maandag, wat toch een lichte stijging betekent.
In de periode 1781-1790 is voor 54,5% van de huwelijksparen de dinsdag nog steeds dé trouwdag. We zien dat in deze periode een hoogtepunt wordt bereikt in de huwelijkssluitingen op dinsdag. Het belang van de andere weekdagen raakt wat op de achtergrond. Nog 18% kiest voor de maandag en slechts 9% trouwt op zondag.
Met de overgang van de 19de naar de 20ste eeuw, zien we een verschuiving in de dagfluctuaties. De dinsdag heeft aan belang moeten inboeten. De woensdag wordt koploper met 54,8%. Dinsdag staat nu op de tweede plaats met 21,4%. Daarenboven constateren we dat in de periode 1811-1820 het aandeel van de maandag naar 11,9% daalt terwijl nog maar heel weinig mensen op zondag trouwen, slechts 2,4%.
Deze verschuiving zet zich verder door in de periode 1841-1850. Mensen huwen voortaan liever op woensdag (58%) en donderdag (17,3%) in plaats van op maandag (9,9%) en dinsdag (6,2%). Het aandeel van de vrijdag stijgt naar 8,6%.
In de periode 1861-1870 is de zondag de populairste dag om in het huwelijksbootje te stappen. Zijn succes kent alleszins een spectaculaire stijging, van 0 naar 31,9%. Ook de maandag kent een comeback. Het percentage huwelijken klimt op tot 26,5%. De derde plaats is voor de woensdag met 15%.
Woensdag klimt op van de derde naar de eerste plaats (36,2%) in de periode 1881-1890. De maandag blijft stabiel, maar de zondag wordt minder gekozen als huwelijksdag. Slechts 3,8% huwt nog op die dag. De dinsdag kent opnieuw succes als trouwdag: 16,75% trouwt op een dinsdag.
b) Dagfluctuaties per periode in Knokke
In de periode 1701-1710 zien we dat vooral dinsdag wordt uitgekozen als dé trouwdag bij uitstek. Dit komt overeen met 37,5% van de koppels. Op de tweede plaats staat de zondag met 18,7%. Ook in Heist blijken deze twee dagen in dezelfde periode het populairst te zijn.
Het belang van de dinsdag als trouwdag blijft aanhouden in de periode 1731-1740. Van de twintig plechtigheden gaan er nog steeds zes door op deze dag (30%). De tweede plaats wordt ingenomen door de woensdag met 25%. Ook maandag wordt nogal eens als huwelijksdag uitgekozen (20%).
Het is nog steeds de dinsdag die bovenaan staat in de periode 1761-1770. Maar liefst 47,1% van de koppels trouwt op deze dag. 15,6% huwt op een donderdag, wat een stijging betekent van meer dan 10%. Donderdag neemt meteen ook de tweede plaats in.
In de periode 1781-1790 stijgt het aandeel van de dinsdag naar een absoluut record van 69,9%. Alleen de woensdag kan nog wat concurrentie bieden met 14,2%. Alle andere dagen raken op de achtergrond.
In de volgende eeuw lijkt er toch een lichte verschuiving gebeurd te zijn. In de periode 1811-1820 wordt vooral de woensdag als trouwdag gekozen (48,4%). Het aandeel van dinsdag daalt een beetje, maar is toch nog altijd goed voor 40,6%. Andere dagen komen eigenlijk niet aan bod.
In de periode 1841-1850 zet deze verschuiving zich verder door. Het aandeel van dinsdag daalt nog wat verder (28,3%). Ook de woensdag moet procenten inleveren, maar is toch nog altijd het populairst (41,3%). Maandag neemt nu een derde plaats in (16,3%). In het weekend wordt niet meer getrouwd.
De top drie van de huwelijksdagen voor de periode 1861-1870 is achtereenvolgens woensdag, maandag en dinsdag. Vooral de maandag stijgt aanzienlijk met zo’n 10%. Het aandeel van de woensdag en de dinsdag daalt lichtjes. Er zijn toch een paar koppels die op een zondag trouwen.
In de periode 1881-1890 huwen de meeste koppels op woensdag (52,7%). Achtenvijftig van de honderd en tien huwelijksparen kiezen deze dag om in het huwelijksbootje te stappen. Dinsdag en maandag volgen op de tweede en derde plaats met respectievelijk 15,5% en 12,7%.
c) Besluit dagfluctuaties in Heist en Knokke
Evolutie 1701-1890 dagfluctuaties per periode in Heist en Knokke (procentueel)
|
|
1701-1710 |
1731-1740 |
1761-1770 |
1781-1790 |
||||
|
Weekdag |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
|
Maandag |
10,8 |
10,4 |
12,9 |
20 |
13,9 |
9,8 |
18,2 |
4,8 |
|
Dinsdag |
21,6 |
37,5 |
48,5 |
30 |
50 |
47,1 |
54,6 |
69,8 |
|
Woensdag |
13,6 |
10,4 |
3,2 |
25 |
2,8 |
11,8 |
3 |
14,2 |
|
Donderdag |
8,1 |
10,4 |
12,9 |
5 |
0 |
15,6 |
9,1 |
1,6 |
|
Vrijdag |
8,1 |
4,2 |
6,4 |
5 |
0 |
2 |
3 |
4,8 |
|
Zaterdag |
8,1 |
8,4 |
3,2 |
10 |
8,3 |
5,9 |
3 |
1,6 |
|
Zondag |
29,7 |
18,7 |
12,9 |
5 |
25 |
7,8 |
9,1 |
3,2 |
|
|
1811-1820 |
1841-1850 |
1861-1870 |
1881-1890 |
||||
|
Weekdag |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
|
Maandag |
11,9 |
6,2 |
9,9 |
16,3 |
26,6 |
26,3 |
25,4 |
12,7 |
|
Dinsdag |
21,4 |
40,6 |
6,2 |
28,3 |
8,8 |
23,3 |
16,7 |
15,5 |
|
Woensdag |
54,7 |
48,4 |
58 |
41,3 |
15 |
31,3 |
36,2 |
52,7 |
|
Donderdag |
4,8 |
1,6 |
17,3 |
9,8 |
10,6 |
11,1 |
7,6 |
10 |
|
Vrijdag |
2,4 |
1,6 |
8,6 |
4,3 |
7,1 |
4 |
6,5 |
4,6 |
|
Zaterdag |
2,4 |
1,6 |
0 |
0 |
0 |
0 |
3,8 |
3,6 |
|
Zondag |
2,4 |
0 |
0 |
0 |
31,9 |
4 |
3,8 |
0,9 |
Wanneer we de acht bestudeerde periodes overlopen, blijken de paren in Heist en Knokke vooral op dinsdag en woensdag te trouwen. Vooral de vrijdag vinden ze blijkbaar minder geschikt. Deze bevindingen krijgen echter geen bevestiging in de zegswijzen uit het volksgeloof.
Zowel in Heist als in Knokke is maandag nooit een topdag, maar toch zijn er in iedere periode een aantal koppels die deze dag uitkiezen als hun huwelijksdag. Bepaalde zegswijzen stemmen hier echter niet mee in. Aangezien maandag als ‘zot van de week’ wordt bestempeld, is deze best te ontwijken. Vlamingen beweren overigens “wie op maandag trouwt blijft niet bij zijn vrouw”.
De vrijdag kent weinig succes omdat het enerzijds de dag was waarop Jezus Christus stierf en er onthouding was van vlees, wat de vreugde van het tafelen in het gedrang bracht. Verder zou alles wat men op deze weekdag ondernam, gedoemd zijn te mislukken en bereikte men op deze werkdag het meest intensieve moment wat betreft arbeidsactiviteit.
De tendens dat er een aangroei van huwelijken was op vrijdag in de 19de eeuw, laat zich echter niet voelen, vooral in Knokke niet. Volgens C. Vandenbroeke zou een aangroei te verklaren zijn uit het feit dat men op vrijdag een burgerlijk huwelijk sloot om de zaterdag na het kerkelijk huwelijk tot de festiviteiten over te gaan.[55] Maar dit wordt dus niet bevestigd.
Op zondag komen normaal gezien weinig of geen huwelijken meer voor na het instellen van de Burgerlijke Stand.[56] Toch valt er in de periode 1861-1870 in Heist een piek op te merken in de huwelijken die op zondag worden gesloten.
De volkskundige J. Schrijnen meent dat men het liefst trouwt op dinsdag en donderdag, niet op woensdag en vrijdag. Huwen in het midden van de week was een keuze die vaak door gegoede families werd gemaakt. Op die manier konden de verwanten die veraf woonden, enkele dagen nablijven. In hoeverre dit waar is, kunnen we later toetsen wanneer we de beroepssituatie in relatie brengen met de huwelijksdag.[57] Dat ‘gewone’ mensen liever niet trouwden op woensdag is voor beide gemeenten echter uit de lucht gegrepen, vooral in de 19de eeuw. En donderdag was in geen enkele periode één van de topdagen om te huwen, integendeel.
Over het onderscheid dat in het volksgeloof gemaakt wordt tussen geluks- en ongeluksdagen om te huwen doet de Nederlandse historicus P.J. Meertens volgende uitspraak: “Dat onderscheid is echter erg willekeurig en er is geen enkele dag die niet zowel geluks- als ook als ongeluksdag geldt, met uitzondering van de woensdag die alleen als geluksdag bekend schijnt te staan.” [58] Vooral in de 19de eeuw blijkt woensdag dé dag om in het huwelijksbootje te stappen.
In tegenstelling tot de gegoede families die trouwen in het midden van de week, zou de zaterdag vooral gereserveerd zijn voor dagloners en fabrieksarbeiders. Dit is te verklaren door het feit dat men op zondag nog even kan nagenieten van de festiviteiten om op maandag de werkactiviteiten te hervatten.[59] Dit is echter in geen van beide gemeenten te merken.


3. Maandfluctuaties[60]
Naast het weekritme van de huwelijken is het nuttig te onderzoeken welke maandelijkse aanpassingen er zich voordoen in de huwelijkssluiting. Het vastleggen van een huwelijksdatum is heden ten dage voornamelijk een keuze van het trouwend paar. Vroeger werd deze beslissing vaak bepaald door externe factoren. Doorheen de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw volgen koppels in sterke mate de kerkelijke bepalingen en hangt het huwelijkstijdstip ook af van beroepsactiviteiten.
Bij het bepalen van de maandschommelingen kan men werken met percentages, maar het is aangewezen indices te gebruiken (12x). Men vertrekt daarbij van het ‘daggemiddelde’: januari delen door eenendertig, februari door achtentwintig en een kwart, maart door eenendertig, april door dertig enz… De som van de twaalf daggemiddelden stelt men gelijk aan index twaalfhonderd. Nadien bepaalt men, met een eenvoudige regel van drie, de indices per maand. De resultaten fluctueren rond een (theoretische) honderd-lijn.[61]
Aantal huwelijkssluitingen per maand en per periode (indices)
|
|
1701-1710 |
1731-1740 |
1761-1770 |
1781-1790 |
||||
|
Maand |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
Heist |
Knokke |
|
Januari |
0 |
147 |
75,5 |
177 |
97,5 |
46 |
72 |
111,5 |
|
Februari |
173,5 |
134 |
166 |
0 |
143 |
51 |
39 |
122,5 |
|
Maart |
0 |
24,5 |
0 |
0 |
0 |
23 |
0 |
0 |
|
April |
163,5 |
76 |
117 |
|||||