De problematiek van de multiculturele samenleving vanuit stedelijk perspectief (Casus Gent). (Marc Vercoutere)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Deel 1. Algemene beschouwingen en theoretisch kader.

 

1. Doelstellingen: Van het algemene forum naar en in de maatschappij.

 

 

Streven naar een betere wereld met een functionerende multiculturele samenleving zou één van de fundamentele doelstellingen moeten zijn van elke politieke partij of beleidscoalitie. In uitbreiding: van elke organisatie in het maatschappelijke veld. Dit klinkt als een utopische doelstelling. Toch is het belangrijk om ideaalbeelden naar voor te schuiven, als de verre horizon die men ooit wil bereiken.

 

De multiculturele samenleving is immers een feit. “Of we het willen of niet, we zijn al een multiculturele samenleving geworden.”[11]

 

Geen zinnig mens kan dit nog weerleggen. Het multicultureel “samen leven” echter, staat onder zware druk. Zowat dagelijks komt de problematiek wel ergens ter sprake. Het raakt dan ook de samenleving in al zijn facetten.

 

Het menselijke vermogen is echter niet in staat om het totaalconcept “multiculturele samenleving” te vatten. Toch pleiten veel politieke en maatschappelijke discours voor totaalplannen. Tegelijk toont de praktijk dat deze totaalplannen slechts elementaire delen van het maatschappelijk bestel beroeren. Een “Marshallplan voor het onderwijs[12] bijvoorbeeld, is bewonderenswaardig, doch niet bevattelijk voor wie ermee geconfronteerd wordt. De allochtone gemeenschap reageert dan ook meewarig. De eis om maatregelen is groot, doch beginnen aan de basis is de boodschap, met een goed doordacht stappenplan, dat niet gehypothekeerd wordt door te strakke tijdslijnen en begint met het aanpakken van de fundamentele problemen aan de basis. Om deze opdracht tot een goed resultaat te brengen zal het politieke forum zich moeten bezinnen over de betekenis van langetermijnpolitiek. De problemen van de multiculturele samenleving kunnen slechts opgelost worden indien men handelt in functie van de toekomstige generaties. Dit overstijgt het electorale kortetermijndenken.

 

Deze scriptie beoogt een combinatie van bezinning en concretisering. Algemeen inzicht is noodzakelijk om een en ander te positioneren. Doch alleen de evaluatie van concrete beleidspraktijken en het naar voor brengen van actueel haalbare voorstellen, kunnen deze scriptie tot een vruchtbaar werkinstrument maken. Vanuit de beperktheid van de menselijke psyche en de totaliteit van de multiculturele samenlevingsproblemen wordt geen volledigheid nagestreefd, maar een aanzet gegeven tot verder debat en tot de creatie van zinvolle stappen. Deze scriptie is dan ook geen eindpunt, maar een bouwsteen voor verder debat en onderzoek. Doorheen de scriptie zullen beleidsfactoren (met het Gentse beleid als centrale casus) doorgelicht en getoetst worden. Waar mogelijk zullen voorstellen en ideeën voor een vernieuwend beleid naar voor worden gebracht.

 

1.1. Algemene doelstellingen.

 

Het is geen evidentie om vanuit een puur wetenschappelijke basis te vertrekken. Vooreerst is er behoorlijk wat onenigheid over de terminologie. Daarom zal aandacht worden besteed aan bepaalde aspecten uit het begrippenkader. Fundamentele begrippen, die gehanteerd worden in het multiculturele debat, zullen besproken of geherinterpreteerd worden. Hier en daar zal het nodig zijn om te sleutelen aan begrippen die, ten gevolge van het dagelijkse gebruik in de media, hun oorspronkelijke ‘roots’ ontgroeid zijn. Bijvoorbeeld: de stelling: “de multiculturele samenleving is failliet”[13] geeft aan het begrip “multiculturele samenleving” een andere betekenis. De multiculturele samenleving is namelijk een feit en “morgen” zal dat niet anders zijn. De problemen die voortkomen uit deze samenleving zijn samenlevingsproblemen, met de nadruk op “samen leven” en zijn van de meest diverse aard. Om ernstig te kunnen debatteren, moet men bijgevolg accentueren over welke problemen het gaat. Tegelijk moet men deze problemen kaderen in het geheel van de bestaande multiculturele samenleving.

 

In deze scriptie zal aangetoond worden dat de multiculturele samenleving geen doel op zich is. Het is niet iets waar men kan naar streven. Haar aanwezigheid maakt het gewoonweg noodzakelijk om te zoeken naar oplossingen voor de problemen, die een gevolg zijn van deze feitelijkheid. Creativiteit en afwijken van de traditionele wegen, is hierbij een “must”.

 

“Without deviation, progress is not possible”[14], met andere woorden: een nieuwe visie kan nooit ontstaan indien men het niet aandurft de reeds geëffende paden te verlaten. In de mate van het mogelijke zal getracht worden, om nieuwe denkbeelden te ondersteunen met stemmen uit het onderzoeksveld zelf. Bepaalde voorstellen zullen de vorm aannemen van beleidsvoorstellen. Deze zullen gebaseerd zijn op evaluaties van het huidige beleid, gestoffeerd met doorheen het onderzoek verzameld materiaal. Waar mogelijk zullen deze voorstellen worden voorgelegd aan participanten in het beleid.

 

Over het onderwerp van deze scriptie is al heel wat gezegd en geschreven. De meeste literatuur is van politicologische, filosofische of sociologische aard. Het is immers moeilijk om deze problematiek te bestuderen aan de hand van modellen uit de exacte wetenschap. Bovendien is er in het debat aan iedere a-kant een b-kant. Met andere woorden, het wetenschappelijk onderzoek raakt niet verder dan een debat, waarbij elke stelling aanleiding geeft tot tegenargumentatie.

 

Opmerkelijk in het wetenschappelijke debat is de beperkte aanwezigheid van de subjecten van de studie zelf, namelijk de etnisch culturele minderheden. Ondanks de groeiende mondigheid zijn er in verhouding weinig allochtone academici, die als “vertegenwoordiger van de etnisch culturele minderheden” optreden. Het zijn vaak dezelfde namen die men aantreft in de diverse publicaties en media. In deze scriptie zal daarom een diversiteit van belangen en ervaringen uit het veld aan bod komen, waaronder mensen die niet over de kanalen beschikken om deel te nemen aan het openbare debat en mensen uit het werkveld die vaak niet in de juiste context aan het woord komen.

 

Om concreter te zijn: in dit scriptieonderzoek zal geprobeerd worden om de problemen, waarmee de multiculturele samenleving wordt geconfronteerd, in een bredere context te plaatsen. Tegelijk zal deze problematiek op heel wat punten vanuit een nieuwe invalshoek bekeken worden. Onder meer: lange termijn in plaats van hier en nu, maatschappelijke verantwoordelijkheid in plaats van loutere politieke noodzaak, voorkomen in plaats van genezen en bovenal een zoeken naar: “hoe kan men “samen leven” organiseren en optimaliseren” in plaats van “hoe kan men de samenleving overleven of stabiliseren”. Een verhaal over hoe men kan vooruit gaan in plaats van stilstaan.

 

1.2. Finaliteit in de doelstellingen: casus Gent.

 

Gent wordt vaak aangeduid als voorbeeldstad qua integratiepolitiek. Getuige de (2de) prijs voor de democratie die in 2005 werd toegekend aan Frank Beke, burgemeester van Gent, met de woorden: “Het stadsbestuur heeft een politiek gevoerd van integraal beleid, met participatie en publieke discussie, gericht ook op deelname van uitgesloten groepen en kansarme buurten.”[15] Door de impact van het stedelijke beleid zou ook de vooruitgang van het Vlaams Belang in Gent minder groot zijn. Niet iedereen is het hierover eens. Met berekeningen in relatieve cijfers probeert de Groen!fractie in de Gentse gemeenteraad aan te tonen dat dit een foute redenering is. “De absolute cijfers zijn dan wel lager, de relatieve cijfers tonen een vooruitgang voor het Vlaams belang die ongeveer gelijk loopt met de gemiddelde cijfers voor gans Vlaanderen.[16] Al bij al scoort het Vlaams belang in Gent relatief laag in vergelijking met bijvoorbeeld Antwerpen.[17] Toch blijft de score verontrustend hoog. Ook in Gent is dus niet alles koek en ei.

 

Ondanks de grote inspanningen en het vele geld voor het interculturele beleid sluimert er heel wat ongenoegen in de stad. Dit zal ongetwijfeld in de toekomst zijn weerslag hebben op de beleidsvorming en tegelijk op de resultaten van de diverse inspanningen die er gedaan worden. “Vlaams Belang? Ik hou mijn hart vast voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen.”[18], is een reactie die te horen valt bij alle oppositiepartijen.[19] Weliswaar in verschillende toonaarden en vanuit verschillende verwachtingen en belangen, maar de vrees voor Antwerpse toestanden is ook in Gent reëel. Eenzelfde kritiek is ook hier en daar te horen bij de etnisch culturele minderheden of de doelgroepen zelf. In het werkveld is geen unanieme tevredenheid te horen.[20]

 

Dit onderzoek wil, via onder meer een beleidsbespreking en beleidsevaluatie, de problematiek van de multiculturele samenleving toetsen aan de dagelijkse praktijk. Het wil de problematiek herleiden tot herkenbare proporties en zo de toegankelijkheid vergroten.

 

Heeft de stad Gent een voorbeeldpolitiek qua integratiebeleid of is het meer een “knuffel dood” politiek? Is de stad er werkelijk op uit om de problemen fundamenteel aan te pakken of streeft zij in hoofdzaak naar het creëren van een rusttoestand? Wat zijn de zorgen van vandaag en morgen, en hoe of in welke mate anticipeert de stad hierop? Dit en nog meer vragen en opmerkingen zullen het onderwerp van deze scriptie zijn. Het is niet de bedoeling om het proces van het Gentse stedelijke beleid te voeren. Er zijn problemen, doch de mogelijkheden en instrumenten om de problemen aan te pakken zijn in ruime mate aanwezig. Bovendien is de wil om deze mogelijkheden te gebruiken ruimschoots en intrinsiek aanwezig.

 

Primaire doelstelling is om tot een evenwichtige beleidsevaluatie te komen, met inspraak van de doelgroepen. Niet alleen zal het beleid geplaatst worden tegenover de doelgroep, maar ook de beleidsmakers en beleidsuitvoerders tegenover zowel de eigen organisatiestructuur, als tegenover het onafhankelijke allochtone middenveld.

 

Het was in het kader van deze scriptie niet mogelijk om een professionele enquête te houden bij de allochtone bevolking. Toch komt er een diversiteit van actoren aan het woord doorheen deze studie. Gedurende de interviews, die mits enkele uitzonderingen, ruimschoots het uur overschreden, is heel wat informatie naar boven gekomen.

 

Een beleidsevaluatie kan twee wegen volgen. Enerzijds is er de traditioneel wetenschappelijke weg, die aan de hand van wetenschappelijk materiaal, statistieken en andere cijfergegevens of vanuit een onderzoek van de bestaande literatuur, conclusies trekt. Deze weg is ongetwijfeld leerrijk en zinvol, maar werd al vaak bewandeld. Om dit thema vernieuwend aan te pakken is een andere weg nodig, namelijk de weg die dwars door de doelgroepen zelf loopt. Dit is een vorm van veldonderzoek, waarbij veel gesproken wordt mét de mensen, waar de studie over gaat. Steeds meer weerklinkt de kritiek dat er meer over allochtonen wordt gesproken (en geschreven) dan mét allochtonen.[21]

 

Dit onderzoek wil een beleidsevaluatie zijn waarin de stem van de brede doelgroep weerklinkt. De uiteindelijke conclusies willen een resultaat zijn van zowel de feitelijkheid als van de gevoelens die in die werkelijkheid leven.

 

Vanuit deze visie is het belangrijk om voorafgaand aan de beleidsbespreking en de evaluatie van dat beleid, diepgaand kennis te maken met wat er echt leeft bij de doelgroepen. Hiervoor werd gebruik gemaakt van materiaal dat ter beschikking is gesteld door de redactie van MO* magazine[22]. Tijdens 25 uur gestructureerde groepsgesprekken werd door de MO* redactie een diversiteit van allochtone Vlamingen bevraagd over hun welbevinden en hun toekomstverwachtingen. Dit materiaal biedt een verrijkende kennis van de leefwereld van de Vlaamse allochtone burgers en helpt ruimschoots om de visie van allochtonen op het beleid beter te begrijpen.

 

Het beleid heeft dringend vernieuwing nodig. Dit onderzoek wil bijdragen tot vernieuwende ideeën. Het wil de noodzaak aantonen van nieuwe instrumenten of van het herpositioneren, herschikken en hervormen van de gebruikte middelen, om een leefbaar multicultureel samenleven op lange termijn mogelijk te maken.

 

Deze vernieuwende ideeën zullen vaak niet zo nieuw zijn als ze er uit zien. De politieke wereld weet immers al heel lang waar de prioritaire problemen van de multiculturele samenleving liggen. Het ontbreekt echter aan moed om bepaalde maatschappelijke en politieke kaders te doorbreken. Vaak ligt de hoofdoorzaak bij de schrik van de traditionele politieke partijen om gedurfde keuzes te maken. Zij weten heel goed dat daarin de oplossing ligt om op lange termijn de problemen op te lossen en de samenleving leefbaar te maken of te houden. Verschillende voorstellen die in deze scriptie zullen geopperd worden, zullen op het eerste gezicht politiek onhaalbaar lijken. Het zijn echter voorstellen, die onmiskenbaar vanuit de basis aan het groeien zijn. De toekomstige generaties hebben recht op een leefbare samenleving. Wanneer de politiek vandaag, vanuit electoraal kortetermijndenken daar niets aan doet, maakt de politieke klasse zich schuldig aan het bezwaren van de toekomst voor deze generaties.

 

Deze scriptie wil ook elementen aandragen, die er voor kunnen zorgen, dat er ooit wel eens gedweild zal worden met de kraan dicht. Het is immers frustrerend te moeten vaststellen, dat ondanks de massale investeringen in multiculturele problematiek, de problemen steeds groter worden. Er zal gewezen worden op enkele acute pijnpunten in het beleid. Daarbij zal de noodzaak aangetoond worden voor het injecteren van nieuwe middelen of het drastisch herschikken van de oude.

 

1.3. Concretisering van de doelstellingen.

 

In het onderstaande kader worden de doelstellingen van de scriptie nog eens op een rijtje gezet.

(Zie ook “6. Vraagstelling” op het einde van deel 1.)

 

1. Inzicht verkrijgen in de problematiek van de multiculturele samenleving.

 

De complexiteit van de problematiek vergt een grondige studie van de materie. Om een wetenschappelijk verantwoord inzicht te verkrijgen in de problematiek worden drie wegen gevolgd:

- Het theoretische gedeelte: enkele begrippen worden onder de loep genomen en gedefinieerd in functie van deze scriptie. Doorheen de scriptie komen nog andere theoretische beschouwingen aan bod. Deze zijn specifieker van aard en worden rechtstreeks gekoppeld aan de behandelde thema’s.

- Wat leeft er bij de allochtone burger? Spreken over de multiculturele samenleving vereist een minimale kennis van alle partijen in het debat. Daarom is het noodzakelijk om uitgebreid aandacht te besteden aan de stem van de allochtonen en deze te analyseren.

- De stad Gent heeft een uitgebreid maar complex beleid etnisch culturele minderheden. Een studie van de verschillende aspecten en inhouden van de werking is onmisbaar om inzicht te verkrijgen in zowel het functioneren van de stedelijke samenleving als de problemen die zich daarbij voordoen.

 

2. Inzicht verkrijgen in de betekenis én evaluatie van het stedelijke beleid ECM.[23]

 

Door het ontleden van het Gentse beleid ECM met zijn complexe structuur en zijn talrijke onderdelen, wordt geprobeerd een beeld te krijgen van het actuele beleid alsook van de gelegde klemtonen. Het beleid en de diverse aspecten ervan worden afgewogen aan de noden en wensen uit het beleidsveld (inclusief de doelgroepen). Vanuit de verzamelde informatie (in het kader van deze scriptie) wordt ook nagedacht over mogelijke beleidsvernieuwingen of beleidsaanpassingen.

 

3. Enkele thema’s verder uitdiepen.

 

Na de exploratie van de diverse aspecten worden enkele thema’s (communicatie, werkgelegenheid, onderwijs) verder uitgediept. Dit is aanvullend, want deze aspecten komen onvermijdelijk (ruim) aan bod bij de beschrijving en de evaluatie van het stedelijke beleid. Bij de uitdieping wordt een stap verder gegaan. Er wordt expliciet gezocht naar mogelijke alternatieven of verbeteringen voor het beleid. Deze thema’s werden gekozen wegens hun fundamenteel belang en hun actuele waarde in het debat.

 

Opmerking:

 

Een algemenere doelstelling is om klaarheid te scheppen in het beleid ECM van de stad Gent. Er gebeurt veel en er worden veel middelen besteed aan dit beleid. Toch is het voor de burger onmogelijk, om zonder studie van beleidsveld, enig inzicht te krijgen in de complexe structuren. Een goed functionerende multiculturele samenleving heeft nood aan inzicht in het hoe en het waarom van wat de stad onderneemt. Een beleid wordt slechts gedragen door een brede basis van de bevolking indien de burgers de mogelijkheid krijgen om het nut ervan in te zien. Deze scriptie wil bijdragen aan de verbreding van dit draagvlak.

 

De kritieken in deze thesis hebben slechts één doel of functie: een bijdrage leveren aan een beter functionerende multiculturele samenleving. Het uitgangspunt is positief. Niet de multiculturele samenleving of het Gentse beleid ECM zijn failliet. De multiculturele samenleving is een blijvend gegeven. Het beleid is op veel vlakken in een zoekende fase. Deze scriptie wil bijdragen aan het zoeken van betere of nieuwe oplossingen om het samenleven van de burgers met verschillende culturele achtergronden te bevorderen.

 

 

2. “Multiculturele” grenzen aan dit onderzoek.

 

Een onderzoek rond de thematiek van de multiculturele samenleving kan alle kanten op. Het is immers een materie die raakpunten heeft met alle elementen van de samenleving. Men zou bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een thematische behandeling: onderwijs, werkgelegenheid, levensbeschouwing, en dergelijke meer. Dit heeft als grote voordeel dat een bepaald thema diepgaand kan worden behandeld. Nadeel van een dergelijk onderzoek is dat men vaak de aandacht verliest voor de plaats van het thema in het geheel van de samenleving.

 

Een andere keuze is om de multiculturele samenleving te beschouwen als één dynamische structuur, waarbij de vele componenten voortdurend in actieve relatie staan. Het onderzoek richt zich dan op de impact van de wederzijdse beïnvloeding en de gevolgen van deze wisselwerking.

 

In dit onderzoek is gekozen voor de tweede weg. De multiculturele samenleving wordt aan een kritisch onderzoek onderworpen. Het Gentse beleid etnisch culturele minderheden is hierbij zowel leidraad als hulpmiddel. Positieve en negatieve elementen kunnen daarbij voorwerp van analyse en bron van nieuwe ideeën zijn. Uiteraard is ieder onderzoek aan beperkingen onderworpen. Bij de keuze om de multiculturele samenleving onder het vergrootglas te nemen is dat niet anders. In dit hoofdstuk wordt geprobeerd om de grenzen van dit onderzoek concreet aan te geven. Deze grenzen zijn zowel van theoretische, analytische als van praktische aard.

 

2.1. Politieke wetenschap: cultuurfilosofie en objectiviteit.

 

“Een ware ‘multiculturele samenleving’ bestaat erin dat allen deel hebben aan die onderdelen van de cultuur die de harmonische samenleving van alle individuen bevorderen en dat voor het overige een ruime diversiteit van cultuurelementen bestaat, waarmee ieder individu zonder verbod en verplichting contact kan nemen.”[24]

 

Dit fragment is afkomstig uit een herwerkte versie van een lezing gehouden op 20 november 2002 in Utrecht in het kader van de Studium Generale serie: “Denkend aan Holland. Cultuurfilosofen spreken zich uit”. Het valt op dat veel van wat geschreven en gezegd wordt over de multiculturele samenleving, niet verder raakt dan het cultuurfilosofische platform. Er is tot op heden ook nog niemand in geslaagd, om een wetenschappelijk onderbouwd samenlevingsmodel naar voor te brengen, dat een antwoord biedt op de huidige samenlevingsproblemen. Als dat dan al mogelijk en/of wenselijk is.

 

Ook vanuit de etnisch culturele minderheden komt het cultuurfilosofische discours volop op gang. Tariq Ramadan[25] maakt steeds meer opgang in allochtone kringen, vooral bij jongeren. In eigen land hebben de bijdragen van bijvoorbeeld Tariq Fraihi[26] en Sami Zemni[27] een zeker gezag verworven. Getuige hun veelvuldige bijdragen in de verschillende media. Dit is een zeer positieve tendens. De mobiliserende kracht van deze woordvoerders, die ook als zodanig gerespecteerd worden, zowel door allochtonen als door autochtonen, mag niet onderschat worden. Ze leveren immers een wezenlijke bijdrage tot het debat. Het is bovendien een absolute noodzaak dat de etnisch culturele minderheden participeren in het debat. In het verleden is het teveel een debat geweest “over” de etnisch culturele minderheden in plaats van met hen of door hen.[28] Bij de jongere generatie is het besef gegroeid, dat participatie aan het debat noodzakelijk is om een plaats veroveren in de Vlaamse samenleving. Meer en meer wordt die stem in het debat zelfs opgeëist. Toch is er een probleem. Het aantal allochtone woordvoerders is nog steeds te beperkt en niet alle etnisch culturele minderheden zijn hierbij vertegenwoordigd. Niet alle etnisch culturele minderheden aanvaarden trouwens dat deze stemmen fungeren als hun vertegenwoordiger in het publieke debat. Toch moeten deze woordvoerders hun rol als voortrekker blijven vervullen. Hun bijdragen helpen het debat te vernieuwen en stimuleren de etnisch culturele minderheden tot participatie. Een debat over de multiculturele samenleving kan immers slechts zinvol zijn als iedereen, zowel autochtone als allochtone Vlamingen er actief aan deelnemen.

 

De schreeuw “Discussieer alsjeblieft mét ons en niet over ons”[29], geuit door de allochtonen in de focusgesprekken, georganiseerd door Mo* magazine, liegt er niet om. Allochtonen willen participeren in de uitbouw van de maatschappij van de toekomst. Ze voelen zelf heel goed aan wat de tekorten zijn en de kansen die ze missen. Niet voor niets stelt Sara Fredericx in de inleiding: “De berg tapes en verslagen werd door ons samengevat in een zevenpuntenprogramma dat verplichte lectuur is voor elke overheid of burger die wil voorkomen dat België in Hollandse toestanden verzeilt.”[30]

 

* * * * *

 

Zoals al aangegeven is de uiteindelijke bedoeling van dit onderzoek, een beleidsevaluatie op te bouwen. Dit aan de hand van zowel documenten als van getuigenissen. Naast deze beleidsevaluatie worden er ook aanzetten gegeven, die kunnen leiden tot een vernieuwend beleid.

 

Met beleidsonderzoek als primaire doelstelling, kan deze scriptie dan ook geplaatst worden onder de noemer van de politieke wetenschappen. Meer specifiek: een politicologische beleidsevaluerende invalshoek. Er wordt niet gewerkt met het harde cijfermateriaal dat men doorgaans aantreft in sociologische onderzoeken. Er zal niettemin gestreefd worden naar objectiviteit. Dit zal uiteraard duidelijk naar voor komen in de beschrijvende delen. In de evaluerende passages, die vaak kritisch zullen zijn voor de bestaande situaties of plannen, ligt dit heel wat moeilijker. Objectiviteit in politicologische discussies moet echter anders geïnterpreteerd worden dan in de meer exacte wetenschappen. Door aan veldwerk te doen of te werken met open interviews krijgt men een beeld van wat er leeft bij de doelgroep van het onderzoek. De interpretatie van de verzamelde informatie is steeds een dubbeltje op zijn kant. Onvermijdelijk zal de onderzoeker, bij het luisteren naar de opnames van de interviews of het nalezen van de transcripties, beïnvloed worden door de eigen kennis en de eigen houding tegenover de multiculturele samenleving. De beoordeling van een verzameling aan opinies kan dan wel een goede synthese zijn van de verkregen informatie, het blijft een vorm van opinie. Het debat over de multiculturele samenleving is ook nooit waardevrij geweest en zal dat ook nooit zijn.

 

Hoe kan er dan gezorgd worden voor de nodige dosis objectiviteit? Enerzijds kan de onderzoeker de naar voorgebrachte kritieken, al dan niet positieve of negatieve, staven met concrete en realistische voorbeelden, liefst uit de praktijk geplukt. Eventueel kan er ook verwezen worden naar eerdere studies. Anderzijds kan de onderzoeker voldoende ruimte bieden voor de verschillende waarden en opinies. Daardoor krijgt de lezer een beeld van wat er rond een bepaald probleem zoal leeft. Het is dan aan de lezer om de waarde van de kritieken of conclusies van de onderzoeker te beoordelen.

 

In deze scriptie zal daaraan zoveel als mogelijk worden voldaan. Het is echter niet de bedoeling dat dit werk de aura van de absolute waarheid wil dragen. Tot nader order is er in het gehele debat slechts één absolute waarheid. Namelijk dat de multiculturele samenleving vandaag een feit is en dat ze dat “morgen” ook zal zijn. De waarheid over hoe die samenleving optimaal zal functioneren is het voorwerp van het debat en dit debat is verre van afgerond. Onze vastgeroeste westerse cultuur is volop in confrontatie met een nooit eerder geziene diversiteit aan culturen. Wat het resultaat van deze confrontatie zal zijn, is zelfs voor de meest vermaarde wetenschapper een levensgroot en vermoedelijk ook een levenslang vraagteken.

 

2.2. Labyrint van theorie en praktijk.

 

Zowat alle geledingen van de samenleving worden vandaag de dag in meerdere of mindere mate geconfronteerd met het multiculturele vraagstuk. Tegelijk loopt er geen enkele Vlaming op deze planeet rond, die niet een eigen mening te verkondigen heeft, over hoe het nu wel verder moet met die samenleving. De media, de discussiefora op internet, lezersbrieven, cafégesprekken, debatavonden, en andere oorden van communicatie verspreiden woord en wederwoord. In deze stroom van zowel boeiende als triviale informatie is het wonderlijk zoeken naar “waarheid” en gemotiveerde uitspraken.

 

Ook de wetenschap speelt het spel mee met een zelden geziene vurigheid. De thematiek is dan ook actueel. Voor de goede gang van zaken in de samenleving wordt het stilaan vijf voor twaalf. Het is dan ook een goede zaak dat heel wat wetenschappers hun onderzoek richten op deze actuele problemen en mee helpen zoeken naar een oplossing. Ook wetenschappers zijn leden van de samenleving. Ze dragen daarbij een verantwoordelijkheid, zowel als burger als vanuit hun functie, om mee te werken aan de optimalisering ervan. Enkele voorbeelden maken dit duidelijk.

 

De filosofische wetenschap is van oudsher thuis in deze materie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat filosofen en ethici tot de meest geciteerde woordvoerders van het discours kunnen worden gerekend. Ze worden voortdurend gepolst door de media. Elke zichzelf respecterende krant of tijdschrift heeft zijn eigen “huisfilosoof” ingehuurd. Er mag geen blad van de multiculturele boom vallen of de pers, met in zijn zog de mondige burger, doet zijn zeg. In die massale toestroom van (meestal) oppervlakkige en vaak eenzijdige informatie, wordt de aandacht afgeleid van de vele professionele publicaties, van de hand van cultuurfilosofen, sociologen, politicologen, pedagogen en anderen. Met uitzondering van de kwaliteitskranten, die geregeld grondige beschouwingen publiceren, wordt de wetenschap al te vaak op afstand gehouden, althans wat het betere wetenschappelijke werk betreft.

 

Het gebruik en misbruik van de filosofische wetenschap doet niets af aan haar belangrijke bijdrage aan het debat. De exacte wetenschap is immers vaak onmondig waneer het gaat over waarden en normen. Economische analyse over bijvoorbeeld de relatief hogere werkloosheid bij allochtonen kan dan wel de feitelijkheid blootleggen, maar de psychologische impact ervan op een deel van de gemeenschap is niet haar ding. Economische analyses tonen ons dat er ergens iets schort. Vanuit de economische wetenschap zal men bijvoorbeeld willen aantonen wat de budgettaire gevolgen daarvan zijn of welke impact het verlies van “human capital” heeft op de economische groei. Het belang van deze bijdragen ligt in hun functie ter ondersteuning van ander onderzoek. Er is geen enkele wetenschappelijke discipline, die niet ergens kan fungeren als hulpwetenschap bij onderzoek over de problematiek van de multiculturele samenleving.

 

Dat ook de andere wetenschappen niet stil zitten tonen de volgende voorbeelden.

 

In 2001 was er een crossnationaal onderzoek over vooroordelen, met onderscheid van flagrante en meer subtiele vooroordelen. Met dit onderzoek op basis van data verzameld bij 3810 Europeanen uit vier landen, wilden Pettigrew en Meertens[31] aantonen dat er wel degelijk twee verschillende niveaus van vooroordelen zijn en dat er zelfs verschillen zijn tussen de verschillende landen. Ondanks het boeiende opzet, is het ganse onderzoek verzand in een “ivoren toren” onderzoek waarbij de beide onderzoekers absoluut hun best hebben gedaan om de eigen methodologie te doen kloppen. Luttele maanden nadien verscheen een stevige wetenschappelijke reactie van Coenders[32] om aan te tonen dat alles wellicht niet klopte. Al bij al een weinig bruikbaar onderzoek, gezien de grootschaligheid en de overdreven statistische logica’s die gehanteerd werden. Tot daar een voorbeeld uit de psychologische wereld. Niet het vermelden van dit onderzoek is van belang, maar wel de vaststelling dat er ook vanuit die richting interesse wordt betoond voor de thematiek van racisme, verdraagzaamheid, migranten, en zo meer.

 

Een onderzoek van Ilse Devroe[33] (Vakgroep Communicatiewetenschappen UGent) over etnisch culturele minderheden en hun perceptie van de media is zowel theoretisch als praktisch van groot belang. In de eerste plaats omdat allochtonen zelf aan het woord komen en zelf kunnen beoordelen wat zij er van vinden. De titel van een paper met de voorlopige bevindingen daaromtrent spreekt voor zichzelf: “This is not who we are”. (Zie ook 5.1.1.2. Externe druk: maatschappelijke factoren.)

 

Een ander boeiend onderzoek (met verrassende conclusies) is een scriptie die gemaakt werd door Liesbeth Maene die nu werkzaam is in Victoria Deluxe en afgestudeerd is aan de Universiteit van Gent in de richtingpedagogische wetenschappen, optie sociale agogiek. Haar scriptie, met de titel: “Het multiculturele samenleven in beeld in jeugdboeken van schrijvers tussen culturen” won de eerste scriptieprijs, georganiseerd door “Stichting Lezen”[34]. In een interview met Liesbeth Maene[35] was één van haar opmerkelijke conclusies: “ Bij jeugdboeken van allochtone schrijvers speelt alles zich meestal af binnen de wereld van de allochtonen. Zonder interactie, zonder dat er al te veel autochtone personages in voorkomen. Bij autochtone auteurs zie je veel meer de verschillende culturen en hun interactie met elkaar.”

 

Het zou wellicht een scriptie op zich zijn om eens een onderzoek te doen naar alle wetenschappelijke onderzoeken die er in het laatste decennium zijn geweest met betrekking tot de problematiek van de multiculturele samenleving. Deze enkele voorbeelden van onderzoeken tonen aan dat de diversiteit in het onderzoek zeer groot is. Logisch, want het gaat over de samenleving en alles wat daarin gebeurt. Ieder onderzoek, waarbij de populatie uit autochtone Vlamingen was samengesteld, zou theoretisch gezien kunnen worden overgedaan met een allochtone of multiculturele populatie. Theoretisch, want dit zou uiteraard in veel gevallen een zinloze oefening zijn.

 

En dan zijn er natuurlijk nog de politieke wetenschappen. Ook vanuit deze richting is er heel wat onderzoek verricht naar het samenlevingsmodel en meer specifiek naar de diverse sectoren van dat model. Soms gebeurt dit vanuit de onderzoeksdrift van de wetenschapper, doch vaak ook op verzoek van de samenleving zelf, met in de eerste plaats uiteraard de verschillende beleidsniveaus. Om een goed beleid te kunnen voeren is evaluatie zeer belangrijk. Doch dat niet alleen. Soms heeft het beleid ook nood aan goede informatie om in een bepaalde sector een nieuw beleid op te zetten of een gevoerd beleid aan te passen aan de nieuwe realiteit.

 

Deze scriptie is ontstaan om diverse redenen. Interesse voor het onderwerp was onmiskenbaar een belangrijke reden, doch niet de voornaamste. De bezorgdheid om wat er met die samenleving aan het gebeuren is, staat nummer één op de lijst van motieven voor dit onderzoek. Het is en was zeker niet eenvoudig om dit thema aan te pakken. De multiculturele samenleving is een zeer breed begrip. Er moesten dan ook enkele beperkingen worden ingebouwd. In het hierna volgend kader worden de belangrijkste van die beperkingen weergegeven. Doorheen de tekst van deze scriptie zullen deze beperkingen herhaald worden, om waar nodig de lezer op het juiste spoor te houden.

 

 

1) In de eerste plaats is er gekozen om een onderzoek te doen vanuit twee polen. Enerzijds vanuit de allochtone gemeenschap zelf. Via zelf afgenomen interviews, verslagen en reportages van interviews door derden, informele gesprekken, transcripties[36] van focusgesprekken (MO* Magazine), literatuur en andere, komt de allochtone gemeenschap ruim aan bod. Veel van wat in deze scriptie staat is gegroeid tijdens de periode van informatieverzameling. Slechts waar nodig staat de bron vermeld, doch het gehele resultaat van deze scriptie is in de eerste plaats te danken aan de mondigheid van de allochtone gemeenschap, die aan de basis ligt van de verkregen inzichten. De andere pool is het beleid. Hoe is het georganiseerd? Wat zijn de doelstellingen? Wat is er bereikt en wat zal men wel of niet bereiken? Met positieve en/of negatieve kritieken en commentaren. Dit wordt uitgewerkt aan de hand van een algemene beleidsevaluatie. Het beleid etnisch culturele minderheden wordt hierbij beschreven en geëvalueerd in een veelheid van facetten. Ook de relaties met de partners van het beleid komen aan bod. Om af te sluiten worden enkele actuele thema’s verder uitgediept en wordt daarbij geduid wat in de toekomst een mogelijk alternatief of vernieuwend beleid zou kunnen zijn.

 

2) De autochtone burger komt hier minder aan bod. Over de verzuchtingen van de autochtone burger zijn al bibliotheken vol geschreven. Veel van de literatuur over de multiculturele samenleving is ook geschreven vanuit autochtone invalshoek. In het beste geval op min of meer neutrale wijze. Doch vaak gaat het over: “Hoe kan men de samenleving laten functioneren en tegelijk de allochtone burger in die samenleving inpassen.” De doelstelling van deze scriptie heeft een ander uitgangspunt, namelijk: “Hoe kunnen autochtonen en allochtonen zich inpassen in de multiculturele samenleving, zodat deze optimaal draait en iedereen toch in voldoende mate zijn eigenheid kan bewaren.” In deze scriptie is vooral de allochtone gemeenschap aan het woord. Een aanvullende scriptie zou kunnen zijn: “Hoe kan men de noden en wensen, van de verschillende culturele groepen in de maatschappij compatibel naar elkaar laten toegroeien.” of “Hoe kan men vanuit het multiculturele debat iedereen gelukkig maken in een interactieve multiculturele samenleving”.

 

3) Het is nagenoeg onmogelijk om alle thema’s met betrekking tot de multiculturele samenleving aan te snijden. In deze scriptie komen drie wegen aan bod. Elk van deze wegen geeft een andere invulling aan het debat en zorgt ervoor dat het eindresultaat een belangrijk deel van de materie omsluit. Een eerste weg is de weg van de allochtone stem, via een bespreking van de focusgesprekken, uitgevoerd door de MO* redactie. Een tweede is de weg van de institutionalisering van het beleid etnisch culturele minderheden: hoe werkt het en/of hoe is het uitgebouwd. Een laatste weg is eerder thematisch en overloopt enkele actuele thema’s.

 

4) De groep etnisch culturele minderheden wordt om praktische redenen beperkt tot de Turkse en Maghrebijnse bevolking. Dit is echter de grote meerderheid van de doelgroep. (zie 4.2. De allochtonen: “What’s in a name?” (doelgroepenomschrijving) en 11.1. Diversiteit in de diversiteit.)

 

5) De scriptie handelt over stedelijk beleid, meer bepaald het Gentse beleid ECM. Op bepaalde vlakken zal dat vergelijkbaar zijn met andere steden of met het platteland, op andere vlakken niet. Wellicht een boeiend onderzoek voor de toekomst: “Interstedelijke vergelijking van het beleid ECM” of “Etnisch culturele minderheden in de stad en op het platteland: een vergelijking”.

 

*****

 

Bij dit onderzoek zijn de theoretische beschouwingen in de eerste plaats elementen ter ondersteuning van het geheel. Wat niet betekent dat deze theoretische elementen zonder belang zijn.

 

Een beleidsevaluerend onderzoek is vooral gericht op de praktijk en op de perceptie en de beleving van die praktijk. Toch is het nodig om voorafgaand enkele elementen theoretisch toe te lichten. Enkele belangrijke begrippen worden ontleed en verklaard, enkele stellingen worden tegenover elkaar geplaatst en er is ruime aandacht voor de theoretische invulling van het kernthema: “multiculturele samenleving versus multicultureel samen leven”. De theoretische beschouwingen zullen het mogelijk maken te lezen wat er geschreven staat, met andere woorden: het is noodzakelijk om aan te geven wat de betekenis is van de belangrijkste termen zodat iedereen die de tekst leest, weet wat er bedoeld wordt.

 

Er is immers een gigantisch theoretisch probleem. Zoals zal aangetoond worden, is er nauwelijks één (fundamenteel) begrip in het debat over de multiculturele samenleving, dat niet opgezadeld zit met twee of meer betekenissen. Door de vele goede en slechte publicaties, waarbij termen door elkaar worden gehaald of betekenisvol worden omgebogen, is een constructief debat vaak onmogelijk. Probeer bijvoorbeeld maar eens een eenduidige definitie te vinden van het begrip “burger” of “burgerschap". Er zijn bijna zoveel definiëringen als er strekkingen zijn in de publieke opinie. Dit doet zich ook voor in de wetenschap. Is dit een gevolg van de waardegeladenheid van het thema? Of is dit een gevolg van de onmogelijkheid om in de sociale wetenschappen een paradigma op te bouwen voor multicultureel onderzoek? In de politieke wetenschappen wordt dit nog extra bezwaard door de externe druk vanuit de politieke wereld. Er is dus dringende noodzaak aan een wetenschappelijk (en een maatschappelijk) debat over de betekenis van de termen uit het multiculturele discours. Deze scriptie kan daar geen antwoord op geven. Wel kan er in het theoretische gedeelte afgebakend worden waarover en hoe er gesproken wordt in deze scriptie zelf. Het is geen kwestie van akkoord te gaan met de invulling van de gebruikte termen. Het is gewoon een praktische keuze om de scriptie zinvol en begrijpelijk te maken. Elke invulling van deze “zwevende termen” kan als waardegeladen worden beschouwd. Voor een stuk is dat ook zo. Er is echter een eerlijke keuze gemaakt, een keuze die ontstaan is vanuit een toestroom aan informatie en door veelvuldige contacten op het terrein.

 

 

3. Bronnen en methodiek.

 

De moderne student heeft een computer en is aangesloten op internet. En dat zullen de zoekmachines geweten hebben. Het zou leuk zijn om eens te achterhalen hoeveel pagina’s jaarlijks op internet worden geconsulteerd, enkel en alleen voor het schrijven van de vele scripties. Internet is dan ook het meest toegankelijke kanaal.

 

Toch kan men onmogelijk verder zonder de oude vertrouwde bronnenverzamelaars: de universiteitsbibliotheek, faculteitsbibliotheken, de openbare stadsbibliotheek of andere meer gespecialiseerde documentatiecentra. Voor deze scriptie was uiteraard het Studie- en Documentatiedienst van de Stedelijke Integratiedienst Gent (SID) een onmisbare bron van kennis. Bij een studie over een beleidsdomein heeft men ook de meest diverse beleidsdocumenten ter beschikking.

 

Materiaal verzamelen is dus zeker geen probleem. Integendeel. Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid is het informatieaanbod zo groot geweest. Nog nooit in de geschiedenis is het aanbod ook zo diffuus geweest. Een extra opdracht voor student en/of onderzoeker om zich een weg te banen doorheen de massa informatie.

 

3.1. Bestaande bronnen.

 

Het is een titanenarbeid (in het kwadraat) om alle literatuur, in verband met de multiculturele samenleving, te gaan ordenen, laat staan te lezen. Een bruikbare selectie uit het vele materiaal is dus nodig.[37] Hierbij komen de meest diverse wetenschappelijke en maatschappelijke disciplines aan bod: economische traktaten, statistisch cijfermateriaal, journalistieke knipsels, beleidsdocumenten, wetenschappelijk beschouwingen, filosofische verhalen, biografieën en nog vele andere.

 

Een voorbeeld van het syndroom van massa-informatie: tik het woord “multicultureel of multiculturele” in op Google en je krijgt respectievelijk 118 000 en 224 000 hits. Het woord: “integratie” is goed voor 1 370 000 hits, “allochtoon en allochtone” geeft je 147 000 en 407 000, “culturele diversiteit” 118 000 en “inburgering” 132 000. Dit zijn slechts enkele voorbeelden.[38] Het vergt bijgevolg al enige kennis van zaken om het kaf van het koren te scheiden. Veel van deze informatiebronnen zijn is immers van bedenkelijke aard. Het grote gevaar bij een dergelijk informatieaanbod is het aandachtsverlies voor de voor de vele waardevolle informatie op ditzelfde internet.

 

Enkele voorbeelden. De website van het “Centrum voor Islam in Europa (C.I.E.)”[39] van de universiteit van Gent, bevat een schat aan waardevolle artikels van gerenommeerde auteurs en/of wetenschappers. Wie onderzoek doet naar de multiculturele samenleving kan niet omheen de informatie die op sites als deze wordt aangeboden. Een ander site is: “De Multiculturele Samenleving”[40], een “dossiersite” van het NRC Handelsblad uit Nederland. Het boeiende aan dit voorbeeld is dat men zich niet beperkt tot de teksten die in de krant zijn verschenen, maar ook ruimte laat voor reacties, internationale vergelijking, linken naar andere sites, het betrekken en vergelijken van wat op het partijpolitieke forum gebeurt en andere. Ook al zijn sommige elementen in de teksten op deze sites bediscussieerbaar, ze zijn in ieder geval waardevol in het debat. Zonder wederwoord is er namelijk geen debat. Een derde voorbeeld is de website van de Koning Boudewijnstichting[41]. Deze stichting ondersteunt heel wat multiculturele projecten en studies. Informatie, verslagen, studierapporten en andere zaken kunnen on-line geraadpleegd worden of zijn bestelbaar in papieren versie. Een laatste voorbeeld is de website van Professor Shadid[42] rond interculturele communicatie. Er worden allerhande documenten aangeboden die vaak heel waardevol studiemateriaal bevatten, bijvoorbeeld: wetenschappelijke teksten, interviews, columns en andere zaken.

 

Grondig speuren kan dus resulteren in een boeiend informatiepakket. In het ganse debat gaan spijtig genoeg heel wat van deze kwalitatieve bronnen verloren en wordt het debat al te dikwijls gevoerd op basis van gegevens die niet altijd even accuraat of weloverwogen zijn.

 

Vanuit deze overwegingen is een bezoek aan de oude vertrouwde bibliotheek onvermijdelijk. Bovendien zijn er in Gent enkele behoorlijk gestoffeerde bibliotheken te vinden, waar men zich kan wentelen in deugdelijke informatie. De Stedelijke Integratiedienst heeft een Studie- & Documentatiedienst die op professionele basis alle mogelijke informatie over de multiculturele samenleving of het beleid ECM verzamelt en deze ter beschikking stelt aan al wie interesse heeft. De universiteit van Gent heeft een faculteit cultuurwetenschappen, waar heel wat informatie en wetenschappelijke publicaties zijn verzameld. Ook de Gentse openbare bibliotheek kan soelaas bieden. Sinds kort kan men zelfs de collectie van de Stedelijke Integratiedienst consulteren via de (on-line) catalogus van de Gentse openbare bibliotheek.

 

In de aanloop naar dit eindwerk zijn de bovenstaande bronvoorzieningen gebruikt. Tijdens het schrijven zelf was internet een goede hulpbron. Veel van het gebruikte materiaal werd verzameld in de loop der laatste jaren. De datering bij de verwijzing naar internetpagina’s in de voetnoten, is het tijdstip waarop het betreffende stuk of artikel van het net is afgehaald of de pagina het laatst is geconsulteerd.

 

Tot slot een opmerking bij de uitgebreide bibliografie. Gedurende drie jaar is er aan deze scriptie gewerkt, zij het met verschillende snelheden. De vermelde werken zijn geheel of gedeeltelijk gelezen gedurende deze periode. Een deel van de geconsulteerde werken is echter weggelaten omdat ze uiteindelijk geen directe impact hebben gehad op deze studie.

 

3.2. Bronnen in het studieveld.

 

Wanneer men een studie wil maken over de samenleving, in het bijzonder over het “samen leven”, is het bijna logisch dat de onderzoeker die samenleving erbij betrekt. De wijze waarop kan echter vaak verschillen. Veel sociologisch en ook wel politicologisch onderzoek is opgebouwd rond cijfermateriaal en/of data verzameld via bijvoorbeeld enquêtering. Voor het thema van deze scriptie is een andere weg gevolgd, waarbij onderscheid kan gemaakt worden tussen drie soorten bronnen.

 

Enerzijds is er uitgebreid gebruik gemaakt van bestaand bronnenmateriaal, afkomstig uit het beleid, de actoren rond het beleid én besprekingen van deze bronnen. Deze zijn zeer behulpzaam geweest bij de beschrijving van het beleid, de beleidsstructuren en allerhande organisaties die in het beleidsveld ECM een rol spelen. Doorheen de scriptie hebben deze bronnen ook bijgedragen aan de structuuropbouw en zijn een basis geweest voor de evaluatie én voor de beleidskritiek, inclusief de voorstellen voor toekomstig beleid.

 

De andere hoofdbron was de stem van de allochtonen zelf. Een deel via bestaand bronnenmateriaal met onder andere de focusgesprekken van MO* Magazine en neergeschreven interviews in publicaties allerhande. Een ander en belangrijk deel is de informatie die verzameld is via informele gesprekken, telefonische contacten voor het verkrijgen van bijkomende informatie en interviews. Vooral de interviews waren een rijke bron aan informatie. Tegelijk hebben ze, samen met de informele gesprekken, een diepe inleving in de materie mogelijk gemaakt.

 

Ten derde zijn er de vele congressen, studiedagen, infomomenten en debatten geweest. Dit droeg bij tot een wezenlijke verbreding van het inzicht in de problematiek van de multiculturele samenleving. De observatie van de wisselwerking en de spanningen tussen de verschillende belangengroepen, allochtone en autochtone, is zeer leerrijk geweest.

 

In bijlage is van elk van deze bronnen een limitatieve lijst gemaakt. (De activiteiten of gesprekken die dateren van vóór het academiejaar 2004-2005 zijn niet meer opgenomen. De lijst zou te lang worden en het zijn toch steeds dezelfde thema’s die terugkeren.)

 

3.3. Methodologische aspecten.

 

Over de methode die gebruikt werd in deze scriptie werden al enkele aspecten vermeld in de vorige delen. Toch moeten er nog enkele toelichtingen worden gegeven.

 

3.3.1. Een verhaal opgehangen aan drie kapstokken.

 

“De eerste weg is de weg van de allochtone stem via een bespreking van de focusgesprekken, uitgevoerd door de MO* redactie.”[43]

 

Deze bestaande en zeer recente bron kwam als een geschenk uit de hemel gevallen. Aanvankelijk was het de bedoeling om zelf een reeks focusgesprekken te organiseren. Daar werd van afgezien wegens organisatorische problemen, vooral praktische aard (de vele benodigde tijd en ook wel de kostprijs om dit op te zetten). Na het lezen van het verslag over de focusgesprekken in MO* magazine groeide de gedachte om te proberen dit materiaal ter beschikking te krijgen. Na een gesprek met Gie Goris (hoofdredacteur van het magazine) en nadat hij overleg had gepleegd met het redactieteam, kwam een positief antwoord, waarvoor nogmaals een gemeende dankbetuiging aan het redactieteam van MO*. De transcripties van de focusgesprekken zijn een onschatbare bron van informatie. Niet alle transcripties zijn echter volledig. Een belangrijk deel is een samengevatte weergave van de uitspraken van de participanten, waarbij grotendeels de volgorde van de gesprekken is gerespecteerd, waardoor min of meer gevolgd kan worden hoe die uitspraken tot stand zijn gekomen.

 

Het overleg van de hoofdredacteur met het redactieteam en het team dat aan de focusgesprekken heeft gewerkt, was nodig wegens de gegarandeerde anonimiteit van de deelnemers. In de doorgestuurde documenten zijn de namen bijgevolg veranderd of weggelaten. Enkele namen die toch nog voorkwamen en die vermoedelijk de echte waren, zijn uit respect voor het MO* team onmiddellijk verwijderd. Kwestie van de verleiding aan de bron aan te pakken. Het zou trouwens deontologisch incorrect zijn deze gegarandeerde anonimiteit te doorbreken, om welke reden dan ook.

 

Wat de eigen interviews betreft is een open methode gebruikt. Uiteraard was er steeds een vragenlijst voorhanden, die specifiek was opgesteld voor het geplande interview. Deze werd gebruikt als rode draad of om het stilvallen van het gesprek te voorkomen. De vragenlijst was zo opgesteld dat het gesprek een half uur in beslag zou nemen indien er geen extra vragen zouden gesteld worden. Nagenoeg elk interview heeft die tijd ruimschoots overschreden. Nagenoeg alle deelnemers hebben er trouwens ruimschoots de tijd voor uitgetrokken, waarvoor oneindige dank. Na de interviews was er trouwens vaak nog een interessante en leerrijke nababbel. Alle interviews zijn digitaal geregistreerd. De nagesprekken uiteraard niet, wat af en toe aanleiding kan geven tot informatie “off the record”.

 

In de scriptie wordt slechts af en toe verwezen naar deze interviews. Nochtans hebben de gesprekken veel invloed gehad op de inhoud van de scriptie. Enerzijds hebben ze heel wat informatie aangebracht, anderzijds waren zij een hulpmiddel bij het vormen van een gefundeerde opinie.

 

“Een tweede is de weg van de institutionalisering van het beleid etnisch culturele minderheden: hoe werkt het en/of hoe is het uitgebouwd.”

 

Veel van de gebruikte informatie is afkomstig uit documenten van het stadsbestuur, de Stedelijke Integratiedienst, Agora en haar structurele onderdelen en van organisaties uit het beleidsveld ECM. Ook zijn hier en daar documenten gebruikt van andere bestuurlijke niveaus, zoals de provincie en de Vlaamse Gemeenschap. Daarnaast was ook heel wat bruikbaar materiaal van organisaties of instellingen die niet direct met Gent te maken hebben. Om één voorbeeld te geven: de vele interessante documenten die opgesteld zijn in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, waarvan de meeste beschikbaar zijn op de website van de stichting.

 

Ook documenten zoals de stadsmonografie Gent en de stadsmonitor Gent waren bruikbare bronnen, zij het indirect. Vooral in de stadsmonitor is er opvallend weinig aandacht voor de problematiek van de Gentse multiculturele samenleving. Ze boden wel een leidraad in de zoektocht naar informatie. De stadsmonitor is trouwens van zeer recente datum en kon dus slechts aanvullende richtlijnen en informatie bieden.

 

“Een laatste weg is eerder thematisch en overloopt enkele actuele thema’s.”

 

Enkele thema’s worden dieper uitgewerkt. Hierbij wordt (waar nodig) teruggekoppeld naar deel 2 (“Wie is die andere burger.”) en deel 3 (“De stedelijke multiculturele samenleving. Casus Gent.”). De thema’s (communicatie, werkgelegenheid, onderwijs) zijn gekozen wegens hun actuele waarde enerzijds en hun fundamentele belangrijkheid anderzijds. Het was onmogelijk om alles te behandelen en bepaalde aspecten zijn in de rest van de scriptie al behoorlijk uitgewerkt. Veel thema’s zijn trouwens verbonden met verschillende beleidsaspecten waardoor bepaalde aspecten meermaals aan bod komen.

 

3.3.2. De focusgesprekken: origineel uit tweede hand.

 

De MO* redactie heeft uit de focusgesprekken een “zevenpuntenprogramma voor allochtonen” gedestilleerd. Voor wie nog twijfelt: dit is een symbolische vingerwijzing naar het “70-puntenplan” [44] van het Vlaams Blok, nu Vlaams Belang.

 

De bespreking van de resultaten uit de focusgesprekken is zeer summier. Daarbij gaat heel wat belangrijke informatie verloren. Het artikel in MO* Magazine is een onvolledige weergave van de gevoelens en gedachten, die worden geuit in de gesprekken. Er werd bijvoorbeeld te weinig nadruk gelegd op bepaalde nuances en tegenstrijdigheden binnen de focusgroepen. Net zoals het ganse multiculturele debat, is de visie van de allochtonen op de multiculturele samenleving en/of de realiteit, geen harmonieus verhaal.

 

De bespreking van de focusgesprekken in deze scriptie valt uiteen in twee grote delen. Eerst wordt een overzicht gegeven van de diversiteit in de samenstelling van de focusgroepen. Er komen zeven focusgroepen aan bod: moeders van “jonge” kinderen, arbeiders, hoogopgeleide jongeren, jongens van 16 tot 25 jaar, woordvoerders (of BV’s = Bekende Vlamingen van allochtone afkomst), jonge stadsmeisjes (leeftijd niet nader omschreven) en imams. Er waren nog drie andere focusgroepen waarvan geen verslag of samengevatte transcriptie werd ontvangen: vaders van tieners, ondernemers en nieuwkomers. Iedere focusgroep kwam ongeveer 2,5 uur aan bod, wat 25 uur focusgesprekken betekent, waarvan 17,5 uren in deze scriptie werden gebruikt. Bij de bespreking van de diverse aspecten die aan bod zijn gekomen in de respectievelijke groepen, wordt af en toe verwezen naar of vergeleken met informatie uit andere bronnen. In de mate van het mogelijke (afhankelijk van de verkregen gegevens) wordt ook het deelnemersveld geschetst.

 

In een tweede deel wordt de weg van het “Allochtone Zevenpuntenprogramma” gevolgd. De zeven punten worden besproken op basis van het artikel in MO* magazine. Ze worden ook voorzien van eigen toevoegingen, commentaren en kritieken.

 

Het belang van dit deel is niet zozeer de focusgesprekken zelf, wel de noodzaak aan kennis over wat er leeft in de actuele allochtone gemeenschap. Toch enige nuance. Het (leren) kennen van wat er leeft bij de allochtone gemeenschap is een oneindige opdracht, met andere woorden: wat er zich echt afspeelt in het hoofd van een persoon van allochtone afkomst kan een autochtoon nooit volledig achterhalen. Wat wel kan, is een beter begrip krijgen voor de levenswijze, de maatschappelijke positie, het handelen, de uitingen, en zo meer. Een minimale kennis is immers noodzakelijk om zinvol te participeren in het debat over het multicultureel samenleven. Dit geldt voor zowel de autochtonen als de allochtonen. Een belangrijke voorwaarde is de wil om er voor open te staan, liefst op onbevangen en onbevooroordeelde wijze. De bespreking van deze focusgesprekken is dus in de eerste plaats gebruikt om een zeker recht van spreken te verkrijgen.

 

3.3.3. Open interviews: de best mogelijke weg.

 

De keuze voor open interviews is achteraf gezien de beste keuze gebleken. Gezien de verschillende functies en daarmee verbonden rolpatronen van de bevraagde personen, was het nagenoeg onmogelijk om identieke vragenlijsten op te stellen. Er werd trouwens vaak verder gewerkt met informatie, verkregen in vorige interviews. De meest boeiende en vernieuwende informatie werd trouwens niet verkregen via het stellen van voorbereide vragen (zie hoger 4.3.1.). Wel tijdens het doorvragen of inpikken op zaken die werden aangebracht en uiteraard in de (niet geregistreerde) nagesprekken. Dat is ook de reden dat de interviews soms behoorlijk lang duurden. Over die lange duur was er niettemin geen enkele negatieve opmerking. Gemiddeld duurden de nagesprekken trouwens even lang als de afgenomen interviews zelf. Er werden geen nota’s gemaakt tijdens deze nagesprekken, wel zo snel mogelijk erna (gemiddeld 1 uur na het gesprek).

 

De interviews werden digitaal opgenomen. Bij het opnieuw beluisteren werden de notities, gemaakt tijdens het interview, verder aangevuld. Ook werden bepaalde passages getimed om ze nadien sneller terug te kunnen opsporen. Transcripties werden niet gemaakt. Enerzijds wegens het tijdrovende karakter ervan, anderzijds omdat de inhoud enkel voor deze scriptie gebruikt kan worden[45] en het dus geen zin heeft om alles op tekst te zetten. Het materiaal wordt wel bijgehouden om in een later onderzoek de interviews verder te kunnen ontleden, eventueel met behulp van softwareprogramma’s.

 

Slechts éénmaal werd, na herhaaldelijk verzoek, een vragenlijst doorgemaild naar de respondent. Met tegenzin, omdat dit niet het opzet was in dit onderzoek. Voorbereide interviews leiden immers tot te strikt gecontroleerde antwoorden. Dit onderzoek had echter nood aan spontane en onvoorbereide reacties. Door bijkomend de vragen in niet-logische volgorde te stellen, zijn nog meer spontane reacties naar voor gekomen. Het resultaat van het interview, met de vooraf doorgestuurde vragenlijst, is hoe dan ook onbruikbaar gebleken. Het resultaat was een afdrammen van vooraf neergeschreven antwoorden. Extra vragen kregen steeds een ontwijkend of kortweg geen antwoord. De reden was steeds dezelfde: “niet voorbereid, niet bevoegd of niet weten”. De persoon voor wie het interview bedoeld was, was trouwens zelf niet aanwezig, maar werd vervangen door één van de personeelsleden.

 

3.3.4. Cijfermateriaal? Kille data of warme evaluatie.

 

Geen enkel onderzoek kan omheen cijfermateriaal. Dit materiaal werd echter hoofdzakelijk ter illustratie gebruikt, ter verduidelijking of als basisstudiemateriaal. Er werd gekozen om het beleid zelf te doorgronden en na te gaan hoe er op dat beleid gereageerd wordt. Het zou uitermate boeiend zijn om een onderzoek op te starten, louter en alleen bij de etnisch culturele minderheden, aan de hand van de gebruikte vragenlijsten in het “Welbevindenonderzoek” van de vakgroep politieke wetenschappen.[46] Bij het maken van deze scriptie was dergelijk onderzoek niet mogelijk. Hopelijk kan dit ooit verwezenlijkt worden. Het zou immers bijzonder leerrijk zijn te weten, in welke mate het welbevinden bij de etnisch culturele minderheden verschilt van dat van de autochtone Gentenaars. En vooral waar die verschilpunten liggen.

 

Het is trouwens opmerkelijk hoe vaak onderzoekers de diversiteit in de samenleving onderschatten. De specificiteit van de verschillende groepen komt zelden aan bod. Een concreet voorbeeld: in de stadsmonitor editie Gent 2005 is er nauwelijks (bijna geen) informatie te vinden over de allochtonen en/of de problematiek van de multiculturele samenleving. Alsof de inclusiviteit zijn doel al heeft bereikt en iedereen reeds is opgegaan in één samenlevingsmodel. Dit is een flagrante vervorming van de realiteit van het stadsleven. Voor deze scriptie is de stadsmonitor technisch interessant, doch inhoudelijk weinig zinvol, wat niet wil zeggen dat dit geen kwalitatief hoogstaand onderzoek is.

 

De beleidsevaluatie die hier voorligt, is geen voer voor beleid dat wil weten met hoeveel aan middelen, hoeveel bereikt is. Het is geen onderzoek naar de efficiëntie van de middelen. Wel een speurtocht naar effectiviteit. Worden de doelgroepen en doelstellingen bereikt? Zijn de juiste keuzes gemaakt en welke moeten er gemaakt worden met het oog op de toekomst? Hoe wordt het beleid ervaren? Wat zijn de subjectieve gevoelens en hoe kan men die plaatsen in de objectieve realiteit? Een warme evaluatie gaat over het aanvoelen en het ervaren van het beleid in de dagdagelijkse realiteit.

 

3.3.5. Participatie in een wereld van verschil en gelijkenis.

 

De laatste drie jaren hebben een grote impact gehad op deze scriptie. Voortdurend observeren. Actief aanwezig zijn in allochtone middens, op de meest diverse activiteiten en momenten. Momenten van ergernis en vreugde, begrip en onbegrip en zelfs momenten met een opkomend vleugje racisme. Momenten van alles kan en momenten van hopeloosheid over de toekomstige samenleving. Het besef dat racisme geen Vlaamse eigenschap is, maar één van de meest onuitroeibare en meest universele kwalen van alle bevolkingsgroepen. Confrontatie met de onwil van integratie, zelfs de wens op isolatie en apartheid, zowel bij autochtonen als allochtonen. Maar ook ontmoeting met de vele allochtone en autochtone voorvechters van een multiculturele samenleving die goed is voor de toekomstige generaties.

Drie jaar van speuren bij de allochtone medemens. Aanverwante zielen en vijandige reacties. Thee drinken in gezellige sferen. Een jaar Turks leren en zweten op de moeilijke taalstructuren. Boeken lezen en babbelen. Film en toneel. En nog zo vele andere gevoelens, relaties, vibraties, acties en luisteren.

 

Kort gezegd: gedurende drie jaar de blik verruimen vooraleer deze scriptie aan te vatten. Deze actieve participatie heeft bijgedragen aan, een nog lang niet volgroeide nuchterheid. Het begin van een levenswerk.

 

3.4. Opbouw van de scriptie.

 

Deze scriptie bestaat uit vier grote delen en wordt afgesloten met een conclusie.

 

In deel 1 wordt vooral aandacht besteed aan enkele theoretische concepten. Deze zijn vooral bedoeld om de richting te geven aan de inhoud van deze scriptie. Ook wordt er uitvoerig ingegaan op enkele methodologische aspecten (o.a. bronnen en methodiek).

 

In het tweede deel is er aandacht voor de stem van de allochtonen. Aan de hand van de MO* focusgesprekken en enkele andere bronnen worden eerst de verschillende focusgroepen besproken. Nadien wordt er ingegaan op meer inhoudelijke aspecten. Respectievelijk wordt de volgorde van de groepen uit de MO* gesprekken en het zevenpuntenprogramma gevolgd.

 

Het derde deel is behoorlijk ruim. Dit deel is een grondige exploratie van het stedelijke beleidsveld ECM. In de inleidende fase wordt een beeld van Gentse multiculturele samenleving geschetst, waarbij enkele theoretische concepten nader worden toegelicht. Nadien wordt de evolutie naar de huidige beleidsstructuren geschetst, gevolgd door een kritische bespreking van alle actoren binnen deze structuren. In een apart hoofdstuk wordt de stedelijke integratiedienst belicht. Apart omdat deze specifiek behoort tot de stedelijke administratie en dus volledig onder de verantwoordelijkheid van de stad valt. In de loop van deze hoofdstukken komen de meest diverse maatschappelijke aspecten aan bod, soms meermaals wegens hun onderlinge verwevenheid.

 

In het laatste deel worden enkele elementen van de multiculturele samenleving kritisch benaderd en voorzien van enkele beleidsvoorstellen voor de toekomst. Deze beleidsvoorstellen zijn niet tot in detail uitgediept. Elk voorstel kan immers voorwerp zijn van een scriptie en zou zeker in de nabije toekomst voorwerp moeten worden van diepgaand beleidsonderzoek.

 

Methodologische verantwoording van deze structuur.

 

Er is duidelijk voor gekozen om een diepgaande kennis te verwerven over de multiculturele samenleving, de mensen uit wie deze samenleving is samengesteld en het beleid ECM. Vanuit de verworven kennis zijn de kritische beschouwingen en de beleidsvoorstellen naar voor gekomen.

 

De kritieken en beleidsvoorstellen in deze scriptie zijn bijgevolg gebaseerd op:

 

1. Duidelijke keuzes bij het bepalen van de theoretische concepten.

2. Een grondige verruiming van de kennis over de allochtone medeburger.

3. Een diepgaande speurtocht in het complexe beleidsveld ECM in Gent.

4. Een doorgedreven speurtocht in de meest diverse literatuur (en andere bronnen).

 

Een scriptie is vaak een einddoel in een leerproces. Deze scriptie is echter een stap in een levenslang leerproces en een voorbereiding op wat er nakomt.

 

 

 

4. “De theoretische multiculturele samenleving”.

 

(Oefening in: Begrippen begrijpend lezen)

 

"Gastarbeiders, vreemdelingen, migranten, allochtonen, etnische en culturele minderheden: met die woorden moet ik het doen, hoewel ze me geen van alle echt bevallen. 'Vreemdeling' roept bij mij heel negatieve associaties op. Afstand. Niet-aanvaarding. … Een correcte terminologie is heel belangrijk en moet door de overheid ook worden beschermd en gecultiveerd."[47]

 

De multiculturele samenleving vatten in theoretische beschouwingen is een avontuur op zich. De meest diverse standpunten, begrippen en gevoelens zijn ooit wel eens vertaald in een theoretisch concept. Of beter gezegd: de theoretische concepten zijn voortdurend onderhevig aan een invulling vanuit de waarden en normen, ideologie en maatschappelijke positie van de auteurs en/of onderzoekers.

 

Vanuit deze vaststelling is het meer dan noodzakelijk, om in dit theoretische gedeelte op zoek te gaan, naar een accurate invulling van de belangrijkste begrippen uit het debat. Meteen ook een gelegenheid om het centrale thema theoretisch te duiden, namelijk de multiculturele samenleving.

 

Niet alle visies op deze samenleving komen aan bod. Wel de belangrijke stromingen die het debat beheersen. Dit hoofdstuk is belangrijk, omdat de theoretische invullingen van het hoofdconcept en de belangrijkste nevenconcepten, zullen aangeven hoe de scriptie verder moet gelezen worden.

 

4.1. De multiculturele samenleving.

 

“…voor de afschaffing van de uitdrukking multiculturele samenleving. Dit niet om de realiteit te ontvluchten, maar om definitief af te rekenen met een illusoir concept, een schimmig concept dat in een nachtmerrie van misverstanden dreigt te verzanden.”[48]

 

Met deze uitspraak raakt Ephimenco de kern van het probleem. Hij pleit voor het afschaffen van de term “multiculturele samenleving”. Doch eigenlijk gaat zijn kritiek over de “permissieve multiculturele samenleving”, die etnische groepen toestaat om zich in een vorm van multiculturele segregatie op te sluiten. In zijn tekst vervangt hij het begrip multiculturele samenleving door een “multi-etnische samenleving”, die zowel verscheidenheid als homogeniteit kent.[49] In deze redenering worden verschillende termen, zowel op oneigenlijke wijze, als door elkaar gebruikt, wat leidt tot begripsverwarring. Permissiviteit is een manier van aanpakken. De multiculturele samenleving is een realiteit. En de “multi-etnische samenleving” ligt aan de basis van een “multiculturele samenleving”.

 

Permissiviteit is een houding tegenover de multiculturele samenleving. Vooral Vlaanderen is in dit bedje ziek. Veel zaken zijn onbespreekbaar geworden of worden gerelativeerd uit angst bestempeld te worden als extreem rechts of uit vrees de kiezer te verontrusten. Deze politieke en maatschappelijke, grotendeels zelf gecreëerde onmondigheid onder druk van de Vlaams Belang retoriek, maakt dat veel problemen uit het debat verdrongen worden. Nochtans zijn de etnisch culturele minderheden vaak vragende partij om de permissiviteit ten overstaan van bepaalde zaken te doorbreken. Permissiviteit is één van de oorzaken, die leiden tot problemen, zoals multiculturele segregatie en maatschappelijke stilstand, wat op zich dan weer gevolgen heeft voor het samenleven van de verschillende culturen. In een volwassen debat moet alles bespreekbaar zijn. Dit is de enige weg om misverstanden weg te werken en de reële problemen aan te pakken.

 

“Al jaren is het mij duidelijk geworden dat een doorgeschoten multiculturalisme het verantwoordelijkheidsbesef van de diverse etnische groepen voor het grotere verband van de hele samenleving heeft doen afnemen.”[50]

 

Ook in deze stelling komt duidelijk naar voor dat niet de multiculturele samenleving de oorzaak is van de samenlevingsproblemen. Wel het ongedefinieerde “doorgeschoten”, wat dat ook moge zijn.

 

Het heeft geen enkele zin het begrip “multiculturele samenleving” te vervangen door “multi-etnische samenleving”. Dit begrip is evenzeer het voorwerp van verschil aan invulling en dus van verwarring. Ephimenco gebruikt deze begripsverandering niet om een klaarder discours te realiseren, maar om een andere visie op de uitbouw van de multiculturele maatschappij te promoten. Verder dan algemene beschouwingen komt hij echter niet.

 

*****

 

“Kortom onze Westerse pluriforme samenleving ja! Een multiculturele pluralistische maatschappij nee! Dit laatste noem ik expres geen samenleving omdat het in feite geen samenleving zal zijn.”[51]

 

“Het is niet de samenleving die zich aan de nieuwkomers moet aanpassen, maar andersom.”[52]

 

Beide beweringen gaan uit van een (vooral) eenzijdige aanpassing of inpassing van de ene cultuur bij de andere. Bouma verwart op eigen wijze de realiteit van multiculturele samenleving, met een visie over hoe die samenleving er zou moeten uitzien. Hij pleit voor een pluriforme invulling met sterk behoud van de eigen (westerse) culturele waarden. Ephemico stelt het nog duidelijker en vraagt van nieuwkomers een eenzijdige integratie. Dergelijke stellingname sluit elk debat uit, omdat het gaat over de vorming van een samenleving zonder inspraak voor de verschillende culturen waaruit die samenleving is samengesteld. Dergelijke houding is een gevolg van een sterk egocentrisch denken, waarbij de westerse waarden als de enige universele en goede naar voor worden geschoven en er geen ruimte wordt geboden voor invloeden die deze waarden wederzijds kunnen beïnvloeden.

 

Het echte multiculturele debat moet een zoektocht zijn naar die gemeenschappelijke waarden die de multiculturele samenleving kunnen schragen. Daarbij zal een samenvloeien van eigen culturele waarden met deze van de nieuwe groepen in de maatschappij onvermijdelijk zijn. Integratie in de multiculturele samenleving is immers een verhaal van twee richtingen. Zowel allochtonen als autochtonen moeten zich kunnen vinden in die samenleving. Welke de waarden zijn, die uiteindelijk het “samen leven” zullen ondersteunen, dat is hét voorwerp van het multiculturele debat. Dit betekent niet dat alle culturen in de samenleving uiteindelijk identieke waarden moeten voorstaan. Wel dat die waarden compatibel moeten fungeren en dus wederzijds bijdragen aan het optimaal functioneren van de samenleving. Dat dit een lang groeiproces zal zijn is duidelijk. Dat dit groeiproces pijnlijk is (en nog lang zal zijn) is een onvermijdelijk gevolg van dit proces. Het hoofddoel: “Een samenleving met eenheid in verschil”.

 

Waar moet het debat dan beginnen? Eerst moet er aanvaarding zijn over het bestaan van de multiculturele samenleving.

 

Eenvoudig te definiëren als een samenleving “uit verschillende culturen samengesteld”.[53] Geen enkele definitie kan duidelijker zijn. Elke andere poging tot definiëren is een gevolg van pogingen, om betekenis te geven aan de inhoud van die samenleving. Zowel vanuit de eigen waarden en normen, als vanuit het multiculturele denken.

 

Vertrekkend vanuit deze logische definiëring, kan men beginnen nadenken over hoe men deze samenleving wil laten functioneren. De problemen liggen dus niet in het bestaan van de multiculturele samenleving, maar in het vorm geven aan het multicultureel samen leven. In het kader van deze scriptie moet dan ook voortdurend deze conceptualisering voor ogen worden gehouden.

 

Deze definiëring heeft een belangrijke implicatie. Het reële bestaan van de multiculturele samenleving aanvaarden, betekent dat men beseft dat er verschillende culturen in deze samenleving aanwezig zijn en dat dit in de toekomst ook zo zal zijn. De multiculturele samenleving is een gevolg van de gemondialiseerde wereld en er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze mondialisering zal ophouden te bestaan. Dit betekent ook dat al de aanwezige culturen in de samenleving geconfronteerd worden met het bestaan van die multiculturele samenleving. Zoeken naar een invulling voor het “samen leven” vereist dan ook de inzet van al deze culturen. Vooral dit punt is een belangrijk element in de discussie rond integratie en inburgering.[54] Zowel de autochtone cultuur als de culturen van de ECM moeten zich inpassen in deze multiculturele samenleving.

 

4.1.1.Interne en externe drukkingsfactoren.

 

De groeipijnen van de multiculturele samenleving zijn een gevolg van de interne en externe druk die uitgaat van de verschillende culturen in de maatschappij. Wie de geschiedenis een beetje kent, weet dat ontmoetingen tussen culturen nooit over rozen zijn verlopen, maar vooral over doornen. Denken we maar aan de groeipijnen van de Amerikaanse samenleving. De toevloed van immigranten leidde tot gettovorming en zware spanningen. Onlangs nog (2002) was er de film “Gangs of New York”[55] die, op een nogal bombastische wijze weliswaar, de moeilijkheden vertolkte van de Ierse immigranten in de Verenigde Staten rond 1840. Over de problematiek van de spanning tussen gevestigde culturen en nieuwkomers zijn ontzettend veel voorbeelden te vinden.