| Het beeld van Mobutu Sese Seko in de Belgische pers. De Standaard, Vooruit & De Morgen, La Libre Belgique, Le Peuple. (1965-1997) (Stijn Van Bever) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
B. Analyse
1. De staatsgreep van generaal Mobutu (24 november 1965)
1.1. Historische achtergrond
Op 12 oktober 1965 zet president Kasavubu premier Tshombe af.[113] Na de Katangese secessie was Tshombe in ongenade gevallen en in ballingschap vertrokken. Op 30 juni 1964 hadden de VN-blauwhelmen Kongo verlaten. Enkele maanden later werd het regime in Leopoldstad met de rug tegen de muur gezet door twee opstanden. In Kwilu waren de aanhangers van Pierre Mulele een rebellie begonnen tegen het regime en in het oosten was de Conseil National de Libération (CNL) van Gaston Soumaliot zich aan het organiseren om het Kongolese grondgebied te veroveren.[114] Beide bewegingen stonden los van elkaar, maar ze hadden alle twee hun wortels in het gedachtegoed van Lumumba.
In juli 1964 lanceerden de Simba’s een offensief dat hen tot op honderd kilometer van Leopoldstad bracht. De strijdkrachten van Soumaliot, die door de Kasai oprukten, stonden op het punt om de verbinding te leggen met eenheden van kolonel Pakasa en de troepen van Mulele.[115] Op 4 augustus viel Stanleystad. In de hoofdstad wachtte intussen een revolutionair potentieel op het juiste moment om zich te ontplooien.
Het leger van generaal Mobutu was helemaal niet opgewassen tegen de rebellen. In juli 1964 had Mobutu, de nummer één van het leger en achter de schermen de sterke man in de politiek, Tshombe teruggeroepen als premier om hem bij te staan. Samen schakelden ze massaal huurlingen in om de opstand te bestrijden. Belgische kringen financierden de operaties, samen met de Verenigde Staten.[116] Het vereiste echter een militaire operatie onder Belgisch-Amerikaanse leiding om het elan van de rebellen te breken. Daarna volgde een genadeloze repressie door het Armée Nationale Congolaise (ANC). Niet alleen de rebellen, ook de burgers in de heroverde gebieden werden hard aangepakt door de troepen van het Kongolese leger.[117] De officieren en hun politieke adviseurs die de operaties leidden, waren dezelfde die vanuit België de opdracht hadden gekregen de operaties in Katanga ten tijde van de secessie te leiden.[118] Tshombe had dus samen met Mobutu de raadgevers van de Katangese secessie naar Leopoldstad gehaald om de val van de hoofdstad te belemmeren. Het neokolonialisme, dat de motor was geweest van de Katangese secessie, was nu dus, via Mobutu en Tshombe, in Leopoldstad binnengehaald.
Nadat de rebellen waren teruggedrongen in 1965 was Tshombe eerste minister gebleven. Op 12 oktober werd hij echter onverwacht afgezet door president Kasavubu. Tshombe werd vervangen door de oud-minister van Buitenlandse Zaken in de Katangese regering: Evariste Kimba.[119] De president kondigde een andere koers aan. Deze was gericht op drie pijlers: toenadering zoeken tot de rebellenleiders, de huurlingen dwingen het land te verlaten en Kongo in het kamp van de Afrikaanse ongebonden landen binnen te brengen.[120] De reden van die koerswijziging van Kasavubu is twijfelachtig. Volgens sommige waarnemers wou hij op deze manier Tshombe, die toch het symbool was van het interveniërende Westen, in diskrediet brengen. Over minder dan een half jaar waren er immers presidentsverkiezingen en Tshombe en Kasavubu waren mekaars grootste rivalen. Andere waarnemers meenden dat Kasavubu opnieuw aansluiting wou vinden met zijn discours van voor de onafhankelijkheid en zo de nationalistische politici doen ophouden hulp te verlenen aan de opstandelingen.[121]
Op 23 oktober ging president Kasavubu naar Accra, de hoofdstad van Ghana. Op de top van de Afrikaanse landen beloofde hij een toenadering tot buurland Congo-Brazzaville en kondigde hij een oplossing aan voor het probleem van de huurlingen, wiens aanwezigheid door veel Afrikanen als een belediging van de Afrikaanse waardigheid gezien werd.[122] Volgens de geruchten zou Kasavubu in Ghana ook beloofd hebben dat hij Afrika zou bevrijden van mannen als Tshombe en Mobutu, die als aanhangers van het neokolonialisme konden worden beschouwd. Ghana zou hiervoor speciaal getrainde troepen sturen. Ook in Kongo gingen stemmen op om Tshombe voor de rechtbank te dagen.
In de pers, in het bijzonder de Belgische conservatieve pers, werd er erg vijandig gereageerd op de “zwenk naar links” van Kasavubu. Jean Kestergat van La Libre Belgique schreef dat het vertrek van de huurlingen wel eens het vertrek van alle Europese ondernemingen tot gevolg kon hebben. Hij suggereerde bovendien dat de situatie zoals ze nu was wel eens een herhaling van de staatsgreep van september 1960 tot gevolg zou kunnen hebben.[123] Ook in andere kranten wordt gesuggereerd dat Mobutu, die beschouwd wordt als de sterke man in Zaïre, niet opgezet is met de aankondigingen van Kasavubu. Bij het verdwijnen van de huurlingen en van Tshombe zou Mobutu twee van zijn steunpilaren kwijtraken. Bovendien zette de aankondiging van Kasavubu en Kimba dat ze de rebellenleiders Soumaliot en Gbenye zouden uitnodigen voor toenaderingsgesprekken nog meer kwaad bloed bij Mobutu. De legeraanvoerder zwoer in het blad Spécial (eigendom van zijn vriend Pierre Davister) dat Soumaliot en Gbenye nooit in de regering zouden zetelen zolang hij aan het hoofd van het leger stond.[124]
De regering leek echter vastbesloten om door te gaan op de ingeslagen weg. De plannen om toenadering te zoeken tot de ongebonden landen namen concrete vormen aan. Op 4 november werden enkele journalisten het land uitgezet en werden enkele bladen verboden. Allen hadden ze, al dan niet rechtstreeks, opgeroepen tot een staatsgreep van Mobutu. Bij hen was ook Jean Kestergat, die na zijn uitwijzing echter nog harder van leer trok tegen de zetelende regering en de president.[125] De situatie werd grimmiger in november 1965. De Zaïrese minister van binnenlandse zaken Nendaka openbaarde een vermeend complot, door Belgen in elkaar gezet. Geruchten over staatsgrepen en militaire interventies van beide zijden werden gelanceerd. Radio Leopoldstad ageerde furieus tegen het neokolonialisme van politici als Tshombe en het imperialisme van staten zoals België en de VS die Kongo tot op de rand van de afgrond brachten. Tijdens studentenbetogingen werden Belgische vlaggen verbrand.[126]
In de nacht van 24 op 25 november zette generaal Mobutu president Kasavubu af en neutraliseerde hij voor vijf jaar alle politici. In zijn eerste verklaringen zei Mobutu dat hij moest handelen omdat de politici Kongo weer eens naar de afgrond leidden. In vijf jaar hadden zij niets gedaan om het land omhoog te stuwen.
Welke belangen en acteurs achter de staatsgreep zaten, is moeilijk te zeggen, maar bepaalde zaken zijn wel duidelijk. De Belgische afkeer van de richting die Kasavubu was ingeslagen, is algemeen bekend. De VS waren over de démarche van de president eveneens niet te spreken. De Verenigde Staten waren toen in elk geval de belangrijkste geldschieter van Kongo. De vrees was groot in Washington dat de grondstoffen in Kongo in handen van het communisme zouden vallen.[127] Terwijl de ‘haute finance’ in België Tshombe steunde, was Mobutu toen al de man van de VS, getuige de hulp die hij van de VS kreeg in 1964 of de geldsommen die hem werden voorgeschoten om het Kongolese leger te versterken. Lawrence Devlin, een belangrijke CIA-agent, die Mobutu bij zijn eerste staatsgreep al begeleidde, was in juni 1965 naar Leopoldstad teruggekeerd. In oktober had hij nog gezegd dat “indien Mobutu weer eens zou moeten optreden, het nu voor langer dan drie maanden zou zijn”.[128]
De Amerikaanse ambassade zou eveneens op de hoogte zijn geweest van de nakende machtsgreep door Mobutu en zou die aangemoedigd hebben.[129]
De staatsgreep wordt in België in elk geval goed onthaald. Men is opgelucht dat de “explosieve” situatie in Leopoldstad ontzenuwd is. Velen, waaronder La Libre Belgique, leven in de illusie dat Mobutu de wegbereider is voor Tshombe en dat de Katangees spoedig terug aan de macht komt.[130] Dit zal later een inschattingsfout blijken te zijn. In enkele maanden verwerft Mobutu de absolute macht, die hij de eerste drie decennia onder geen enkel beding meer zal afstaan.
1.2. Analyse
1.2.1.De Standaard
Voor de staatsgreep van generaal Joseph Désiré Mobutu in de nacht van 24 op 25 november verschenen er reeds dagelijks artikels over de gespannen politieke situatie in Kongo in De Standaard.[131] De aandacht ging in deze artikels vooral uit naar de anti-Belgische gevoelens die de kop opstaken in Leopoldstad, onder invloed van de politici van de regering-Kimba, die een nationalistische koers wilden varen. In een opiniestuk dat op 25 november in de krant verschijnt (op dit moment is de staatsgreep dus al een feit) gaat journalist C. Hinderyckx in op de gespannen situatie in Kongo.[132] Zijn besluit luidt dat “men geen helderziende hoeft te zijn om de symptomen van een nieuwe revolutie te bespeuren”. Hinderyckx lijkt zelfs al te weten uit welke hoek de machtsgreep zou kunnen komen: “Het leger staat sterk dankzij de huurlingen, maar de strijd Tsjombe – KasaVoeboe (sic) verlamt de werking ervan.”. Het was algemeen geweten dat generaal Mobutu en Tshombe heftig gekant waren tegen het plan van president Kasavubu om de huurlingen naar huis te sturen.
De coup van de opperbevelhebber van het leger krijgt, ondanks de dood van koningin Elisabeth van België twee dagen eerder, heel wat aandacht in de krant van 26 november. Naast een verslaggevend artikel van de feiten, is er ook plaats voor twee dieper gaande artikels. In een commentaar op de staatsgreep van Mobutu ziet Emiel Troch in de gebeurtenissen de hand van de Westerse landen, in het bijzonder België en de Verenigde Staten: “De zaak heeft te maken met de manipulatie van de Kongolese situatie en Kongolese figuren door buitenlandse belangengroepen, Amerikaanse, Belgische en Franse.”.[133] Het is duidelijk dat de actie gericht is tegen de benaderingspogingen van president Kasavubu tot de ongebonden Afrikaanse staten. Volgens Tshombe-gezinden kwam de actie er op aanstalten van de Amerikanen. Opmerkelijk is dat Troch hiervoor de bevestiging haalt bij La Libre Belgique, echter zonder de krant bij naam te noemen: “In een deftig Belgisch blad wordt de beschuldiging als gegrond bestempeld, nadat reeds krachtig was gepolemiseerd tegen de linkse zwenking van KasaVoeboe.”. Voor Troch was de Belgische betrokkenheid in de coup even duidelijk. Mobutu was immers voorstander van de integratie van (de reeds in het Kongolese leger actieve) Belgische officieren. De journalist heeft de indruk dat Mobutu slechts de presentator is van een pakket waarvan de inhoud volledig door de Belgen is ingevuld. Deze Belgische betrokkenheid juicht hij niet toe. De kans dat de Belgische regering in een wespennest terechtkomt, lijkt hem niet onbestaande : “Het is duidelijk dat de Belgische regering verder wordt geïmpliceerd in een avontuur dat op termijn uitlopers zou kunnen hebben die niet met het Belgisch belang stroken.” De reserves van de journalist zijn duidelijk.
Journalist Jos Lamote slaat een gans andere toon aan. Hij schetst een heel erg lovend beeld van zijn vriend en collega-journalist Mobutu: “... moedig leider, zachte en ietwat romantische man, mijn confrater Mobutu ...”.[134] Ook de vriendschap met de journalist Etienne Davister van het blad Spécial wordt aangehaald. Net als in het hoofdartikel wordt er over het toeval gesproken dat de staatsgreep plaatsvindt net op het moment dat er een editie van Spécial verschijnt met als titel “Mobutu : le troisième homme”.[135]
Ten slotte zullen we nog enkele artikels bekijken van de toenmalige correspondent van De Standaard in Leopoldstad, een journalist die in de komende drie decennia de belangrijkste commentator van de krant zal worden inzake Kongo/Zaïre en Mobutu : Manu Ruys.
Voor Ruys is de Belgische betrokkenheid bij de staatsgreep ook duidelijk. Mobutu werkte steeds samen met Belgische officiers en zijn belangrijkste raadgevers zijn Belgen. Men kan eveneens veronderstellen dat het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken op de hoogte was van de plannen en verre van ontgoocheld is met het resultaat.[136] Het feit dat Mobutu Belgische raadgevers heeft én er ook naar luistert, lijkt wel zijn grootste kwaliteit te zijn in de ogen van Manu Ruys. De minpunten van Mobutu worden door Ruys meermaals belicht, maar zijn wil om samen te werken met het Westen zorgt voor het nodige krediet :
“Moboetoe is een vriend van Loemoemba, een nationalist en een extremist [...] hij houdt van de macht : hij is even heerszuchtig en nationalistisch als Loemoemba, maar hij zal niet flateren zoals Loemoemba, hij weet immers dat het zonder blanken voorlopig niet gaat.”.[137]
Ruys gebruikt ook erg vaak het beeld van de generaal die zijn macht en succes alleen maar te danken heeft aan zijn Belgische achterban :
“Moboetoe is ontroerd en blij, hij voelt de populariteit aan als een streling. De Belgische zakenlui steunen hem, maar discreet: ze willen niet meer dezelfde toestand als met Tsjombe. Dit zijn keiharde kerels. Slechts Belgen kunnen dit land omhoog trekken. Alles wat Kongo in beweging houdt is made in Belgium [...] België houdt de sleutel van de Kongolese economie stevig in handen [...] met Mobutu kan alles opnieuw rechtgetrokken worden.”.[138]
Van het militaire regime wordt dan ook vooral verwacht dat zij het vertrouwen herstellen voor het blanke kapitaal, de structuur van de administratie heropbouwen en een revolte afweren van het werkloos proletariaat. Dit is de politiek die men van Tshombe verwachtte, maar dan zonder risico’s van pseudo-grondwettelijke en parlementaire intriges die de politiek boycotten. Ruys herhaalt dit nogmaals in een ander artikel waarin hij ook een verklaring geeft voor de steun van België en de VS aan Mobutu, waar deze steun tot voor kort aan Tshombe toekwam:”De VS en België zijn Tsjombe beu: ze willen Tsjombe’s politiek voeren, maar zonder Tsjombe. Ze willen immers niet langer de Afrikaanse publieke opinie blameren.”.[139]
Voor Ruys is het duidelijk : “Er is een sterk politiek gezag nodig, dat de blanke administratie beschermt en laat werken [...] deze maken Kongo weer gezond en zo genieten België en Kongo samen van de herstelde welvaart.”.[140] Vandaag zou men deze uitgangspunten catalogiseren als schoolvoorbeelden van neokolonialisme. Ruys ziet dit echter anders: “Kongo is onze zwakke broer, waarom zouden we hem verstoten ?”[141] Bovendien ijvert hij voor beslistheid in de Belgische besluitvorming. Hij begrijpt de Belgische twijfel, maar indien België weigert met hulp over de boeg te komen, zullen andere landen dit doen, wat de Belgische zakelijke belangen niet zal bevorderen.[142]
1.2.2.Vooruit
In het socialistische dagblad Vooruit is de berichtgeving over de gebeurtenissen in de oud-kolonie veel minder uitgebreid dan in De Standaard, zowel in tijd als in ruimte. In de Vooruit is er in de dagen voor de omwenteling geen nieuws te vinden over de explosieve situatie in Kongo. Echte opinieartikels over de staatsgreep van Mobutu zijn er zeker niet te vinden. Het nieuws over de machtsgreep staat uiteraard wel in de krant. Net als in de andere kranten is het voorpaginanieuws, waar het gezelschap heeft van berichten over de dood en begrafenis van koningin Elisabeth van België. Vooruit geeft ook achtergrondinformatie over Mobutu en zijn regering, maar wat opvalt is dat deze informatie exclusief afkomstig is van de persbureaus AFP, Reuters en Inbel. [143] Vooruit heeft ook geen correspondent ter plaatse. Wat het feitenrelaas betreft, houdt Vooruit dus gelijke tred met de overige kranten, die op dat gebied ook hun info bij de persbureaus halen. Maar wanneer het gaat om achtergrondinfo, beperkt de krant zich tot de beknopte verslagen van dezelfde persagentschappen terwijl andere kranten opiniestukken publiceren. Vooruit is op dat moment eigenlijk een regionaal dagblad, dat zich vooral concentreert op binnenlands nieuws en fait-divers. De buitenlandse nieuwsgaring in deze periode richt zich vooral op gebeurtenissen in socialistische landen, zoals China en Vietnam.
1.2.3.La Libre Belgique
In de dagen, eigenlijk zelfs de weken voor de staatsgreep, krijgt de situatie in Kongo erg veel aandacht van La Libre Belgique. Het lijkt er zelfs op dat de krant in een persoonlijke hetze verwikkeld is met het regime in Leopoldstad. In de inleiding zagen we reeds dat de reporter van La Libre, Jean Kestergat, was uitgewezen door het regime van president Kasavubu. Kestergat had in een opiniestuk waarin hij de “zwenk naar links van Kasavubu” hekelde, in nauwelijks verhulde termen een staatsgreep van generaal Mobutu aangekondigd. De nieuwe politieke weg die president Kasavubu en premier Kimba waren ingeslagen, was voor de Waalse krant onaanvaardbaar. Vooral de afzetting van Tshombe, de man waar de krant altijd openlijk partij had voor gekozen, als eerste minister werd op ongenadige kritiek onthaald. De dagen voor de coup van Mobutu nam de spanning nog toe. Victor Nendaka, ooit de rechterhand van Tsjombe, maar nu aan de kant van Kasavubu, beschuldigde de Belgen ervan een staatsgreep op poten gezet te hebben. De anti-Belgische leuzen op Radio Léopoldville en de anti-Belgische betogingen in de straten namen door dit nieuws toe.
La Libre Belgique reageerde hard tegen de beschuldigingen van Nendaka. Volgens haar was het Belgisch militair complot te herleiden tot twee officieren die in opdracht van generaal Mobutu Tshombe beschermden. Mobutu had immers weet gekregen van de plannen van Kasavubu, die er op uit was Tshombe gevangen te nemen. De journalist merkte trouwens op dat zijn krant –als enige – al de bedenking had gemaakt dat deze lijfwachten door de regering opnieuw zouden kunnen aangegrepen worden om de Belgen in een negatief daglicht te stellen. Retorisch vroeg La Libre zich af hoelang minister van Buitenlandse Zaken Spaak deze anti-Belgische hetze nog zou dulden.[144]
De mate waarin LLB zich betrokken partij voelt bij de gebeurtenissen, blijkt na de mislukte regeringsvorming van formateur Kimba. Ontgoocheld roept Kimba uit dat “elke keer dat een Kongolees probeert iets te verwezenlijken in het belang van de natie, de vijanden van Kongo hem kwalificeren als communist. De betrachting van die vijandelijke groeperingen is de uitbuiting van Kongo laten voortduren. Om hun doel te bereiken schakelen zij bepaalde personen in, die reusachtige geldsommen tot hun beschikking krijgen.”.[145]
LLB voelt zich blijkbaar aangesproken, want de krant vindt het nodig de verzuchtingen van Kimba te beantwoorden met een “note de la rédaction”, een NdlR. In de reactie verklaart de krant dat ze Kimba nooit een communist genoemd hebben, maar dat ze hem wel verwijten blind te zijn voor het feit dat hij de speelbal is van een paar enkelingen die er niet voor terugschrikken Kongo in de afgrond te storten om hun belangen veilig te stellen. [146] Het is duidelijk dat de krant hier alludeert op Kasavubu en Nendaka.
Laatstgenoemde wordt ook aangepakt omdat hij had geopperd dat het tijd werd dat de Belgische hulp aan het Kongolese leger herbekeken zou worden. Het is voor hem ondenkbaar dat een buitenlander militaire bevelen kan geven vanuit het Kongolese leger. LLB vindt, samen met minister Spaak, dat de Belgische tolerantie haar grens bereikt heeft. Bovendien, voert de krant aan, heeft de Kongolese generaal Mobutu in een interview met de correspondent van La Libre net het tegenovergestelde beweerd :
“ ... elle va à contre-sens de tous les efforts du commandant en chef de l’ ANC. Dans un interview qu’il accordait à notre envoyé spécial au Congo, le général Mobutu se réjouissait , en effet, du proces accompli par l’intégration des officiers belges dans les cadres congolais. Et il concluait en soulignant que l’assistance militaire avait pris là une avance considérable sur l’assistance civile. ”[147]
Het nieuws van de verwijdering van president Kasavubu valt bij La Libre Belgique dan ook in goede aarde.[148] De coup van Mobutu is voor de krant de enige oplossing voor de gevaarlijke politiek en de blunders van Kasavubu en Nendaka, die Kongo naar de rand van de afgrond leidden. De staatsgreep komt voor LLB helemaal niet onverwacht. Mobutu had Kasavubu al verhinderd om de huurlingen uit te wijzen. Het leek de krant dan ook niet mogelijk dat de generaal “le virage à gauche” en de toenadering tot de rebellen zou aanvaarden. Mobutu is een realist, die weet dat zijn leger nog niet sterk genoeg is om de rebellen te verslaan zonder de steun van de huurlingen. Ook de afschaffing van de strafmaatregelen tegen de pers die de ex-journalist Mobutu doorvoerde, kunnen op de goedkeuring rekenen van de krant.[149] De staatsgreep maakt zo een einde aan een extreem gevaarlijke periode. Het regime van Kasavubu, dat was “un veritable cas pour psychiatres”.[150]
Vrij snel gaat La Libre Belgique onderzoeken welke rol Tshombe in de nieuwe constellatie kan spelen. Het lijkt de krant onmogelijk dat Mobutu zonder een akkoord met Tshombe een regering kan leiden. Tshombe is immens populair, bij alle lagen van de bevolking. Hij, de Katangees, is zo populair dat hij eventueel zelfs het hiaat kan opvullen dat wegvalt met het vertrek van Kasavubu, de man van de Beneden-Kongo.[151]
Ook de dagen erna is het Tshombe die in La Libre Belgique de meeste aandacht krijgt. Er volgen interviews met de Katangees waarin Tshombe de nieuwe president en premier (Mulamba) mag becommentariëren. Men vraagt zich af of Tshombe nu wel of niet in de regering moet stappen. Moet hij Mobutu met zijn volle gewicht steunen, of moet hij wachten om, indien het Mobutu-regime mislukt, “als ultieme troefkaart” ten tonele te verschijnen ?[152] Voor La Libre is Tshombe nog altijd de belangrijkste man van Zaïre. Dit wordt ook duidelijk wanneer de nieuwe regering gevormd is. Hoewel Tshombe geen ministerpost heeft gekregen, in tegenstelling tot de scherp bekritiseerde Nendaka en Kamitatu, gaat men er bij de Waalse krant van uit dat zonder Tshombe’s steun de regering van Mobutu er niet was gekomen.
“Le général Mobutu a réussi à convaincre Tshombé, lui disant probablement ceci: "il me faut l’unanimité." Je dois accepter les ministres que me proposent les provinces. Tout ce que je peux faire c’est de veiller à ce que la répartition des portefeuilles me permette de contrôler efficacement les départements essentiels.
C’est ce qui est réalisé. Tshombé s’est raillé à se point de vue, faisant passer les intérêts politiques immédiats”.[153]
Enkele dagen later is de toon bij Kestergat en La Libre Belgique minder optimistisch. Het lijkt erop dat de installatie van het nieuwe regime minder vlot gaat dan aangenomen werd. La Libre Belgique ziet het “politieke spel”, dat het de laatste weken voor de staatsgreep zo hekelde, weer de kop opsteken : “La politique revient au galop”.[154] Het is echter vooral de niet-opname van Moïse Tshombe in de nieuwe regering en de vermoedelijke redenen voor die weigering die het enthousiasme bij Kestergat hebben doen afnemen. Er was sprake van om Tshombe een post van vice-president voor te stellen. Tshombe zou zich zo kunnen wijden aan de economische wederopstanding van Kongo en de nieuwe regering zou kunnen genieten van het prestige van de ex-premier,“ qui est l’idole de la masse”.[155] De bevolking van Leopoldstad zou Mobutu ook opgeroepen hebben Tshombe in zijn regering op te nemen. De massa keurde immers de coup goed, omdat ze dacht dat deze in samenspraak met Tshombe was gebeurd. Deze veronderstellingen, die Kestergat ook deelde, lijken nu een foute interpretatie van de feiten geweest te zijn. Mobutu wantrouwt Tshombe en hij wil helemaal niet dat zijn coup gezien wordt als een gelegenheid om Tshombe weer aan de macht te brengen. Het belangrijkste doel van iemand als Bomboko (minister van Buitenlandse Zaken) is trouwens : “l’élimination de Tsjombé, definitivement si possible”.[156] Kestergat schat de situatie nu helemaal anders in : “toute la politique du moment consiste à le (Tshombe, svb) combattre ”.[157] Kestergat hoopt dat Mobutu, die de week ervoor het land redde, ervoor zorgt dat deze spelletjes op tijd ophouden, voordat ze de eenheid van het land bedreigen. Het economisch herstel kan immers maar aanvatten wanneer de eenheid een feit is.
De blijdschap die heerste onmiddellijk na de coup wegens het afzetten van de tandem Kasavubu – Nendaka en het optimisme over de rol die Tshombe zou kunnen spelen in de nieuwe regering lijkt vervangen door bezorgdheid en twijfel. Mobutu geniet echter nog het voordeel van die twijfel: hij redde immers het land.
1.2.4.Le Peuple
In Le Peuple vinden we kwantitatief minder artikels dan in De Standaard of La Libre Belgique. Net zoals bij zijn Vlaamse tegenhanger Vooruit, rekent de Waalse arbeiderskrant voor zijn buitenlandse berichtgeving voornamelijk op de diensten van de internationale persagentschappen. Bij Le Peuple zijn er, in tegenstelling tot in Vooruit, echter wel opiniërende artikels te vinden. Ook in de pure nieuwsartikels sluimeren opmerkingen door die ons de mogelijkheid geven een adequaat beeld te schetsen van de opinie van deze krant met betrekking tot de staatsgreep van Mobutu.
De dagen voor de machtsgreep zijn er in Le Peuple geen artikels te bekennen over de toestand in Leopoldstad, noch over de vermeende Belgische betrokkenheid bij mogelijke complotten. De eerste berichten die verschijnen in de krant zijn dan ook artikels over de coup van generaal Mobutu. Le Peuple schenkt –uiteraard – de meeste aandacht aan Mobutu. Het verschil met de andere kranten is de manier waarop Kasavubu en zijn rol ingeschat worden. President Kasavubu wordt in deze krant gezien als de man die de continuïteit symboliseerde in een bloedig tijdperk van voortdurende regeringswissels :
“Voici l’homme du coup d’Etat: le général Mobutu qui a destitué sans douceur le president Kasavubu lequel depuis 1960, symbolisait la continuité de la République du Congo, à travers de continuelles mutations gouvernementales sur fond de drames sanglantes... ”. [158]
Kasavubu wordt zelfs beschouwd als de enige mandataris die er prat op kan gaan het legitieme gezag te vertegenwoordigen omdat hij in legale omstandigheden verkozen werd:
“La déposition de M. Kasavubu, Président de la République du Congo, par le général Mobutu, fait disparaître de sa fonction le seul homme politique qui pouvait se targuer de représenter la légitimité puisque sa nomination à ce poste s’était faite dans les règles légales.”[159]
Mobutu wordt door Le Peuple dan ook niet gezien als de man die het land van een grote ramp redde. In een opiniestuk getiteld “Le troisième larron” ( = de lachende derde, in de strijd tussen Kasavubu en Tshombe) analyseert de auteur van het stuk de oorzaken van de coup. Hij somt de drie gekende twistpunten tussen president Kasavubu en generaal Mobutu op: de bocht naar links, het huurlingenprobleem en de plannen van de regering om met de rebellen te onderhandelen. Maar de auteur ziet deze problemen niet als dé oorzaak van de coup. Volgens de commentator is het vooral machtshonger die aan de basis ligt van de staatsgreep. In die optiek ligt de coup in het verlengde van de krachtmeting die Kasavubu en Tshombe de voorbije weken opvoerden. Tshombe verbergt zijn blijdschap om het afzetten van zijn aartsrivaal niet, maar de auteur vraagt zich af of Mobutu niet gewoon de lachende derde is.
“Jusqu’à présent, M. Tshombé manifeste la plus grande des joies et se félicite de la défenestration de son rival à la présidence de la République. Mais le général Mobutu, ne sera-t-il pas le troisième larron, qui triomphera,… ”
Hij vergelijkt de staatsgreep op dat vlak met de coups van de Zuid-Amerikaanse generaals, die de vestiging van een militaire dictatuur tot doel hadden.[160]
Met de kennis die we nu, veertig jaar na de gebeurtenissen hebben, kunnen we zeggen dat de auteur van dit opiniestuk de echte motieven van de staatsgreep het nauwkeurigst benaderde.
Wat bij Le Peuple opvalt, zijn de korte zinnetjes of onderschriften die, op een ironische toon, de opinie weergeven van de redactie. Zo becommentarieert een journalist de unanieme goedkeuring van de regering van Mobutu op volgende wijze :
“M. Kimpiobi, président de la Chambre des députés a immédiatement annulé les deux abstentions et proclamé un vote "à l’unanimité", ce qui n’est certes pas des plus démocratique, mais on n’en était plus à cela près.”[161]
1.3. Conclusie
De aandacht voor de staatsgreep van Mobutu in de Belgische pers is groot. Bij deze gebeurtenis komen de opinies van de verscheidene kranten ook duidelijk naar voren. Reeds voor de coup van de generaal komt de toestand in Leopoldstad dagelijks aan bod in De Standaard en La Libre Belgique. Beide kranten focussen op de anti-Belgische gevoelens die in Kongo de kop opsteken en stellen hiervoor president Kasavubu verantwoordelijk. De “virage à gauche” die de Kongolese president wil nemen, vindt in beide kranten geen genade. Kongo wordt zo naar de afgrond geleid. Beide kranten kondigen eigenlijk ook op voorhand de staatsgreep van Mobutu aan. De Standaard staat echter niet zo dicht bij de gebeurtenissen als La Libre, dat zich echt als betrokken partij beschouwt.
De reactie na de coup is ook iets meer gedifferentieerd. Bij De Standaard twijfelt men niet aan de Amerikaanse en Belgische betrokkenheid. Dit feit wekt bezorgdheid op bij de commentatoren. Zal de Belgische regering zich niet verbranden en wat met de veiligheid van de Belgen als de coup mislukt? Bij La Libre Belgique wordt hierover niet geschreven, maar de toon die men aanslaatb voor de staatsgreep lijkt er op te wijzen dat dit voor de Waalse krant als een vanzelfsprekendheid is, die bovendien te rechtvaardigen valt.
Beide kranten vinden het verdwijnen van Kasavubu ten nadele van Mobutu een goede zaak. Voor Manu Ruys van De Standaard speelt het economische aspect de hoofdrol. De militairen zorgen voor een rustig klimaat waarin de Belgen er voor zorgen dat de Kongolese economie herrijst. Dat is voor Ruys ook de grote kwaliteit van Mobutu: hij luistert naar zijn Belgische raadgevers. De opiniestukken van Manu Ruys geven soms de indruk dat Kongo nog steeds door Belgen bestuurd wordt, of toch zou moeten worden. Ruys wenst het politieke programma uit te voeren van Moïse Tshombe, maar dan zonder Tshombe, die volgens hem afgedaan heeft.
Hier verschillen De Standaard en La Libre Belgique fundamenteel van mening. De euforie van de eerste dagen na de staatsgreep is bij La Libre grotendeels gefundeerd op de verwachte terugkeer van Tshombe. Over Mobutu wordt er eigenlijk niet zoveel geschreven nà de staatsgreep. Voor deze krant is Mobutu slechts de wegbereider van de grote man van Kongo, de immens populaire Tshombe. La Libre blijft Tshombe tot enkele dagen na de regeringsvorming van Mobutu ook beschouwen als de grote man in de Kongolese politiek zonder wie geen akkoord mogelijk is. Als dan de ware, negatieve gevoelens van Mobutu en zijn entourage voor Tshombe bekend raken, neemt het enthousiasme van reporter Jean Kestergat af. Mobutu geniet echter nog het voordeel van de twijfel: hij heeft tenslotte Kongo van de ondergang gered. Hij komt hiermee in het rijtje naast ... Tshombe.
De economische politiek bij La Libre is ook veel minder geprononceerd als bij De Standaard. Misschien gaat men er bij de Waalse krant van uit dat Tshombe’s politiek sowieso de Belgische industrie zal bevoordelen.
De socialistische kranten zijn in hun berichtgeving minder uitgebreid dan de twee katholieke kranten. Zij hebben geen verslaggevers ter plaatse en houden zich meer bij de berichten die zij van de persagentschappen ontvangen. Vooral Vooruit beperkt zijn info over de coup tot deze berichten. Bij Le Peuple krijgen we wel commentaar op de gebeurtenissen, in de vorm van een commentaarstuk en verscheidene opmerkingen die in de artikels van de agentschappen worden ingewerkt. De opinie van de Waalse arbeiderskrant is fundamenteel verschillend van die van de katholieke dagbladen. Er is bij Le Peuple geen euforie of opluchting over de val van Kasavubu. De president wordt door de krant beschouwd als de laatste mandataris die op legale wijze aan het bestuur van Kongo deelnam. De staatsgreep van Mobutu wordt gezien als een actie die slechts geïnspireerd is door machtswellust en wordt vergeleken met de coups van de Zuid-Amerikaanse generaals. In ongeveer elk artikel over de machtsgreep wordt het militaire regime wel gehekeld.
Tot slot wil ik het nog even hebben over de plaats van de artikels. De berichten staan bijna allen op de eerste bladzijden van de kranten. In dezelfde week sterft koningin Elisabeth van België. Beide gebeurtenissen domineren gedurende een week de voorpagina van de kranten. Dit toont de interesse aan die in België nog steeds leeft voor de gebeurtenissen in de oud-kolonie
2. De pinksterterechtstellingen (2 juni 1966)
2.1. Historische achtergrond
Mobutu kan de eerste jaren na zijn staatsgreep op behoorlijk veel sympathie en krediet rekenen. Hij wordt gezien als de man die de rust in Kongo terugbracht en het Westen (VS, Belgïe en Frankrijk) beschouwt hem als een trouwe bondgenoot van grote strategische waarde. Na een half jaar komt het Mobutu-regime echter, voor een eerste maal, internationaal onder vuur te liggen. Op 30 mei 1966 wordt Evariste Kimba aangehouden, samen met Jérôme Anany, Emmanuel Bamba en Alexandre Mahamba. Alle vier waren ze figuren met aanzien in de Kongolese politiek. Kimba was de laatste premier voor de staatsgreep van Mobutu en de minister van Buitenlandse Zaken van Katanga ten tijde van de secessie van Tshombe.[162] Mahamba was een minister in de regering van Lumumba, Anany een oud-minister van Landsverdediging in de regering-Adoula en Bamba werd beschouwd als de geestelijke erfgenaam van de profeet Simon Kimbangu.[163]
De vier worden opgepakt nadat zij met enkele hogere officieren zouden vergaderd hebben over een staatsgreep die Mobutu van de macht zou verdrijven. Deze officieren zouden na afloop van de vergadering Mobutu hebben ingelicht, die de onmiddellijke arrestatie van de samenzweerders beveelt. Dit is althans de officiële versie, die door het Zaïrese persbureau AZAP wordt verspreid en die aanvankelijk ook in de internationale pers verschijnt.
Een andere versie van de feiten, die later ook in de internationale media en in de literatuur opgang maakte, vinden we ondermeer terug bij Cléophas Kamitatu.[164] Deze auteur spreekt van opgezet spel.
Enkele jonge officieren worden door de omgeving van Mobutu naar Kimba gestuurd om hem hun klachten mee te delen. Zij lijken vastbesloten om tot actie over te gaan en vragen om raad. De politici stellen op hun vraag een lijst samen van personaliteiten die mogelijk een nieuwe regering kunnen vormen. Kort daarna worden ze bij Bangala, de Mobutu-getrouwe gouverneur van Kinshasa geroepen. Deze vraagt hen een verklaring ter verantwoording van de machtsoverdracht op te stellen en een nieuwe regering voor te bereiden. Wanneer de politici hiermee klaar zijn, veranderen hun gesprekspartners echter van houding. De vier worden gearresteerd, Mobutu wordt ingelicht over het complot.
De waarheid zal hier wel ergens in het midden liggen, zoals bij zovele complotten tegen Mobutu. Zeker is dat de vier inderdaad met enkele officieren hebben vergaderd over een staatsgreep en dat die officieren hen inderdaad verraden hebben, nog tijdens de vergadering of toen ze net voorbij was.
Waar geen twijfel over bestaat, is de procesvoering tegen de vier. Deze was het voorwerp van veel kritiek buiten Kongo. De vier werden de dag erna voor een militaire rechtbank geleid, speciaal voor deze gelegenheid gecreëerd door een presidentieel besluit. Zonder enige kans om zich te verdedigen en zonder confrontatie met de militairen, die hen verraden hadden, werden de vier na enkele minuten tot de dood veroordeeld.
De kritiek uit het buitenland op de procesvoering en de genadeverzoeken voor de vier werden door Mobutu verworpen met de mededeling dat er bewijzen waren die aantoonden dat de grote westerse landen betrokken waren bij het complot. De diplomatieke betrekkingen met de landen die het verzet tegen zijn regime steunden, zouden verbroken worden. België werd geviseerd, naast West-Duitsland en de Verenigde Staten.
Op 2 juni 1966, op tweede Pinksterdag, werden de vier openbaar opgehangen. Hun terechtstelling werd zelfs rechtstreeks op de radio uitgezonden. Mobutu had in 1965 bij zijn staatsgreep gezegd dat politieke vergaderingen verboden werden en dat overtreders voor de militaire rechtbank zouden terechtkomen. De terechtstelling van Kimba en zijn lotgenoten en vooral het proces dat er aan voorafging, kan gezien worden als een ultieme waarschuwing van Mobutu aan elke Kongolees in het algemeen en elke politicus in het bijzonder. Voortaan was het Mobutu die de lakens uitdeelde en die besliste over leven en dood. Elke poging tot subversiviteit zou ongenadig neergeslagen worden. Weinig Kongolezen zouden nog aandurven tegen het regime op te staan.
2.2. Analyse
2.2.1.De Standaard
Enkele dagen voor het nieuws van de mislukte samenzwering wordt bekendgemaakt, verschijnt er een interview met Mobutu in De Standaard.[165] Het staatshoofd lucht in dit artikel zijn onvrede over de “Belgische gastvrijheid ”. Het zit de Kongolese president duidelijk hoog dat Moïse Tshombe in België asiel heeft gekregen, terwijl Mobutu hem wil laten veroordelen wegens hoogverraad. De “Léopard” verklaart dat de betrekkingen met België, die op dat ogenblik niet goed zijn, nooit zullen verbeteren zolang de Katangees in België verblijft. Mobutu verzekert wel de veiligheid van de Belgen in Kongo, behalve van die Belgen “die zich herkennen in de hoofdartikelen van Radio Kinsjasa”. De sfeer op Radio Kinsjasa is vaak anti-Belgisch, net zoals ze eigenlijk was voor Mobutu’s coup. Het radiostation wijst met een beschuldigende vinger naar Belgen die een staatsgreep zouden voorbereiden en Mobutu waarschuwt de Belgen die ook door Radio Kinsjasa in het oog worden gehouden. De Belgische regering wil niet openlijk reageren, maar volgens de krant leeft er onbehagen in de Belgische regeringskringen.
Op 31 mei komt het nieuws over de verijdelde samenzwering in de krant.[166] Een bericht meldt dat de samenzwering ontdekt is dankzij het dubbelspel van de officieren. Er zouden ook westerse ambtenaren bij de zaak betrokken zijn. Als die betrokkenheid kan bewezen worden, zullen de betrekkingen met die landen verbroken worden. Het lijkt erop dat het krantenartikel integraal is overgenomen van de telexen. Het bericht wordt zonder commentaar of opmerkingen weergegeven. Zo worden er geen bemerkingen gemaakt bij de mogelijkheid van de samenzwering of bij het dubbelspel van de militairen.
De volgende dagen wordt redactioneel dezelfde lijn doorgetrokken. Het proces dat de vier beschuldigden in vijf minuten ter dood veroordeelt, wordt in De Standaard nauwkeurig beschreven.[167] De artikels berichten over de uitgeputte beschuldigden, die zich zonder advocaat moesten verdedigen en veroordeeld werden op grond van vage bewijzen, maar geen enkele keer worden deze toestanden door de krant veroordeeld. Er wordt wel veel aandacht geschonken aan het lot van de jonge Belgische diplomaat Rens, die door de Kongolese overheid van medeplichtigheid wordt beschuldigd en het land wordt uitgezet.[168] Over de berechting van de vier veroordeelden wordt door de krant op dezelfde manier bericht.[169] De terechtstelling wordt van begin tot einde gedetailleerd beschreven, lugubere details inbegrepen, maar nooit worden de feiten door De Standaard afgekeurd. De enige formele afkeuring van de terechtstelling gebeurt door Pierre Harmel, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken. Deze verklaart dat de Belgische deskundigen die verbonden zijn aan de parketten en de rechtbanken in Kongo niks met de rechtspleging van deze zaak te maken hebben: “Deze zaak is een zuivere politieke beslissing, dit is geen normale rechtspleging. De rechten van de beschuldigden werden niet gewaarborgd.”[170]
Enkele dagen later schenkt De Standaard haar aandacht aan een bericht uit een bijzondere hoek. In dit bericht wordt het motief van de terechtstelling bekendgemaakt. Volgens het persbureau New China zou de terechtstelling alleen maar tot doel gehad hebben “de positie van België in Kongo verzwakken en de anti-Amerikaanse gevoelens ombuigen in anti-Belgische.”.[171] Vraag is of De Standaard aandacht schenkt aan dit bericht omdat de krant in de onschuld van de vier terechtgestelden gelooft, of omdat het België in een (positieve) slachtofferrol plaatst.
2.2.2.Vooruit
In Vooruit krijgen we grotendeels dezelfde verslaggeving van het “Pinkstercomplot” als in De Standaard. Beide kranten gebruiken de berichten van dezelfde internationale persbureaus voor hun krantenartikels. Dit zijn Reuters, AFP, Inbel en Belga. Deze werkmethodes hebben een gestroomlijnde, gelijklopende berichtgeving tot gevolg. Dit zien we duidelijk bij de verslagen over het “Pinkstercomplot”. Het krantenbericht van Vooruit waarin de ontmaskering van de samenzwering wordt beschreven, is inwisselbaar met het artikel uit De Standaard.[172] Ook de krantenartikels van de volgende dagen over het proces en de terechtstelling van Kimba, Anany, Bamba en Makamba stammen duidelijk van dezelfde telexberichten af. Toch zijn er tussen beide kranten verschillen op te merken. Over de buitenlandse betrokkenheid, in het bijzonder de Belgische, wordt er in de Vlaamse arbeiderskrant niet bericht. Ook het lot van de Belgische diplomaat Rens, persona non grata verklaard door de Kongolese regering en gedwongen het land te verlaten, komt niet ter sprake in Vooruit.
De krant lijkt zich impliciet voor gratieverlening uit te spreken. Vooruit illustreert dit met een citaat uit de New York Times : “ Generaal Mobutu zou het in beroering zijnde Afrika een nuttige les kunnen geven door de doodstraffen van de pinkstersamenzweerders in een andere straf om te zetten.”[173]
Het impliciete oordeel dat Vooruit uitspreekt over de gratieverlening, verandert bij het artikel dat de terechtstelling beschrijft in een erg expliciete veroordeling. De boventitel bij het krantenbericht zet de toon: “ Barbaarse show zaait paniek onder duizenden toeschouwers”.[174] Het artikel zelf gelijkt erg sterk op het artikel in De Standaard. De terechtstelling wordt even uitgebreid en gedetailleerd uit de doeken gedaan. Zelfs de tijdsduur die elke doodsstrijd inneemt, wordt meegedeeld. In tegenstelling tot het artikel in De Standaard, bevat het krantenbericht van Vooruit wel een scherpe veroordeling van de terechtstelling : “Het is een barbaarse terechtstelling geworden, een wansmakelijke show tijdens dewelke op het einde paniek ontstond onder de massa. [...] de democratie onwaardig.”.[175]
Zoals ik al schreef, zijn het artikel uit Vooruit en dat uit De Standaard op een paar punten na identiek. Beide kranten gebruikten dan ook dezelfde bronnen, namelijk de persbureaus AFP en Reuter. Het bericht in Vooruit veroordeelt echter de ophanging van de vier vermeende samenzweerders. De vraag stelt zich: heeft één van beide kranten commentaar toegevoegd aan de persberichten, of heeft één van de kranten commentaar op de gebeurtenissen verwijderd ? De kenmerken van een persbericht kennende is het antwoord snel gegeven. Aangezien een persbureau zijn berichten naar al zijn abonnees, van welke strekking dan ook, stuurt, zijn zulke berichten neutraal geschreven. De expliciete veroordelingen van de terechtstellingen zijn dus afkomstig van Vooruit.
2.2.3.La Libre Belgique
Het “Pinkstercomplot” krijgt in La Libre Belgique erg veel aandacht. Reeds de weken voor de samenzwering bekend raakt, heeft Kongo een prominente plaats ingenomen op de krantenpagina’s van La Libre. De oorzaak van de focus op Kinshasa is de ruzie tussen beide landen. België en zijn ex-kolonie leven weer op gespannen voet. De oorzaak van de spanning is de aankondiging van Mobutu, die de zetel van de Union Minière naar Kinshasa wil zien verhuizen. Ook het feit dat Tshome in België asiel heeft gekregen, hangt als een zwaard van Damocles boven de bilaterale relaties. Mobutu wil de Katangees voor de rechtbank brengen, maar België weigert zijn uitlevering. Tshombe, of “Le grec”, zoals zijn codenaam ten tijde van de Katangese secessie luidde, weet zich nog steeds gesteund door een belangrijk deel van de Belgische ‘haute finance’. Ook La Libre Belgique loopt nog erg hoog op met de man, wordt snel duidelijk.
Het nieuws van de mislukking van de coup komt ook bij La Libre op de voorpagina. De verslagen van LLB zijn veel uitgebreider dan die in de Nederlandstalige pers. De Waalse krant brengt veel meer achtergrondinformatie over de vermeende samenzweerders, waarbij ze vaak Kongolese kranten citeert.[176]
De nieuwstijding van de mislukte coup is voor La Libre ook het sein om een vernietigend opiniestuk over Mobutu en zijn beleid te publiceren.[177] Jean Kestergat, de auteur van het commentaarstuk, meent dat de situatie in Kongo nu zo precair is geworden dat, indien er nog langer gezwegen wordt, er voor de Belgen een bloedbad dreigt, zoals in 1964 in Stanleystad. Het Mobutu-regime neemt de vormen aan van een echte militaire dictatuur, zoals Kestergat het, naar eigen zeggen, van bij het begin had voorspeld: “Pour l’instant, le régime de Mobutu prend des formes dramatiques. Il aboutit là même ou, dès le départ, nous l’avons prévu: à une dictature militaire non dépourvue de grands risques. ”[178]
De auteur herinnert zich Mobutu de ochtend van de staatsgreep: een zenuwachtige man, bedwelmd door zijn eigen triomf. Iedereen hoopte dat Mobutu een voorzichtig beleid zou voeren, maar al snel toonde hij zijn grootste zwakheid: zijn gebetenheid tegenover Tshombe. “On pouvait espérer que Mobutu pratiquerait une politique sage et constructive. Ses intentions étaient saines. Un seul signe de faiblesse, sa hargne contre M. Tshombé. ”[179]
Deze gebetenheid van Mobutu voor Tshombe komt volgens Kestergat voort uit een persoonlijke vete. Mobutu heeft het de Katangees nooit vergeven dat deze had geweigerd om de dooppeter van zijn zoon te worden. Vanaf de eerste dag van zijn staatsgreep zou Mobutu’s politiek hierom in het teken staan van de eliminatie van Tshombe. De “fout” die Mobutu toen maakte door Tshombe niet in zijn regering op te nemen, is de oorzaak van alle problemen die Kongo nu treffen. Het Kongolese staatshoofd zou met zijn anti-Tshombe-politiek een groot deel van de bevolking tegen hem in het harnas gejaagd hebben. Zijn persoonlijke vete heeft echter vooral vrij spel gegeven aan antiwesterse financiële krachten. Deze sturen aan op een breuk tussen Kongo enerzijds en het kapitalisme en België anderzijds. Volgens de auteur is het probleem van Mobutu eenvoudig: hij is intellectueel niet bekwaam. Mobutu was een vriendelijke jongen, maar zijn macht heeft van hem hoogmoedig man gemaakt, die tegelijkertijd de speelbal is van anderen. Het is voor Kestergat duidelijk: Mobutu kan de verantwoordelijkheid van zijn functie niet aan:
“Mobutu veut pendre ses ennemis, cet homme doux et gentil, généreux, que tous les responsables belges encore récemment prenaient au sérieux, alors qu’il était évident que Mobutu n’avait pas la force d’affronter les responsabilités que étaient les siennes.”[180]
Ook de “Groep van Binza” krijgt een veeg uit de pan. Zij zouden een veel te grote invloed hebben op het staatshoofd. Deze intellectuelen zijn vervreemd van het volk en van de realiteit. Zij bekritiseren het kapitalisme, maar vergeten wel dat dit kapitalisme Kongo de voorbije vijf jaar gered heeft. Kestergat heeft een niet mis te verstande boodschap voor hen: “Que les Congolais changent de doctrine économique s’ils veulent, mais qu’ils ne le fassent pas avant le jour où ils seront en mesure de le faire.”[181]
Kestergat trekt zelfs de parallel met Lumumba: beiden zijn het slachtoffer van zichzelf geworden. Lumumba van zijn passionele ingesteldheid, Mobutu van zijn naïviteit. Het is de taak van België om Mobutu nu ter hulp te schieten, wat ons land verzuimd heeft bij Lumumba, aldus Kestergat.
Het is voor de journalist duidelijk wie hier van profiteert: wat nu gebeurt in Kongo, is het mechanisme van de communistische staatsgreep dat in werking treedt. In deze optiek ziet de auteur ook de staatsgreep van Kimba en zijn drie lotgenoten. Het zijn namelijk ook deze vier mannen, samen met Kamitatu en Nendaka, die gepleit hebben voor het ontslag van Tshombe het jaar daarvoor en het zijn ook deze mannen die, op hetzelfde ogenblik, de drijvende krachten waren achter de anti-Belgische hetze in Kongo.[182]
Door Tshombe te verdrijven, heeft Mobutu zijn krediet bij het Westen voor een groot deel verloren. Het Kongolese staatshoofd had op de steun van de extremistische Afrikaanse naties gerekend, maar deze landen zouden Mobutu te “gematigd” vinden. Voor Kestergat is het evident: de fout die Mobutu gemaakt heeft door Tshombe aan de deur te zetten, komt hem nu heel duur te staan.
De boodschap in dit opiniestuk is duidelijk. La Libre Belgique hekelt in de eerste plaats de houding van Mobutu ten opzichte van Tshombe. Het feit dat Tshombe geen ministerpost heeft gekregen in de eerste regering van Mobutu, zit La Libre nog steeds hoog. Mobutu is intellectueel onbekwaam om president van Kongo te zijn. Met zijn anti-Tshombe-politiek delft Mobutu zijn eigen graf en in zijn onvermogen beseft hij niet eens dat hij Kongo in de handen van de communistische en extremistische Afrikaanse machten aan het drijven is.
Het lot van de vier samenzweerders wordt door La Libre Belgique aandachtig gevolgd. De artikels en verslagen over het proces zijn veel uitgebreider dan de berichten in de Vlaamse kranten. Zelfs de constructie van het schavot wordt door La Libre beschreven.[183] De krant laat haar afkeuring van de gang van zaken duidelijk blijken. Het ganse proces is volgens La Libre een klucht, de naam proces onwaardig. Alle rechten van de verdediging zijn door het regime met de voeten getreden. Van de positieve kritiek die Mobutu als ex-journalist bij zijn staatsgreep nog kreeg, blijft nu niets meer over. De krant hekelt de macht die Mobutu uitoefent over de media. Het is voor journalisten onmogelijk om inzage te krijgen in het dossier van de beschuldigden.
“L’ont-ils vraiment trahi? Le dossier n’est pas en notre possession: il nous faut nous en remettre aux documents, diffusés par le général Mobutu, par les services radiophoniques qu’il contrôle et par une presse qu’il ne contrôle pas moins.”[184]
Volgens de krant is deze gang van zaken symptomatisch voor gans het Afrikaans continent. “ La loi de la jungle est toujours la loi de l’Afrique. Il faut, avec tristesse, se résigner à cette constatation. ” [185]
Het nieuws dat een Belgische diplomaat het land is uitgezet wegens vermeende medeplichtigheid, is voor La Libre de bevestiging van de anti-Belgische sfeer in Kinshasa, waar de krant al weken over klaagde. Het dagblad vraagt zich hardop af wat Belgische juridische raadgevers te zoeken hebben in een land waar zulke barbaarsheden als een vorm van recht worden beschouwd.
Het schouwspel van de terechtstelling van de vier complotteurs wordt door La Libre Belgique vergeleken met de spelen in de Romeinse arena’s.
“C’est le pouvoir politique qui, en trois coups de cuiller à pot, après un simulacre de procès qui rappelle les jeux de stade de Néron, a fait pendre ces quatre hommes, ayant appelé la foule, invitée au "spectacle". ”
De Kongolese bevolking is volgens de journalist de laatste jaren zo vaak geconfronteerd geweest met dit soort van bruut geweld dat het voor de krant onbegrijpelijk is dat het regime van deze terechtstelling een openbaar spektakel heeft gemaakt. De krant is er tevens van overtuigd dat er zaken zijn achtergehouden en dat er andere belangen meegespeeld hebben in de macabere gebeurtenissen van de laatste dagen. Er echter geen twijfel mogelijk dat wat deze week gebeurd is in de Kongolese hoofdstad zich eerder vroeg dan laat tegen het zetelende regime zal keren.
La Libre Belgique meent zijn gelijk te halen wanneer enkele dagen later in Kinshasa de noodtoestand wordt afgekondigd wegens enkele aanslagen. De terechtstellingen zouden, aldus de auteur, bij de Afrikaanse bevolking van Kinshasa “de smaak van het bloed” opgewekt hebben, iets waar de bevolking zich al enkele malen gevoelig voor getoond zou hebben.“Il se pourrait aussi que ce spectacle ait rendu à une parti de la population africaine de Léopoldville un goût de sang auquel lui est arrivé déjà de se montrer sensible.”[186]
De krant verdenkt, tussen de regels, het regime er trouwens van de aanslagen zelf beraamd te hebben. De aanslagen zouden het regime toelaten de noodtoestand af te kondigen om zo te anticiperen op mogelijk geweld.
“Est-ce à dire que les "attentats au plastic" dont fait état la radio de Léopoldville ne soient que des attentats-bidon? Nous n’irons pas jusque là. En tout état de cause, ils servent admirablement le régime.”[187]
Dat hierbij opnieuw een Belgische “huurling” werd aangehouden, sterkt La Libre alleen maar in haar opvattingen over het Kongolese non-bestuur. Het is voor La Libre Belgique een uitgemaakte zaak dat het Mobutu-regime op deze manier alleen bezig is zichzelf in sneltempo op te branden. De wijze waarop La Libre de gebeurtenissen in Kongo beleeft, kan niet duidelijker geïllustreerd worden dan in de slotconclusie van de auteur:
“A ce rythme là, le régime de Mobutu risque fort de s’essouffler rapidement et, en tout cas, de susciter des réactions de violence. C’est là, après tout, son affaire. La nôtre, c’est de savoir si les mesures nécessaires pour garantir la sécurité des Belges dans les semaines à venir sont prises.”[188]
2.2.4.Le Peuple
Het nieuws van de mislukte samenzwering haalt op 31 mei 1966 de voorpagina van Le Peuple, al moet het nieuws uit Kongo gedeeltelijk plaats maken voor een in memoriam voor de socialistische voorman Joseph Bracops. Het krantenartikel dat de lezers over de coup en zijn leiders informeert, lijkt een bijna letterlijke weergave te zijn van het persbericht van het Kongolese persagentschap. Het proces dat de vier beschuldigden veroordeeld tot de doodstraf binnen de vierentwintig uur, roept bij Le Peuple toch wel wat bedenkingen op. Vooral dan “la manière particulièrement expéditive” (“de vrij voortvarende wijze”) waarop de vier na vijf minuten van beraadslaging tot de dood veroordeeld werden, wordt in de arbeiderskrant vermeldenswaardig bevonden.[189]
Dezelfde dag verschijnt er in Le Peuple echter een opmerkelijk opiniestuk, dat begrip vraagt voor het regime in Kongo en het staatshoofd zelfs looft.[190] De moeilijke sociale en economische fase waar de oud-kolonie zich moet door worstelen, is het resultaat van onbekwaamheid en het wanbeheer van de vorige regering, meer bepaald de regering van Moïse Tshombe.
“Le général Mobutu qui a dû faire face à l’héritage du gouvernement Tshombé, lourdement déficitaire par sa gabegie et son impéritie, doit résoudre à la fois tous les problèmes fondamentaux de gouvernement.”[191]
Het gemor en de onvrede van de Kongolese bevolking moet daarom begrepen worden. Maar, oordeelt Le Peuple, ook het zoeken naar zondebokken, zoals de Kongolese regering duidelijk gedaan heeft met de Belgen Davignon en Rens, moet vanuit die context gezien worden. Hoewel het duidelijk is dat beiden niets misdaan hebben en de Kongolezen spijkers op laag water zoeken, mag men deze affaires niet belangrijker gaan maken dan ze zijn.
Maar hoe discutabel het misbaar van het regime ook was over voornoemde affaires, het regime verdient volgens de krant lof voor de manier waarop de coup ontmaskerd werd. De wijze waarop Mobutu de staatsgreep heeft behandeld, getuigt volgens Le Peuple van veel politieke maturiteit en luciditeit.
“Si les incidents sont le fruit d’une certaine légèreté exploitant des faits plus que discutables pour en faire l’avantage politique, la manière dont le président Mobutu a fait pièce du complot monté par Bamba, Kimba, Anany et Makamba est toute de maturité policière et politique: laisser s’enferrer des comploteurs jusqu’à ce que la nasse soit pleine et que les preuves se soient accumulées, constitue en l’espèce, un tactique de qualité servie par une réussite totale. ”[192]
Wat het motief is achter de staatsgreep, is volgens Le Peuple niet belangrijk. Of het nu in opdracht was van Tshombe, van Kasavubu of op eigen initiatief speelt niet eens zo ’n grote rol. Het is het eindresultaat dat telt, de ontdekking van de coup voordat de plannen in actie getreden zijn.
Ten slotte besteedt Le Peuple nog enige aandacht aan de problemen rond de Union Minière. Mobutu had bij de Union Minière aangedrongen om de maatschappelijke zetel van de maatschappij in Kinshasa te vestigen. Het bedrijf had aanvankelijk toegezegd, maar op het laatste ogenblik zijn plannen gewijzigd. Dit is volgens de krant de échte reden van de Kongolese boosheid tegenover de Belgen. Men kan het volgens Le Peuple moeilijk oneens zijn met die wens van de Kongolezen. Mobutu stelt niet eens de volledige nationalisatie voor van het bedrijf. Toch hebben zijn aankondigingen bij de Belgische ‘haute finance’ kwaad bloed gezet. Deze zaak is volgens Le Peuple een probleem waar alle ontwikkelingslanden mee kampen: hoe zijn onafhankelijkheid ten volle uitbouwen met de aanwezigheid van zo’n machtige buitenlandse maatschappijen, die tezelfdertijd onmisbaar zijn voor de uitbouw van de industrie en de economie van de prille naties ?
Le Peuple toont zich op economisch gebied wel begripvol ten opzichte van de Kongolese leider, maar in een vlammend betoog veroordeelt de krant streng de terechtstelling van de vier samenzweerders. De krant wenst zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van de Kongolese republiek, maar beschouwt het proces tegen de vier als een schandalige parodie op de rechtspraak, van een wel erg tragische niveau.[193] Door de terechtstelling toch uit te voeren, ondanks de talrijke gratieverzoeken, heeft Mobutu zich niet geprofileerd als een sterke leider.
“En faisant condamner à mort - dans des conditions caricaturales - puis exécuter, quatre adversaires politiques coupables d’avoir voulu le renverser, le général Mobutu vient-il de poser sa candidature au titre du président "homme de fer" du Congo, ou bien n’a-t-il pas plutôt révélé la faiblesse même de son régime?”[194]
Wanneer Mobutu later vertelt over zijn interne verscheurdheid bij de terechtstelling van de vier mannen, verwijt hij het Westen een dubbele moraal.[195] Deze landen waren bij de eersten om de terechtstelling te veroordelen, maar indien de coup gelukt en Mobutu vermoord zou zijn, zouden zij wel het nieuwe regime erkend hebben. In een bijzondere tussenkomst geeft Le Peuple Mobutu gelijk wanneer hij de hypocrisie aanhaalt van deze landen. Mobutu’s betoog rechtvaardigt volgens de krant echter allerminst de terechtstelling. De uitleg van Mobutu opent net de deur naar een politieke terreur, die de “wet van de jungle” installeert. En veel leiders die van dit principe uitgingen (doden om niet gedood te worden), zijn net geëindigd zoals slachtoffers van hun eigen logica.
“De toutes façons ses commentaires, que ne justifie que la loi de la jungle - tuer pour ne pas être tué - semblent engager le Congo dans la dangereuse voie de la terreur policière. Engrenage souvent fatal, dont les promoteurs - des centaines d’exemples historiques -finissent souvent eux-mêmes les frais.”[196]
2.3. Conclusie
Het is duidelijk dat de “Pinksterterechtstellingen” de gemoederen in België verhit hebben. Alleen De Standaard blijft stil bij de procesvoering tegen Kimba, Anany, Bamba en Makamba. Vooruit, La Libre Belgique en Le Peuple veroordelen in de scherpste bewoordingen de wijze waarop het proces tegen de vermeende samenzweerders gevoerd werd. Het regime in Kinshasa wordt door de drie kranten met de grond gelijkgemaakt. Vooral de manier waarop het schijnproces gevoerd is, het afwijzen van de gratieverz