| Nuptialiteitsstudie van Izegem (1750-1850) (Steven Vanbelle) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
9.Mobiliteit
Bestaat de ware liefde? Volgens een oude volkswijsheid in ieder geval wel, want: “op ieder potje past een deksel”. De vraag is natuurlijk in hoeverre onze voorouders op zoek gingen naar het perfecte dekseltje.
Erg ver leek de zoektocht naar de ware niet te gaan. Heel wat koppeltjes werden gevormd door twee personen die elkaar reeds jaren kenden. Men koos ervoor om met een dorpsgenoot, en als het even kon zelfs een wijkgenoot, te huwen[129].
Grote afstanden afleggen om op vrijage te gaan, waren sowieso uit den boze. Alles gebeurde te voet en voor een jongeman was het niet evident om zijn vriendin meer dan 15 kilometer ver te gaan bezoeken[130].
De meeste verlovingen startten op bals en kermissen[131]. Het bier zorgde voor het losser maken van de lippen en het versieren kon beginnen. De eerste schuchtere pasjes op weg naar een relatie werden dus gezet in de schaduw van de eigen kerktoren. Bedevaarten en processies waren een andere uitgelezen ontmoetingsgelegenheid voor jongeren. Eerst werd er nog ijverig deelgenomen aan de religieuze activiteiten, maar al vlug moesten die plaats ruimen voor de meer wereldlijke lusten.
In één van Cyriel Buysse’s romans trachtte Alfons Felhoen, Lena te versieren tijdens een processie. Hij was echter niet de enige die zin had in een vrijpartijtje in het koren. Op elke akkerhoek stond een boer op wacht om de vele bronstige knapen te verjagen[132].
Nadat de jongen erin geslaagd was het meisje van zijn dromen binnen te halen, was de kous nog niet af. Onze koene ridder mocht dan al in de smaak vallen bij het meisje, de belangrijkste klip moest nog omvaren worden. Vooraleer hij over zijn toekomst met haar kon nadenken, volgde eerst de kennismaking met de ouders. Een “njet” kon de prille liefde in de kiem smoren. Wanneer de jongen echter goed werd ontvangen in het ouderlijke huis van het meisje, kon de verloving definitief beginnen[133].
De ouders van het meisje waren niet de enigen met een sociaal controlerende functie. Ook de goegemeente kon tegen de nakende verloving protesteren. De jongeren van het dorp gingen bijvoorbeeld fel te keer tegen vreemde indringers. Vreemdelingen die “hun” meisjes kwamen afpakken moest men niet. Toen boer Wortel zijn geluk ging beproeven aan de andere kant van de Nete werd hij door de broers van het meisje verjaagd[134].
De beperkte verplaatsingsmogelijkheden en het protest tegen exogamie zorgden ervoor dat vele jongeren hun toekomstige levenspartner vlakbij zochten. In Beveren- Leie lagen één derde van de ouderlijke huizen van het koppel slechts enkele honderden meters uiteen[135].
Huwen was een zeer lokale aangelegenheid. De aantrekkingskracht van de meeste dorpjes was erg miniem. Vandermaelen berekende dat 69% van de mannen en 76% van de vrouwen voor hun huwelijk binnen een straal van vier kilometer rond het centrum van Avelgem woonden. Slechts 10% van de bruidegommen en amper 2% van de bruiden leefden voorheen buiten een straal van 15 kilometer[136].
Tabel 30: Domicilie van de Izegemse bruidegommen
|
|
1780 - 1789 |
1810 - 1819 |
1840 - 1849 |
|
IZEGEM |
72,2 |
79,4 |
75,1 |
|
BUUR- |
14,4 |
10,8 |
11,5 |
|
GEMEENTEN |
|
|
|
|
Emelgem |
2,6 |
1,5 |
2 |
|
Kachtem |
0,7 |
0,2 |
0,2 |
|
Ingelmunster |
2,3 |
2,9 |
2,2 |
|
Lendelede |
3,6 |
4,6 |
4,2 |
|
St. Eloois Winkel |
1,3 |
0,4 |
0,5 |
|
Rumbeke |
3,9 |
1,2 |
2,5 |
|
WEST- VLAANDEREN |
12,1 |
9,1 |
11,9 |
|
Rest van VLAANDEREN |
1,3 |
0,4 |
0,7 |
|
WALLONIE |
0,0 |
0,2 |
0,0 |
|
BUITENLAND |
0,0 |
0,0 |
0,7 |
Bron: eigen berekeningen op basis van de trouwboeken, 1780-1789 en de huwelijksregisters van Izegem, 1810-1819 en 1840-1849.
Tabel 31: Domicilie van de Izegemse bruiden.
|
|
1780 - 1789 |
1810 - 1819 |
1840 - 1849 |
|
IZEGEM |
98,4 |
96,4 |
96,8 |
|
BUUR-GEMEENTEN |
1 |
1,8 |
0,3 |
|
Emelgem |
0,6 |
0,0 |
0,0 |
|
Kachtem |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
Ingelmunster |
0,0 |
0,3 |
0,3 |
|
Lendelede |
0,0 |
0,8 |
0,0 |
|
St. Eloois Winkel |
0,2 |
0,7 |
0,0 |
|
Rumbeke |
0,2 |
0,0 |
0,0 |
|
WEST- VLAANDEREN |
0,4 |
1,2 |
2,7 |
|
Rest van VLAANDEREN |
0,3 |
0,6 |
0,0 |
|
WALLONIE |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
|
BUITENLAND |
0,0 |
0,0 |
0,25 |
Bron: eigen berekeningen op basis van de trouwboeken, 1780-1789 en de huwelijksregisters van Izegem, 1810-1819 en 1840-1849.
De cijfers voor Izegem blijken nog frappanter te zijn. Maar liefst 75% van de mannen en 97% van de vrouwen, woonde voor hun huwelijk reeds in Izegem.
Houden we rekening met de buurgemeenten dan merken we dat slechts 10 à 15% van verder komt. Op één uitzondering na komen zelfs alle vrouwen uit Izegem of één van de randgemeenten.
Het zeer hoge aantal vrouwen dat ook voor het huwelijk in Izegem woonde heeft een eenvoudige verklaring. De kerkelijke traditie wou namelijk dat het huwelijk plaatsvond in het dorp van de bruid[137]. In sommige gevallen zal ze daarna wel verhuizen naar het dorp van haar man of naar een andere gemeente.
Bovenstaande tabellen veronderstellen vooral een mobiliteit bij de mannelijke bevolking. Wanneer we echter een correct beeld willen krijgen van de migratie doen we er goed aan een vergelijking te maken tussen de opgegeven woonplaats en de geboorteplaats.
Tabel 32: Geboorteplaats van de Izegemse bruidegommen.
|
|
1780 - 1789 |
1810 - 1819 |
1840 - 1849 |
|
IZEGEM |
56,9 |
54,7 |
59,1 |
|
BUURGEMEENTEN |
21,6 |
20,8 |
19,8 |
|
Emelgem |
3,8 |
2,6 |
3,9 |
|
Kachtem |
0,4 |
1,2 |
1,0 |
|
Ingelmunster |
4,0 |
3,8 |
3,9 |
|
Lendelede |
6,7 |
7,2 |
7,6 |
|
St. Eloois Winkel |
1,9 |
2,8 |
0,2 |
|
Rumbeke |
4,8 |
3,2 |
3,2 |
|
WEST-VLAANDEREN |
19,2 |
20,4 |
19,4 |
|
Rest van VLAANDEREN |
2,3 |
2,2 |
1,2 |
|
WALLONIE |
0,0 |
1,0 |
0,0 |
|
BUITENLAND |
0,0 |
0,8 |
0,5 |
Bron: eigen berekeningen op basis van de trouwboeken, 1780-1789 en de huwelijksregisters van Izegem, 1810-1819 en 1840-1849.
Tabel 33: Geboorteplaats van de Izegemse bruiden.
|
|
1780 - 1789 |
1810 - 1819 |
1840 - 1849 |
|
IZEGEM |
78,8 |
67,5 |
77,8 |
|
BUURTGEMEENTEN |
12,4 |
14,6 |
10,6 |
|
Emelgem |
1,7 |
2,0 |
2,0 |
|
Kachtem |
1,5 |
1,0 |
0,7 |
|
Ingelmunster |
2,1 |
2,4 |
2,5 |
|
Lendelede |
3,1 |
2,6 |
1,0 |
|
St. Eloois Winkel |
1,3 |
2,6 |
1,7 |
|
Rumbeke |
2,7 |
4,0 |
2,7 |
|
WEST- VLAANDEREN |
5,8 |
14,6 |
10,4 |
|
Rest van VLAANDEREN |
0,6 |
1,8 |
0,7 |
|
WALLONIE |
0,0 |
1,4 |
0,2 |
|
BUITENLAND |
0,2 |
0,0 |
0,2 |
Bron: eigen berekeningen op basis van de trouwboeken, 1780-1789 en de huwelijksregisters van Izegem, 1810-1819 en 1840-1849.
85 à 90% van de bruiden werden in Izegem of één van de randgemeenten geboren. Deze waarden liggen zo’n 10 procent punt hoger dan voor de bruidegommen.
Izegem lijkt vooral een aantrekkingskracht op Lendelede uit te oefenen. Wanneer we in Lendelede gaan kijken, stellen we dezelfde trend vast. Het grootste aantal inwijkelingen in Lendelede blijken Izegemnaars te zijn[138]. Zo’n 20% van de in Lendelede ingeweken mannen en 30% van de vrouwen waren uit Izegem afkomstig.
Zowel de waarden van het aantal geboorten als van het aantal domicilies ligt hoger bij de vrouwen. Toch dienen we enkele belangrijke bedenkingen te maken. Onder invloed van het huwelijk blijken vooral mannen te migreren. De kerkelijke traditie om in het dorp van de bruid te huwen zorgt hier echter voor een vertekening. Er wordt inderdaad wel gehuwd in het dorp van de bruid maar dit geeft nog geen zekerheid over de definitieve vestigingsplaats van het koppel. In dit onderzoek werden enkel huwelijksakten verwerkt. Om tot echte conclusies te komen was het zeker nodig om er de bevolkingsregisters bij te halen.
De migraties die zich voor het huwelijk voordeden, kunnen we wel enigszins in kaart brengen. Wanneer de waarden van geboorte en domicilie worden vergeleken, blijkt dat mannen en vrouwen ongeveer evenveel migreerden.
Tabel 34: Verschil tussen het aantal dat in Izegem geboren werd en woont ( in procent).
|
|
MAN |
VROUW |
|
1780 - 1789 |
21,2 |
19,5 |
|
1810 – 1819 |
31,1 |
30,0 |
|
1840 - 1849 |
21,3 |
22,4 |
Bron: eigen berekeningen op basis van de trouwboeken, 1780-1789 en de huwelijksregisters van Izegem, 1810-1819 en 1840-1849.
Twintig tot dertig procent van de mensen die in Izegem woonden, werd er niet geboren. Meestal was men dan afkomstig uit de kleinere dorpen rond Izegem. De meeste migraties bleven dus erg beperkt in afstand.
Waarom en wanneer kwamen die mensen dan in Izegem wonen? We kunnen twee migratiebewegingen vaststellen. Enerzijds waren er zij die zich pas recent in Izegem hadden gevestigd. Sommigen gingen inderdaad kort voor hun huwelijk in het dorp van hun partner wonen. Jonge zonen en dochters werden in sommige gevallen uit werken gestuurd[139]. Op die manier kwamen ze in Izegem terecht waar ze hun toekomstige ontmoeten.
Anderzijds waren heel wat jongeren samen met hun ouders verhuisd. Meestal lagen socio- economische zaken hier aan de basis. Tewerkstellingsmogelijkheden trokken veel gezinnen aan. Ook crisissen zorgden voor migraties. Families verhuisden in periodes van recessie meestal naar iets rijkere gebieden[140].
Zij die niet in Izegem geboren waren, maar er wel woonden hadden er zich individueel of in gezinsverband gevestigd.
We zagen reeds dat de ontmoetingsmogelijkheden vroeger heel wat minder waren. Een jongen had niet zo vaak een vriendin die meer dan tien kilometer verderop woonde. Wanneer hij aan zijn ouderlijk huis vertrok duurde het onder die omstandigheden nog 2 uur vooraleer hij zijn geliefde zag. Des avonds stond hem nog eens zo’n voettocht te wachten. Geen wonder dat de meeste jongens een meisje uit de buurt namen. Bovendien kon men op weinig begrip rekenen van de goegemeente wanneer men zijn liefje in een ander dorp ging halen. Spreuken als: “wie, als die vrijt, te verre vlieght, die wert bedrogen of bedrieght”, spreken voor zich. Ook de jongens van de andere dorpen hadden het niet zo op “indringers” begrepen.
Toch hielden enkelen voet bij stuk. Ze raapten al hun moed samen en bleven in de omliggende gemeenten op zoek gaan. Vooral onder de weduwnaars was de mobiliteit erg groot. Op de vlucht voor de plagerijen in hun eigen dorp, zochten velen hun nieuwe vrouw in een ander dorp[141]. Ook weduwes waren mobiel. Sommigen vestigden zich bij een nieuwe man, anderen zochten heil bij hun ouders of bij hun kinderen[142].
Soort bij soort was een leuze die blijkbaar niet enkel gold voor leeftijd en beroep. Op het gevaar van inteelt af, moest men zoveel mogelijk trouwen met iemand uit de dichte omgeving. Om deze regionale endogamie nog wat scherper te stellen, zullen we trachten de koppelsamenstelling na te gaan. Hierbij zijn vier combinaties mogelijk:
Beide partners zijn uit Izegem afkomstig.
Enkel de man is uit Izegem afkomstig
Enkel de vrouw is uit Izegem afkomstig
Geen van beide partners is uit Izegem afkomstig
Tabel 35a: Koppelstructuur volgens woonplaats, 1780-1789.
|
1780 – 1789 |
Man wel in izegem |
Man niet in izegem |
|
VROUW WEL IN IZEGEM |
70,3 |
28,4 |
|
VROUW NIET IN IZEGEM |
<