De houding van de Belgische dagbladpers tegenover de IsraŽlisch-Arabische oorlog van 1948.  (Wouter Van Der Spiegel)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

INLEIDING

 

In deze thesis ligt de houding van de Belgische dagbladpers tegenover de IsaŽlisch-Arabische oorlog van 1948 ter studie. Vermits de houding van de Belgische pers, of een deel ervan, tegenover de latere IsraŽlisch-Arabische oorlogen (nl. in 1956, 1967 en 1973) reeds onderzocht is, wordt de houding van de Belgische pers tegenover het eerste enmeest cruciale IsraŽlisch-Arabisch conflict het laatst bestudeerd. Door de recente oorlog van 1982, van IsraŽl tegen de PLO in Libanon, is echter reeds een nieuwe lacune ontstaanÖ

In een inleidend deel wordt eerst gewezen op de krant als communicatiemiddel. Hier worden reeds enkele mogelijkheden en moeilijkheden vanons bronnenmateriaal, dat overigens zeer rijk en levendig is, naar voor gebracht.

In de situatieschets hangen we eerst een beeld op van de situatie in de wereld in de eerste jaren na WO-II. Ook de Belgische maatschappij uit deze periode wordt even belicht om een idee te hebben van het tijdskader waarin de Belgische kranten en dagbladlezers de tot standkoming van de staat IsraŽl meebeleefden.

De Belgische buitenlandse politiek aangaande Palestina in deze periode wordt hier eveneens van naderbij bekeken. Dan besteden we vooral aandacht aan de evolutie van de toestand in Palestina zelf: de groei van de Joodse nationale beweging die zal leiden tot de oprichting van de staat IsraŽl, het groeiend Arabisch nationalisme dat zich tegen de Joodse immigratie en de nieuwe staat zal trachten te verzetten, en de onvermijdelijke en gewelddadige botsing tussen deze twee nationale bewegingen die er uit voortvloeit.

Als laatste onderdeel van deze situatieschets bekijken we onze bronnen van naderbij. Niet zozeer de krant als communicatiemiddel, maar wel als historisch, technisch en redactioneel bepaald product wordt belicht. Dit om zo goed mogelijk te bepalen wie verantwoordelijk is voor de totstandkoming van de perscommentaren in de diverse kranten en om ze beter te kunnen situeren in deze specifieke context.

Op dergelijke manier voorbereid, kunnen we het bronnenonderzoek aanvatten. We hebben enkel de commentaren van april 1948, dit is ťťn maand voor het uitbreken van de eigenlijke oorlog, tot en met februari 1949, dit is de maand waarin het wapenbestand tussen IsraŽl en Egyptegesloten werd, op een kwalitatieve wijze benaderd, dus enkel met het oog op en via de inhoud (en dus niet op een kwantitatieve manier). We hebben uit elke ideologische hoek (katholiek, liberaal, socialistisch en kommunistisch) een Franstalige en een Nederlandstalige krant genomen, plus de ďneutraleĒ Le Soir, om een representatief beeld van de toenmalige Belgische pers te krijgen. Om de taalverhouding te respecteren hebben we er nog een Nederlandstalige (katholieke) krant bijgenomen.

Voor alle duidelijkheid hebben we onze analyse samengebracht in drie hoofdstukken.

Hoewel zuivere objectiviteit niet mogelijk is, wij zelf zijn immers ook beÔnvloed door het huidig historisch, maatschappelijk en ruimtelijk kader, hebben we toch getracht zoveel mogelijk objectiviteit na te streven door ons zo dicht mogelijk bij ons bronnenmateriaal te houden en door een ruime situering.

Rest ons dan nog de aangename taak alle mensen te danken die op enige wijze hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van deze thesis, en dat zijn er heel wat. In de eerst plaats onze promotor, die aan ons geen gemakkelijke thesist moet gehad hebben, en onze copromotor. Maar daarnaast ook onze andere professoren, onze ouders, onze medestudenten, de mensen uit de bibliotheken, de journalisten en mensen van de redacties die ons bereidwillig hebben te woord gestaan, onze typisten en zovele anderen.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende