| De openstelling van het Burgerlijk huwelijk voor personen van gelijk geslacht – Een goede regeling? (Els Foerts en Menno Pillu) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
1.1 Homoseksualiteit door de eeuwen heen
Homoseksualiteit is zeker geen modetrend van de laatste jaren! Homoseksualiteit is een gegeven doorheen de geschiedenis. Het is iets dat in alle tijden en op alle plaatsen terugkomt. Het meest gekende voorbeeld van homoseksualiteit is zonder twijfel de ‘ontgroening van de jongens in het Oude Griekenland’ door oudere mannen, al kunnen we dit niet homoseksualiteit noemen, maar eerder een ritueel. Wel waren verscheidene belangrijke personen homo- of biseksueel. Zo denken we maar aan: Alexander de Grote[1],[2] die biseksueel was (hij had een levenslange verhouding met zijn vriend Hephaistion Amyntoros), Alexander’s vader Phillippus II[3],[4], verscheidene homoseksuele Romeinse keizers, etc.
Dat homoseksualiteit bestond, betekent niet dat het algemeen aanvaard werd! Er zijn verscheidene voorbeelden in de geschiedenis waarbij men iemands homoseksualiteit als zondig beschouwde, of probeerde te misbruiken op politiek vlak. Zo denken we maar aan Antonius, de Griekse minnaar van de Romeinse keizer Hadrianus[5] wiens lichaam dood/vermoord (door verdrinking) werd teruggevonden in Egypte. Dat de kans zeer groot was dat dit een politieke afrekening was staat vast, het was waarschijnlijk een berisping aan de Keizer omdat hij openlijk homoseksueel was.
Homoseksualiteit is een gegeven doorheen de geschiedenis, maar toch zal je dit onderwerp nooit (of zeer zelden) aan bod zien komen in de meeste geschiedenisboeken. “Vreemd”, zul je zeggen, “als het een geschiedkundig gegeven is, waarom het dan verzwijgen?” Het antwoord is niet zo simpel als het lijkt, het is namelijk zo dat we rekening moeten houden met de heersende waarden en normen van de tijd waarin de meeste geschriften werden opgesteld of herschreven.
Sinds de middeleeuwen tot de jaren 1960, met als dieptepunt het Victoriaanse tijdperk, was het niet de gewoonte om openlijk over seksualiteit te praten, zeker niet over homoseksualiteit. De clerus (de katholieke kerk) beschouwde (en beschouwt nog steeds) homoseksualiteit als een zonde, hiervoor baseert ze zich op de bijbel. De clerus zag dus uitermate streng toe zodat er hierover niets openbaar werd gemaakt. Aangezien in die tijd de monniken een monopolie hadden over het schrijven van boeken, kon de clerus alle seksualiteit uit geschriften verwijderen en konden boeken met een homoseksueel gegeven worden herschreven naar een heteroseksueel verhaal. Nadien baseerde men zich op deze geschriften om geschiedenisboeken op te stellen, waardoor het komt dat er in de boeken niet (veel) over homoseksualiteit in oude culturen terug te vinden is. Een frappant voorbeeld van dat verdoezelen is het alom gekende verhaal van Robin (of Locksley) Hood uit de 15de eeuw. Er werd een zeer overtuigende thesis naar boven gebracht door professor in de literatuur Stephen Knight, verbonden aan de universiteit van Cardiff (Wales). Hij stelt dat Robin Hood en zijn vrienden homoseksueel zouden geweest zijn. Ze moesten het bos invluchtten, niet omdat de sheriff achter hen aan zat voor diefstal, maar omwille van hun homoseksualiteit. Zo zou Robin, althans volgens dezelfde professor, een verhouding hebben gehad met “little John”. In de 16e eeuw wilde men dit verhaal neerschrijven, maar gezien het toen heersende bekrompen morele klimaat, voegde men het alibi “lady Marion” aan het verhaal toe.[6]
In deze ‘zwijgende periodes’ bestond homoseksualiteit ook! Recent onderzoek van tal van geschriften heeft ‘weggeschreven’ of ‘verborgen’ geschiedkundige feiten terug naar boven kunnen halen. Meestal gaat het hier over vermoedens, aangezien bewijzen niet meer bestaan. Zo denken we maar aan de waarschijnlijk homoseksuele Franse prins “Francis, duke of Alençon and Anjou[7]”, broer van de toenmalige Franse koning CharlesIX[8]. Deze was ooit nog gekoppeld aan de net op de troon zittende ElisabethI(Tudor)[9]; maar na het ontdekken van zijn geaardheid zou zij het huwelijk hebben afgeblazen. Over Leonardo da Vinci[10] en Michelangelo[11] wordt ook gezegd dat ze meer oog hadden voor mannen dan voor vrouwen. De ontdekking van een portret van de beschermheer van William Shakespeare wordt aangehaald om de reeds lang aan de gang zijnde discussie over zijn geaardheid te staven[12],[13]. Onderzoek van de Amerikaanse musicologe Ellen Harris heeft de hypothese gelanceerd dat Georg Frideric Händel[14],[15], de beroemde Duitse componist, wel eens homoseksueel zou kunnen geweest zijn.
1.2 Homoseksualiteit in de twintigste eeuw
De tweede wereldoorlog is een zwarte pagina voor de hele mensheid, en zeker en vast voor de holebi’s en de joden die gestigmatiseerd en gruwelijk vervolgt (lees: uitgeroeid) werden. Het brein achter deze oorlog was de Duitse dictator Adolf Hitler. Waarom Hitler juist deze twee bevolkingsgroepen wilde vervolgen heeft een diepgaandere reden, aldus volgens de Duitse historicus Lothar Machtan. Hitler was zoals algemeen gekend een semi-jood, maar wat minder gekend is, is dat hij misschien homoseksueel was[16]. Waarom hij zich tegen mensen van zijn eigen geaardheid en ras keerde, weet niemand zeker, maar waarschijnlijk kon hij van zichzelf het feit dat hij homo was niet aanvaarden en reageerde hij dit op alle holebi’s en joden af.
Na de tweede wereldoorlog werd het iets meer mogelijk om het onderwerp seksualiteit aan te halen, maar het was pas sinds de seksuele revolutie in de jaren 60 van de twintigste eeuw dat het voor de meeste jongeren bespreekbaar werd om over seksualiteit en seks met anderen te praten.
Homoseksuelen zijn sindsdien meer en meer naar buiten gekomen met hun seksualiteit, met als meest opvallende coming-out die van de Vlaamse zanger Will Ferdy op 4 december 1970 in het BRT-programma ‘Zo zijn’.[17]
Sindsdien is er een zeer lange weg afgelegd om holebi’s gelijke rechten te geven t.o.v. hun heteroseksuele medemens. Zo volgde in 1985 (15 jaar na de publieke coming out van Will Ferdy) de schrapping van artikel 372bis van het Burgerlijk Wetboek, waarin het onderscheid in leeftijd tussen seksuele contacten met iemand van het eigen geslacht en met iemand van een ander geslacht werd geschrapt en naar 16 jaar bracht.[18]
1.3 De jaren 90 van de 20ste eeuw: kentering in België
Begin jaren 90 van de twintigste eeuw vroegen de holebi-verenigingen van Vlaanderen, verenigd in “Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit”[19],[20] (nu gekend onder de naam “De Holebifederatie”) om de instelling van een statuut voor samenwonenden te treffen. In 1997 is deze eis, na grondige discussie, omgezet naar een dubbele eis; nl. de instelling van een volwaardig statuut voor samenwonenden, onafgezien van het geslacht van beide partners (gerealiseerd in de Wet op de Wettelijke Samenwoonst), én de openstelling van het huwelijk voor personen van gelijk geslacht. [21]
De periode 1997 tot 1999 is een periode waarin er druk overlegd werd met verscheidene politieke partijen om hun te laten inzien dat het alternatief voor het huwelijk, nl. de Wettelijke Samenwoonst, zeker en vast moest worden opengesteld voor koppels van gelijk geslacht.[22] Tevens probeerde men bepaalde politieke partijen te overtuigen van de noodzaak om de discriminatie en de contradictie die in het recht geslopen was weg te werken. De contradictie:
* In het EVRM[23] staat dat iedere persoon op de huwbare leeftijd (18 jaar) mag huwen
* In het recht werd steeds aangenomen dat het huwelijk enkel kon plaatsvinden tussen personen van verschillend geslacht.
Hierdoor ontzegde men holebi’s het recht om het EVRM na te leven. Dit komt neer op discriminatie.
1.4 Het nieuwe millennium: wetgevend initiatief
Uiteindelijk nemen verscheidene partijen (SP, Agalev en de VLD) in hun verkiezingsprogramma (voor de verkiezingen van juni1999) op dat ze zullen ijveren voor een volwaardige wettelijke partnerregeling. Dit resulteerde in de opname van de uitwerking van deze partnerregeling in het regeerakkoord van de regering VerhofstadtI. Kort nadien (najaar 1999- na de verkiezingen) scharen twee andere regeringspartijen (PS en Ecolo) zich ook achter het voorstel. Eén enkele regeringspartij laat op zich wachten met een standpunt in te nemen over de kwestie, nl. de PRL (MR). Ze maakt haar standpunt pas in maart 2001 kenbaar. Ze stemt in met de openstelling, maar met enige voorwaarde dat men de mogelijke adoptie door personen van gelijk geslacht er niet laat doorkomen in de legislatuur 1999-2003.[24]
Nadat de regering haar intenties i.v.m. de openstelling bekend maakt (in juni 2001) duurt het nog tot april 2002 eer het voorstel in de kamer wordt ingediend. In de tussenperiode heeft de CD&V zich op haar jaarlijks congres uitgesproken voor de openstelling (september 2001), heeft de Raad van State een negatief advies gegeven aan het wetsontwerp (november 2001) en heeft de regering dit negatieve advies naast zich neergelegd (januari 2002).
Omdat het ontwerp niet vordert in de kamer trekt men het voorstel terug uit de Kamer of het nadien in de Senaat in te dienen (21 mei 2002). Hier zal het duren tot november 2002 eer het voorstel in commissie behandeld wordt. Na zowel goedkeuring in Senaatscommissie, Plenaire vergadering Senaat en Plenaire vergadering van de Kamer wordt het wetsontwerp goedgekeurd op 30 januari 2003. De wet treedt in werking vanaf 1 juni 2003. [25]
2.1 Is homoseksualiteit in Vlaanderen de normaalste zaak van de wereld?
2.1.1 Hoe staat de Vlaming t.o.v. homoseksualiteit?
Het is zo dat onze Vlaamse maatschappij de laatste jaren homoseksualiteit is gaan beschouwen als een gegeven. Het merendeel van de bevolking aanvaardt de gegevens “homoseksualiteit” en “biseksualiteit”,.maar het is slechts een minderheid van de bevolking die homoseksualiteit compleet aanvaardt.
Onderzoek naar de huidige normen van de Vlamingen (in 2000) heeft volgende resultaten opgeleverd:[26]
|
Holebiseksualiteit |
1981 |
1990 |
1999 |
|
Steeds gerechtvaardigd |
8.6% |
15.2% |
31.5% |
|
Nooit gerechtvaardigd |
64.3% |
54.0% |
35.1% |
We merken op dat er een positieve evolutie is op het gebied van aanvaarding van homoseksualiteit, maar dat er nog steeds een grote groep van de bevolking is die homoseksualiteit ‘verwerpelijk’ vindt. Niet alleen de gewone man, maar ook bekende figuren in Vlaanderen doen soms homofobe uitlatingen. Zo denken we maar aan Michel Verschueren, de manager van de voetbalclub Anderlecht, die in 2001 verscheidene homofobe opmerkingen maakt en hiervoor zelfs de homofobie-prijs van de FWH heeft gewonnen.[27] Niet enkel zijn er de homofobe uitlatingen, maar er bestaan ook homofobe daden die worden gesteld door enkele personen / organisaties, die een aanslag zijn op alle rechten die een mens maar heeft[28]. Het gaat hier over: aanslagen in homogelegenheden, homofobe slogans die het straatbeeld sieren, etc..
Uit een meer recente studie[29] blijkt dat 49% van de Vlaamse mannen nog steeds homoseksualiteit verwerpelijk vindt, maar gezien de resultaten van voorgaande studie kan over de correctheid van de gevoerde studie twijfel bestaan.
Uit getuigenissen van holebi’s blijkt ook dat de meeste homofobe uitlatingen komen uit de groep van mensen die minder hoog opgeleid zijn. Als men die mensen dan de vragen stelt “wat is een homo/lesbo? Hoe ziet hij/zij er uit? Wat doet hij/zij?” antwoorden de meesten met het stereotiepe beeld dat de meeste mensen hebben van een homo/lesbo; nl. een “jannette” / “manwijf”. Nochtans, niet alle homo’s zijn jannetten en niet alle lesbo’s zijn manwijven! Dit is slechts een minderheid, maar deze wordt door de media naar voor geschoven als de ‘modale homo/lesbo’. Dit is voornamelijk te wijten aan de speciale beelden die dit oplevert. Men moet zich immers steeds de vraag stellen, “zou een gay parade zonder extravagantie zoveel media lokken?”. De ‘modale homo/lesbo’ bestaat niet, net zoals de ‘modale hetero’ niet bestaat! Iemands geaardheid heeft wel een invloed op iemand zijn leven, maar het bepaalt niet wie de persoon is! Homo’s en lesbo’s zijn er in alle maten, kleuren, karakters en gewichten; net zoals je hetero’s in alle mogelijke vormen hebt.
Het zijn deze stereotypen en een minderheid van de bevolking die met hun homofobe uitlatingen ervoor zorgen dat homo’s zich nog steeds niet helemaal aanvaard voelen in de maatschappij. Holebi’s willen bekend staan om wie ze zijn, niet om wat ze zijn! Over het algemeen kunnen we wel zeggen dat de Vlaming verdraagzaam is t.o.v. homoseksualiteit. Over totale aanvaarding kunnen we niet spreken, aangezien hiervoor eerst een mentaliteitswijziging bij de mensen nodig is, wat gezien het succes van bepaalde extremistische partijen waarschijnlijk nog niet voor de eerstkomende jaren is.
2.1.2 Waarom liggen de zelfmoordcijfers bij holebi’s hoger dan bij hetero’s?
Als men als tiener verteld dat men homo, lesbisch of biseksueel is, heeft men meestal al een heel psychologisch proces achter de rug. Men worstelt met zijn geaardheid vanaf het ogenblik dat men haar ontdekt tot zijn/haar coming-out (en nog verder).
Waarom worstelt men (meestal) met zijn geaardheid?:
* Het is nog steeds zo dat we in een heteromaatschappij leven. Overal wordt er vanuit gegaan dat iemand hetero is: bv. als men naar school, een feestje, het werk gaat zal men steeds aan een jongen vragen: “heb je een vriendin?”, en aan een meisje: “heb je een vriend?”. Meestal vraagt men niet aan een persoon: “heb je een vriend of vriendin?”, neen, men gaat er nog steeds van uit dat iedereen hetero is.
* Ook is het zo dat er op school onvoldoende aandacht wordt besteed aan het eventuele holebi zijn van leerlingen. Als er dan eens over holebiseksualiteit wordt gepraat, wordt meestal foutieve informatie gegeven[30]. Een recent initiatief (2002) van de Vlaamse ministers Vogels (gelijke kansen) en Vanderpoorteren (onderwijs) wil hier verandering in brengen. Men ondertekende met alle onderwijskoepels, verscheidene ouderverenigingen, leerlingenraden, studentenorganisaties en enkele holebi-organisaties een intentieverklaring om heteroseksualiteit en holebiseksualiteit evenwaardig te behandelen, maar enkele weken na de ondertekening trekt het VSKO (aka: de Guimardstraat) haar intentie in. [31] Een ander initiatief is de holebi-jongerenvideo “Sam & Lisa. In deze video wordt een getrouw beeld gegeven van een homo en een lesbo. Beide acties zijn gericht op ‘jongeren vertrouwd maken met het gegeven holebiseksualiteit”, en om eventuele holebi’s moed te geven bij hun soms moeilijke coming-out. [32]
* Over het algemeen wordt er misprijzend, of zelfs homofoob, over holebiseksualiteit gepraat. Door deze uitlatingen, of deze ‘onschuldige’ grapjes, durven veel jongeren het nog steeds niet om openlijk toe te geven dat men holebi is. De uitlatingen van bepaalde ‘partijen’ zoals het Vlaams Blok en de AEL over homoseksualiteit verergeren deze situatie alleen maar.[33]
* Men heeft een stereotiep beeld van een homo/lesbienne in zijn/haar gedachten. Dit beeld is meestal zo gekaraktiseerd/stereotiep dat de jongere denkt “zo ben ik toch niet”.
Al deze punten zorgen er voor, samen met de angst voor negatieve reacties, dat vele jonge holebi’s danig met hun geaardheid in de knoop liggen. Men is bang dat de omgeving het niet gaat aanvaarden, hen een etiket gaat opplakken of hen zelfs verstoten. In vele gevallen is het zelfs zo zwaar dat men niet meer verder wil leven, dit blijkt uit de zelfmoord(poging)cijfers.[34]
|
|
Zelfdodinggedachten |
Zelfmoordpoging |
|
|
|
Holebi's |
Holebi's |
Hetero's |
|
Jongens |
33% |
12,40% |
6,20% |
|
Meisjes |
45% |
25% |
5,40% |
Uit de tabel kunnen we duidelijk afleiden dat holebi zijn anno 2003 in Vlaanderen, gezien de meer voorkomende zelfdodinggedachten bij holebi’s, nog niet vanzelfsprekend is.
Nochtans, als iedereen die een holebi kent (en de meeste personen kennen rechtstreeks of onrechtstreeks wel een openlijke of verborgen holebi) en die positief staat t.o.v. holebiseksualiteit dat zou laten weerspiegelen in zijn/haar gedrag in het dagelijkse leven, zou het leven van veel holebi’s (die hun coming-out aan het doen zijn of nog moeten doen) veel draaglijker worden. Zo zou de psychologische druk en het aantal zelfmoordpogingen bij holebi’s zeker dalen.
2.2 Is Vlaanderen bereidt om het huwelijk open te stellen?
Uit de betwistbare studie van INRA/Telefacts [35], blijkt eveneens dat 49% van het Vlaamse mannen tegen de openstelling van het Burgerlijk huwelijk voor personen van gelijkgeslacht is.
Wat we kunnen vaststellen is dat de Vlaamse bevolking verdeeld is over het wel of niet openstellen, net zoals de Vlaming het over bijna alle belangrijke thema’s oneens is. Een kleine meerderheid wil het huwelijk openstellen (51-60%).
Dit is, onder de huidige evolutie in onze maatschappij, een goed percentage. Dit geeft immers aan dat een meerderheid van de bevolking de noodzaak van een degelijke regeling voor holebi’s inziet, en hier daadwerkelijk ook iets aan wil doen. De wil om de discriminatie van een bepaalde groep van de bevolking weg te werken bestaat. Dit is iets dat alleen maar toegejuicht kan worden, aangezien we moeten streven naar een maatschappij zonder (of zo min mogelijke) discriminatie.
2.3 Is Vlaanderen bereidt om adoptie mogelijk te maken voor koppels van gelijk geslacht?
Dit is een lastigere vraag. Verscheidene politieke partijen wilden wel dat de openstelling van het huwelijk er door kwam, maar wilden niet dat de adoptie er (nu al) kwam. We hebben het dan over de CD&V en de PRL/MR (dat de MR niet wilde instemmen in de adoptie was de voornaamste reden om de adoptie en het huwelijk bij dit voorstel van elkaar los te koppelen).
De mensen in Vlaanderen hebben niet één mening over deze zaak, aangezien de adoptie uiteenvalt in verscheidene deelvragen.
* Moet de partner van een zwangere lesbienne (door kunstmatige inseminatie) de mogelijkheid hebben om het kind te adopteren en zo het kind meer zekerheid te geven naar het verdere leven toe?
* Moet de partner van een homoseksuele ouder een soort van co-ouderschap kunnen uitoefen over de partner zijn/haar kinderen, om zo schenkingen, erfenissen en andere burgerrechterlijke zaken makkelijker te laten verlopen?
* Moet een homokoppel het recht hebben om samen het kind van een draagmoeder te adopteren, of de partner van de vader het recht om het kind te adopteren (als de moeder afstand doet van haar rechten op het kind)?
* Moeten holebi-koppels het recht hebben om een kind samen te adopteren?
Over één zaak kan iedereen het eens zijn, nl. dat het belang van het kind centraal staat bij een adoptie. Dat het kind in een goede thuis de kansen, de warmte en de genegenheid krijgt die het verdiend.
Over de andere subvragen heerst er verdeeldheid tussen de bevolking:
* Over de kunstmatige inseminatie zijn de meeste mensen het eens dat als het kind er toch is (er zijn nog steeds veel mensen tegen kunstmatige inseminatie bij lesbiennes), het een zo goed mogelijke bescherming nodig heeft. Zo is het best dat de tweede ouder het kind kan adopteren. Indien dit niet gebeurt, kan er een situatie ontstaan waar de biologische moeder komt te overlijden en het kind wettelijk gezien geen ouder meer heeft, terwijl zijn/haar andere moeder (die sinds de geboorte van het kind het kind mee verzorgd en opvoedt) er nog steeds is. Op juridisch gebied worden zij dan beschouwd als “totaal vreemden” voor elkaar. Voor deze soms schrijnende situaties is het best dat de partner van de moeder in de mogelijkheid verkeert om het kind te adopteren, om het zo juridische zekerheid te geven.
* Op de vraag om aan de partner van een holebi met kinderen (uit een voorgaand heterohuwelijk) rechten toe te kennen op burgerrechterlijk vlak (om zo erfenissen, voogdij, etc. makkelijker te maken), is Vlaanderen verdeeld. We zitten meestal nog steeds met een derde partij, nl. de natuurlijke vader of moeder van het kind die belangen heeft in de zaak. Op gebied van bescherming van het kind zijn de meesten geneigd om toe te geven dat het mogelijk moet zijn dat een eventuele erfenis van de “stiefouder” zonder al te veel successierechten zou moeten kunnen, maar op het gebied van adoptie zijn de meesten nog tegen. Wel zien velen een soort van co-ouderschap wel zitten, waarbij de partner daden kan stellen in het belang van het kind, maar geen volwaardige ouder is. (bv. Bijwonen van oudercontacten, kind vertegenwoordigen in de rechtbank, etc.).
* Op de vraag om aan de niet-vader van het kind bij een draagmoeder de mogelijkheid te bieden het kind te adopteren reageert Vlaanderen ook verdeeld, omdat ook hier een derde partij betrokken is.
* Op de vraag of holebi-koppels kinderen samen mogen adopteren reageren nog minder mensen volmondig ‘Ja’. Nochtans, de voorstanders groeien in aantal, omdat de meeste mensen zien dat een kind bij een holebikoppel alle kansen krijgt die het maar zal hebben. Het kind is immers volledig gewild, wat meestal betekent dat de ouders alles voor hun kind zullen doen om het een veilige en goede toekomst te kunnen bieden.
Volgens dezelfde INRA/Telefacts-enquëte blijkt dat 53% van de mannen en 33% van de vrouwen tegen de mogelijke (volle) adoptie is, waaruit blijkt dat de tijd nog niet rijp is om nu reeds adoptie toe te kennen aan holebikoppels. Toch zal het zeer moeilijk zijn om deze evolutie tegen te houden, aangezien er nu reeds verscheidene politieke partijen zijn die dit recht willen toekennen, omdat hun achterban hiervan het nut begint in te zien. Het voornaamste argument dat men kan aanvoeren is dat kinderen in holebi-relaties steeds gewild zijn, wat een goede zaak voor de ontwikkeling van het kind is.
De openstelling van de adoptie is waarschijnlijk een feit na het afronden van de volgende legislatuur in 2007. De meeste regeringspartijen hebben zich bereidt verklaard dit mogelijk te maken en ook deze discriminatie weg te werken.
3.1 Houding t.o.v. holebiseksualiteit in Europa en de rest van de wereld
Holebiseksualiteit wordt betrekkelijk goed aanvaard in Vlaanderen, zoals uit voorgaand hoofdstuk blijkt, maar dit is helemaal niet zo op internationaal vlak! Zo zijn verscheidene landen in de wereld waar holebiseksualiteit als ‘zondig’ wordt beschouwd. Meestal gaat het hier over Islamitische landen (Egypte, Afghanistan, etc.) [36] en Afrikaanse landen (Namibië, Zimbabwe, etc.) [37]. In deze landen worden holebi’s opgejaagd, gearresteerd, gefolterd en geëxecuteerd. Ook Azië en Latijns Amerika scoren, over het algemeen, niet bijster hoog in het aanvaarden van holebiseksualiteit. Oceanië doet het iets beter; net zoals Europa en Angelsaksisch Amerika.
Europa is het verst gevorderd in de aanvaarding van holebiseksualiteit. In Scandinavisch Europa is men het verst gevorderd. In West- Europa erkent elk land het gegeven holebiseksualiteit, en (bijna) alle staten van West- Europa geven rechten aan holebi’s ter bezegeling van hun relatie. De voormalige Oostbloklanden hinken momenteel nog achterop. Deze doen nochtans hun best om holebi’s rechten toe te kennen, dit soms uit eigen overtuiging, soms onder lichte dwang van de EU. De EU doet immers verwoede inspanningen om de situatie van holebi’s in de landen van de Unie, net als in de landen die kandidaat zijn om toe te treden bij de Unie, te verbeteren [38]. Zo heeft van de kandidaat lidstaten Roemenië holebiseksualiteit uit het strafrecht gehaald, om tegemoet te komen aan de wensen van de EU, en heeft de huidige lidstaat Oostenrijk de leeftijd voor homoseksuele contacten gelijkgeschakeld met die van heteroseksuele contacten.[39]
3.2 Geregistreerd partnerschap en adoptie in verscheidene landen
Verscheidene landen in de wereld hebben daadwerkelijk regelingen voor holebi’s getroffen op Burgerrechterlijk vlak. Meestal gaat het om een soort van partnerregeling (niet gelijk aan huwelijk).
Enkel in België (vanaf medio 2003) en in Nederland kunnen holebi’s een volwaardig huwelijk aangaan.
De vergelijkende tabel die zich op de volgende pagina bevindt, is gebaseerd op bijlage «A-020».[40]
Uit de tabel kunnen we afleiden dat de Europese Unie een goede beurt maakt op het gebied van holebirechten. Wel moeten we vaststellen dat in bepaalde landen van de EU een goede regeling i.v.m. partnerschap ontbreekt, zo denken we maar aan Italië en Griekenland.
Wat ook opvalt, is dat de Scandinavische landen als eerste de rechten van holebiseksuelen hebben erkend, met als koploper Denemarken dat dit reeds in 1989 deed.
|
|
Partnerschap |
Huwelijk? |
Adoptie? |
||||||
|
|
Ja/ |
Sinds |
Opmerking |
Ja/Neen |
Sinds |
Opmerking |
Ja/Neen |
Sinds |
Opmerking |
|
Denemarken |
Ja |
1989 |
bijna gelijk als huwelijk |
Neen |
|
|
Ja |
1999 |
enkel kinderen van de partner |
|
Duitsland |
Ja |
2001 |
|
Neen |
|
|
Neen |
|
beperkt zorgrecht |
|
Finland |
Ja |
2001 |
|
Neen |
|
|
Neen |
|
|
|
Frankrijk |
Ja |
1999 |
|
Neen |
|
|
Neen |
|
|
|
Hongarije |
Ja |
1996 |
|
Neen |
|
|
Neen |
|
|
|
Ijsland |
Ja |
1996 |
bijna gelijk als huwelijk |
Neen |
|
|
Ja |
1996 |
volledige adoptie, evenals gezamenlijk gezag |
|
Luxemburg |
Neen |
|
in behandeling |
|
|
|
|
|
|
|
Nederland |
Ja |
1998 |
|
Ja |
2001 |
Volwaardig huwelijk |
Ja |
2001 |
van kinderen van Nederland zelf als van buitenlandse kinderen; ook sociaal ouderschap |
|
Noorwegen |
Ja |
1993 |
zelfde regeling als in Zweden |
Neen |
|
|
Neen |
|
|
|
Portugal |
Ja |
2001 |
|
Neen |
|
|
Neen |
|
|
|
Spanje |
Ja |
|
Hangt af van deelstaat |
Neen |
|
|
Neen |
|
ouderschaps-regelingen in enkele staten. |