| Handel in moeilijke tijden. Een Gents handelshuis aan het einde van de zeventiende eeuw. (Sean De Windt) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Hoofdstuk IV: De handelspartners van handelshuis de Buck
Als één van de meest vooraanstaande stoffenhandelaars van Gent was het wel noodzakelijk voor Reynier de Buck dat hij buitenstedelijke en zelfs internationale contacten onderhield om de omvangrijke bestellingen te kunnen invullen. Daar hij zowel aan overheid als particulieren leverde mag het ook niet verbazen dat hij steeds een ruim assortiment aan stoffen in voorraad diende te hebben, om aan een zeer uiteenlopende vraag te voldoen. De voornaamste ‘binnenlandse’ handelspartners van de Buck bevonden zich hoofdzakelijk in Gent en Antwerpen. Wanneer we naar het buitenland kijken vinden we een aantal steeds terugkerende Nederlandse steden: Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Haarlem. Ook in Frankrijk had de Buck zo z’n contacten en dan met name in Parijs, Nantes en Rijsel. Duitsland is nauwelijks vertegenwoordigd in de lijst. Dit zelfde geldt ook voor Engeland waar de Buck in de jaren negentig van de zeventiende eeuw in aanvaring kwam met een paar collega-kooplui. Verder zijn er ook geen sporen van overzeese contacten terug te vinden, noch met Spanje, noch met Italië. Wat overigens ook opvalt is de vlucht die het aantal handelscontacten nam vanaf de jaren tachtig van de zeventiende eeuw. Naarmate zijn zaak verder uitbreidde, hij meer en kapitaalkrachtiger cliënteel aantrok ontstond de nood aan een uitbreiding van het aantal toeleveranciers. Deze ging de Buck niet enkel in de Zuidelijke Nederlanden zoeken, zijn speurtocht bracht hem tot in de Republiek en Frankrijk. De keuze in handelspartners tijdens de verschillende regimes was eerder beperkt. Blijkbaar speelden andere factoren bij de keuze van een leverancier dan het bewind waaronder men handel dreef. Zelf tijdens het Franse bewind in het eerste decennia van de achttiende eeuw, slaagde de Buck er in om contact te onderhouden met Nederlandse handelaars. Bovendien zagen de meeste overheersers in dat een langdurige onderbreking van de buitenlandse handel een zware hypotheek zou leggen op het economisch welzijn van de Nederlanden en misschien zelfs zou kunnen leiden tot onlusten.
Het is trouwens niet zo dat er een éénvormig profiel bestond met betrekking tot de handelspartners, en dan met name de leveranciers, van de Buck. Sommigen waren actief als ambachtslieden, anderen konden dan weer beschouwd worden als tussenhandelaars en soms krijgen we een beeld van een koopman-ondernemer voor ogen die de bestellingen uitbesteed aan derden.
Hier volgt een overzicht van de voornaamste handelspartners:
1. Ath
· Vincent Disbecq (en G.A. Disbecq) (S.A.G., FP 940, 12, 64, 84, 107, 112)
- periode: 1684-1707
- leverancier: laken
2. Antwerpen
Antwerpen kan beschouwd worden als de stad waar zich het meest toeleveranciers ophielden van de Buck. Als de voornaamste handelsstad van de Zuidelijke Nederlanden was het een ideale bevoorradingsplaats voor de Buck: niet veraf maar toch kon de Buck – door het feit dat hij over eigen transportmiddelen beschikte en zodoende koopwaar vanuit Antwerpen sneller kon aanvoeren – een concurrentieel voordeel verwerven ten opzichte van andere Gentse meerseniers. Het aantal leveranciers dat zich in Antwerpen bevond overschreed dan ook ruim dit van om het even welke andere stad. De koopwaar die van hieruit werd aangevoerd was zeer divers: van goud-en zilvergalon over laken en fluweel tot kousen.
· (weduwe van) Melchior vander Aa (S.A.G., FP 940, 15, 64, 105)
- periode: 1667-1687
- leverancier: serge, Engelse zijde, kousen, rasse, laken, linten, kant
· Peter vander Ast (S.A.G., FP 940, 71)
- periode: 1770-1773
- leverancier: kousen, draad
· (weduwe van) Frans de Beaume (en Isabella Marie, dochter van Frans de Beaume) (S.A.G., FP 940, 12, 59, 72, 76, 84, 87, 103, 114)
- periode: 1689-1706
- leverancier: laken, drapdam
· Joan. Baptiste Beeckmans (en Nicolaas Dubois) (S.A.G., FP 940, 6, 14, 58, 59, 68, 71, 112, 125)
- periode: 1701-1707
- leverancier: crêpe, chagrijn, damast, zijde
· Alexander van Bemmel (S.A.G., FP 940, 1, 11, 12, 14, 15, 23, 24, 25, 26, 32, 34, 37, 42, 43, 51, 52, 65, 84, 87, 88, 91, 107, 109, 114, 125)
- periode: 1682-1707
- leverancier: galon, goud- en zilverkant
- Rekening houdend met de legerleveringen mag het niet verwonderen dat Reynier de Buck een fervent afnemer was van goud- en zilvergalon. Weliswaar mogen we stellen dat Simon Petrus Simons als de voornaamste leverancier van de Buck mag beschouwd worden met betrekking tot deze stof. Niettegenstaande liet ook Alexander van Bemmel zich niet onbetuigd: op minder dan één maand tijd, wist hij aan de Buck voor niet minder dan fl. 2540:14:1/2 aan galon te leveren[96].
Aanvankelijk trachtte de Buck zijn trouwe leveranciers enigszins te ontzien: de vermanende en aandringende brieven die we ondermeer bij Henry Dekens terugvinden zijn eerder zeldzaam bij leveranciers zoals van Bemmel of Simons. Denkelijk ging het bij de Buck in de laatste maanden voor zijn bankroet steeds om een keuze van het minste kwaad: een keuze tussen het verlies van een getrouwe of eerder recente leverancier. Weliswaar vinden we bij van Bemmel geen herinnering tot betaling terug, toch kunnen we tussen de regels van zijn brieven enige scepsis ontwaren ten opzichte van de financiële toestand van de Buck[97].
· Peter Bergere (S.A.G., FP 940, 64)
- periode: 1695
- leverancier: laken, kemelhaar
- Dat betaling door middel van wisselbrieven niet voor elke koopman een evidentie was bleek uit de brief die Peter Bergere zond aan de Buck waarin hij stelde dat hij het wel hoogst ongewoon vond dat Reynier niet bereid was in cash te betalen[98]. Reynier, die het soms niet zo nauw nam met betalingstermijnen, gaf maar al te graag de voorkeur aan wissels. Bergeres vraag naar contant geld zal dan ook niet in goede aarde gevallen zijn bij de Buck: veel correspondentie van hem is er overigens niet, wat kan duiden op een kortstondige handelsrelatie.
· Louis van Berghe (S.A.G., FP 940, 15, 43, 59, 64, 71, 103, 114)
- periode: 1686-1707
- leverancier: laken, ratiné, kemelhaar
- In de transacties met onder meer Louis van Berghe kwam de soms aanzienlijke flexibiliteit van de sector tot uiting. Op zeer regelmatige tijdstippen zond van Berghe aan de Buck stalen laken en ratiné. Uit deze stalen kon de Buck vervolgens zijn keuze maken en deze terugzenden opdat iedere vergissing over de gekozen stof en kleur uitgesloten zou zijn. Maar indien de klant niet onmiddellijk zijn/haar gading kon vinden binnen het bestaande aanbod, dan hoefde dit niet noodzakelijkerwijs een probleem te vormen. De klant kon een eigen staal – al dan niet eerder door een concurrent van de eerste leverancier toegezonden – opsturen met de vraag om een gelijkaardige stof te vervaardigen of een stof op een welbepaalde wijze te laten verven[99]. Op deze wijze konden kooplui als de Buck snel inspelen op veranderende modetrends.
· Pedro van Berghen (S.A.G., FP 940, 1, 71, 77, 111)
- periode: 1706
- leverancier: laken
· Jan Baptiste Bertines (S.A.G., FP 940, 10, 23, 64)
- periode: 1705
- leverancier: crêpe, satijn
· weduwe Blanckaert (S.A.G., FP 940, 64)
- periode: 1693
- leverancier: laken
- Nieuwe contacten tussen afnemer en leverancier werden lang niet altijd rechtstreeks gelegd. In sommige gevallen was de bemiddeling van een derde koopman vereist. Dit kunnen we constateren toen de Buck, in 1693, een order wilde plaatsen voor een zekere hoeveelheid laken bij de weduwe Blanckaert. Hij verkoos hierbij om zijn bestelling niet onmiddellijk door te zenden naar de weduwe, maar dit te doen via Dhr. Pick – eveneens een Antwerps koopman en leverancier waarmee hij reeds sinds de jaren zeventig goede handelsbetrekkingen mee onderhield[100].
Zoals wel meer voorviel bij leveranciers van de Buck, stonden zij zelf maar gedeeltelijk in voor de vervaardiging van de stoffen. Quasi steeds werd het verven, en in veel gevallen ook de vervaardiging, van de stoffen uitbesteed. De weduwe Blanckaert vormde geen uitzondering op deze regel[101].
· Anthoine Boistel (S.A.G., FP 940, 5, 28, 87, 103)
- periode: 1680-1687
- leverancier: serge
· Thomas Boon (S.A.G., FP 940, 64)
- periode: 1682-1687
- leverancier: laken (drap de berry), drapdam, baai
- Thomas Boon verdedigde de belangen van een collega-koopman, in dit geval Anthoine Roosendaal[102] – tevens leverancier van de Buck. Opmerkelijk hierbij is dat deze Roosendaal zelf woonachtig was in Antwerpen en bijgevolg perfect in staat kon geacht worden zelf zijn belangen in de Zuidelijke Nederlanden te verdedigen. Waarom hij dit liet doen door derden werd niet geëxpliciteerd: mogelijk verbleef hij op dat ogenblik in het buitenland.
Overigens vinden we ook bij Boon – net als bij Jacobus en Matthias Sira en Anthoine Wijn – herhaaldelijk de opmerking terug dat de onkosten bij het vervaardigen van de stof, zijnde voornamelijk laken, de laatste tijd toch wel behoorlijk waren toegenomen en dat hij daarom de goederen echt niet aan een lagere prijs kon laten[103]. Maar alsof dit nog niet genoeg zou geweest zijn voor Boon bleek de Buck het niet zo nauw te nemen met de betalingstermijn en de excuses om betaling uit te stellen konden van velerlei aard zijn. Zo weigerde Reynier, in 1685, een rekening te betalen onder het mom dat hij in de Vasten geen geld kon geven daar hij dan bad (?)[104]. In april 1687, greep de Buck de geboorte van zijn laatste zoon, Jozef Franciscus, aan om zich te laten vertontschuldigen voor het uitblijven van wisselbrieven waar Boon reeds meermaals om had verzocht[105]. Wanneer Boon dan maar besloot om in eigen persoon naar Gent te gaan om het hem verschuldigde bedrag te innen, moest hij vaststellen dat de Buck voortdurend “beleedt” was waarop hij zich verplicht zag onverrichter zake terug te keren naar Antwerpen[106]. Waarschijnlijk lag het betalingsgedrag van de Buck aan het afspringen van de handelsrelatie: immers in 1687 hield de correspondentie abrupt op.
· Arnoldus vanden Bosch (en weduwe Smits; Arnoldus vanden Bosch jr., voor zijn vader, Arnoldus vanden Bosch sr.) (S.A.G., FP 940, 12, 24, 29, 34, 37, 42, 50, 61, 62, 65, 81, 102)
- periode: 1669-1705
- leverancier: fluweel, armoisijn, damast
· Jan Battist Bosmans (S.A.G., FP 940, 1, 12, 15, 23, 110)
- periode: 1706
- leverancier: laken
- Naarmate het faillissement van het handelshuis steeds nakender en onvermijdbaar scheen te worden, kunnen we vaststellen dat Reynier de Buck zich terughoudender ging opstellen naar zijn handelspartners toe. Dit was ook het geval in zijn relatie met Jan Battist Bosmans. Wanneer eind 1706 laatstgenoemde enkele staaltjes laken naar Reynier de Buck zond koesterde hij de hoop dat de Buck met spoed een tegenbericht zou zenden waarin hij een bestelling zou plaatsen voor een zekere hoeveelheid van voorgenoemde stof. Toen dit niet gebeurde schreef Bosmans een tweede brief waarin hij op enigszins verontruste toon trachtte te peilen naar het waarom van het uitblijven van een antwoord[107].
· (weduwe van) Joan. vanden Bossche (Daniël van den Bossche) (S.A.G., FP 940, 3, 25, 29, 32, 88, 117)
- periode: 1693-1705
- leverancier: griset
· (echtgenote van) Pieter Bosseler (S.A.G., FP 940, 1, 12, 15, 29, 41)
- periode: 1704-1706
- leverancier: laken, kemelhaar
· Joan. Braeckmans (S.A.G., FP 940, 14, 25, 26, 32, 42, 50, 76, 81, 91, 92, 102, 103)
- periode: 1696-1707
- leverancier: zijde, laken
· Viglius Breydel (S.A.G., FP 940, 18, 23, 69)
- periode: 1675-1676
- leverancier: brokaat, kousen
· Joan. vanden Broeck en Pedro de Vivario in co. (later: Fredericus vanden Broeck) (S.A.G., FP 940, 15, 23, 71, 87, 107)
- periode: 1667-1672 en 1706-1707
- leverancier: laken
· Karel Brughmans (S.A.G., FP 940, 12, 29, 96, 106)
- periode: 1683-1687
- leverancier: goud- en zilvergalon
· (weduwe) de Bruyne (S.A.G., FP 940, 15, 59)
- periode: 1707
- leverancier: zwarte stof (zonder verdere precisering), lint
- In hoeverre afdingen in de gewoonte lag van de meeste kooplui wordt geïllustreerd in een brief van de weduwe de Bruyne aan de Buck als antwoord op de vraag van laatstgenoemd of het niet mogelijk zou zijn om een zekere korting toe te staan op een levering. Uit het antwoord[108] van de weduwe mag nogmaals blijken dat vrouwen best hun mannetje konden staan in het handelsmilieu en dat beknibbelen op een vastgelegde prijs geen courante praktijk was – althans niet bij mevrouw de Bruyne.
· J.B. Bruyninckx (S.A.G., FP 940, 1, 26)
- periode: 1706
- leverancier: laken, drapdam
· Cornelis de Cleyn (S.A.G., FP 940, 1, 10, 11, 12, 13, 26, 29, 32, 33, 34, 37, 43, 81, 88)
- periode: 1690-1706
- leverancier: trijpe
· Jacomo de Clerck (S.A.G., FP 940, 10, 15, 28, 29, 65, 71, 83, 84, 102)
- periode: 1701-1707
- leverancier: castorine, dauphine
- Hoewel de penibele financiële toestand waarin de Buck zich bevond aanvankelijk maar heel langzaam scheen door te dringen tot het Antwerpse, was het in de zomer van 1707 heel moeilijk geworden voor Reynier om de schijn hoog te houden – laat staan een nakend faillissement te vermijden. Zo maande Jacomo de Clerck Reynier de Buck verschillende malen aan om hem de beloofde wisselbrieven toe te zenden[109]. Tevergeefs evenwel want niet veel later zou het doek vallen over de handelsactiviteiten van handelshuis de Buck.
· Ignatius Clouwet (S.A.G., FP 940, 15)
- periode: 1707
- leverancier: laken
· Franciscus Cogels (S.A.G., FP 940, 12, 32)
- periode: 1696
- leverancier: garen
- In dit geval ging het ook om een ambachtsman, wat mag blijken uit zijn antwoord op een brief waarin Reynier de Buck zich bekloeg over de kleur van het garen dat niet aan zijn smaak scheen te voldoen. Cogels bezwoer de Buck dat in gans Antwerpen niemand een dergelijke kleur kon produceren, maar dat hij bij de produktie van de volgende lading garen beter zou toezien opdat het gewenste effect zoniet behaald, dan wel benaderd zou worden[110].
· Joseph Dame (S.A.G., FP 940, 1, 14, 71)
- periode: 1706-1707
- leverancier: laken, saai
- Dat Reynier de Buck op aanzienlijke schaal legerorders kon verwerken was niet enkel bij de legertop bekend. Ook binnen het handelsmilieu zorgde men dat men, naar best vermogen, op de hoogte bleef van het profiel van zijn of haar concurrenten of handelspartners. Joseph Dame vormde hierop geen uitzondering. De wetenschap dat Reynier de Buck, van tijd tot tijd, grote hoeveelheden stof in voorraad hoorde te hebben om te voldoen aan de omvangrijke orders, inspireerde Dame er toe om in zijn correspondentie te vermelden dat hij nog een mooie hoeveelheid grijs laken in voorraad had die geschikt was voor soldatenuniformen[111].
Maar niet enkel de financiële positie van collega-kooplui was een factor van belang. Ook factoren waar de kooplui schijnbaar weinig greep op konden krijgen konden, niettemin, een grote invloed uitoefenen op de handel. En niet enkel Reynier de Buck mocht dit aan den lijve ondervinden. Andere handelaars, zoals Dame, wisten maar al te goed wat de consequenties konden zijn, waneer bijvoorbeeld de Spaanse overheid besloot om alle wolexport te verbieden: stijgende lakenprijzen[112].
· Henry Dekens (S.A.G., FP 940, 1, 13, 14, 15, 33, 43, 57, 65, 71, 76, 87, 90, 99, 102, 112)
- periode: 1705-1707
- leverancier: laken
- Hoe zeer de Buck er wel niet in slaagde om een nakend bankroet te versluieren voor sommige van zijn leveranciers kunnen we lezen in de correspondentie van Henry Dekens. Tot grote ergernis van Dekens weigerde de Buck stelselmatig om de gevraagde wisselbrieven toe te zenden. Voor Dekens was dit echter geen aanleiding om zijn leveringen aan de Buck te stoppen of zelfs te minderen, integendeel: In een aanmaning van 14 mei 1707[113] kunnen we tevens de vraag lezen of Reynier de Buck al dan niet geïnteresseerd zou zijn in een partij hoogst “seer schoon en curieus goet”. Dezelfde brief was echter aanvankelijk geschreven om een bedrag van 1313:15 guldens te vorderen van Reynier de Buck. Wanneer enkele weken later de Buck zijn schuld evenwel was opgelopen tot ca. 2397 guldens en deze nog steeds geen aanstalten maakte tot betaling werd de toon in Dekens’ correspondentie een stuk dringender. Maar het effect van de stroom aanmaningen en brieven blijken op Reynier echter weinig effect te hebben gehad[114].
· Joan Delie (S.A.G., FP 940, 103)
- periode: 1696
- leverancier: laken
· Jacobus Demont (S.A.G., FP 940, 40, 65, 83)
- periode: 1681-1703
- leverancier: laken, drap de meuse, ratiné, baai, trijpe, flanel, saai, karsaai, baai
· Pedro van Diest (S.A.G., FP 940, 1, 13, 15, 24, 25, 32, 37, 50, 65, 78, 84, 87, 102, 104, 117)
- periode: 1702-1707
- leverancier: laken, ratiné
- Niet ten onrechte vroeg Pedro van Diest zich, in een brief van mei 1707, af waar de wisselbrieven bleven die Reynier de Buck hem nog moest voor een levering van Hollands en Engels laken en Engels ratiné, ter waarde van 1728:17 guldens[115]. Net zoals Henry Dekens was van Diest een leverancier die weinig voordeel heeft kunnen halen uit zijn relatie met de Buck. Pas aan het begin van de achttiende eeuw startte hij met leveringen. Toen het handelshuis overkop ging had de Buck een aanzienlijke schuld bij hem opgebouwd.
· Balthasar van Essen (S.A.G., FP 940, 0, 5, 117)
- periode: 1692-1694
- leverancier: penningen
- Dat handel op dit niveau niet ‘face to face’ gebeurde is reeds duidelijk. Maar hoever men daarin ging, illustreert het geval van Balthasar van Essen die twee jaar lang handel dreef met de Buck zonder deze daadwerkelijk ooit gezien te hebben[116].
· Simon Ferar (S.A.G., FP 940, 1, 10, 30, 34, 40, 71)
- periode: 1696-1706
- leverancier: crêpe
· Jacomo de Fleur (S.A.G., FP 940, 1, 13)
- periode: 1705-1706
- leverancier: baracan, saai
· Francisco Gillis (S.A.G., FP 940, 40)
- periode: 1687-1688
- leverancier: goud- en zilverkant, goud- en zilverdraad
· Peter Gudart (S.A.G., FP 940, 77)
- periode: 1691-1696
- leverancier: flanel
· (echtgenote van) Ignatius Hallemans (S.A.G., FP 940, 25, 26, 34, 64, 71, 81, 84, 123)
- periode: 1684-1705
- leverancier: fluweel, taft, armoisijn, damast, laken
· d’ Herediat (S.A.G., FP 940, 59, 65, 69, 78, 98, 107)
- periode: 1692-1699
- leverancier: zilverknopen
- afnemer: kledingstukken (kleed)
· Antonius van Houten (S.A.G., FP 940, 6, 15, 58, 59, 65)
- periode: 1706-1707
- leverancier: laken, drapdam
- Indien we peilen naar de vraag of de Buck met andere kooplui, dan wel met ambachtslui handel dreef kan het antwoord divers zijn. Sommige van zijn handelspartners – zoals Alexander van Bemmel (supra) – verwijzen vrij expliciet naar hun achtergrond als ambachtsman of koopman-ondernemer. Dit vinden we ook terug bij Antonius van Houten wanneer hij het, in een brief aan de Buck, in eerste persoon enkelvoud heeft over de aanvang die hij zal maken met de vervaardiging van “schoon carmoisijnen”[117]. Maar niet veel later vermeld hij in diezelfde brief hoe hij als koopman op een van zijn laatste handelsovereenkomsten een toch wel bijzonder geringe winst wist te realiseren. Aan die matige winsten die hij slechts scheen te maken op zijn overeenkomsten met de Buck tilde van Houten overigens niet zo zwaar daar de Buck: “veel vertiert en goet volck sijt, hebbe liever U een stuyver drij a vier minder te geven.”[118] Denkelijk moet ook hier de reden gezocht worden van het genereuze krediet dat de Buck bij vele levaranciers kon aanspreken: hij stond immers bekend als een groot afnemer en een koopman met een lange staat van dienst. Het idee dat zijn handelszaak ook daadwerkelijk overkop zou kunnen gaan moet velen ongeloofwaardig in de oren hebben geklonken.
· J.B. Immenraet (S.A.G., FP 940, 1, 11, 12, 13, 14, 23, 29, 33, 34, 37, 41, 43, 50, 51, 57, 58, 61, 65, 69, 81, 83, 87, 88, 109, 111, 112, 114, 121)
- periode: 1697-1706
- leverancier: armoisijn, damast, fluweel
· van Immerseel (S.A.G., FP 940, 1, 57, 59, 65, 69, 71, 73, 110)
- periode: 1705-1706
- leverancier: drapdam
· (weduwe van) Anthoine Lefelon en Ferdinand Lefelon (S.A.G., FP 940, 8, 26, 105, 111)
- periode: 1671-1686
- leverancier: fluweel, taft, zijde
· Mattheus Loyens (S.A.G., FP 940, 1, 13, 14, 25, 78, 111)
- periode: 1704-1707
- leverancier: laken
· Francis van Mael (S.A.G., FP 940, 1, 14, 15, 71, 112)
- periode: 1706-1707
- leverancier: laken
· (echtgenote van) Jacobus de Maeyer (S.A.G., FP 940, 9, 12, 26, 42, 89)
- periode: 1701-1703
- leverancier: trijpe
· André Mangelen (S.A.G., FP 940, 11, 12, 13, 71, 81, 109, 112)
- periode: 1696-1704
- leverancier: damast, armoisijn
· Pedro en Joannes Melijn (S.A.G., FP 940, 5, 6, 9, 12, 14, 15, 22, 23, 40, 43, 57, 65, 68, 71, 73, 83, 110, 112, 113)
- periode: 1700-1707
- leverancier: laken, drapdam
· Michiel (en Marie) Michielsens (S.A.G., FP 940, 43, 112)
- periode: 1669-1677
- leverancier: borluut, zijde, linten, mantelgalon
· Henry en Albert van Miert (S.A.G., FP 940, 69)
- periode: 1675-1677
- leverancier: ballijnen
· J. van Moocke (S.A.G., FP 940, 26, 49, 57, 58, 59, 87)
- periode: 1705-1707
- leverancier: laken, ratiné
· Jan Baptiste Oudart (S.A.G., FP 940, 5, 15, 52, 109)
- periode: 1697-1706
- leverancier: saai
- Het hoefde heus niet steeds het geval te zijn dat de Buck vragende partij was in geval van levering. Net zo lief boden zijn handelscontacten, zonder voorafgaande vraag, hun waar aan in een brief waarin een bondige omschrijving werd gegeven van pas binnengekomen waar. De stijl en kernachtigheid waarin dergelijke correspondentie werd opgesteld doet veronderstellen dat het hier om een vorm van bandwerk ging, waarbij gelijkaardige brieven aan een omvangrijk cliënteel werden verzonden – naar analogie met onze hedendaagse reclamefolders[119].
· Jean Battist van Oudenhove (en zijn zoon, Jean van Oudenhove) (S.A.G., FP 940, 71)
- periode: 1667-1670
- leverancier: saai, serge, draad
· Dom. Pain d’ Avain (S.A.G., FP 940, 15)
- periode: 1707
- leverancier: laken
· Andreas Pauly (S.A.G., FP 940, 15, 23, 71)
- periode: 1706
- leverancier: laken
· Pick en Boghe in co. (Cornelis Pick en Joan. Bap. Boghe) (S.A.G., FP 940, 1, 14, 22, 33, 34, 47, 71, 78, 101, 102, 109, 112)
- periode: 1674-1707
- leverancier: damast, laken, zijde, crêpe, chagrin
· Theodorus Pinseel (S.A.G., FP 940, 69)
- periode: 1672-1674
- leverancier: (gouden) kant
· Pittan (S.A.G., FP 940, 50, 64)
- periode: 1697-1701
- leverancier: damast
· (echtgenote van) Dionisio Potteau (S.A.G., FP 940, 22, 23, 25, 26, 76, 109)
- periode:1674-1681
- leverancier: kant, fluweel, goud- en zilverdraad, galon
- Zoals wel meer voorviel werden assignaties onderling verhandeld: dit was niet anders bij de leveranciers van Reynier de Buck waarbij de ene leverancier, Theodorus Pinseel (zie hoger), een assignatie overdroeg aan de andere, Dionisio Potteau[120].
· J. Batt. van Praet (S.A.G., FP 940, 28)
- periode: 1687
- leverancier: laken, drapdam
· Jacques Proli (S.A.G., FP 940, 91)
-