| Burgers, boeren en soldaten. Militaire lasten in de twee steden en het Land van Aalst 1621-1648. (Tom Boterbergh) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
HOOFDSTUK V.
LEVEREN VAN KEURLINGEN, WAGENS EN ANDERE
Zoals we reeds gezegd hebben op het einde van het vorig hoofdstuk waren de bedes en de inkwartieringen niet de enige vorm van extra lasten die de lokale bevolking te verduren kreeg. Men had verschillende producten die aan de soldaten dienden geleverd te worden, zoals voedsel, kaarsen, hout en dergelijke. Daarnaast had men ook heel onregelmatige lasten. Dit zijn onder meer het leveren van weerbare mannen (keurlingen), het leveren van wagens om vanalles en nog wat te transporteren, het onderhouden van zieken en krijgsgevangenen,…
We hebben dit hoofdstuk als volgt ingedeeld: eerst zullen we iets zeggen over de keurlingen, omdat dit veel ter sprake kwam op de vergaderingen van het landscollege, en omdat dit onderdeel van de oorlog in de nieuwe tijden tot op heden veel te weinig in het historisch onderzoek belicht is geweest en nog is. Het volgende punt is het leveren van wagens, waarover hetzelfde kan gezegd worden. Deze twee waren onregelmatige opeisingen, en dienden vrijwel altijd snel opgevolgd te worden, omdat er anders represailles zouden kunnen komen in de zin van meer troepen voor het wintergarnizoen of andere. Het derde punt van dit hoofdstuk zal handelen over de ontvangst en behandeling van de zieke en gewonde soldaten en het vierde over de ontvangst en het lot van krijgsgevangenen. In het vijfde punt tenslotte zal iets meer gezegd worden over de passages en repassages van troepen en het leveren van bepaalde producten aan soldaten op doortocht. Maar zoals gezegd beginnen we met de levering van keurlingen ofte weerbare mannen.
Het zenden van keurlingen of weerbare mannen was een niet onaanzienlijke, doch wel een onregelmatige last. H. van Houtte beschouwt dit als één van de specifieke lasten die het platteland in oorlogstijd te dragen had. Van oudsher brachten de plattelandsdistricten kleine milities op de been, om zich te beschermen tegen rondtrekkende vagebonden, gedeserteerde soldaten en ander gespuis. Deze keurlingen, over het algemeen tussen de twintig en vijftig, maar soms ook tussen zestien en zestig jaar oud, werden volgens deze auteur vooral ingeschakeld in de wacht langs de rivieren, die tot dit doel in verschillende sectoren verdeeld waren. Daarnaast werden ze vooral ingeschakeld in het bewaken van bepaalde plaatsen,
terwijl de soldaten op dat moment aan het front streden.[356] Wij hebben dit uitgebreid onderzocht voor onze regio. Om dit enigszins handig over te brengen, hebben we geopteerd voor een weergave in tabelvorm, die we dan zullen bespreken. Onderstaande tabel is als volgt ingedeeld: de data zijn deze van de vergaderingen van het landscollege, waar de verzoekschriften van de desbetreffende personen tot leveren van X aantal keurlingen voorgelegd werden en men een besluit nam. De tweede kolom vermeldt welke personen om deze last vroegen, terwijl in de derde kolom het aantal gevraagde mannen vermeld wordt. Wanneer tussen haakjes Vlaanderen wordt vermeld, dan betekent het dat dit aantal gold voor heel het graafschap Vlaanderen. Het landscollege aanvaardde al dan niet deze eis en besliste hoeveel mannen ze uitzond (kolommen vier en vijf). In de meeste gevallen gebeurden deze leveringen volgens het transport. De zesde en zevende kolom verhalen waar deze mannen naartoe gestuurd werden met hun loon per dag of per maand. Het leeuwendeel van de informatie van deze tabel heb ik alweer gehaald uit de resolutieboeken van het landscollege. Sommige zaken, zoals bijvoorbeeld de gemiddelde diensttijd zijn heel moeilijk te achterhalen, omdat daar slechts sporadisch melding van wordt gemaakt.
De meldingen in onderstaande tabel, werden die in de praktijk wel toegepast? Ook dit aspect is moeilijk te achterhalen, daar doorgaans onmiddellijk op het voorstel van de personen tot het leveren van keurlingen besloten wordt akkoord te gaan of niet, en dan worden de repartitielijsten opgemaakt en aan de verschillende parochies gezonden. Het opmaken van deze lijsten was trouwens ook het werk van de gedeputeerden. Ze bepaalden ieders lastenaandeel (veelal volgens het transport) en maakten deze over aan de parochies, die wel lijsten dienden over te maken met de namen van de mannen die beschikbaar konden gesteld worden om als keurling mee te gaan. We hebben ook onderzocht hoeveel een keurling vergoed werd. Hoe werden ze ingedeeld? Wie betaalde ze? Op al deze vragen heb ik getracht een antwoord te vinden. Maar eerst gaan we over naar de tabel (9):
|
datum |
verzoek van: |
verzocht aantal |
toegestaan ja/nee |
aantal |
plaats |
vergoeding per man per dag (in schellingen parisis) |
|
eind september 1624 |
graaf van Coupigny |
? |
ja |
? |
Breda |
? |
|
oktober 1624 |
gouverneur van Hulst |
? |
neen |
/ |
Hulst |
|
|
22/12/1624 |
de vorst en de heer Van der Rode |
575 |
ja |
575 |
verspreid over het Land van Waas |
? |
|
30/7/1625 |
graaf van Coupigny |
3.500 (Vlaanderen) |
neen |
/ |
Voorde en Land van Waas |
? |
|
4/6/1631 |
de vorst |
400 |
ja |
400 |
Aalter |
30 |
|
19/1/1632 |
de vorst |
200 |
ja |
200 |
Hulst |
? |
|
1/6/1632 |
de vorst |
600 |
? |
600 |
Hulst |
? |
|
2/9/1633 |
de vorst |
600 |
ja |
600 |
Rupelmonde |
20 |
|
1/9/1634 |
graaf van Fontaine |
? |
ja |
200 |
Zelzate |
? |
|
29/5/1635 |
Raad van Vlaanderen |
490 |
ja |
490 of 540? |
? |
? |
|
27/6/1635 |
de vorst |
? |
ja |
? |
ondermeer Aalst |
? |
|
27/6/1635 |
de vorst |
alle lantslieden (naar de schelde) |
neen, wel naar Brabant |
1200 |
Brabant |
? |
|
begin juli 1635 |
de vorst |
? |
ja |
? |
Hulst |
? |
|
8/5/1636 |
? |
? |
ja |
? |
fortificatie van Aalst |
24 |
|
13/6/1637 |
Raad van Vlaanderen |
419 |
neen |
|
|
|
|
6/12/1637 |
kapitein Maliuers |
geen |
ja |
95 + 1 sergeant en 1 alferis |
Oostende, daar in garnizoen liggend |
? |
|
6/3/1639 |
Raad van Vlaanderen |
4100 (Vlaanderen) |
ja |
500 |
rekruten in 5 tertio’s |
? |
|
september 1640 |
Raad van Vlaanderen |
4000 (Vlaanderen) |
ja |
± 2000 |
overal in Vlaanderen |
? |
|
september 1641 |
graaf van Fontaine |
1000 |
ja |
800 |
dijken in Vlaanderen |
? |
|
eind februari 1642 |
Don Francisco de Melo |
300 à 400 |
ja |
eerst 350, later 400 |
de nieuwe vaart tussen Gent en Brugge bewaken |
? |
|
1/4/1642 |
idem |
400 |
ja |
230 |
Sas van Gent |
? |
|
8/1/1643 |
Don Carlos Guasco |
zoveel als in Breda in 1624 |
ja |
? |
? |
? |
|
7/6/1643 |
Don Carlos Guasco |
3.000 (in Vlaanderen) |
ja |
343 |
Zelzate, o.l.v. kap Nieghem |
? |
|
7/6/1644 |
graaf van Isenbourg |
1000 |
ja |
1000 |
Zelzate |
10 |
|
30/7/1644 |
graaf van Isenbourg |
zoveel mogelijk |
ja |
1000, mee op zomercampagne |
Zelzate en langs de Schelde in het Land van Waas |
10 |
|
15/5/1645 |
Raad van Vlaanderen |
1900 (Vlaanderen) |
ja |
220 |
Ieper, onder het tertio van Maestro de Camp Stoppelaar |
? |
|
1/6/1645 |
markies Castel Rodrigo |
1500 |
ja |
1500 |
Land van Waas |
16 |
|
6/6/1645 |
generaal de beck en mark. Castel Rodrigo |
helft van de inwoners van de generaliteit |
neen |
|
|
|
|
25/6/1645 |
generaal de Beck |
1500 (generaliteit van Aalst en LvD) |
ja |
1268 |
Land van Waas; Moerbeke |
? |
|
28/6/1645 |
idem |
? |
ja |
? |
Land van Waas |
25 |
|
26/7/1645 |
Raad van Vlaanderen |
2500 (Vlaanderen) |
neen |
|
|
? |
|
26/9/1645 |
Mark. Castel Rodrigo |
1000 |
ja |
1000 |
nieuwe vaart tussen Brugge en Gent |
? |
|
9/10/1645 |
generaal de Beck |
1000 |
ja |
856 |
Land van Waas |
? |
|
8/11/1645 |
idem |
600 |
ja |
600 |
Dendermonde |
16 |
|
8/1, 9/1 en 13/1/1646 |
graaf van Sint Amour |
zoveel mogelijk |
ja |
200 (uit 14 parochies) |
onder graaf van Sint Amour aan de Schelde |
? |
|
19/4/1646 |