“Onze strijd is juist”. Tegenstellingen in een Oost–Vlaamse bezette gemeente. De geschiedenis van Waarschoot tijdens de Tweede Wereldoorlog. (Karel Linseele)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

I. Situering

 

Algemene situering

 

De gemeente Waarschoot bevindt zich in de provincie Oost–Vlaanderen, in het arrondissement Gent, meer bepaald in het Meetjesland. Ze grenst in het noordwesten aan Eeklo, in het noordoosten aan Kaprijke, in het oosten aan Evergem, in het zuidoosten aan Lovendegem en in het westen aan Zomergem. Ze beslaat een oppervlakte van ongeveer 2.191 ha. Het ligt in een vlak landschap met hoogtes die variëren tussen zes en tien meter. Het is drie waterlopen rijk: de Burggravenstroom, de Lieve en het Brackeleiken.[2]

 

Waarschoot, tot diep in de negentiende eeuw nog totaal van zijn buurgemeenten geïsoleerd, kreeg eind negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw een uitstekende infrastructuur. In 1861 kwam er een spoorwegverbinding. Het rechttrekken van de rijksweg Brussel – Oostende, in 1929 en 1936, veranderde het uitzicht van het oude Waarschoot fundamenteel. De rijksweg liep voortaan niet meer door het dorp en zou van langs om meer als scheidingslijn fungeren. Kasseien werden door betonstroken vervangen en in september 1937 werd het tweede rijstrook voor het verkeer opengesteld. Datzelfde jaar werd ook de nieuwe brug over de Lieve in gebruik genomen.[3]

 

In 1939 telde Waarschoot  7294[4] inwoners met een bevolkingsdichtheid van 333 inwoners per vierkante kilometer.

 

 

Schets van het sociaal – economisch leven

 

In 1930 was 16,5 % van de actieve bevolking werkzaam in de primaire sector. De aanwezigheid van enkele grote mechanische textielbedrijven, binnen de eigen gemeentegrenzen, zorgde ervoor dat 59,2 % in de secundaire sector tewerkgesteld was, een unicum voor een Vlaams plattelandsdorp. In 1924 waren 3 belangrijke textielbedrijven gevestigd in Waarschoot. In totaal verleenden ze aan 1883 mensen werk. Het belang van Waarschoot als textieldorp blijkt onmiskenbaar wanneer we deze cijfers met twee buurdorpen vergelijken : Sleidinge  en  Evergem telden respectievelijk 160 en 57 actieven in de secundaire sector. De economische crisis van de dertiger jaren vond ook in Waarschoot zijn weerslag. De eens zo bloeiende weverij Lousbergs in Beke[5], een deelgemeente van Waarschoot, sloot in 1933 haar deuren. Zij telde toen 743 werknemers.  Kort nadien werd ze gesloopt. Om die leemte gedeeltelijk op te vullen richtte Leon Speeckaert in 1936 te Beke een eigen fabriek op. Dat zelfde jaar in juli had er op de gemeente een staking plaats. Het betrof de eerste sinds 1928. De resterende 24,3 % van de Waarschootse bevolking vond werk in de tertiaire sector.[6] Hieruit kunnen we veronderstellen dat de absolute elite enerzijds uit fabrieksbazen en anderzijds uit rijke landbouwers of landeigenaars bestond. Een sport lager op de sociale ladder bevonden zich de uitoefenaars van vrije beroepen, zelfstandigen en hogere ambtenaren.

 

Waarschoot kende – en kent nog steeds - een zeer rijk verenigingsleven. Sociaal – economische groepen, mensen met een zelfde hobby, studenten met een droge lever, allen organiseerden zich in een bepaalde vereniging, die al dan niet duidelijk in een bepaalde zuil te situeren valt. Getuige daarvan is het grote aandeel dat in populaire fotoboeken over de geschiedenis van Waarschoot ingenomen wordt door een stoet van mensen op hun paasbest en met de vlag in een hoekje. Het verenigingsleven illustreert duidelijk dat Waarschoot zich bij de Vlaamse emancipatiestrijd niet onbetuigd gelaten heeft. Reeds 1848 werd de rederijkerskamer ‘Voor Kunst en Moedertael’ opgericht. Een Katholieke Vlaamse Studentenkring met als belangrijkste doelstelling de liefde tot de moedertaal te ontwikkelen, werd in 1897 opgericht. In 1912 werden Daensistische kernen opgemerkt op de Kere. Op 20 april 1916 zag de studentengilde “Delvend bergopwaarts” het leven. Men wou : “Een beweging van christene jonge Vlamingen en Vlaamse studenten, die Vlaanderen willen hernieuwen in Christus” vormen. Toen in mei 1919 alle oud-strijders van de “Groote Oorlog” samengeroepen werden in een herberg heerste er twijfel of men bij de Nationale Strijdersbond of het Verbond der Vlaamse Oud - Strijders zou aansluiten. Nadat men tot stemming was overgegaan besloot men zich tot de Nationale Strijdersbond aan te sluiten. Er zijn echter aanwijzingen dat er zich een groep(je) afscheurde dat alsnog toetrad tot het VOS.[7] Een georganiseerde uitstap naar de Ijzerbedevaart genoot in 1925 grote belangstelling. Voor de foto poseerden onder andere twee personen die zich later zouden aansluiten bij het VNV.[8]

 

Ook het gemeentebestuur toonde zich sterk geëngageerd voor de belangen van de Vlaamse Beweging. In 1898 stuurde de gemeenteraad een motie naar de Kamer tot onvoorwaardelijke steun aan het wetsvoorstel De Vriendt – Coremans tot officiële gelijkschakeling van de beide landstalen, in 1906 een motie tot steun aan het wetsvoorstel Coremans betreffende het gebruik van het ‘Vlaams’ in het middelbaar onderwijs, in 1920 een motie ten gunste van de vervlaamsing van de Gentse Hogeschool en openbare besturen in Vlaanderen en in 1923 een motie tot de vernederlandsing van de Gentse Universiteit.  In 1928 keurde het gemeentebestuur een toelage goed voor de oprichting van het IJzermonument.[9]

 

Eén vereniging, de in 1930 opgerichte voetbal – en atletiekclub F.A.C. Zwarte Leeuw bevond zich bijzonder in het vaarwater van het Vlaams – Nationalisme.  Eén op de vier leden of sympathisanten, waaronder de stichter, zou zich tijdens de bezetting in de collaboratie storten. In 1938 werd Van De Wiele, de latere oorlogsburgemeester, voorzitter van de club. In het seizoen 1938 – 1939 stapte men als reactie tegen de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) over naar de Vlaamse Voetbalbond (VVB).[10] Een aanvraag om subsidies te verkrijgen werd prompt verworpen door het gemeentebestuur, waarschijnlijk omwille van het raar geurtje dat de club omgaf. Tijdens de bezetting zou men nog duidelijker kleur bekennen. Zo was het veld van het kamp van de Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen in Waarschoot[11] één van de vaste oefenterreinen van de ploeg en speelde men regelmatig gelegenheidsmatchen tegen Duitse soldaten. Eerlijkheid gebiedt ons echter te erkennen dat drie vierde niet collaboreerde. De continuïteit in de ledenlijsten van de drie voetbalclubs die elkaar in de periode voor en na de Tweede Wereldoorlog opvolgden doet ons vermoeden dat  het grootste deel van Zwarte Leeuw waarschijnlijk louter sportfreaks waren voor wie het niet uitmaakte welke politieke kleur hun club had. Het lidmaatschap van een verzetsman en een persoon zoals Arsenius De Prest, de CVP–burgemeester die vanaf de gemeenteraadverkiezingen in 1946 tweeënveertig jaar aan de macht zou blijven,  bevestigt deze hypothese.[12]

 

Communistische verenigingen telde Waarschoot naar alle waarschijnlijkheid niet. Het enige spoor in die richting is een dienstweigeraar in 1939, die volgens de politiecommissaris toen uitgesproken communistisch was.  Tijdens de bezetting zou hij echter opeenvolgend lid worden van Dinaso en later het VNV en dienst nemen bij de Fabriekswacht en de Waffen–SS.[13]

 

 

Schets van het politiek leven[14]

 

Bij de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht in 1919 werden de politieke verhoudingen meteen voor lange tijd verankerd. De gemeenteraadsverkiezingen tussen 1921 en 1958[15] waren uitermate voorspelbaar. De katholieken waren telkens veruit in de meerderheid en behaalden gewoonlijk acht zetels van de elf zetels.  Nu en dan konden zich ze verheugen over een score van negen. De socialisten haalden meestal drie zetels maar moesten zich in magere jaren tevreden stellen met twee. Voor de bestudeerde periode behaalden de katholieken met andere woorden vijfenzeventig procent van de stemmen tegen vijfentwintig procent voor de socialisten.

 

De enige waarneembare evolutie is een dalende trend in de socialistisch aanhang. Het opkomen van verschillende katholieke lijsten was daarnaast zowat het enige wat de verkiezingen zo nu en dan wat kleur gaf. Zo beschikte de katholieke kiezer in de jaren 1926, 1938 en 1958 over enige keuzemogelijkheid in het stemhokje. In 1938 was het katholieke kamp het sterkst verdeeld en kwam het zowaar op met drie lijsten.

 

De gemeenteraadsverkiezingen van 1938 waren tevens in ander opzicht een uitzondering. Het was de eerste keer dat een Vlaams–nationalistische lijst opkwam. De parlementsverkiezingen van 1936, waar het kersverse Vlaams Nationaal Verbond uit het niets met vierentwintig procent voor het kieskanton Waarschoot zowaar de tweede grootste partij werd zat daar ongetwijfeld voor iets tussen. Van de Wiele, apotheker met zijn zaak in de Stationstraat, voerde de lijst aan. De monsterscore van 1936 had hem waarschijnlijk doen watertanden en in 1938 liet hij zijn politieke ambities botvieren door lid te worden van het VNV.  Het liep volledig anders uit dan verwacht en men behaalde maar vijf procent van de stemmen of geen enkel zetel.

 

De katholieken en socialisten verdeelden de zitjes in de gemeenteraad en het schepencollege als volgt:

 

katholieken

 

lijst  “katholieken”

 

burgemeester : Dr. Van Alfred Hecke.

eerste schepen : René Standaert

drie raadsleden : Jules De Craene, en de H. Leopold Vuyst en Karel Welvaert

 

lijst “christen – democraten”

 

tweede schepen : Cyriel D’hondt

één raadslid : Jules Heyde

 

lijst “afzonderlijke katholieken”

 

1 raadslid : Basiel Mortier

 

socialisten

 

3 raadsleden : Julia De Pauw, Jules De Pauw en Omer Roegiers.

 

Toen burgemeester Van Hecke overleed onderging het gemeentebestuur de laatste wijziging vóór mei 1940. Op tweeëntwintig december 1939 werd hij vervangen door eerste schepen René Standaert. Raadslid Karel Welvaert nam daarop op tien januari 1940 het vrijgekomen schepenmandaat op. Aloïs Boterdaele verving hem op als gemeenteraadslid.[17]

 

De verkiezingen van 1938 betekenden wel het startsein voor de oprichting van een plaatselijke afdeling van het VNV door Van de Wiele. Verdere gegevens bijeensprokkelen over het VNV tijdens die periode is zoeken naar een naald in een hooiberg. Ledenlijsten werden niet bewaard – Van de Wiele gaf zowel in mei 1940 als in september 1944 het bevel alle documenten te vernietigen[18]- en bijgevolg moeten we ons baseren op de vermoedens van politiecommissaris De Vriese tijdens de repressie. Hij vermoedde dat tien man reeds voor de bezetting lid was van het VNV.[19] Indien we nu degenen die hij niet vermeldt maar die wel voorkomen op de VNV-lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 daarbij optellen dan komen we aan zestien leden[20].

 

            Het is eveneens interessant na te gaan wie van de kandidaten voor de verkiezingen van 1938 tijdens de bezetting een actieve rol speelde[21]. Het eerste dat opvalt is dat van de elf VNV – kandidaten er zes à zeven[22] tijdens de repressie het voorwerp waren van een burgerlijke epuratie. Allen werden veroordeeld omwille van hun politieke collaboratie en drie daarvan werden nog eens veroordeeld omwille van hun militaire collaboratie. Eén iemand, een zekere Roman I, distantieerde zich volledig van het VNV tijdens de bezetting Hij vond dat het een VNV een té Duitsgezinde koers voerde. Hij verklaarde zijn oude vriend Van de Wiele in het openbaar dat hij Vlaming en geen Duitser was.  Hij motiveerde zijn afkeer voor de Duitsers door te fulmineren tegen de waanzinnige sommen die het nationaal-socialistische Duitsland aan propaganda uitgaf. De breuk was compleet toen hij het opnam voor iemand die door Van de Wiele beschuldigd werd van het uiten van anti-Duitse uitspraken.[23] Twee anderen lijken na de verkiezingen de mist te zijn ingegaan.

 

Op de katholieke lijsten vonden we drie personen terug die we als Nieuwe Orde-gezind kunnen beschouwen. Verder pleegde één iemand een verzetje[24].[25] Op de socialistische lijst vonden we één en mogelijks drie verzetsmensen[26] van de Patriottische Militie terug. De persoon waar we zeker over zijn werd niet erkend. Eén van de twee waarover onzekerheid bestaat werd tevens niet erkend, de andere kreeg het statuut van gewapende en burgerlijke weerstander voor zijn rol in de organisatie Socrates[27].

 

 

II. De Achttiendaagse Veldtocht

 

Het was zoals gezegd onze opzet om de invloed van de installatie van een oorlogsburgemeester door de bezetter op het dagelijks leven weer te geven. We trachtten met andere woorden de gevolgen van een externe factor op een samenleving te schetsen.[28] Daarbij leek het ons van belang aan te tonen hoe die externe factor tot stand kwam. We zullen nu trachtten het militaire verhaal zoveel mogelijk vanuit het standpunt van die gemeenschap te schetsen.

 

            Toen op drie september 1939 Duitsland Polen binnenviel en Groot – Brittannië en Frankrijk het als reactie daarop de oorlog verklaarden, mobiliseerde België zijn bescheiden leger. Het kleine belgenland zou voor de tweede keer in twintig jaar zijn onafhankelijkheid trachtten te vrijwaren. België voerde naar analogie van 1914 opnieuw een strikte neutraliteitspolitiek. In het kader van daarvan werd elke geallieerde hulp geweigerd en stelde het zijn troepen zo op alsof het een aanval zowel van Duitse als van geallieerde zijde verwachtte. Meer dan vijfhonderd Waarschootse jongelingen kregen een mobilisatieoproep[29]. België en zijn Waarschootse onderdanen wachtte angstig af.

 

            In de ochtend van 10 mei 1940 was het zover, de beproeving was begonnen. Duitsland was Nederland, België en Luxemburg binnengevallen en Britse en Franse legercolonnes schoten ter hulp. De staatsveiligheid ging meteen van start met het aanhouden van 6000 Belgische en buitenlandse verdachten. Duitsers, bekende leiders van Nieuwe Orde-gezinde partijen zoals het VNV, Verdinaso, Rex, zelfs communisten en – god weet waarom -  joden werden opgesloten.[30] Van de Wiele, de leider van de Waarschootse afdeling van het VNV werd eveneens door de staatsveiligheid aangehouden en opgesloten in de Waarschootse politiecel. Hij had het blijkbaar verwacht want zijn troepen hadden voor hij aangehouden werd op zijn bevel reeds alle papieren verbrand. Op vraag van Van de Wiele kwam politiecommissaris De Vriese tussenbeide. Van de Wiele kon enkele uren later de cel reeds verlaten. Hij dankte De Vriese hartelijk.[31]

 

Gaby Van de Wiele, die toen in het lagere onderwijs zat en een belangrijk bron is om een beeld te krijgen van het bezette Waarschoot, beschreef hoe het in haar wereld oorlog werd. Toen ze opstonden om naar school te gaan zei hun moeder dat het oorlog was. Iemand in de buurt die in het bezit was van een radio had haar dat verteld. Even later toen de krant kwam zagen ze het zwart op wit. Wat de consequenties waren van het woord “oorlog” drong maar zeer traag bij haar door. Ze vond het aanvankelijk zeer tof. Het was een stralende dag – Het is opmerkelijk hoe elke respondent daarmee aanving, daarmee op een manier implicerend dat er iets niet klopte: het begin van iets verschrikkelijks op een mooie ochtend. Vervolgens wanneer ze over de bevrijding begonnen hadden ze het opnieuw over het schitterende weer deze keer als ware het een soort voorteken, een magisch – realistische knipoog in hun verhaal Ze dienden niet naar school te gaan en overal stonden mensen in groepjes op straat te praten. Kortom een zalige dag voor een kind. Maar dan plots werd ze met de realiteit geconfronteerd: “We zagen de vliegtuigen en toen ging het luchtalarm. Dan diende je naar binnen te vluchten want als het luchtafweergeschut in actie schoot [sic: kwam] was het gevaarlijk.” Ze vertelt verder hoe sommigen reeds een “onderstand” hadden. Het betreft hier een langwerpige put afgedekt met dikke stokken en bussels hout. Voor bezorgde huisvaders een middel om echtgenote en kinderen een – zij het wat bescheiden – bescherming tegen stuka’s en ander onheil te bieden, voor kinderen een toffe ervaring:  papa bouwde een kamp waar men dan soms ‘s nachts mocht inzitten![32]

 

            Vrij snel kwam er een vluchtelingenstroom richting Frankrijk op gang. Onder hen duizend Waarschootse jongens tussen zestien en vijfendertig die gevolg gaven aan de oproep van de overheid om zich met eigen middelen naar Frankrijk te begeven. Het was de bedoeling met die rekruteringsreserve een nieuw leger te vormen. Zo ver kwam het echter niet. Voor hen was het één dol avontuur, een vakantie waar ze alleen maar konden van dromen. Ze spraken af met vrienden en bekenden en in groepjes fietsten ze door West – Vlaanderen en Noord – Frankrijk. Ze hadden wat proviand mee, sliepen onderweg bij boeren en staken de handen uit de mouwen om een beetje geld te verdienen. Naar wat we konden opmaken ging geen enkel lid van het gemeentebestuur of politie op de vlucht.

 

Op maandag twintig mei, de dag waarop de gevechten aan het kanaal Gent – Terneuzen begonnen, vestigde het secretariaat van het tweede Belgische Legerkorps zich in de Waarschootse pastorij. De rijksweg Gent-Eeklo-Brugge was voorbehouden voor militairen. De volgende zes dagen zou de gemeenschap met knikkende knieën het krijgsgewoel doorstaan. Waarschoot zat er middenin. Het Belgisch leger had namelijk heel wat geschut in Waarschoot opgesteld met als gevolg dat het dorp regelmatig door de Luftwaffe werd bestookt. Op vrijdag vierentwintig mei slaagden de Duitsers erin het kanaal Gent–Terneuzen over te steken. Om 13u30 vielen de eerste soldaten in feldgrau en Stahlhelm de gemeente via Sleidinge binnen. De Belgische troepen hadden zich intussen achter het Schipdonkkanaal teruggetrokken. Eeklo lag de hele dag onder zwaar onder artillerievuur. In de nacht van zaterdag vijfentwintig op zondag zesentwintig mei en de rest van de dag was het de beurt aan Waarschoot. De kerk werd door verscheidene granaten getroffen maar liep geen noemenswaardige schade op. Het gebouw van de parochiale werken in de Nijverheidsstraat werd erg gehavend. Een klas waar Duitse troepen ingekwartierd lagen kreeg een voltreffer. Diezelfde dag slaagden de Duitsers erin, ondanks het soms heldhaftig optreden van het Belgische leger, het Schipdonkkanaal over te steken. De balans werd opgemaakt: twee vrouwelijke inwoners lieten tijdens de bombardementen het leven én iemand werd – betrof het hier een verdwaalde kogel? – doodgeschoten door de rijkswacht. Een vierde inwoner overleed in Gent. Velen meer waren waarschijnlijk gewond tot zwaargewond. Het ontbreekt ons echter aan gegevens. De enige aanwijzing in die richting is een verklaring van een postbode die ter verdediging van Van de Wiele tijdens de repressie getuigde hoe hulpvaardig die wel was. Van de Wiele, een apotheker, verzorgde hem toen hij zwaargewond raakte.

 

Toen het leger zich twee dagen later op dinsdag achtentwintig mei overgaf  dienden de gebouwen van de parochiale werken in de Nijverheidsstraat als doorgangscentrum voor Belgische krijgsgevangenen. Meer dan achthonderd man werd langs hier afgevoerd. Een shrapnel van het Duitse afweergeschut ontplofte recht tegenover de St–Ghislenuskring en kwetste daarbij vijf slapende Belgische soldaten. Eén ervan werd dodelijk getroffen.

 

            Gedurende de zes dagen dat Waarschoot het voorwerp was van krijgsgewoel werd het daarbij nog eens geconfronteerd met plunderende en zich tegenover de burgerlijke bevolking misdragende soldaten. De Duitsers stalen fietsen, kledij, zeep, eten en drank. Hiervoor werden later vergoedingen uitgekeerd. Deze werd door middel van een ingenieus systeem ironisch genoeg niet door de Duitse maar door de Belgische staat  uitbetaald. De Belgische krijgsgevangenen, die ingekwartierd waren in de lokalen van parochiale werken, lieten ze door het feit dat ze zich in het “vaderland” bevonden ook niet weerhouden van het plunderen en beschadigen van de gebouwen. Naar verluidt zouden Duitse soldaten daarenboven bij het binnenrukken enkele inwoners vrij zwaar mishandeld hebben.

 

            Naast burgerslachtoffers hadden Waarschoot ook vier gesneuvelden te betreuren.[33]  

 

 

III. Ontstaan van een nieuwe dagdagelijksheid: de bezetting

 

Na de capitulatie viel alles langzaamaan weer in zijn plooien. Eerst keerden de vluchtelingen die niet verder dan België geraakt waren terug. Na de overgave van het Franse leger op tweeëntwintig juni kwamen ook de vluchtelingen die Frankrijk gehaald hadden terug.[34] Daaronder bevonden zich de rekruteringsreserve van jonge mannen. De meeste geraakten niet verder dan Noord – Frankrijk waar ze in de armen van het Duits leger waren gelopen. Sommigen kwamen met de trein terug.[35] Anderen geraakten thuis met de hulp van het Vlaamsch Kruis, de Vlaamse tegenhanger van het Belgische Kruis. Dit organiseerde een autokaravaan voor de Meetjeslandse jongeren die in Zuid – Frankrijk vastzaten.[36] Na verloop van tijd zouden ook de krijgsgevangen echtgenoten en zonen worden vrijgelaten.

 

Ook voor Gaby Van de Wiele hernam het leven weer zijn normale gang. Toen het nieuwe schooljaar in september aanving waren de lessen weer als vanouds. Het enige wat in het oog sprong waren de Duitse soldaten die zo nu en dan opdoken.  Ze werden ingekwartierd in schuren, scholen en bij particulieren. Eind september zaten er reeds troepen in de lokalen van de parochiale werken en in oktober vormde men de turnzaal van een school[37] om in een paardenstal. De pastorij viel tevens bij de Duitsers in de smaak. Naar verluidt werd er een commandopost ingericht.[38]

 

De Militärverwaltung, een bestuur van militairen en gemobiliseerde burgers werd in juni ingesteld in België. Het militair bestuur werd ervaren als een mildere vorm van bezettingsbestuur, zeker in vergelijking met een burgerlijk bestuur, dat veelal uit overtuigde nazi’s bestond. Het is interessant om na te gaan wat zich - voor wat onze casus betreft - waar bevond.

 

Waarschoot werd met niet meer dan enkele ingekwartierde soldaten geconfronteerd. Haar buurgemeente Eeklo daarentegen werd vereerd met een omvangrijke en gewichtige aanwezigheid. Vanaf zeven juni resideerde de Ortskommandatur, een Duitse instelling op lokaal niveau, op het stadhuis van Eeklo. Op zes november verhuisde het naar het vredegerecht. Diezelfde maand streek ook de Feldgendarmerie, een soort rijkswacht, neer in de Gentsesteenweg.[39] Het kanton Eeklo was afhankelijk van de Kreiskommandatur 630 dat gevestigd was in Gent. Het arrondissement Gent hing af van de Feldkommandatur 570 eveneens in Gent. Op provinciaal niveau - zowel Oost- als West – Vlaanderen – treffen we de Oberfeldkommandatur 570 aan, ook te Gent.[40]

 

 

IV. Het VNV grijpt de macht

 

Toen België onder Duits bestuur kwam achtte het VNV het moment aangebroken om zijn eisen te trachten verwezenlijken. Het besloot zoveel mogelijk het bestuur te infiltreren om zijn macht uit te breiden.

 

Op lokaal vlak plaatste het bijvoorbeeld zijn mannetjes in gemeentediensten.  Toen de Waarschootse politie, die vóór de bezetting slecht uit een commissaris en twee veldwachters bestond, versterking kreeg slaagde het VNV erin één van zijn mannetjes als hulpagent te laten benoemen.[41]

 

Ook het lokaal comité van de Bond voor Luchtbescherming[42] werd langzaam overgenomen door het VNV. In mei 1940 werd er beslist dat er een locale post met vier betaalde leden tot stand moest worden gebracht. Het vrijwilligerskorps mocht blijven bestaan. Op dat moment stond de luchtbescherming nog onder bevel van een gepensioneerde rijkswachter. Op het einde van 1940 werd het bevel overgenomen door Albert WO, koster van Beke[43], boezemvriend van Van de Wiele en prominent VNV’er[44]. Hij maakte het de betaalde leden meteen duidelijk dat de kans groot was dat ze hun job zouden verliezen als ze zich niet bij het VNV aansloten. Het dreigement miste zijn doel niet.[45] 

 

Men trachtte eveneens het Winterhulpcomité[46] te infiltreren. Van de achtendertig namen die we in verband konden brengen met de plaatselijke afdeling, gaande van het bestuur tot de dames die de soep uitdeelden, waren er acht die een belletje deden rinkelen.[47] Drie personen werden na de bezetting veroordeeld. Het gaat om twee raadsleden, waaronder Albert WO, beide politieke collaborateurs. De derde was VNV’er, maakte deel uit van de DM/ZB[48] en ging later bij de Vlaamse Wacht en de Waffen-SS. Verder waren er twee personen waarvoor er aanwijzingen zijn dat ze Nieuw Orde - gezind[49] waren. De eerste, de penningmeester, werd op de hier onder beschreven inhuldiging van Van de Wiele uitgenodigd en schreef een vurig kaartje ter felicitatie. Hij meldde zich wel ziek. Bij de andere, de werk – en propagandaleider, had achteraf het feestje plaats. Tot slot waren er drie raadsleden waarvoor er lichte aanwijzingen zijn dat ze Nieuwe Orde - gezind waren. Beiden werden namelijk eveneens op de inhuldiging uitgenodigd en schreven een bescheiden kaartje ter felicitatie.[50] Of ze eveneens aanwezig waren is ons onbekend.[51]

 

Het VNV slaagde er ook in op provinciaal niveau door te dringen en posten van secretaris-generaal te bemachtigen. Door de vlucht van de ministers naar Londen na mei 1940 waren deze hoogste ambtenaren van ministeries de belangrijkste vertegenwoordigers van de uitvoerende macht in België. Dit was het begin van een verdere infiltratie van allerlei hogere en lagere overheidsorganen. Een eerste maatregel die het VNV in de kaart speelde was de zogenaamde Uberalterungsverordnung van zeven maart 1941, geproclameerd door secretaris-generaal Romsée, een VNV’er. Deze beruchte verordening bepaalde dat alle dragers van openbare functies definitief hun ambt dienden neer te leggen eens ze de leeftijd van zestig jaar hadden bereikt. Vanaf eenendertig december ‘40 konden burgemeesters veel gemakkelijk buiten de gemeenteraad worden verkozen. De laatste stap, een besluit van achtentwintig mei 1941 droeg de bevoegdheden van de gemeenteraden over op de colleges van burgemeester en schepenen. De toewijzing van heel wat nieuwe taken en de verhoging van de wedde voltooide de transformatie in het ‘burgemeester – ambtenaarschap’. Daarenboven werden burgemeester en schepenen voortaan betaald en de wedden van het gemeentepersoneel aanzienlijk verhoogd. De benoeming van nieuwe gemeentesecretarissen, gemeenteontvangers, onderwijzers en dergelijke werd voortaan de  bevoegdheid van de secretaris – generaal van Binnenlandse Zaken.

 

De tactiek blijkt duidelijk uit de nieuwe benoemingen. In de plaats van de wettelijk verkozenen kwamen veel VNV’ers of andere Nieuwe Orde - aanhangers.  Zo was volgens de verslagen van de Sicherheitsdienst in 1943 reeds vijfenvijftig procent van de Vlaamse burgemeesters VNV’er.[52]

 

            Onze gemeente deelde ook in de klappen. Reeds op twee april 1941 werden de bevoegdheden van de gemeenteraad overgenomen door het schepencollege.[53] Blijkbaar was zelfs het wettig verkozen gemeentebestuur onder de indruk van bepaalde nieuwe - orde ideeën want Romsée maakte zijn besluit pas twee maand later bekend. Een andere verklaring kan zijn dat bij de bekendmaking van de Uberalterungsverordnung het schepencollege, dat samen met de gemeenteontvanger voor meer dan de helft uit zestigplussers bestond, de angst om het hart sloeg om te worden afgezet en besloten ze daarop Romsée zo onder de kin te strijken. Ze hoopten op deze wijze waarschijnlijk erger te voorkomen.

 

            Ze hadden echter buiten de kuiperijen van Van de Wiele en zijn -intussen invloedrijke- vrienden en kennissen gerekend. Het begon allemaal met een propaganda-actie naar aanleiding van de opsluiting van Van de Wiele. Een foto van Van de Wiele in de cel werd in VNV-milieus verspreid. Volgens commissaris De Vriese deed hij dit om de sympathie van de bevolking te winnen.[54] Het VNV voerde op nationaal vlak gelijkaardige acties. Het beschouwde de arrestaties in mei 1940 als een krachtig propaganda-instrument. De zaak werd dan ook in het breed uitgemeten in de partijkrant Volk en Staat. Het organiseerde tevens ware rondes van Vlaanderen met de “slachtoffers” van mei 1940. Zo ook met August Borms[55], activist tijdens de Eerste Wereldoorlog en Vlaams-nationalistisch symbool tijdens het interbellum[56], die onder andere in Waarschoot halt hield.[57]

 

Van de Wiele zou later beweren dat hij zich nooit actief had ingezet om de post van burgemeester te bekleden. Hij hield vol dat hij na lang aandringen van véle inwoners gemeend had niet anders te kunnen dan te aanvaarden; toch niet dan nadat die mensen zo vriendelijk waren geweest zijn echtgenote een ‘vorstelijke’ begrafenis te schenken.[58] Zijn vertrouweling Albert WO behoorde tot dit groepje. Het VNV zou daarop alles voor hem geregeld hebben. We hechten weinig geloof aan deze verklaring. Uit zijn persoonlijke correspondentie namelijk echter dat hij stond te springen het ambt op te nemen. Nadat er reeds in Sleidinge[59] en Zomergem een VNV-burgemeester was aangesteld kreeg hij het uitermate lastig en schreef hij ‘En Vlaanderen, hoe lang nog voor Waarschoot’. Het zou welgeteld maar dertien dagen zijn …

 

Toen bekend werd dat burgemeester Standaert en schepen Welvaert alsnog door de Uberalterungsverordnung zouden worden opzijgeschoven overhaalden enkele vooraanstaande figuren advocaat Van Hecke, zoon van de vorige burgemeester[60] en voorzitter van het plaatselijke Winterhulp-comité[61] , zich tevens kandidaat te stellen om te voorkomen dat het in verkeerde handen – lees Van de Wiele – viel. Het oude schepencollege steunde zijn kandidatuur. Ook deze “intrige” mocht niet baten. Op tien juli zat burgemeester Standaert voor de laatste keer het schepencollege voor. Enkele dagen later maakte het provinciebestuur bekend dat Van de Wiele benoemd was en zijn functie vanaf zestien juli mocht bekleden. Samen met burgemeester verdween ook schepen Welvaert, eveneens slachtoffer van de Uberalterungsverordnung. Hij werd vervangen door Basiel Mortier, katholiek gemeenteraadslid.[62]

 

Het VNV zag dit als een prachtige propagandamiddel. De benoeming werd voorgesteld als een "hulde en eerherstel aan [sic : voor] burgemeester kameraad Van de Wiele” en werd kracht bijgezet met een plechtige inhulding. Enkele symphathiserende notabelen en de oorlogsburgemeester van Sleidinge en Zomergem werden uitgenodigd. Politiecommissaris De Vriese was eveneens uitgenodigd maar die weigerde te komen. Elias, de oorlogsburgemeester van Gent, en Stragier, VNV-arrondissementsleider van Gent kwamen spreken. De zaal was versierd met hakenkruisen en leden van de Dietsche Militie/Zwarte Brigade, de partijmilitie van het VNV, vormden een erewacht in hun beruchte zwarte uniform. Verder gaven enkele geüniformeerde leden van het Waarschootse NSJV, de VNV-jeugdbeweging, het geheel een nog een martialer sfeertje. Van de Wiele voelde zich duidelijk onder gelijkgestemden en begon zijn speech met een citaat van “onze führer, Adolf Hitler”. Hij beloofde zijn partijleden gouden tijden. Ze zouden niet langer verdrukt worden. Voortaan zouden zíj boven alles voorrang krijgen en zou hij hen op alle mogelijke manieren helpen. Verder verklaarde hij dat hij zich onverschrokken tegen de “woekerhandel en sluikhandel” zou inzetten. De gastsprekers roemden op hun beurt  “burgemeester kameraad” Van de Wiele om zijn Vlaamsgezindheid. Daarop volgde nog een informeel feestje bij een sympathisant. Er werd naar verluidt goed gegeten en gedronken.[63]

 

Enkele dagen na zijn benoeming riep Van de Wiele het gemeentepersoneel en de leden van de politie bijeen in het Vredegerecht. Van de Wiele paste zich wonderwel aan zijn nieuwe publiek aan. Hij hield tot ieders verbazing een apolitieke speech waarin hij hen op de eerste plaats opriep samen te werken voor het welzijn van de gemeente. Het gemeentebestuur had, toen het besefte dat men niet anders kon dan zich bij de feiten neer te leggen, reeds een brief geschreven waarin ze Van de Wiele feliciteerden met zijn benoeming en hun “nederig diensten […] in het belang van onze mooie gemeente en alle inwoners zonder onderscheid” aanboden.  Men kreeg zelfs De Vriese zover de brief mee te ondertekenen, al was het misschien met een ondragelijke pijn in zijn hart. Dit teken tot bereidheid samen te werken deed Van de Wiele waarschijnlijk beseffen dat hij meer bereiken kon indien hij de steun van de rest van het gemeentepersoneel kon krijgen, vandaar zijn kameleonachtig gedrag. Hij kon het echter niet laten om duidelijk te maken wie nu de touwtjes in handen had en verketterde de “intrige” om zijn benoeming tegen te gaan. Toen de toespraak afgelopen was moet er als het ware één grote zucht van opluchting uit het publiek hoorbaar zijn geweest. Door niet over politiek maar over hun gemeenschappelijk belangen te spreken was de redevoering in goede aarde gevallen. Hij had de gemoederen gesust.[64]

 

 

V. De goede burgervader

 

"Ik aanvaarde het burgemeesterschap […] om mijn volk te dienen. […] berokkende niemand kwaad […] . Integendeel, ik heb heel wat mensen geholpen"[65].

 

 

inleiding

 

VNV’ers en andere Nieuwe Orde-gezinden die tijdens de bezetting op onwettige manier als burgemeester aangesteld werden, de zogenaamde oorlogsburgemeesters, worden in de literatuur vaak voorgesteld als al bij al bekwame en humane figuren. Dit in tegenstelling tot enkelen onder hen die men dan weer als baarlijke duivels voorstelt. Men beschouwt ze als een soort uitzondering die de regel bevestigt. Uit mijn casus bleek echter dat personen die in het collectief geheugen als goede burgervaders gegrift staan hun masker kan worden afgerukt als men wat dieper graaft.

 

perceptie van de inwoners[70]

 

Toen de staatsveiligheid in 1946 twee agenten op pad stuurde om tientallen inwoners te interviewen moesten ze ten langen leste hun pogingen staken om getuigenissen à charge te vinden. In hun verslag klaagde men :  “‘het ligt er vingerdik op dat niemand wil of durft spreken’.  Wij ondervonden tijdens interviews hetzelfde. We vermoeden dat twee factoren hierbij meespelen: enerzijds bleek het kameleonachtig gedrag van Van de Wiele vrij effectief om het vertrouwen van de bevolking te winnen. De doorsnee inwoner was van mening dat Van de Wiele, ondanks zijn politieke overtuiging, een goede burgemeester was. Op het gemeentehuis  was hij beleefd tegen iedereen, ook tegen diegene die zijn politieke overtuiging niet deelden en men vond dat hij zich goed voor de gemeentelijke belangen inzette. Neen, men kon niet over hem klagen.

 

Anderzijds vertoonde onze casus – en in beperkte mate nog steeds – het sociale gedrag van een gesloten dorpsgemeenschap. Inwoners van een – hier: relatief – klein dorp behoren elkaar niet te verklikken! We hadden dit helemaal niet vermoed tot een respondent tijdens een interview over de repressie de volgende opmerking maakte: “De rijkswacht en de twee Waarschootse veldwachters gingen over tot de aanhouding van collaborateurs. Er werd [achteraf] schande over die Waarschootse veldwachters gesproken. Het hoorde niet dat ze hun dorpsgenoten aanhielden!” Tot op heden heerst er nog steeds een ongeschreven wet dat het onvoeglijk is de vuile was van de gemeente buiten te hangen en men zijn dorpsgenoten steeds zoveel mogelijk moet steunen. Bizarre uitwassen daarvan zijn dat je bijvoorbeeld nog steeds verondersteld wordt je stereoketen bij de plaatselijke middenstand én niet elders te kopen!

 

 

sympathiserende notabelen[71]

 

Van de Wiele verdedigde tijdens de repressie zijn onwettig burgemeesterschap door te verklaren dat hij het eigenlijk allemaal zelf niet echt gewild had. Hij zou enkel toegegeven hebben aan de verzuchtingen van verscheidene inwoners. Hij deed daarmee de waarheid niet volledig geweld aan. Er waren verschillende vooraanstaande burgers die op zijn zachtst gezegd zijn kandidatuur passief steunden. Aanwijzingen zijn niet talrijk maar wel veelzeggend. In het dossier van Van de Wiele troffen we zo bijvoorbeeld een hele stapel mooi geconserveerde visitekaartjes aan. We wisten aanvankelijk niet goed wat er van te maken. Verscheidene personen vermeldden dat ze uitgenodigd waren voor de plechtige inhuldiging, die zoals we hierboven aantoonden allesbehalve onschuldig was. Anderen feliciteerden Van de Wiele met zijn aanstelling op een toch wel zeer vriendschappelijk manier. Hieruit concludeerden we dat het personen betrof die Van de Wiele op zijn “eerherstel” uitgenodigd had en die - gezien de kaartjes – opgedaagd waren.

 

Wat echter het meest in het oog sprong waren de namen. Het ging niet om zakenvrienden of willekeurige vrienden en kennissen van Van de Wiele, het waren leden van de plaatselijke elite! Het betrof de gemeentesecretaris, een onderpastoor, de pastoor, de algemeen bestuurder van het klooster, een lid van het schoolbestuurder, een griffier[72], een landbouwingenieur, een bankagent, een brouwer, een directeur van een textielfabriek en een rentenier. Het informeel feestje na de inhuldiging had daarenboven plaats in het huis van een kunstschilder. Kunstschilder is ook niet meteen onaanzienlijk beroep.

 

Om niet van wilde aantijgingen te worden beschuldigd volgen enkel citaten.

 

“We drukken de vurigste begeerte uit om u te zien slagen in uw ondernemingen tot welzijn van de bevolking”.

 

"We wensen u veel succes, die u verdient, de hoogste voldoening en beloning voor de zonder twijfel goed vervulde plicht. Weet u verzekerd dat wij allen al het mogelijke zullen doen om uw taak te verlichten."

 

Dat Van de Wiele deze kleinoden koesterde tot De Vriese ze tijdens een huiszoeking na de bevrijding in zijn woning aantrof is een bewijs dat ze zijn ego uitermate streelden. Het was de bevestiging waar hij sinds de mislukking bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1938 naar hunkerde. Van de Wiele, die toen de bevrijding naderde alle bewijzen van zijn collaboratie vernietigde[73], had het duidelijk niet over zijn hart gekregen deze relicten van zijn vergane glorie aan het vuur toe te vertrouwen.

 

 

bevoorrading

 

Het fatsoen gebiedt ons te erkennen dat de bevolking wel degelijk redenen had om Van de Wiele als een respectabel burgemeester te beschouwen. Hij was op zijn eigen vreemde manier een bekwaam burgemeester. Het gemeentebestuur verviel door zijn toedoen niet in chaos en de burgers verhongerden niet. Enkele “goede daden” maakten hem bij sommige inwoners zelfs populair.

 

De bevoorrading lijkt in het algemeen voor weinig problemen te hebben gezorgd. Het enige voorval van misnoegdheid dat we konden traceren was dat van een betonwerker die vond dat de povere kwaliteit van de aardappelen die de Dienst Bevoorrading hem had bezorgd werkelijk niet kon. De Dienst Bevoorrading wees hem naar Van de Wiele door. Hij begaf zich naar zijn apotheek. De man moet blijkbaar erg ontevreden zijn geweest want hij vroeg hem prompt of hij ook zulke aardappelen “in zijn kloten speelde”. Er vielen harde woorden waarop hij zijn woede koelde door zijn zak uit te gieten in Van de Wieles kraaknette apotheek.[74]

 

De rol die een burgemeester kon spelen in het verbeteren van de bevoorrading was weliswaar beperkt. Veel hing van de aard van de gemeente af. Waarschoot behoorde tot de gelukkigen : velen beschikten over een moestuintje en er waren landbouwers op de gemeente en in de onmiddellijke omgeving waar men terecht kon om voedsel in het zwart te kopen.  Ook oorlogscommissaris Swerts[75] scheen dit te hebben geweten. Hij solliciteerde speciaal naar een plaats op een plattelandsgemeente omdat hij een zieke echtgenote en een kind met rachitis[76] had en zelf, sinds het begin van de bezetting, ongeveer twintig kilo was vermagerd.[77]

 

Voor het overgrote deel van de bezetting vonden we in de verslagen van het schepencollege en andere bronnen geen interventies om de bevoorrading te verbeteren.[78] We weten echter wel dat Van de Wiele zich, vooral tegen het einde van de bezetting, uitermate verdienstelijk maakte op het vlak van de bevoorrading. We menen dat hij daarmee op de eerste plaats zijn vel probeerde te redden.

 

Toen de maalderijen tijdens de laatste weken van de bezetting de gemeente niet langer van meel voorzagen en er praktisch geen brood meer was om de inwoners te voeden riep het gemeentebestuur de landbouwers op om graan te leveren. Van de Wiele, schepen Mortier,  oorlogscommissaris Swerts en de gemeentesecretaris liepen gedurende meer dan een week de hoeves af om graan in te zamelen. Verscheidene landbouwers gaven antwoord aan de oproep en leverden zoveel ze konden. Nadat het graan gemalen was ging het naar de plaatselijke bakkers, die het brood aan het gemeentebestuur leverden. Het werd dan op het gemeentehuis aan de officiële prijs verkocht, die veel lager lag dan de prijs op de zwarte markt. De laatste dagen van de bezetting ging men zelfs over tot het ophalen van brood bij de landbouwers voor de armsten van de bevolking. De erkentelijkheid moet groot zijn geweest want zelfs “verzetsman” André NM, weliswaar een niet onbesproken figuur[79], verklaarde “dankzij Van de Wiele is een deel van de bevolking van de honger niet omgekomen […] degenen die geen 50 frank voor een kilo graan betalen konden”. Hij vond dat “ iedere inwoner – zonder onderscheid – zou moeten toegeven dat dit een daad is die gewaardeerd dient te worden en die waarschijnlijk weinig andere burgemeesters ondernamen”. Maar de medaille had ook een keerzijde : Bij de would-be filantropische omhaling werden de landbouwers die weigerden, in opdracht van Van de Wiele, door bedreigingen gedwongen alsnog te leveren. Het gerucht deed namelijk de ronde dat het enkel de ‘zwarten’ zou ten goede komen.[80]

 

Een andere dubieuze actie was de uitdeling van de kolenvoorraad van het kamp van de VAVV.[81] De laatste acht dagen van de bezetting liep het kamp leeg. Van de Wiele verklaarde aan de schepenen dat de kampoverste hem de bevoegdheid had overgedragen en dat hij aldus vrij over het kamp kon beschikken. Daarop ging Van de Wiele over tot de uitdeling van de 50 à 60.000 kilogram kolen. Weerom slaagde Van de Wiele erin kwaad bloed te zetten. Naar verluidt kregen de behoeftigen slechts een klein rantsoen terwijl bepaalde partijgenoten met een grote hoeveelheid werden bevoorrecht.[82]

 

 

zwarte markt

 

Van de Wiele trad eveneens streng op tegen smokkel, de zwarte markt en diefstallen. Of dat een goede zaak was staat open voor discussie. De zwarte markt speelde een belangrijke rol in de bevoorrading. Daar het kinderspel was enorme voorraden aan de officiële leveringsplicht te onttrekken, rantsoenen zo ontoereikend waren en de zwarte markt zo ruim voorzien was besloot vrijwel iedereen in de illegaliteit te treden. De landbouwer was ontevreden met de lage officieel vastgelegde landbouwprijzen en de verbruiker was bereid veel hogere bedragen neer te tellen omdat hij kost wat kost zijn te beperkte bevoorrading wilde aanvullen. Maar dit had belangrijke sociale gevolgen. Er ontstonden tijdens de bezetting twee “klassen” in de bevolking: zij die voldoende te eten hadden – boeren, de rijke bourgeoisie, beroepssmokkelaars en handelaars die hun overschotten op de rantsoenen aan woekerprijzen verkochten – en zij die honger leden – bedienden en arbeiders.[83] We zijn van mening dat gezien de sociale gevolgen een streng beleid tegenover de smokkel en woekerhandel op zijn minst te verdedigen valt. Het werd hem daarenboven waarschijnlijk in dank afgenomen bij degenen die zich niet in de mogelijkheid bevonden eraan deel te nemen of het niet konden verdragen dat bijvoorbeeld de grote sluikslachters ongehoord veel geld uitgaven.[84]

 

Van de Wiele maakte reeds tijdens zijn plechtige inhuldiging duidelijk dat hij zich “onvervaard [zou] inzetten tegen de woekerhandel en sluikhandel.”[85] Hij toonde zich inderdaad keihard in het aanpakken van deze problematiek … al nam hij er heimelijk zelf enthousiast aan deel[86]. Hem bestempelen als huichelachtig was dus zeker niet onverdiend.

 

Optreden tegen de zwarte markt was sisyfusarbeid. Inwoners trokken met de fiets naar landbouwers in de nabijgelegen polders. De één verkoos de nachtelijke duisternis, de ander trok er tijdens het ochtendgloren op uit. Sommigen kochten hun waren gewoon bij locale landbouwers. Anderen reden dan weer met de fiets naar Nederland. Men kocht boter, graan, aardappelen, bruine bonen, vlees, vanillepoeder of tabak  … Sommigen verkochten hun goederen door aan winkels of particulieren uit Gent. Sommige stadsbewoners kwamen rechtstreeks naar Waarschoot, andere smokkelaars trokken zelf naar de stad.  De Waarschootse bakkers waren ook bereid gesmokkelde boter en graan aan te kopen.  Sommigen slachten illegaal varkens of runderen.[87] Er was naar verluidt zelfs een Duitse luitenant, diensthoofd op het Rijksarbeidsambt in Gent, die nauw samenwerkte met vijf Waarschootse sluikslachters. Deze Duitser kwam het vlees regelmatig persoonlijk met zijn stafwagen ophalen.[88]

 

Van de Wiele trof het ook niet met de controleurs van de Dienst Bevoorrading die systematisch een oogje dichtknepen voor “goede Belgen”. Toen hij ze eind 1941 het bevel gaf na te gaan of Maurice De Kesel, een handelaar uit de Stationstraat, in het bezit was van tarwe of rogge bestemd voor de zwarte markt meldden ze dat ze niets compromitterend hadden aangetroffen. Drie dagen later verscheen dan ook niet toevallig de Feldgendarmerie, vergezeld van een – hoogstwaarschijnlijk Nieuwe Orde – gezinde - Belgische controleur. Toen ze meegedeeld werd dat Van de Wiele nog niet op zijn kantoor was begaven ze zich naar zijn woning, recht tegenover dat van de verdachte winkelier. Ze bleven een tiental minuten bij hem binnen waarop ze een wel zeer grondige controle bij zijn overbuur uitvoerden. Een getuige hoorde hoe Van de Wiele bij het buitengaan nog tegen hen zei dat het om een sluikhandelaar ging.[89]

 

Wanneer politiecommissaris De Vriese zich weigerachtig opstelde wendde Van de Wiele zich eveneens tot de Feldgendarmerie. In augustus 1941 vernam Van de Wiele dat er illegaal een varken was geslacht. Hij stuurde het hoofd van de hulppolitie erop uit om het in beslag te nemen. Toen hij het huis gesloten aantrof werd De Vriese er bijgehaald om de inbeslagname uit te voeren. De Vriese haalde zoveel mogelijk vertragingsmaneuvers uit. Dit was een tactiek die patriottische politieagenten vaak aanwendden. Zo gaf men verdachten die men niet wou aanhouden de kans te geven zich uit de voeten te maken. Van de Wiele, die vond dat De Vriese niet snel genoeg optrad,  loste de zaak op door de Feldgendarmie te bellen. Ze kwamen even later de sluikslachter aanhouden.[90]

 

 

            tewerkstelling

 

Er bestond in Waarschoot een speciale werf voor zogenaamde “asociale elementen”. Deze werd vrij snel na de benoeming van Van de Wiele door de gemeente ingericht, tot genoegen van enkele inwoners die er enkel het positieve van inzagen. Men had hen laten verstaan dat deelname op vrijwillige basis was en dat het enkel georganiseerd werd om hen toe te laten iets bij te verdienen.[91] In werkelijkheid was het de bedoeling om werkkrachten die vrijkwamen door bedrijfssluitingen en –rationalisaties aan te zetten vrijwillig in Duitsland te gaan werken of werk te aanvaarden bij de verdedigingswerken van de Organisation Todt aan de kust. De toon werd reeds door de naam “werken voor de asocialen” gezet die ook in Waarschoot gangbaar was. De directeur–generaal van het Rijksarbeidsambt[92], VNV’er Hendriks, omschreef deze groep als volgt: “personen van 18 jaar en ouder, die hun inkomen geheel of gedeeltelijk verkrijgen door openbare of verkapte bedelarij, door arbeid en of diensten die weinig of van geen gemeenschappelijk nut zijn, of personen die handelen in tegenstrijd met de belangen van de bevolking. Daarbij worden ook de werkschuwen gerekend.” Men ontving slechts vijfentachtig procent van het minimumloon van een ongeschoolde arbeider en mocht niet samenwerken met arbeiders die het volle uurloon ontvingen. Hendriks voegde er aan toe: “om het beoogde doel te bereiken, zullen de ontworpen werken van onaangenamen aard zijn”. In feite ging het dus om werken die als een soort straf werden beschouwd en waarvan het “maatschappelijk nut” vaak twijfelachtig was.[93] De Waarschootse werken beantwoordden volledig aan de voorschriften van Henriks. Men vond er bijvoorbeeld niets beter op dan de plaatselijke waterloop de Lieve te kuisen. De mannen die er “op bevel” van het Rijksarbeidsambt werden tewerkgesteld beschouwden zich expliciet als gestraften “omdat ze niet in het buitenland wilden werken”. Ze werden evenzo behandeld. Daar getuigt onder andere het volgende voorval van.

 

In september 1941 was het naar goede gewoonte Waarschoot Kermis. Er was onder andere ter gelegenheid van de jaarmarkt een grote wielerwedstrijd voor professionals. Het enige verschil met andere jaren was dat de opbrengst naar Winterhulp ging. Een groot deel van de zesentwintig arbeiders van de “werken voor de asocialen” wou die namiddag verlof om naar de race te gaan kijken. De opzichter van de gemeente stuurde daarom een afgevaardigde naar het hoofd van het Arbeidsambt in Eeklo. Na een kort telefoontje naar het bureau in Gent deelde hij hem mee dat hij hun echter geen toestemming kon verlenen. Daarop wendde hij zich tot Van de Wiele om alsnog de toestemming te verkrijgen. Die meende echter dat dit “niet kon zijn”. Het moeten echte wielerfanaten geweest zijn want een groot deel legde alle bevelen naast zich neer een besloot toch te gaan. Een controleur van het Arbeidsambt in Gent kwam echter kijken en noteerde de namen van de afwezigen. Een dag of drie later moesten ze in het gemeentehuis voor de Feldgendarmerie verschijnen. Ze werden voor de keuze gesteld: ofwel betaalde men een boete van 5 mark ofwel zat men een gevangenisstraf van drie dagen uit. Ze kozen allen voor het laatste.[94]

 

 

            goede daden

 

            Enkele ‘goede daden’ kwamen daarenboven Van de Wieles imago ten goede.  Reeds tijdens de Achttiendaagse veldtocht toonde hij zich zeer hulpvaardig bij de verzorging van de gewonden. In 1943 kwam de voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Nationale Strijdersbond (NSB) na bemiddeling van Van de Wiele vrij. Hij werd van verboden wapenbezit en diefstal in de buurt van zijn woning verdacht. De hoofdcommissaris van Gent, ten onrechte aangehouden als verzetsman, kreeg dezelfde voorkeursbehandeling. Hij verklaarde achteraf geen flauw idee te hebben waarom, hij had er zelfs niet eens achter te gevraagd. Hij was wel van Waarschoot afkomstig en stond er nog steeds goed gekend. Hij vermeldde echter niet dat hij hoogstwaarschijnlijk zeer dichte familie was van twee kopstukken van de plaatselijke VNV–afdeling[95]. Gedurende de gehele bezetting zou Van de Wiele zich daarenboven in twee gevallen hebben ingezet om personen vrij te stellen van de verplichte tewerkstelling. De eerste was iemand die tot het Nieuwe Orde - milieu gerekend kan worden. De vader van de tweede, een fruitkweker uit Maldegem, vermeldt dat Van de Wiele zeker moet geweten hebben dat zijn gehele familie helemaal niet Nieuwe Orde - gezind was. Nochtans hielp hij zijn zoon, die enkel over een vals bewijs van de Tuinbouwschool van Wetteren beschikte[96], keer op keer en weigerde hij een vergoeding te aanvaarden voor zijn diensten. Hij deed het graag – en nu komt de aap uit de mouw - als een vriendendienst voor zijn andere zoon die stage liep bij de Eeklose schoonbroer van Van de Wiele, vriendjespolitiek dus[97]. Terwijl hij zich voor enkele individuen, waarvan er twee zelfs niet eens inwoner waren, met gemeentemiddelen, inspande liet het lot van zovele anderen hem volkomen onverschillig of berokkende hij hun in eigen persoon kwaad.  

 

Tot  slot moeten we toegeven dat het best mogelijk is dat Van de Wiele nog meer goeds op zijn geweten had. Het lijkt ons echter onwaarschijnlijk want we merkten dat Van de Wiele tijdens zijn proces zijn uiterste best deed om elk feitje dat dubbelzinnig kón geïnterpreteerd worden in zijn voordeel te laten overhellen. Dit leek ons kenmerkend voor iemand die moeite had getuigen en feiten à decharge te vinden.

 

home

lijst scripties

inhoud

vorige

volgende

 

 

[2] OVERSTRAETEN (Jozef, Van), Gids voor Vlaanderen, Toeristische en cultuurhistorische encyclopedie van de Vlaamse Gemeenten, 1985, pp. 1024 – 1025.

[3] DE VOS (Achiel), Geschiedenis van Waarschoot, Tweede deel: Waarschoot in de hedendaagse tijden (1796 - 1989), 1990, pp. 61 – 73, 224.

[4] DE VOS (Achiel), op.cit., p. 82.

[5] Woonkern die voor de ene helft op het grondgebied van Waarschoot en voor de andere in Zomergem ligt.

[6] DE VOS (Achiel), op.cit., pp. 139 – 143, 196 - 199.

[7] Het VOS zette zich tijdens het interbellum op twee fronten in. Het behartigde de belangen van de oud-strijders en zette zich actief in voor de Vlaamse Beweging. Zo pleitte men o.a. voor de vernederlandsing van de Gentse Universiteit, amnestie en zelfbestuur. Hierdoor werd het VOS de grootste oudstrijdersvereniging. Vanaf 1920, met de afsluiting van het Frans – Belgisch Militaire akkoord, begon ook het anti – militarisme een aandachtspunt te worden. Toen in september 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, pleitte men voor een strikte neutraliteit. Tijdens de Duitse inval in mei ’40 riep het VOS zijn leden op de aanvaller te bestrijden. In juni 1940 onderhield het VOS contacten met Hendrik de Man en participeerde aan zijn plannen voor de vestiging van een autoritair monarchistisch regime in een door Duitsland beheerst Europa. Ook toen de plannen van De Man zich niet realiseerden zette het VOS verder koers in de richting van de collaboratie. De enige persoon waarvan we weten dat hij effectief lid was van het VOS was tijdens de bezetting VNV’er.

GAW, Repressie – Burgertrouw.

DE VOS (Achiel), op.cit., p. 398.

LEMMENS (Peter), Verbond der Vlaamse Oud – Strijders, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1998, pp 3287 – 3291.

[8] DE MUYNCK (Guy), Album  van een 750 - jarige gemeente : Waarschoot in oude foto's, pp. 140.

DE VOS (Achiel), op.cit., pp.  38, 402 – 403.

[9] DE VOS (Achiel), op.cit., p.  38.

[10] De Vlaamse Voetbalbond werd in 1930 opgericht naar aanleiding van het ongenoegen over de eentalig Franse correspondentie vanwege de KBVB. Vanaf 1934 ging de VVB langzaam maar zeker overhellen naar het VNV. Tijdens de bezetting stapten de kopstukken in de collaboratie.

RENSON (Roland), Vlaamsche Voetbalbond (VVB), Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1998, pp. 3431 – 3432.

[11]Deze jongerenorganisatie werd in 1940 opgericht door het Commissariaat – Generaal voor ’s Lands Wederopbouw naar het model van de Duitse Reichsarbeitsdienst. De VAVV behoorde meteen tot het Nieuwe Orde – milieu en werd snel het onderwerp van politiek getouwtrek.

Verdere uitleg over het kamp van de VAVV in Waarschoot ut infra.

DE WEVER (Bruno), Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1998, pp. 3594 – 3595.

[12]GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 131.

DE MUYNCK (Gilbert), Waarschoot : kijkboek met radiotoespraken, pp. 53 – 55.

DE MUYNCK (Guy), Album  van een 750 - jarige gemeente : Waarschoot in oude foto's, p. 106.

[13] Deze evolutie is niet zo vreemd als ze lijkt. De KPB had steeds aandacht gehad voor de eisen van de Vlaamse Beweging. Zo waren ze tussen 1928 en 1934, geïnspireerd door de Kominternpolitiek, radicale separatistische nationalisten geweest. Na 1935 evolueerden de communisten, opnieuw onder impuls van Moskou, tot federalisten. Bij de besproken persoon dienen we er wel rekening mee te houden dat hij mogelijk zeer beïnvloedbaar was. Hij beschrijft zichzelf namelijk als volgt: “Ik ben zeer traag van begrip en kan me zeer slecht uitdrukken.” Hij werd daarenboven in ’39 opgenomen in de psychiatrie. Meer ut infra.

GK, Dossier JV.

BOUQUIN (Stephen), Links – radicalisme, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, pp. 1915 – 2137.

[14] Zie Bijlage 1.

[15] We bekeken respectievelijk drie verkiezingen vóór en na de verkiezingen van 1938 om na te gaan of het beeld dat we kregen representatief was voor het politiek leven in Waarschoot tijdens de bestudeerde periode.

[17] GAW, Gemeenteraadsverkiezingen.

DE VOS (Achiel), op.cit., pp. 38 – 41.

[18] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 8 – 9, 81.

[19] GAW, Repressie – Burgertrouw.

[20] Het kwam inderdaad dikwijls voor dat niet-VNV’ers op de lijst stonden. De Waarschootse kandidaten waren echter na de bezetting praktisch allen het voorwerp van burgerlijke epuratie waardoor we kunnen veronderstellen dat ze wel degelijk lid waren (of werden). 

[21] GAW, Gemeenteraadsverkiezingen.

BOELS (Eric), Het Vlaams Nationaal Verbond Gent - Eeklo (1932 - 1940), RUG, (onuitgegeven licentiaatsverhandeling), 1976, pp. 198 – 200.

[22] Op de kieslijsten werden slechts de familienamen en beroepen opgegeven. Soms werden de eerste letters van  de voornaam ook vermeld. Toch slaagden wij er door vergelijking met andere gegevens in hen volledig te identificeren. Over slechts één persoon zijn we maar vijftig procent zeker dat het degene is die we in gedacht hebben.

GAW, Repressie – Burgertrouw.

[23] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S  8-9.

[24] Meer uitleg over de begrippen ut infra.

[25]GK, Dossier BA.

 GMG, Dossier Van de Wiele S 28 p 2, S 62, S 75, S 147; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 18 pp. 9 – 10.

[26] Op de kieslijsten werden slechts de familienamen opgegeven. . Soms werden de eerste letters van  de voornaam ook vermeld. Een bijkomend probleem is dat bepaalde familienamen veel voorkwamen. Daarnaast gaven vele inwoners het beroep  “textielarbeider” op. Hierdoor is er weinig zekerheid dat het om de betreffende verzetsmensen gaat.

[27] Socrates was een verzetsorganisatie die steun verleende aan ondergedokenen.

AO, Statuut der Burgelijke Weerstanders, Dossier VR..

[28] We beschouwen de oorlog als een externe factor. Zo toonde bijvoorbeeld het cijfermateriaal uit het vorige hoofdstuk aan dat het VNV – in het bijzonder voor wat de Waarschootse casus betreft - zonder de bezetting nooit aan de macht zou zijn geraakt. Mocht dit toch zo geweest zijn dan zou de handelswijze die een VNV - burgemeester of andere Nieuwe Orde-gezinden zich permitteren kon sterk verschild hebben van hun houding tijdens de bezetting. De steun van de bezetter en de allerhande Nieuwe Orde-gezinden op sleutelposities zorgde ervoor dat men zich veel meer kon permitteren. Personen met een andere mening konden die in een vooroorlogs België daarenboven nog uitten zonder bedreigd te worden. Met andere woorden, de externe factor: de bezetting, vergrootte de bestaande tegenstelling in belangrijke mate uit.

[29] VOS, (Achiel, De), op.cit., pp. 41-42.

[30] WOESTYNE (Paul, Van De) Eeklo in de Tweede Wereldoorlog in  Zevenhonderdvijftig jaar Eeklo, 1990, pp. 556 – 561.

[31] GMG, Dossier Van de Wiele, M S 8 – 9, S 83, S 147, S 147; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 3.

[32] Gaby Van de Wiele is geen familie van Léon Van de Wiele, de leider van de plaatselijke afdeling van het VNV.

WIELE (Gaby, Van de), De grote oorlog 1940 - 1945, Godsdienstig en Heemkundig Erfgoed, Waarschoot, 1999, IV, pp. 132 - 137.

[33] KAW, Liber Memorialis, pp. 93 – 106.

AO, Statuut der Weggevoerden, Dossier PH.

GAW, Repressie – Burgertrouw.

EVD, Interview van de auteur met anonieme getuige 4, 2/3/1999.

BALTHAZAR (Herman) e.a., 1940 - 1945, het dagelijks leven in België, 1984, pp. 24 – 25, 31.

WOESTYNE (Paul, Van De), op. cit. pp. 556 – 561.

VOS, (Achiel, De), op.cit., pp. 41-42.

[34] BALTHAZAR (Herman) e.a., op.cit., p. 31.

[35] AO, Statuut der Weggevoerden, Dossier PH.

EVD, Interview van de auteur met anonieme getuige 4, 2/3/1999.

[36] WOESTYNE (Paul, Van De), op. cit. pp. 556 – 561.

[37] Om welke school het juist gaat is onduidelijk.

[38] Wat we daar moeten onder verstaan is niet meteen duidelijk.

KAW, Liber Memorialis, pp. 93 – 106.

WIELE (Gaby, Van de), Beperking in doen en laten tijdens de bezetting, Godsdienstig en Heemkundig Erfgoed, Waarschoot, 2000, III, pp. 86 – 95.

[39] Ut infra.

[40]BALTHAZAR (Herman) e.a., op.cit., pp. 24 - 25, 31, 34 -35.

WOESTYNE (Paul, Van De), op. cit. pp. 556 – 561. 556 - 562, 571.

 

[41]GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 8-9, S 148.

[42]De ‘Bond voor Luchtbescherming’ werd in 1934 opgericht. Haar taak bestond eruit de gemeentebesturen van een luchtbeschermingsprogramma te voorzien. In elke gemeente werd een Locaal Comité opgericht dat steunende leden, vrijwilligers en onderrichters moest aanwerven en de inwoners opleiden. De samenwerking met de brandweer en het Rode Kruis verliep, ten gevolge van plaatselijke politieke spanningen, echter niet altijd even optimaal. Daar de BLB niet erg vlot werkte werd, in de hoop alsnog verbetering in de situatie te brengen, in mei 1939 de Territoriale Burgerlijke Wacht, die mannen die behoorden tot de reserves van het leger in haar vrijwilligerswerking kon betrekken, opgericht. De TBW zou, in geval van oorlog, niet gemobiliseerd worden en een gedeelte van de taken van de BLB overnemen. Veel leden van de BLB waren eveneens lid van de TBW.

RAVYTS (Kurt), Het Tieltse 1940-1945 : bedreigd, bezet, bevrijd, 1995, pp. 25.

[43] Woonkern die voor de ene helft op het grondgebied van Waarschoot en voor de andere in Zomergem ligt.

[44] VP M stond zo onder andere bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 op de VNV lijst.

GAW, Gemeenteraadsverkiezingen.

[45] GK, Dossier RR.

[46] Een neutrale sociale organisatie die trachtte de gevolgen van de bezetting voor de bevoorrading voor de meest gevoelige lagen van de bevolking te verzachten.

[47]GAW, Repressie – Burgertrouw.

GAW, Geboorten 1796 – 1900 Gemeente Waarschoot.

GAW,  Geboorten 1901 – 1950 Gemeente Waarschoot.

GAW,  Huwelijken 1901 – 1950 Gemeente Waarschoot.

[48] Dietsche Militie/Zwarte Brigade ut supra.

[49] Meer uitleg over de begrippen ut infra.

[50] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 33, S 147 p. 7 ; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 3 p 5, S 18 pp. 9 – 10.

GAW, Winterhulp.

[51] Meer uitleg over deze persoon ut infra.

[52] MEYERS (W.C.M.), Burgemeesters, schepenen en gemeentelijke administraties in België in de Tweede Wereldoorlog, IX Het minste kwaad, 1990, pp. 90 – 93.

RAVYTS (Kurt), op.cit., pp. 99 – 100.

[53] Verslagen van de gemeenteraad zijn voor de desbetreffende jaren niet bewaard. Ook de verslagen van het schepencollege geven geen verdere uitleg.

GAW, Schepencollege : zittingen, 1934 – 1944.

VOS (Achiel, De), op.cit., pp. 40, 43 – 44.

[54] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 8 – 9, S 83, S 147; M  ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 3.

[55] DE WEVER (Bruno), Greep naar de macht, Vlaams - nationalisme en Nieuwe Orde, het VNV 1933 – 1945, 1994, p. 347.

[56] VANDEWEYER (Luc), Borms, August, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, pp. 559 – 563.

[57] GMG, Dossier DG G.

GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 8 – 9, S 12, S 33.

[58] Zijn eerste echtgenote stierf op elf september 1940.

GAW,  Huwelijken 1901 – 1950 Gemeente Waarschoot.

[59] Tegenwoordig een deelgemeente van Evergem.

[60] GAW,  Geboorten 1901 – 1950 Gemeente Waarschoot.

[61]DE VOS, op.cit., pp. 43 – 44.

[62] Ibidem.

[63] Tenzij anders vermeld:

GMG, Dossier Van de Wiele M, S 134, S 147- 148; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’: S 3 , S 14, S 18 p 9 – 10, S 59.

DE VOS, op.cit., pp. 43 – 44.

[64] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 18 pp. 9 – 10, S 147, S 148.

[65] Verklaring Van de Wiele over zijn burgemeesterschap.

GMG, Dossier Van de Wiele, M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 18 p 3.

[70] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 3, S 12, S 83, S 147 ; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 3 , S 14 , S 18 p 3 & 6.

[71] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 83, S 147, S 174; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 3, S 18 pp. 9 – 10.

GAW, Kiezerslijsten, 1919-1978.

GAW,  Huwelijken 1901 – 1950 Gemeente Waarschoot.

[72] Chef van de secretarie van de rechterlijke colleges en dergelijke. Om welke griffie het juist gaat is onduidelijk.

[73] Hij gaf zo onder andere zowel bij de Achttiendaagse Veldtocht als bij de bevrijding het bevel alle documenten van het VNV te vernietingen. ut supra.

[74] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 148.

[75] Meer uitleg over oorlogscommissaris Swerts ut infra.

[76] Rachitis of Engelse ziekte,  een avitaminose (ziekte als gevolg van vitaminegebrek), nl. de uiting van vitamine- D-gebrek bij kinderen en jeugdigen, een tegenwoordig in ontwikkelde landen zeldzame ziekte van het groeiende skelet. Door vorming van kalkarme beenderen buigen op de duur de lange pijpbeenderen door bij belasting (O-benen), ontstaat een ronde rug met bochel (zie kyfose), een ‘kippenborst’, enz.

Rachitis, Encarta – Encyclopedie 2000 - Winkler Prins, 1993, s.p. .

[77] GMG, Dossier Swerts.

[78] GAW, Schepencollege: zittingen, 1941 – 1944.

[79] Meer uitleg over dit vreemd figuur ut infra.

[80] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 12, S 75; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 12, S 14.

[81] Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen. Deze jongerenorganisatie werd in 1940 opgericht door het Commissariaat – Generaal voor ’s Lands Wederopbouw naar het model van de Duitse Reichsarbeitsdienst. De VAVV behoorde meteen tot het Nieuwe Orde – milieu en werd snel het onderwerp van politiek getouwtrek.

Verdere uitleg over het kamp van de VAVV in Waarschoot ut infra.

DE WEVER (Bruno), Vrijwillige Arbeidsdienst voor Vlaanderen, Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, 1998, pp. 3594 – 3595.

[82] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 12, S 13.

[83] BALTHAZAR (Herman) e.a., op.cit., pp. 62 – 65.

[84] GMG, Dossier Van de Wiele, M ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 14.

[85] DE VOS (Achiel), op.cit., pp. 43 – 44.

[86] Ut infra.

[87] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 6, S 8 – 9, S 32, S 95, S 133; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 3.

EVD, Interview van de auteur met anonieme getuige 2, 6/3/2002.

EVD, Interview van de auteur met anonieme getuige 3, 2/3/1999.

WIELE (Gaby, Van de), De schaarste, Godsdienstig en Heemkundig Erfgoed, Waarschoot, 2000, IV, pp. 2 – 11; 117 – 124.

[88] GMG, Dossier Swerts, s.l..

GMG, Dossier Van de Wiele, M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 12’, S 14.

[89] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 54A, S 145, M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 3.

[90] GMG, Dossier Van de Wiele, M, S 32; M ‘Stukken v.d. terechtzitting’ , S 3.

[91] EVD, Interview van de auteur met anonieme getuige 4, 2/3/1999.

[92] Een Belgische organisatie opgericht door de Secretaris-generaal voor Arbeid en Sociale Voorzorg.

[93] CULOT, (J.), Het gebruik van Belgische arbeidkrachten en het probleem van de werkweigeraars in Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog 11, 1970, I, Navorsings-en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, pp. 33-68.

HURTEKANT, (Carine), De verplichte tewerkstelling van de Bruggelingen, theoretische inkadering, methodologische problemen en konklusies in De verplichte tewerkstelling,  acta van het symposium gehouden te Brussel op 6 en 7 oktober 1992, 1993, Navorsings-en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, pp. 93-98, 106.

VERHOEYEN (Etienne), België Bezet, 1993,  pp. 199- 212.

[94] GMG, Dossier Van de Wiele, M,  S 84.

[95] GAW, Repressie – Burgertrouw.

GAW,  Geboorten 1901 – 1950 Gemeente Waarschoot.

[96] Studenten waren vrijgesteld van de verplichte tewerkstelling, wat al vlug tot allerhande frauduleuze praktijken leidde.

[97] Meer ut infra.

GMG, Dossier Van de Wiele, M ‘Stukken v.d. terechtzitting’, S 18.

Noot van de auteur :

 

We hebben getracht de richtlijnen van de Wet van de Privacy zo veel mogelijk te volgen. De namen van allerhande collaborateurs en niet erkende verzetslieden werden dan ook vervangen door een willekeurige voornaam en initiaal. Elke verwijzing naar bestaande personen is compleet toevallig !!! Getuigen die anoniem wensten te blijven worden in de bronvermelding enkel aangeduid als bijvoorbeeld ‘anonieme getuige 1’. Elk verzoek om de identiteit van anonieme historische actoren of getuigen te onthullen zal worden afgewezen! Namen van personen die door om het even wie zeer eenvoudig kunnen worden opgezocht worden vermeld; net zoals de namen van gewone burgers, kwestie van het verhaal wat couleur locale, te geven. We vinden wel dat u als nabestaande het recht heeft alsnog voor anonimiteit te kiezen. Een eenvoudig verzoek volstaat. Wat erkende verzetslieden betreft vonden we het problematisch om hun naam niet mee te delen. We merkten namelijk bij de lectuur en interviews dat tot op heden niemand de ware toedracht  van de verzetgeschiedenis kende. We meenden dat het op een manier onze plicht was om Waarschoot er op te wijzen dat het wél over enkele ‘helden’ beschikt. We hopen eveneens dat we bij het schrijven dit werk niemand kwetsten. We sluiten het echter niet uit dat bepaalde zinswendingen verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden. Indien u problemen heeft met een bepaald fragment uit dit werk kunt u steeds contact opnemen met de auteur. Elk verzoek zal gedegen worden behandeld.

Hoe ?:klik op de naam van de auteur. Karel Linseele

 

 

©Niets uit de website  mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
E-thesis kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van de hier verzamelde publicaties. Elke auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn publicatie.

All rights reserved. No part of this site may be reproduced without the written permission of the author.