Vrijen en trouwen te Deinze (1699-1893). Een historisch-demografische studie van het premaritaal gedrag in een kleine stad. (Eva De Wulf)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Inleidend hoofdstuk

 

A. Terreinafbakening

 

Geschiedenis als maatschappijwetenschap houdt per definitie in dat de aanwezigheid van mensen (=extern facet) en het menselijke handelen (= intern facet) centraal in het onderzoek komen te staan.  Het is zoals de vooraanstaande historicus H. Pirenne in het begin van de 20ste eeuw stelde: ‘L’histoire, c’est l’homme’.

 

De historische demografie als discipline ontwikkelde zich pas volledig na het midden van de 20ste eeuw.  Toch was er al sinds de oudheid interesse voor de eigen bevolking en vooral de verhouding tussen de bevolkingsgroei en de economische groei.  De meest gekende theorie werd ontwikkeld door T. Malthus op het einde van de 18de eeuw en begin van de 19de eeuw.  Volgens hem neemt de bevolking toe volgens een meetkundige reeks terwijl de voedingsmiddelen toenemen volgens een rekenkundige reeks.  Overbevolking leidt tot de ondergang van de mens.  Deze catastrofe kan onder meer vermeden worden door het inperken van de vruchtbaarheid.  Deze vruchtbaarheid kon dalen door seksuele onthouding en huwelijksuitstel.  Het bevolkingsverloop werd dus gedurende de periode 1750-1850 gedetermineerd door het specifieke huwelijksgedrag namelijk het huwelijksuitstel en /of huwelijksafstel. 

 

Dankzij de theorie van T. Malthus komen we op het domein van vrijen en trouwen.  Op dit terrein zijn enorm veel theorieλn ontwikkeld die vaak niet met elkaar corresponderen.  Aangezien dit vakdomein handelt over de meest intieme facetten van het menselijke handelen, werden door het collectief geheugen heel wat mythen gecreλerd.  Een onderzoek verrichten naar de seksuele geneugten, de voorplanting en behoeftebevreding van de lagere klassen is een uitdaging omdat de meerderheid geschiedenis schreef die in daden zonder veel woorden vervat zit[1].

 

Een eerste mythe die we naar de prullenmand verwijzen, was de grote kinderrijkdom en tienerhuwelijken in het Ancien Rιgime.  Deze opvatting houdt geen steek aangezien het nucleaire gezin, met 2 ΰ 3 kinderen absoluut dominant was in het toenmalige Noordwest- Europa.  Samengestelde gezinnen kwamen zelden voor, men stelde het huwelijk uit tot men op zijn eigen benen kon staan.  Het was zoals het gezegde bondig samenvat ‘iedere zot zijn eigen kot!’  De beschrijvingen over de volksklassen door de aristocratie laten vermoeden dat meisjes in het algemeen in de echt traden sinds hun adolescentie.  De studie van de gemiddelde huwelijksleeftijd heeft echter uitgewezen dat jongeren pas huwden als late twintigers.  De grote kinderrijkdom manifesteerde zich tijdens de uitzonderingsperiode in de geschiedenis van Vlaanderen, namelijk het laatste kwart van de 19de eeuw en het begin van de 20ste.  De Vlaamse vrouwen kregen dan de spotnaam mee van‘lapiniθres flamandes’.

 

Een tweede mythe was de zogenaamde preutsheid van de Vlaamse bevolking.  Ook deze opvatting is verkeerd want het aantal voorhuwelijkse kinderen in het Ancien Rιgime was vrij groot. In zowat 1/3 van de gevallen was een eerste kind, althans in de late 18de en tijdens de 19de eeuw, voor de huwelijkssluiting verwekt.  Vooral vanaf de late 18de eeuw valt een sterke toename van illegitimi te noteren.  Volgens C. Vandenbroeke houdt dit verband met de verarmingsprocessen van de late 18de eeuw en eerste helft van de 19de eeuw alsook met het verstrakken van het huwelijkspatroon op een moment dat de economische groei zich nog maar moeizaam aan de bevolkingsstijging weet aan te passen[2].  Het gegeven van de preutsheid moet m.a.w. in menig opzicht gerelativeerd worden, dit althans voor de periode die aan de zogenaamde verburgerlijking van de 20ste eeuw voorafgaat.

 

Enkel door een onderzoek doen naar het voorhuwelijks seksueel gedrag in de long-run kan men deze bovenstaande mythen omtrent de gedragspatronen in het verleden ontkrachten.  We pogen met onze verhandeling hier een steentje toe bij te dragen.

 

 

B. Probleemstelling

 

De ondertonen van hetgeen we met onze verhandeling ambiλren, komen heel goed aan bod in bijgaand citaat:‘Marriage as a set of practices and as an institution, the processes by which families and domestic groups come into being and by which human reproduction takes place, are all opened to view in the study of illegitimacy’[3]Alle facetten van het huwelijk kunnen bestudeerd worden door een historisch onderzoek naar prenuptialen en onwettigen.  Het onderzoek schept de mogelijkheid om het huwelijksgedrag en de partnerkeuze, de verweduwing en het hertrouwen, het seksuele gedrag en de vruchtbaarheid, te bestuderen.  Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid om een studie te maken van de attitudes en gedragingen.  Zoals een studie naar de houding ten opzichte van het kind, de positie van de vrouw in de maatschappij en een onderzoek naar de seksuele beleving.

 

Het voordeel van een demografische studie is dat de praktijk naast de norm gelegd kan worden.  Na het Concilie van Trente (1564-65) en met de Contrareformatie was er sprake van een systematische uitbouw van een seksueel syndroom[4].  Zo werden masturbatie, premaritale coοtus en het gebruik van anticonceptiemiddelen verboden.  De voortplanting mocht niet worden bepaald door driften en instincten, maar door het verstand.  Seks mocht enkel in dienst staan van de procreatie, genieten was ontoelaatbaar.  Volgens de Christelijke leer mocht men pas overgaan tot een seksuele relatie nadat er een huwelijk had plaatsgevonden.

 

In welke mate die principiλle standpunten door de bevolking werden overgenomen is te achterhalen door een onderzoek naar prenuptialen en onwettigen.  In de beide gevallen is er sprake van een seksuele relatie buiten het huwelijk.  Prenuptialen of voorhuwelijkse kinderen zijn kinderen geboren binnen de eerste 7 tot 8 maanden na de huwelijksdatum.  Ze werden met andere woorden verwekt buiten het huwelijk.  Onwettigen zijn daarentegen kinderen die zowel verwekt als geboren worden buiten het huwelijk.

 

De studie heeft de betrachting de demografische evolutie van een kleine stad, met name Deinze, doorheen de 18de en de 19de eeuw te volgen.  We leggen hierbij het accent op het voorhuwelijks seksueel gedrag.  De keuze van Deinze ligt voor de hand omdat het demografische onderzoek naar de nuptialiteit in Deinze onderbelicht is en omdat we in deze stad geboren zijn.  We kiezen voor een benadering op lange termijn (18de en 19de eeuw); dit is de enige manier om breekpunten te leren onderscheiden en om uit te maken wanneer en waarom gedragspatronen evolueerden.

 

We gaan eerst aan de hand van de huwelijksakten enkele maatschappelijke variabelen onderzoeken zoals de graad van geletterdheid en de beroepsstructuur.  Daarnaast achterhalen we de gemiddelde huwelijksleeftijd in Deinze en de evolutie ervan.  Ook de problematiek van de tweede huwelijken wordt aangesneden.  Hoe was de partnerkeuze? Was er sprake van regionale en sociale endogamie?

 

We gaan ook het profiel pogen schetsen van een moeder met een voorhuwelijks kind; haar afkomst, haar beroep, haar graad van geletterdheid en de leeftijd waarop ze haar eerste kind kreeg.  Wat waren haar toekomstperspectieven, werd haar kind gewettigd of bleef ze ongehuwd?

 

Tenslotte gaan we na of de traditionele seizoensschommelingen van de huwelijken en geboorten zich ook voordoen in Deinze.

 

 

c.  Een overzicht van de behandelde hoofdstukken

 

Ons onderzoek heeft geen enkel nut indien we het niet plaatsen binnen een groter wetenschappelijk kader.  Het mag als een gemiste kans worden beschouwd indien we onze bevindingen niet zouden koppelen aan reeds bestaande onderzoeken en theorieλn.  We resumeren hier eventjes de belangrijkste werken.

 

De volgende licentiaatsverhandelingen werden geselecteerd als vergelijkingsmateriaal.  De voornaamste waren die van L. De Bisschop en J. Blomme voor hun onderzoeksmethode[5].  Daarnaast hanteerden we ook de verhandelingen van M.-C. Gijssels en N. Huys[6].  De internationale en nationale werken aan de hand waarvan we onze verhandeling maakten hebben we systematisch per hoofdstuk vermeld.

 

In het eerste hoofdstuk geven we een situering van Deinze.  Eerst een geografische situering vervolgens het bevolkingsverloop en de belangrijkste economische ontwikkelingen.  We baseren ons in hoofdzaak op het artikel van H. Maes ‘De geschiedenis van Deinze’[7].

 

Het tweede hoofdstuk handelt over de componenten van het premaritaal gedrag.  Om de praktijk met de gangbare norm te vergelijken moet de laatste duidelijk omschreven worden.  De kerkelijke norm kende doorheen de geschiedenis enkele aanpassingen waarvoor we gebruik maken van het werk van A. Armengaud, die deze aanpassingen bundelde[8].  Nadat we de norm hebben geλxpliciteerd behandelen we de evolutie van het premaritaal gedrag.  Het ideale vergelijkingsmateriaal wordt ons aangeboden door enerzijds E. Shorter en anderzijds W. Flinn[9].  De eerste historicus schetst de evolutie van het voorhuwelijks gedrag in Noordwest- Europa sinds 1550 tot en met 1970.  W. Flinn reikt cijfermateriaal aan afkomstig uit de buurlanden met name Engeland, Frankrijk en Duitsland, Spanje en de Scandinavische landen in de periode 1650-1820.  Het cijfermateriaal specifiek voor Vlaanderen werd geleverd door C. Vandenbroeke[10].

 

In het derde hoofdstuk spitsen we ons toe op de beroepsstratificatie van de 19de eeuwse Deinzenaars.  Het opdelen van een bevolking in verschillende beroepsklassen is geen sinecure.  Het studiedomein van de sociale stratificatie is er ιιn van verschillende klemmen en voetangels.  Deze problematiek werd duidelijk omschreven in het artikel van T. Lucassen en T.H. Van Thijn[11].  We hebben ook aandacht voor de proto-industrie aangezien Deinze gelegen was in het epicentrum van de huisnijverheid.

 

In het vierde hoofdstuk behandelen we de partnerkeuze.  De partnerkeuze in de 18de en de 19de eeuw was sterk regionaal en sociaal gelimiteerd.  De meeste koppels werden gevormd tussen leden van een zelfde beroepsklassen wonende in dezelfde buurt.  In dit hoofdstuk gebruiken we het artikel van A.M. Vermeulen[12].  Deze auteur bestudeerde de sociale endogamie in Gent gedurende de 19de eeuw.  Het uitgangspunt van de studie was dat ieder huwelijk een uitspraak vormt van de betrokkenen over de financiλle en sociale positie van de tegenpartij en dat de nuptialiteit derhalve strikt standsgebonden was.  Daarnaast maken we ook gebruik van de studie door H. Charbonneau in het Franse dorpje Tourouvre-au-Perche[13].  Deze studie spitste zich vooral toe op de relatie tussen het beroep van de schoonvader en het beroep van de echtgenoot.  In de keuze van de partner speelde de geografische afstand ook een belangrijke determinerende rol.  Voor de regionale endogamie maken we gebruik van de werken van C. Vandenbroeke en van A. Armengaud[14].

 

Het vijfde hoofdstuk biedt een overzicht van de huwelijksleeftijd.  In het Ancien Rιgime en in de loop van de 19de eeuw was de gemiddelde huwelijksleeftijd bij een eerste huwelijk vrij hoog voor vrouwen tussen de 27 en 28 jaar en de mannen tussen de 28 en 30 jaar.  De hoge huwelijksleeftijd had verschillende gevolgen in verband met huwelijksvruchtbaarheid.  In dit hoofdstuk hebben we de ideale huwelijksleeftijd gedestilleerd uit zowel de wetten als uit de spreekwoorden.  Voor het eerste luik maken we gebruik van het overzichtswerk over de geschiedenis van het privaatrecht door R.Van Caenegem[15].  Voor het tweede luik hanteren we de werken van C.Vandenbroeke, F. Van Poppel en A. De Cock[16].  Deze drie auteurs lieten hun onderzoek doorspekken met zegswijzen; deze vormen immers een ideaal instrument om de heersende volkse mentaliteit te achterhalen.  Normaal werd de mentaliteit van de volksklassen beschreven door de burgerij.  Zij waren echter geen objectieve bron want ze probeerden in hun documenten de lagere klassen te beschuldigen van deviant gedrag waarvan de burgerij zich distantieerde.

 

Dit hoofdstuk laat ons ook toe om het Europese huwelijkspatroon verder uit te diepen.  J.Hajnal heeft in 1965 het ‘malthusiaans huwelijkspatroon’ geformuleerd met als specifieke kenmerken een hoge huwelijksleeftijd en een groot deel van de bevolking dat koos voor definitief celibaat[17].  Het Europees huwelijkspatroon werd in ‘Journal of Family History’ van 1991 geherformuleerd[18].  Het huwelijkspatroon was enkel van toepassing in Noordwest- Europa.  In de mediterrane wereld ontwikkelde zich een totaal verschillend patroon alsook in de grote steden.  De hoge huwelijksleeftijd in de periode 1750-1850 was niet van toepassing in Engeland, dit gegeven werd bewezen dankzij het onderzoek van E. A. Wrigley[19].  De theorie van F.Mendels werd ook aangehaald voor de 18de eeuw[20].  Deze historicus verklaarde dat grote lagen van de bevolking aan de hoge huwelijksleeftijd ontsnapten dankzij de huisnijverheid.  Deze theorie werd onder vuur genomen door C. Vandenbroeke, hij bewees dat het restrictief huwelijkspatroon wel gangbaar was in Vlaanderen gedurende de 18de eeuw en dat de huisnijverheid enkel bij de begin- en eindfase verarming veroorzaakte op het Vlaamse platteland[21].

 

In het zesde hoofdstuk spitsen we ons toe op de problematiek van de hertrouw en de verweduwing.  De hoge kraambedsterfte en de daarmee gepaard gaande vroege ontbinding van het huwelijk zorgden voor vele tweede, zelfs derde tot vierde huwelijken.  We stellen in dit hoofdstuk de vraag naar de houding van de toenmalige maatschappij ten opzichte van weduwen en weduwnaars en de verschillen tussen beide ten opzichte van een tweede huwelijk.  Het ideale vergelijkingsmateriaal wordt ons aangeboden door F. Van Poppel.

 

Het zevende hoofdstuk behandelt de graad van geletterdheid in Deinze gedurende de 18de en de 19de eeuw.  De link tussen het al dan niet kunnen schrijven en de partnerkeuze en het beroep wordt nagegaan.  De evolutie van de alfabetiseringsgraad in Vlaanderen werd behandeld in het artikel van G. Algoed en C. Vandenbroeke[22].

 

Nadat we in voorgaande voorstukken vooral de huwelijksakten hebben behandeld, komen in het achtste hoofdstuk de onwettigen aan bod.  We overlopen in eerste instantie de gangbare theorieλn aangaande deze problematiek zowel P. Laslett, E.Shorter, J.Flandrin, J.Scott en L. Tilly e.a. passeren de revue[23].  We schetsen ook het profiel van de ongehuwde moeder en de wettiging van de onwettigen.  Daarnaast pogen we ook het profiel van de echtgenoot van de moeder met een onwettig kind te schetsen.

 

In hoofdstuk negen behandelen we de andere component van het premaritaal gedrag namelijk de prenuptialen.  De huwelijken van koppels met een prenuptiaal hebben we opgedeeld in verschillende categorieλn met name geprovoceerde, geavanceerde en geplande huwelijken.  Daarna achterhalen we de beroepsklasse, de graad van geletterdheid en de leeftijd van de moeder op het moment van de geboorte van de prenuptiaal.  We gaan ook het profiel schetsen van de vermoedelijke vader.

 

In hoofdstuk tien en tevens het laatste hoofdstuk achterhalen we of de typische seizoensschommelingen van de geboorten en huwelijken zich ook voorgedaan hebben in Deinze tijdens de 18de en 19de eeuw.

 

 

D. Bronnen en methodologie

 

A.Parochieregisters

 

De eerste bron die we hebben gehanteerd voor de reconstructie van het voorhuwelijks seksueel gedrag in Deinze zijn de parochieregisters.  Sinds de tweede helft van de 17de eeuw zijn de parochieregisters veralgemeend en bieden ze informatie over dopen, huwelijken en begrafenissen.  In Deinze zijn de huwelijksakten beschikbaar vanaf 1650, de geboorteakten waren iets ouder en vangen aan vanaf 1613[24].  Sinds de 18de eeuw mede dankzij de invloed van de wereldlijke overheid kan men een verbetering in de kwaliteit van de registers opmerken[25].  Vooral sinds het edict van Maria-Theresia van 6 augustus 1778, dat de directe aanzet was voor de latere uitbouw van de Burgerlijke Stand, werden de akten gedetailleerder opgemaakt. 

 

Bij de interpretatie van de gegevens uit de parochieregisters moeten we rekening houden met enkele lacunes.  Deze werden duidelijk geλxpliciteerd in het artikel van J. De Belder en E.Vanhaute.  Alhoewel de dopen en begrafenissen geen synoniem zijn voor geboorten en overlijdens mag toch een bijna volledige gelijkheid verondersteld worden.  Er kunnen lacunes optreden in de parochieregisters omwille van bijvoorbeeld oorlogsomstandigheden[26].

 

Uit de huwelijksakten konden we slechts schaarse informatie achterhalen over het koppel, de naam, de datum van de voortrouw en trouw en soms de woonplaats van de partners.  Na 1778 moesten de huwelijksakten indien mogelijk ondertekend worden.  De eerste jaren werd deze regel echter sporadisch toegepast, slechts vanaf 1784 consequent.  In de geboorteakten werden naast de naam en voornaam van de ouders, de doopnaam van het kind vermeld.  Wanneer er een onwettig kind werd geboren was de registratie ervan in Deinze ondermaats.  De informatie werd zeer slordig neergepend en soms omgekeerd vermeld.  De mannelijke onwettige werd aangeduid met de termen illegitimus, filius naturalis en spirius.  De vroedvrouw poogde tijdens de barensweeλn ‘in doloribus partus’ de naam van de vader te achterhalen.  Dit gebruik werd echter afgeschaft sinds het edict van 1778.

 

B. De akten van de Burgerlijke Stand

 

Met de Franse revolutie werd de registratie van de Burgerlijke Stand onttrokken aan de parochiale overheid en toevertrouwd aan de gemeentelijke administratie.  In Belgiλ werd de Franse wet van 20 september 1792 van kracht op 17 juni 1796.  In de eerste jaren komt er een aanzienlijke onderregistratie van de zogenaamde ‘vital statistics’voor omdat een groot deel van de gezagsdragers de secularisatie argwanend bekeek en elke medewerking weigerde.  Er werden twee exemplaren opgemaakt, de ιιn bestemd voor de gemeentelijke administratie en het andere bestemd voor de griffie van de rechtbanken van eerste aanleg[27].

 

De huwelijksakten boden een waaier van informatie.  Naast de gewone inlichting van het koppel werden ook de gegevens van de ouders vermeld en van de 4 getuigen.  Met deze schat van informatie konden we allerhande bewerkingen maken.  De sociale en regionale endogamie, de alfabetiseringsgraad, de huwelijksleeftijd, de beroepsstratificatie, de frequentie van de tweede huwelijken en de seizoensschommelingen.  Zeer nuttig voor ons onderzoek was de vermelding van de nog in levende zijnde voorkinderen met hun naam, geboorteplaats en datum.

 

Ook de geboorteakten van de Burgerlijke Stand zijn uitgebreider.  We vinden volgende gegevens terug: de naam, beroep, leeftijd en woonplaats van de ouders, geslacht, voornamen van de boorling en datum en uur van de geboorte alsook de naam, leeftijd, beroep en adres van de twee getuigen.  De onwettigen werden wel nauwkeurig genoteerd en bij wettiging werd in de marge met rode stift de huwelijksdatum en -plaats van de ouders vermeld.  In de 19de eeuw konden we bijgevolg het profiel van de moeder schetsen.

 

C. De methode van het onderzoek

 

We hebben het voorhuwelijks seksueel gedrag in Deinze pogen te reconstrueren over een periode van twee eeuwen via tienjaarlijkse steekproeven.  We hebben de overgangsperiode van de pre-statistische periode naar de statistische fase overgelaten omwille van de onderregistratie van de onwettigen.  De kerkelijke gezagsdragers weigerden hun medewerking te verlenen bij de overgang naar een burgerlijke administratie.  Een groot aantal koppels huwden enkel voor de Kerk en niet burgerlijk zodoende dat hun kinderen voor de wet onwettig waren en voor de Kerk legitiem.  Door de vele overlappingen in deze periode was het gevaar voor dubbeltellingen reλel.

 

Voor ons onderzoek hebben we dezelfde methode gebruikt als J. Blomme in zijn licentiaatverhandeling over Eeklo[28].  Eerst gaat men de huwelijken uit het jaar X en het jaar X+1 ficheren.  Van deze fiches legt men een alfabetisch bestand aan op naam van het gezinshoofd.  Vervolgens gaan we op zoek naar de geboorten die corresponderen met de reeds geficheerde huwelijken en dit voor de jaren X, X+1 en X+2 aangezien in 90% van de gevallen een eerste kind de 24 maanden na het huwelijk wordt geboren.  Dit zijn de zogenaamde eerstgeborenen, die we op de fiche van hun ouders vermelden.  Op de volgende pagina vindt men een voorbeeld van een blanco fiche.

 

Nadat we het archiefwerk hadden afgerond volgde de tijdrovende fase van de verwerking van de gegevens.  De verwerking van de gegevens uit de 18de eeuw was snel afgerond aangezien we slechts de seizoensfluctuaties en enkele bewerkingen konden maken rond prenuptialen en onwettigen.  De gegevensverwerking van de 19de eeuw was een echte krachttoer dankzij de schat aan gegevens uit de akten van de Burgerlijke Stand.  De analyse, de interpretatie en verklaringen konden dan pas van start gaan.

 

 

Afbeelding I: Fiche gebruikt bij de steekproef

 

Nr.huwelijk…….Datum:………….Bron:……………………………………………………

 

MAN……………………voornaam………………………………………………………….

 

1-2-3…Huwelijk vorige + einde huwelijk…………………………………………………...

geboren te…………………………op…………………………….…………………………

zoon van……………………………………………………………………………………...

Beroep………………………………………………………………………………………..

Beroep vader………………………moeder…………………………………………………

Woonplaats…………………………………………………………………………………...

Handtekening               JA / NEE

Andere………………………………………………………………………………………..

 

 

VROUW…………………………voornaam………………………………………………

 

1-2-3 …..huwelijk vorig+einde huwelijk…………………………………………………….

geboren te…………………………op…………………………….…………………………

dochter van…………………………………………………………………………………...

Beroep………………………………………………………………………………………..

Beroep vader………………………moeder…………………………………………………

Woonplaats…………………………………………………………………………………...

Handtekening               JA / NEE

Andere………………………………………………………………………………………

 

 

Datum geboorte eerste kind………………..Naam……………………………………………...

Extra…………………………………………………………………………………

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

[1] VANDENBROEKE C., o.c., p.138.

[2] VANDENBROEKE C., ‘Historische demografie’, onuitgegeven cursus licenties, p.128.

[3] LASLETT P., OOSTERVEEN K., SMITH R.M., ‘Bastardy and its comparative history’, 1980, p.3.

[4]  DARMON P., Le mythe de la procrιation ΰ l’βge baroque, 1977,283p.

[5] DE BISSCHOP L., Prenuptiaal gedrag te Affligem XVIIde – begin Xxste eeuw.  Een historisch-demografische studie van voorhuwelijksen en onwettigen in een plattelandsgemeente, (onuitgegeven licentiaatverhandeling, 2000-2001, BLOMME J.,  Vrijen en trouwen te Eeklo, 1639-1917.  Een historisch-demografisch onderzoek van het voorhuwelijks gedrag in een kleine stad, Gent, (onuitgegeven licentiaatverhandeling), 1994-1995.

[6] GIJSSELS M.-C.,  Het premaritaal gedrag in Oost-Vlaanderen (1700-1880).  Een historisch-demografische studie getoetst aan volkskundige bronnen, Gent, (onuitgegeven licentiaatverhandeling), 1980., HUYS N.,  Trouwen in Lebbeke (1700-1900).  Een nuptialiteitsstudie van een Oost-Vlaamse plattelandsgemeente, Gent, (onuitgegeven licentiaatverhandeling), 1999-2000.

[7] MAES H., Geschiedenis van de Stad Deinze, in: Handelsecho 1980-1981, 26, Deinze.

[8] ARMENGAUD A.,  La famille et l’enfant en France et en Angleterre du XVIe au XVIIIe siθcle.  Aspects dιmographiques, Parijs, 1975.

[9] SHORTER E.,  The making of modern family, New York, 1975, FLINN W.,  The European Demographic System 1500-1820, Brighton., 1981.

[10] VANDENBROEKE C.,  Het seksueel gedrag der jongeren in Vlaanderen sinds de late XVIe eeuw, in: Bijdragen tot de geschiedenis, 1979, pp.193-230.

[11] LUCASSEN T. en VAN THIJN TH., Nogmaals: sociale stratificatie, in: Tijdschrift voor de sociale geschiedenis, 1981,3, p.73.

[12] VERMEULEN A.M.,  De huwelijksakten van de burgerlijke stand als bron voor sociaal-economische geschiedschrijving.  Beroepsoriλntatie en sociale homogamie in het 19de-eeuwse Gent, HMGOG, pp.203-222.

[13] CHARBONNEAU H.,  Tourouvre-au-Perche aux XVIIe et XVIIIe siθcles.  Etude de dιmographie historique, INED, 1970.

[14] VANDENBROEKE C.,  Vrijen en trouwen van de Middeleeuwen tot heden.  Seks, liefde en huwelijk in historisch perspectief, Brussel-Amsterdam, 1986.

[15] VAN CAENEGEM R., Geschiedkundige inleiding tot het recht 1. Privaat recht, Deurne-Kluwer rechtswetenschappen Belgiλ, 1996, VIII.

[16]VAN POPPEL F., Trouwen in Nederland.  Een historisch-demografische studie van de 19de en vroeg 20ste eeuw, Wageningen, 1992,  DE COCK A.,  Spreekwoorden en zegswijzen over de vrouwen, liefde en het huwelijk, Gent, 1911.

[17] HAJNAL J.,  European marriage patterns in perspective, in: GLASS D., EVERSLEY D.  Population in history: essays in historical demography, Londen, 1965.

[18] ALTER G.,  New perspectives on European marriage in the nineteenth century, in: Journal of family history, 1991.

[19] WRIGLEY E., SCHOFFIELD R.,  English population history from family reconstruction: summary results 1600-1799; in: Populations Studies, 1983, 2.

[20] MENDELS F., Industry and marriages in Flanders before the industrial revolution, in: Populations and economics, Winnipeg, 1970.

[21] DEVOS I.,  Marriage and economic conditions since 1700: the Belgian case, in: DEVOS I. en KENNEDY L., Marriage and economy.  Western Europe since 1400, Turnhout, 1999.

[22] ALGOED G., VANDENBROEKE C., Alfabetisme in Vlaanderen en inzonderheid in Zuidelijk Vlaanderen (eind 18de eeuw-ca 1870)’ in: Vijfde jaarboek van de geschiedenis –en heemkundige kring “ De Gaversteke”, deel V, 1977.

[23] LASLETT P., OOSTERVEEN K., SMITH R., Bastardy and its comparative history of illegitimacy and marital non conformism in Britain, France, Germany, Sweden, North America, Jamaica and Japan, Londen, 1980., FLANDRIN J., Familles, parentι, maison, sexualitι dans l’ancienne sociιtι, Parijs, 1976., COHEN M., SCOTT J.W., TILLY L., Women’s Work and European Fertility Patterns, in: ROTBERG R., RABB T.,  Marriage and Fertility, studies in Interdisciplinary History, Princeton New Jersey, 1980., e.a.

[24] De klappers die gemaakt zijn voor de dopen, begrafenissen en huwelijken zijn in Deinze onvolledig.

[25] VANDENBROEKE C., o.c., p.106

[26] DE BELDER J.,VANHAUTE E., Sociale en economische geschiedenis, in ART J. Hoe schrijf ik de geschiedenis van mijn gemeente? Deel I: 19de en 20ste eeuw.  Centrum voor Geschiedenis, Gent, 1993, p.104.

[27] DE BELDER J.,VANHAUTE E., o.c., p. 105