| Rechts-radicalisme tussen Noordzee en Leiestreek: een analyse van het Vlaams Blok in West-Vlaanderen. (Matthias Vandezande) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
DEEL 2: OORSPRONG EN VERSPREIDING VAN DE VERSCHILLENDE WEST-VLAAMSE KERNEN EN AFDELINGEN.
2. Uitbouw van het Vlaams Blok in West-Vlaanderen.
Bij de uitbouw per arrondissement, gebruik ik enkele factoren die men traditioneel altijd met het Vlaams Blok linkt. Reden hiervoor is hun programma dat zich op deze factoren of hun concrete gevolgen spiegelt. Als eerste is er criminaliteit, waar het Vlaams Blok voor een keiharde aanpak pleit. Daarom leek het me logisch om criminaliteit als één van mijn variabelen op te nemen om te peilen in welke gebieden men meer of minder succes heeft. De gegevens dateren van 2000 en als bron gebruikte ik http://www.poldoc.be, die de jaarlijkse staten van politiële criminaliteitsstatieken per gerechtelijk arrondissement verzamelt. Deze statistieken bundelen niet enkel feiten als diefstal met of zonder geweld, moord, etc., maar ook milieumisdrijven, inbreuken tegen de wet ter beteugeling van de openbare dronkenschap. In zowel de media als de politiek wordt het Vlaams Blok afgeschilderd als de partij waar misnoegde mensen op stemmen. Een gevoel van onveiligheid en misnoegdheid komt ook voort uit dit soort misdrijven. Het wonen naast een plaats waar geregeld sluikstorters hun afval achterlaten, kan bij velen een bron van onvrede zijn. Kleine zaken kunnen zich opstapelen tot een persoon beslist om die onvrede politiek te kanaliseren. Criminaliteitscijfers hebben dus zeker niet exclusief met misdaden als car- en homejackings te maken. Toch moet er plaats zijn voor relativering: het kan voorkomen dat in men in bepaalde gebieden sneller verbaliseert dan in andere.
In totaal werden er 73.325 criminele feiten voor het jaar 2000 geteld. Verspreid over het totaal aantal bewoners op het West-Vlaamse grondgebied, 1.128.774, komt dit neer op 65 misdrijven op 1000 inwoners. Als we het gemiddelde nemen over het aantal misdrijven per gemeente, ligt het resultaat, 53 misdrijven per 1000 inwoners, een stuk lager. Het eerste gemiddelde is sterker onderhevig aan extremen. In de schaarse stedelijke kernen in West-Vlaanderen, waar een opeengepakte bevolking aanwezig is, is de criminaliteit groter. Dit beïnvloedt uiteraard onze visie over de maatschappelijke overlast die in de meeste plattelandsdorpjes stukken lager ligt, maar door het geringe bevolkingsaantal minder doorweegt op de statistieken. Toch lijkt het gebruik van het eerste cijfer adequater omdat het zich richt op de bevolking in totaal en niet op het geheel van gemeenten.
Het Vlaams Blok legt geregeld het verband tussen criminaliteit en vreemdelingen. Vreemdelingen zijn -in de visie van de partij- cultureel ontwortelde mensen die zich uiterst moeilijk aan onze normen weten aan te passen. Botsende culturen geeft automatisch criminaliteit met zich mee. Nemen we de casus Antwerpen dan zien we dat een grote populatie migranten normaliter electoraal lonend is voor het Vlaams Blok. Daarom leek het me relevant ook deze cijfers per gemeente op te nemen. West-Vlaanderen kan men, met een gemiddelde van 1,8% of 18 migranten per 1000 inwoners, als een migrantenarme provincie omschrijven. Maar tegelijk moet men zich sterk voor dit cijfer hoeden. De nationaliteit van deze migranten achterhalen blijkt jammer genoeg amper mogelijk te zijn. Waarschijnlijk bestaan die cijfers wel, maar in het overgrote deel van de gevallen wenst men ze om diverse redenen niet vrij te geven. Bij gebrek aan deze gegevens, moet men bijzonder voorzichtig te werk gaan om geen misinterpretaties te krijgen. Indien een persoon omwille van het vreemdelingenstandpunt op het Vlaams Blok stemt, dan wijst hij vooral de moslimgemeenschap in ons land als storende factor aan. Toch kunnen een groot deel van deze moslims onze nationaliteit hebben aangenomen. Een nationaliteit aannemen is niet visueel waarneembaar. De stemmer baseert zich op de huidskleur en de aan de moslimcultuur gerelateerde handelingen, gebruiken en waarden die met de nationaliteitsverandering niet altijd veranderd zijn. Anderzijds kun je een Nederlander hebben, die op het eerste zicht niet opvalt, maar om de één of andere reden toch onze nationaliteit niet aanneemt. Deze Nederlander zal normaliter voor 'Jan met de pet' geen reden zijn om een harder vreemdelingenstandpunt te koesteren. In het Heuvelland vindt men bijvoorbeeld geen Vlaams Blokkern, maar toch zijn er 10% migranten aanwezig. Omdit deze gemeente aan Frankrijk grenst, kan men al vermoeden dat het hier om Noord-Franse immigranten gaat. Door de wazigheid waarmee deze informatie wordt vrijgegeven, kan men ook bijzonder moeilijk een accuraat beeld verkrijgen. Nationaliteit is niet uiterlijk waarneembaar, de afkomst van een persoon des te meer. Het is de uiteindelijke afkomst van de persoon of diens ouders en grootouders die bepalend is voor het al of niet succes hebben van het Vlaams Blok in een bepaalde gemeente.
Migranten en criminaliteit zijn 2 zaken die vooral in grootsteden cultiveren. Mensen leven dichter op elkaar gepakt, de buurt verloederd, etc. Een gevoel van onbehagen die electoraal lonend blijkt te zijn voor deze partij. West-Vlaanderen daarentegen is sterk ruraal en heeft weinig met deze zaken te maken. Logisch gezien zijn de kenmerken van een ruraal gebied samen te vatten in lage bevolkingsdichtheid, weinig criminaliteit en migranten. Daarom is het interessant om eens te kijken of er in deze provincie een verband is tussen deze cijfers en het al of niet succesvol zijn van de partij in een bepaalde gemeente.
2.1. De uitbouw en verkiezingsdeelname van West-Vlaanderen vergeleken met de andere provincies en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.
West-Vlaanderen staat, samen met Limburg, bij het Vlaams Blok geboekstaafd als de provincie met de zwakste uitbouw.
In tabel 1 (bijlage) heb ik, gegroepeerd per provincie, berekend hoe groot het percentage van het totaal aantal gemeenten was waar de bevolking tijdens de verschillende gemeenteraadsverkiezingen voor het Vlaams Blok kon stemmen. Omdat de partij met stichter Karel Dillen eind jaren '70 een bijna exclusief Antwerps fenomeen was, hoeft het ook niet te verwonderen dat tijdens de eerste gemeenteraadsverkiezingen, in 1982, Antwerpen de leiding nam met 14,3%. Hier blijkt dat West-Vlaanderen in de 5 provincies en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op een vierde plaats eindigde met 7,8%. In 5 van de 64 gemeenten wist men vanuit een kern of een afdeling een lijst in te dienen, met name in Bredene, Brugge, Koksijde, Kortrijk en Oostende. Geen enkele zetel werd behaald en het resultaat bleef overal pover. Ook kan men er vraagtekens bij plaatsen hoe groot de bereidheid van de lokale bevolking wel was als er bijvoorbeeld in Koksijde sprake was van een éénmanslijst. Vlaams-Brabant en vooral Limburg deden het nog slechter, met een respectievelijke deelname van 6,3% en 4,5%.
Dit zou geleidelijk wijzigen bij de volgende verkiezingen in 1988. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam nu de leiding met 36,8%. Dit blijkt wel te relativeren als je weet dat men hier met slechts 19 gemeenten van doen heeft, terwijl bijvoorbeeld Antwerpen koploper was met 80 gemeenten. Het Vlaams-nationale aspect zal in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met zijn taalfaciliteiten, ongetwijfeld een grote stimulans zijn voor militanten om openlijk de kaart van het Vlaams Blok te trekken. Samen met Limburg kende men, procentueel gezien, de sterkste aangroei. Vooral Oost-en West-Vlaanderen kenden een geringere activiteit. West-Vlaanderen bleef voorlaatste met 14,1%. Oost-Vlaanderen, die hedentendage als tweede sterkste provincie bekend staat, eindige met de zwakste uitbouw. Toch kan men zeggen dat Limburg, Vlaams-Brabant, Oost- en West-Vlaanderen procentueel gezien bijna een even sterke uitbouw kenden.
In tabel 2 stelt men vast dat de verkiezingsparticipatie voor 1994 de grootste aangroei in absolute cijfers kende. De procentuele verschillen tussen de provincies werden een stuk groter. Limburg kwam, net als in 1982, het zwakst uit de bus met 24,1. West-Vlaanderen participeerde in bijna één derde van de gemeenten.
Toen Frank Vanhecke in 1995 voorzitter werd, poogde men de partij een stuk te dynamiseren. Electoraal zag men toenemende successen in standpunten als criminaliteit en legde men tijdens campagnes nog sterker de nadruk op thema's als migratie. De partij had één doel voor ogen: groeien.[338] Het zal dan ook niet verbazen dat de opdracht voor de laatste verkiezingen in een zo groot mogelijke deelname lag. In de 5 provincies en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kende West-Vlaanderen de grootste groei: 12 extra lijsten werden ingediend terwijl 3 gemeenten in de streek Koksijde-Westkust er na de 'crisis' rond de Europese verkiezingen en de te harde nadruk op de vreemdelingenproblematiek in 1994 er niet meer in slaagden om een lijst in te dienen..Antwerpen bleek het sterkst uitgebouwd met 82,9%, gevolgd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met 68,4%. De 4 provincies, Limburg, Vlaams-Brabant, Oost-en West-Vlaanderen schommelden rond de 50% en kwamen zo procentueel gezien opnieuw dichter bij elkaar te liggen. Vlaams-Brabant bleek met 49,2% het zwakst uitgebouwd, hoewel het verschil met West-Vlaanderen een futiliteit was. Indien Vlaams-Brabant één lijst meer had ingediend zou men op 51% zijn uitgekomen en zo sterker blijken te zijn dan West-Vlaanderen. Dat West-Vlaanderen de zwakste uitbouw zou hebben klopt dus niet als men de verschillende verkiezingen naast elkaar legt. Qua uitbouw is er procentueel gezien niet veel verschil tussen Vlaanderen, Limburg en VlaamsBrabant. Het verschil moet men vooral zoeken in het electorale resultaat die men per provincie behaalt.
2.2. De uitbouw in West-Vlaanderen per arrondissement.
Arrondissement Diksmuide.
Het arrondissement Diksmuide bestaat uit de 5 gemeenten Diksmuide, Houthulst, Koekelare, Kortemark en Lo-Reninge. De werkloosheidsdruk ligt er onder het West-Vlaams gemiddelde van 6,3%, behalve voor Houthulst met 6,5%. Lo-Reninge bijvoorbeeld, had in 2000 met 2,8% de laagste werkloosheidsdruk in West-Vlaanderen. Deze gemeenten zijn typische landbouwgemeenten met alle bijhorende kenmerken. Alle 5 stijgen ze uit boven het West-Vlaams gemiddelde van 68% landbouwgrond. Vooral Lo-Reninge en Koekelare, beiden met meer dan 80% landbouwgrond, zijn sterk ruraal.[339]
Het is dan ook niet opvallend dat deze gemeenten dunbevolkt zijn. Allemaal liggen ze ver onder de grens van het West-Vlaams gemiddelde van 359 en het Vlaams gemiddelde van 439 inwoners per km². Lo-reninge is hier opnieuw het meest uitgesproken met amper 51 inwoners per km², het laagste cijfer in West-Vlaanderen. Het gehele arrondissement bestrijkt 11,5% van de totale West-Vlaamse oppervlakte en 4,3% van zijn totale bevolking. Vooral Diksmuide geldt als één van de grotere gemeenten van West-Vlaanderen. Het percentage migranten ligt ook onder het West-Vlaams gemiddelde van 1,8% (zie tabel 3).
In tabel 3 kan men zien dat men qua criminaliteitscijfers met 48 misdrijven op duizend inwoners onder het West-Vlaams gemiddelde komt te liggen. Enkel de gemeente Diksmuide stijgt boven het gemiddelde uit met 76 misdrijven per 1000 personen. Typisch aan dergelijke landbouwersgemeenten is dat er weinig partijen deelnemen aan de verkiezingen. Met een lagere bevolking is het ook logisch dat het moeilijker zal zijn om genoeg politiek actieve mensen te vinden om zo 10 partijen te stichten. Zoals verwacht is dit arrondissement, wat het Vlaams Blok betreft, op lokaal vlak bijzoner slecht uitgebouwd. Enkel Diksmuide heeft een kern en door de geringe activiteit fungeert men in een districtswerking.
In 1994 kwam Diksmuide op en tot op vandaag heeft men met 6,0% geen enkele zetel behaald. Bij de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in 1999 behaalde het kanton Diksmuide -dat uit dezelfde gemeenten als het arrondissement bestaat- 9,3%.[340] Een groot verschil, als men opmerkt dat in 4 van de 5 gemeenten nog geen kern aanwezig is en men bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2000 slechts 6,0% behaalde.
Besluit: het dunbevolkte en sterk rurale kanton Diksmuide kent amper criminaliteit en heeft een laag percentage migranten. De werkloosheidsdruk is er laag. De grootste gemeente qua oppervlakte, Diksmuide, is de enige waar men op het Vlaams Blok kan stemmen. Over het hele arrondissement heeft de partij geen enkele zetel behaald. Voor de parlementaire verkiezingen haalt men een resultaat dat sterk contrasteert met de slechte uitbouw op lokaal vlak.
Arrondissement Veurne.
Het arrondissement Veurne bestaat uit 5 gemeenten: Alveringem, De Panne, Koksijde, Nieuwpoort en Veurne.[341]
In tabel 3 ziet men dat dit arrondissement met een bevolkingsdichtheid van 205 inwoners per km² sterk onder het West-Vlaams gemiddelde van 359 ligt. Toch is dit arrondissement niet eenzijdig dun bevolkt. Alveringem en Veurne hebben de grootste oppervlakte, maar tegelijk ook de laagste bevolkingsdichtheid. Vooral Koksijde en De Panne hebben een grotere bevolkingsdichtheid dan het West-Vlaams gemiddelde. De werkloosheidsdruk ligt er met respectievelijk 7,0% en 10,8% een stuk boven het West-Vlaams gemiddelde van 6,3%.
Qua misdaadgehalte behaalt De Panne met 150 misdrijven per 1000 inwsoners het op één na hoogste resultaat in West-Vlaanderen. De tweede factor, migranten, is vooral in De Panne met 6,5%, ten opzichte van het West-Vlaams gemiddelde van 1,8%, erg uitgesproken. Veel van deze migranten zullen waarschijnlijk uit Noord-Frankrijk afkomstig zijn, daar De Panne aan de grensstreek ligt. Ook Koksijde steekt met 2,7% boven het gemiddelde uit.
De constitutie van de gemeenten is ook een stuk verschillend. Alveringem en Veurne bestaan voor meer dan 80% uit landbouwgrond en zijn dus sterk ruraal. Als buffer tussen het meer verstedelijkte Koksijde en vooral De Panne ligt Nieuwpoort dat een percentage landbouwgrond bezit dat tussen de 75 en de 80% schommelt.[342]
Met 148 misdrijven per 1000 inwoners (tabel 3) heeft Nieuwpoort een groot criminaliteitscijfer. Dit is een uitzondering, want normaal geldt de regel dat er in rurale gebieden minder misdrijven gebeuren. Toch dient hier een nuancering te gebeuren.
Hoewel Nieuwpoort heel veel landbouwgrond bezit, is de bevolking er vooral actief in de tertiaire sector. De gemeente is met 313 personen per km² iets dunner bevolkt dan het West-Vlaams gemiddelde. Als kuststad is men uiteraard sterk van toerisme afhankelijk. Toerisme brengt eveneens criminaliteit met zich mee. Veurne volgt hier met 95 misdrijven per 1000 inwoners, wat ook een stuk boven het gemiddelde ligt. Ook hier geldt hetzelfde als bij Nieuwpoort. Veurne heeft een bijzonder ruraal uitzicht, maar de spreiding van economische sectoren verloopt quasi gelijk met het West-Vlaams gemiddelde. De primaire en secundaire sector zijn slechts lichtjes oververtegenwoordigd. Qua arrondissement heeft Veurne met een gemiddelde van 100 misdrijven per 1000 inwoners het grootste criminaliteitscijfer en met 2,8% een groter gemiddelde migrantenaantal dan West-Vlaanderen.
Als men stelt dat deze 2 factoren bepalend zijn voor het succes van het Vlaams Blok, zoals in Antwerpen het geval is, dan zou men moeten kunnen aantonen dat het arrondissement Veurne de beste biotoop is om een partij als het Vlaams Blok te laten cultiveren. De West-Vlaamse casus toont net het omgekeerde aan, want samen met het arrondissement Diksmuide heeft ook Veurne 1 gemeente die met de verkiezingen in 2000 opkwam, met name Nieuwpoort waar 5,3% behaald werd.
Als men voorbarig is, zou men kunnen stellen dat de link criminaliteit-migranten-Vlaams Blok hier niet opgaat, maar indien men de verkiezingen voor het Vlaams Parlement in 1999 voor het kanton Nieuwpoort nader bekijkt, waar men 12,0% behaalde, krijgt men een genuanceerder beeld.[343]
Tegelijk kan men concluderen dat de kloof tussen de lokale verkiezing en de nationale verkiezing hier omgekeerd is dan die in Antwerpen. Normaal geldt dat het Vlaams Blok zich voor de verkiezingen van 2000 in West-Vlaanderen begon uit te bouwen. Voor het arrondissement Veurne geldt het omgekeerde. In 1982 was Koksijde één van de eerste plaatsen in de provincie waar het Vlaams Blok zich verkiesbaar stelde. Toch kun je vraagtekens plaatsen bij het feit dat er lokale bereidheid was als slechts één man opkomt en men over de hele stad zo'n 60 stemmen haalt. In 1994 kwam De Panne hier bij, maar haalde eveneens een mager resultaat. Men opereerde onder de naam Koksijde-Westkust, waar ook Veurne en Nieuwpoort bij betrokken waren. Koksijde en De Panne konden na het vertrek toch nog een lijst indienen, maar het resultaat was voor beiden mager. Hoewel er in Veurne en Nieuwpoort een kleine kern was, had men te weinig kandidaten om deftig aan de verkiezingen deel te kunnen nemen. Na het vertrek van Jos Debruyne bleek de structuur nog minder stabiel te zijn. Een kern bleef slechts moeilijk bestaan en implodeerde snel. Slechts in Nieuwpoort achtte men zich dan ook in staat om met een -onvolledige- lijst op te komen. Hoewel in Veurne ook een kern aanwezig was, werd er niet opgekomen. Nochtans opteerde Vanhecke voor een maximale opkomst.
Een belangrijk feit mag echter niet over het hoofd gezien worden: de opstelling van de lijsten valt onder de verantwoordelijkheid van de arrondissementsraad. In deze arrondissementsraden zijn alle afdelingen en kernen vertegenwoordigd. Iedere kandidaat moet de steun genieten van ten minste twee derde van de arrondissementsleden en een integer en moreel aanvaardbaar persoon zijn. Vervolgens worden deze lijsten door de partijraad besproken. De partijraad, of bij delegatie het partijbestuur, beschikt over een wijzigingsrecht. Zij stellen dan de uiteindelijke en definitieve kandidatenlijsten op.[344] De zin 'integer en moreel aanvaardbaar' is nogal rekbaar. Verschillende personen uit de partij wisten me te vertellen dat mensen geweigerd worden indien er een vermoeden bestaat dat ze intellectueel niet in staat zijn een mandaat voor de partij op te nemen.
Hoe zat het met deze 4 kernen die in 2000 geen lijst indienden bij de verkiezingen voor het Vlaams parlement in 1999? Deze 4 plaatsen vormen het kanton Veurne waar men 8,3% behaalde.[345] Twee dingen vallen op. Ten eerste als men 1/12 van de stemmen haalt, zou het -zonder speciale belemmeringen- mogelijk moeten zijn om in die gebieden een stevige afdeling uit te bouwen. Ten tweede is het resultaat toch wat zwak als je bemerkt dat De Panne, Koksijde en Veurne misdaadcijfers halen die boven het gemiddelde uitsteken. Alveringem kan immers met zijn lage bevolkingsaantal niet bijzonder veel aan de uitslag wijzigen. In totaal heeft men net als in Diksmuide nooit een zetel in dit arrondissement weten te halen.
Besluit: het arrondissement Veurne kent een lage bevolkingsdichtheid en kent qua ruimtelijke ordening een gevarieerd uitzicht. Het meer tertiaire De Panne en Koksijde, en het sterk rurale Veurne kennen een hoog criminaliteitcijfer. Qua migrantenpopulatie kent De Panne een hoog percentage. Dit arrondissement kent de hoogste maatschappelijke overlast voor de gehele provincie West-Vlaanderen. Toch is de lokale uitbouw van het Vlaams Blok er bijzonder slecht. Ook in een 'risicogemeente' als De Panne merk je dat men er niet in slaagt om een blijvende Vlaams Blok-kern op te richten. Op parlementair vlak scoort men een hoger resultaat, maar volgens het hoge criminaliteitcijfer lager dan verwacht.
Arrondissement Tielt.
Het arrondissement Tielt bestaat uit de gemeenten Ardooie, Dentergem, Meulebeke, Oostrozebeke, Pittem, Ruiselede, Tielt, Wielsbeke en Wingene.[346]
In tabel 3 zien we dat het arrondissement net als Veurne en Diksmuide een dunbevolkt gebied is. Daarbij komt nog eens dat men met 25 misdrijven per 1000 personen het laagste misdaadcijfer over geheel West-Vlaanderen haalt. Enkel Wielsbeke en Oostrozebeke hebben een grotere bevolkingsdichtheid dan het West-Vlaams gemiddelde. Deze 2 gemeenten hebben dan ook een sterk uitgebouwde industrie.. In elke gemeente ligt het aantal migranten lager dan het West-Vlaams gemiddelde.
Toch levert het voor een deel van het arrondissement een probleem op. Als voorbeeld neem ik de 2 industriecentra. Daarvan heb ik enkel bij Wielsbeke kunnen achterhalen dat er 120 niet-genaturaliseerde personen van Noord-Afrikaanse origine op het grondgebied bevinden. Hoeveel genaturaliseerde personen er zijn, ben ik nergens te weten kunnen komen. Deze mensen zijn vooral in de secundaire sector tewerkgesteld.[347] In Oostrozebeke geldt precies hetzelfde. Twee ondervraagden wisten me te vertellen dat Oostrozebeke een niet-erkende moskee of gebedshuis heeft, waar enkele jaren geleden een imam omwille van opruiende, anti-westerse taal het land werd uitgezet.[348] Uitspraken van deze orde zijn riskant, maar de waarheid is wel dat Wielsbeke met 9,1% het hoogste percentage heeft behaald in dit arrondissement. De lijst was met 3 personen zeker niet volledig, dus men kan vermoeden dat veel mensen een ideologische stem hebben uitgebracht. Als men de verkiezingen voor het Vlaams parlement analyseert, dan ziet men dat het kanton Oostrozebeke, dat gevormd wordt door de gemeenten Oostrozebeke en Wielsbeke, liefst 14% behaalt. Dit is het hoogste resultaat over de hele provincie.[349] Toch is er in Oostrozebeke geen actief werkende kern en kwam men nooit voorheen op. Als er dus één plaats in West-Vlaanderen is waar de bevolking zich door het vreemdelingenstandpunt van het Vlaams Blok laat aanspreken dan is het in dit kanton.
De tweede kern waar een lijst werd ingediend was Tielt. Het verkregen resultaat was mager. Het grondgebied van Tielt is voor meer dan 80% uit landbouwgrond samengesteld.[350] Met een bevolking van 279 inwoners per km² kan men Tielt tot de dunbevolkte gemeenten rekenen. De misdaad ligt er bijzonder laag -19 misdrijven per 1000 inwoners- en met 1,0% migranten ligt men onder het West-Vlaams gemiddelde van 1,8%. De andere gemeenten zijn stuk voor stuk ruraal en hebben een lage bevolkingsdichtheid. Het zijn typische plattelandsdorpen met weinig criminaliteit en vreemdelingen. In deze 6 gemeenten treft men dan ook geen actief werkende kern aan en werden tijdens de verkiezingen ook geen lijst ingediend (zie tabel 3). Als men de verkiezingen van het Vlaams parlement in het kanton Tielt, dat door Tielt, Ardooie en Pittem wordt gevormd, bekijkt, dan ziet men dat men met 8,8% verrassend hoog scoort. Hoog in die zin dat Tielt exact 3,0% minder behaalde tijdens de verkiezingen van 2000 en het feit dat er in rustige plaatsen als Ardooie en Pittem, waar geen Vlaams Blok, te vinden is, toch nog 2.116 mensen voor een partij stemmen die ijvert voor een harde aanpak van problemen waar ze zelf weinig mee te maken hebben. Voor Meulebeke en Dentergem is het resultaat met 10,5% nog meer uitgesproken. Van een Vlaams Blok-werking is er nochtans nooit enige sprake geweest. Hoewel er dus zeker kiezers van de partij te vinden zijn, is het arrondissement Tielt op lokaal vlak bijzonder slecht uitgebouwd.
Besluit: net als het arrondissement Veurne heeft ook Tielt een verschillende constitutie wat ruimtelijke ordening betreft. In de meer landelijke gemeenten is er amper sprake van een uitbouw. Enkel in de hoofdgemeente Tielt is er een werking, die echter magere resultaten behaalt. In de meer geïndustrialiseerde en dichter bevolkte 0kernen Wielsbeke en Oostrozebeke is er 1 kern die -naar West-Vlaamse normen- hoge resultaten haalt. Dit arrondissement kent een behoorlijk lage migrantenpopulatie en het laagste misdaadcijfer op West-Vlaams niveau. Op parlementair vlak scoort men verrassend hoog, ook in de meest rurale gemeenten.
Arrondissement Roeselare.
Het arrondissement Roeselare bestaat uit de gemeenten Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Lichtervelde, Moorslede, Roeselare en Staden en heeft een minder ruraal uitzicht dan de arrondissementen Diksmuide, Tielt en Veurne. Lichtervelde en Staden zijn het meest op de primaire sector gericht. Ook Ledegem, Moorslede en Hooglede halen een hoger gemiddelde in deze categorie.[351]
Vooral Staden heeft een laag criminaliteitscijfer terwijl Lichtervelde toch nog 47 midrijven per 1000 inwoners behaalt. Criminaliteit of enige vorm van overlast is vooral in Hooglede quasi onbestaande. Ook een migrantenpopulatie is er quasi onbestaande. De gemeenten Roeselare, Izegem en Ingelmunster zijn dan weer minder landbouwgericht. Roeselare komt zelfs op een lager percentage uit dan het Vlaams gemiddelde. Men is er vooral op de secundaire en tertiaire sector gericht. Het is typerend dat men ook hier veel meer misdaad kent. Deze 3 gemeenten hebben weinig migranten. Izegem nam reeds -weliswaar met weinig succes- in 1994 deel. In 2000 wist men met 6,0% een zetel binnen te halen. Ingelmunster kreeg 6 personen op de lijst, terwijl er 29 zetels te verdelen was. Toch behaalde men nog 6,2% (zie tabel 3).
Bij de verkiezingen van 1999 stemden voor het kanton Izegem, bestaande uit Izegem en Ingelmunster, 10,4% van het electoraat voor het Vlaams Blok. Dit is iets meer dan 4% bij de gemeenteraadsverkiezingen.[352] De 3 plaatsen waar het Vlaams Blok opkomt zijn de dichtstbevolkte en minst rurale van het arrondissement.[353] Toch is de stelling dat hoe groter de bevolkingsdichtheid is, hoe groter het electoraat van de partij wordt, niet geldig voor de gemeenteraadsverkiezingen in Izegem, want met 1041 inwoners per km² heeft het een grotere bevolkingsdichtheid dan Roeselare met 909 inwoners per km². Ingelmunster heeft met 660 inwoners per km² een grotere bevolkingsdichtheid dan het West-Vlaams en Vlaams gemiddelde (zie tabel 3). De resultaten voor Roeselare op regionaal en gemeentelijk vlak contrasteren op het eerste zicht minder. Het kleine verschil van 1,1% wordt echter teniet gedaan als je weet dat in het kanton Roeselare de rurale gemeenten Ledegem en Moorslede inbegrepen zijn. In beide rurale gemeenten is er geen sprake van een werking. Met 10,4% behaalt men evenveel als het kanton Izegem.[354]
Besluit: het arrondissement Roeselare kent een gemiddeld criminaliteitscijfer en een lage migrantenpopulatie. De uitbouw ligt iets onder het West-Vlaams gemiddelde en komt overeen met de tegenstelling ruraal en dunbevolkt-verstedelijkt en dichtbevolkt.
Arrondissement Brugge.
Het arrondissement Brugge bestaat uit de gemeenten Beernem, Blankenberge, Brugge, Damme, Jabbeke, Knokke-Heist, Oostkamp, Torhout, Zedelgem en Zuienkerke.[355]
Hoewel dit arrondissement slechts op de derde plaats komt qua misdaadcijfers en op de vijfde plaats wat het aantal migranten betreft, behaalt men in dit arrondissement het hoogste electoraal percentage. Ook de uitbouw is er het best georganiseerd. Enkel Zuienkerke heeft geen actief werkende kern en kwam men niet op in 2000. Het is eveneens de gemeente waar 75 à 80% van de grond landbouwgebied is. Op Beernem na bezit het het laagste criminaliteitscijfer. Jabbeke is de tweede gemeente in het arrondissement waar landbouw groter is dan het West-Vlaams gemiddelde. Met 49 misdrijven per 1000 personen zit men een stuk hoger dan Zuienkerke, maar blijft men toch onder het gemiddelde. Verder is het de op één na dunst bevolkte gemeente in West-Vlaanderen. Hier is er wel een kern actief. Met een onvolledige lijst -slechts 5 van de 23 plaatsen raakten opgevuld- behaalde men toch nog 6,5% en één zetel (zie tabel 3).
Brugge en Blankenberge zijn de meest verstedelijkte gebieden en zijn beiden sterk op de tertiaire sector gericht. Blankenberge bezit met 190 misdrijven per 1000 personen het hoogste criminaliteitscijfer van West-Vlaanderen. Op Spiere-Helkijn na, bezit deze gemeente de hoogste werkloosheidsdruk. Met 8,5% en 1 zetel zit men weliswaar boven het West-Vlaams gemiddelde in 2000, 7,1%, maar toch zou men met een dergelijke samenstelling een groter resultaat verwachten worden, temeer men slechts 1 persoon tekort had om de 25-koppige lijst te vervolledigen. Qua migranten ligt men met 2,1% iets boven het West-Vlaams gemiddelde. Brugge -waar men een volledige lijst wist samen te stellen- die een lager misdaadcijfer bezit, behaalt een groter percentage en 4 zetels. De stijging van stemmen groeide langzaam aan. Knokke-Heist, dat weliswaar iets ruraler is dan Brugge en Blankenberge, behaalde procentueel evenveel als Brugge. Het misdaadcijfer ligt er wel betrekkelijk hoog en met 3,8% migranten ligt men 2% boven het gemiddelde uit. Het bevolkingsgemiddelde ligt met 589 inwoners per km² een stuk boven het West-Vlaamse en regionale gemiddelde, maar voor het arrondissement Brugge komt men slechts op de derde plaats uit. Torhout dat met 76 misdrijven per 1000 personen hoger dan het West-Vlaams gemiddelde scoort, behaalt met 4,6% een bijzonder lage score. Het aantal migranten ligt er wel lager dan het gemiddelde. De bevolkingsdichtheid ligt met 415 inwoners per km² een stuk hoger dan het West-Vlaams gemiddelde. In 2000 verkreeg men, inclusief Zuienkerke, 7,5% en, exclusief Zuienkerke, 7,8%.
Bij de verkiezingen voor het Vlaams parlement in 1999 behaalde het kanton Brugge, dat hetzelfde territorium heeft als het arrondissement Brugge, 12,2%. Dit resultaat is zelfs 1,8% meer dan wat Brugge behaalde in 2000.[356]
Besluit: het arrondissement Brugge kent een behoorlijk hoog misdaadcijfer. Op Brugge, Blankenberge en Knokke-Heist na een lage migrantenpopulatie. Op Zuienkerke en Jabbeke na zijn de gemeenten meer verstedelijkt dan het West-Vlaams gemiddelde. Het arrondissement Brugge kent procentueel de beste uitbouw en het hoogste electoraat Vlaams Blok-kiezers op lokaal niveau.
Arrondissement Oostende.
Het arrondissement Oostende bestaat uit de gemeenten Bredene, De Haan, Gistel, Ichtegem, Middelkerke, Oostende en Oudenburg. Enkel Gistel en Oudenburg bevatten een groter percentage landbouwgrond dan het gemiddelde. Middelkerke en Ichtegem liggen iets onder dit gemiddelde, terwijl Bredene, Oostende en, weliswaar in iets mindere mate, De Haan sterk tertiair zijn uitgebouwd.[357]
Middelkerke kwam in 2000 op en behaalde 6,8%, wat hen 1 zetel opleverde. Met 137 misdrijven per 1000 personen behoort men tot één van de probleemsteden in West-Vlaanderen. Oostende die iets minder met overlast te maken heeft, maar meer migranten telt -2,9%- en tevens de dichtstbevolkte gemeente in West-Vlaanderen is, behaalde het beste resultaat. Op de tweede plaats komt Bredene met 7,8%. Met 1093 inwoners per km² kan men haar eveneens tot de dichtbevolkte gebieden rekenen. Hier ligt het misdaadcijfer iets boven het gemiddelde, terwijl het migrantenpercentage dan weer onder dat gemiddelde gaat. Wat opvalt is dat deze 2 gemeenten juist de minst rurale zijn. Middelkerke komt qua resultaat op de derde plaats. Verder hebben Bredene en Oostende de grootste traditie voor het Vlaams Blok wat gemeenteraadsverkiezingen betreft. Beiden hadden reeds in 1982 een kern. Ichtegem dat zoals gezegd iets onder het gemiddelde qua ruraliteit komt te liggen is de vierde gemeente die een kern heeft. Met 292 inwoners per km² behoort ze tot de dunbevolkte gemeenten. Migranten en criminaliteit zijn er zo goed als onbestaande. Dit is ook te zien aan het lage percentage van 3,8% dat men in 2000 wist te behalen, het magerste resultaat over heel West-Vlaanderen. Oudenburg als vijfde gemeente, behoort samen met Gistel tot de gemeenten die een ruraal uitzicht hebben. Net als in Ichtegem zijn migranten en criminaliteit er onbekend. Tijdens de laatste verkiezingen behaalde men 5,2%. In De Haan en Gistel werd er geen lijst ingediend en is er geen actieve kernwerking. Nochtans heeft De Haan met 85 misdrijven per 1000 inwoners een resultaat dat boven het West-Vlaams gemiddelde uitstijgt. Dit is nogmaals een illustratie van het feit dat maatschappelijke overlast niet meteen een Vlaams Blokwerking tot gevolg heeft. Als kustgemeente en toeristisch baken telt De Haan slechts 270 inwoners per km². Het landelijke Gistel kent met 60 misdrijven per 1000 inwoners een behoorlijk criminaliteitscijfer; terwijl het migrantencijfer met 0,8% gering is en de streek dunbevolkt is (zie tabel 3). Van enige werking is geen sprake, maar als we het resultaat van het kanton Gistel -dat de gelijknamige gemeente samen met Ichtegem en Oudenburg omvat- bekijken tijdens de verkiezingen voor het Vlaams parlement, zien we dat men 9,4% verkrijgt. Omdat er geen kern is, zou men eerder vermoeden dat er geen interesse is, terwijl de lage resultaten van Ichtegem en Oudenburg ook geen signaal voor die 9,4% geven. Het kanton Oostende -bestaande uit Oostende, Bredene, De Haan en Middelkerke- behaalde tijdens diezelfde verkiezingen 13,8%, de op één na hoogste score voor West-Vlaanderen. Als Bredene 7,8% haalt, Oostende 9,7%, Middelkerke 6,8% en De Haan zelfs geen actieve kern heeft dan is er duidelijk sprake van een hiaat tussen de regionale- en de gemeenteraadsverkiezingen.[358]
Besluit: het arrondissement Oostende bezit een hoog criminaliteitscijfer. De migrantenpopulatie en de werkloosheidsdruk stijgen boven het West-Vlaams gemiddelde uit. Het arrondissement kende een goede lokale uitbouw. Het tertiaire, maar dunbevolkte De Haan heeft geen kern in tegenstelling tot het rurale Oudenburg. Hier speelt de tegenstelling ruraal-verstedelijkt een minder grote rol.
Arrondissement Kortrijk.
Het arrondissement Kortrijk bestaat uit de gemeenten Anzegem, Avelgem, Deerlijk, Harelbeke, Kortrijk, Kuurne, Lendelede, Menen, Spiere-Helkijn, Waregem, Wevelgem en Zwevegem. Behalve Avelgem -75,1%-80,0%- is de gehele sector sterker op de secundaire sector gericht. Menen en Kortrijk zijn dan weer op handel en diensten georiënteerd.[359]
Het arrondissement Kortrijk behoort tot de dichtst bevolkte van West-Vlaanderen. De 4 meest rurale gebieden in deze streek behoren tot de dunst bevolkte. Kuurne is de dichtst bevolkte met lieft 1268 inwoners per km². Met 49 criminele feiten per 1000 inwoners ligt men onder het gemiddelde, net als met het migrantencijfer. Omgekeerd aan deze cijfers is buurgemeente Kortrijk met een behoorlijk sterk percentage migranten -3,1%- en een hoog misdaadcijfer -94 misdrijven per 1000 inwoners-. De 2 hebben als overeenkomst dat ze dichtbevolkt zijn. Kortrijk heeft sinds 1982 een kern en behaalde intussen 9,6% en 3 zetels. Kuurne kwam nooit eerder op met de verkiezingen. De grensstreken met Frankrijk -Menen en Spiere-Helkijn- hebben zowel overeenkomsten als verschilpunten. De criminaliteitscijfers van beiden liggen boven het gemiddelde, met respectievelijk 4,7% en 4,5% heeft men een betrekkelijk hoog migrantengehalte (hoewel het in dit geval vooral om Franse inwijkelingen gaat). Voornaamste verschilpunt is het feit dat Menen met 965 inwoners per km² een grote bevolkingsdichtheid heeft, terwijl Spiere-Helkijn met 167 inwoners per km² sterk onder het gemiddelde zakt. Menen behaalde met 7,5% 2 zetels, terwijl Spiere-Helkijn geen Vlaams Blok-werking heeft. Harelbeke, Waregem en Wevelgem zijn 3 gemeenten waar de secundaire sector sterk vertegenwoordigd is. De criminaliteitscijfers van Harelbeke, Deerlijk en Waregem liggen alle rond de 50 misdrijven per 1000 inwoners. Alle 3 zijn het sterk geïndustrialiseerde gemeenten Deerlijk kent 1% minder migranten dan Harelbeke en Waregem en is iets dunner bevolkt. Toch bezit men met 679 inwoners per km² een aantal dat boven het gemiddelde uitstijgt. Verder is Deerlijk ook de enige van de 3 waar men niet slaagde in het oprichten van een kern. De oprichting bij de 3 gebeurde in een kantonale werking. Het landelijke Avelgem bezit geen Vlaams Blok werking, net zoals de meeste gemeenten met dit profiel. De gemeenten Anzegem, Lendelede en Zwevegem, die een percentage landbouwgrond tussen de 60,1% en 68,5% bezitten, hebben alle 3 de laagste criminaliteitscijfers en -op Deerlijk na- het laagste percentage migranten. Enkel Zwevegem en Lendelede hebben een bevolkingsdichtheid die boven het West-Vlaams gemiddelde ligt. Hiervan kwam Zwevegem met de verkiezingen op en behaalde een resultaat dat weliswaar onder het West-Vlaams gemiddelde ligt, maar toch nog een zetel opleverde. Het industriële Wevelgem dat een laag misdaadcijfer, een kleine kern migranten en een grote bevolkingsdichtheid heeft, behaalt met 8,5% 2 gemeenteraadszetels.
Op Brugge en Oostende na is Kortrijk de sterkst uitgebouwde kern. Procentueel gezien haalt men na Brugge het beste resultaat. Bekijken we de verkiezingen van 1999 voor het Vlaams parlement dan is het resultaat van het kanton Kortrijk -Kortrijk, Anzegem, Kuurne, Lendelede en Zwevegem- interessant om te bestuderen. De laatste 4 gemeenten omvatten samen ongeveer 75% van de bevolking van Kortrijk, waardoor we de iets mindere kernen kunnen opwegen tegen het 'sterke' Kortrijk. Hoewel de misdaad van die 4 onder het gemiddelde ligt, ziet men een resultaat van 12,4%. Een kanton waar hoegenaamd 3 van de 5 gemeenten nooit aan de gemeenteraadsverkiezingen heeft deelgenomen. Het kanton Menen, bestaande uit Menen en Wevelgem, haalt met 12,6% een gemiddelde dat zo'n 4% boven het resultaat van 2000 uitstijgt. Het kanton Avelgem -omvat Avelgem en Spiere-Helkijn- heeft geen werking, maar haalt toch 8,5%. Het kanton Harelbeke, dat Harelbeke, Waregem en Deerlijk omvat behaalt 11,8%.
Besluit: het arrondissement Kortrijk is ofwel verstedelijkt ofwel geïndustrialiseerd. Enkel de gemeente Avelgem is sterk ruraal. Het arrondissement is dichtbevolkt, kent een hogere migrantenpopulatie en criminaliteitscijfer dan het West-Vlaams gemiddelde. De lokale uitbouw ligt eveneens boven dit gemiddelde. Ook hier geldt het grote verschil tussen de gebieden waar men niet tijdens de verkiezingen opkomt en de behoorlijk hoge resultaten die men tijdens de parlementaire verkiezingen weet te behalen. Kortrijk is het moeilijkste arrondissement om een patroon in te ontdekken.
Arrondissement Ieper.
Het arrondissement Ieper bestaat uit de gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Mesen, Poperinge, Vleteren, Wervik en Zonnebeke. De gemeenten Vleteren, Poperinge, Mesen en Heuvelland bevatten meer dan 80% landbouwgrond.[360]
De misdaad ligt in de 4 sterkst rurale gemeenten onder het gemiddelde en van deze gemeenten heeft enkel Poperinge net voor de verkiezingen van 2000 -per toeval- een kern kunnen vormen. Een zetel werd gehaald. Mesen en Vleteren hebben geen werking, hoewel Mesen met 7,2% het grootste migrantencijfer heeft en meer last heeft van criminaliteit dan het dunbevolkte Poperinge. Deze migrantenpopulatie wordt ongetwijfeld, net als het hoge percentage in Heuvelland, gevormd door Franse inwijkelingen. Wervik en Langemark-Poelkapelle hebben op hun beurt ook een sterk landelijk uitzicht. Met 406 inwoners per km² is Wervik de dichtstbevolkte gemeente van het arrondissement, terwijl Langemark-Poelkapelle met 144 inwoners per km² een stuk dunner bevolkt is. Met 58 misdrijven op 1000 personen zit men iets onder het West-Vlaams gemiddelde. Wervik bezit als grensgemeente eveneens meer migranten -2,9%- dan Langemark-Poelkapelle. Wervik heeft dan ook een actieve werking, waar men in 2000 5,4% behaalde. Ieper en Zonnebeke, die beiden, die net boven het West-Vlaams percentage landbouwgrond uitsteken hebben eveneens een actieve Vlaams Blok-werking. Zonnebeke heeft met 38 misdrijven per 1000 personen de helft van het misdaadcijfer van Ieper. Die laatste heeft één percent meer migranten en is iets dichtbevolkter dan Zonnebeke. Ieper behaalde, in tegenstelling tot Zonnebeke, in 2000 een zetel (zie tabel 3).
Tijdens de verkiezingen voor het Vlaams parlement in 1999 behaalde het kanton Ieper, dat naast Ieper uit Langemark-Poelkapelle bestaat, het meer dan behoorlijke resultaat van 10,5%. Hoewel het aantal kiezers van Poelkapelle-Langemark slechts 20% van het aantal in Ieper bedraagt, blijft het toch een groot verschil te vormen: 3,5% meer dan met de gemeenteraadsverkiezingen in Ieper en dan nog eens samen met een rurale gemeente waar geen misdaad of migranten bestaan. Nog eigenaardiger is het resultaat voor verkiezingen van het Vlaams parlement in het dunbevolkte, vredige, migrantenvrije en uiterst rurale Vleteren: 10,4%. Wervik en Zonnebeke, die net als Vleteren, een apart kanton vormen behaalden elk zo'n 9,6%, zo'n 4% meer dan bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het kanton Poperinge verschilt slechts 2% met de verkiezingen van het Vlaams parlement.[361]
Besluit: Ieper kent een gemiddelde werkloosheidsdruk, een min of meer gemiddeld criminaliteitscijfer en migrantenpopulatie en eveneens een gemiddelde, maar late, uitbouw. Alle gemeenten kennen een behoorlijk tot sterk ruraal uitzicht. Ook hier bestaat er een groot verschil tussen het percentage dat men bij regionale en nationale verkiezingen weet te behalen in vergelijking met de lokale.
|
|
[338] Mondeling interview Matthias Vandezande met Frank Vanhecke, 30/10/'01.
[339] West-Vlaanderen in feiten en cijfers, GOM, 2001, pp. 32-78.
[340] Ibid.
[341] West-Vlaanderen…, p.79.
[342] West-Vlaanderen…, p. 32.
[343] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[344] KRISTA ALEN, LEO DE WAELE, FILIP DEWINTER, etc., op.cit., pp. 205-206.
[345] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[346] West-Vlaanderen…, p. 75.
[347] http://www.wielsbeke.be, 10/07/'02.
[348] Mondeling interview Matthias Vandezande met Johan Sanders, 28/01/'02.
Mondeling interview Matthias Vandezande met Stefaan Sintobin, 09/03/'02.
[349] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[350] West-Vlaanderen…, p. 32.
[351] West-Vlaanderen…, pp. 32-75.
[352] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[353] West-Vlaanderen…, p. 32.
[354] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[355] West-Vlaanderen…, p. 74.
[356] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[357] West-Vlaanderen…, pp. 32-75.
[358] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.
[359] West-Vlaanderen…, pp. 32-75.
[360] West-Vlaanderen…, pp. 32-75.
[361] http://www.vub.ac.be…, 29/03/'02.