Rechts-radicalisme tussen Noordzee en Leiestreek: een analyse van het Vlaams Blok in West-Vlaanderen. (Matthias Vandezande)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL 1: ACHTERGROND VAN VLAAMS BLOK-MANDATARISSEN EN -MILITANTEN.

 

2. Biografieën.

 

Barbary, Georges.

 

Geboren op 17 april 1967 te Waregem. Volgde Handel tijdens het middelbaar onderwijs om met Secretariaat Talen A1 aan het hoger onderwijs af te sluiten. Hij is gehuwd, vader van 2 kinderen en werkt als ontwerper in een reclamebureau, een functie die hij als bijberoep ook op zelfstandige basis uitoefent. Zijn ouders waren tijdens Wereldoorlog Twee katholiek zonder enige Vlaamse sympathieën te koesteren. Zijn vader was tewerk gesteld als gemeentebediende onder katholiek bestuur. In zijn familie heeft nooit enige vorm van collaboratie plaats gegrepen. Vanaf zijn jeugd werd hij Vlaamsgezind met in het hoofd de mening dat België geregeerd werd met 2 maten en gewichten ten voordele van Wallonië. Hij is lid van de VVB en steunt de NSV en het VNJ. Op het moment dat hij stemgerechtigd was, heeft hij zijn stem altijd aan het Vlaams Blok gegeven omdat hij dit de enige rechtlijnige partij vindt. Stilaan voelde hij zich geroepen om in Ingelmunster een eigen afdeling uit te bouwen. Hij werd bestuurslid van de afdeling Izegem en coördineerde van hieruit de start van een afdeling in Ingelmunster. Momenteel is hij secretaris voor de Izegemse afdeling, is hij kernverantwoordelijke in Ingelmunster en zetelt hij in de arrondissementele raad. Verder ontwerpt hij voor de partij lokale blaadjes.[66]

 

Blancke, Guido.

 

Geboren op 1 juni 1939 in Tielt. Studeerde Grieks-Latijnse in het college van Tielt en vervolgde met 3 jaar rechten in Leuven. Hij is zelfstandig schoenenverkoper, gehuwd en vader van 3 dochters. Zijn ouders waren neutraal tijdens Wereldoorlog Twee, maar zijn vader werd zowel door de Duitsers als de Witte Brigade opgepakt. Door de eersten wegens verdenking van heling nadat enkele Tieltenaars het Gildehof, een depot van het Belgisch leger, hadden leeggeroofd. Door de Witte Brigade omdat hij na de oorlog met zijn gezin naar Ruiselede vluchtte, wat verdacht overkwam. Via bemiddeling van de Tieltse burgemeester werd hij vrijgelaten. Guido Blancke behoort tot het conservatief-katholieke kamp, richting Alexandra Colen. Volgens hem is Vlaamsgezindheid onlosmakelijk verbonden met ethische kwesties. Van huize uit en via de preken van de dorpspastoor werd hij Vlaamsgezind. Hij is een rabiaat tegenstander van abortus en euthanasie. Toen vruchtafdrijving dankzij de CVP in 1990 uit de strafwet werd gehaald, maakte hij zich lid van het Vlaams Blok. Voordien stemde hij afwisselend CVP en Vlaams Blok, maar door de eerste voelde hij zich in 1990 bedrogen. In Vlaams-nationale organisaties heeft hij nooit gezeten. In 1993 werd door zijn toedoen, voor de tweede maal een kern in Tielt opgericht. Momenteel is hij er kernverantwoordelijke.[67]

 

Bouteca, Roger.

 

Geboren op 6 september 1940 te Ieper als zoon van een zelfstandig kleermaker en koster. Zijn moeder was huisvrouw. Roger Bouteca is gehuwd en vader van 5 kinderen. Hij volgde de lagere normaalschool in Torhout en werd directeur van een basisschool in Komen. Vanuit de normaalschool en de KSA werd hij warm gemaakt voor het Vlaams-nationalisme. Door zijn beroep in Komen, begon hij sterkere anti-Waalse gevoelens te koesteren wat meteen voor hem de voornaamste reden was om zich voor het Vlaams Blok te engageren. Het vreemdelingenstandpunt ziet hij slechts als een gewoon thema van de partij, maar de Vlaamse zaak blijft volgens hem het hoofdpunt waar hij achter staat. Zijn ouders stelden zich tijdens Wereldoorlog Twee neutraal op, hoewel ze sympathie koesterden voor bepaalde mensen -niet voor hun ideeën- die gecollaboreerd hadden. Roger Bouteca is lid van de VVB, het Davidsfonds en de Marnixring. De eerste maal dat hij voor de partij opkwam was bij de parlementaire verkiezingen in 1999. Door zijn bekendheid in de Vlaamse Beweging als directeur van de basisschool in Komen had hij een streepje voor. Daarom speelde men die troef uit om hem in Kortrijk als lijsttrekker voor de kamer te plaatsen. Bouteca was voor het Vlaams Blok een troef om de Vlaams-nationale aanhang te paaien en stemmen van de VU af te snoepen. Vanaf  '99 zetelt hij in de Kamer.[68]

 

Broes, Luc.

 

Geboren op 13 december 1929 in Brugge. Hij behaalde in Gent het diploma industrieel ingenieur. Zijn vader was ingenieur-brouwer, zijn moeder had een opleiding secretariaat gedaan, maar met een gezin van 13 kinderen had ze thuis de handen vol. Luc Broes is gehuwd, vader van 2 kinderen en grootvader van 5 kleinkinderen. Hij deed wereldwijd aan processing in veertig landen, maar is intussen gepensioneerd. Zijn ouders waren tijdens Wereldoorlog Twee neutraal. Hij werd in de Vlaamse zaak geïnteresseerd via de verhalen over zijn moeders  jeugdjaren en haar verplichting om Frans op school te spreken. Van 1960 tot 1967 was hij bestuurslid van het Algemeen Nationaal Zangfeest in West-Vlaanderen en van 1955 tot 1967 arrondissementeel penningmeester van de VU in Brugge. Hij kwam bij het Vlaams Blok omwille van de achterstand in de volkswijken, die hij ook nu nog als een Vlaams probleem beschouwd. Momenteel is hij ondervoorzitter van de partij voor de Brugse afdeling.[69]

 

Bruneel, Koenraad.

 

Geboren op 6 juni 1966 in Roeselare. Studeerde technisch onderwijs en vulde dit met een specialisatiejaar diesel aan. Hij is werkzaam als vrachtwagenmechanicien, is gehuwd en vader van 2 kinderen. Zijn ouders waren Vlaamsgezind zonder echter Duitsgezind te zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wel vonden ze hun idealen in de VU terug, omwille van de misbruiken die ze tijdens de repressie hadden gezien. Een broer van zijn vader was wel lid van de Waffen-SS geweest en had aan het Oostfront meegevochten. Zijn vader, Guido Bruneel, richtte samen met Paul Vlieghe, Johan Capelle en Joseph Duflou een VU-afdeling in Torhout op. Zijn moeder was zelfstandige. Op die manier raakte Koenraad ook betrokken bij de VU, waar hij instond voor propaganda. In '93 besloot hij de partij te verlaten omwille van de verdeeldheid die er rond het Vlaams Blok bestond. Ruzies tussen 2 Vlaams-nationale partijen veroordeelde hij. Voor de overstap kwam Kurt Ravyts hem overtuigen. Verder is hij lid van het TAK, VVB, het Vlaams Kruis, het Sint-Maartensfonds en de Vlaamse Vlagge. Die laatste vereniging is eveneens a-politiek en Vlaams-nationalistisch en is vooral sterk uitgebouwd in West-Vlaanderen. Inhoudelijk leunt men sterk aan bij de VVB en het TAK. Momenteel is hij kernverantwoodelijke van Torhout.[70]

 

Bultinck, Koen.

 

Geboren op 21 maart 1964 in Brugge. Koos voor de wetenschappelijke richting aan het college in Diksmuide en ging vervolgens naar de RUG om in 1988 af te studeren als licentiaat politieke wetenschappen. Zijn vader, Cyriel Bultinck, was ambtenaar aan het Ministerie van Financieën, zijn moeder was huisvrouw. Hij komt uit een sterk Vlaamsgezind milieu, zonder dat er enige vorm van collaboratie aanwezig was. Koen Bultinck kwam vooral onder invloed van zijn ouders in de Vlaamse beweging terecht. In 1985 stond zijn vader op de tweede plaats voor de parlementaire verkiezingen. Voordien was hij actief voor de VU in Diksmuide, maar brak na het Egmontpact met de partij. In 1984 werd Koen Bultinck lid van het Vlaams Blok. In 1999 werd hij verkozen voor de Kamer.[71]

 

Buysse, Yves.[72]

 

Geboren op 3 september 1968 in Brugge. Na de middelbare school is hij rechten gaan studeren in Gent. In die periode was de NSV daar op sterven na dood. Aanvankelijk was hij aktief in Protea, een studentenvereniging die zich toespitste op de problemen in Zuid-Afrika, ten goede van de blanke bevolking. Zodra hij het diploma rechten op zak had (in 1992), is hij korte tijd werkzoekende geweest tot hij bij een verzekeringsmaatschappij kon beginnen. Hij had er net zijn interne opleiding afgerond, toen Gerolf Annemans hem vroeg of hij als jurist wou beginnen bij de kamerfractie van het Vlaams Blok. Het was een periode waarin alle functies ingevuld werden en de kamerfractie recht kreeg op een extra universitair medewerker. In juli 1993 trad hij in dienst van de partij. Na de verkiezingen van mei 1995 werd hij op verzoek van Wim Verreycken secretaris van de senaatsfractie, een functie die hij bekleedde tot Frank Vanhecke hem een jaar later vroeg om als zijn persoonlijke medewerker het secretariaat van zijn partij uit te bouwen. In 1998 nam Buysse eveneens de taken van Philippe Van Der Sande over als persvoorlichter van de partij. Verder kluste hij tijdens de verkiezingsperiodes ook wat bij voor Dewinter. Buysse kan men typeren als de bezige bij in de partij: alles wat het Vlaams Blok aangaat is zijn werkterrein. Hij is onder andere ook rapporteur van het partijbestuur, de vijftienkoppige leiding van de partij. Hij heeft er geen spreekrecht, maar zit de vergaderingen bij. Behalve het maken van het verslag van de bestuurszittingen is het ook zijn taak om toe te zien op de uitvoering van de genomen besluiten. Adviezen, afkomstig van de coördinatie van de verschillende partijdiensten (opgericht in 1997), moeten door hem aan het partijbestuur voorgelegd worden. Sinds juni 1996 heeft hij een zetel in de Brugse gemeenteraad. Tot het congres van 2 februari 1997 was hij lid van de Vlaams Blok Jongeren (VBJ). Eerder was hij ook voorzitter van de VBJ in Brugge en de provincie West-Vlaanderen. Zijn vrienden en medestanders uit de beginjaren van zijn carrière zijn niet allen even gelukkig met zijn afgelegd parcours. Bij de radicalen van het Brugse Nationalistisch Jong Studenten Verbond (NJSV) kijkt men minder vrolijk tegen zijn persoon op. De extreme acties van het Brugse NJSV bezorgen het Vlaams Blok meer dan eens het schaamrood op de kaken. Een mooi voorbeeld is het geval Jeroen Mol, een Brugse NJSV-er en radicale neonazi die op 22 januari 1997 een aanslag op zichzelf pleegde met behulp van een granaat. Hij werd slechts lichtgewond aan zijn been, maar de schade aan zijn huis was des te groter. Een half jaar eerder had hij zich al eens bloedend bij de politie gemeld en toen beweerde hij dat 4 linkse activisten van de anti-VB-actiegroep Blokbuster hem hadden aangevallen. Nu verklaarde hij dat de aanslag het werk was van diezelfde actiegroep. Deze ex-beroepsmilitair werd in 1992 gepromoveerd tot propagandaverantwoordelijke van het Vlaams Blok in Hasselt. Van 1993 tot 1995 maakte hij hier bovendien als VBJ-afgevaardigde deel uit van het arrondissementsbestuur. Hij was eveneens regionaal contactpersoon voor de heel-Nederlandse actiegroep Voorpost. Door zijn agressief gedrag besliste het Vlaams Blok in 1997 om zijn lidmaatschap niet meer te vernieuwen. Mols actie is niet los te koppelen van de problemen die er gerezen zijn tussen het Vlaams Blok en de Brugse NJSV'ers (die laatsten werken openlijk samen met 'gereputeerde' neo-nazi's). Het door Vanhecke en Dewinter opgerichte NJSV gebruikte tot begin 1997 het Vlaams Blok-lokaal aan de Brugse Potterierei. De conflicten huizen duidelijk in de strategie van de partij om zich gematigder op te stellen, een poging om zich van de schandvlekken aan de rand te verwijderen en zich als coailitiepartner aanvaardbaar te maken. Dat leidde tot bittere verwijten aan het adres van de VBJ-voorzitter, maar hetzelfde gold voor Dewinter die eveneens afstand nam van zijn meest radicale oude kameraden. En omdat Buysse al jaren als contactman tussen het Blok en de radicalen in Brugge functioneerde, kreeg hij meteen de volle laag. Ze vonden het lovenswaardig dat hij, ondanks zijn radicalisme, zo hoog tot de partijtop was doorgestoten. Tot die partijtop besliste afstand te nemen van het radicale deel uit de achterban. Een van de duidelijke tekenen aan de wand was het goedkeuren van de antinegationismewet in het voorjaar van 1995, een wet die in de kamer behandeld werd toen Buysse er medewerker van zijn fractie was. Buysse bagatelliseerde de pro-houding van de partij door het als een tactische zet af te doen. Men wou de valstrik van de traditionele partijen vermijden.

Hij wordt regelmatig aangevallen in neonazistische blaadjes als De Politieke Soldaat. In het hoofdartikel van het nummer, daterend uit juli 1997, spreekt men hem rechtstreeks aan: ' En aan de scumbags zoals Yves Buysse: dit blad verschijnt alle 2 maanden, probeer er u aan te wennen!'

Buysse maakte op eigen kracht carrière in de partij. Hij kwam uit een traditioneel katholiek gezin waarbij zijn ouders geen moer om politiek gaven. Langs moeders kant heeft hij wel enkele oudooms die een Vlaamse reflex hadden en een plaats op de gemeenteraadslijst van de VU hadden in de beginjaren. De Vlaamse reflex dateerde uit het begin van zijn middelbare schoolleeftijd. Hij werd er geconfronteerd met leerkrachten die neerkeken op een Vlaams bewustzijn en alles wat eraan vasthing in een slecht daglicht stelden. Reden voor hem om de zaken van nabij te bekijken, wat hem in contact bracht met het Brugse NJSV. Buysse was toen 16 jaar. Hij vroeg aan het NJSV, met de toen nog onbekende Filip Dewinter en Frank Vanhecke, om aan zijn schoolpoort pamfletten uit te delen ten voordele van de plaatsing van de kruisraketten. Vanhecke woonde op 150 meter van die schoolpoort, reden om hem meermaals te bezoeken. De bloeiperiode van het Brugse NJSV heeft Buysse slechts op afstand meegemaakt. In die tijd kregen Vanhecke en Dewinter politieke scholing van Roger Spinnewyn, de stichter van de Brugse VMO.

 

Catrysse, Roger.

 

Geboren op 3 februari 1945 in De Panne. Hij volgde  technisch onderwijs in Veurne en hoger technisch onderwijs na 2 voorbereidende jaren in Gent. Na zijn studies deed hij 4 jaar aan ontwikkelingshulp in het toenmalige Zaïre (1969-1973) en vervolgens 2 jaar in Ivoorkust. Hierna keerde hij naar België terug en hernam in Gent zijn studies om het diploma industrieel ingenieur te behalen. Hij is gehuwd met Lucienne Hallaert en vader van 2 zonen. Behalve negen maanden die hij in overheidsdienst vervulde, is hij altijd zelfstandig geweest. Van 1975 tot 1980 was hij uitbater van dancing 'The Queen' in Blankenberge. Vanaf 1980 tot heden baat hij het restaurant 'Craeyenest' en nachtcafé 'Livingstone' in Wenduine uit. Zijn grootouders leden onder de straatrepressie en maakten de typische taferelen uit die dagen mee. Voor de oorlog waren ze steenrijk, na de oorlog was hun rijkdom tot een normaal niveau gedevalueerd. Zijn vader was lid geweest van het VNV en na de oorlog opgesloten. Zijn moeder verhuisde na de oorlog naar Sint-Idesbald met haar 5 kinderen. Roger werd Vlaamsgezind opgevoed en vooral zijn oom, Geert Deman, ooit provincieraadslid van de VU in Tielt geweest, heeft een grote invloed op hem uitgeoefend. Verder is hij van heel wat Vlaams-nationale organisaties lid geweest. Samen met Jef Deman was hij oprichter van de VU in Koksijde, begin de jaren '60. Toen hij van 1964 tot 1969 in Gent studeerde was hij actief lid van het VNSU, de studentenvereniging die sterk aanleunde bij de Volksunie. In die dagen sympathiseerde hij ook met de Gentse VMO en in 1968 deed hij mee aan Leuven Vlaams. Toen het Vlaams Blok ontstond, maakte hij zich onmiddellijk lid (lidkaart nr. 40). Voordien steunde hij ook nog de lijst van de VU in Blankenberge. Verder nam hij ook het Vlaams Huis de Roeland in Gent over, die echter een viertal jaar geleden door de gerant in brand werd gestoken. Catrysse is geabonneerd op verschillende radicaal-Vlaamse bladen, zoals Revolte, Berkenkruis, Tekos, Dietsland-Europa, Periodiek, Kontact, Secessie, Peper en Zout, Broederband, De Zes, etc. Tijdens de beginperiode die hij in Gent doorbracht werd hij verantwoordelijk voor de propaganda en werd hij voorzitter. Toen hij in conflict kwam met Geert Wouters, die later de partij verliet, diende hij zijn ontslag in om het Vlaams Blok in Blankenberge op te richten. In 1994 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid, in 2000 werd hij herverkozen.[73]

 

Claeys, Werner.

 

Geboren op 23 juli 1948 in Poperinge. Studeerde Latijn-Grieks aan het college in Poperinge en behaalde hierna diploma's in de rechten en criminologie. Hij deed zijn stage als advocaat bij notaris D'Udecam D'Acoz en kwam in die hoedanigheid geregeld in contact met de toen nog jonge Mathilde, de latere prinses van België. Hij bleef dit zelfs uitoefenen toen hij in de oppositie zat. Momenteel is hij werkzaam als jurist, na 27 jaar als advocaat te hebben gepleit. Zijn vader was molenaar en graanhandelaar, terwijl zijn moeder af en toe in de zaak meehielp. Tijdens Wereldoorlog Twee namen beiden een neutrale houding aan. Aan de VUB werd zijn Vlaamsgezindheid, die hij voornamelijk uit poëzie en literatuur haalde, nog versterkt. In tegenstelling tot wat hij thuis uit geleerd had, bekeerde hij zich al snel tot het flamingantisme. Zijn moeder stond terughoudend ten opzichte van deze gezindheid door de toestanden die ze tijdens en na de oorlog gezien had. Werner Claeys zetelde vanaf 1976 in de gemeenteraad voor de VU in Poperinge.  Toen was er in klein-Poperinge zelf geen VU-fractie. In 1977 bouwde men die afdeling uit, met 3 gemeenteraadsleden tot gevolg. Ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 maakte hij de overstap naar het Vlaams Blok. Claeys was lijsttrekker en behaalde zijn zetel.[74]

 

Croos, Henri.

 

Geboren op 18 februari 1930 te Bredene. Deed lager middelbaar om vervolgens naar de visserijschool te trekken. Henri Croos is afkomstig uit een familie waarin zijn vader visser en zijn moeder huisvrouw was. Tijdens Wereldoorlog Twee was men neutraal, hoewel zijn vader sterk Belgisch gezind was en sympathie voor het verzet koesterde. Zijn Vlaamsgezinde gevoelens heeft Henri zelf ontwikkeld, voornamelijk via het lezen van literatuur die een Vlaams-nationale stempel droeg. Hij is gehuwd en vader van 2 kinderen. Men zou Croos kunnen omschrijven als een typische 'ancien' wat het Vlaams-nationaal curriculum vitae betreft. Net als velen was hij actief voor de VU tot aan het Egmontpact waar hij voor de propaganda instond. Van '78 tot '81 was hij lid van de VMO-raad, samen met zijn intussen overleden dochter Margriet. Beiden kregen tijdens het beruchte VMO-proces in '81 3 maanden voorwaardelijk en een geldboete opgelegd. Reden hiervoor was de wet op de privé-milities en de bezetting van Voeren. Hij zetelde van 1994 tot 1999 voor het Vlaams Blok in de Bredense gemeenteraad. In 1999 zegde hij, in het kielzog van Gerard Thijs, zijn lidmaatschap voor het Vlaams Blok en zetelde hij als onafhankelijke. Hij werd lid van de door Gilbert Trouwaen gestichte VNP.[75]

 

Debruyne, Jos.

 

Geboren in 1947 te Veurne. Studeerde lager technisch onderwijs aan het VTI in Roeselare en werkte vervolgens 6 jaar als meubelmaker. Hierna legde hij een staatsexamen af en is momenteel werkzaam bij de post. Zijn ouders werden uit de ouderlijke macht gezet waardoor hij als weeskind in verschillende instellingen werd geplaatst. Hun standpunt tijdens de Tweede Wereldoorlog is hem niet bekend. Zijn eerste contacten met het Vlaams-nationalisme werden gedurende zijn studieperiode in Roeselare, de Vlaams-nationale stad bij uitstek, gelegd. Toenmalig VU-kopman Mik Babylon en de mythe rond Rodenbach inspireerden hem. Verder werd hij ook lid van de KSA, die in Roeselare VU-gezind was. Hij werkte mee aan de uitbouw van de VU in Koksijde tot het Egmontpact hem deed opstappen. Zodoende werd hij één van de eerste leden van Dillen's VNP. De toenemende verlinksing, onder toedoen van figuren als Nellie Maes en Hugo Schiltz, en de toegiften aan Franstalige zijde waren voor hem een doorn in het oog. Verder was hij ook lid van de VMO, die volgens Debruyne een stuk minder gewelddadig was dan de Antwerpse 'verwanten' van Bert Ericsson. Begin jaren '80 was hij vice-voorzitter van West-Vlaanderen of anders gezegd, 'luitenant' van voorzitter Werner Van Steen, tot de definitieve ontbinding van de beweging. Na zijn overstap naar de VNP bouwde hij een Vlaams Blok-afdeling uit in Koksijde en bleef er het boegbeeld tot diens vertrek in 1994. Reden was het vreemdelingenstandpunt dat door het 70-puntenprogramma te radicaal werd. Zijn verhaal werd afgedrukt in de Morgen, waarvoor hij door Filip Dewinter stante pede ontslagen werd.[76]

 

Decoorne, Lucien.

 

Geboren op 18 april 1947 in Oostkamp, gehuwd met Regine Claeys en vader van 4 kinderen. Zijn moeder was secretaresse en zijn vader was landbouwer. Zijn moeder was Vlaamsgezind en zijn vader diende bij de Witte Brigade tijdens Wereldoorlog Twee. Lucien volgde het technisch onderwijs aan het VTI te Brugge en werkte als technicus in een fabriek. In 1978 stapte hij in de horeca. Hij baatte tien jaar een eigen zaak uit. Hij was van jongsaf Vlaamsgezind en stemde VU omwille van zijn anti-belgicistische gevoelens, een land dat volgens hem aaneenhangt van gesjoemel en politieke schandalen. Hij werd voor het eerst vanaf 1987 politiek actief met zijn intrede in het Vlaams Blok. Hij liet zich verleiden met de slogan 'Anders dan de anderen'. In Vlaams-nationale verenigingen is hij nooit actief geweest. In 1999 stapte hij uit het Vlaams Blok naar eigen zeggen 'omdat de partij een middel was om een doel te bereiken, maar het doel ermee niet gevonden kon worden.'[77] Samen met de eveneens uit Brugge afkomstige ex-Vlaams Blokkers Marleen D'Hondt en Hubert Verhelst stichtte hij begin 2002 Vlaanderen Leefbaar, geïnspireerd op het Nederlandse voorbeeld.

 

De Forche, Philippe.

 

Geboren op 30 juni 1958 in Roeselare. Zoon van Leopold Deforche, werkzaam als militair, en Genoveva Olivier, een huisvrouw. Philippe volgde zijn lager middelbaar in de Broederschool in Roeselare, gevolgd door het hoger beroepsmiddelbaar in Koksijde. Gans zijn beroepsleven staat in het teken van de horeca en momenteel is hij  uitbater van café 'De Gezelle', dat in Roeselare voornamelijk als ontmoetingsplaats voor Vlaams Blok-sympathisanten fungeert. Hij is gehuwd geweest, opnieuw samenwonend en vader van 2 kinderen. Zijn ouders kwamen uit een a-politiek milieu en hielden zich tijdens Wereldoorlog Twee compleet neutraal. Filip kwam via Toon Masscho, de huidige voorzitter van de Roeselaarse afdeling, in contact met het Vlaams-nationalisme. In 1973 ging hij regelmatig iets drinken in het VU-café in Roeselare, waar ook het lokaal van de VNJ gevestigd was, waar diezelfde Toon Masscho in die tijd leider van was. Op vijftienjarige leeftijd stapte Filip Deforche in het VNJ en evolueerde zo verder naar het AVNJ, Voorpost, het TAK en Vlaams Blok. Vanaf de eerste dag zat hij in het afdelingsbestuur van het Vlaams Blok in Roeselare. Het Vlaams-nationalistische aspect spreekt hem het meest aan en nationalisme wereldwijd krijgt zijn goedkeuring, zelfs indien de visies op andere ideologische punten divergent zijn, zoals bij het 'linkse' IRA het geval is. Momenteel is hij penningmeester van de afdeling Roeselare.[78]

 

De Groote, Luc.

 

Geboren in juli 1952 te Brugge. Hij studeerde voor ingenieur, maar gaf er na 3 jaar de brui aan. Luc De Groote is 2 maal gehuwd geweest en heeft 2 kinderen. Hij is werkzaam als ambtenaar in de centrale administratie van de BTW te Brussel. Tijdens Wereldoorlog Twee hebben noch zijn ouders of grootouders gecollaboreerd of in het verzet gezeten. Hij maakte de periode van Leuven Vlaams mee en deed actief mee aan de betogingen. Zijn Vlaamsgezindheid werd gestimuleerd door zijn tijd aan het college in Assebroek. Verder was hij lid van de KSA die eveneens bekend stond om zijn Vlaamsgezindheid. Op jonge leeftijd trok hij al naar de IJzerbedevaarten. Van andere Vlaams-nationale organisaties is hij nooit lid geweest. Hij kwam bij het Vlaams Blok terecht uit ergernis ten opzichte van de Franstaligen en de -al dan niet- vermeende discriminatie van de Vlamingen in de faciliteitengemeenten. Verder stimuleerde de Brusselse lokettenkwestie van burgemeester Nols hem om een radicaler standpunt in te nemen. Ook de vreemdelingenstroom eind jaren '80 was een doorn in het oog van De Groot. Sinds 1976 werkte hij in Brussel en zag het straatbeeld veranderen. Hij is het niet echt eens als het Vlaams Blok beweert dat men Brussel niet wil loslaten. Volgens hem is deze stad al lang verloren.  In 1992 kwam hij in het bestuur van de afdeling Roeselare terecht. Later draaide hij een tijdlang mee in het arrondissementeel bestuur Kortrijk-Roeselare-Tielt, waaronder enkele jaren als propagandaverantwoordelijke. Momenteel is hij ondervoorzitter van de afdeling Roeselare. De reden van deze stap terug is het eigenbelang die in de partij af en toe de kop opsteekt.[79]

 

Delbeke, Francis.

 

Geboren in Kortrijk, bracht zijn humaniora in het Sint-Amandscollege door waar hij de richting Handel volgde. Hij is bediende van beroep. Hij komt niet uit een Vlaams-nationaal midden, maar via kameraden uit zijn klas kwam hij in contact met de VU waar hij 6 maanden lid van was. Tijdens WOII had zijn grootmoeder, die een pelsenhandel bezat, economische collaboratie gepleegd, een vorm die tijdens de repressie buiten schot bleef. Zijn vader was wees op zijn veertiende en werd naar Duitsland weggevoerd. waar hij bij een bakker in Dresden aan de slag kon. Na de oorlog werd er altijd liberaal gestemd en zijn vader was een vurige aanhanger van Willy Declercq. Zijn Vlaams-nationale gezindheid zorgde dan ook geregeld voor strubbelingen in het gezin. Na het Egmontpact stapte hij uit de VU, die in die tijd tegen de Franstalige reclame ageerde en een eigen stamkroeg in Kortrijk had. Via de VNJ kon hij zich nog beter documenteren en legde hij extra contacten. Voor hem is een onafhankelijk Vlaanderen het belangrijkste punt van het Vlaams Blok. In 1982 trouwde hij met Ria Gadeyne en stapte hij uit de VNJ. Hij heeft 4 kinderen. Vanaf 1982 was hij bestuurslid van de partij, in 1984 werd hij arrondissementeel afdelingsvoorzitter tot op het moment dat alle arrondissementen werden samengegooid. Daarna werd hij afdelingsvoorzitter van Kortrijk, stond zijn plaats af voor een post als arrondissementeel voorzitter om later opnieuw te eindigen bij zijn functie als afdelingsvoorzitter.[80]

 

Demeulemeester, Dorine.

 

Geboren op 16 februari 1970 in Oostende. Studeerde economische-wetenschappen, maar stopte haar latere studies omwille van familiale omstandigheden. Momenteel is ze werkzaam als bediende. Ze is gehuwd en heeft 1 kind. Haar ouders baten een café in Ichtegem uit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen haar grootouders een neutrale rol aan. Wegens onenigheid met de lokale politieke partijen stapte Dorine Demeulemeester naar het Vlaams Blok over en zetelt momenteel ook in het arrondissementeel bestuur. Voorheen heeft ze nooit in Vlaams-nationale organisaties gezeten. Ze is dus -ook door haar jonge leeftijd- een nieuwkomer in de partij en voelt zich aangesproken omwille van de voeling die de partij met het volk heeft.[81]

 

Denys, Pol.

 

Geboren te Menen op 27 mei 1958. Werkte zijn hoger middelbaar via de middenjury af en ondernam daarna nog een mislukte poging bouwkundig tekenen te Gent. Later deed hij nog herscholingen in het metaal. Zijn vader was bankbediende en zijn moeder hoofdverpleegster. Hij is samenwonend en vader van 2 dochters. Zijn grootvader was tijdens Wereldoorlog Twee veldwachter te Geluwe en door zijn functie a-politiek, wat hij trouwens voor de rest van zijn leven bleef. De vader van Pol Denys was tijdens de oorlog te jong voor enig politiek engagement, maar sympathiseerde nadien met de toenmalige VU en nevenorganisaties zoals het Sint-Maartensfonds, TAK, etc. Zijn Vlaamsgezindheid kreeg hij dus van huis uit mee via lectuur als Berkenkruis en 't Pallieterke. Dit werd gestimuleerd door zijn woonplaats in het grensgebied met de problemen van allochtone criminaliteit uit Rijsel, de vele taalproblemen, de zaak rond de autosnelweg Pecq-Armentières, het Vlaamse schooltje te Komen, etc. Hij is nergens effectief lid van geweest. Radicale Vlaams-nationale lectuur en de partijmeetings van het Vlaams Blok deden hem uitgroeien tot een aanhanger van de partij. Momenteel is hij voorzitter van de afdeling Torhout-Zedelgem, lid van de arrondissementele raad en het arrondissementele bestuur en sinds verleden jaar gemeenteraadslid in Zedelgem.[82]

 

De Reuse, Herman.

 

Geboren op 3 mei 1944 in Liedekerke. Hij is doctor in de rechten, licentiaat in het notariaat en legde zijn kandidatuur moderne geschiedenis af. Beroepshalve is hij als advocaat verbonden aan de balie van Kortrijk. Hij heeft 3 kinderen, waarvan de oudste, Immanuel, OCMW-raadslid voor het Vlaams Blok in Roeselare is. Zijn vader was een Vlaamsgezinde CVP-mandataris en werd de eerste dag van de oorlog gevangen genomen in Eben-Emal. Na een jaar kwam hij vrij en werd lid van het VNV waarvoor hij zich na de oorlog voor de krijgsraad diende te verantwoorden. Hij werd vrijgesproken via een leugen van de onderpastoor. Herman noemt zich in de eerste plaats een economisch flamingant en in mindere mate een taalflamingant. Zijn humaniora volgde hij in het Sint-Jozefscollege bij de Jezuiëten in Aalst, waar men een overtuigde Vlaamse opvoeding kreeg. Als achttienjarige werd hij voorzitter van het Jong Davidsfonds in zijn gemeente. In die jaren werd hij ook lid van de Volksunie. In Leuven studeerde hij rechten en werd hij lid van 'de Kegelaar', een uitgesproken flamingantische studentenvereniging.  In 1968, het jaar waarin hij afstudeerde, werd hij bestuurslid van het KVHV. In 1984 gaf hij zijn lidmaatschap voor de VU op. Op ideologisch vlak zag hij voor deze partij geen toekomst meer weggelegd. In 1985 werd hij lid van het Vlaams Blok en via de Europese verkiezingen in 1987 kwam hij voor de eerste maal op een lijst terecht. Hij werd arrondissementeel voorzitter en later provinciaal voorzitter voor de VVB. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 en 2000 werd hij gemeenteraadslid in Roeselare. In 1999 werd hij verkozen voor het Vlaams Parlement.[83]

 

De Smet, Frank.

 

Geboren op 16 november 1962 in Knokke-Heist. Hij volgde tijdens zijn humaniora de economische richting aan het SFX-instituut en de Frères in Brugge, waar hij in de klas van Filip Dewinter terechtkwam. Zo raakte hij rechtstreeks betrokken bij de Vlaamse Beweging. Hij werd lid van de Vlaamse Scholieren Aktie Groep (VSAG), die door Filip Dewinter in Brugge werd opgericht. Daarna volgde hij nog anderhalf jaar de richting Public Relations aan het HIBO te Gent. Frank De Smet is gehuwd en vader van 2 kinderen. Hij is zelfstandige en baat een croissanterie - eethuis in Knokke uit. Zijn ouders, Edmee Bulcke en Georges De Smet, waren respectievelijk huisvrouw en zelfstandige. Zijn grootvader langs moeders kant was in het jaar 1943 schepen te Heist-aan-Zee voor het VNV. Vandaar haalde hij zijn interesse voor de Vlaamse Beweging. Zijn vader was a-politiek; vooral uit opportunisme omdat hij zelfstandig was. Zijn moeder was Vlaamsgezind, zij het op een verdoken manier. Frank De Smet is aangesloten bij de VVB waar hij in het bestuur van de afdeling Oostkust zetelt.  Hij werd lid van het Vlaams Blok in 1983 en steunde sindsdien de afdeling Knokke-Heist. Hij was er een tijdlang bestuurslid en penningmeester, momenteel is hij er ondervoorzitter en sinds 8 jaar lid van het arrondissementeel bestuur. Gedurende 6 jaar was hij afgevaardigde in de VZW Toerisme en sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen, waar hij lijsttrekker was, is hij fractieleider van de partij in de gemeenteraad en lid van de politieraad zone Knokke-Heist - Damme.[84]

De Waele, Leo.

 

Geboren op 5 maart 1959 in Blankenberge. Volgde Latijn-wetenschappen aan het Sint-Pieterscollege in Blankenberge en studeerde af als vertaler-tolk aan het H.T.I. in Brugge. Hij werkt als bediende op het nationaal secretariaat van het Vlaams Blok, is ongehuwd en kinderloos. Hij is zoon van een visser en huisvrouw. Tijdens Wereldoorlog Twee nam men een neutrale houding aan. Via vrienden en de lectuur van 't Pallieterke raakte hij geïnteresseerd in de Vlaamse zaak. Van 1976 tot 1984 was hij verantwoordelijke voor de Oostkust in het TAK. Hij kwam bij het Vlaams Blok terecht na het programma te hebben gelezen en na lang aandringen van een vriend. Partijpolitiek interesseerde hem in die dagen niet.  In februari 1992 trad hij op vraag van Frank Vanhecke en Filip Dewinter als provinciaal secretaris in dienst van de partij. In dat jaar bouwde de partij immers 5 provinciale secretariaten uit. Deze functie oefende hij uit tot 1995 waarna de secretariaten op het provinciale niveau werden vervangen door de betere structuur van het arrondissementele niveau. Vanaf februari 2000 verzorgt hij ook de Dienst Vorming op het nationaal secretariaat. Verder is hij ook lid van het arrondissementeel bestuur.[85]

 

Dinnewith, Filip.

 

Geboren op 7 augustus 1957 te Kortrijk. hij studeerde technisch onderwijs en werkt als vrachtwagenchauffeur.  Zijn vader was eveneens vrachtwagenchauffeur, zijn moeder daarentegen was zelfstandige. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren beiden neutraal. Dinnewith heeft nooit in enige Vlaams-nationale organisaties gezeten. Vooral het Vlaams-nationalisme en het vreemdelingenstandpunt zijn volgens hem het belangrijkst. In 1987 werd hij lid van het Vlaams Blok. Momenteel is hij gemeenteraadslid in Wielsbeke.[86]

 

Elbers, Jef.

 

Geboren op 19 september 1947 te Elsene als zoon van een Brusselse vader en een Oekraïense moeder. Studeerde Latijn-Wetenschappen aan het Jezuïetencollege. Hij is gehuwd geweest, intussen gescheiden en vader van 5 kinderen. In 1973 won hij een talentenjacht van de BRT (omroep Brabant). Dit was de aanvang van een zangcarrière die tussen 1973 en 1984 6 langspeelplaten opleverde. Vanaf de jaren '80 was hij werkzaam als scenarioschrijver en leverde producten af voor jeugdseries als Merlina, Postbus X en Interflix. Momenteel werkt hij op free-lance basis als schrijver van reclame- en opleidingsfilms voor bedrijven. Zijn vader werkte als sectorchef bij de RTT en zijn moeder was huisvrouw. Tijdens Wereldoorlog Twee zaten beide ouders in een concentratiekamp: zijn vader die bij het Belgisch leger had gediend werd krijgsgevangen genomen terwijl zijn moeder als üntermensch uit Oekraïne werd gedeporteerd. Zijn Vlaamsvoelendheid kreeg hij door de situatie in Brussel, waar -volgens Jef Elbers- de Franstalige bourgeoisie de Vlamingen als gastarbeiders beschouwde. Elbers, die zich anti-bourgeois voelt, werd op 16-jarige leeftijd lid van de VMO met de bedoeling op een meer gestructureerde manier aan betogingen te kunnen deelnemen. Toen hij 19 werd, vertrok hij naar Canada om tabak te gaan plukken. Bij zijn terugkeer was hij samen met zijn broer Wim Elbers verantwoordelijk voor de uitbouw van de VU-afdeling in Schaarbeek. De afdeling stond op een laag pitje, maar werd door hen uitgebouwd. Hij voerde dit uit tot een incident met een militant van het FDF in 1969, die tijdens een VMO-aanval een hartaanval kreeg, hieraan een einde maakte. Vanaf dat moment kreeg hij het gevoel dat de VU zijn militanten in de kou liet staan en hij trok zich uit het actieve partijpolitieke leven terug. Met het Egmontpact werd zijn afkeer ten opzichte van de VU nog versterkt. Hij stapte naar de VVP van Lode Claes over, die toen vooral actief rond de streek van Brussel was. Voor het Vlaams Blok was hij kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 in Schaarbeek. In 1992 werd hij als vertegenwoordiger in de beheersraad van de toenmalige BRT aangesteld. In december 1993 werd hij (kortstondig) voorzitter van de afdeling Knokke-Heist, waar hij nog als OCMW-raadslid zetelt.[87]

 

Huysentruyt, Joris.

 

Geboren te Wilrijk op 17 november 1958. hij maakte het middelbaar onderwijs af aan het Koninklijk Atheneum Kortrijk en studeerde daarna aan de Provinciale Hogeschool Kortrijk en de Industriële Hogeschool van het Rijk te Gent. Huysentruyt behaalde het diploma van kandidaat industrieel ingenieur en ging daarna aan de slag als informaticus. Zowel van vader- als moederszijde heeft de familie een repressieverleden. In 1976 sloot Huysentruyt zich in Kortrijk aan bij de VU-Jongeren, maar die afdeling nam niet veel later collectief ontslag uit de partij wegens het Egmontpact. Tijdens zijn studententijd in Gent sloot hij zich aan bij de plaatselijke afdeling van de Nationalistische Studentenvereniging. Hij werd ook actief bij Were Di (1977-1979) en van daaruit bij Voorpost (1980-heden). In dezelfde periode kwam hij via de VNP van Karel Dillen bij het Vlaams Blok terecht. Doorheen de jaren 1980 was hij lid van de afdelingsraad van Kortrijk, van de arrondissementele raad Kortrijk-Roeselare-Tielt en stelde zich kandidaat voor de partij in Gent op lijsten voor gemeente, provincie en parlement. Tevens was hij bestuurslid en verantwoordelijke voor het boekenfonds van de vrienden van Zuid-Afrika. Van 1991 tot 1994 verbleef hij in het buitenland. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 werd hij in Kortrijk tot gemeenteraadslid verkozen, bij de verkiezingen van 1995 werd hij federaal volksvertegenwoordiger. Hij is in het Vlaams nationale partijraad.[88] Inmiddels heeft hij het Vlaams Blok reeds verlaten.

 

Lacombe, Jan.

 

Geboren in 1943 in Kortrijk, studeerde wetenschappen en werd beroepsmilitair. Momenteel is hij gepensioneerd. Lacombe is gehuwd en heeft 2 kinderen. Zijn ouders, een handelsvertegenwoordiger en een huisvrouw waren tijdens Wereldoorlog Twee beiden neutraal. Een thema als Vlaamsgezindheid kwam in het gezin niet aan bod. Tijdens zijn middelbaar onderwijs op het Sint-Amandscollege en zijn periode die hij in de KSA-Kortrijk doorbracht, kwam hij in contact met het flamingantisme. Eigenaardig genoeg was hij begin jaren '70 enkele maanden lid van de PVV, maar vertrok hij een tijd later net omwille van een te gebrekkige Vlaamse reflex uit deze partij. Omwille van zijn beroep was het riskant om op een open manier voor het Vlaams Blok op te komen en daarom maakte hij zich gewoon lid. Toen hij in '98 op pensioen ging, zette hij zich actief voor de partij in. Verder is hij lid van Voorpost en het Sint-Maartensfonds. Voor de verkiezingen van 8 oktober 2000 deed hij voor de eerste maal mee en werd verkozen tot provincieraadslid.[89]

 

Logghe, Peter.

 

Geboren op 20 maart 1959 in Torhout, gehuwd met Geertrui Logghe-Luycx. Hij is afkomstig uit een gezin waar vader het beroep van handelsvertegenwoordiger uitoefende en moeder huisvrouw was. Hij liep school aan het Sint-Jozefscollege in Torhout, waar hij achtereenvolgens Latijn-Grieks en Latijn-Wetenschappen volgde. Hierna vertrok hij naar Gent om rechten te studeren. Hij is momenteel werkzaam in de financieel-technische sector. Langs zijn vaders kant was er sprake van een landbouwersfamilie waarvan sommigen lid waren van de Witte Brigade onder de Tweede Wereldoorlog. Er heerste een sterke Belgische gezindheid. Langs zijn moeders kant stonden ze ideologisch gezien aan de andere zijde. Haar vader was leraar en lid van Winterhulp. Een van zijn grootooms was eveneens Oostfronter. Deze kant van de familie had sterk onder de repressie geleden, gaande van pesterijen op school tot brandstichting, etc. Begin jaren '50 leerden ze elkaar kennen met de nodige tegenkantingen in de families tot gevolg. In de jaren '50 waren zowel vader als moeder Logghe lid van de VU in Koekelare. Bij zijn vader was dit een rijpingsproces, ontstaan door het observeren van de Belgische repressie. Peter Logghe werd als jonge knaap lid van de Chiro in Koekelare. In die tijd kende deze afdeling een bijzonder Vlaamsgezind imago. De leiding werd er door de zonen van VU-burgemeester Lootens gevormd. Via deze jeugdbeweging haalde hij zijn belangrijkste ideologische voedingsbron. Onder de vaste activiteiten van die Chiro bevonden zich Vlaams-nationale zangfeesten en jaarlijks trok men met de afdeling naar de IJzerbedevaart. Samen had men zo'n 180 leden, wat bijzonder veel is voor een dergelijke gemeente. Toen hij in 1977 aan de universiteit begon te studeren,  werd hij lid van Voorpost en bleef dit gedurende 17 jaar. Persoonlijke motieven lagen aan de basis van dit afscheid. Hij was hoofdredacteur van hun ledenblad, Revolte, en verantwoordelijke van de afdeling West-Vlaanderen. Gedurende 6 jaar zat hij in het bestuur. Verder is hij 9 jaar secretaris geweest van de VVB. Onder Peter De Roover en Jan Jambon werd de VVB op nationaal vlak verjongd en op die manier werd Peter Logghe, samen met Brecht Vermeulen en Luc Verstraeten, in het bestuur ingeschakeld. Deze verjonging en de oproep tot Vlaamse onafhankelijkheid door De Roover, inspireerde de andere Vlaams-nationale bewegingen tot meer samenwerking. Er zijn 5 provinciale structuren waarvan West-Vlaanderen uit 18 afdelingen bestaat. Enkel Antwerpen telt meer dan 20 afdelingen en krijgt op die manier provinciale subsidies. Vanaf 1986 kwam Logghe voor het Vlaams Blok op en bleef er functies uitoefenen tot 1990. Toen hij eruit stapte, gaf hij ook zijn lidkaart op. Met verschillende standpunten -buitenlandse politiek, het vreemdelingenstandpunt, de abortus- en euthanasiekwestie- van de partij kan hij zich niet verzoenen.[90]

 

Madoc, Reinhart.

 

Geboren op 1 februari 1964 in Varsenare. Hij volgde technische onderwijs, aangevuld met een specialisatiejaar diesel. Madoc is werkzaam als arbeider, is gehuwd en vader van 1 kind. Zijn moeder werkt als bediende bij de RVA, terwijl zijn vader technicus was. Zijn ouders hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog een neutrale houding. Verder is enkel bekend dat zijn grootvader als krijgsgevangene tijdens een deportatie is omgekomen. Zijn Vlaams-nationale opvoeding heeft hij van huize uit meegekregen. Hij is niet expliciet lid van buitenparlementaire actiegroeperingen, maar doet geregeld mee met acties van het TAK. Momenteel is hij gemeenteraadslid in Jabbeke en bestuurslid van de afdeling.[91]

 

Masscho, Toon.

 

Geboren op 27 augustus 1950 in Tielt. Hij volgde technisch onderwijs, houtbewerking A3, gevolgd door een bijkomend specialisatiejaar. Hij is gehuwd, vader van 2 kinderen en werkt als arbeider in een carrosseriebedrijf. Toon komt uit een gezin van tien kinderen, zijn moeder was bijgevolg huisvrouw. Zijn vader was arbeider en had gecollaboreerd tijdens Wereldoorlog Twee. Hij sloot zich bij de Fabriekswacht aan waar hij het vliegplein van Wevelgem diende te bewaken. Deze houding nam hij uit noodzaak aan om zijn gezin te onderhouden. Zijn werk als vlasarbeider was hij kort voordien kwijtgeraakt. Na de oorlog werd hij 2 jaar gevangen genomen. Nadien zou hij nog, met tegenzin van zijn echtgenote, de peterslijst van de VU hebben ondertekend. Als kind was Toon Masscho bij de KSA aangesloten en op 12-jarige leeftijd trok hij voor de eerste maal naar de IJzerbedevaart. Vanaf zijn dertiende begon hij te colporteren voor de VU. Op oudere leeftijd, 16 jaar, sloot hij zich bij de VNJ aan als reactie tegen de 'waardenverloedering' die de meeste jeugdbewegingen ten opzichte van de vroegere KSA hadden. Verder was hij ook een tijd lid van de VMO en Voorpost en hielp hij mee aan acties van het TAK. Vanaf 1972 werd hij bestuurslid van die partij in Roeselare. Vanaf 1984 had hij een lidkaart van het Vlaams Blok. In 1987 nam hij ook afscheid van het VNJ. In die tijd wou men nog de politieke onafhankelijkheid in de jeugdbeweging bewaren. Momenteel is hij al 6 jaar voorzitter van de afdeling Roeselare.[92]

 

Montens, Michel.

 

Geboren op 18 mei 1959. Hij volgde het technisch onderwijs en diende daarna enkele jaren in het leger. Daarna werd hij handelsvertegenwoordiger, waarna hij als vrachtwagenchauffeur eindigde. Hij is gehuwd en heeft 2 kinderen. Van huis uit was zijn vader handelsvertegenwoordiger en zijn moeder zelfstandige. Tijdens Wereldoorlog Twee namen ze een neutrale houding aan. Zijn vader stampte eind jaren '60 de VU in Oostduinkerke uit de grond en richtte een éénmanslijst op. Onder het voorzitterschap van De Clercq, stapte hij echter naar de PVV over. Michel Montens was aanvankelijk liberaal gezind, maar na vergelijking van beide programma's kon hij zich beter in het Vlaams Blok terugvinden. Het vreemdelingenstandpunt en de slogan 'Eigen Volk Eerst' spreekt hem het meest aan. Volgens hem kan men het Vlaams Blok niet aanzien als een partij waar alle bogen in dezelfde richting gespannen staan. Zo is hijzelf voor windmolens, terwijl het officiële partijstandpunt contra is. Voordien heeft hij nooit in Vlaams-nationale organisaties gezeteld. Momenteel is hij voorzitter van de afdeling Zonnebeke.[93]

 

Nagels, Jef.

 

Geboren in Haacht op 25 juni 1921. Jef Nagels was als seminarist in 1945 één van de stichters van de uitgeverij Heideland. Nagels werd na zijn priesterwijding in 1946 om zijn Vlaamsgezindheid als leraar naar een Waals college in Wezet gestuurd. Daar werd hij voorzitter van de Davidsfondsafdeling. Na contact met Hendrik Veltmans werd hij secretaris van de opnieuw opgerichte gewestbond van het Davidsfonds voor Overmaas. Hij zocht steun bij Vlaamse politici, verenigingen en bladen om Overmaas voor verfransing te behoeden. Hij werkte met Jef Franssens aan een wetenschappelijke volks- en talentelling aan de hand van kiezerslijsten en de geboorteplaats van de kiezers, door Franssens gepubliceerd onder de titel Wij klagen aan (1950). Wegens zijn flamingantische actie moest Nagels in 1950 Wezet verlaten en werd hij econoom van het Heilig-Hartinstituut in Mechelen-aan-de-Maas. Van hieruit bleef hij zijn actie voortzetten. Op 4 december 1950 sprak hij de lijkrede uit van Jozef Langohr in Edegem. Op het congres van het Davidsfonds in Brussel op 29 maart 1953 sprak hij over "Een eeuw van volkstellingen in het Land van Overmaas". Na de zomer van dat jaar moest hij onder zware druk van zijn overheid ontslag nemen uit de gewestbond Overmaas van het Davidsfonds. Toch hield hij op 25 oktober 1954 nog een grafrede voor pastoor Veltmans namens het Davidsfonds en het Dr. Jozef Langohrcomité. Nieuwe, gelijkaardige moeilijkheden met zijn overheid leidden enkele jaren later tot zijn vertrek uit België. Nagels verbleef enige tijd in Ruanda, was werkzaam bij de Belgische ambassade in Pretoria en werd in 1965 verkoopsdirecteur in Oostende. Daar was hij van 1968 tot 1981 arrondissementeel secretaris van de VU in het arrondissement en van 1971 tot 1982 gemeenteraadslid. Van 1982 af was hij provinciaal voorzitter en lid van de partijraad van het Vlaams Blok.[94]

In het Egmontpact vond hij nochtans verschillende positieve zaken terug die hij bij zijn overstap naar het Vlaams Blok overboord diende te gooien. Wat hem het meest aan de VU stoorde, was het wegzinken van het nationalistische thema ten voordele van de de regeringsdeelname en de groeiende verlinksing. In de ethische thema's van het Vlaams Blok -die hij niet bij de VU terugvond- kon hij zich bijzonder vinden: anti-drugs, anti-abortus, grotere uitgaven voor defensie, een radicale gezinspolitiek, etc.[95]

Nagels wou rond 1985 in de partij afstappen van de besluitvorming bij consensus, behalve bij ideologische kwesties en het aanduiden van de bestuurszetels. Bovendien wou hij de naam Vlaams Blok opnieuw wijzigen tot VNP. Hij stierf op 23 juni 1987 in Oostende.[96]

 

Quattaert, Alain.

 

Geboren op 14 juli 1966 in Sint-Kruis (Brugge). Volgde Latijn-Grieks aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Assebroek. Vervolgens behaalde hij zijn A1 secretariaat-moderne talen (Frans, Engels, Duits) aan de Katholieke Hogeschool in Brugge. Hij is ongehuwd, kinderloos en werkt als commercieel adviseur in een bank. Zijn ouders gingen op vijftienjarige leeftijd gaan werken. Zijn vader werkte zich op van arbeider tot meestergast in een spanbetonbedrijf. In 1961 werd hij para en diende mee te helpen bij de evacuatie van de Belgen uit Stanleystad, vlak na de Congolese onafhankelijkheid. Zijn moeder was huisvrouw. Over Wereldoorlog Twee werd thuis nooit gesproken, maar hij vermoedt dat zijn ouders beiden neutraal waren. In 1998 werd hij lid van het Vlaams Blok omwille van persoonlijke omstandigheden. In 1997 begon zijn achterdocht ten opzichte van andere culturen te groeien via een oplichtingszaak waar een groepje jonge Marokkanen in betrokken was. De stap richting Vlaams Blok ging makkelijk, omdat hij enkele militanten uit de jaren '80 kende. Volgens zijn persoonlijke visie bestrijdt de Islam het westen op een geraffineerde wijze. Een andere stap die hem in de Vlaamse Beweging deed interesseren was de economische politiek die Wallonië ten opzichte van Vlaanderen voerde. Alain Quattaert behoort dus tot de rabiate kern van mensen in de partij die zich sterk door het vreemdelingenstandpunt laten aanspreken. De jongste jaren abonneerde hij zich op de meeste publicaties en tijdschriften uit de radicale hoek van de Vlaamse Beweging. Onlangs richtte hij het comité Nationalisten Tegen Globalisering op, dat in korte tijd nogal wat naambekendheid kreeg. Hij is arrondissementeel voorzitter van de Vlaams Blok Jongeren Brugge, secretaris van de Brugse afdeling en arrondissementeel bestuurslid.[97]

 

Ravyts, Kurt.

 

Geboren op 24 april 1968 te Brugge. Volgde handelsonderwijs (TSO) aan het Koninklijk Atheneum te Brugge en sloot zijn middelbaar af met 2 jaar toerisme. Na zijn middelbare studies vertrok hij naar de KUL waar hij godsdienstwetenschappen volgde. Hij behaalde een licentiaats- en aggregaatstitel, alsook zijn baccalaureat in de filosofie aan het kardinaal Mercier-instituut. In 1990 studeerde hij af. Intussen werd hij in 1988 lid van de NSV en 1 jaar later van het Vlaams Blok. waar hij actief was in de Brugse afdeling. In '92 stopte hij alle activiteiten voor de partij omdat zijn beroep van godsdienstleraar niet met zijn politieke ideeën te verenigen was. In 1998 zocht hij opnieuw contact met de partij en sinds 1 september 1999 werkt hij als arrondissementeel secretaris te Brugge. Hij komt niet uit een traditioneel Vlaams-nationaal gezin. Zijn vader was een anti-clericale gemeenschapsonderwijzer, marxistisch gezind en een overtuigd KP-, later PvdA-stemmer. Zijn moeder was anti-politiek en was afwisselend huisvrouw, arbeidster en verkoopster. Toen hij studeerde was hij een kritisch gelovige en momenteel bevindt hij zich in de atheïstische/agnostische hoek. Verder schrijft hij historische boeken over de Tweede Wereldoorlog en heeft hij er 6 jaar lidmaatschap bij de redactie van het nieuw-rechtse tijdschrift Tecos opzitten. In '99 werd hij fractievoorzitter van de provincieraad.[98]

 

Sanders, Johan.

 

Geboren te Roeselare op 9 november 1965 als zoon van José Sanders, arbeider, en Marie-Louise Brouckaert, huisvrouw. Hij is ongehuwd en kinderloos. Johan volgde de wetenschappelijke richting aan de Broederschool in Roeselare en studeerde verder voor sociaal assistent aan de IPSOC in Kortrijk. Hij werkte voor het ziekenfonds in Kortrijk, Vlaanderen Natuur Jongeren en het Rodenbachfonds in Oost-Vlaanderen. Uiteindelijk belandde hij als secretaris voor de afdeling Oostende op het Vlaams Blok-kantoor. In 1939 was zijn grootvader - langs vaders zijde - bij de Jehova's gegaan. Van vervolging was echter geen sprake, hoewel velen die dit geloof aanhingen, het omgekeerde beweren. De Duitsers wisten dat aanhangers van Jehova dienstweigeraars waren en in die hoedanigheid ook geen dienst in het Verzet namen. Zijn grootvader langs moeders kant was klerk bij een notaris en actief in het Davidsfonds en de Bond van Grote en Jonge Gezinnen. Vooral het Davidsfonds geeft zijn Vlaamsgezindheid aan, maar in de oorlog hield hij zich op de vlakte. Via het Roeselaarse Vlaams Kruis kwam Johan Sanders in contact met het Vlaams-nationalisme, waar zijn vader in 1972 een cursus volgde. In Roeselare was het Rode Kruis opgeheven en werd het Vlaams Kruis gestimuleerd door het grote succes die de VU er met boegbeeld Mik Babylon genoot. Het Vlaams Kruis was de katalysator voor het gematigd Vlaams-nationalisme. Ook hijzelf kwam veel in het lokaal en werd, voor de eerste maal in 1980, mee uitgenodigd naar de IJzerbedevaart. Zelf kwam hij ook terecht in het bestuur van het Vlaams Kruis en via de cultuur- en jeugdraad kreeg hij automatisch het etiket 'VU' opgeplakt. Via Luc Vermeersch, schepen van sociale zaken van de VU in Roeselare, werd hij op het einde van zijn legerdienst, rond 1986, gevraagd om bij de VU te gaan. In 1987 vertrok hij naar Kortrijk  voor een job in het Ziekenfonds waar hij eveneens lid van het Vlaams Kruis werd. De Wevelgemse afdeling was een stuk Vlaamsgezinder dan die van Roeselare of Brugge en geregeld nam men deel aan betogingen van het TAK waar men instond voor de verzorging van eventuele gewonden. Vanaf 1990 werd het TAK geleidelijk aanzien als de aktiegroep van de VVB waarmee hij ook contacten onderhield. In de VU zag hij maar weinig toekomst meer. Het Vlaams Blok lonkte naar hem, o.a. via de vraag of hij een essay over de splitsing van de sociale zekerheid in het lokale blad "de Zuid-West-Vlaamse Inzet" wenste te schrijven. Zo kwam hij in nader contact met mensen als Francis Delbeke en Koenraad Verschaete en op een dag maakte hij zich anoniem lid van de partij, anoniem uit angst om zijn job bij het Ziekenfonds te verliezen. Delbeke was toen naar buiten uit voorzitter van het Vlaams Blok in Kortrijk, terwijl Johan Sanders achter de schermen de bestuursvergaderingen leidde. Op dat moment werd Francis Delbeke al tot arrondissementeel voorzitter benoemd. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 had men in plaats van 1 provinciaal secretariaat en 2 halftijdse arrondissementele secretariaten uitgebouwd. Koenraad Verschaete was toen secretaris voor Kortrijk, Ieper, Veurne, Oostende en Diksmuide. In dat kader werd Johan Sanders aangeworven voor de Westhoek. Hij verhuisde naar Ieper om zich in september 1995 in Oostende te vestigen om een andere secretaris op te volgen. Zo kreeg hij de functie van arrondissementeel secretaris. De voornaamste keuze voor het Vlaams Blok bestaat uit het Vlaams-nationalisme en de sociale problematiek. Hijzelf vond de VU een te elitaire partij terwijl het Vlaams Blok zich volgens hem meer op de arbeidersklasse richt. Zijn vader was lid van de SP, maar zelf vond Johan deze partij niet oprecht genoeg. De vreemdelingenproblematiek draagt, sinds hij in Kortrijk woonde en met de Noord-Afrikaanse bevolking in contact kwam, zijn goedkeuring weg. Volgens hem sluit het ene het andere niet uit -'als je tegen de verfransing, de verengelsing en de verduitsing bent, moet je ook tegen de arabisering zijn'.[99]

 

Sintobin, Stefaan.

 

Geboren op 13 januari 1960 te Izegem. Hij volgde Latijn-Grieks, studeerde daarna public-relations en is werkzaam als magazijnshoofd. Stefaan Sintobin is samenwonend en kinderloos. Zijn ouders waren in Wereldoorlog Twee neutraal. Van jongsaf was Stefaan Sintobin gefascineerd door die oorlog en de collaboratiebeweging. Naar eigen zeggen heeft hij diep respect voor de Oostfrontstrijders. Tijdens zijn middelbaar aan het Sint-Jozefscollege in Izegem raakte hij vertrouwd met de Vlaamse Beweging via uiteenzettingen van Vlaamsgezinde leraars. Ook de KSA in Izegem drukte een Vlaamsgezinde stempel op zijn jeugd. Tijdens zijn hogere studies sloot hij zich bij de NSV aan. Verder is hij lid van de VVB, Voorpost, Sint-Maartensfonds, het TAK en de Vlaamse Vlagge. Zijn eigenlijke engagement startte tijdens zijn studieperiode in Gent. Via de NSV kwam hij in contact met andere bewegingen, waarvan hij in de loop der jaren lid werd zonder een functie op te nemen. Hij kwam in contact met het Vlaams Blok via taverne De Gezelle in Roeselare, dat nu zowat fungeert als Vlaams Blok-lokaal, en via Guido Derieuw, momenteel gemeenteraadslid in Izegem. In het verleden was hij secretaris en voorzitter van het Vlaams Blok in Izegem en arrondissementeel raads- en bestuurslid. Momenteel is hij arrondissementeel voorzitter van Kortrijk-Roeselare-Tielt, partijraadslid en persverantwoordelijke van het kanton Izegem, dat door eerstgenoemde en Ingelmunster wordt gevormd.[100]

 

Trouwaen, Gilbert.

 

Geboren op 5 oktober 1941. Studeerde aan de schildersschool in Oostende en bouwde een eigen zelfstandige zaak op. Hij is gehuwd geweest en heeft 3 kinderen. Zijn vader was landbouwer en pluimveeteler, zijn moeder werkte in een kruidenierszaak. Beiden waren Vlaamsgezind tijdens Wereldoorlog Twee, maar van collaboratie was geen sprake. Zijn vader ergerde zich aan de repressie en probeerde af en toe te bemiddelen in een poging om geweld te voorkomen. Van kleinsaf voelde hij zich via zijn opvoeding Vlaamsgezind, maar de radicalisering kwam er via Leuven Vlaams in 1968, die hij als één van de prachtigste momenten in zijn leven omschrijft. 2 jaar eerder, in 1966, maakte hij zich lid van de VU en de VVB. Door het Egmontpact stapte hij uit de partij. Volgens Trouwaen haalde Hugo Schiltz de ganse VU uit zijn context. Omwille van tijdsgebrek nam hij ook minder deel aan acties van het TAK, de organisatie die hij het meest neutraal vond en nog altijd steunt, net als de VVB. Hij werd lid van de partijraad van het Vlaams Blok, diende als afdelingsvoorzitter tot 1992 en werd hierna benoemd in de functie van arrondissementeel voorzitter tot zijn vertrek in 1994. Hoofdreden voor zijn vertrek was de slechte manier van werken op het interne vlak. Hij beschuldigt de partij ervan de militanten van het eerste uur te hebben laten vallen en voorrechten te verlenen aan de beter opgeleiden, die wel minder voor de partij hadden gepresteerd. Op die manier werd macht vervangen door loyauteit ten opzichte van de militant. Naar aanleiding van een discussie over een plaats op de lijst voor de Europese verkiezingen in 1994 stapte Trouwaen op. In zijn zog vertrokken o.a. Eddy Vandenabeele, Jef Debusschere en Jozef Huysentruyt -vader van Joris Huysentruyt. Na zijn vertrek stichtte hij een nieuwe politieke partij, de Vlaams Nationale Partij (VNP), die tot nog toe geen electorale doorbraak heeft weten te forceren. Verder was hij tot 1997 lid van Voorpost, tot op het moment dat de leider, Luc Vermeulen, voor het Vlaams Blok opkwam. Deze organisatie diende voor hem neutraal te blijven.[101]

 

V, J.

 

Geboren in 1976 te Kortrijk. Volgde ASO-onderwijs, afdeling Latijn-Wiskunde en behaalde zijn licentiaat moderne geschiedenis. V. is ongehuwd en kinderloos. Hij is als universitair medewerker aan de partij verbonden. Tijdens Wereldoorlog Twee waren zijn ouders en grootouders neutraal. Van 1994 tot 1996 was hij leider van het VNJ. Verder is hij nog gewoon lid van de VVB, het TAK en Kortrijk Vlaamse Cultuurstad. Op aandringen van een schoolvriend nam hij met het Vlaams Blok contact op. Van 1994 tot 1998 werd hij bestuurslid voor de afdeling Kortrijk, waarna hij 3 jaar voorzitter van diezelfde afdeling werd. Momenteel is hij fractieleider van de gemeenteraad in Kortrijk en sedert 2000 arrondissementeel bestuurslid.[102]

 

Vandamme, Gerard.

 

Geboren in 1930 te Oostende, gehuwd en vader van 4 kinderen. Zijn vader was een Vlaamsgezinde politieagent, maar hield zich niet actief met politiek bezig. Onder de Duitse bezetting kreeg hij promotie en werd op die manier na de oorlog het voorwerp van afrekeningen tijdens de repressie. Gerard liep school in het VTI te Oostende en oefende een beroep als tekenaar bij Openbare Werken uit. Van thuis uit had hij een Vlaamsgezind imago meegekregen. Hij werd lid van de VU en was actief in het plaatselijk bestuur. Geregeld nam hij deel aan betogingen van het TAK, waar hij geen lid was. Na het Egmontpact stapte hij nog niet direct uit de partij, maar keek de kat uit de boom. Hij stapte rond 1980 naar het Vlaams Blok en werd arrondissementsvoorzitter omdat niemand anders deze plaats wou. In 1987 stapte hij uit de partij zogezegd omdat de vreemdelingenproblematiek te sterk op de voorgrond stond. Sindsdien interesseert partijpolitiek hem niet meer.[103]

 

Vandenberghe, Herman.

 

Geboren op 29 mei 1938 te Roeselare. Hij studeerde aan de moderne afdeling van het Sint-Amandscollege te Kortrijk om een verdergezette opleiding aan de sociale school in Kortrijk te volgen. Sinds 31 augustus 1963 is hij gehuwd met Rosa Bohijn en vader van 3 kinderen. Hij is productiechef in een KMO. Zijn moeder, een Vlaamsgezinde, christelijke onderwijzeres en  vader, een zelfstandig vlashandelaar, stelden zich tijdens Wereldoorlog Twee neutraal op. Van huis uit kreeg Herman een Vlaamse, maar vooral christelijke opvoeding. Tijdens zijn jeugdjaren bezocht hij al de IJzerbedevaart in Diksmuide en kocht hij het Pallieterke. Toen Maurits Coppieters de VVB propageerde, ging hij luisteren en op jonge leeftijd trok hij met de nachtelijke plakploegen van de VU mee. Verder nam hij mee aan de marsen op Brussel. Hij is vooral actief in het TAK en was aanwezig op verschillende wandeltochten en betogingen; zoals de eerste van Gent naar Vloesberg, de betogingen in de Voerstreek waar een forellenkweker op de massa schoot, de verwijdering van de Franse wegwijzerborden onder leiding van volksvertegenwoordiger Luc Vansteenkiste, de betoging tegen de Nols-loketten met Piet Depauw, etc. In eigen streek voerde hij acties tegen het Franstalig toneel in Kortrijk en "Exploration du monde" in Gent en Wevelgem. Samen met de intussen overleden Pol Verschuere heeft hij voor de VU de afdeling Harelbeke uitgebouwd. Hij was er 8 jaar voorzitter en 6 jaar secretaris. Na het Egmontpakt twijfelde hij een tijdje voor hij een lidkaart bij het Vlaams Blok kocht. Na een tijd werd hij door de toenmalige voortrekker in Kortrijk, Francis Delbeke, aangespoord om zich actief voor het Vlaams Blok in te zetten, wat hij na enige aarzeling, gezien de slechte ervaring met de VU, toch deed. Als kernverantwoordelijke voor Harelbeke nam hij deel aan de arrondissementele raden en leerde zo de andere medewerkers uit naburige kernen kennen. Na een stageperiode en met de help van het arrondissementele bestuur richtte hij de afdeling HADEWA (Harelbeke-Deerlijk-Waregem) op. Sinds de laatste bestuurshernieuwingen is hij afdelingssecretaris, afgevaardigde in de arrondissementele raad en de nationale partijraad.[104]

 

Vanden Heede, Walter.

 

Geboren op 30 mei 1936 te Zwevegem. Hij volgde Grieks-Latijnse en 3 jaar avondschool elektriciteit. Hij is gehuwd met Mondje Plateeuw en vader van negen kinderen. Hij was achtereenvolgens beroepsmilitair bij de luchtmacht (1955-1958), 1 jaar keetwachter op een bouwterrein van graafwerkzaamheden, magazijnier (1959-1964), kantoorbediende in een pannenfabriek te Pottelberg (1964-1966) om uiteindelijk tot 1997 als ambtenaar bij het gemeentebestuur van Zwevegem te werken. Zijn vader was in sterke mate Belgisch gezind. Tijdens de oorlog was hij lid van het Onafhankelijkheidsfront, een communistische verzetsorganisatie. Vanaf 1944 werd hij nationaal als gewapend weerstander erkend en een jaar erna als oorlogsvrijwilliger bij de gemotoriseerde MP van het Engelse leger ingelijfd, met als doel Duitsland na diens capitulatie te gaan bezetten. Volgens Walter vanden Heede tekende dit zijn jeugdjaren om later een andere kijk op collaboratie en repressie te krijgen. Zijn vader probeerde hem meermaals van zijn ideologie te overtuigen. Walter las echter veel en discussieerde doelbewust met mensen die een andere versie van de feiten hadden. Een oud-oostfronter op zijn werk liet hem in het begin van de jaren '60 kennis maken met het Pallieterke. De echte overtuiging om Vlaamsgezind te worden, kwam er aan de hand van een, voor hem als traumatisch ervaren, gebeurtenis. In 1964 kreeg hij de kans om onder het bediendenstatuut in de Kortrijkse dakpannenindustrie te gaan werken. Hij moest er een toegangsexamen afleggen dat bestond uit de 4 hoofdbewerkingen in rekenen en een dictee in het Frans. Hij werd aangenomen en in het kantoor was de voertaal Frans. Vlaams was volgens de leiding voor de gewone arbeider en dus 'minderwaardig'. Hijzelf als arbeiderszoon was hierdoor geschokt. Zijn vrouw kende een gelijkaardige ervaring toen zij als veertienjarig dienstmeisje een miserabele jeugd beleefde bij een Franstalige familie uit Kortrijk. In 1966 trok hij voor de eerste maal naar de IJzerbedevaart, waar de verhalen over Wereldoorlog Een hem voorgoed radicaliseerden. Vanaf 1967 werd hij lid van de VU en werd een tijdlang bestuurslid van de afdeling Zwevegem. In 1972 werd hij betrokken bij de oprichting van het TAK, onder leiding van Piet De Pauw. Hij vertegenwoordigde West-Vlaanderen in de TAK-raad waar hij 4 jaar actief was. De voornaamste actieterreinen waren toen de Voerstreek, Schaarbeek en de Kust. Naar aanleiding van het Egmontpakt verliet hij de VU, waar hij zich door de toenemende linkse koers al een tijdje niet meer thuis voelde. Hij zocht aansluiting bij de VNP van Karel Dillen en woonde de stichting van de partij in het Sewir-hotel in Sint-Niklaas bij. Toen men in 1978 het kartel Vlaams Blok vormde, waren hijzelf voor de Senaat en zijn vrouw voor de Kamer kandidaat. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2000 werd hij verkozen als gemeenteraadslid, terwijl hij ook nog zitting heeft in de arrondissementele raad van de partij [105]

 

Vandeweghe, Leo.

 

Geboren in Oostende op 23 december 1906. Leo Vandeweghe was als student lid van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS), het Leuvense Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) en later van het Verdinaso. Vandeweghe studeerde eerst in Leuven maar gaf zijn studie op voor een opleiding aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Brussel. Van 1930 tot 1947 en van 1951 tot 1958 vertoefde hij als ambtenaar in de gezondheidszorg in Belgisch-Kongo. Hij was er actief lid van de Vlaamsche Vriendenkring in Leopoldstad. In 1949 trok Vandeweghe de senaatslijst voor de Vlaamse Concentratie in het arrondissement Oostende-Veurne-Diksmuide. In 1958 werd hij arrondissementsvoorzitter van de VU.[106]

Bij de parlementaire verkiezingen van 1961 nam hij op verzoek van lijsttrekker Jan de Bondt, de tweede plaats in op de lijst. De VU-lijst in het kanton Oostende groeide ten opzichte van 1958 van 1339 naar 2046 stemmen. Voor de parlementsverkiezingen zou hij normaal de toen al overleden lijsttrekker Jan de Bondt dienen op te volgen, maar hij stond zijn plaats af aan Etienne Lootens. Van 1962 tot 1968 was hij arrondissementeel voorzitter, van 1964 tot 1968 provinciaal voorzitter van West-Vlaanderen. In 1966 werd hij door de partij verkozen tot lid van het partijbestuur.[107]

Verder was hij medestichter en secretaris (tot 1961) van de Vlaamse Volksbeweging in Oostende. Tussen 1965 en 1968 was Vandeweghe gouwvoorzitter van de VU en van 1964 tot 1972 was hij voor dezelfde partij gemeenteraadslid in Oostende. In 1968 deed hij als provinciaal gecoöpteerde zijn intrede in de Senaat. In 1971 werd hij, tot ongenoegen van veel VU-kaderleden uit zijn arrondissement, niet meer gecoöpteerd. Hij was dan ook een tegenstander van de deelneming van zijn partij aan de regering-Leo Tindemans.[108]

Net als bij Jef Nagels kwam de breuk er door het linksprogressieve karakter dat de VU zich al een tijd aankleefde. Daniël Deconinck, verkozen in 1961, werd omwille van deze progressieve opvattingen in 1965 tot ontslag gedwongen. In 1964 deed Maurits Coppieters evenwel zijn intrede in de VU en hij steunde dan weer de linkervleugel. Samen met Nelly Maes bouwde hij de VUJO (VU-Jongeren) uit tot een links-progressieve drukkingsgroep binnen de partij.[109] Met de verkiezing van Vic Anciaux tot nationaal voorzitter drukte hij zijn hoop uit dat de VU opnieuw rechtser en nationalistischer zou worden. Op 16 februari 1980 werd hij, samen met 4 anderen uit Oostende, in Brussel ontvangen door het partijbestuur. Beloften werden gemaakt dat alles opnieuw rechtser zou worden, maar toen een jaar later nog geen verbetering in zicht was voor Vandeweghe, schreef hij een brief (18 maart 1981) naar de VU om hen er opnieuw aan te herinneren. Het sturen van gelukwensen door de partijtop aan de links-liberale D66, een partij die weinig sympathie opbracht voor Vlaams-nationalisme en voorstander was van vrije abortus, was voor hem de druppel die de emmer deed overlopen.[110] 

Van 1975 tot 1981 was Vandeweghe ook voorzitter van Broederband West-Vlaanderen. Hij was stichtend lid van de Vlaams-Zuid-Afrikaanse contactclub Protea. Daarnaast was hij ook lid van onder meer het Vlaamse Kruis, het IJzerbedevaartcomité, de Vlaamse Toeristenbond - Vlaamse Automobilistenbond, de Vlaamse Vereniging voor Familiekunde en Were Di. Leo Vandeweghe stierf op1 maart 1988 in Oostende. [111]

 

Vanhauwaert, Johan.

 

Geboren op 8 juli 1948 in Kortrijk. Hij volgde het hoger technisch onderwijs klinische scheikunde en aan de universiteit specialiseerde hij zich in elektronenmicroscopie en behaalde er het diploma paleontologie. Hij is vader van 1 kind. Momenteel is hij werkloos. Zijn vader, een automecanicien en zijn moeder, een onderwijzeres, waren tijdens de Tweede Wereldoorlog Vlaamsgezind. Toch heeft zijn vader, samen met zijn broer, een tijdje bij de Witte Brigade gediend op het moment dat hij ondergedoken leefde, uit vrees om in Duitsland te moeten werken. Hij had een functie als landbewaker. Zijn motivatie om bij het Vlaams Blok is een gevolg van verbittering om het verlies van zijn echtgenote. Door een gebrek aan financiële steun, raakte men diep in de put. Hij voelde zich door de maatschappij in de steek gelaten en uit een gevoel van verbittering en onmacht besloot Vanhauwaert om actief aan politiek te doen met als doel tegen de gevestigde partijen in te gaan. In '99 besloot hij zich bij de partij aan te sluiten. Hij stoort zich bijzonder sterk aan het feit dat de partij racistisch genoemd wordt. Het enige dat volgens hem gewenst wordt is een vorm van integratie, samen met een sterker manifestatiegevoel van de Vlamingen om hun mening te verkondigen. Het is zijn bedoeling om een sterker cultuurprogramma in het Vlaams Blok te brengen. Zijn voornaamste hobby is immers miniatuurkunst. Voor het Vlaams Blok zat hij niet in Vlaams-nationale organisaties wegens een gebrek aan tijd. Zijn inmiddels overleden echtgenote bracht uit een vorig huwelijk een fysiek gehandicapt kind mee. De verzorging van deze 2 personen vergde te veel tijd. Momenteel is hij fractievoorzitter in de gemeenteraad en secretaris van de afdeling Menen.[112]

 

Vanhecke, Frank.

 

Geboren op 13 mei 1959 in een gezin dat langs moederkant sterk Vlaams-nationalistisch gezind was. Vanaf de stichting van de VU werd zij lid van de partij. Enkele van haar broers waren tijdens WOII lid van het VNV en de Zwarte Brigade (de militie van het VNV). Via deze partij kwamen ze terecht aan het Oostfront, waar ze na de oorlog gevangenisstraf voor kregen.[113] Frank volgde zijn middelbaar onderwijs aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Assebroek (1971-1977). Vanaf zijn veertiende werd hij politiek actief bij de VU en de VU-jongeren in de afdeling Assebroek (1975-1977), maar net zoals veel Vlaams-Blokkers gaf hij zijn lidmaatschap op toen het Egmontpact in 1977 werd gesloten. Verder was hij ook betrokken bij het TAK (1974-1977). Een paar maanden na zijn vertrek sloot hij zich aan bij de VNP van Karel Dillen om vervolgens in het Vlaams Blok terecht te komen. In die periode begon hij aan zijn studie communicatiewetenschappen aan de VUB (1977-1981).[114] Hij rondde zijn studies af met een thesis over nieuw-rechts. Hij werd geobsedeerd door het werk van de Italiaan Antonio Gramsci, de marxistische denker en het kopstuk uit de jaren twintig van de PCI, de Italiaanse communistische partij. Nieuw-rechts nam zijn theorie over dat de politieke macht verloopt via het verwerven van de culturele macht. Het concept van het partijfeest  en de aanpassing van het partijmaandblad gaat terug op deze ideeën. Tijdens zijn studie bleef hij betrokken in de Brugse politiek en werd hij lid van de door Filip Dewinter gestichte VSAG, die in 1980 werd omgevormd tot het NJSV. Sindsdien werden de 2 Bruggelingen boezemvrienden. Vanhecke werkte voor een immobiliënkantoor (1982-1989) en werd na de Europese verkiezingen van 1989 adjunct-secretaris-generaal van de technische fractie van Europees Rechts in het Europees Parlement, waar hij nauw samenwerkte met Karel Dillen. Vanaf 1985 werd hij redactielid van het maandblad van de partij en het jaar erop trad hij toe tot het partijbestuur. in 1987 was hij medestichter van de VBJ. In 1994 werd hij verkozen tot Europees parlementslid en tot gemeenteraadslid van Brugge. Hoewel de band met zijn geboortestad hecht blijft, gaf hij dit laatste toch op om in 1996 het voorzitterschap van de partij uit te oefenen. Over het voorzitterschap van Vanhecke wordt veel gediscussieerd. Buitenstaanders beweren dat de keuze van Karel Dillen een van berekendheid was. Politieke waarnemers zien in het Vlaams Blok 2 stromingen: de anti-vreemdelingenbeweging van Filip Dewinter en het klassieke Vlaams-nationalisme gemengd met moreel conservatisme van Gerolf Annemans. Dewinter en Annemans zouden volgens hen 2 meer logische kandidaten zijn, maar volgens diezelfde waarnemers zouden ze elkaars concurrenten zijn. Annemans had zichzelf naar voor geschoven als kandidaat voor het partijleiderschap. Antwerpen zou dan voor Dewinter zijn, maar die laatste voelde niets voor dit compromis omdat hij er niets voor zou vinden om zijn grootste concurrent als partijleider te hebben. Via Hans Carpels, echtgenoot van Marijke Dillen, zou hij Dillen omgepraat hebben. Om de eenheid in de partij te bewaren, koos Dillen uiteindelijk om Vanhecke als partijvoorzitter te laten optreden. De partij zelf ontkent dit en spreekt over een vrije keuze gebaseerd op talent. Vanhecke zelf zegt dat hij een voor iedereen aanvaardbare verzoeningsfiguur is die die de verschillende meningen en karakters binnen de partij kan verenigen. Op 8 juni 1996 werd hij voor 3 jaar benoemd. Eind 1997 werd zijn mandaat verlengd tot eind 2000 omwille van de verkiezingen voor Kamer, Senaat, Vlaams en Europees Parlement op 13 juni 1999 en de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2000. Zijn grootste doel bestaat erin om de partij te laten groeien zonder de beginselen van het programma te verloochenen.Toen hij nog maar partijvoorzitter was, kreeg hij al meteen te maken met de rellen tijdens de IJzerbedevaart van 1996. Het daaropvolgende jaar bleef het Vlaams Blok weg van de viering. Bij zijn voorzitterschap legt hij de klemtoon op 3 punten. Het eerste is Brussel waar hij een figuur wil promoten die eenzelfde karakter heeft als een Dewinter in Antwerpen. Deze figuur is Filip Deman, die zoveel mogelijk stemmen dient te ronselen onder de autochtone bevolking (waaronder Franstaligen). Het tweede punt is de Vlaamse onafhankelijkheid. Het Vlaams-nationale bewustzijn lijkt volgens hem sterk aan succes te winnen. Het onafhankelijkheidsstreven zou veld winnen in het bedrijfsleven. Ook de Vlaamse publieke opinie zou positiever staan ten opzichte van de onafhankelijkheid. Zijn derde punt gaat uit naar de 'sociale strijd'. Hiermee wordt verwezen naar de traditionele politieke partijen die voortdurend op de korrel worden genomen. Vooral de Waalse PS krijgt het zwaar te verduren. Het Vlaams Blok wenst zich immers als de partij van het volk op te werken. Via Vanhecke is ook de stijl van het partijvoorzitterschap drastisch veranderd. Waar Dillen eerder stram en weinig mediageniek overkwam ligt dit bij zijn opvolger duidelijk anders. De toonzetting van zijn toespraken zijn een stuk radicaler.[115]

 

Van Parys, Dieter.

 

Geboren te Brugge op 24 september 1974. Hij volgde een wetenschappelijke richting aan het Sint-Leocollege in Brugge en studeerde als bouwkundig ingenieur af. Momenteel is hij werkzaam als werfleider. Zijn vader was technisch directeur in het Sint-Pieters ziekenhuis te Brussel, terwijl zijn moeder huisvrouw is.. Dieter Van Parys is ongehuwd en kinderloos. Tijdens Wereldoorlog Twee was zijn familie neutraal. Via zijn ouders raakte hij in de Vlaamse zaak geïnteresseerd. Van 1990 tot 1991 was hij preses van het NJSV-Brugge, van 1996 tot 1997 preses van de NSV-Gent. Tijdens zijn middelbare studies zocht hij zelf contact op met de partij. Hij was geïnspireerd door de infostands die hij op de IJzerbedevaart en het nationaal zangfeest zag. Momenteel is hij voorzitter van de afdeling Oostkamp, gemeenteraadslid in Oostkamp en lid van de bestuursraad van het arrondissement Brugge.[116]

 

Verdru, Nancy.

 

Geboren op 4 maart 1970 te Poperinge. Ze deed het lager onderwijs om vervolgens als fabrieksarbeidster in de textielsector te gaan werken. Verder heeft ze een zelfstandig bijberoep, eveneens in de textielsector. Ze is gehuwd en heeft 1 dochter. Welk standpunt haar ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden is haar onbekend. Zijzelf raakte via haar echtgenoot, Ghislain De Keyvere, in de Vlaamse zaak geïnteresseerd en kwam, eveneens via hem, in 1993 bij het Vlaams Blok terecht. Voordien zat ze in geen enkele Vlaams-nationale organisatie. Aanvankelijk was ze 6 jaar penningmeester, momenteel is ze voorzitter van de afdeling Waregem.[117]

 

Verhelst, Hubert.

 

Geboren op 24 mei 1928 te Brugge, gehuwd met Rose-Anne Vandooren en vader van 4 zonen. Hij studeerde wetenschappen aan het Koninklijk Atheneum in Brugge en werkte eerst als handelsvertegenwoordiger bij een tabak- en sigarenfabrikant in Brugge, vervolgens als technisch bediende bij een blikslager. Hierna werd hij  aangenomen bij de Belgische marine in Oostende als burgelijk bediende. Zijn uiteindelijke werk vond hij in 1952 bij Sabena. Sinds 1983 is hij op pensioen. Zijn vader was muzikant bij het Belgisch Leger, zijn moeder was huisvrouw. Tijdens de oorlog bleven ze neutraal, met een voorkeur voor de geallieerde zijde. Zijn vader diende als ex-militair West-Vlaanderen te verlaten om te voorkomen dat hij zich bij de geallieerden zou aansluiten. Hoewel hij uit een belgicistische familie afkomstig is, werd hij in de Vlaamse richting geduwd door zijn eigen bedenkingen over de repressie. Toen hij in Brussel werkte, voelde hij zich door zijn taal gediscrimineerd. Hij diende 2 jaar als VMO-leider in de afdeling Brugge. Vanaf de beginperiode van de VU was hij militant onder de verantwoordelijkheid van ex-militair Lucien Bols. Door de verlinksing van de partij, scheurde hij zich met nog enkele militanten af om in 1982 naar  het Vlaams Blok over te lopen. Hij begon aanvankelijk als militant, maar op aandringen van Frank Vanhecke werd hij in 1991 op de provincieraadslijst geplaatst. Voor de eerste maal kreeg men toen 3 verkozenen: hijzelf voor het arrondissement Brugge, Didier Versieck voor het arrondissement Oostende en Tony De Cabooter voor het arrondissement Kortrijk. Via onderlinge afspraken werd Verhelst verkozen tot woordvoerder van de fractie. Fractievoorzitter zijn was niet mogelijk, omdat men in West-Vlaanderen voor deze functie over 5 verkozenen diende te beschikken. In 1995 droeg hij zijn functie over aan Koenraad Verschaete en in '99 besloot hij uit de partij te stappen omwille van de te dictatoriale koers. Hij was ook actief in de Brugse Debatclub, een bijhuis van het Vlaams Blok, waarvan hij omstreeks de jaarwisseling 1991-1992 het voorzitterschap van Frank Vanhecke overnam. Hij was vooral actief rond thema's als amnestie en abortus.[118]

 

Veroughstraete, Christian.

 

Geboren te Ukkel op 11 september 1950. Christian deed zijn middelbare studies in het Onze-Lieve-Vrouwcollege in Oostende. Sinds 1958 is hij woonachtig in Oostende. Zijn familie interesseerde zich voor politiek met een voorkeur naar de  conservatief-katholieke strekking. Zijn grootvader was een katholiek-rechtse eerste schepen en notaris in Olsene. Zijn ouders waren culturele flaminganten, ondanks het feit dat een deel van de familie franstalig was. Tijdens WOII namen ze een neutrale houding aan. Een grootoom zat in het actief verzet (eveneens Christian Veroughstraete). Bij de bevrijding van Assenede door de Canadezen kroop hij op een tank om verkenner te zijn, maar door een vergissing werd hij neergeschoten. In Assenede is er nu nog een Christian Veroughstraete-laan. Christian studeerde rechten en maakte in '68 Leuven Vlaams mee. Familiaal was er een grote interesse in geschiedenis. Die interesse, samen met de beïnvloeding van Vlaamsgezinde leraars, duwden hem in de Vlaams-nationale hoek. Toen hij op de stakingspiketten van Leuven Vlaams stond kwam hij in aanraking met de VU, een partij die zich op dat moment vooral naar de jongere generatie richtte, en werd lid tot aan het Egmontpact. Vervolgens trok hij naar de Rijksuniversiteit in Gent en werd op 27-jarige leeftijd preses van het KVHV. Het Egmontpact was voor hem de reden om de VU te verlaten. Na zijn studies deed hij zijn legerdienst in Duitsland, waarna hij trouwde en op het notariaat van Lahayt, een vroegere senator uit Ieper, werkte. In '94 kwam hij voor het eerst op de lijst voor de Europese Verkiezingen, het jaar erop werd hij voor de Vlaamse Raad verkozen. Door een fout van het partijbestuur kwam het tot een breuk met Trouwaen. Hij werd bij het indienen van de lijst, in functie van arrondissementsvoorzitter, niet als eerste ingelicht, wat hij persoonlijk opnam.[119]

 

Verschaete, Koenraad.

 

Geboren op 6 mei 1957 te Kortrijk. Hij volgde de moderne richting aan het Sint-Jozefsinstituur te Kortrijk en vervolgde met grafische kunsten aan het Hoger Instituut voor Grafisch Onderwijs in Gent. Hij is vrijgezel en kinderloos. Van 1978 tot 1993 was hij zelfstandig drukker in Bissegem. Vanaf het Egmontpact werd hij lid van de VNP. Zijn vader, Lucien Verschaete, kwam uit een Vlaams-radicaal milieu en was zelfstandig drukker. Zijn grootvader, Adrien Verschaete, had tijdens Wereldoorlog Twee gecollaboreerd en was lid van het Verdinaso, aangevuld met een lidmaatschap bij de DeVlag. Toen Verdinaso een Belgische koerswending kreeg, werd hij lid van het VNV. Hij werkte als journalist voor Sportwereld, dat vroeger los van het Nieuwsblad stond en behoorlijk Vlaamsgezind was. Na de oorlog werd hij 7 maanden in Kortrijk opgesloten. Vlak na zijn gevangenschap stierf hij. Koenraad's moeder is huisvrouw en werkte in de eigen krantenwinkel. In haar familie had men een neutrale opstelling. Koenraad Verschaete was als kleine jongen aanwezig op 11 juli-herdenkingen en IJzerbedevaarten en via zijn vader las hij in 't Pallieterke, Wij en Dietsland-Europa. In 1975 werd hij actief bij het TAK, dat toen onder leiding van Crommelynck en De Pauw stond. Hierna sloot hij zich aan bij Voorpost. In diezelfde periode was hij ook 4 jaar penningmeester van het Komitee Kortrijk Vlaamse Kultuurstad. Zijn politieke prioriteiten liggen vooral bij het afschaffen van de provinciestructuren. Op vraag van Francis Delbeke oefende hij van 1988 tot 1990 de functie van penningmeester in de afdeling Kortrijk uit. Van 1990 tot 1993 werd hij secretaris van het arrondissement Kortrijk.  Sinds de fusie van het arrondissement Kortrijk-Roeselare-Tielt werd hij arrondissementeel secretaris, tot de partij hem vanaf 1 januari 1994 voor deze job betaalde. Van 1994 tot 2000 was hij provincieraadslid en woordvoeder van de 3 man tellende Vlaams Blok-fractie. Zodoende is hij statutair lid van de natinale partijraad. Sinds 1995 is hij lid van de Raad van Beheer in de Stedelijke Openbare Bibliotheek van Kortrijk. In 1999 werd hij gemeenteraadslid in Kortrijk. Vanaf 2001 werd hij OCMW-raadslid in Kortrijk. [120]

 

Verschaeve, Steven.

 

Geboren op 16 mei 1973 te Kortrijk. Hij volgde A3 tuinbouw en werkt nu als bouwvakker. Tijdens Wereldoorlog Twee waren zijn grootouders neutraal. Hij is gehuwd en heeft 1 zoon. Omwille van zijn achternaam, gecombineerd met een sterk gevoel van verbondenheid ten opzichte van Vlamingen, raakte hij in de Vlaamse zaak geïnteresseerd. Voordien is hij nooit lid van geweest van een Vlaams-nationale organisatie. Hij is kernverantwoodelijke, afdelingsverantwoordelijke en gemeenteraadslid voor de partij in Wevelgem.[121]

 

Versieck, Didier.

 

Geboren op 4 juli 1952 in Oostende als zoon van Camille Versieck en Marie-Thérèse Carmanne. Hij is gehuwd met Magda Lefevere en is vader van 2 dochters. Hij volgde zijn secundair onderwijs aan het VTI in Oostende en behaalde er een A2-diploma elektriciteit. Verder volgde hij ook hoger technisch onderwijs voor sociale promotie aan de Zeedijk. Vandaag is hij als technicus werkzaam bij Belgacom. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd zijn vader verplicht om als arbeider voor de Duitsers in Potsdam te werken. Hij vluchtte en dook 2 jaar in Oostende onder bij Albert Miel, bekend van de Katholieke Beweging. Na de oorlog werd hij door de Witte Brigade onterecht beschuldigd van verklikking. Marie-Thérèse Carmanne werd geboren in het graafschap Kent (Engeland). Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het gezin gevlucht omwille van de oorlogsomstandigheden. Ze kreeg een traditoneel-katholieke opvoeding mee en had weinig uitstaans met collaboratie of verzet. Versieck verklaart zijn Vlaams-nationale gevoelens ten dele door zijn haat die hij tijdens het secundair onderwijs voor de Franse taal voelde. Leuven Vlaams gaf hem de extra impuls om in 1968 zijn lidmaatschap voor de VU op te nemen. In 1974 zette hij zich voor de eerste maal actief in voor de partij naar aanleiding van de toenmalige parlementaire verkiezingen. Van 1974 tot 1977 kreeg hij verschillende bestuursfuncties in de VU en was hij eveneens actief in betogingen van het TAK die in Schaarboek en Voeren werden gevoerd. In 1976 verhuisde hij naar Drogenbos waar hij een VU-afdeling oprichtte en tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 1976 met de Vlaamse Eenheidslijst opkwam. Die laatste herbergde verschillende Vlaams-nationalistische partijen, waaronder de socialistische Rode Leeuwen, met als gemeenschappelijk doel het verzet tegen de toenmalige burgemeester Calmeyn te leiden. Eind 1977 verhuisde hij naar Oostende en na het Egmontpact stapte hij uit de partij. Hij werd mede-oprichter van het Vlaams Blok in Oostende en werd secretaris van het arrondissement Oostende- Veurne-Diksmuide. Hij kwam voor het eerst op met het Vlaams Blok als lijsttrekker voor de Kamer op 17 december 1978. Op 24 november 1991 werd hij als provincieraadslid verkozen. In 1994 werd hij voor die functie herverkozen met 1034 voorkeurstemmen. In maart 1999 verliet hij de partij omdat het anti-vreemdelingenprogramma een te grote rol speelde, en zijn oorspronkelijk ideaal, een onafhankelijk Vlaanderen, achteruitgesteld werd.[122]

 

Zonnekein, Nadia.

 

Geboren op 18 maart 1945 te Kortrijk. Volgde de normaalschool en is onderwijzeres op rust. Ze is weduwe en kinderloos. Haar ouders waren neutraal tijdens Wereldoorlog Twee. Haar moeder was 15 jaar toen de oorlog uitbrak en diende met haar vader en andere familieleden verplichte arbeid in Duitsland uit te oefenen. Op het einde van de oorlog werd haar vader als soldaat in het Belgische leger opgeroepen en diende zo in de Weerstand. Tijdens haar studietijd raakte Nadia Zonnekein in contact met vrienden uit Vlaams-nationale families en trok geregeld met hen naar de IJzerbedevaart. Ze was lid van het TAK vanaf de oprichting in de jaren '70 en de VVB in de jaren '80. Verder was ze medestichter en penningmeester van Kortrijk Vlaamse Cultuurstad en oefende ze 3 jaar de functie van secretaris uit bij het Guldensporencomité. Vanuit haar vriendenkring geraakte ze stilletjes aan vertrouwd met het Vlaams Blok. Aangezien ze in het katholiek onderwijs stond en bang was om haar werk te verliezen, werkte ze achter de schermen mee. Vanaf haar pensioen werkt ze actief voor het Vlaams Blok. Begin jaren '80 was ze gedurende 3 jaar secretaris van de afdeling Kortrijk, momenteel is ze gemeenteraadlid en lid van de politieraad in de stad.[123]

 

 

3. Conclusie.

 

Veel mensen hebben zich een eigen beeld gevormd over de personen die zich voor het Vlaams Blok inzetten: vooreerst moeten ze zeker gehuwd zijn en een omvangrijke kroost hebben, ze werden zeker katholiek opgevoed, hun familie bestond voornamelijk uit personen die collaboreerden in de Tweede Wereldoorlog, hun verstandelijke vermogens zijn laag tot onbestaande en hun kroost voeden ze volgens een superioriteitsideologie op. Verder is het Vlaams Blok een viriele wereld en bijzonder vrouwonvriendelijk. Ze zien er allemaal deftig uit, maar binnenshuis ontpoppen ze zich tot dictators en indien mogelijk zijn ze nog eens alcoholverslaafd ook. Hun ideologie werd er ingepompt en anderen indoctrineren is hun hobby.

 

Die indruk kreeg ik alvast toen ik de reacties hoorde van bepaalde mensen uit mijn onmiddellijke omgeving en medestudenten, op het ogenblik dat ik hen over mijn thesisonderwerp vertelde. Begrijpelijk, want zo'n beeld krijg je -hoewel ik het hier wat overdreven heb geschetst- in de media voorgeschoteld. Een bijzonder zwart-witbeeld overigens, want als men nu voor- of tegenstander is van de partij, de intellectuele eerlijkheid gebiedt om nuances in dit stereotiepe beeld in te brengen. De werkelijkheid is grijs en het zwart-witte beeld geldt misschien voor enkele uitzonderingen.

 

Een ding van het maatschappelijke beeld over het Vlaams Blok lijkt wel te kloppen: het is   hoofdzakelijk een viriele wereld. Toeval of niet, maar slechts 3 van mijn respondenten waren vrouwen. Hoewel een groep van 49 beschrijvingen niet zo groot is, moet het mogelijk zijn om hier een robotbeeld te kunnen reconstrueren. Elk onderwerp statistisch onderbrengen is niet altijd evident en vaak moet ik bepaalde begrippen op een meer genuanceerde manier benaderen. Daarom heb ik geprobeerd om het hele spectrum van de partij te bestrijken: niet enkel de 'ancien' die reeds een carrière in de VU achter de rug heeft, maar ook de jongere militant die geen enkele 'stage' in een Vlaams-nationale vereniging heeft doorlopen, zoals bijvoorbeeld Steven Verschaeve. Gewone leden werden niet opgenomen omwille van 2 redenen. Ten eerste was het niet mogelijk om inzage in de ledenlijsten te krijgen, ten tweede geldt er bij een actieve inzet voor het Vlaams Blok een factor van drempelvrees die heel wat groter is dan die bij andere partijen. Elke geïnterviewde had of heeft één ding met de anderen gemeen: beiden behoren ze tot de 'die hards' van de rechts-radicale Vlaams-nationale ideologie.

 

Relatie opleiding-partijfuncties.

 

Vijfentwintig van de 49 respondenten hebben hogere studies aangevat. Gezien de leeftijd van bepaalde respondenten kan men besluiten dat dit een groot aantal is. Enkelen die hier niet bijzitten, hebben tijdens hun middelbaar onderwijs een klassieke opleiding genoten.

 

Van deze 25 personen deden er 10 universitaire studies. 5 ervan studeerden rechten (Buysse, Claeys, De Reuse, Logghe en Veroughstraete), 2 politieke en sociale wetenschappen (Bultinck en Vanhecke), 1 geschiedenis (Vancoillie), 1 paleontoloog (Vanhauwaert) en 1 godsdienstwetenschappen (Ravyts). Dit is niet onbelangrijk, want veel van die mensen staan hoger in de hiërarchie van de partij dan de anderen. In mijn groep respondenten zitten 5 parlementairen en 4 ervan hebben universitaire studies gedaan. Universitairen krijgen dus bij het Vlaams Blok makkelijker een verkiesbare plaats dan mensen die een minder hoge opleiding hebben genoten. Zoals men ook later met het geval Gerard Thys voor Oostende zal zien, kijkt het Vlaams Blok dus vooral naar de opleiding en mondigheid van de mensen voor ze de kans krijgen de partij in het parlement te vertegenwoordigen. Van de parlementairen die aan de universiteit hebben gestudeerd deden 2 rechten (De Reuse en Veroughstraete) en de andere 2 politieke en sociale wetenschappen (Bultinck en Vanhecke). Als men een doorsnee maakt van de opleiding die parlementairen in het algemeen hebben doorlopen ziet men dat juist het merendeel rechtenstudies hebben gedaan. Vele dossiers vereisen immers een grote portie juridische kennis.  De vijfde persoon, Roger Bouteca, studeerde normaalschool. Toch is het niet onlogisch dat deze laatste persoon tot het parlement behoort, gezien het feit dat hij als voormalig directeur van de lagere school in Komen door de partij als troef werd uitgespeeld. Buysse, Vancoillie en Ravyts zijn betaalde medewerkers van het Vlaams Blok. Vanhauwaert en Claeys hebben -in de groep van universitairen- de laagste functie als gemeenteraadsleden in respectievelijk Menen en Poperinge. De eerste heeft met zijn diploma paleontologie een redelijk afwijkende keuze gemaakt, terwijl de tweede omwille van zijn naamsbekendheid in Poperinge een onmisbaar element is voor de partij om een stevige afdeling ter plaatse uit te bouwen. Verder zijn beiden slechts op het einde van de jaren '90 in de partij terechtgekomen en hebben ze nooit een actief lidmaatschap in rechts-radicale Vlaams-nationale organisaties gehad. De 2 andere betaalde medewerkers, Sanders en Verschaete, zijn als secretaris aan de partij verbonden en hebben respectievelijk studies in de sociale en grafische sector gedaan. Ravyts verhuisd volgend jaar als betaald medewerker naar het Vlaams Parlement, waar hij zich met het ideologische werk mag bezighouden.

Zes van de 49 respondenten zijn voltijds zelfstandigen wat niet zoveel is voor een partij waarvan een belangrijk deel van het electoraat uit zelfstandigen bestaat. De oorzaak ligt vooral bij het imagoprobleem van het Vlaams Blok. Opkomen voor de partij kan schadelijk zijn voor de zaak. De belangrijkste electorale groep, de arbeidersklasse, is bijzonder laag vertegenwoordigd onder de Vlaams Blok-mandatarissen. Slechts 9 mensen (Bruneel, Croos, Dinnewith, Madoc, Masscho, Montens, Verdru, Verschaeve en Versieck?) zijn arbeiders. Ofwel is dit een bewuste keuze, ofwel kan het eerder wijzen op een politieke onverschilligheid bij arbeiders. Persoonlijk denk ik dat het laatste motief meer doorslaggevend is. Eén van deze personen, Croos, is inmiddels vertrokken. De anderen hebben toch de mogelijkheid om op lokaal vlak een behoorlijke functies uit te oefenen. Masscho bijvoorbeeld, is al meer dan 10 jaar voorzitter van de Roeselaarse afdeling. Als men bedenkt dat dit één van de sterkste afdelingen in West-Vlaanderen is, kan men toch spreken van een behoorlijke verantwoordelijkheid. Ofwel schopt men het tot afdelingsvoorzitter of kernverantwoordelijke, al of niet gecombineerd met een zetel van gemeenteraadslid. Mensen met een lagere opleiding kunnen dus -zuiver op lokaal vlak- behoorlijke functies vervullen, maar eenmaal men een hogere positie begint te ambieren wordt het moeilijker om door te stoten. In de partijraad kan men logisch gezien zetelen, omdat hierin naast de leden van het partijbestuur, de nationale parlementsleden, de fractieleiders in de provincieraden, een aantal gecoöpteerde leden, ook vertegenwoordigers van de arrondissementen in vertegenwoordigd zitten. In deze laatste functie vond ik voorlopig ook geen arbeiders terug. Als gecoöpteerde leden vond ik wel enkele arbeiders terug, zoals Bruneel en Madoc. Dit behoedt het Vlaams Blok ervan om op intern vlak een bijzonder elitaire partij te zijn.

 

De overige respondenten hebben de status van bediende en behoren tot de middenklasse. Deze personen zullen normaliter makkelijk kunnen doorvloeien op arrondissementeel vlak.  Men kan dus stellen dat het Vlaams Blok disproportioneel is samengesteld ten opzichte van de sociale differentiatie van zijn electoraat.

 

Over de relatie opleiding-partijcarrière kan men concluderen dat de gemiddelde Vlaams Blok-mandataris en militant hoog opgeleid is. Personen met een lagere opleiding krijgen minder kansen om echt carrière in de partij te maken. Het 'personeel' in de partij is echter disproportioneel samengesteld in vergelijking met de sociale differentiatie van haar kiespubliek.

 

Houding familie tijdens Wereldoorlog Twee.

 

Hier is het moeilijk om statistisch te werk te gaan. Ten eerste, hoe baken je een abstract begrip als familie af? Neem je het ruim en reken je hier bijvoorbeeld een grootoom mee die in het verzet zat of kijk je enkel naar de houding van de ouders ten tijde van de bezetting? Ten tweede: er kan sprake zijn van economische, administratieve, ideologische of militaire collaboratie. In elk van die 4 categorieën kan er nogmaals sprake zijn van gradaties. Om eevn voorbeeld van de economische categorie te nemen: kan je iemand die uit noodzaak een job voor de bezetter aannam, met de bedoeling zijn gezin te onderhouden nadat hij zijn vroeger werk was kwijtgeraakt, een collaborateur noemen? Indien ja, dan kan ik de vader van Toon Masscho ook tot de collaborerende zijde rekenen.

 

Het Vlaams Blok behoort tot het rechts-radicale en conservatieve Vlaams-nationalistische kamp. Veel wetenschappers zien hen als de verderzetting van het VNV. Het Nieuwe Orde-denken werd traditioneel in de VU afgezweerd, maar de rechterzijde met Marcel Brauns en Karel Dillen zouden blijvend minachting hebben ten opzichte van het parlement of 'de praatbarak' zoals ze het zelf noemden. Aangezien Dillen de stichter is van de VNP, oftewel de voorloper van het Vlaams Blok, zou men volgens de transitiviteit moeten zeggen dat vooral mensen met een voorliefde voor het Nieuwe Orde-denken tot het Vlaams Blok toetreden. Zaken die men veelal meekrijgt via opvoeding. Dus: er moet wel heel wat afgecollaboreerd zijn in de familie van Vlaams Blok-mandatarissen. Toch klopt dit beeld niet. Net als de meesten onder de oorlog, dacht het gros aan overleven en namen ze een neutrale houding aan. Hier vertrouw ik op de eerlijkheid van de respondent. Normaal zou deze hierin niet liegen, want volgens de overtuiging van deze partij handelden de meeste collaborateurs uit Vlaamsgezindheid.

 

Als je het begrip 'familie' ruim interpreteert, net als de begrippen collaboratie, dan kwam er in

10 van de 46 -over 3 families heb ik geen gegevens- collaboratie voor. Soms kwam aan zowel vader- als moederszijde een tegengestelde houding voor, zoals bij Decoorne en Logghe het geval is. Verder was er zowel sprake van economische collaboratie (de grootmoeder van Delbeke) tot ideologische en militaire collaboratie (een oom van Bruneel). Binnen 4 families waren er verzetslui in de familie, met name bij Veroughstraete, Van den Heede, Decoorne en Logghe; terwijl de vader van Ravyts een overtuigd communist was.

 

Toch blijft het riskant om hierover conclusies te trekken. Dat opvoeding opeens geen rol zou spelen omdat er niet meer mensen tot de collaborerende zijde hebben behoord lijkt me nonsens. In veel gezinnen heerste een sterke Vlaamsgezinde houding. Uit verhalen merkte ik ook op dat vele personen zich na de oorlog radicaliseerden omwille van de repressie die ze als een anti-Vlaams instrument beschouwden.

 

Gemiddeld kan men zeggen dat het actieve Vlaams Bloklid uit een familie komt waar men een neutrale houding tijdens de Tweede Wereldoorlog aannam.

 

De relatie VU-buitenparlementaire organisaties-Vlaams Blok.

 

Daar het Vlaams Blok een afscheuring is van de VU, zal het niet verbazen dat heel wat van de mandatarissen ooit nog een verleden in deze partij hebben gehad, zij het als lid of als mandataris. 21 van de 49 ondervraagden hebben ooit nog een rol in deze partij gespeeld. De jongste is Bruneel -36 jaar- die in 1993 naar het Vlaams Blok overstapte. De oudste is Verhelst -74 jaar-.

 

Negen van de 21 personen verlieten de VU naar aanleiding van het Egmontpact. Een ervan, Elbers, had zich voordien al afgescheurd. Na het Egmontpact zouden zich met andere woorden nog elf mensen uit mijn groep respondenten bij het Vlaams Blok voegen. 4 mensen waren betrokken bij de oprichting van een VU-afdeling: Catrysse voor Koksijde, Elbers voor Schaarbeek, Vandenberghe voor Harelbeke en Versieck voor Drogenbos. Het Egmontpact bleef dus de hoofdmotivatie voor de meesten om de VU te verlaten. Slechts enkelen bleven nog langer dan 5 jaar erna in de VU zitten. Verder waren er ook mensen die een tijdje twijfelden, zoals Vandenberghe en Vandamme, maar vrij vlug overschakelden.

 

De Vlaams Blok-mandatarissen zijn verder ook actief in de buitenparlementaire organisaties, die, zoals de inleiding al aantoonde, vaak een ideologische kweektuin zijn waar de partij later zijn vruchten kan plukken. Toch kwam Vlaamsgezindheid ook voor in niet-officieel Vlaamsgezinde organisaties. Bepaalde jeugdverenigingen konden lokaal een Vlaamsgezind imago hebben. Hierbij vermeld ik dan de KSA in Izegem en de Chiro in Koekelare. Niet alleen het VNJ stond hier dus garant voor. Als buitenparlementaire organisatie is vooral het TAK populair, hoewel de weinige inspanning die men hiervoor moet doen de populariteit tegelijk nuanceert. De losse structuur van deze organisatie vereist geen partijkaart. Iedereen kan mee betogen. Niet alleen rechts-radicale verenigingen kwamen in aanmerking voor een lidmaatschap. 8 mensen zijn lid -of lid geweest- van de gematigder VVB. Ook heel lokale verenigingen zoals Komitee Kortrijk Vlaamse Kultuurstad kennen succes bij mandatarissen en militanten die daar wonen.

 

Acht mensen sloten zich aan bij de NSV/de VSAG oftewel het latere NJSV. Gezien de stichtingsdatum -1976- en het feit dat men student moest zijn is dit nog een redelijk aantal. De NSV mag men als één van de belangrijkste organisaties aanzien. Zij leiden jonge mensen in de ideologie van het Vlaams Blok op. De bereidheid van de oudere generatie om in een studentenbeweging te gaan ligt een stuk lager, gezien het feit dat enkel Veroughstraete, De Reuse en Vandeweghe lid waren van het gematigder KVHV. Hier kunnen 2 nuancerende argumenteringen tegen ingebracht worden. Ten eerste is het zo dat vooral studenten die niet pendelen zich bij een studentenvereniging aansluiten. Ten tweede wordt  Vlaamsgezindheid bij velen op een latere fase in hun leven 'aangekweekt'. Ten derde kan men opperen dat voor sommigen het KVHV niet ver genoeg ging, dat het met andere woorden voor een deel wachten was op een figuur als Edwin Truyens die de radicalere NSV zou oprichten.

 

Zes personen dienden in de radicale VMO. Omwille van de troebele relatie die er in de jaren '60 tussen de VMO en de VU bestond, is het nuttig om te weten dat alle 5 (Masscho, Elbers, Catrysse, Croos, Verhelst en Debruyne) banden hadden met de VU. Behalve Masscho en Verhelst, stapten allen na het Egmontpact naar de VNP of VVP over. Geen enkele VMO'er heeft echt hogere studies gedaan. Allen zijn ze ouder dan 50 jaar. Ook al was de VMO in 1981 verboden, toch is het eigenaardig dat er geen jongere mensen in deze groep vertegenwoordigd zijn.

 

Negen mensen zijn nooit lid geweest van een vereniging of partij. Deze groep wordt niet uitsluitend -zoals men zou kunnen denken- door de jongere generatie samengesteld. Iets oudere mensen als Blancke en Decoorne zijn hier ook in vertegenwoordigd. Een andere theorie zou kunnen zijn dat deze mensen pas recentelijk tot het Vlaams Blok zijn toegetreden en dat dit een illustratie voor de minder ideologische werving van mensen ten opzichte van de situatie in het verleden. Dit klopt slechts ten dele. Mensen als Decoorne werden lid in 1987, Blancke, De Groote en Denys begin de jaren '90. Wel is het zo dat iedereen die net na het Egmontpact of begin de jaren '80 toetrad, lid was van één of andere Vlaams-nationale organisatie. Als men net na het Egmontpact toetrad, kan men al vermoeden dat men voordien lid was van de VU. Vlaams-nationale ontgoochelingen lagen hier meer aan de basis van partijverandering, terwijl men hedentendage andere standpunten nog sterker naar voor laat komen, waardoor het voor toetredende actieve leden makkelijker wordt om een keuze te maken. Omdat het Vlaams Blok zich lokaal sterk aan het uitbreiden is, kan men wel zeggen dat er minder sterk gekeken wordt naar mensen die uit buitenparlementaire Vlaams-nationale organisaties afkomstig zijn. Mensen die 2 jaar Vlaams Blok-lid zijn worden al sneller dan in de beginjaren het geval was als contactpersonen aanzien om een kern in een gemeente te vormen. De kweekvijver van deze organisaties raakt al snel leeggevist. Probeer bijvoorbeeld maar eens in bijvoorbeeld Poperinge tien mensen te vinden die lid zijn van dergelijke organisaties.Als men zich wenste uit te breiden zoals bij Vanhecke het geval was kan men het zich niet permitteren om heel kieskeurig in dezelfde kweekpoel te blijven vissen.

 

Robotbeeld.

 

Kort samengevat kan ik aan de hand van mijn groep respondenten het volgende beeld aan het gemiddelde actieve Vlaams Blok-lid geven:

-de persoon behoort tot het mannelijk geslacht.

-de persoon is van middelbare leeftijd.

-de persoon heeft een betrekkelijk hoge opleiding achter de rug.

-de persoon heeft een bediendenstatuut.

-de persoon is actief geweest in ofwel de VU of in buitenparlementaire Vlaams-nationale organisaties.

-de persoon is gehuwd en heeft meerdere kinderen.

 

Op deze schets zijn uiteraard -zoals hierboven geschetst- uitzonderingen. Als je bijvoorbeeld het aantal arbeiders, vrije beroepen en zelfstandigen samentelt kom je reeds aan de helft van het aantal respondenten. Ook het aantal niet-gehuwden ligt betrekkelijk hoog. Zeventien personen zijn momenteel niet gehuwd. Tot deze groep behoren 2 personen waarvan de partner gestorven is. Drie personen wonen samen. Veertien personen zijn kinderloos.

 

Dit beeld kan men dus als een ruw gemiddelde aanzien en valt -net als andere modellen waar mensen het voorwerp van zijn- sterk te nuanceren.

 

home

lijst scripties

inhoud

vorige

volgende

 

 

[66] Mondeling interview Matthias Vandezande met Georges Barbary, 04/03/02.

[67] Mondeling interview Matthias Vandezande met Guido Blancke, 27/03/02.

[68] Mondeling interview Matthias Vandezande met Roger Bouteca, 04/03/02.

[69] Mondeling interview Matthias Vandezande met Luc Broes, 17/03/02.

[70] Mondeling interview Matthias Vandezande met Koenraad Bruneel, 06/07/'02.

[71] Mondeling interview Matthias Vandezande met Koen Bultinck, 08/04/'02.

[72] Rinke Van Den Brink, De jonge Turken van het Vlaams Blok: extreem-rechts tussen uniform en maatpak, Gent, Scoop, 1999, 239pp.

 

[73] Mondeling interview Matthias Vandezande met Roger Catrysse, 15/03/02.

[74] Mondeling interview Matthias Vandezande met Werner Claeys, 23/04/02.

[75] Mondeling interview Matthias Vandezande met Henri Croos, 16/07/'02.

 

[76] Mondeling interview Matthias Vandezande met Jos Debruyne, 24/03/02.

[77] Mondeling interview Matthias Vandezande met Lucien Decoorne, 04/01/02.

[78] Mondeling interview Matthias Vandezande met Philippe De Forche, 26/01/01.

[79] Mondeling interview Matthias Vandezande met Luc De Groote, 05/03/02.

[80] Mondeling interview Matthias Vandezande met Francis Delbeke, 28/10/01.

[81] Mondeling interview Matthias Vandezande met Dorine Demeulemeester, 23/04/02.

[82] Mondeling interview Matthias Vandezande met Pol Denys, 21/03/02.

[83]Mondeling interview Matthias Vandezande met Herman De Reuse, 05/11/01.

[84] Mondeling interview Matthias Vandezande met Frank De Smet, 11/4/02.

[85] Mondeling interview Matthias Vandezande met Leo De Waele,19/03/02.

[86] Mondeling interview Matthias Vandezande met Filip Dinnewith, 09/07/'02.

[87] Mondeling interview Matthias Vandezande met Jef Elbers, 04/04/02.

 

[88] BART DE WEVER, "Huysentruyt, Joris", in: Nieuwe…, pp. 1496-1497.

[89] Mondeling interview Matthias Vandezande met Jan Lacombe, 09/07/'02.

 

[90] Mondeling interview Matthias Vandezande met Peter Logghe, 09/02/02.

 

[91] Mondeling interview Matthias Vandezande met Reinhart Madoc, 13/04/'02.

[92] Mondeling interview Matthias Vandezande met Toon Masscho, 09/03/02.

[93] Mondeling interview Matthias Vandezande met Michel Montens, 10/07/'02.

[94] FRANS CLAES, "Nagels, Jef", in: Nieuwe…, p. 2136.

[95] Vlaams Blok, 03/'82, p. 8.

[96] FRANS CLAES, "Nagels…", p. 2136.

[97] Mondeling interview Matthias Vandezande met Alain Quattaert, 16/03/02.

[98] Mondeling interview Matthias Vandezande met Kurt Ravyts, 08/08/01.

 

[99] Mondeling interview Matthias Vandezande met Johan Sanders, 28/01/02.

[100] Mondeling interview Matthias Vandezande met Stefaan Sintobin, 09/03/02.

[101] Mondeling interview Matthias Vandezande met Gilbert Trouwaen, 23/02/02.

[102] Mondeling interview Matthias vandezande met Jan Vancoillie, 06/03/02.

[103] Mondeling interview Matthias Vandezande met Gerard Vandamme, 25/01/02.

 

[104] Mondeling interview Matthias Vandezande met Herman Vandenberghe, 06/03/02.

 

[105] Mondeling interview Matthias Vandezande met Walter Vanden Heede, 07/03/02.

 

[106] PIETER JAN VERSTRAETE, "Vandeweghe, Leo", in: Nieuwe…, p. 3162.

[107] Vlaams Blok, 04/'82, p. 8.

[108] PIETER JAN VERSTRAETE, "Vandeweghe…", p. 3162.

[109] Vlaams Blok, 04/'82, p. 8.

[110] Vlaams Blok, 05/'82, p. 8.

[111] PIETER JAN VERSTRAETE, "Vandeweghe…, p. 3162.

[112] Mondeling interview Matthias Vandezande met Johan Vanhauwaert, 23/03/02.

[113] Mondeling Interview Matthias Vandezande met Frank Vanhecke, 30/10/'01.

[114] BART DE WEVER, "Vanhecke, Frank", in: Nieuwe…, pp. 3165-3166.

 

[115] VAN DEN BRINK (R.). op.cit., pp. 203-231.

 

[116] Mondeling interview Matthias Vandezande met Dieter Van Parys, 17/03/02.

[117] Mondeling interview Matthias Vandezande met Nancy Verdru, 02/04/02.

[118] Interview Matthias Vandezande met Hubert Verhelst, 04/01/02.

 

[119] Mondeling interview Matthias Vandezande met Christian Verougstraete, 06/08/01.

 

[120] Mondeling interview Matthias Vandezande met Koenraad Verschaete, 01/03/02.

[121] Mondeling interview Matthias Vandezande met Steven Verschaeve, 05/03/02.

[122] Mondeling interview Didier Versieck, 26/12/2001.

[123] Mondeling interview Matthias Vandezande met Nadia Zonnekein, 05/03/02.