De schepenen van de stad en vrijheid Turnhout: 1621-1676, tussen Spanje en Oranje. Bijdrage tot de studie van het bestuur van een kleine stad. (Kevin Geuens)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

4. De schepenen van de stad en vrijheid Turnhout: een politiek, sociaal en economisch profiel

 

4.1. De schepenen van Turnhout: een afbakening van de onderzochte populatie en een verduidelijking van de gebruikte onderzoeksmethode

 

Met dit werk poog ik een beeld te schetsen van de schepenen van de stad en vrijheid Turnhout van het jaar 1621 tot het jaar 1676. Tot deze groep behoort dus elke schepen die een ambt bekleedde in deze onderzochte periode. De eerste zeven namen zijn deze van de schepenen die verkozen werden op de eerste werkdag na het feest van O. L. V. Lichtmis in 1621 en in functie bleven tot de definitieve vernieuwing van de magistraat op de zelfde dag van het volgende jaar. Zij waren dus schepen in het ‘ambtsjaar’ 1621-1622. Deze dubbele aanduiding van de datum is zoals uit het voorgaande blijkt, nodig aangezien een schepenmandaat (meestal) loopt van drie februari van het ene jaar tot drie februari van het volgende jaar. De laatste personen opgenomen in dit onderzoek zijn dus de schepenen gekozen op drie februari 1675 en hun ambtstermijn liep tot drie februari 1676.

De namen van de schepenen vond ik terug in het stadsarchief van Turnhout. De hoofdbron hiervoor waren de Proceduerboeken. In deze ‘schepenregisters’ werd namelijk bijna altijd de Acte van Jaergedinghe opgetekend. Dit was een speciale gerechtsprocedure, gehouden op de eerste dag na Driekoningen (meestal 7 januari dus), waarbij deze zeven oude en de zeven nieuwe schepenen aanwezig waren. Hun namen werden steeds vermeld, samen met een vermelding of het ging om een oude of een nieuwe schepen. Met het Jaargeding werden namelijk de gezworenen van het voorgaande jaar ontslagen van hun eed en werden zeven nieuwe schepenen gekozen, zodat men vanaf dan kon spreken van de zeven nieuwe en de zeven oude schepenen. Belangrijk voor de afbakening van de populatie zijn de namen van de oude schepenen. Dit zijn namelijk de namen van de schepenen die tot schepen verkozen waren voor het lopende ambtsjaar. Wanneer we dus bijvoorbeeld in de Acte van Jaergedinghe van acht januari 1622 de zeven namen van de oude schepenen terugvinden, weten we welke personen een schepenambt bekleedden in het ambtsjaar 1621-1622.

Het probleem is dat deze optekening van de oude schepenen een optekening post factum is. Het is namelijk niet de optekening van de namen van de personen die op de eerste werkdag na O. L. V. Lichtmis 1621 verkozen werden. Wel is het de optekening van de namen van die personen die op dat moment (acht januari 1622) beschouwd worden als de oude schepenen en op dat moment dus het ambt van schepen bekleedden.

Het is dus mogelijk dat gedurende het ambtsjaar 1621-1622 één van de schepenen gestorven is voor de eerste fase van de magistraatsvernieuwing in begin januari 1622 plaatsvond. Zoals boven reeds aangegeven, werd deze dan vervangen door één van de gezworenen. Het is dus mogelijk dat in een Acte van Jaergedinghe bij de oude schepenen een naam teruggevonden wordt van iemand, die bij de definitieve magistraatsvernieuwing in 1621 niet als schepen weerhouden werd en dus eigenlijk bekeken moet worden als gezworene. Het is de bedoeling om de populatie van dit werk te beperken tot die personen die effectief tot schepen verkozen zijn en plaatsvervangers hierin niet op te nemen. Ook oud-schepenen, die in de jaren na hun schepenambt, een functie als gezworene hadden en dan wegens het overlijden van een van de schepenen plots opnieuw een schepenambt kregen, worden in dit werk voor dat ambtsjaar bekeken als gezworene, aangezien dit de functie is die zij bij de verkiezing toebedeeld kregen.

Om dit probleem op te lossen kunnen we meestal terecht bij de Acte van Schooitinghe. De optekening hiervan vinden we terug in de Proceduerboeken. Deze akte is namelijk een neerslag van de definitieve magistraatswijziging. De namen van de zeven personen, die gekozen werden als schepenen, vinden we hier terug. Gebruikmakend van deze bron weten we met zekerheid wie de schepenen waren en kunnen we precies bepalen wie tot de populatie gerekend moet worden. Deze Acte van Schooitinghe kon ik echter lang niet altijd terugvinden. Daardoor moest ik mij vaak baseren op de Acte van Jaergedinghe, met de mogelijke problemen vandien.

Het werd moeilijker om de samenstelling van de schepenbank te reconstrueren wanneer ook deze Acte van Jaergedinghe niet terug te vinden was. Dit was het geval voor de jaren 1622-1627, 1628-1630, 1631-1632 en 1633-1642. Om deze leemtes op te vullen maakte ik gebruik van bronnen zoals de Goedenisboeken,de Kohieren van scheydingen en deylingen en de Weesboeken. In deze bronnen staan namelijk steeds de namen vermeld van de schepenen die present waren bij de opgetekende rechtshandelingen. In de Goedenisboeken gaat het om het verhandelen van onroerend goed. De Kohieren van scheydingen en deylingen bevatten verdelingen van sterfhuizen en akkoorden in dit verband. In de Weesboeken treden de schepenen op als oppermomboiren van de wezen. Hier moest wel rekening gehouden worden met de datum waarop een naam teruggevonden werd. Wanneer een naam namelijk opgetekend was in de periode tussen zeven januari en drie februari, de periode waarin Turnhout bestuurd werd door een college van veertien schepenen, kon dit zowel een naam zijn van een ‘oude schepen’ (dewelke we in dit verband dus zochten) als van een ‘nieuwe schepen’ die geen schepenambt bekleedde tijdens het lopende ambtsjaar. Op deze manier was ik in staat om de schepenbank voor de hierboven vermelde jaren te reconstrueren op één schepenfunctie na. Voor het ambtsjaar 1637-1638 kon ik slechts zes van de zeven namen terugvinden. Naar alle waarschijnlijkheid heeft deze leemte geen invloed op het aantal personen in de populatie. Het is eerder onwaarschijnlijk dat de ambtsperiode van deze niet geïdentificeerde schepen beperkt gebleven is tot dit ene ambt. Deze persoon zal waarschijnlijk reeds opgenomen zijn in de populatie vanwege het bekleden van een schepenfunctie op een ander moment.

Dit alles in acht genomen ben ik gekomen tot een populatie van zestig personen. In dit werk is het de bedoeling om deze zestig personen te gaan situeren op zowel politiek, sociaal als economisch vlak. Hiervoor maakte ik gebruik van een prosopografische methode.H. De Ridder-Symoens definieert prosopografie in haar artikel in ‘Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden’ als volgt:”De etymologie van het woord is prosopon graphein of beschrijving van het aangezicht. Een prosopografie is een kollektieve of groepsbiografie, waarin de eksterne karaktertrekken van een populatie die iets gemeenschappelijk heeft, beschreven wordt. Aldus worden gemeenschappelijke kenmerken van een groep actores in de geschiedenis blootgelegd. Een prosopografische studie is een studie die, vertrekkende van een vragenlijst, biografische gegevens verzamelt over een welomschreven groep mensen en op grond van deze verzamelde gegevens antwoorden vindt op historische vragen.”[105] D. J. Roorda spreeft in dit verband over “een werkwijze, die begint met het verzamelen van gegevens over bepaalde personen. Zijn deze gegevens … eenmaal beschikbaar voor een bepaald tijdvak en een voldoende aantal personen, kan de onderzoeker correlaties op het spoor komen en conclusies trekken zoals bijvoorbeeld over de homogeniteit en de cohesie van de groep en de verschuivingen die zich daarbinnen hebben voorgedaan.”[106] De onderzoeksgroep, de populatie, moet zeker en vast goed omschreven en afgelijnd worden en dit zowel op geografisch, chronologisch als thematisch vlak.[107] De in dit werk onderzochte populatie is op die manier afgebakend. Het gaat over die personen van de stad en vrijheid Turnhout die in de periode 1621-1675 gekozen werden om een schepenambt uit te oefenen. Het is aan de hand van een prosopografisch onderzoek dat het politiek, sociaal en economisch profiel van hen uitgewerkt zal worden.

 

 

4.2. De schepenen van de stad en vrijheid Turnhout als politieke functionarissen

 

4.2.1. Inleiding en doelstelling

 

In deze paragraaf bekijk ik de schepenen van de stad en vrijheid Turnhout in hun hoedanigheid van politieke functionarissen. De samenstelling van de schepenbank speelt hier een eersterangsrol, maar ook het vervullen van andere functies binnen en buiten de stad zullen hierin onderzocht worden.

 

Hiermee wil ik enig inzicht verschaffen in het politiek bestuur van de stad en vrijheid Turnhout gedurende de periode strekkende van het einde van het 12-jarig bestand, over de Vrede van Munster, tot de dood van prinses Amalia van Solms. Ik ga in op de vraag hoe moeilijk het was om als schepen verkozen te worden. Gaat het hier om een ‘democratisch’ bestuur of eerder om een oligarchie? Ook het bekleedden van andere stedelijke functies zal in dit verband onder de loep gehouden worden. Wat de invloed was van de heer op de invulling van het stadsbestuur is een onderwerp dat zeker en vast hier ook een plaats verdient. Een ander aspect dat in deze paragraaf aan bod zal komen is op welke manier men moet aankijken tegen een ambt als gezworene in het licht van het verkrijgen van een schepenambt. Tevens worden de doorgroeimogelijkheden in hogere bestuursechelons onderzocht. Was een functie als schepen van de stad en vrijheid Turnhout een ambt met uitzichten op aanstellingen in bijvoorbeeld de raad van Brabant of was het eerder een aanstelling die geen mogelijkheden bood om hogerop te geraken?

 

Dit zijn enkele aspecten die in deze paragraaf onderzocht zullen worden. Verder wordt de situatie voor en na de Vrede van Munster vergeleken. Heeft deze internationale politieke beslissing enige weerslag op het bestuur in Turnhout? Heeft de komst van Amalia van Solms enige invloed op de samenstelling van het stadsbestuur of behield ze de toenmalige situatie?

 

Naast een comparatief onderzoek in de dimensie van tijd, zal de stad en vrijheid Turnhout tevens vergeleken worden met een stad van ongeveer eenzelfde grote-orde, namelijk Herentals.

 

Op deze manier probeer ik aan de hand van een onderzoek van een zestigkoppige schepenpopulatie enkele conclusies te trekken in verband met het bestuur van de Turnhoutse stad en vrijheid van 1621 tot 1675.

 

4.2.2. Een volledige invulling van de schepenbank: een probleem

 

De schepenbank van de stad en vrijheid Turnhout bestond uit zeven schepenen.[108] Voor de 55 onderzochte jaren, van ambtsjaar 1621-1622 tot en met ambtsjaar 1675-1676, wil dit zeggen dat er 385 in te vullen schepenambten waren. Zoals hierboven reeds gezegd was het niet mogelijk om ze alle 385 in te vullen.[109] Voor het ambtsjaar 1637-1638 werden namelijk slechts zes van de zeven schepenen teruggevonden. Er werd dus slechts voor 384 schepenambten de dienende schepen teruggevonden. Alle hieropvolgende berekeningen werden dan ook gedaan met deze 384 ingevulde schepenambten als basisgetal en niet met de volledige 385.

 

Over de invulling van deze ene ontbrekende naam zou ik wel sterke vermoedens kunnen uiten, maar geen uitsluitsel kunnen geven. De bronnen leveren namelijk het bewijs dat personen, die slechts eenmalig deel uitmaken van het schepenbestuur, ook voorkomen. Hiermee wil ik zeggen dat de schepen, die de schepenbank voor het ambtsjaar 1637-1638 zou vervolledigen, zowel iemand kan zijn die reeds schepen geweest was (en dus reeds in de hier onderzochte populatie voorkomt) als een totaal nieuw iemand, waar we achteraf niets meer van vernemen. Voor de periode waarin het ambtsjaar 1637-1638 ligt, is de bronnenconstellatie niet echt gunstig. Zo werd voor zowel dit ambtsjaar zelf als voor de andere jaren in die periode de samenstelling van de schepenbank onderzocht aan de hand van secundaire bronnen zoals onder andere Goedenisboeken.[110] Daardoor weten we bijvoorbeeld niet wie er in die jaren diende als gezworene. De ‘ontbrekende schepen’ kon zowel iemand zijn die als ‘oude schepen’ opnieuw aangeduid was, als een verkozen ‘nieuwe schepen’. Wanneer dit eerste het geval was, heeft dit geen invloed op de grootte van de populatie, aangezien de schepen reeds opgenomen zou zijn vanwege zijn schepenfunctie in het voorgaande jaar. Wanneer het zou gegaan hebben om een ‘nieuwe schepen’ die verkozen werd, zijn er nog twee hoofdmogelijkheden. Deze ‘nieuwe schepen’ kon ofwel een ingeroepene ofwel een gansche persoon zijn. Wanneer deze een gansche persoon zou geweest zijn, zou het gaan om een nieuwe persoon en zodoende zou hij nog niet opgenomen zijn in de populatie, tenzij hij in de volgende jaren nog een andere schepenfunctie bekleed had. Indien het om een ingeroepene gegaan zou hebben, restten er twee mogelijkheden aangezien men om als ingeroepene verkozen te worden, minstens een jaar deel uitgemaakt moest hebben van de magistraat van de stad. Dit kon zowel een schepenfunctie als een functie als gezworene geweest zijn. Wanneer het hier een schepenfunctie betrof, is er geen enkel probleem wat de onderzoekspopulatie betreft, aangezien de desbetreffende schepen er reeds in opgenomen zou zijn.[111] Betrof het echter een voorgaande functie als gezworene, dan is de situatie minder eenduidig. Enerzijds is het immers mogelijk dat deze schepen in latere ambtsjaren ook als schepen tot de magistraat behoorde en is er zodoende geen probleem wat de onderzoekspopulatie betreft, aangezien deze dan reeds zou voorkomen in de populatie vanwege zijn latere schepenfunctie. Anderzijds zou het kunnen dat de ‘ontbrekende schepen’ gedurende latere ambtsjaren geen functie als schepen meer bekleedde en dus nog niet in de populatie opgenomen is. We zouden hier dan een schepen te weinig onderzoeken, hetgeen niet wenselijk is. Een aanduiding van de gezworenen van het ambtsjaar 1638-1639 zou kunnen helpen om uit te maken welke van de vele hierboven beschreven mogelijkheden het geval was. Zoals reeds gezegd, leverden de gebruikte bronnen voor het desbetreffende ambtsjaar geen informatie hieraangaande.

 

Ik koos ervoor om niet toe te geven aan speculatie hieraangaande en gewoon te blijven werken met hetgeen door de bronnen aangereikt werd. Dit impliceert dat, zoals reeds hierboven aangegeven, verder gewerkt zal worden met 384 in plaats van 385 schepenambten. Het gebruik van dit niet exacte aantal in te vullen ambten heeft tot gevolg dat we geen volledig juiste weespiegeling van de situatie krijgen. De afwijking is echter te verwaarlozen, zodat het me inderdaad aangewezen lijkt om verder te werken met de 384 ingevulde schepenambten.

 

4.2.3. De magistraat van de stad en vrijheid Turnhout: democratie of oligarchie?

 

Het stedelijk bestuur van de stad en vrijheid Turnhout berustte bij een veertienkoppige magistraat, zeven schepenen en zeven gezworenen. De grootste bestuurlijke bevoegdheden lagen bij de zeven schepenen. Zij werden telkens aangesteld voor een mandaat van een jaar. Dit jaar begon op de eerste werkdag na O. L. V. Lichtmis en eindigde het volgend jaar op dezelfde datum. De in dit werk onderzochte periode loopt van het ambtsjaar 1621-1622 tot en met het ambtsjaar 1675-1676. Er wordt dus een periode van 55 jaar onderzocht.

 

Tabel 1: Verdeling van de toe te wijzen schepenfuncties vanaf het ambtsjaar 1621-1622
tot en met het ambtsjaar 1675-1676
[112]

standaardnaam

aantal schepenfuncties
vervuld tussen 1621 en 1676

LOOVEN Jacques van

28

VERDONCK Cornelis

26

EMPSSENS Mattheeuws

25

CLAESSEN Jacob

24

MALLANS Christiaen

24

MALLANTS Dierck

24

MEURS Matthijs van

22

METTEN Jan

18

METTEN Willem

15

WOUTERS Geeraert

13

VERMEULEN Adriaen

12

SCRIJVERS Jan

11

NUYDENS Cornelis

9

LOOMANS Nicolaes

8

VERHOFFSTADT Cornelis

7

VLOERS Anthonie

7

WILLEMS Willem

7

CORNELISSEN Anthoni

6

PAUWELS Jan

6

REIJNS Laureys

6

BEECKANT Michiel vanden

5

MAES Willem

5

BOECX Jan

4

CLEYMANS Cornelis

4

DONNEULX Adriaen

4

AERTS Anthoni

3

DIELS Guilliam

3

HOEVENAERS Wouter

3

MICHIELS Aernout

3

NUYDENS Jacob

3

THIENEN Jan van

3

VUEGHS Jan

3

ANTHONIS Cornelis

2

BROUWER Jacob de

2

DIELS Hendrik

2

KINDER Jan de

2

NUYENS Jan (Franssoon)

2

NUIJENS Jan (Sebastiaenssoon)

2

NUYENS Franchois

2

PLAS Anthonis van

2

SCHALUYNEN Willem van

2

SIBS Jacob

2

THEEUS Jan

2

VERSMISSEN Peeter

2

WIJNEN Michiel

2

WILLEMS Augustijn

2

WOUTERS Jan

2

AUGUSTIJNS Jan

1

BROECKHOVEN Laureijs van

1

CLEYMANS Ghysbrecht

1

CUYLAERTS Geeraert

1

GOYVAERTS Lodewijck

1

LAMBRECHTS Adriaen

1

LOOMANS Jan

1

MEEUS Matthys

1

PAPENBROEX Hendrick

1

PLAS Jan van de

1

VISSER Willem de

1

VUEGHS Sijmon

1

WILS Jacques vanden heuvel

1

totaal aantal onderzochte functies

384

gemiddeld aantal schepenfuncties

6,40

mediaan

3

 

Er waren dus 385 schepenfuncties te bekleden. Aangezien één schepenambt niet ingevuld kan worden, komt dit op 384 schepenambten. Deze 384 benoemingen werden ingevuld door 60 personen. Gemiddeld bekleedde elke schepen gedurende de onderzoeksperiode dus 6,40 schepenambten.[113] Wanneer we Tabel 1: Verdeling van de toe te wijzen schepenfuncties van het ambtsjaar 1621-1622 tot en met 1675-1676 bekijken, krijgen we zicht op de verdeling van de schepenambten over de verschillende dienende schepenen in de periode 1621-1622 tot 1675-1676. Hier blijkt dat het aantal schepenfuncties niet echt gelijk verdeeld is. Zo zien we dat de personen met de minste schepenbenoemingen slechts eenmaal een schepenambt bekleedden, terwijl Jacques van Looven, de schepen die het vaakst gekozen werd, er wel 28 bekleedde. Er zijn slechts 17 van de 60 schepenen die meer ambten bekleedden dan het gemiddelde. Wat wil zeggen dat minder dan drie op tien schepenen meer dan zes schepenfuncties uitvoerden.[114]

 

Grafiek 1: Procentueel aandeel van de vier groepen in het totaal
aantal toegewezen schepenfuncties
[115]

 

Om een duidelijker beeld te krijgen van de verdeling van de verschillende schepenfuncties, deelde ik de populatie op in vier groepen, namelijk de personen met meer dan 19 schepenfuncties, de schepenen die tien tot en met negentien posten bezetten, diegenen die vijf tot en met negen posten bezetten en tenslotte die schepenen die slechts een tot en met vier jaren in functie waren.[116] Wanneer we de onderzoekspopulatie op zulke manier verdelen, valt op dat de groep met meer dan negentien ambten uitzonderlijk veel van de te bezetten schepenfuncties inneemt. Deze groep omvat slechts 11,67% van het totale aantal verschillende dienende schepenen tijdens de periode 1621-1676. Toch bezetten zij praktisch de helft, meer bepaald 45,31%, van de 384 onderzochte schepenfuncties. Dit wil zeggen dat slechts zeven schepenen 173 schepenfuncties voor hun rekening namen. Wanneer we ook de groep schepenen, die tien tot en met negentien schepenambten bezetten, in rekening brengen, blijkt dat ongeveer 20% van de schepenen tussen 1621 en 1676 meer dan 60% van het totale aanbod aan schepenambten te beurt viel.[117] Hieruit kunnen we besluiten dat er een bepaalde groep schepenen waren die bestempeld kunnen worden als een schepen-elite, een toplaag onder de schepenen. Zij monopoliseerden het ambt van schepen.

 

Tabel 2: Vier verschillende schepengroepen en verdeling van de schepenfuncties over deze groepen[118]

 

 

aantal schepenen

procentueel aandeel in de populatie

aantal schepenfuncties

procentueel aandeel in de schepenfuncties

19+

7

11,67%

174

45,31%

10-19

5

8,33%

68

17,71%

5-9

10

16,67%

66

17,19%

1-4

38

63,33%

76

19,79%

totale populatie

60

100,00%

384

100,00%

 

4.2.4. Invloed van het groter politieke kader op de invulling van de schepenbank

 

4.2.4.1. Een algemene kijk

 

Om zicht te krijgen op de invloed van grote internationale politieke beslissingen en evoluties, deelde ik de onderzoeksperiode op in twee subperiodes, met de Vrede van Munster in 1648 als breekpunt. Op die manier zijn er dus twee periodes, namelijk één van 1621 tot 1648 en één lopend van 1648 tot 1676. Deze twee periodes zijn geschikt om met elkaar vergeleken te worden, aangezien beide periodes lang genoeg zijn om relevante conclusies te kunnen trekken. De eerste periode beslaat 27 ambtsjaren, terwijl de tweede 28 jaar lang is.

 

Tabel 3: Verdeling van de toe te wijzen schepenfuncties vanaf het ambtsjaar 1621-1622
tot en met het ambtsjaar 1647-1648
[119]

standaardnaam

aantal schepenfuncties
vervuld tussen 1621 en 1648

LOOVEN Jacques van

26

MALLANTS Dierck

24

VERDONCK Cornelis

23

CLAESSEN Jacob

20

METTEN Jan

18

NUYDENS Cornelis

9

VERHOFFSTADT Cornelis

7

PAUWELS Jan

6

BEECKANT Michiel vanden

5

MAES Willem

5

VERMEULEN Adriaen

5

EMPSSENS Mattheeuws

4

AERTS Anthoni

3

CORNELISSEN Anthoni

3

METTEN Willem

3

MICHIELS Aernout

3

NUYDENS Jacob

3

THIENEN Jan van

3

ANTHONIS Cornelis

2

DIELS Hendrik

2

MEURS Matthijs van

2

NUYENS Franchois

2

PLAS Anthonis van

2

SCHALUYNEN Willem van

2

CLEYMANS Ghysbrecht

1

LAMBRECHTS Adriaen

1

MALLANS Christiaen