De Touwslagerij te Hamme. Macrostudie over de touwindustrie te Hamme met nadruk op de 19de en 20ste eeuw, gevolgd door een casestudie over het touwslagersgeslacht Vermeire van de 16de eeuw tot de 20ste eeuw. (Sofie Buyse)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL I

MACROSTUDIE VAN DE TOUWINDUSTRIE TE HAMME MET NADRUK OP DE 19de EN 20ste EEUW

 

HOOFDSTUK I: DE ALGEMENE, DEMOGRAFISCHE EN SOCIO-ECONOMISCHE SITUATIE TE HAMME

 

I. ALGEMENE SITUERING

 

     Het wapenschild van Hamme toont ons twee nijverheidsgewassen die vooral in de 18de en 19de eeuw belangrijk waren voor deze gemeente. Het werd door de Hoge Raad van Adel toegekend bij besluit van 31 januari 1818 en als volgt beschreven:

 

"Zijnde van zilver, beladen ter rechterzijde een hennepplant en ter linkerzijde een vlashalm, beide paals-gewijze geplaatst, beide van sinopel[3]."

 

     Het wapenschild werd bekrachtigd op 13 mei 1913. Het vlas, dat voornamelijk geteeld werd in Hamme en verhandeld naar plaatsen die gespecialiseerd waren in de verwerking van het gewas, bekleedde een grote plaats in de landbouweconomie. De hennepplant lag aan de oorsprong van een bloeiende touwindustrie die heel kenmerkend werd voor deze Oost-Vlaamse gemeente[4].

 

     Hamme is een gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen, en is tevens de hoofdplaats van een vredegerechtskanton dat bestaat uit de gemeenten Elversele, Hamme, Moerzeke en Waasmunster. Vroeger vormde Hamme de noordoosthoek van het Land van Dendermonde, dat later werd omgevormd tot het arrondissement Dendermonde. Ten noorden grenst Hamme met de Durme aan Waasmunster en Elversele, ten oosten met de Durme en Schelde aan Tielrode, ten zuiden aan Moerzeke en Grimbergen en ten westen aan Zele[5].

 

     Over de oorsprong van de naam van de gemeente bestaan vele theorieën[6]. Volgens De Bondt zou de naam "Hamme" afkomstig zijn van het stuk vlak land of weiland (beemd) dat zich gevormd had tussen Durme en Schelde, wat de vorm aannam van een 'inham'. Deze ligging tussen de Durme en Schelde had enerzijds het nadeel dat de inwoners van de gemeente eeuwenlang geplaagd werden door overstromingen die soms echte rampen veroorzaakten, maar anderszijds was de ligging van de gemeente heel voordelig voor de ontwikkeling van handel en nijverheid[7].

 

     Via de Schelde kon men langs Dendermonde om Gent bereiken, dat het kruispunt vormde van rivieren en kanalen (o.a. het kanaal Gent-Brugge sinds 1624) die via West-Vlaanderen de zee bereikten. Wanneer men de Schelde noordwaarts opvoer, kon men via de Rupel Brabant in tot Haspengouw en via het kanaal van Willebroek (sinds 1561) tot Brussel. Uiteraard kon men via de Schelde ook naar Antwerpen varen. Dan was er nog de Durme die via de Moervaart het Kanaal van Gent-Terneuzen (bevaarbaar sinds 1828) bereikte. Naast deze waterwegen was er de in 1927 opgerichte Mira-Brug over de Durme die de handelsbetrekkingen met het Waasland bevorderde[8]. Er waren spoorwegen naar Temse, Gent, St-Niklaas en Dendermonde, en bestraatte wegen naar Dendermonde, St-Niklaas en Lokeren.

 

     Samenvattend kunnen we besluiten dat Hamme een bijzonder gunstige ligging had en dat het dankzij de verschillende transportmogelijkheden was dat de gemeente zich tot een industriegemeente heeft kunnen ontwikkelen.

 

II. DEMOGRAFIE

 

A. Het bevolkingsverloop te Hamme van 1799 tot 1940

 

TABEL 1: Bevolkingsverloop te Hamme van 1799 tot 1940[9]

 

Jaartal

Totale bevolking

1799

6519

1827

8266

1840

9362

1845

9965

1850

9684

1855

9852

1860

10023

1865

10136

1870

10496

1875

10706

1880

11437

1885

12207

1890

12039

1895

12584

1900

13611

1905

14384

1910

14188

1915

14443

1920

13785

1925

14579

1930

14801

1935

15680

1940

16 049

 

 


 

     Wanneer we de gegevens i.v.m. het bevolkingsverloop bekijken, kunnen we vaststellen dat de bevolking te Hamme tijdens de 19de eeuw verdubbelde. Daar waar de gemeente in 1799 slechts 6519 inwoners telde, zien we in 1900 een bevolking van 13611 personen. Dat is een aangroei van 7092 eenheden op 101 jaar. Ook uit 'L'Annuaire statistique de la Belgique' voor het willekeurig jaar 1905 blijkt dat Hamme een heel dicht bevolkte gemeente was.

 

TABEL 2: Bevolkings- en dichtheidscijfers voor Hamme in 1905[10]

 

 

Absolute bevolking

Bevolking per vierkante kilometer

België

7 160 547

243

Provincie Oost-vlaanderen

1 088 320

362

Arrondiss. Dendermonde

135 119

386

Hamme

14 384

603

 

     Wanneer we het bevolkingsverloop te Hamme meer gedetailleerd bekijken, zien we dat er een terugval is van de bevolking tussen 1845 en 1850. Deze terugval is het resultaat van de mislukte graanoogst en aardappelplaag, en de tyfusepidemie van 1848[11].

 

     Van 1850 tot 1885 zien we een hernieuwde bevolkingsstijging op het moment dat de touwslagerij haar hoogtepunt bijna bereikt. De inzinking van 1890 is voornamelijk te verklaren door de agrarische crisis en de hieruit volgende emigratie. Voor de jaren 1888 en 1891 zijn er respectievelijk 332 en 284 emigranten.

 

     Hierna verloopt de evolutie terug in opgaande lijn tot 1905. De bevolkingsdaling van 1910 is het gevolg van een sensationele emigratie, nl. in 1909 541 personen, in 1910 576 personen en in 1911 527 personen, als gevolg van de overstroming van de Durme en de Schelde.

 

     Na een korte heropflakkering tot 1915 zal de Hamse bevolking dalen tot een dieptepunt in 1920 als gevolg van de oorlogsomstandigheden die een weerslag hebben op het geboortecijfer en door een emigratie van 757 personen in 1919 en 700 personen in 1920.

 

     Tenslotte zal de bevolkingstoename geleidelijk hernomen worden[12].

 

B. De zuigelingen- en kindersterfte

 

TABEL 3: Zuigelingen- en kindersterfte te Hamme[13]

 

Zuigelingensterfte

(- 1 jaar)

Kindersterfte

(+ 1 jaar tot - 20 jaar)

Totaal

Periode

Geboorten

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

1861-1865

436

38

8,72

37

8,49

75

17,20

1875-1879

984

211

21,44

95

9,65

306

31,10

1885-1889

1065

240

22,54

96

9,01

336

31,55

1895-1899

1963

469

23,89

174

8,86

643

32,76

1905-1909

1258

269

21,38

90

7,15

359

28,54

1915-1919

791

64

8,09

40

5,06

104

13,15

1925-1929

1238

134

10,82

41

3,31

175

14,14

 

     We merken een stijging van de zuigelingensterfte op het einde van de 19de eeuw, die volgens Johan Stuyven alles te maken heeft met het achterwege laten van de borstvoeding[14]. Als reden hiervoor kan de de toenemende bloei van de touwslagerij vernoemd worden. Deze bloei ging immers gepaard met de opkomst van de touwspinnerij, die beoefend werd in het kader van het huishouden. De vrouw werd betrokken in het productieproces en was vaak verantwoordelijk voor het meest ongezonde onderdeel van de productie nl. het hekelen van de hennep. Deze intensieve bezigheid kon heel moeilijk gecombineerd worden met het zogen van een boorling. Ook de hoge kindersterfte kan in verband gebracht worden met de touwnijverheid, want vanaf ongeveer vijf jaar werden de kinderen betrokken bij het spinnen en dienden vele uren aan het wieltje te draaien.

 

     Dat de kindersterfte hoog is in Hamme wordt bevestigd door Charles De Zuttere die een voorbeeld geeft voor het jaar 1904, wanneer op 544 geboorten, 176 kinderen sterven voor ze de leeftijd van één jaar bereiken. Dit is meer dan 32%, terwijl het algemeen gemiddelde van België rond 17,3% ligt in 1903.

 

     Hij verklaart dit als volgt:

 

"Il ne semble guère douteux qu'à Hamme la cause de cette mortalité se trouwe principalement dans l'intensité de la vie industrielle et, en ce qui concerne la corderie à domicile, dans le peignage du chanvre, travail insalubre au premier chef, qu'on voudrait toujours voir exécuter par l'homme, mais qui est effectué par la mère de famille[15]."

 

     Gilbert Gobel haalt de getuigenis aan van Dr. Fransman die in 1911 publiceert in 'L'Exposition du travail à domicile', en verklaart:

 

"La mortalité infantine, surtout celle de 0 à 1 an est considerable dans le village des corderies et s'accroit l'année en année[16]."

 

     We zien dat na de eerste wereldoorlog de kindersterfte sterk gedaald is. Dit kan verklaard worden door de betere arbeidsomstandigheden (verkorting arbeidsduur en de sociale wetgeving), de inrichting van het 'Kinderwelzijn' en de 'Mutualiteiten'.

 

III. HAMME: SOCIO-ECONOMISCH BEKEKEN

 

TABEL 4:      Indeling van de actieve bevolking van Hamme naar bedrijfstak[17]

 

 

1815

1846

1880

1896

1910

1930

1947

 

A

P

A

P

A

P

A

P

A

P

A

P

A

P

A

P

PRIMAIRE SECTOR

2828

56,4

2489

42,6

1840

32,8

-

-

-

-

-

-

654

10,1

381

5,7

SECUNDAIRE SECTOR

1368

27,3

2429

41,5

2885

51,4

2628

 

4607

 

4191

 

4101

63,2

4207

63

Textiel

894

65,4

1609

66,2

2064

71,5

1734

65,9

3181

69

2928

69,9

2167

52,9

2015

47,9

Bouw

27

2

53

2,2

53

1,8

98

3,7

207

4,4

280

6,7

468

11,4

679

16,1

Metaal

17

1,2

36

1,5

27

0,9

34

1,2

163

3,5

177

4,2

499

12,2

710

16,9

Confectie

204

14,9

325

13,4