De Touwslagerij te Hamme. Macrostudie over de touwindustrie te Hamme met nadruk op de 19de en 20ste eeuw, gevolgd door een casestudie over het touwslagersgeslacht Vermeire van de 16de eeuw tot de 20ste eeuw. (Sofie Buyse)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

DEEL II

CASESTUDIE VAN HET TOUWSLAGERSGESLACHT VERMEIRE VAN DE 16de TOT DE 20ste EEUW

 

HOOFDSTUK II: ANALYSE VAN HET MEMORIEBOEK OMTRENT LEVERINGEN VAN TOUW VAN PIETER FRANCIS VERMEIRE (1718-1816) OVER DE PERIODE 1764 TOT 1786

 

I. INLEIDING

 

     Pieter Francis Vermeire werd geboren te Hamme op 21 november 1718 als zoon van Gillis Vermeire en Petronella De Wilde. Hij huwde een eerste maal met Anna Marie van Lysebetten. Uit het huwelijk kwamen twee kinderen voort met name Gillis Bernardus en Joanna Vermeire. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1767 huwde hij in 1779 een tweede maal met Elisabeth Keppens. Zij hadden ook twee kinderen, Gabriel en Jean François Vermeire. Het zullen de kinderen uit het tweede huwelijk zijn die het touwbedrijf van hun vader overnemen en uitbreiden.

 

     Pieter Francis Vermeire begon zijn memorieboek of boekhouding op 46-jarige leeftijd en beëindigde deze bezigheid op 68-jarige leeftijd. Hij overleed, 98 jaar oud, te Hamme op 31 maart 1816.

 

II. HET MEMORIEBOEK VAN PIETER FRANCIS VERMEIRE

 

     Het memorieboek van Pieter Francis bestaat uit twee delen. Het eerste deel geeft boekhoudkundige beschrijvingen van de leveringen van touwwerk. Meestal bestaat dit uit de datum van levering, de naam van de persoon die het touw heeft besteld, zijn woonplaats, het soort touw, de prijs van het touw, het gewicht en de totale kostprijs voor de klant.

 

     Enkele voorbeelden[178]:

 

"Item gelevert een cabel aan Gilliaem Tijs tot Eyckenvlidt, weght een duijsent en negenensestigh pondt tot drij alven het pond, bedraght hondert en sevenentachtig guldens en drij groot , ontfanghen op dit cabel 120 guldens den 28 april 1764."

 

"Den 21 april 1775. Item gelevert aen Joannes van Esschen tot Brussel, 1 perdelijn, 1 achtersten dierick, 2 lijntens, 1 lijn voor lopende gewandt, 1 schoedt voor het sijl, 1 klijn fockevael, ....weght te samen 823 pondt tot 4 1/4 het pondt bedraght 174 guldens 17 3/4 stuyvers."

 

"Item gelevert aan de videwa De meij een stegghe mede oortauwen ende diericken, eene schoedt ende een lijn met alle het loopend gewandt weght 358 pondt tot 4 1/2 stuyver het pondt, bedraght 80 guldens 1 stuyver. Ontfangen den 5 meij 1779."

 

     In het tweede deel van het memorieboek, dat als men het boek omkeert achteraan begint, schrijft Pieter Francis voornamelijk over de kosten die hij heeft gehad aan zijn huis zoals in volgend voorbeeld:

 

"1772. Item betaelt aan Joannes Van Vraese door leveringhe van kalleck ende andersins 56 guldens 5 stuyver. Betaelt aen Joannes Van Broeck van te metsen 28 guldens 6 1/2 stuyvers. Betaelt aan Francis Van Broeck van te metsen 23 guldens 3 stuyvers. Betaelt aan Joannes De Bondt van te temmeren 37 guldens 9 1/2 stuyvers......"

 

     In het tweede deel worden ook leveringen van touwwerk opgetekend, maar wat opvalt is dat deze leveringen enkel bedoeld zijn voor molenaars.

 

     Enkele voorbeelden:

 

"Den 30 augustus 1781. Item gelevert aen den meulen van Joannes Boel en Pieter Leeman een sijlkorde ende een stuck letsen met eenen pranreep weght te samen 28 1/2 pondt tot 5 stuyvers het pondt bedraght 7 guldens 2 1/2 stuyvers."

 

"Den 11 januarius 1786. Item gelevert aen den meulen van Siemon de Bruyn ende Joannes Pellemans, 2 stampreepen weghen 15 pondt bedraghen 3 guldens 15 stuyvers."

 

III. PLAATSEN WAAR HET TOUWWERK WORDT AFGELEVERD

 

     Wanneer we het aantal leveringen van touwwerk optellen die Pieter Francis beschrijft in zijn boek, over een periode van 22 jaar, bekomen we een totaal van 589 leveringen. Van 381 van die 589 leveringen zijn we heel zeker wat betreft de plaats van afzet. Bij de overige 208 leveringen werd de plaats van afzet van het touw niet vernoemd. Vermoedelijk werd het ter plaatse in Hamme afgezet.

 

     Wanneer we van die 381 leveringen het procentueel aantal per stad en gemeente berekenen, krijgen we een beeld van de belangrijkste afzetgebieden van een Hamse touwslager op het einde van de 18de eeuw.

 

TABEL 24: Absoluut en procentueel belang van een stad/gemeente als afzetgebied voor het touwwerk van Pieter Francis Vermeire over een periode van 22 jaar

 

STAD / GEMEENTE

AANTAL LEVERINGEN VAN TOUWWERK PER STAD/ GEMEENTE

AANTAL LEVERINGEN VAN TOUWWERK PER STAD/GEMEENTE IN PROCENTEN

BRUSSEL

140

36,7

WINTAM

31

8,1

DENDERMONDE

28

7,3

ANTWERPEN

23

6

MECHELEN

20

5,2

SOMBEKE

19

5

WAASMUNSTER

16

4,2

BORNEM

15

3,9

MOES (MOERZEKE)

14

3,7

EIKENVLIET

13

3,4

MOERBEKE

9

2,3

RUIJSBROEK

9

2,3

BAESRODE

7

1,8

VILVOORDE

6

1,6

OOSTENDE

5

1,3

LIER

5

1,3

LOKEREN

5

1,3

GENT

3

0,8

TEMSE

3

0,8

ROTTERDAM

2

0,5

DAKNAM

2

0,5

BRUGGE

1

0,3

AALST

1

0,3

ELVERSELE

1

0,3

STEKENE

1

0,3

TIELRODE

1

0,3

 

     Brussel is absoluut de topper wat betreft de leveringen van touwwerk. Sinds het einde van de 16de eeuw is Brussel dan ook bereikbaar via het Kanaal van Willebroek. In de top vijf vinden we verder Wintam, Dendermonde, Antwerpen en Mechelen die eveneens bereikbaar zijn via de waterwegen.

 

IV. DE HOEVEELHEID LEVERINGEN PER JAAR

 

TABEL 25: De hoeveelheid leveringen per jaar

Jaartal

Hoeveelheid leveringen van touwwerk

1764

44

1765

54

1766

14

1767

7

1768

3

1769

4

1770

0

1771

0

1772

14

1773

3

1774

40

1775

50

1776

44

1777

44

1778

34

1779

38

1780

33

1781

61

1782

71

1783

12

1784

9

1785

5

1786

5

 

     Wanneer we het aantal leveringen per jaar bekijken, kunnen we constateren dat er zeer goede, goede en zeer slechte jaren bijzitten. De minder goede periode van het einde van de jaren zestig tot het begin van de jaren zeventig heeft waarschijnlijk te maken met de dood van de eerste vrouw van Pieter Francis in 1767, het tweede huwelijk in 1769 en de bouw van een nieuwe huis in het begin van de jaren zeventig. De leveringen die Pieter Francis beschrijft in het eerste deel van zijn boek houden op in 1784. De leveringen die hij in het tweede deel beschrijft, lopen tot 1786. We zien een concentratie van leveringen tussen de periode 1774 en 1782, gevolgd door een drastische terugval tot 1786. Vanaf 1784 hield Pieter Francis zich voornamelijk bezig met het vervaardigen van molentouwen. Hij leverde meestal aan dezelfde molen, maar gaf niet de plaats van afzet, dus vermoedelijk bevonden deze molens zich te Hamme zelf (Hamme is bekend om zijn vele molens). Hij hield zich op het einde van zijn boek niet meer bezig met leveringen tot Brussel of andere plaatsen, waarschijnlijk wegens zijn ouderdom.

 

V. HET SOORT TOUWWERK DAT WORDT AFGELEVERD

 

A. Verklaring van het soort touwwerk dat door Pieter Francis wordt afgeleverd[179]

 

1. Touwen gebruikt door molens

 

BINNENREEP: De luireep waarmee de zakken in de molen worden opgetrokken.

BUYTENREPKEN: Buitenreepje, de luireep waarmee de zakken buiten de molen worden opgetrokken.

KRUYREEP: Kruireep, zwaar touw waarmee het zeil aan de kikkers op de molenroede bevestigd wordt.

LETSEN: De touwen waarmee het zeil aan de kikkers op de molenroede worden bevestigd.

PRANREEP: Prangreep, vangreep, het touw waarmee de vang (d.i. de reminrichting van een windmolen) bediend wordt.

STAMPREEP: Mogelijk een touw dat gebruikt wordt in de stamp- of slaginrichting van een oliemolen.

VEUDEREP: Voorderreep, voorreep, mogelijk een touw dat gebruikt wordt in dat gedeelte van de molen waar zich het voorste koppel stenen bevindt.

WIJDT: Wijte, huif van een molenaarskar of wagen.

 

2. Touwen voor de scheepvaart en de visvangst

 

AESREEP: Mogelijk een vislijn.

BACHSTEGGHE: Bakstag. Onderdeel van de stag.

CABEL: Kabeltouw, ankertouw.

CABELSLAG: Kabelslag. Touwwerk dat uit drie wantslagtrossen bestaat, die linksom geslagen zijn tot een kabelslagtros, ook kabel genoemd.

DRECHTAU: Mogelijk touw om te baggeren.

FOCKEVAL MET LOEPENDE GEWANT: Voorzeil (klein zeil) met een los touw.

GIJTAU: Geitouw. Een lopend touw om een scheepsonderdeel te bewegen of in een bepaalde stand te houden.

KRAENLIJN: Kraanlijn of dirk, lopend van de nok van een giek (rondhout gebruikt om het onderzeil van een gaffelzeil gestrekt te houden) via een blok (werktuig ter geleiding van touwwerk) in de mast naar de nagelbank (platte balk die aan het dek rond of aan de masten geplaatst is. Ze is voorzien van gaten om hierop het lopend want te beleggen).

LYN VOOR LOPENDE GEWANT: Een touw dat onderdeel is van het lopend want aan boord.

LOPEND GEWANT: Lopend want. Al het touwwerk dat door schootogen loopt, waarmee de zeilen worden gehesen of bediend. Het lopend want wordt gebruikt om tuigage te bedienen dat vaak van stand verandert.

LIJCKWANDT: Lijktouw. Strak geslagen strengen om de lijken (de randen van een zeil) te versterken.

LIJWAET SEEL: Touw voor banier, vlag.

MANTEL: Samengestelde takel. Een samenstelsel van één of meer blokken en daar doorheen lopend touw.

MEERLIJN: Meerlijn, -touw

MEERTAU: Meertouw, om het schip aan te meren

NEERHAELDER: Neerhaler. Touw dat wordt gebruikt om het strijken van het zeil te vergemakkelijken.

OEPAALDER: Ophaalder. Touw zonder eind, dat door een aan het achterlijk genaaide kous (lederen kabelbekleedsel) loopt en daarboven een knoop heeft waarmee de uiteinden van een hoofdgijtouw opgehaald kunnen worden.

REEP: Koord, Touw, kabel-, scheepstouw.

STAAND GEWANT: Staand want. Want van een schip dat dient om masten, stengen, schoorsteen, ra's en eventueel andere rondhouten te steunen. Het bestaat uit zwaar touwwerk en wordt zelden losgemaakt. Tot het staand want rekent men in het bijzonder de hoofdtouwen en stagen.

STEGGHE: Stag. Zwaar touw behorend tot het staand wand.

STRIJCKLIJN: Mogelijk een zeiltouw.

SYLCORDEN: Zeilkoorden, de (drie of vier) lange touwen aan de buitenkant van het zeil dat daarmee in opgerolde toestand wordt gebracht.

SYLGAERDEN: Zeilgaren, garen waarmee wordt genaaid.

SYLVAEL: Touw waarmee het grootzeil wordt geheven en gestreken

TAELLEREP: Talreep. Touw door blokken of schijven geschoren. Door middel van een talreep wordt de stag aan een geklede lus stijfgezet (vandaar stegghe met taelereppen, veelvuldig door Pieter Francis gebruikt)

TOPREEP: Zwaar touw dat door een takel aan de top van een mast geschoren wordt

TRECKLIJN: Treklijn aan een schuit.

TROS: Touwwerk van vrij grote dikte, voornamelijk gebruikt voor het slepen en afmeren van schepen.

WANT: Verzamelnaam voor alle touwwerk van de tuigage. Bij de visserij worden de netten ook wel want genoemd.

 

3. Touw voor allerhande gebruik

 

BINTSEEL: Bindtouw, bindgaren.

CALANDER REEP: Mogelijk touw gemaakt uit mangel (de mangelwortel), glanzend touw.

GAEREN: Garen, net.

KERREREEP: Karrereep, zwaar touw waarmee een karrevracht (bijv. hooi, stro) vastgesjord wordt door middel van een teers of woelhout.

KLAUKENS: Kluwentjes, verkleinwoord van kluwen, met name een hoeveelheid garen (de dunne draad waarmee bijv. een vlieger opgelaten wordt).

LETSE: Riem waarmee jachthonden worden vastgebonden, strik om een dier te vangen.

LYNTEN: Lijntje, niet zeer dik touw.

PERDESEEL/LIJN: Het leidsel.

PERSTAU: Touw om een persbundel bijeen te houden.

SACKEBAND: Zakband, touw of koord waar mee een zak toe of dicht gehaald wordt.

SCHAELSELEN: Schaalzelen, touwen waarmee de bekkens (schalen) aan een weegschaal hangen.

STENREP: Steenreep, zeer dik touw waarmee iets wordt vastgebonden of opgehesen.

STRENG: Kordeel of streng. Een uit een aantal garens samengedraaide bundel touwwerk.

TEUGHEL: Teugel, kneveltouw, het gesplitst stukje touw met een oog erin onderaan de luireep of de strop waaraan men de zak bevestigd.

 

4. Touwen waarvan we de betekenis niet hebben kunnen achterhalen

 

Geyghel, schoed, achtersten en vursten dierick, lau/lantereppen, kluyfockeval, stertreep, aenten, duymlijn, scherlijn, ketlijn, twijfeleer, schijlgaeren, oortau, alslijn, kafkoerde.

 

VI. DE PLAATS WAAR ELK SOORT TOUWWERK WORDT AFGEZET

 

AALST: Touw onbekend: twijfeleer

ANTWERPEN: Scheepstouwen: cabelslagh touw, stegge, mertau, cabel

                        Touwen allerlei: perstau, lijn

                        Touwen onbekend: achtersen dierick, aenten, schoedt, grote gijghel, lijnten, stertreppen,

                        vursten dierick, kleyn gijghel

BAESRODE  : Scheepstouwen: lopende gewandt met kraenlijnten, lijckwandt, fockeval, cabel.

                      Touwen onbekend: cabellijnten voor kleijn gijghels, schoedt met een lossen dierick, grote gijghel, stertrep

BORNEM: Scheepstouwen: cabel, opaelder, neeraelder, fockeval, cabel

                  Touwen allerlei: lijn

                  Touwen onbekend: dierick, schoedt, kluyfockeval

BRUGGETouw onbekend: wand voor stertreppen

BRUSSEL: Scheepstouwen: cabel, lijn voor lopend gewandt, toprepen, kraenlijnten, mertau, fockeval, sijlval, cabelslagh, reep voor de scheepvaert, een reep om de schepen op te halen, kraenlijn,                         stegghen, taelerep, tros, mantel

                    Touwen allerlei: lijn, kempen cord, bindgaeren, gaeren, calander reep, perdelijn

                    Touwen onbekend: oortauken, achtersten dierick,schoedt, lijnten voor kleyn gijghels, grote gijghel, kluyfockeval, merlijn, kafkoord

DAKNAM                 : Touw allerlei: lijn

DENDERMONDE   : Scheepstouwen: cabel, mertau, tros

                                Touwen allerlei: perdelijn, lijn

                                Touwen onbekend: alslijn, achtersten dierick, scherlijn

ELVERSELE : Scheeptouw: sijlcorde

                       Molentouw: letsen

EiKENVLIET: Scheeptouwen: cabel, lopende gewandt

                       Touw allerlei: lijn

                      Touwen onbekend: achtersten dierick, lijn met een kluyfockeval, lijnten met een grote gijghel, lijnten voor kleyn gijghel

GENT: Scheeptouw: sijlval, mantel met een lijn

            Touwen onbekend: alslijn, stertrepen, sijlval

LIER:   Scheepstouwen: tros, cabel, mantel

            Touwen allerlei: lijn

LOKEREN: Scheepstouw: lopende gewandt, cabel, mantel

                  Touw allerlei: lijnten

                  Touwen onbekend: oortau, achtersten dierick, schoedt

MECHELEN: Scheepstouwen: cabelslagh, wandt, cabel, drechtua, boodtstua, gijtau, sijlgaeren, lopende gewandt, mertua

                       Touwen allerlei: schaelselen, strengen, repkens, lijn

                       Molentouw: letsen voor den meulen

                       Touwen onbekend: schoedt, alslijnten, merlijn, oortau,

MOERBEKE:   Scheepstouwen: cabel, stegghe, lopende gewand, lijckwandt

                        Touw allerlei: lijn

                        Touw onbekend: schoedt, oortau, dierick, lijn

MOES: Scheeptouwen: cabel, mertau, stegghe, taelereppen, want, tros  opaelder, neeraelder

            Touw allerlei: lijnten, dierick, mertau, stegghe, taelereppen

            Touw onbekend: lijnten voor kleyn gijghels, schoedt, grote gijghel

OOSTENDE: Scheepstouw: tros

                      Touw onbekend: schijlgaeren

ROTTERDAM: Touwen onbekend: vursten dierick, oortau, merlijn

RUYSBROEK: Scheepstouw: lopende gewandt, tros

                        Touw allerlei: lijn

                         Touwen onbekend: grote gijghel, lijnten voor kleyn gijghel

SOMBEKE: Scheepstouwen: mertau, sijlval, sijlkorden, lopende gewandt, lijnwaetseel

                    Touwen allerlei: teughels, strengen, lijn

                     Touwen onbekend: alslijn, kluyfockeval, merlijn, schoedt, merlijn

STEKENE: Scheepstouw: cabel

TEMSE: Scheepstouw: lijn voor lopende gewandt, cabel

              Touw onbekend: schoedt

TIELRODE: Touw allerlei: repen voor de sluis voor de palen in te heijden

VILVOORDE: Scheeptouwen: tros, lopende gewandt, kraenlijnten

                       Touw allerlei: lijn

                       Touwen onbekend: schoedt, kluyfockeval

WAASMUNSTER: Scheepstouwen: cabel, lopende gewandt,mertau, stegghe, sijlvael, fockevael, taelereppen, gijtau

                                 Touwen allerlei: lijn, lijnten, teughel

                                 Touwen onbekend: oortauwen, stertreppen

WINTAM: Scheepstouwen: mertua, lopende gewandt, cabel, sijlval, stegghe met een lijn, tros

                  Touw allerlei: lijn

                  Touw onbekend: klyfockeval, alslijn, dierick, schoedt

 

     Voor wat betreft de leveringen waarvan de afzetplaats bekend is, kunnen we zeggen dat Pieter Francis vooral gespecialiseerd is in allerlei soorten scheepstouwen die hij uitvoert naar havensteden of -gemeenten. Toch zal hij zich vanaf 1784 specialiseren in het produceren van molentouwen die we niet terugvinden in de steden en gemeenten hierboven beschreven omdat Pieter Francis, wanneer hij leverde aan molens, de plaats van afzet niet vermeldde.


 

SCHETS 3:    Plaats van afzet en soort touwwerk door Pieter Francis Vermeire van

                        1764-1786
 

VII. HET BRUTOLOON VAN PIETER FRANCIS VERMEIRE

 

     We kunnen berekenen hoeveel Pieter Francis jaarlijks verdiende, maar we moeten hierbij vermelden dat dit enkel het brutoloon is. Over de prijs van de aankoop van grondstof, het hekelen, de instrumenten gebruikt bij het touwslagen, het vervoer en de loonkosten weten we nagenoeg niets. Daarom zal de grafiek van het brutoloon een vertekend beeld geven, maar krijgen we toch enig idee over de verdiensten van Pieter Francis.

 

TABEL 26:    Het brutoloon van Pieter Francis Vermeire in vergelijking met het aantal leveringen per jaar

 

Jaartal

Brutoloon in guldens

hoeveelheid leveringen

1764

1638

44

1765

1166

54

1766

429

14

1767

86

7

1768

13

3

1769

627

4

1770

0

0

1771

0

0

1772

394

14

1773

103

3

1774

1235