Lenen op de grens
van het toelaatbare & Schulden
terugbetalen, saneren en opnieuw beginnen
Jet Mok
Masterscriptie Faculteit der Letteren
Opleiding: Journalistiek
Vakgebied: Letteren
Jaar van afstuderen:
2005
Academiejaar: 2004-2005
Universiteit Utrecht
1e studiebegeleider:Drs. Nico
Kussendrager
2e studiebegeleider:Dr. Yvette Nelen
| home | lijst scripties |
Veel financieringsmaatschappijen zoeken de grens op van het toelaatbare. In hun reclames kopen mensen een nieuwe bank op krediet en zolang iemand geen achterstanden heeft kan er geleend worden. Steeds meer mensen komen in de schulden. In 2004 klopten veertigduizend personen aan bij een schuldhulpverleningsorganisatie en duizenden mensen werden geholpen met schuldsanering.
Een tweeluik over schulden. Dit artikel gaat over de vraag hoe mensen in de schulden komen. Wat is daarbij de verantwoordelijkheid van financieringsmaatschappijen en wat kan en moet de overheid doen? Hoe iemand weer uit de schulden komt en alle problemen die daarbij komen kijken wordt besproken in deel twee van dit tweeluik.
Deel 1:
Lenen op de grens
van het toelaatbare
In vijf minuten drieduizend euro rijker
Jet Mok
Leenreclames overheersen de reclameblokken. Een nieuwe computer? Plannen voor een serre maar geen geld? Bel dan nu! Steeds meer mensen komen niet meer rond met wat ze hebben. Een nieuwe wet moet vanaf oktober orde in de leenchaos scheppen. “Maar een leencultuur is niet zomaar te veranderen.”
“Mijn ouders kunnen goed met geld omgaan, maar ik heb het nooit echt geleerd. Ik kwam gewoon altijd tekort.” Tom van Munnik is vijfentwintig en begon al op zijn dertiende te lenen bij klasgenoten. “Ik betaalde altijd het dubbele terug, dus op een gegeven moment kwamen mensen naar mij toe om te vragen of ik nog geld nodig had. Na een tijdje moest ik het ene gat met het andere vullen.”
Aman Farza (47) zit diep in de schulden, de schuldeisers staan te trappelen en willen beslag leggen op zijn salaris. Van dat salaris kan Farza niet rondkomen. “De vaste lasten heb ik altijd wel betaald, dat gebeurde als eerste.” Maar daarna was er zo weinig over, dat de boodschappen en uitstapjes werden betaald met kredieten van DSB en ABN. “Ik deed mijn boodschappen bij Albert Heijn en kocht wat ik wilde. Ik lette gewoon niet op.”
Leencultuur
In 2004 klopten bijna veertigduizend mensen aan bij de Kredietbank of een andere schuldhulpverleningsorganisatie, dertien procent meer dan in 2003. Dat zijn de mensen als Van Munnik en Farza, die door hebben dat ze in de problemen zitten. Hoeveel mensen problematische schulden hebben is onbekend, maar de schatting van het Ministerie van Sociale Zaken is dat slechts één op de zes mensen hulp zoekt. Dat zou betekenen dat bijna een kwart miljoen mensen geldproblemen heeft. Uit onderzoek blijkt dat ruim de helft van de Nederlandse huishoudens rekeningen wel eens te laat betaalt. Meestal gaat het dan om postorderbedrijven of telefoonrekeningen. Tien procent stelt echter het betalen van de huur regelmatig uit. Uit hetzelfde onderzoek is gebleken dat een op de twee Nederlanders wel eens rood staat, een op de drie Nederlanders zelfs regelmatig of constant. Weinig mensen realiseren zich dat rood staan ook een schuld is. Het is bijna normaal geworden, terwijl het de duurste manier van lenen is.
Dat zoveel mensen in de schulden zitten komt volgens Hidde Brink, hoofd Afdeling Schuldhulpverlening in Utrecht, door de veranderende leencultuur: “Mensen kopen sneller, de verleiding is groter.” Ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) signaleert dit probleem: “Mensen en vooral jongeren lenen vaker en makkelijker en zijn zich minder bewust van de gevolgen.” De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), branchevereniging voor schuldhulpverleningsinstellingen, ziet nog meer oorzaken van het groeiende aantal schuldenaren, directeur Harry Wetzels: “Het gaat om een combinatie van overheidsmaatregelen zoals de bevriezing van de lonen, de afschaffing van de zalmsnip en de hogere ziektekosten. Wij merken dat het aantal schuldenaren stijgt als het economische tij tegen zit. Daarbij spelen veel kredietverleners in op een impulskarakter. Bel nu! Als je naar reclames kijkt, lijk je wel gek als je níet leent.”
Iedereen in de schulden?
Trek een willekeurig dossier uit een willekeurige hangkast bij een willekeurige Kredietbank en je ziet dat een persoon met schulden gemiddeld elf, twaalf schuldeisers heeft. De schuld zelf is meestal rond de twaalfduizend euro en van de hulpzoekenden heeft negentig procent een inkomen beneden modaal. Ruim de helft van de mensen die een schuldenregeling aanvraagt is tussen de 25 en 45 jaar oud.
De NVVK constateert echter dat iedereen in de schulden kan komen, ook mensen met goede inkomens. Wetzels: “Iemand gaat scheiden, maar leeft op oude voet door. Terwijl het inkomen na een scheiding vrijwel altijd daalt, moet de status worden opgehouden. Hetzelfde geldt voor ontslagen, ziektes en verslavingen, en die komen ook overal voor.”
Daar kan Jasper de Vries (25) over meepraten. Hoewel hij zelf geen schulden heeft, kent hij inmiddels aardig de weg in het wereldje. “Mijn vader is alcoholist. Na de scheiding met mijn moeder ging het bergafwaarts. Hij dronk op de pof en mocht verschillende cafés in Rotterdam niet meer in. De schuld van vijfhonderd euro die hij daar had uitstaan was nog het kleinste probleem, al zal hij dat als alcoholist vast anders ervaren hebben.” De extra hypotheek van vierendertigduizend euro op zijn - al afbetaalde - huis en een aandelenlease van tienduizend euro, afgesloten vlak voordat de beurs instortte, waren dramatischer.
Als je meer geld nodig hebt dan wat er op de bank staat, zoals Aman Farza, Tom van Munnik en de vader van Jasper de Vries, zijn er verschillende mogelijkheden. Een credit card, persoonlijk krediet, doorlopend krediet, klantenkaart, postorderkrediet, autokrediet, hypotheek, roodstand en ga zo maar door. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op hoe financiële instellingen zich gedragen bij het aanbieden van onder meer leningen. Kredietverstrekkers mogen, mits zij daarvoor een vergunning hebben, leningen uitgeven. Dat zijn bijvoorbeeld de grote banken als de Rabobank en de Postbank. Een bedrijf dat bemiddelt tussen een consument en een kredietverstrekker, is een kredietbemiddelaar; Becam en Frisia zijn twee bekende voorbeelden.
Tom van Munnik maakte kennis met kredietverstrekkers en kredietbemiddelaars toen hij achttien werd. Vanaf dat moment hoefde hij niet meer bij klasgenoten te lenen. Hij kreeg een credit card en stond altijd rood. Daarnaast sloot hij een persoonlijk krediet af en had hij een Comfort Card (een klantenkaart waarmee hij bij meer dan tienduizend winkels op de pof kon kopen). Toen zijn auto stuk ging en hij een nieuwe wilde, kreeg hij ook nog een flexibel krediet. “Dat was in vijf minuten geregeld.”
Misleiding
Een wet waar alle leenbedrijven, dat wil zeggen kredietbemiddelaars en kredietverstrekkers, zich op dit moment aan moeten houden, is de Wet op het consumentenkrediet (Wck). In deze wet staat ondermeer waar kredietaanbieders aan moeten voldoen en wanneer een lening mag worden verstrekt. Maar de wet is oud. Seger Pijnenburg, woordvoerder van de AFM: “De Wck bestaat ruim tien jaar en in die tijd is de leencultuur sterk veranderd. Mensen lenen makkelijker en de reclames zijn agressiever dan tien jaar geleden.” In het rapport Consumptieve Kredietverlening, uitgegeven door de AFM, staat dat er niet genoeg ondernomen kan worden tegen wervende reclames omdat de AFM op grond van de Wck hiervoor de bevoegdheden mist. Daarom zal de Wck in oktober 2005 opgaan in een nieuwe wet: de Wet financiële dienstverlening (Wfd). In de Wfd staan de normen waar bijvoorbeeld reclames aan moeten voldoen globaal beschreven. In een bijvoegsel (het Besluit financiële dienstverlening- Bfd) worden de normen specifiek gemaakt; daarin wordt dus expliciet genoemd wat wel en wat niet mag en wat moet.
Op dit moment kunnen bedrijven voor een lening adverteren met het laagst mogelijke tarief, op basis van een eigen woning, met volledige maximale belastingaftrek. Dat levert soms merkwaardig lage rentes op. Misleidend, want vrijwel niemand komt in aanmerking voor het laagste rentetarief. Op het moment dat iemand zo’n lening af gaat sluiten blijkt het in de meeste gevallen veel duurder uit te pakken. Vanaf oktober 2005 mogen er uitsluitend representatieve voorbeelden gegeven worden, waar mensen uit op kunnen maken hoeveel rente ze moeten betalen en hoelang het gaat duren voordat alles is afbetaald. Pijnenburg: “De Wck kent het begrip ‘misleiding’ niet, maar dat zal onder de nieuwe wet veranderen.”
Wettelijk gezien moeten bemiddelaars zich op dit moment aan dezelfde regels houden als kredietverstrekkers, maar de oude wet geeft toezichthouder AFM niet de mogelijkheid om ook daadwerkelijk in te grijpen als er iets mis is. In de praktijk hebben kredietbemiddelaars op dit moment dus meer ruimte bij het aanbieden van leningen en zelfs het misleiden van klanten, dan kredietverstrekkers. Het is de bedoeling dat ook dit onder de nieuwe wet verandert.
Naast de bijna niet haalbare lage rentepercentages zoeken sommige leenbedrijven in hun reclames op televisie ook wat betreft setting de rand van het toelaatbare op. Betrouwbaar uitziende mensen roepen op tot het aanschaffen van de ‘goedkoopste lening’. Juridisch gezien mag dat en ook onder de nieuwe wet zal dat niet vallen onder ‘misleiding’. Jammer, vindt reclamepsycholoog Jan Bosman, onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij wijst op de reclame met oud tv-ombudsman Frits Bom. “Als Bom een lening aanprijst in een reclame voor Becam.nl is dat niet hetzelfde als wanneer bijvoorbeeld Wendy van Dijk chips promoot. Van Bom mag je - gezien zijn geschiedenis als tv-ombudsman - meer dan van een ander verwachten dat hij te vertrouwen is.” Klaas Wilting, woordvoerder van DSB, het moederbedrijf van Becam en een van de grootste spelers in het kredietenveld, is het hier niet mee eens. Hij stelt dat mensen prima het verschil zien: “Nederlanders zijn niet dom. Het is een duidelijke persiflage op zijn eerdere werk en het zit ingeklemd in een reclameblok.” Wilting geeft toe dat DSB geen onderzoek heeft gedaan naar hoe hun reclames worden ervaren en of mensen het verschil zien tussen de reclameman Bom en de tv-ombudsman Bom.
Lage rentepercentages en ‘betrouwbare specialisten’ komen samen in een reclame van Frisia.com. In een journaalachtige setting vraagt de gastheer aan een deskundige ‘Hoe komt het dat veel gezinnen meer uitgeven dan dat er binnenkomt?’ De financieel adviseur legt uit ‘dat veel mensen teveel rente betalen voor hun leningen en dat de kosten voor hun levensonderhoud daardoor toenemen’. “Onethisch en cynisch”, aldus een geïrriteerde Hidde Brink van de Kredietbank in Utrecht. “Het geeft maar weer aan dat deze bedrijven niks met sociale betrokkenheid hebben. Ze zijn alleen maar op winst uit.”
Zorgplicht
Dat financieringsmaatschappijen op winst uit zijn is niet zo vreemd, want het zijn commerciële bedrijven. Daarbij springen ze in op de vraag naar leningen die blijkbaar bij veel mensen aanwezig is. Dat is volgens Tom van Munnik het probleem ook niet. “Er wordt alleen niet goed gekeken of iemand het kan betalen.” Onder de nieuwe wet zal ook dat veranderen. Naast dat reclames representatieve rekenvoorbeelden moeten geven, worden kredietverstrekkers en kredietbemiddelaars verplicht een uitgebreid klantenprofiel te maken om er zo voor te zorgen dat mensen niet meer lenen dan ze terug kunnen betalen. Op dit moment moet bij het afsluiten van een lening bij Bureau Kredietregistratie (BKR) in Tiel gekeken worden of iemand geen betalingsachterstanden heeft. Daarnaast wordt meestal om een loonstrookje gevraagd. AFM woordvoerder Pijnenburg: “Een dienstverlener krijgt nu een zorgplicht, die meer inhoudt dan een simpele BKR toetsing. Het gehele financiële plaatje van een nieuwe klant moet worden opgetekend.” Klaas Wilting is tevreden met de nieuwe wet: “DSB vindt het alleen maar heel erg goed dat de bescherming van een klant onder de nieuwe wet nog beter geregeld wordt.” Daarbij voldoen volgens hem de huidige reclames van bijvoorbeeld Frisia en Becam al aan de eisen die gesteld worden in het concept van de nieuwe wet. In de praktijk blijkt dit echter niet het geval. De eerder genoemde looptijd van een lening wordt nog niet vermeld en de rekenvoorbeelden die gegeven worden zijn op televisie maar zo kort in beeld dat ze niet grondig bekeken kunnen worden.
De NVVK, belangenbehartiger van schuldhulpverleningsorganisaties, is ook tevreden met de nieuwe wet. Directeur Harry Wetzels: “Het is belangrijk dat ook financieringsmaatschappijen hun verantwoordelijkheid nemen. Zij moeten zich vergewissen van de financiële toestand van hun cliënten, bijvoorbeeld door een persoonlijk gesprek, en naast een loonstrookje ook bankafschriften te bekijken.”
Alle eisen waaraan leenbedrijven zich moeten gaan houden zijn er ter bescherming van het vertrouwen van de consument. Pijnenburg legt uit dat de economie er baat bij heeft als mensen veel uitgeven, en dat het de economie zal schaden als financiële dienstverleners in een negatief daglicht komen te staan. “Maar het zou fijn zijn als iedereen die wil gaan lenen zelf ook nadenkt over de risico’s. We kunnen iemand aanraden zich te verdiepen in de materie, maar het is niet verplicht. Lenen blijft ieders eigen verantwoordelijkheid.”
Eigen verantwoordelijkheid
De Autoriteit Financiële Markten doet wel veel aan voorlichting en probeert consumenten van informatie te voorzien. Zo staat er elke week een column in Spits en heeft ze de folder ‘Gaat u lenen’ uitgegeven. Op de website staat een ‘financiële besliswijzer’, een soort test die mensen kunnen doen om uit te vinden hoe ze beslissingen nemen en welke risico’s dat met zich meebrengt. Daarbij waarschuwt de AFM consumenten bijvoorbeeld tegen onbetrouwbare - veelal buitenlandse - kredietaanbieders en andere problemen waar mensen die op zoek zijn naar een lening tegenaan kunnen lopen. Hoewel de AFM dus veel doet aan voorlichting benadrukt Pijnenburg dat consumenten te allen tijde zelf verantwoordelijk zijn. Jasper de Vries is het daar mee eens, maar wijst op de complicaties. “Mijn pa is alcoholist, hij wil dat geld graag hebben, maar moet tegen zichzelf in bescherming worden genomen.” De zorgplicht die financieringsmaatschappijen onder de nieuwe wet hebben, moet dat mogelijk maken. Een persoonlijk gesprek, of de controle van een bankafschrift maakt veel duidelijk over iemands situatie. Een verslaving kan dan reden zijn om een lening niet te verstrekken.
“Lenen is erg makkelijk, zeker als er geen betalingsachterstanden zijn.” Tom van Munnik weet waar hij het over heeft. Op zich leefde hij niet op te grote voet, de vaste laten werden betaald, net als de uitstaande rekeningen bij de schuldeisers. Maar elke keer was er wel wat. “Ik verhuisde een paar keer en dan klopten de gordijnen weer niet, of ik wilde mijn rijbewijs halen.” Van Munnik haalde zijn rijbewijs en kocht een auto. Op een dag ging de auto stuk en het bedrag van de reparatie viel tegen, “Ik had die tweehonderd gulden gewoon niet.” Kwik-Fit bood hem de Comfort Card aan. “Er werd bij het BKR gecheckt of ik geen achterstanden had met het aflossen van schulden, die had ik niet en ik kon na aftrek van de uitlaat nog 1300 gulden pinnen bij de ABN!”
Aman Farza weet ook niet meer waar hij zijn geld aan uitgaf. “Als ik nu rondkijk in mijn huis zie ik niets van waarde. Mijn stereo is bijna twintig jaar oud. Maar met de auto van Utrecht naar de Efteling, vier entreekaartjes en een leuk dagje uit en dan terug met de auto kost gewoon veel geld. Ineens was de schuld opgelopen tot ruim twintigduizend euro.”
Wie is schuldig?
Hoewel de wet en ieder weldenkend mens uitgaat van de eigen verantwoordelijkheid, is het blijkbaar toch niet zo eenvoudig. Niet iedereen heeft geleerd om goed met geld om te gaan, en financieringsmaatschappijen zoeken regelmatig de grens op van het toelaatbare - zo laag mogelijke rentes en agressief wervende reclames - om tóch die ene lening te kunnen verkopen. De AFM doet er veel aan om consumenten te wijzen op de risico’s van het lenen en toetst aan de andere kant de acties van leenbedrijven aan de wet. “Maar we staan in feite tussen twee partijen in die allebei graag iets willen”, verzucht Pijnenburg. “De een wil graag een lening en de ander wil die graag verstrekken.”
Ook het hoofd van de Utrechtse schuldhulpverlening Hidde Brink vindt het niet eenvoudig om aan te geven wie aansprakelijk is. “Veel mensen zien zichzelf als slachtoffer, niet als verantwoordelijke, terwijl zij zelf hun handtekening hebben gezet.” Aan de andere kant is Brink ook niet te spreken over een reclame als die van Frisia, die volgens hem riekt naar verleiding en naar geld verdienen met de ellende van anderen. Tegenover Brink staat woordvoerder Wilting van de DSB, die stelt dat zij altijd heel goed controleren of iemand een lening aankan.
En ondertussen zitten Aman Farza, Cees de Vries en Tom van Munnik met schulden van achttienduizend tot vijfenveertigduizend euro. Aman Farza weet niet goed hoe hij in de schulden is gekomen en heeft al helemaal geen idee hoe hij ze kan oplossen. Cees de Vries is door zijn verslaving zodanig in de problemen geraakt dat hij daar niet zelfstandig uit zal komen en Tom van Munnik heeft inmiddels alles wat hij wilde en hoeft dus niet meer te lenen. Maar hij zit wel met een grote schuld.
Hoe gaan deze drie mensen hun schulden te lijf en komen ze er weer bovenop? Dat is te lezen in deel twee van dit tweeluik.
De namen van Aman Farza, Jasper en Cees de Vries en Tom van Munnik zijn gefingeerd. Voor een overzicht van de gebruikte bronnen, zie www.meesterproefjet.blogdrive.com (en mijn logboek).
Veel financieringsmaatschappijen zoeken de grens op van het toelaatbare. In hun reclames kopen mensen een nieuwe bank op krediet en zolang iemand geen achterstanden heeft kan er geleend worden. Steeds meer mensen komen in de schulden. In 2004 klopten veertigduizend personen aan bij een schuldhulpverleningsorganisatie en duizenden mensen werden geholpen met schuldsanering.
Een tweeluik over mensen met schulden. Deel één gaat over de vraag hoe mensen in de schulden komen. Wat is daarbij de verantwoordelijkheid van financieringsmaatschappijen en wat kan en moet de overheid doen? Hoe iemand weer uit de schulden komt en alle problemen die daarbij komen kijken wordt besproken in dit deel van het tweeluik.
Deel 2
Schulden: terugbetalen, saneren en opnieuw beginnen
“U mag uw lening niet meer ophogen, meneer”
Jet Mok
De huur kan niet meer betaald worden, de schuldeisers staan te dringen en de gaten zijn niet meer te vullen met nieuwe leningen. Steeds meer mensen kunnen niet meer rondkomen en hebben hulp nodig. Wat zijn hun opties? Hoe krijgen zij hun administratie en leven weer op de rails? “Ik durfde op een gegeven moment de deur niet meer open te doen.”
Tom van Munnik (25) is radiomaker en kocht een tijdlang met geleend geld wat hij wilde. Tot het moment dat hij alles had: een huisje, een rijbewijs, een auto en een computer. Daarna kon en mocht hij niets meer lenen en bedroeg zijn schuld achttienduizend euro. Aman Farza (47) werkt in een magazijn en kan zich niet precies herinneren waarvoor hij het geld gebruikte, zijn salaris ging op aan vaste lasten en verder leende hij in enkele jaren twintigduizend euro bij elkaar.
Sander Tegelaar (32) kwam na ernstige rugklachten in de WAO, anderhalf jaar later volgde zijn partner. Het gezin met vier kinderen leefde op te grote voet door, tot het op een gegeven moment echt niet meer ging. Hun schuld bedroeg toen zestienduizend euro. Jasper de Vries (25) is marinier en zit zelf niet in de schulden. Zijn vader raakte na de scheiding met Jaspers moeder verslaafd aan de drank en besloot geld te lenen om op dezelfde voet door te kunnen leven als hij altijd had gedaan. Op het moment dat hij hulp zoekt zijn de schulden opgelopen tot ruim vijfenveertigduizend euro. Voor alle vier was de grens bereikt en begonnen ze, al dan niet gedwongen, met de aflossing van hun schuld.
“Iemand bij het Leger des Heils raadde mijn vader op een gegeven moment aan om een bewindvoerder in te schakelen. De schulden waren te hoog opgelopen en mijn vader kwam er alleen niet meer uit”, vertelt Jasper de Vries. “Een gespecialiseerd bedrijf vond het goed om mijn vaders geld beheren, maar hij moest dan wel zijn huis verkopen.” De Vries was het daar niet mee eens, zocht wat zaken uit en stelde voor om zelf de financiën van zijn vader te gaan beheren. De rechter wees dit toe. Sinds eind 2001 is hij bewindvoerder van zijn vader, Cees de Vries.
Tom van Munnik kon op een gegeven moment niet meer lenen. “Ik zat aan mijn max. Ik kon mijn kredietlening niet meer ophogen. En daar zit je dan met je schuld. Ik maakte me nooit druk over het terugbetalen… dat kwam wel een keer, ooit. Dat moment is dus nu.” Vanaf augustus 2003 leende hij niets meer bij en is hij bezig zonder hulp zijn schulden af te betalen. Voor wie dat niet is weggelegd kan budgethulp of een schuldenregeling uitkomst bieden.
Problematische schulden
In 2004 klopten bijna veertigduizend mensen aan bij verschillende schuldhulpverleningsorganisaties. De schatting van het Ministerie van Sociale Zaken is dat ongeveer zes keer zoveel mensen, bijna een kwart miljoen, in de problemen zitten door schulden die ze niet kunnen afbetalen. Wat zijn hun opties? Veel mensen komen er net als Van Munnik zelfstandig uit. Anderen, bij wie de schuld nog niet zodanig is opgelopen dat deze niet meer afbetaald kan worden, kunnen net als Cees de Vries onder bewind worden gesteld. Loon en andere inkomsten worden dan op een aparte rekening gestort, waar alleen de bewindvoerder bij kan. De vaste lasten en de schulden worden betaald, de schuldenaar krijgt de rest op zijn rekening gestort.
Soms helpt het al als de uitgaven op een rijtje gezet worden - budgethulp - met behulp van schuldhulpverleners. Veel mensen kunnen niet goed met geld omgaan, of weten niet hoe je een administratie bijhoudt. Bij budgethulp wordt uitgelegd hoe dat het beste gedaan kan worden. Daarom gaat de Kredietbank van Utrecht sinds een paar maanden bij mensen thuis langs om de administratie door te nemen en te ordenen. Hoewel het project nog in de testfase zit lijkt het wel al vruchten af te werpen: in 65 procent van de gevallen kunnen mensen na deelname zelfstandig hun financiën regelen en zijn verdere schulden voorkomen.
Maar wat als het voor budgethulp te laat is? De schulden al zodanig zijn opgelopen dat deurwaarders op de stoep staan en beslag dreigen te leggen op je salaris? Dan zijn er de professionele schuldhulpverleningsorganisaties. Daarvan zijn er vele in Nederland. Bijna zeventig organisaties zijn aangesloten bij de branchevereniging voor schuldhulpverleners, de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). De Kredietbank van Utrecht is een van die organisaties.
Het is vrijdagochtend als Aman Farza het kantoor van de Utrechtse Kredietbank binnen stapt. Farza wordt vergezeld door zijn vrouw en zesjarige zoontje. Hij mag geen geld meer lenen, hij kan niet meer rondkomen van zijn salaris en de schuldeisers staan te dringen. “Ik wilde mijn krediet laten ophogen bij de ABN AMRO, maar dat kon niet meer. ‘U mag niet meer ophogen, meneer’, zei de dame achter de balie. Toen pas had ik door hoe groot mijn problemen waren. Daarom zit ik hier.”
Minnelijk traject
Tobie van Rees, schuldhulpverlener in Utrecht, gaat zitten. Tegenover hem zit Farza met zijn hele administratie - in twee stoffen tassen - op schoot. “Dat heeft mevrouw Groen mij geleerd, van de thuiszorg. Ik durfde de enveloppen niet meer open te maken, maar nu zit alles in mapjes.” Van Rees knikt, “Misschien is het handig om nog een grote multomap te kopen. Dan heeft u alles bij elkaar”, zegt hij vriendelijk. Hij vervolgt: “U heeft uw aanvraagformulier ingevuld, ik ga u uitleggen wat we gaan doen en we lopen het formulier nog even helemaal langs.”
Het formulier dat Farza heeft ingevuld is een aanvraag voor het minnelijk traject. Bij het minnelijk traject wordt door de schuldhulpverlener gekeken wat iemand in drie jaar kan aflossen. Soms is dit minder dan de helft van de totale schuld, soms negentig procent. Als de schuldeisers akkoord gaan, wordt het salaris van de schuldenaar voor drie jaar op rekening van de Kredietbank gestort. Die houdt het bedrag apart dat maandelijks afbetaald moet worden. Op het formulier van Farza staat wat hij verdient, waar hij het aan uitgeeft, waar hij op kan besparen en wat hij overhoudt. Vooral het laatste is van belang, want dat bepaalt wat terugbetaald zal moeten worden.
Halverwege het gesprek krijgt Farza te horen dat hij zijn spaarloonregeling zal moeten uitkopen. Hij schrikt. Van Rees: “U kunt niet aan de ene kant verlangen dat er een deel van uw schuld wordt kwijtgescholden, en dat u aan de andere kant kunt sparen. Dat zullen de schuldeisers niet accepteren.” Farza zucht diep. “Ik mag dus niet meer sparen?” Van Rees schudt zijn hoofd en vult aan: “Alles wat u tot nog toe gespaard heeft moet u gebruiken voor het aflossen van uw schulden. De komende drie jaar kunt u geen geld opzij zetten, behalve een klein beetje voor onvoorziene uitgaven.”
Naar de rechter
Nadat het hele formulier is doorgesproken denkt schuldhulpverlener Van Rees dat maximaal achttien procent van de schuld afbetaald kan worden. Hij zal dat aan de schuldeisers voorleggen. Farza, zijn vrouw en hun zesjarige zoon vertrekken. Over twee weken hebben ze weer een afspraak. Dan moet hij zijn spaarloonregeling hebben opgezegd. Ook zal hij dan de machtiging ondertekenen, zodat zijn salaris de komende drie jaar op rekening van de Kredietbank kan worden gestort.
Maar wat als de schuldeisers niet akkoord gaan? De schuld blijft in dat geval staan, kan nog steeds niet worden afbetaald en zal misschien zelfs oplopen door incassorekeningen en boetes-voor-te-laat-betalen. Op dat moment kan de schuldenaar met een verklaring van de Kredietbank naar de rechter stappen, en eisen dat de schuldeisers akkoord gaan met een voorstel. De rechter kan dat toewijzen op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). In 2004 kwamen er ruim dertienduizend mensen in de WSNP, bijna drieëneenhalfduizend meer dan in 2003. Het overgrote deel van hen was tussen de 25 en 45 jaar oud. Schuldeisers zijn verplicht mee te werken en krijgen minder geld dan als ze hadden ingestemd met het minnelijk traject, omdat het salaris van de bewindvoerder wordt afgetrokken van het terug te betalen bedrag. Daar staat tegenover dat ook de schuldenaar verplicht is mee te werken.
Privacy kwijt
Hidde Brink, hoofd afdeling Schuldhulpverlening in Utrecht: “Je schulden aflossen in de WSNP wordt als een straf gezien, je staat onder dwang en het gaat er duidelijk minder vriendelijk aan toe dan in het minnelijk traject.” Daar kan Sander Tegelaar (32) over meepraten. Hij belandde vanwege ernstige rugklachten in de WAO, zijn partner volgde kort daarop met een burn out. Ondanks dat leefden ze door alsof het inkomen niet met zestig procent was gedaald. Het ging snel mis. “We betaalden de huur niet meer en het betalen van gas en elektra stelden we uit tot we voor de rechter moesten verschijnen. Het zorgde voor zoveel stress dat we op een gegeven moment de deur niet meer open durfden te doen.”
Drieëneenhalf jaar geleden was het op. Tegelaar kon het niet meer aan en meldde zich bij de gemeente. Een week later zaten ze bij budgetbeheer, hun geldzaken werden vanaf dat moment door de Kredietbank geregeld. “Dat was heerlijk, eindelijk werden de rekeningen betaald en kwamen er geen deurwaarders meer langs.”
Het minnelijk traject werd aangevraagd, maar één van de schuldeisers ging niet akkoord met een voorstel. In juli 2002 kwamen Sander Tegelaar en zijn gezin van vier kinderen in de WSNP. Nu moet hij rondkomen van vijfhonderd euro per maand. “Het lukt. We kunnen zelfs nog wat geld opzij zetten voor noodgevallen, maar we moeten de kinderen ook vaak ‘nee’ verkopen.” Daarbij is Tegelaar zijn privacy kwijt. Zijn naam werd gepubliceerd in de Staatscourant en in de regionale dagbladen, om schuldeisers te wijzen op de schuldenregeling. Zijn post wordt bezorgd in een grote envelop met een ‘enorme rode sticker’. Die postblokkade vindt hij het ergst: “Alle post gaat via de bewindvoerder naar de schuldenaar en komt daardoor vaak te laat en al gelezen aan.”
Een rechter kan een verzoek voor de WSNP ook afwijzen. De schatting is dat dit in zes procent van de aanvragen ook daadwerkelijk gebeurt. Precieze cijfers zijn er niet. Meestal wordt een aanvraag afgewezen omdat de rechtbank niet overtuigd is van de motivatie van de schuldenaar, of als iemand door buitengewoon onverantwoord gedrag in de schulden is gekomen. De schuldenaar kan uiteindelijk failliet verklaard worden, dat gebeurde in 2003 ruim 2300 keer en in 2004 zelfs meer dan 2700 keer. In dat geval worden de schulden niet na drie jaar kwijtgescholden, zoals bij het minnelijk traject en de WSNP. Elke keer als er weer wat geld beschikbaar komt, hebben de schuldeisers daar weer recht op.
Preventie
Op het moment dat iemand in de WSNP of het minnelijk traject belandt is het eigenlijk al te laat: de problemen zijn groot en de oplossing is voor iedereen duur. De schuldeisers zijn hun geld kwijt en de schuldhulpverlening heeft dan al veel tijd (en geld) geïnvesteerd. Als dan ook nog gekeken wordt naar het percentage dat definitief uit de schulden raakt, wordt duidelijk dat er meer moet gebeuren dan alleen het financiële gedeelte van de schuldenregelingen. Hidde Brink: “Ongeveer de helft van de mensen die bij de Kredietbank komt gaat door en raakt van de schulden af. Van hen valt ongeveer de helft weer in herhaling.” Uiteindelijk is dus slechts een kwart van de schuldenaren geholpen. Preventie is het toverwoord dat samen met de ‘integrale schuldhulpverlening’ moet gaan zorgen voor een reductie van het aantal schuldenaren.
Preventie dus. Naar de mensen thuis gaan, zoals de Utrechtse Kredietbank doet. Voorlichting geven in buurthuizen, op scholen. Laten zien hoe de administratie op orde gebracht kan worden. Niet alleen de schuldhulpverleningsorganisaties zijn hier hard mee aan de slag gegaan. Ook het Nibud, het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting, geeft voorlichting. Op de website is veel informatie te vinden over geldzaken en daarnaast worden lespakketten uitgegeven, voor scholieren. ‘In&Out’ is een tijdschrift voor VMBO’ers, waarmee het Nibud aan jongeren wil laten zien wat geld waard is. Dit gebeurt met kleine opdrachtjes en voorbeelden. “Kijk eens wat je aanhebt. Wat heeft dat gekost en wie heeft het betaald?” Een paar lege lijntjes volgen om de scholier de mogelijkheid te geven in te vullen wat hij aanheeft. “Ga nu naar een paar winkels en kijk of de prijzen kloppen die je opgeschreven hebt.”
Eén loket
Het Ministerie van Sociale zaken geeft een subsidie van honderdduizend euro aan gemeentes die hun schuldhulpverlening breder op willen zetten. Voorkomen is beter dan genezen, dus het is beter om mensen uit de schulden te houden, dan ze slechts te helpen met de sanering ervan. En als het dan toch tot schulden is gekomen, moet naast de schuldenregeling ook gekeken worden naar de vraag hoe het zover heeft kunnen komen, welke psychosociale factoren er meespelen en hoe het in het vervolg voorkomen kan worden dat het mis gaat.
De gemeente Leiden is een van de 26 gemeentes die deze subsidie heeft gekregen. Loes Neeft, directeur van de Sociale Dienst in Leiden: “Veel mensen met schulden werken niet, schulden zijn bijna een contra-indicatie voor werk. Alles wat binnen komt gaat toch weer op aan de schulden.” Dat is niet erg motiverend en de overheid wil ze graag weer aan het werk hebben. Om dat voor elkaar te krijgen moet de schuldenproblematiek structureel worden aangepakt. Neeft: “Er moet één loket komen, waar mensen naar toe kunnen gaan. Ook als de schulden nog niet problematisch zijn. Dan moeten ze budgethulp krijgen.” Als de problemen te groot zijn voor alleen budgethulp moeten er andere dingen geboden worden, als psychosociale hulp. Als dat niet gebeurt gaan mensen ‘shoppen’.” Het kan zijn dat ze dan bij malafide schuldhulpverleners komen, of dat ze moeten wachten tot er plek is bij een betrouwbare organisatie. Het betekent sowieso meer vertraging en dat komt vaak neer op meer schulden.
Toen Farza niet meer kon lenen is hij meteen naar de gemeente gegaan. Daar kreeg hij budgetbegeleiding. De organisatie die dat verzorgde stuurde hem daarna door naar de Kredietbank in Utrecht. Aan de ene kant zorgt dat ervoor dat nu meer schulden worden voorkomen, aan de andere kant worden de bestaande schulden opgelost. Ook Sander Tegelaar kreeg naast de schuldenregeling budgethulp. Hij zit inmiddels bijna drie jaar in de WSNP. “Het is ons gelukt! Ik denk nu heel anders over geld dan drie jaar geleden, dat heb ik echt wel geleerd. Geld op mijn rekening? Eerst de vaste lasten betalen!” Tegelaar is optimistisch over de toekomst: “Wij zijn door onverantwoorde uitgaven in de schulden gekomen. Maar bij ons gaat het nu niet meer mis.”
Schuldenvrije toekomst?
Ook Cees de Vries is inmiddels bijna schuldenvrij, dankzij een erfenis en het bewindvoerderschap van zijn zoon. Maar verslaafd aan alcohol is hij nog steeds en hoewel hij graag weer zelf verantwoordelijk zou zijn over zijn eigen geld, besliste de rechter op verzoek van Jasper de Vries, anders. “Mijn vader is nog steeds impulsief met geld, dus het kan zo weer misgaan. Een constructie waarbij zijn vaste lasten worden betaald, en de rest van het geld naar hem gaat, werkt misschien. Het beste zou het zijn als het bewindvoerderschap wordt afgebouwd, anders leert hij het nooit.” Binnenkort draagt hij het bewindvoerderschap over aan een advocaat. “Het beïnvloedt me, ik vind het psychisch zwaar om de financieel beheerder van mijn vader te zijn. Het is een onnatuurlijke situatie.”
De familie Farza zit in de molen van de schuldenregelingen. Binnen drie maanden moet nu duidelijk zijn of de schuldeisers akkoord gaan met het minnelijk traject. Anders wacht hen een gang naar de rechter met een aanvraag voor de WSNP. Tot die tijd beheert de Kredietbank hun geld en worden in elk geval de vaste lasten betaald. Volgens schuldhulpverlener Tobie van Rees is niet in te schatten of er een overeenkomst zal komen tussen schuldenaars en schuldeisers. “Soms wordt een voorstel van tachtig procent afgewezen, soms gaan alle eisers akkoord met het terugbetalen van twee procent.”
De schulden staan de vooruitgang van Tom van Munnik in de weg. “Ik koop nu geen huis, ik krijg nu geen kinderen, ik wil niet trouwen en ik ga pas op zoek naar ander werk als ik geen schulden meer heb.” Sinds anderhalf jaar is hij gestopt met lenen en betaalt hij elke maand een bedrag af. Het ziet er naar uit dat hij eind 2006 alles heeft terugbetaald. “Ik ga het vieren met een echte vakantie naar Curaçao of iets dergelijks. En met Oud en Nieuw ga ik voor het eerst weer vuurwerk afsteken. Ik blijf tenslotte een jongetje!”
De namen van Sander Tegelaar, Tom van Munnik, Aman Farza en Jasper en Cees de Vries zijn gefingeerd.
| home | lijst scripties |