Medische wetenschap in Ptolemaeïsch Alexandrië. (Mandy Pelzer)

 

home lijst scripties inhoud  

 

Inleiding

 

Dit verslag is in de eerste plaats geschreven om de lezer te informeren over de ontdekkingen die in Alexandrië zijn gedaan op medisch gebied, maar er zullen ook nog een aantal andere onderwerpen aan de orde komen. Om een goede indruk te krijgen van de tijd en omgeving waarin het geheel zich afspeelt, namelijk Ptolemaeïsch Egypte, zal ook een historische achtergrond worden weergegeven. Hierin zal onder andere het begin van de Ptolemaeëndynastie worden beschreven en de veranderingen die de Ptolemaeën in Egypte teweeg hebben gebracht.

Het centrum van de wetenschap in de tijd van de Ptolemaeën was Alexandrië. Aan deze stad zal dan ook een apart hoofdstuk worden gewijd. Dit is onder andere gedaan om de lezer een goede indruk van de plaats, waarin de wetenschap bloeit, te geven.

Als laatste hoofdstuk zal dan de medische wetenschap uit de tijd van de Ptolemaeën worden weergegeven. In dit hoofdstuk zullen de belangrijkste personen en hun ontdekkingen aan de orde komen. Tevens zal hierin kort worden ingegaan op de eventuele toepassing van vivisectie.

Aan het einde van het verslag zal een antwoordt worden gegeven op de vraag, waarom er nu juist in Alexandrië zo´n bloei van de wetenschap is geweest. En daarnaast ook op de vraag, waarom deze bloei maar van zo korte duur is geweest. De bloeiperiode van de medische wetenschap kan in principe namelijk beperkt worden tot de regeringsperioden van de eerste drie Ptolemaeën. [1]

 

 

Ptolemaeïsch Egypte

 

Met het veroveren van Egypte door Alexander de Grote, kwam er een einde aan de oude heerschappij van Egypte met haar dynastieën en aan de Perzische overheersing.[2] Na de plotselinge dood van Alexander, kreeg uiteindelijk Ptolemaeus I de heerschappij over Egypte toegewezen. In de eerste jaren heeft hij deze taak als satraap uitgeoefend, en later is hij tot koning gekroond. Egypte zou geregeerd worden door afstammelingen van Ptolemaeus I tot aan de dood van Cleopatra op 12 augustus in het jaar 30 v. Chr.[3], [4]

Tijdens de regeringsperiodes van de verschillende Ptolemaeïsche heersers zijn er nog al eens conflicten voorgekomen, zowel onder de bevolking als onder de koninklijke familie. De conflicten tussen leden van de koninklijke familie, of andere hooggeplaatste personen, hadden voornamelijk te maken met het vergaren van meer macht. Deze wrijvingen in de koninklijke familie hebben de Ptolemaeën echter altijd redelijk goed weten te verhullen.[5]

De interne “harmonie” tussen de leden van het koningshuis werd onder andere naar buiten gebracht door de namen die aan de koningen gegeven werden. Zo betekend Philadelphus bijvoorbeeld “houdt van broers en zussen” en Philometer “houdt van zijn moeder”. De goede wil van de koningen voor de onderdanen werd ook via namen naar buiten gebracht. Euergetes betekent bijvoorbeeld weldoener en Soter bevrijder/redder.1 De naam Soter is in feite een goddelijke titel. Zo droegen Zeus, en later ook Christus deze titel.

Vanaf de vroegste perioden werd het een traditie om de zoon en opvolger van de koning met zijn vader te laten meeregeren voor diens dood. Dit werd onder andere gedaan om de stabiliteit in de koninklijke familie te verbeteren. Omwille van deze stabiliteit kwamen ook veel huwelijken tussen familieleden, zoals broers en zussen, voor. Het eerste huwelijk tussen broer en zus vond plaats met Ptolemaeus II Philadelphus en Arsinoë II. Deze huwelijken werden voortgezet tot aan het einde van de dynastie.[6]

De kracht van de Ptolemaeën-dynastie was het beste te zien buiten Egypte. Vanaf de eerste dagen als satraap van Egypte, had Ptolemaeus I steeds geprobeerd meer macht, prestige en territorium rond de Middellandse Zee te verkrijgen. Deze idealen werden gerealiseerd door diplomatie, maar ook soms door oorlog. De Ptolemaeën zijn eigenlijk nooit tevreden geweest met het idee zich in Egypte te moeten barricaderen, en als ze dit wel deden had dit meer te doen met noodzakelijkheid dan met vrije wil. Op een gegeven moment waren onder andere Cyprus en Cyrene onderdeel van het Egyptische rijk. Deze gebieden, en een groot aantal steden in Klein-Azië en het Egeïsch gebied, werden meestal geregeerd door leden van het koningshuis.[7]

 

Tijdens de regering van de Ptolemaeën, zijn grote aantallen Grieken in Egypte gaan wonen. De Ptolemaeën stimuleerden deze immigratie. De Grieken kregen een bevoorrechte positie in het land, en namen hun cultuur mee naar Egypte, dat daardoor steeds meer helleniseerde. De Hellenisatie van Egypte was onder andere zichtbaar in de godsdienst. De Ptolemaeën lieten de Egyptische cultuur wel toe, maar de afbeeldingen van de goden kregen bijvoorbeeld een Grieks uiterlijk.

 

 Figuur 1 : Standbeeld (in Griekse stijl) van de godin Isis.[8]

 

Vooral onder de heerschappij van de eerste twee Ptolemaeën, was er nog een duidelijke scheiding tussen Grieken en Egyptenaren zichtbaar. Later werd deze scheiding steeds minder duidelijk. Bovendien groeide de ontevredenheid over de bevoorrechte positie van de Grieken onder de Egyptische bevolking. Hierdoor kwam het onder de derde Ptolemaeïsche heerser tot een uitbarsting en volksopstand. Deze opstanden zijn hierna nog vaker opgetreden.

 

 

Medische wetenschap

 

De Ptolemaeën, vooral de latere, wilden steeds de glorie van hun voorgangers terug laten komen naar hun land.2 En glorietijden heeft Egypte gedurende de heerschappij van de Ptolemaeën zeker gekend. Vooral tijdens de regeringen van de eerste drie koningen, Ptolemaeus I Soter, Ptolemaeus II Philadelphus en Ptolemaeus III Euergetes I, was Egypte een zeer rijk land. Dit was onder andere te danken aan het goede organisatietalent van deze heersers.2

De glorie kwam voor een gedeelte ook door de verzameling van wetenschappers in Alexandrië, toentertijd het wetenschappelijk centrum van de wereld. De eerste Ptolemaeën deden van alles om wetenschappers, schrijvers en kunstenaars naar hun stad te halen en ze voor hen en hun stad te laten werken. Ook hebben de Ptolemaeën de wetenschappers altijd gesteund, gefinancierd en onder bescherming genomen. Daarom kan gezegd worden dat de bloei van de wetenschap in Alexandrië ook voor een groot gedeelte aan de (eerste) Ptolemaeën te danken is.

Gedurende deze tijd zijn buitengewone ontdekkingen gedaan in Alexandrië. Men zou zelfs kunnen stellen dat we tegenwoordig niet zoveel zouden weten, zonder het toen bereikte wetenschappelijk niveau.

Een van de gebieden waar wonderbaarlijke prestaties zijn gerealiseerd is de medische wetenschap. Het is werkelijk ongelofelijk om te zien, wat men toen al wist van, of te weten is gekomen over, het menselijk lichaam. Een dergelijk hoog niveau op medisch gebied is na Alexandrië pas weer in de renaissance voorgekomen. Pas in die tijd kon men als medisch student weer een mens van binnen zien. Wel moet vermeld worden, dat de kennis die in Alexandrië vergaard is, onmogelijk zou zijn geweest zonder de kennis, die in de Peripatetische school (School van Aristoteles* [9]) op het gebied van dieranatomie verzameld was.[10]

Dat de roem van Alexandrië nog lang na zijn eigenlijke bloeitijd (rond 100 n. Chr. werd hier al over gesproken als over een situatie uit een ver verleden[11]) voortleefde, blijkt uit het feit dat er zelfs in de eerste en tweede eeuw n. Chr. geen betere aanbeveling bestond voor een medicus uit de Grieks-Romeinse wereld, dan te kunnen wijzen op zijn scholing in Alexandrië. Dit was de enige plaats waar men nog met eigen ogen een menselijk skelet kon zien en waar met betrekking tot de anatomie van het menselijk skelet dus niet alleen verwezen werd naar de beschrijvingen, zoals ze in de oude teksten werden overgeleverd. Men diende er derhalve niet te steunen op toevalsanatomie.[12]

Zoals hierboven beschreven zal aan het einde van het verslag een antwoord worden gegeven op de vraag, waarom de bloeiperiode maar zo kort geweest is, en waarom het allemaal juist in Alexandrië heeft plaatsgevonden.

 

 

I. Historische achtergronden

 

Zoals in de inleiding al is aangegeven, is dit hoofdstuk vooral bedoeld om de historische achtergronden, die voor de rest van het verslag belangrijk zijn, weer te geven. Een aantal onderwerpen zullen in dit hoofdstuk aan de orde komen. In de eerste plaats zal worden weergegeven hoe de Ptolemaeën aan de macht zijn gekomen in Egypte. Dit is met name belangrijk voor de rest van het verslag, omdat de Ptolemaeën voor een belangrijk deel te danken zijn voor de enorme bloei van de wetenschap in hun land. Verder zal in dit hoofdstuk meer verteld worden over het leven van de eerste twee Ptolemaeën.

Ptolemaeus I zag zichzelf als een geleerde en wilde zich op die manier ook aan de buitenwereld presenteren. Door zijn toedoen zijn de eerste dichters en wetenschappers uit andere delen van de wereld naar Alexandrië getrokken. Ptolemaeus II heeft het werk van zijn vader voortgezet en uitgebreid. Onder zijn heerschappij bloeide de wetenschap in Alexandrië pas werkelijk en in die tijd heeft ze ook haar hoogtijdagen gekend.

Het is niet moeilijk voor te stellen dat de Ptolemaeën, als heersers in een voor hen vreemd land, nogal wat veranderingen in Egypte hebben aangebracht. Griekse en Macedonische immigranten kregen bevoorrechte posities en de Egyptenaren moesten het onderspit delven. Tijdens de regeerperiodes van de Ptolemaeën heeft dit nog wel eens tot problemen en tevens tot de Hellenisatie van Egypte geleid. Op het gebied van de godsdienst werd door de Ptolemaeën een hele nieuwe god gecreëerd. De godsdienst zal in dit hoofdstuk dan ook even aan de orde komen. Bovendien werden door de Ptolemaeën een aantal taboes doorbroken. Eén van deze taboes was het huwelijk tussen broers en zusters. Het doorbreken van taboes door het koningshuis, kan op wetenschappelijk gebied het doorbreken van taboes tot gevolg hebben gehad. Hierbij kan men onder andere denken aan het open maken van lijken, wat de enorm getailleerde beschrijvingen van organen en grote ontdekkingen op medisch gebied tot gevolg heeft gehad.[13]

 

 

1.1 : Hoe zijn de Ptolemaeën aan de macht gekomen in Egypte ?

 

Met de onverwachte dood van Alexander de Grote, op 10 juni 323 v. Chr. in Babylon, ontketende zich vrijwel meteen een grote strijd om diens rijk. Iedereen (en vooral de vertrouwelingen van Alexander) vroeg zich af, wie de grote koning moest opvolgen. Op zijn sterfbed had Alexander op deze vraag geantwoord : de beste/de sterkste[14]. Wist hij misschien dat er na zijn dood een grote strijd zou ontstaan? Moest de beste/sterkste dan als winnaar uit deze strijd komen? Toch gaf Alexander zijn zegelring aan Perdiccas*.[15]

Het is echter waarschijnlijk dat Perdiccas de zegelring heeft gekregen omdat hij tijdens Alexanders leven ook al vaker voor een tijdje diens “plaatsvervanger” geweest was, en niet zozeer om Alexanders echte opvolger te worden. Het was de bedoeling dat Perdiccas in de eerste tijd na Alexanders dood orde op zaken zou stellen.2

 

Na de dood van de koning hebben de belangrijkste personen een vergadering gehouden in het paleis van Babylon. Over twee dingen waren ze het allemaal eens :

Maar wie moest die koning worden?

 

Wanneer men uitging van een mannelijke opvolger uit de familie van Alexander, waren er drie mogelijkheden voor een opvolger :

 

Indien men uitging van deze drie kandidaten voor de troon, was het duidelijk dat er een regent aangesteld moest worden, aangezien geen van de drie (nog) alleen kon regeren. Deze regent zou dan ook, in ieder geval de eerstvolgende jaren, alle macht in handen hebben. Het is natuurlijk niet moeilijk te begrijpen dat dit een twistpunt werd.2

 

Hoewel de meeste aanwezigen zich uitspraken voor een van de drie mogelijke troonopvolgers, opperde Ptolemaeus een radicaler plan. Hij pleitte namelijk voor een soort parlement. Hier zouden de belangrijkste legervertegenwoordigers en medestrijders van Alexander een plaats innemen. Alle belangrijke beslissingen zouden dan in dit parlement genomen worden. Ptolemaeus schijnt er helemaal niet bij nagedacht te hebben dat dit idee het einde betekende van de Argeadische dynastie, de dynastie van Alexander. De anderen wel en Ptolemaeus kreeg dan ook niet veel steun voor zijn voorstel.2

 

Uiteindelijk werd besloten dat Perdiccas en Leonnatus* beiden als regent van de nog ongeboren zoon van Roxane zouden optreden. Zij zouden dan heersen over het Aziatische deel van het rijk, terwijl het Europese deel van het rijk werd toevertrouwd aan twee andere belangrijke personen uit Alexanders leger, namelijk Antipater* en Craterus*. Alle aanwezigen hebben vervolgens een eed gezworen de zoon van Roxane, en eigenlijk dus Leonnatus en Perdiccas, te gehoorzamen.[16]

Met deze beslissing waren de infanteristen het echter niet eens, die wilden Arrhideüs op de troon hebben. Opnieuw was er een conflict, want de cavaleristen stonden hun bevelhebbers (degene die bovenstaande beslissing hadden genomen) bij. Uiteindelijk werd er een compromis gesloten. Dit hield in dat zowel Arrhideus als de zoon van Roxane tot koning werd uitgeroepen. Perdiccas zou het zorgrecht voor de koningen overnemen. Hiermee kreeg hij, in ieder geval op papier, bijna de gehele macht in handen. Craterus zou als beschermer van het rijk van Arrhideüs op moeten treden. Dit in tegenstelling tot de positie die Alexander hem had toebedacht, namelijk Antipater aflossen als “strategós van Europa”. Antipater moest volgens het besluit nu gewoon zijn positie houden.[17]

 

Uit het voorgaande blijkt wel duidelijk dat Ptolemaeus niet voor het regentschap in aanmerking kwam. Men kan zich afvragen waarom. Op deze vraag geeft de literatuur echter geen antwoord.

 

Perdiccas wilde en kon het belangrijkste rijks-organisatiestelsel, namelijk de indeling van het rijk in satrapieën, niet veranderen. De vraag was echter wie van de belangrijkste diadochen (wat letterlijk opvolgers, maar hier de veldheren van Alexander betekent) welk gebied onder zijn leiding kreeg. Perdiccas moest rekening houden met de verschillende wensen van de veldheren. Deed hij dit niet, zou er immers vrijwel meteen weer een oorlog uit kunnen breken. Volgens de Rijksordening van Babylon, de uiteindelijk indeling van het rijk, die waarschijnlijk voor het einde van juni 323 vastgesteld was, werd Ptolemaeus als satraap van Egypte aangesteld.[18], [19]

 

 

1.2 : Ptolemaeus I Soter

 

Ptolemaeus, wat de krijgshaftige betekent, werd in 367 v. Chr. geboren als de zoon van Lagus en Arsinoë en stamde uit de Macedonische landstreek Eordaia[20]. Lagus was waarschijnlijk van een hogere geboorte, maar niet van vorstelijke afstammeling. Arsinoë stamde echter via een zijtak van de koninklijke familie af.[21], [22] In de koninklijke kringen werd zelfs een hele tijd beweerd, dat Ptolemaeus de zoon van Phillippus II, en daarmee een halfbroer van Alexander was. Deze leugen zou later een belangrijke propagandakreet van de Ptolemaeën worden.5

 

Zoals het de traditie was in Macedonië, ging Ptolemaeus, als kind van een adellijke familie, naar de “school” voor “koninklijke pages” (basilikoí paídes). Hij leefde gedurende die tijd in het paleis en groeide zo met de kroonprins op. Als kind of jonge man, raakte Ptolemaeus dan ook bevriend met Alexander de Grote.5

Ptolemaeus begeleidde Alexander waarschijnlijk al tijdens diens Europese veldtochten, als lijfwacht (somatophýlakes). Dit was/is een eretitel, gegeven aan de zogeheten “pleegbroers”, die samen met Alexander page geweest waren. Aan de Aziatische veldtochten deed hij vanaf het begin mee, ten minste, tijdens de slag van Issus (333 v. Chr.), bevond hij zich in de buurt van de koning. Aan de Perzische Poort, een bergpas in West-Iran, kreeg Ptolemaeus, naar het schijnt, voor het eerst een eigen commando (331/30 v. Chr.). Vanaf die tijd was Ptolemaeus’ ster rijzende. In Susa (324/23 v. Chr.) kreeg hij van de koning een gouden krans, net als de andere somatophýlakes, en een van de voornaamste dames van Perzië tot vrouw, namelijk Artakama. Zij was een dochter van Artabazus en Apame, die op haar beurt weer een dochter van Artaxerxes II was. Ook benoemde Alexander hem tot zijn edéatros.[23]

Tijdens de jaren van Alexanders heerschappij bewees Ptolemaeus dat hij een dappere, organisatorisch begaafde, en trouwe volgeling van zijn koning was.1

 

Het is moeilijk iets over de persoonlijkheid van Ptolemaeus te zeggen. Uit de verschillende overleveringen kan geconcludeerd worden, dat hij wel humor bezat en graag spotte. Hij schijnt grootmoedig te zijn geweest tegen zijn vrienden en bewonderde mensen met een zachtmoedig karakter.[24] Uit deze laatste zin zou men kunnen concluderen dat Ptolemaeus dan zelf geen zachtmoedig karakter heeft gehad. Hierover zegt de literatuur echter niets.

Ptolemaeus was geleerd en presenteerde zich dan ook zo aan de buitenwereld. Dit bewijst niet alleen het feit dat hij de Griekse mythologie kende, maar ook dat hij ook zelf als historicus en schrijver aan de slag is geweest. Bovendien schijnt hij een interesse te hebben gehad voor de schone kunsten. Hij heeft namelijk geprobeerd een schilderij, van de beroemde Atheense schilder Nikias, te kopen voor een prijs van 60 talenten[25]: een groot bedrag. Ondanks het bedrag is het hem helaas niet gelukt het schilderij in zijn bezit te krijgen.2

 

Ptolemaeus I was van 323 v. Chr. tot 305/304 v. Chr. alleen satraap van Egypte geweest. Pas na deze periode riep hij zich tot koning uit. Het woord satraap is overigens een Perzische term. Het wordt hier gebruikt omdat Egypte, toen het door Alexander veroverd werd, eigenlijk alleen maar een provincie was van het Perzische rijk en Alexander het Perzische bestuurssysteem integraal overnam.[26], [27]

Meteen vanaf het begin van zijn regeringsperiode heeft Ptolemaeus gedacht in de trant van overwinnende Macedoniërs en overwonnen volkeren. Bij deze overwonnen volkeren telde hij niet alleen de, tot dan toe in Egypte heersende, Perzen, maar ook de inheemse bevolking van Egypte. Deze gedachtegang heeft hij echter (gedeeltelijk) moeten laten varen. Het was voor Ptolemaeus I al snel duidelijk dat hij met deze instelling Egypte niet kon regeren.[28]

De eerste jaren van zijn satrapentijd heeft Ptolemaeus I in Memphis gewoond, ook in eerdere tijden de hoofdstad van het land. Pas later in de regeringstijd van Ptolemaeus I werd Alexandrië de hoofdstad van het Ptolemaeënrijk en de stad waar het hof zetelde. Deze verhuizing schijnt vooral het gevolg te zijn geweest van de buitenlandse politiek van Egypte.[29] Maar, ook al leefde Ptolemaeus I nu in Alexandrië, hij heeft nooit de interesse in Memphis verloren.[30]

 

In het begin van zijn regering heeft Ptolemaeus I vooral contacten gelegd met de vooraanstaande Egyptische families. Dit voornamelijk om hun medewerking te verkrijgen in zijn regering. Tot de vooraanstaande Egyptische families werden vooral de familie van de vroegere farao en diens regering, maar ook de families van (vooraanstaande) priesters gerekend. Hij schijnt zelfs vriendschappelijk contact te hebben gehad met de laatste farao van Egypte, Nektanebus.6

Aan het begin van zijn regeringsperiode moest Ptolemaeus I eerst orde op zaken stellen. De binnenlandse bevolking moest hem accepteren, en hij zat nog niet al te stevig op de troon van Egypte. Ptolemaeus had echter het voordeel dat de inheemse bevolking hem zag als een van de vertrouwenspersonen van Alexander de Grote.[31] Ptolemaeus liet zijn regeringsperiode beginnen op de sterfdag van Alexander de Grote. Hierdoor stroomde het charisma van Alexander op hem over. Tevens, probeerde hij een deel van de goddelijkheid van Alexander te verkrijgen door het lijk van de grote koning in zijn hoofdstad aanwezig te hebben.1, [32] Bovendien liet Ptolemaeus doorschemeren, verwant te zijn aan de familie van Alexander.1 Hij dong mee naar de hand van Cleopatra, de zus van Alexander, en maakte de verbinding tussen zijn huis en Heracles, de mythische voorvader van Alexander. Ook voerde hij ter ere van Alexander een cultus voor de overleden heerser in heel Egypte door.1, [33]

Hiernaast heeft hij zich in Memphis, dat voor Egypte een belangrijke symbolische betekenis had, mogelijk (!) tot koning/farao laten kronen.4 Om door de Egyptenaren als koning geaccepteerd te worden, moest Ptolemaeus eerst door de goden geaccepteerd worden. Voor de Egyptenaren waren de goden namelijk van oudsher geïncarneerd in de heersers van hun land. In Memphis was onder andere het centrum van de landsgod Ptah, die als in een van zijn vele titels werd aangeduid als de “koning van de twee landen”. Werd de nieuwe koning dus geaccepteerd door Ptah, zou het Egyptische volk hem ook als heerser accepteren.[34]

 

Figuur 2 : Munt met een afbeelding van Ptolemaeus I[35]

 

Om overzicht over zijn rijk te krijgen, hield Ptolemaeus I, net als veel farao´s voor hem, een volkstelling. Uit deze telling bleek dat er meer dan 3.000.000 mensen in het land woonden, verdeeld over ongeveer 3000 dorpen en steden.[36] Deze mensen waren volgens de Egyptische traditie in districten (gouwen) ingedeeld. Aan het hoofd van een district stond een leider. Deze leiders waren, vooral in het begin van Ptolemaeus´ I regeringsperiode, hoofdzakelijk van Egyptische nationaliteit. Ptolemaeus I hield echter wel toezicht op de districten. Dit deed hij onder andere door Macedonische militairen over het land te verdelen en zo de orde (in de verschillende districten) te bewaren.6, [37]

Volgens de geschriften van Pausanias* hebben de inwoners van Rhodos, na de opheffing van de belegering van hun stad in het jaar 304 v. Chr., Ptolemaeus I de naam Soter (wat letterlijk redder/verlosser betekent en tevens een goddelijke titel is) gegeven.[38]

 

“Voor de ingang van het theater, dat ze Odeum (Muziekzaal) noemen, staan de standbeelden van Egyptische koningen. Deze heten allemaal Ptolemaeus, maar elk heeft een eigen bijnaam. Eéntje wordt Philometer genoemd, en een andere Philadelphus, terwijl de zoon van Lagus Soter wordt genoemd. Een naam aan hem gegeven door de inwoners van Rhodos.”

 (Pausanias, Beschrijving van Griekenland, 1.8.1)[39]

 

Moderne schrijvers, met name R.A. Hazzard[40], spreken dit tegen. In een document, geschreven in demotisch schrift en uitgegeven op 28 november 304 v. Chr., wordt Ptolemaeus I echter daadwerkelijk als “redder” aangeduid. Hierdoor krijgt de opmerking van Pausanias een (zeer) hoge mate van geloofwaardigheid.3

 

Zoals hierboven al beschreven was Ptolemaeus I op literair gebied actief. Uit zijn vele beschrijvingen blijkt dat Ptolemaeus een sterk zelfbewustzijn heeft gehad. Zo vergeleek hij bijvoorbeeld zijn daden indirect met die van Alexander en de andere generaals. Het is hierbij zeer aannemelijk, dat hij zijn tegenstanders niet altijd goed uit de verf heeft laten komen.[41] Dergelijke beschrijvingen zijn echter verloren gegaan.

Door Ptolemaeus´ interesse op literair gebied is het niet verwonderlijk dat hij contact heeft gezocht met vooraanstaande schrijvers uit zijn tijd. Vele van hen hebben ook regelmatig zijn paleis betreden en zijn misschien voor anderen een reden geweest om ook naar Alexandrië te trekken. Ptolemaeus heeft deze mensen vooral opgezocht omdat hij hier zelf interesse aan had en deze mensen zeer waardeerde en niet, in de eerste plaats, om de Egyptisch cultuur op te vijzelen. De belangrijkste reden is echter misschien wel de drang om zijn hof van de nodige culturele glans te voorzien. In Alexandrië moesten volgens hem de Muzen een thuis hebben. In deze tijd van culturele opbloei aan het hof, kwam Ptolemaeus I ook in aanraking met Demetrius van Phalerum* en Theophrastus*.[42] Deze twee personen hebben een belangrijke rol gespeeld bij het opzetten van de reusachtige bibliotheek van Alexandrië, waarin de kennis en de gegevens van wetenschappelijke ontdekkingen werd bewaard. Demetrius van Phalerum heeft waarschijnlijk als eerste geopperd om een bibliotheek in Alexandrië te bouwen en Theophrastus heeft volgens Strabo* geholpen bij het opzetten en runnen van de bibliotheek van Alexandrië2, [43]:

 

“Aristoteles heeft zijn eigen bibliotheek nagelaten aan Theophrastus, aan wie hij ook zijn school naliet. Theophrastus is de eerste man, zo ver als ik weet, die boeken heeft verzameld en de koningen van Egypte geleerd heeft, hoe men een bibliotheek moet ordenen.”

 (Strabo, Geografie, 13.1.54)2

 

Toen Ptolemaeus I ouder werd, koos hij als mederegent niet de zoon van Eurydice, Ptolemaeus Keraunus, die Demetrius van Phalerum aanraadde, maar de zoon van Berenice: Ptolemaeus.

Ptolemaeus I is in het begin van 282 v. Chr. (vermoedelijk) een natuurlijke dood gestorven, op 84-jarige leeftijd.[44], 2 Geruchten van een niet-natuurlijke dood, zijn waarschijnlijk verspreid door de partij van Ptolemaeus Keraunus.[45]

 

 

1.3 : Ptolemaeus II Philadelphus

 

Deze tweede persoon in de lijn van de Ptolemaeïsche heersers, kwam als alleenheerser van Egypte aan de macht in het begin van het jaar 282 v. Chr., na een aantal jaren mederegent van het rijk te zijn geweest.[46], [47] Zijn regeringsjaren werden oorspronkelijk van zijn kroning af geteld, maar later heeft Ptolemaeus II zijn regentschapsjaren ook mee laten tellen.4 Hij zal hier uitgebreid worden beschreven, aangezien onder zijn bewind de glorietijd van de wetenschap is geweest. Tijdens zijn regeringsperiode zijn dus ook de belangrijkste ontdekkingen op medisch gebied gedaan, waar later op teruggekomen wordt. Om deze glorietijd te bewerkstelligen heeft Ptolemaeus II in eerste instantie het bewind van zijn vader verder doorgevoerd, maar alles in de tweede plaats wel veel grootser aangepakt.

 

Het is interessant om te weten dat Ptolemaeus de naam Philadelphus nooit gedragen heeft tijdens zijn leven. Hij was simpelweg bekend als Ptolemaeus, zoon van Ptolemaeus. Het was kennelijk nog niet tot hen doorgedrongen dat de naam Ptolemaeus de naam van een hele dynastie zou gaan weergeven of dat alle latere mannelijke heersers van hun lijn Ptolemaeus zouden gaan heten. In de ogen van Ptolemaeus I en II was hun naam gewoonweg de naam van een Macedonische man en diens zoon die, in feite per toeval, op de troon van Egypte terecht waren gekomen.3

Het karakter van de zoon, was heel anders dan het karakter van de vader. In tegenstelling tot zijn vader, die in de eerste plaats echt een man van de oorlog was geweest, lagen de interesses van Ptolemaeus II veel meer bij het intellectuele en artistieke dan die van zijn vader, en hierdoor had hij ook een zachter karakter dan zijn vader.3

De opvoeding van Ptolemaeus II werd vooral verzorgd door Strato*, een vooraanstaand man uit de school van Aristoteles.

Aan Ptolemaeus´ uiterlijk was nog heel goed te zien dat hij eigenlijk uit Macedonië afkomstig was. Bovendien had hij de aanleg geërfd om dik te worden in zijn latere leven, net als de meeste Ptolemaeën later. Het blijkt dat Ptolemaeus II niet van lichamelijke oefeningen gehouden heeft[48], dit kan mogelijk zijn gekomen door een zwakheid in de ledematen of door een overbezorgdheid voor zijn eigen gezondheid.3

Tijdens de regeringsperiode van Ptolemaeus II waren er veel oorlogen. Deze werden voornamelijk gevoerd door de generaals en admiraals van Ptolemaeus. Er is maar één keer geweest, zover bekend, dat Ptolemaeus zelf in de oorlog gereden is, net als zijn vader. Dit was tijdens een expeditie langs de Nijl. In het jaar 281 v. Chr. rommelde het in de landen oostelijk van de Middellandse Zee. De laatste twee personen van de generatie van Alexander de Grote, Seleucus* en Lysimachus*, begonnen namelijk een oorlog. Pas een halve eeuw na de dood van Alexander de Grote, bedaarde de situatie in het oosten van de Middellandse Zee en was er voor het eerst weer sprake van stabiele regeringen.

Gedurende de regeringsperiode van Ptolemaeus II was er een uitgebreid verkeer, op politiek en militair gebied, tussen deze verschillende regeringen. Het Macedonische Egypte, heeft tijdens deze regeerperiode de top bereikt, wat macht en glorie betreft.1 En, hoewel Ptolemaeus II, het toppunt van macht en rijkdom heeft meegemaakt, heeft hij volgens één bron[49] uiteindelijk begrepen, dat dit allemaal maar ijdelheid was geweest. De bron verteld dat Ptolemaeus II na een ernstige jichtaanval, uit het raam van zijn paleis zat te kijken en daar een groep van de armste inheemse bevolking langs het kanaal zag lopen. Ze waren het kleine beetje eten dat ze verzameld hadden aan het eten en lagen op het warme zand. Bij dit uitzicht schijnt hij verbitterd te hebben uitgeroepen dat hij niet als één van deze mensen geboren was.[50]

De wil van de Ptolemaeën om zich effectief met de politiek van de Griekse wereld te bemoeien, maakte het hen onmogelijk, om aan buitenlandse verwikkelingen te ontkomen.1

 

Rond het jaar 274 v. Chr. trouwde Ptolemaeus II met zijn zuster Arsinoë. Deze was uit Macedonië teruggekeerd en had de ambitie om koningin van Egypte te worden, wat met de voltrekking van het huwelijk ook gebeurde. Dit huwelijk heeft voor een hoop opschudding gezorgd. Een huwelijk tussen een broer en een zus, was in de Griekse wereld eigenlijk nooit voorgekomen, hoewel de Egyptenaren dit niet zo’n vreemd idee vonden. Bij de vroegere farao’s was dit immers ook al voorgekomen. Een schandaal stond op het punt om uit te breken.[51] De dichter Sotades[52] spotte met het nieuwe koningspaar en moest dat later met zijn leven bekopen. De Hofdichter Theocritus* verheerlijkte daarentegen het paar en verkreeg hierdoor grote roem. Hij vergeleek het paar met de goden.2 De Grieken moesten het paar dan ook eigenlijk als goden bekijken, en bij de goden kwamen wel vaker huwelijken tussen broer en zus voor (bijvoorbeeld Zeus en Hera). Uiteindelijk is de situatie nog goed afgelopen.

Ook Arsinoë kreeg (later) als bijnaam Philadelphus en van geen enkele andere koningin zijn zoveel gedenktekens in de Griekse wereld terug te vinden als van haar. Zo had ze standbeelden staan in Athene en Olympia.[53] Zij had tijdens het huwelijk de eigenlijke macht van Egypte in handen en maakte daar ook gebruik van. Tijdens de regering van Arsinoë gebeurde het bijvoorbeeld, volgens Pausanias, dat lastige familieleden uit de weg werden geruimd. Of dit op haar bevel, of op wens van Arsinoë en op bevel van Ptolemaeus is gebeurd, is niet duidelijk.2, [54] Wat Ptolemaeus II van dit alles gedacht moet hebben, is niet overgeleverd.4, [55], [56], [57]

Arsinoë stierf in juli van het 269 v. Chr. Een inscriptie van hiërogliefen vermeld, in de taal van de priesters, dat in de maand Pachon van het vijftiende regeringsjaar van Ptolemaeus II “deze godin vertrokken is naar de hemel; ze was herenigd met het gevolg van Ra”[58]. Met haar dood begon de regering van Ptolemaeus een nieuw tijdperk, maar toch bleef de geest van Arsinoë grotendeels regeren in Alexandrië.[59]

 

Een paar jaar later, komt een jonge Ptolemaeus, zoon van Ptolemaeus II, ten tonele en deelt samen met zijn vader de troon. Men zou ervan uitgaan dat deze zoon de toekomstige Ptolemaeus III is, maar zijn naam verdwijnt tussen mei en november van het jaar 258 v. Chr. geheel uit de geschriften. De historici hebben dit probleem nog steeds niet geheel opgelost. Eén theorie die naar voren komt, en de minste haken en ogen lijkt te hebben, is dat deze genoemde Ptolemaeus een oudere zoon van Ptolemaeus II bij Arsinoë I is geweest. Wanneer deze in 258 v. Chr. gestorven is, heeft hij geen afdruk in de geschiedenis achtergelaten.[60]

Feit is in ieder geval dat een Ptolemaeus III op de troon is gekomen. Het begin van zijn regeringsperiode wordt vastgesteld in het jaar 247 v. Chr. Op dit tijdstip deelde hij de troon nog met zijn vader. Het is mogelijk dat Ptolemaeus III de belangrijkste regeringstaken op dit tijdstip wel al in handen heeft gekregen.1 Een ander feit is, dat Ptolemaeus III zich altijd de zoon van Ptolemaeus II en Arsinoë II heeft genoemd.1

In het jaar 245 v. Chr., op de 25ste van de Macedonische maand Dios (wat overeenkomt met 27 januari van onze kalender), stierf Ptolemaeus II Philadelphus op 63-jarige leeftijd.1 Hiermee eindigde de regering van de grootste koning van zijn tijd.

 

Figuur 3 : Gouden munt met de afbeeldingen van Ptolemaeus II Philadelphus en Arsinoë II. Ptolemaeus is op Griekse wijze gekleed en heeft een diadeem om. Arsinoë heeft eveneens een diadeem en draagt een sluier.[61], [62]

 

 

1.4 : De Ptolemaeën in Egypte

 

De Ptolemaeën hadden hun aanspraken op de troon van Egypte verdiend door “de speer”. Zij hadden immers, zij het samen met Alexander en zijn andere generaals, het land veroverd. Ze zaten nu alleen wel als buitenlanders op een plaats waar ze in principe helemaal geen binding mee hadden.[63] Toen de eerste Ptolemaeën in Egypte aan de macht kwamen, stootten zij dan ook onontkoombaar op een groot probleem. Zij wilden het land namelijk regeren volgens hun eigen (Griekse/Macedonische) principes, maar dat ging natuurlijk niet op alle gebieden.

Om dit toch, waar mogelijk, voor elkaar te krijgen, moesten er Grieken en Macedoniërs naar Egypte komen om de tradities van de Ptolemaeën in stand te kunnen houden.[64]

 

Tijdens de strijd die ontstond na de dood van Alexander de Grote, was het voor Ptolemaeus belangrijk om zijn eigen positie (onafhankelijkheid) in Egypte te behouden, en tegelijkertijd zijn aandeel in de zaken van het grote rijk van Alexander te krijgen. Om deze redenen was een sterk leger en een sterke vloot van levensbelang voor hem. Het enige leger waarop Ptolemaeus kon vertrouwen, was een van Griekse en Macedonische oorsprong. Ook de officieren moesten geschoold zijn in de oude militaire traditie van Macedonië. Dat zo’n leger met hun gevechtstechniek superieur was aan de andere legers, had Alexander immers meermaals bewezen. Bovendien waren de binnenlandse soldaten niet voldoende getraind of loyaal aan een monarch om het tegen Grieken of Macedoniërs op te nemen of om ze op zo’n belangrijke onderneming in te zetten. En niemand durfde het aan om de Egyptenaren op Griekse/Macedonische wijze te trainen voor een leger. Men wist immers niet of het wel een goed leger zou worden, dat op dezelfde wijze zou kunnen vechten als de “onverslaanbare” Grieken en Macedoniërs. En er stond teveel op het spel om te experimenteren met een “nieuw” leger.[65]

Om zich van de loyaliteit van de Macedonische legers te verzekeren, werd er een speciale positie aan hen gegeven binnen de samenleving. Deze positie werd het recht van iedere soldaat. Daarnaast kregen ook Grieken een bevoorrechte plaats in Egypte en aan het hof.1

 

Behalve legers hadden de Ptolemaeën ook geld nodig. Omdat ze vaste sommen nodig hadden voor hun oorlogsvoering, konden ze niet vertrouwen op een economie die bijna geheel was opgebouwd uit een landbouweconomie. Er moest dus een reorganisatie van de economie plaatsvinden. Deze reorganisatie was volgens de Ptolemaeën alleen mogelijk door Griekse zakenlieden en Grieks kapitaal naar Egypte te halen. Om deze reden voelde Ptolemaeus zich gedwongen om de deuren van Egypte wijd open te zetten voor Grieken en Macedoniërs[66], zowel soldaten als burgers, en hen te verzekeren van de mogelijkheid om in Egypte te leven volgens de Griekse wijze en hen privileges en een dominante positie in Egypte te geven. De immigranten gingen namelijk absoluut niet akkoord met het feit dat ze dezelfde positie en rechten zouden krijgen als de Egyptenaren Het leven op Griekse wijze hield automatisch in dat er Griekse scholen kwamen en sportgelegenheden, ontworpen volgens Grieks model.3

Er werd ook nog een Macedonische traditie ingevoerd. De kinderen van de vooraanstaande Griekse en Macedonische burgers, mochten in het paleis van de koning wonen en werden samen met diens kinderen opgevoed. Men geloofde dat er door het samen opgroeien een hechtere vriendschap kon ontstaan, wat de later te bewijzen loyaliteit aan de koning ten goede kwam.[67]

 

Maar met het komen van Grieken en Macedoniërs was het probleem van Ptolemaeus nog niet helemaal opgelost. De inheemse bevolking telde immers misschien wel enkele miljoenen en het aantal immigranten slechts duizenden. Bovendien had de inheemse bevolking het voordeel dat het al duizenden jaren in deze gebieden geleefd had en volgens bepaalde tradities. De Griekse immigranten hadden hierbij een nadeel omdat ze nu in een voor hen vreemde omgeving waren slechts geleidelijk een nieuw systeem onder nieuwe condities konden opbouwen.1

 

 

1.5 : Godsdienst

 

De Goden waarvan het huis van de Ptolemaeën afstammelingen claimden te zijn waren Heracles en Dionysus. De Egyptische priesters hebben naar alle waarschijnlijkheid de koning van Egypte als de zoon van Ra beschreven in hun tempels[68] en Ptolemaeus I heeft zich op Egyptisch wijze als koning laten kronen.[69] De Ptolemaeën kenden echter niet voldoende Egyptisch om de symbolen in Griekse woorden om te vormen en als dit wel het geval was, lieten ze toe dat de priesters hen eerden op hun inheemse wijze. Het is een feit dat alleen Cleopatra VII, de laatste heerser uit het huis van de Ptolemaeën, zonder tolk vloeiend Egyptisch kon spreken.2, [70] Toen Cleopatra de taal van haar inheemse onderdanen wilde leren, werd dit als zeer bijzonder beschouwd.2

 

Het behoud van de traditionele religie was vanaf het begin fundamenteel voor de Ptolemaeën.[71] De Ptolemaeën kwamen er namelijk al snel achter dat hun onderdanen, niet voor eeuwig in aparte groeperingen onderverdeeld konden worden. Ze zijn dan ook op zoek gegaan naar raakvlakken tussen de verschillende bevolkingsgroepen die het land rijk was.[72] Eén van deze raakvlakken was de religie en één ding dat de Ptolemaeën nooit veranderd hebben is de organisatie van de Egyptische priesters met hun verschillende hiërarchieën.[73] Ook de Egyptische religie op zich werd volledig door de Ptolemaeën geaccepteerd en nooit gehelleniseerd.[74], [75] Dit had vooral te maken met het feit dat de Ptolemaeën de Priesters nodig hadden om het volk van Egypte te kunnen regeren. De priester-elite had namelijk de macht op het platteland. Zolang de Ptolemaeën de priesters dus tevreden hielden, konden ze het volk van Egypte regeren. De priesters konden onder andere tevreden worden gehouden door het onderhouden van de oude en het bouwen van nieuwe tempels en heiligdommen.[76]

Op papier was de officiële religie de Griekse, met de culten van onder andere Zeus en Poseidon. In werkelijkheid was het zo dat er een menging plaatsvond van de Griekse en Oosterse culten. Ook werden door de immigranten uit verschillende gebieden ook lokale culten van thuis meegenomen.[77]

 

In de tijd van Alexander de Grote was Zeus-Amon van Siwa een algemeen gerespecteerde god. Dit was al zo geweest in de vierde eeuw voor Christus. De god was van oorsprong Egyptisch, maar was ook in Griekenland en Macedonië bekend. Hij werd rond de beschreven tijd in vele gebieden van de wereld vereerd. Alexander de Grote had deze godheid dan ook uitgekozen om zijn ideologie van goddelijke afkomst te ondersteunen.6

Na de dood van Alexander, hadden de Ptolemaeën geen behoefte meer aan goden die zowel in Egypte, als in delen van Griekenland en Macedonië werd vereerd. Vandaar de Zeus-Amon geen al te grote rol meer kreeg in Egypte. Waarschijnlijk is dit tegen Alexanders idee ingegaan.[78]

De Ptolemaeën hebben in de religie veruit de grootste rol gespeeld met het invoeren van de cultus van Sarapis.

 

Al voor de stichting van Alexandrië door Alexander de Grote, vereerden de Grieken in Memphis een god die in het Serapeum, dat in de nabijheid van de necropolis (een zeer uitgebreide begraafplaats of een grafcomplex) lag, woonde. De Ptolemaeën zagen hierin mogelijkheden en wisten deze ook te gebruiken. Dit bewijst dat de (eerste) Ptolemaeën een goed politiek inzicht hebben gehad.1

Het Serapeum had tijdens de laatste Egyptische dynastieën een enorme bloeitijd meegemaakt. In het zuiden van het gebouw lagen de galerijen van Apis, de Osiris-Apistempel en de zogenoemde Oosttempel. In het noordelijke gedeelte lag de tempel van Isis, in de theologische vorm de moeder van Apis.[79], 2 Na de dood van de heilige stieren die in de tempel verbleven, werden deze Osiris-Apis genoemd. Als hemelgod werd hij later ook aangeduid als Apis-Osiris.[80], [81], [82] Deze god werd reeds in de satrapentijd van Ptolemaeus I Soter gehelleniseerd. Dit houdt in dat hij qua naamgeving, eigenschappen en figuur op Griekse wijze omschreven en weergegeven werd. Zodoende ontstond een nieuwe cultus. De cultus van de god Sarapis.2 Een Egyptische priester en historicus, genaamd Manetho*, schijnt bij het verwezenlijken van de nieuwe cultus een grote rol te hebben gespeeld[83].1, [84]

 

Figuur 4: Marmeren sculptuur van Sarapis, afkomstig uit Pergamon, tweede eeuw n. Chr.1

 

De cultus van Sarapis werd, naast de cultus van Alexander, door Ptolemaeus I Soter als officiële godsdienst voor zijn nieuwe staat ingevoerd.4 Waarom heeft Ptolemaeus I deze religie ingevoerd? Dacht hij misschien dat het beter was als al zijn onderdanen dezelfde goden als hem aanbaden?4, 7 Of wilde hij, net als Echnaton voor hem, een geheel nieuwe god voor zijn rijk creëren? Op deze vragen is tot nu toe nog geen eenduidig antwoordt gegeven en misschien zal dit er ook nooit komen.4 Waarschijnlijk is Sarapis ontstaan uit het besef dat de Egyptische godenwereld begrijpelijk moest worden gemaakt voor de Grieken.6

 

Sarapis kreeg een aantal verschillende functies toegedeeld. Volgens de traditionele Egyptische theologie, kreeg hij de functie van Koning van de Onderwereld (Osiris) en vruchtbaarheidsgod (Apis). In de Griekse theologie werd de nieuwe god zowel een personificatie van Dionysus als van Zeus-Hades.[85] Naast de attributen van de genoemde goden, had hij ook nog de attributen van Helios en Asclepius.[86] Sarapis werd begeleid door Isis[87], [88], voor wie Alexander de Grote in Alexandrië al een tempel gebouwd had.3, [89]

De betrokkenheid met Osiris werd door de Ptolemaeën, onder andere Ptolemaeus II en III, uitgedrukt door afbeeldingen op munten. Op deze munten staat Sarapis afgebeeld als Zeus met een Atefkroon (die normaal gesproken het hoofd van Osiris siert)[90].3

 

Figuur 5 : De Atefkroon[91]

 

Ptolemaeus I Soter liet op de heuvel van Rakotis het eerste Serapeum van Alexandrië bouwen en het is niet verwonderlijk dat het godenpaar Sarapis en Isis, als koning en koningin van de andere goden, al snel de hoofdgoden van de Ptolemaeën werden.[92]

Ptolemaeus III zette de godsdienstpolitiek van zijn grootvader voort en gaf de opdracht het Serapeum nieuw op te bouwen in Griekse stijl. Er kwamen onder andere aparte kamers voor Isis en Sarapis en een grote bibliotheek.7, [93]

 

De god sprak de Ptolemaeën in feite op twee punten aan: aan de ene kant als Egyptische en aan de andere kant als Griekse godheid.8 Hoewel uit bronnen op te maken is, dat de nieuwe godsdienst een groot succes en Sarapis hét symbool hiervan was[94], bleef Sarapis voor de Egyptenaren grotendeels de Memphische vorm van Osiris, of de “oude” Osiris met een Griekse naam.8, 10 In het Egyptische milieu had de nieuwe cultus dus niet echt het verwachtte effect.10

 

 

Figuur 6 : Alexandrijnse munt ten tijde van Trajanus. Hierop is het Serapeum weergegeven, met een beeld van Sarapis.[95]

 

De cultus van Sarapis verspreidde zich echter wel over heel Egypte en naar het oosten van de Middellandse Zee, en was vooral aanwezig in Alexandrië en Memphis.4, 8 Hier kunnen ook nu nog overblijfselen van het enorme Serapeum en een aantal sarcofagen van de stier Apis bekeken worden.[96]

 

“Wanneer men afdaalt naar het lager gelegen gedeelte van de stad, vindt men een heiligdom van Sarapis. De verheerlijking van deze godheid, hebben de inwoners van Athene overgenomen van Ptolemaeus. Van de Egyptische heiligdommen van Sarapis, ligt het beroemdste in Alexandrië en het oudste in Memphis.”

 (Pausanias, Beschrijving van Griekenland, 1.18.4)[97]

 

Naast deze nieuwe cultus, werden ook de koninginnen (onder andere Arsinoë II en Berenice II) van Egypte als godinnen vereerd en weergegeven. Deze koninginnen werden grotendeels weergegeven als Isis.[98] Onder de regering van Ptolemaeus III kwam ook de verering van het koningshuis en de vorming van een koningscultus echt op gang. Deze verering werd (gedeeltelijk) vastgesteld in het canopusdecreet.[99]

 

Figuur 7 : Canopusdecreet, bovenste gedeelte van de stèle van Kom el-Hisn. Hierop is de aanbidding van de koning in de tijd van de eerste Ptolemaeën te zien. In de linkerhelft is te zien (van het midden naar links) : Ptolemaeus III, gevolgd door Berenice II, Thot, Sechat, het tweede en als laatste her eerste Ptolemaeënpaar. In de rechterhelft is te zien (van met midden naar rechts) : de gouw-godin van het derde Beneden-Egyptische district, Hathor, Sechmet, Sechat-Hor, Amon-Ra en Horus. De laatste twee figuren aan deze kant zijn weggevallen/afgebroken. Het onderschrift in hiëroglyfen is hier weggelaten. [100], [101]

 

 

Het is trouwens niet eenvoudig om de Egyptische goden op Griekse wijze te identificeren. Er bestaan geen simpele parallellen tussen deze twee, zoals die er wel zijn tussen de Griekse en Romeinse goden. Het feit dat er niet makkelijk identificatie kan plaatsvinden is vanwege het feit dat er verschillende identificaties waren in de verschillende regio’s (bovendien kwamen er door de eeuwen heen ook nog wel veranderingen voor). De meest voorkomende identificaties van Egyptische en Griekse goden waren : Amon-Zeus, Horus-Apollo, Toth-Hermes, Afrodite-Hathor en Ptah-Hephaestus.[102]

 

Men heeft altijd het idee dat de meeste en meest indrukwekkendste tempelgebouwen gebouwd zijn ten tijde van de farao’s, maar vele van deze gebouwen zijn uitgebreid of opgericht ten tijde van de Ptolemaeën. Zo werd de tempel van Amon te Karnak bijvoorbeeld uitgebreid door de Ptolemaeën en de tempel van Isis in Philae is opgericht door Ptolemaeus II en diens werk is voortgezet door Ptolemaeus III.[103], [104]

 

Het lijkt misschien raar, maar er is tot nu toe nog geen Griekse tempel in Egypte gevonden, hoewel ze in veel documenten vermeld worden. Alle opgegraven tempels waren ofwel die van Egyptische goden of van niet-Griekse goden die onder Egyptische invloed zijn gekomen. Wel is zeker dat vele Egyptische tempels gebouwd zijn door Grieken. En er zijn ook voldoende bewijzen te vinden voor het feit dat de Grieken de Egyptische goden wel, maar de Egyptenaren de Griekse goden niet accepteerden. Hieruit kan opgemaakt worden, dat de Grieken zich min of meer Egyptisch gingen gedragen op het gebied van de godsdienst. En langzaam aan gebeurde dit ook op andere gebieden.[105]

 

 

1.6 : De Hellenisatie van Egypte

 

Over het leven in Alexandrië in de tijd van de Ptolemaeën is helaas niets met zekerheid te zeggen. Er zijn echter wel een aantal bronnen gevonden die indrukken mogelijk maken. Zo is Alexandrië in vroege Hellenistische dichtkunst beschreven door Theocritus. Uit deze bronnen blijkt duidelijk dat Alexandrië in de tijd van de (eerste) Ptolemaeën een echte wereldstad was, waar andere steden grotendeels bij in het niet vielen. Het kon echt gezien worden als de hoofdstad van de wereld.[106]

 

De steden in Egypte waren naar de buitenwereld toe Grieks, maar omdat er eigenlijk twee bevolkingslagen ontstonden, de inheemse bevolking en de Griekse immigranten,die vooral in de eerste eeuw van de Ptolemaeïsche regering massaal naar Egypte kwamen[107], moet men zich afvragen in hoeverre deze twee verschillende culturen elkaar beïnvloedden.

Toen de Grieken naar Egypte kwamen, namen zij hun wetten, onderwijs, tradities en cultuur mee en, zeker in het begin, was er een strikte scheiding tussen de Grieken en de inheemse bevolking van Egypte. Maar ongetwijfeld zijn de twee verschillende culturen in latere tijden meer naar elkaar toe getrokken.4

Zo is het niet moeilijk voor te stellen dat er huwelijken tussen Grieken en Egyptenaren hebben plaatsgevonden. Hierbij moet wel vermeld worden dat huwelijken tussen de twee culturen tot in de tijd van de Romeinen als niet-geldig konden worden beschouwd door lokale wetten. Dit was onder andere het geval in Alexandrië, Naucratis en Ptolemaïs.4, [108] Deze “Griekse” steden van het land waren sowieso tot op zekere hoogte niet onderhevig aan de algemene wetten van Egypte[109]. De inwoners van deze steden leefden grotendeels volgens de wetten van een Griekse stad, maar toch ook onder het toeziend oog van de heerser. Dat de steden niet onafhankelijk functioneerden, blijkt onder andere uit het feit dat geen enkele stad het recht om munten te slaan bezeten heeft.[110]

 

De initiatieven voor iets nieuws waren steeds afkomstig uit Alexandrië. Het zal dus duidelijk zijn dat de cultuur in Alexandrië een grote invloed had in het leven van alle onderdelen van Egypte, zowel de Egyptenaren als de Grieken. De Ptolemaeën nodigden vanuit alle windstreken de beste dichters, wetenschappers, architecten en beeldhouwers naar hun stad en lieten deze werken voor hen en hun stad. In het werk van deze mensen waren echter geen Egyptische elementen terug te vinden. Het hoge niveau van de wetenschap in die dagen is echter ondenkbaar zonder de Bibliotheek en de constante subsidies en steun van de stad en het vorstenhuis.[111]

 

Uit oude teksten en geschriften wordt duidelijk dat onder andere de Joden, die vooral een drang tot Hellenisatie blijken te hebben gehad[112], Grieks spraken. Ook een gedeelte van de Egyptenaren, hoewel waarschijnlijk alleen de elite, sprak Grieks, maar geen enkele inheemse bewoner werd in zijn hart of uiterlijk ooit een Griek. Er was een te scherp contrast, onder andere op cultureel en taalgebied, tussen de twee culturen en de Egyptenaren leefden hun leven voort op de traditionele wijzen.1, [113] Dus in zoverre is de Hellenisatie van Egypte toch niet echt geslaagd.

 

In dit subhoofdstuk moet een onderscheid gemaakt worden tussen de Grieken die in de grote steden en de Grieken die op het land woonden. In de grote steden waren de mensen, vooral in de eerste generaties, veel meer geneigd hun eigen cultuur trouw te blijven. Op het platteland was de invloed van de stad veel minder en hadden alle mensen, zowel Grieken als Egyptenaren dezelfde problemen.1

Op het platteland waren alle inwoners in dezelfde mate geheel afhankelijk van de koning. Bovendien leefden er op het land minder Grieken dan in de stad. Hierdoor waren de Grieken op het land omgeven door een groter aantal Egyptenaren. Dit laatste had tot gevolg dat er op het land meer huwelijken plaatsvonden tussen Grieken en Egyptenaren. De eerste generatie kinderen zal nog wel op Griekse wijze zijn opgevoed, o.a. doordat de kinderen toch nog steeds tot de “bevoorrechte” Griekse klasse behoorde en ook omdat dit betere toekomstperspectieven bood. Het leven in de grote steden en alle organisatorische dingen, werden op Griekse wijze geregeld. In de latere generaties, zal de Egyptische levenswijze echter steeds meer in de opvoeding zijn geslopen, waardoor er uiteindelijk een samensmelting van de twee verschillende culturen te zien zal zijn geweest. Hier werden de Grieken dus meer en meer “Egyptisch”.1

De versmelting tussen Grieken en Egyptenaren heeft op het platteland dan wel eerder plaatsgevonden, maar na langere tijd in Egypte geleefd te hebben, werden de Grieken in de grote steden ook meer en meer Egyptisch, zowel in de manier van uitzien, interesses en de manier van leven in het algemeen.[114] Dit gebeurde uiteindelijk zelfs in de hoogste kringen van de samenleving.[115]

 

Doordat de Grieken steeds meer op de Egyptenaren gingen lijken, ontstonden er nieuwe wroegingen in het land. De Egyptenaren zagen immers de veranderingen van de Grieken en waren het dan ook helemaal niet eens met de voorkeursbehandeling die de Grieken nog steeds kregen. Met andere woorden: het beeld van de Grieken als superieure mensen, werd vervangen door een beeld van de Grieken als onderdrukkers. En geleidelijk aan werd dit beeld steeds meer omgezet in haat. De Egyptenaren vonden de Grieken uiteindelijk geen haar beter dan alle andere onderdrukkers die ze in de vele eeuwen van hun cultuur gekend hadden. Op het platteland hadden de Grieken bijvoorbeeld het beste land en de beste huizen tot hun beschikking. De Egyptenaren moesten voor hen werken, werden in het rond gecommandeerd en geplunderd en op de een of andere manier was de wet bijna altijd op Griekse zijde.[116]

Onder aanvoering van de priesters kwamen er vele opstanden, totdat het probleem onder het bewind van Ptolemaeus III Euergetes voor het eerst helemaal escaleerde. Later in de geschiedenis van Egypte, nam het nationalisme alleen maar toe en dit heeft geleid tot felle opstanden onder het bewind van latere Ptolemaeïsche heersers. Deze opstanden hebben de Egyptenaren trouwens niet veel opgeleverd en uiteindelijk heeft het tot de verwoesting van Thebe in 85 v. Chr. geleidt.1

 

De opstanden van de Egyptenaren hadden echter toch wel één ding belangrijk resultaat: de Ptolemaeën werden hierdoor gedwongen om een zijde te kiezen. De “Grieken” van Egypte vreesden voor hun privileges en stonden schouder aan schouder om hun koningen te verdedigen. Dit was de enigste manier om hun rechten en privileges te behouden. Zij aan zij met de Grieken stonden zowel de niet-Grieken als –Egyptenaren, evenals de Egyptenaren uit de hogere kringen, die voor een Groot gedeelte “Grieks” geworden waren.

Al deze mensen waren sterker dan de Egyptenaren en lieten niet toe dat Egypte terug zou gaan naar de tijd van de 28ste-30ste Dynastieën, toen de Egyptenaren de macht in handen hadden en de Grieken hun onderdanen waren.[117]

 

 

II. Alexandrië

 

In dit hoofdstuk zal de stad Alexandrië uitgebreid aan bod komen. In deze stad vierde de wetenschap zijn hoogtijdagen tijdens de regering van Ptolemaeus II Philadelphus. En hier hebben dus ook de belangrijke ontdekkingen op medisch gebied plaatsgevonden. Tevens is de stad belangrijk geweest voor het algehele klimaat van de wetenschap, omdat de bibliotheek hier gevestigd was. Dit immense gebouw bevatte in zijn hoogtijdagen de belangrijkste en misschien ook wel de meeste informatie in de wereld.

Verder was het hof gevestigd in Alexandrië en waarschijnlijk heeft dan ook de pracht van het hof over de hele stad geschenen.

Wanneer men alleen al in de verschillende bronnen leest over Alexandrië, is het niet moeilijk voor te stellen dat veel wetenschappers en ook andere mensen uit de gehele wereld naar deze stad kwamen. De stad was in de tijd van Ptolemaeus II Philadelphus in principe het centrum van de wereld te noemen. De vuurtoren, gebouwd op het eilandje Pharos, behoort zelfs tot een van de zeven klassieke wereldwonderen.

In dit hoofdstuk zal onder andere de stichting van de stad aan de orde komen en verder een aantal andere zaken, zoals het bestuur, de bevolking en de verschillende bekende gebouwen.

 

 

2.1 : De stichting en indeling van de stad

 

Rond het jaar 331 v. Chr. wilde Alexander de Grote een nieuwe stad bouwen in Egypte: Alexandrië. Deze stad moest komen te liggen op de landstreek tussen het Mareotismeer en de zee, ten zuiden van het eilandje Pharos.[118] Volgens de overlevering had Homerus Alexander in een droom deze plaats aangewezen.

Alexander de Grote tekende zelf een stadsplan uit en besliste waar de agorá[119], en hoe de straten moesten komen te liggen. Rondom de stad moest een stadsmuur gebouwd worden, waarvan de totale lengte ongeveer 80 stádia moet zijn geweest. Zelfs de hoeveelheid tempels en de daarbij horende goden werd volgens zijn plannen verwerkt.1 Zo waren er tempels voor verschillende Griekse goden en een tempel voor de Egyptische godin Isis. Deze laatstgenoemde tempel is onder Ptolemaeus I vervangen door het Serapeum. De tempel van Isis stond in het Egyptische kwartier van de stad. Dit Egyptische kwartier bestond uit het oude Egyptische stadje Rakotis.1, [120]

De stad was als geheel onderverdeeld in vijf kwartieren. Deze werden genoemd naar de eerste vijf letters van het Griekse alfabet.[121], [122] De verschillende bevolkingsgroepen die de stad rijk was, onder andere Italianen, Perziërs en Syriërs, concentreerden zich vooral bij elkaar in de verschillende kwartieren.3 Zo was het Deltakwartier vooral de verblijfplaats van de Joden.