| Ptolemaeïsch Egypte voor de Romeinse verovering. Onderzoek naar de sociaal-economische situatie op het einde van de tweede en het begin van de eerste eeuw v.C. tot de Romeinse verovering in 30 v.C. (Delphine Deleersnyder) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
3. De opstand van de jaren 80 v.C in Ptolemaeïsch Egypte
E.WILL[112] heeft het in zijn uiteenzetting over de laatste eeuw van het Ptolemaeïsch bewind in Egypte over: ‘de uitputting van een staat die, vrij van elke externe dreiging, uitgehold werd aan de binnenkant. Dit schrijft hij toe aan de morele degeneratie van de machthebbers en de afkeer van de bevolking ten opzichte van die dynastie, die alleen maar aan zichzelf dacht. Egypte was op het einde van de tweede eeuw niet bedreigd van buitenaf maar lag klaar om ingenomen te worden. De laatste eeuw van de Ptolemaeïsche geschiedenis was een louter overleven. In het land zelf kreeg de koninklijke macht af te rekenen met vijandelijke krachten.’ In dergelijke context situeren zich de gebeurtenissen die we nu zullen schetsen. Ze werden voorafgegaan door een reeks van troonwissels. Na de dood van Euergetes II in 116 v.C. en enkele jaren van gemeenschappelijk bewind, was Cleopatra III erin geslaagd Ptolemaeus IX Soter II weg te werken en Ptolemaeus X Alexander I op de troon te plaatsen. Ze achtte deze laatste volgzamer. Vanaf 101 v.C., na de dood van zijn moeder, kon Alexander I alleen regeren. Soter II probeerde tevergeefs zijn macht over Egypte te herstellen in 103/102 v.C. Hij zou moeten wachten tot 88 v.C voor zijn definitieve terugkeer.
Zoals we reeds gezien hebben, loste het amnestiedecreet van 118 v.C. de moeilijkheden in Egypte niet op. De problemen uit het begin van de eerste eeuw v.C. zijn echter slecht gekend. Maar voor de opstand in de Thebaïs in de jaren 80 hebben we wel een aantal interessante bronnen.
Aan de hand van een analyse van die bronnen zullen we proberen de problemen te verduidelijken. In het volgend hoofdstuk zullen we de reactie van de overheid op de opstand en de sociaal-economische toestand erna bekijken. Als we Pausanias moeten geloven, dan bleef er niets meer over van de rijkdom van Thebe.
3.1.1. Pausanias[113]
In zijn eerste boek van de Perih/ghsij th=j (Ella/doj, waarin hij ook de dynastieke twist tussen Ptolemaeus IX Soter II en Ptolemaeus X Alexander I beschrijft, vermeldt Pausanias heel kort de opstand in Thebe en de bestraffing van de stad door Soter II.
Tekst:
tou= de\ e)/rgou fwraJe/ntoj kai\ )Aleca/ndrou fo/b%
tw=n politw=n feu/gontoj, ou(/tw Ptolemai=oj kat-
h=lJe kai\ to\ deu/teron e)/sxen Ai)/gupton : kai\ Qh-
bai/oij e)pole/mhsen a)posta=si, parasthsa/menoj
de\ e)/tei tri/t% meta\ th\n a)po/stasin e)ka/kwsen, w(j
mhde\ u(po/mnhma leifJh=nai Qhbai/oij th=j pote
eu)daimoni/aj
Vertaling:
Nadat de dood van Cleopatra III ontdekt werd en Alexander uit vrees voor de Alexandrijnen gevlucht was, kwam daarna Ptolemaeus ( Soter II) terug en regeerde voor de tweede maal over Egypte en hij voerde oorlog tegen de Thebanen, die in opstand waren gekomen. Nadat hij ze drie jaar na het uitbreken van de opstand had onderworpen, verwoestte hij de stad, zodat aan de Thebanen geen enkele herinnering van hun vroegere voorspoed werd overgelaten.[114]
3.1.2. De correspondentie van Platon
Enkele belangrijke aanwijzingen worden ons gegeven door vijf brieven op papyrus van een zekere Platon, gericht aan diverse personen in de stad Pathyris in de loop van 88 v.C.
Platon dateert de brieven in het jaar 26 van Ptolemaeus X Alexander I en Cleopatra Berenike III en het jaar 30 van Ptolemaeus IX Soter I, dit is 88 v.C. De eerste en tweede brief werden geschreven op 28 maart. De derde op 30 maart. De volgende is niet gedateerd. De terugkomst van Soter II was toen nog niet bekend in de Thebaïs[115]. Platon dateert nog volgens de regeringsjaren van Ptolemaeus X Alexander I. In een laatste brief laat Platon de inwoners weten dat Ptolemaeus IX Soter II naar Memphis gekomen was en zijn generaal met een aanzienlijke troepenmacht de opstand zou komen onderdrukken. Deze brief dateert hij volgens de regeringsjaren van Soter II. Hij werd geschreven op 1 november.
a) P. Bour. 10: de brief van Platon aan Nechthyris
Platon vraagt Nechthyris, de militaire commandant van Pathyris, enkele noodmaatregelen te nemen om de veiligheid van de stad te verzekeren: de bewaking van de omgeving, de bescherming van haar trouwe inwoners, de arrestatie van verdachte personen en opstandelingen.
Tekst: [116]
P?l[a/tw]n NexJu/rei
xai/[rein]. )Ecwrmh/-
ka[men] e)g La/twn
po/l[ewj a)ntilhyo/]
me[n]oi tw=n e)nesth-
k?[o/twn] kata\ to\
s[umfe/ro]n toi=j pra/gmasi
k?[ai\ geg]rafo/tej
[toi=j ka]toikou=si
s?u?[gg]i/?nesJai/ soi.
Kalw=j poih/seij
sunthrw=n to\n
to/pon kai\ pro-
ista/menoj
[to]u\j d§ e)pixei-
[rou=]n?taj mh\
[u(pa]kou/ein sou
[..]te/rai sta/sei
[..].o?me/nouj
[a)s]f?alisa/menoj
[me/]xri tou= kai\
[h(ma=]j o(/ti ta/xoj
[e)pi]balei=n pro\j se/.
[ )/Errw]so. ( )/Etouj) kj, Fame(nw\J) ij.
Verso: )Apo/d(oj) NexJu/rei.
Vertaling:
Platon aan Nechthyris, gegroet. Ik ben uitgezonden vanuit Latopolis om de huidige situatie[117] aan te pakken, ten voordele van het koninkrijk[118], nadat ik in een brief[119] de inwoners vroeg om je te helpen. Je zult er goed aan doen de plaats te bewaken en te verdedigen: en indien personen proberen je niet te gehoorzamen, terwijl ze een nieuwe opstand[120] leiden, ze op te sluiten totdat ik, zo vlug als ik kan, gearriveerd ben bij jou.
Hou je goed. Jaar 26, 16 Phamenôth. (= 28 maart 88 v.C.)
Achterkant: Overhandig aan Nechthyris.[121]
Voor de bewaking en de verdediging van Pathyris beschikte Nechthyris zeker over de lokale politie en vrijwilligers. Platon is vertrokken vanuit het meer zuidelijk gelegen Latopolis en spreekt niet over een gewapende troepenmacht. Zijn stilzwijgen doet denken dat hij alleen maar een gewone escorte bij zich had.
b) P. Lond. II, 465: de brief van Platon aan de inwoners van Pathyris[122]
Tekst[123]:
[P]la/tw[n toi=j e)n] PaJu/rei
[k]atoik[ou=si xai/rei]n kai\
[e)]rrw=sJai. [ )Ecwrmh]ko/tej
[ )e]g La/twn po/l[ewj] a)ntilhyo/-
[m]enoi tw=n e)n[esth]ko/twn
[ka]ta\ to\ sumf[e/ron] toi=j
p?ra/gmasi e)kr[i/na]men shmh=nai
kai\ para/kale/sai eu)yuxo-
[t]e/rouj u(pa/rxontaj
e?)f§ e(autw=n ei)=na[i] kai\ sun-
gi/nesJai NexJ?u/rei tw=i
e)f§ u(mw=n tetagme/nwi
me/xri tou= [kai\ h((ma=]j o(/ti
ta/xo[j parei=]nai toi=j
to/po[ij].
)/Err(wsJe). [( )/Etouj) kj, Fa]me(nw\J) ij.
Verso: Toi=j e)n PaJu/rei
[kato] ikou=si.
Vertaling:
Platon aan de inwoners van Pathyris, gegroet en een goede gezondheid. Uitgezonden vanuit Latonpolis om de huidige situatie aan te pakken, ten voordele van het koninkrijk, heb ik besloten jullie te informeren en aan te sporen de goede moed in jezelf te behouden en Nechthyris te helpen, die aangesteld werd bij jullie als commandant, totdat ik, zo vlug als ik kan, op de plaats aanwezig ben.
Hou jullie goed. Jaar 26, 16 Phamenôth.(=28 maart 88 v.C.)
Achterkant: Aan de inwoners van Pathyris.
c) P. Bour. 11: de tweede brief van Platon aan Nechthyris
Onze derde brief is heel fragmentarisch en dateert van 30 maart 88 v.C. Hij werd geschreven op weg tussen Latopolis en Pathyris. Platon die een eventueel beleg van de stad voorziet, maakt zich zorgen om haar bevoorrading. Hij beveelt Nechthyris te voorzien in graan en gerst; de lacunes laten ons echter niet toe de precieze hoeveelheden te kennen. Elke inwoner moet in elk geval een artabe tarwe krijgen voor brood.
Tekst: [124]
[]
th\[n] p[o/li]n. Fro/n-
tison w(j [e(/ka]s?toj
tw=n pur[. . .] sito-
poihsa/me[noj] purou=
a)rta/bhn mi/an e)n
e(toi/mwi e)/[st]a?i au)toi=j
o( a)/rtoj. i(/n[a d]e\ kai\
kriJh=<i> u([pa/]rchi e)mme.[. . . . ]t?h=sai.
)/Errws[o. ( )/Etouj) k]j, Fame(nw\J) ih.
Verso: [N]exJu/rei.
d) P. Bad. II 16: de brief van Platon aan de priesters in Pathyris en de anderen
Ook deze brief is heel fragmentarisch en ook niet gedateerd. Platon feliciteert de priesters en inwoners van Pathyris voor de beveiligingsmaatregelen die ze genomen hebben voor de stad. Hij spoort hen aan het nog even vol te houden.
Tekst:[125]
e)p?[ain]w=. [ ta\]
u(f§ u(mw=n kexeiroton?hm?e/n?a?.
Kalw=j poih/sete sungeino/-
menoi ei)j to\ to\n to/pon
e)n a)sfalei/ai u(pa/rxonta
sunthrh=sai tou=ton tw=i
k?uri/wi basilei=: ou(/tw ga\r pra/s-
[s]o?[n]tej kai\ t?h\n pro\j ta\ pra\ma-
[ta eu)/]n?oian d[i]a?throu=nej
[….]e?[…..] para\ tw=n [e)]pa/nw
[xa/ritoj prep]o??u/shj e)pi-
[teu/cesJe] .
Verso: Toi=j e)n PaJu/re?i? i([ereu=si]
kai\ toi=j a)/llo?[ij] .
Vertaling:
Ik loof hetgeen besloten werd door jullie…
Jullie zullen er goed aan doen je te herenigen, om de plaats in een staat van veiligheid te bewaren voor jullie meester de koning: want als jullie zo handelen en je welwillendheid voor het koninkrijk bewaren, …
Jullie zullen vanbij degene boven ons een passende dankbetuiging verkrijgen.
Achterkant: Aan de priesters van Pathyris en de anderen.[126]
e) P.Bour. 12: De tweede brief van Platon aan de priesters in Pathyris en de anderen
We krijgen nu informatie over de terugkomst van Soter II. Na de troonsbestijging was zijn eerste taak de opstand in de Thebaïs te onderdrukken. Hijzelf ging naar Memphis en zond zijn generaal Hierax zuidwaarts met een aanzienlijke troepenmacht. Platon laat dit weten aan de inwoners van Pathyris. De brief is geschreven op 1 november 88. Hij vraagt hen nog even vol te houden.
Tekst:
Pla/twn toi=j e)n PaJu/rei prokexeiri/sJai
i(ereu=si kai\ toi=j a)/lloij meta\ duna/mewn
toi=j katoikou=si muri/wn e)pi\ kata-
xai/rein. Ge/grafen stolh\n th=j Qhbai+/doj.
h(mi=n Filo/cenoj (/Opwj ou)=n ei)do/tej
o( a)delfo\j di§ w(=n keko/- eu)Jarsei=j u(pa/r-
miken h(mi=n )/Orshj xhte e)kri/namen
gramma/twn peri\ tou= shmh=nai.
to\n me/giston Qeo\n )/err(wsJe) L l faw=fi iJ
Swth=ra basile/a
e)pibeblhke/nai Verso: Toi=j?? e)n PaJu/rei
ei)j Me/mfin, (Ie/raka de\ i(ereu=si kai\ toi=j a)/lloij.
Vertaling:
Platon aan de priesters in Pathyris en de anderen, gegroet. Philoxenus, mijn collega, heeft me geschreven in een brief die Orsès ons heeft gebracht, dat de koning, de zeer grote god Soter, te Memphis is aangekomen en dat Hierax benoemd is om de Thebaïs met een aanzienlijke troepenmacht te onderwerpen. Opdat jullie dus, met dit nieuws, de goede moed zouden bewaren, besloten we dit te melden.
Hou jullie goed. Jaar 30, 19 Phaophi.(= 1 november 88 v.C.)
Achterkant: Aan de priesters in Pathyris en de anderen.[127]
f) Enkele bedenkingen
- Ligging van Pathyris
Welke rol speelde de stad Pathyris? In de Ptolemaeëntijd was Pathyris de hoofdplaats van een gouw, de Pathyrites. Deze gouw lag ten noorden van de Latopolites. Onder de Romeinen kreeg de Pathyrites een nieuwe metropool Hermonthis en werd voortaan de Hermonthis genoemd.[128] Pathyris en de stad die er administratief mee was verbonden, Krokodilopolis, lagen op de linkeroever van de Nijl, op een dertigtal kilometer ten zuiden van Thebe. Pathyris is het moderne dorp Gebelein. Krokodilopolis waarschijnlijk El-Rizeiquât.[129] Naast honderden ostraca werden er ongeveer 600 Griekse en demotische papyri teruggevonden. Ze bestrijken een periode van ca. 180 tot 88 v.C. Een groot deel van de documenten behoort tot de archieven van plaatselijke families. Griekse militairen en hun afstammelingen nemen een belangrijke plaats in in de documenten. Na de grote opstand van Haronnophris en Chaonnophris, die eindigde in 186 v.C. zakten deze af naar Pathyris en Krokodilopolis, waar nieuwe legerkampen werden gesticht met het oog op een betere verdediging van het gebied ten zuiden van Thebe.[130] Het aantal documenten stijgt vanaf deze datum. Pathyris werd een voorspoedige stad.[131] Tijdens de vermoedelijke opstand van 132/130 v.C. en de opstand van de jaren 80 bleven Pathyris en Krokodilopolis loyaal aan de Ptolemaeën. Na 88 v.C. verdwijnen de documenten uit het gebied. Misschien was het garnizoen er weg en was de stad haar bron van welstand kwijt.[132] Of misschien hadden de rebellen de stad veroverd en werd ze daarna door Soter II verwoest.[133]
In de Pathyrites werden 3 goden vereerd: de godin Hathor, de god Soukhos en de jonge Harsemtheus, ‘Horus, hij die de twee landen eenmaakte’. Deze laatste was van minder belang. De grote krokodillengod Soukhos was beschermer van Krokodilopolis. Hathor was de beschermster van Pathyris. Ze werd gelijkgesteld aan Aphrodite, Pathyris werd ook Aphroditopolis genoemd. Maar deze naam werd zelden gebruikt. Naast deze drie godheden, vereerde men in de Pathyrites ook andere Egyptische godheden.[134]
-Platon en zijn familie
Rond de identiteit, de functie en de familie van Platon zijn er heel wat vragen. Aan de hand van de verschillende papyri en enkele inscripties die we voor handen hebben, zullen we proberen een zo goed mogelijk beeld van dit personage te schetsen.
Eerst zullen we kort twee elementen uit de administratie van de Thebaïs, de strategie en epistrategie, verduidelijken om zo een beter inzicht te krijgen in hetgeen zal volgen.
In Ptolemaeïsch Egypte stond een strateeg aan het hoofd van elke gouw. Terwijl hij in het begin van de Ptolemaeëntijd militaire en civiele macht had, bleef vanaf de tweede eeuw v.C. alleen zijn civiele bevoegdheid over. Hij viel nu samen met de nomarch van faraonisch Egypte. Hij had een beperkte rechterlijke macht en de politie van de gouw stond onder zijn direct bevel. Zijn financiële bevoegdheden zouden ook meer en meer beaccentueerd worden. De militaire macht viel ten deel aan speciale commandanten. [135]
In de Thebaïs merken we in de administratie drie verschillende niveaus: er waren strategen van één gouw, strategen die verschillende gouwen onder hun gezag hadden en de strateeg van de Thebaïs in haar geheel.
De strateeg van de Thebaïs was de centrale autoriteit in het zuiden. Hij had een gebied in zijn macht van het zuiden van de Dodekaschoinos (dit was geen gouw, maar moet gezien worden als een buitenlands bezit van de Ptolemaeën ter verdediging van de zuidelijke grenzen) tot de zuidelijke grens van Hermopolis en het gebied rond de Rode Zee.[136] Aangezien hij bevoegdheid had over de zuidelijke grenzen van Egypte, had hij ook militaire macht.[137] De strateeg van de Thebaïs promoveerde tot epistrateeg vanaf de strateeg Boethos (zijn activiteiten zijn bekend tussen 149-134 v.C; in 135 v.C. werd hij voor het eerst epistrateeg genoemd in de bronnen). De functie van epistrateeg werd gecreëerd onder Ptolemaeus V Epiphanes (205-180 v.C). De epistrateeg had de hoogste administratieve en militaire macht over de hele chôra. De functie werd niet alleen gecreëerd om na de problemen met Haronnophris en Chaonnophris (206-186 v.C.) de Thebaïs terug aan de controle van de Ptolemaeën te onderwerpen maar ook om de verschillende socio-economische problemen, verscherpt door de opstanden, door middel van een sterkere centralisatie te regelen.[138] Indien er maar één epistrateeg was over de hele chôra, dan betekent de promotie van strateeg van de Thebaïs tot epistrateeg dat hij een ruimer gebied onder zijn gezag kreeg.[139]
De bekleding van een administratieve functie als strateeg of epistrateeg was doorslaggevend voor de toekenning van een hofrangtitel. De hiërarchie van de hofrangtitels werd opgesteld in het midden van de tweede eeuw v.C. Syngenes was de hoogste.[140] Deze titel werd vanaf 135 toegekend aan de strateeg van de Thebaïs, waarmee zijn sociale superioriteit werd bevestigd. In de eerste eeuw v.C. krijgen ook de strategen van één gouw in de Thebaïs de hofrangtitel syngenes. In die periode duiden de hofrangtitels de sociale positie niet langer aan.[141]
Nu keren we terug naar ons personage, Platon. De naam Platon is niet frequent, maar ook niet zeldzaam in het bronnenmateriaal. Het zal duidelijk worden dat we vier belangrijke personages met de naam Platon kunnen onderscheiden: 1) de strateeg van de Thebaïs, 2) Platon de jongere, zoon van de strateeg van de Thebaïs, 3) een ondergeschikte functionaris, zoon van Dionysius en 4) een voorouder van de strateeg van de Thebaïs.
1) Na de uitgave van zijn brieven uit 88 v.C., werd Platon in de meeste studies ofwel als epistrateeg ofwel als strateeg gezien.[142] In meer recentere werken wordt de opvatting dat Platon een strateeg was, algemeen aanvaard.[143] De opvatting van J.D.THOMAS[144] is genuanceerder[145] en G.MUSSIES[146]denkt dat Platon de strateeg van de gouw Pathyrites was.
De bronnen die een functie vermelden zijn schaars. In P. Adler, 10, r. 3-4, komt een plaatsvervanger, Philoxenus, van Platon de syngenes en stratègos (‘para\ Pla\twnoj tou= sungenou=j kai\ strathgou=’) voor in Pathyris in 101 v.C. Een tweede bron is het ostracon O. Wilck. 1535 uit Thebe. De tekst situeert de syngenès en stratègos, Platon, in een militaire context, maar de tekst is niet precies gedateerd. We kunnen de mobilisatie van soldaten waarnaar verwezen wordt in dit ostracon niet met zekerheid bij onze informatie over de opstand van de jaren 80 plaatsen. Toch wordt dit over het algemeen gedaan. [147]
Tekst:
Lusi/maxoj )Aleca/ndrwi
xai/rein. De/dwkaj u(pe\r ou(=
gewrgei=j klh/rou (Erie/wj tou=
(Erie/wj toi=j sunstratiw/taij au)tou= ei)j to\ pe?[ri/s?]telma su\n
Pla/twni tw=i suggenei= kai\ stra(thgw=i)
a)po\ timh=j purou= xalkou=
draxma\j trijxili/aj / [g/…
Vertaling:
Lysimachos aan Alexander gegroet. Ik heb ter bescherming landbewerkers van de kleros van Herieus, zoon van Herieus, gegeven aan de medesoldaten van hem met het oog op de verdediging samen met Platon, de syngenès en strateeg, tegen een graanprijs van 3000 kopertalenten.
Verder zijn er nog twee demotische bronnen. P. Heid. dem., 665 is niet gedateerd en citeert een strateeg [.]ltn[148]
Dezelfde collectie bevat een ander fragment P. Heid. dem. 750a. Het is een brief van 7 juli 88 v.C. aan Nechthyris heel waarschijnlijk van Platon, met de titel ‘mr ms ht n Kmi’[149] Indien deze Platon dezelfde is als deze uit de hierboven vertaalde brieven (P. Bour. 10, P. Lond. II, 465, P. Bour. 11, P. Bad. II, 16 en P. Bour. 12), dan kennen we een strateeg met militaire macht in 101 (P. Adler, 10) en 88 v.C.
Het gaat hier dus ofwel om een personage met strikt militaire macht ofwel om de strateeg van de Thebaïs[150], die heel veel bevoegdheden had waaronder militaire. Platon was hoogstwaarschijnlijk geen buitengewone militaire bevelhebber aangezien zo een functie normaal tijdelijk zou toegekend worden en niet minstens van 101 tot 88 v.C.[151] Dus hij is de strateeg van de Thebaïs. D.THOMAS twijfelt echter aan de identificatie van Platon, de strateeg van de Thebaïs uit 101 v.C. en de Platon uit de brieven van 88 v.C. Hij onderscheidt twee personages, de strateeg van de Thebaïs uit 101 en de epistrateeg uit 88 v.C. Zie p. 117-118. Maar aangezien de strateeg van Zuid-Egypte in deze periode ook de epistrateeg is en Platon in de Thebaïs handelt, is het mogelijk dat de twee functies hier door eenzelfde persoon bekleed werden.[152]
We ontmoeten Platon voor de eerste keer in 101 v.C. Zijn voorganger heette Phommous.[153] De datum van het ontslag van Platon kennen we niet. Werd hij onder Soter II vervangen door Hierax? We hebben niet genoeg informatie om hierover tot een conclusie te komen. En de lacune tussen de laatste verwijzing naar Platon, in 88 v.C. en zijn eventuele opvolgers - in alfabetische volgorde: Dionysius (28 november 68 of 21 november 39), Hephaistion (voor 14 mei 62) en Kallimachus (14 mei 62 of 18 maart 39)[154] - spreidt zich over verschillende jaren. De identificatie van Platon valt moeilijk met zekerheid vast te stellen.
2) Uit 88 v.C. hebben we bovendien een brief en een kwitantie die de naam Platon new/(teroj) en o( ne(w/teroj) vermelden.
Tekst: P. Ross.Georg., II, 10[155]:
Pla/twn new/(teroj) toi=j
e)n PaJu/rei presbu-
te/roij xai/rein.
Peri\ th=j periespas-
me/nhj Yenapa/?Jou tou=
[e)]p?ista/tou tou= Ei)li[Juo]poli/tou o)/nou
su\n tw=i pw/lwi
[th=j] methgme/nhj
[pro\]j u(ma=j u(po\ )Es-
[Jlu/?]tou pepo/m-
[fam]en (Arsih=sin
[to\n] m[a]xairofo/ron.
[Kalw=]j? o?u)=n poih/sete
[pros]edreu/santej,
kai\ h( tau/thj pw=loj
[o(po/t]an paradoJh=i
a?[u)tw=]i, a)pokata-
sth=sai tw=i kuri/wi.
[)/Errws]Je. ( )/Etouj) l, (AJu\r ie.
Verso: Toi=j e)n PaJu/rei
Presbute/roij.
Vertaling:
Platon de jongere aan de priesters van Pathyris, gegroet. In verband met de ezelin met haar jong die gestolen is van Psenapathes, de epistates van Eilithuopolis, en naar jullie overgebracht door Es[thly?]tas, hebben we Harsiesis, de politiedienaar, gestuurd. Jullie zouden er dus goed aan doen (ze) in het oog te houden en wanneer ook haar veulen aan hem is teruggegeven, (haar) aan de meester terug te brengen.
Verso: Aan de priesters in Pathyris.
Tekst: BGU, 14, 2378:
Pla/twn o( para\
Pla/twnoj tou= ne(wte/rou)
Pelaai Pete<ne>fw/tou
xai/rein: e)/sxwn
para\{pa} sou= ei)j to\n
lo\gon tou= ( )/etouj) kJ
ei)j ta\ e)pi<s>tatika\ t(ou=)
e)n Ei)liJoi/aj po/li
i(erou= xa(lkou=) (ta/lanta) e B)u
(e(/touj) l Mesorh\ l-
Vertaling:
Platon, de plaatsvervanger van Platon de jongere, aan Pelaias, zoon van Petenephotes, gegroet: ik heb van jou voor de rekening van het jaar 29 voor de epistatikon-belasting van de tempel in Eilithuopolis 5 kopertalenten en 2400 drachmen gekregen, het jaar 30, 30 Mesorè.
Door de gelijkenis van de handschriften van Platon de strateeg en Platon de jongere, denkt W.BRASHEAR[156] dat de documenten uit hetzelfde bureau kwamen. Maar L.MOOREN en E.VAN’t DACK[157] gaan daar niet mee akkoord. Ze denken dat het om twee verschillende personages gaat aangezien in P.Ross.Georg. II, 10 en BGU, 14, 2378 Platon uitdrukkelijk ‘de jongere’ wordt genoemd. Indien het om dezelfde personen zou gaan, zou de bepaling ‘de jongere’ zijn weggelaten.
Welke functie had Platon de jongere dan? De bronnen kunnen hem enkel een politiële (P. Ross. Georg., II, 10) of financiële (BGU, XIV, 2378) functie toekennen. Hij is bevoegd over de Eili(thyo)polites (P. Ross. Georg., II, 10, r. 6-7) of de tempel e)n Ei)liJoi/aj po/li (BGU, 14, 2378, r. 7-8). Platon de jongere kan geen gouverneur van Eilithyopolites geweest zijn aangezien Psenapathes expliciet vermeld wordt als epistates van deze gouw is (P. Ross. Georg., II, 10, r. 5-7: [e)]p?ista/tou). L.MOOREN en E.VAN ‘t DACK menen dat hij een gouverneur met bevoegdheid over verschillende gouwen in de Thebaïs was.[158]
Verschillende studies concludeerden dat Platon de jongere een broer was van Platon, de strateeg van de Thebaïs.[159] L.MOOREN en E.VAN ‘t DACK[160] wijzen erop dat er ook nog andere mogelijkheden zijn: ze kunnen neven zijn of tot verschillende generaties behoren. Omtrent dit personage komen we meer te weten uit een inscriptie van 6 oktober 98 v.C.