| De opvoeding van Belgische prinsen en prinsessen in de negentiende eeuw. (Marleen Boden) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Deze licentiaatsverhandeling onderzoekt de opvoeding van alle prinsen en prinsessen van de Belgische koninklijke familie in de negentiende eeuw. Het onderzoek werd gericht op drie gezinnen. Koning Leopold I, koningin Louise-Marie van Orléans en hun kinderen Leopold, Filips en Charlotte vormen het eerste gezin. Louise, Leopold, Stephanie en Clementine, de kinderen van Leopold II en Marie-Henriette, worden in het tweede hoofdstuk behandeld. De kinderen uit het laatst besproken gezin zijn Boudewijn, Henriette, Josephine en Albert, de zonen en dochters van Filips van Vlaanderen en Maria van Hohenzollern. Op deze manier komen twee generaties aan bod: de kinderen van Leopold I behoren tot de eerste generatie, de kleinkinderen van deze Belgische koning tot de tweede generatie. In de licentiaatsverhandeling wordt een ruime defenitie van het woord ‘opvoeding’ gebruikt, namelijk het bijbrengen van intellectuele, morele, artistieke, religieuze en sportieve vaardigheden.
Over alle leden van het Belgisch koningshuis werden al één of meerdere uitgebreide biografieën geschreven. Spijtig genoeg wijdt geen enkele biograaf uit over de kindertijd en de jeugd van de prinsen en prinsessen, zodat de opvoeding nauwelijks aan bod komt. Boeken over opvoedingsidealen en opvoedingsprogramma’s in de hogere klassen blijken voor België eveneens nog niet te zijn geschreven. Voor andere landen bestaan die wel. Over de opvoeding van de kinderen aan koninklijke hoven in de negentiende eeuw zijn er in Nederland twee werken uitgegeven. Het werk van Karel De Clerck en Lutgarde Troch beschrijft de opleiding van één Nederlandse prins. Het boek tracht een beeld te geven van de opvoeding die een prins van Oranje moest voorbereiden op zijn toekomstige taak als koning.[1] Het boek van Nicolaas Japiske is ruimer opgevat. In zijn werk wordt zowel de opvoeding van prinsen als die van prinsessen besproken, vanaf Willem I tot en met Juliana, en de auteur tracht ook een evolutie te schetsen.[2]
William Boyd wijdt in zijn boek over de opvoeding in westerse landen één hoofdstuk aan de opleiding die kinderen uit de hogere klassen kregen in de zestiende en zeventiende eeuw.[3] Over de opvoeding van koningskinderen in de zeventiende en de achttiende eeuw werden eveneens een aantal werken geschreven. Wim Seghers behandelt in zijn licentiaatsverhandeling de opvoeding van de Franse Bourbons en de Oostenrijkse Habsburgers vanaf de tweede helft van de zeventiende tot het einde van de achttiende eeuw. Hij beschrijft de opvoeding per kind. In een afsluitend hoofdstuk schetst hij een evolutie en maakt hij een vergelijking tussen de twee koningshuizen.[4] Edward Gregg beschrijft de opvoeding van de Engelse prinses Anne en haar tijdgenoten voor de periode 1660-1720.[5] Chula Chakrabongse onderzoekt in zijn boek de opvoeding van een aantal verlichte despoten waaronder Lodewijk XV van Frankrijk en Frederik II van Pruisen.[6]
De opvoeding van koningskinderen kan in het algemeen een redelijk verwaarloosd thema genoemd worden. E. Gregg meent dat dit te wijten is aan de schaarste van bronnenmateriaal.[7] Over de opvoeding van de Belgische prinsen en prinsessen is er ook een tekort aan direct bronnenmateriaal, zoals opvoedingsplannen en -rapporten. Aan de hand van voornamelijk briefwisseling zal deze leemte in het bronnenmateriaal opgevuld worden. Via fragmenten uit verschillende brieven kan er een gedeeltelijke reconstructie gemaakt worden van de opvoeding aan het Belgisch hof.
Het merendeel van het bronnenmateriaal bevindt zich in het Archief van het Koninklijk Paleis in Brussel. Naast correspondentie tussen kinderen en ouders en kinderen en opvoeders, wordt er verder briefwisseling bewaard tussen ouders en opvoeders. Ook de brieven die koningin Louise-Marie aan haar moeder schreef en de brieven van koning Leopold I aan koningin Victoria van Engeland blijken interessante informatie te bevatten. Daarnaast vinden we in het archief een beperkt aantal specifieke documenten terug zoals opvoedingsplannen, studiebulletins, cursussen en schoolschriften. Voor elk kind dat besproken wordt in deze studie bestaan er echter niet evenveel bronnen. Over de opvoeding van de dochters van Leopold II en Marie-Henriette is er nagenoeg niets bewaard. Hetzelfde probleem doet zich voor bij de dochters van prins Filips. Voor de prinsen zijn er dus in elk gezin meer archiefstukken bewaard dan voor de prinsessen. Daarenboven zijn de verschillende bronnen niet gelijk verspreid over de hele onderzochte periode. Voor sommige jaren is er voldoende bronnenmateriaal terwijl voor andere periodes nauwelijks iets te vinden is. Deze problemen zijn niet zonder gevolgen. Het tekort aan bronnen over bepaalde kinderen en periodes leidt tot een onevenwicht in de hoofdstukken van de licentiaatsverhandeling.
Er wordt ook bruikbaar archiefmateriaal bewaard in het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis in het Jubelpark te Brussel. Meer specifiek gaat het hier om het Fonds Louis Wilmet. Wilmet werd in 1937 uitgenodigd door prinses Henriette in de Haute-Savoie, zodat hij er het familiaal archief kon inzien. Het fonds bevat documenten betreffende prins Filips van Vlaanderen en Maria van Hohenzollern, hun kinderen en hun kleinkinderen. Het bewaarde archiefmateriaal is vergelijkbaar met dat van het Archief van het Koninklijk Paleis. Over de militaire opleiding van de prinsen kan men informatie vinden in de Militaire School in Brussel. Over dit onderdeel van de opvoeding werd er reeds een licentiaatsverhandeling geschreven door Terry De Grave, een studente van deze school.[8] Het archiefmateriaal kon nog aangevuld worden met uitgegeven bronnenmateriaal. Vooral het werk van Ch. Terlinden, een uitgave van privédocumenten van Jean de Lannoy, een gouverneur van de prinsen Leopold en Filips, is belangrijk.[9]
De nos jours un ignorant n’est plus du tout toléré; on s’en moque et on le méprise, schreef Leopold I aan zijn zoon Filips.[10] De vraag is welke manier van opvoeden door Leopold I, Leopold II, Filips en hun respectievelijke echtgenotes werd gekozen om deze onwetendheid te voorkomen. Zowel de opvoeding van de prinsen als die van de prinsessen zal onder de loep genomen worden. Op die manier kunnen we op zoek gaan naar eventuele verschillen en gelijkenissen tussen opvoeding van de jongens en de meisjes. Onder de prinsen bevinden zich drie kroonprinsen, zodat ook een vergelijking tussen de opvoeding van een kroonprins en de opvoeding van een prins die niet bestemd was om te regeren, mogelijk wordt.
Tijdens het onderzoek hoopte ik een antwoord te vinden op een aantal vragen. Welke rol speelden de ouders en grootouders in de opvoeding van hun kinderen? Op basis van welke criteria koos men het opvoedend personeel? Wat waren de taken van dit opvoedend personeel? Aan welke vakken werd veel aandacht besteed? Welke vakken werden verwaarloosd? Op welke manier werden de prinsen en prinsessen voorbereid op hun toekomstige taken? Was de opvoeding van koningskinderen van een hoogstaand niveau? Hoe streng was de opvoeding?
Deze studie is opgebouwd uit drie hoofdstukken. Elk hoofdstuk is gewijd aan de opvoeding van één gezin. Een aparte bespreking van de opvoeding van elk kind zou leiden tot te veel overlappingen. Per gezin wordt de opvoeding besproken vanaf de geboorte van de kinderen tot aan het stopzetten van hun studies. Het einde van de studies hoeft niet noodzakelijk het einde van de opvoeding te zijn. Sommige prinsen verkozen door zelfstudie hun intellectueel niveau verder bij te schaven, maar dit onderwerp komt niet expliciet aan bod in deze verhandeling.
De lengte van de drie hoofdstukken is niet gelijk, omwille van de al eerder vernoemde beperkingen van het bronnenmateriaal. Elk hoofdstuk begint met een korte voorstelling van de kinderen. Daarnaast worden de opvoeders van de prinsen en prinsessen en de inhoud van de opvoeding besproken. Bij de opvoeders wordt een onderscheid gemaakt tussen het opvoedend personeel en de familieleden. Logischer wijze zou men de ouders en de grootouders van de kinderen eerst moeten bespreken, maar zij speelden, zeker in de eerste levensjaren van de kinderen geen grote rol in de opvoeding. Daarom komen eerst de keuze en de taken van de voedster, het kindermeisje en de gouvernante van de kleuters aan bod. De aanstelling en bezigheden van de gouverneurs en ondergouverneurs vormen een tweede en de aanstelling en bezigheden van de gouvernantes en ondergouvernantes een derde onderdeel. Het overige opvoedend personeel zoals bijvoorbeeld de leraars, wordt apart behandeld. Daarna worden pas de opvoedende taken van de ouders en grootouders besproken.
De inhoud van de opleiding kan eveneens opgesplitst worden. De intellectuele opleiding kan als een eerste onderdeel beschouwd worden. De keuze voor het thuisonderwijs, de dagindeling en de gevolgde vakken worden hierin besproken. Deze intellectuele vorming werd aangevuld met een artistieke en een moreel-godsdienstige opleiding. Een belangrijk aspect van de opvoeding van de prinsen was daarnaast hun militaire opleiding. Ook de voorbereiding op het openbare leven, waaronder de vorming van de kroonprins en eventuele studiereizen, vormen een onderdeel van deze studie. De vrije tijd en ontspanning sluiten het hoofdstuk af. In het besluit wordt dan een vergelijking gemaakt tussen de verschillende gezinnen en wordt er gezocht naar een evolutie. De eventuele verschillen tussen de opvoeding van de prinsen en die van de prinsessen en de opvoeding van de prinsen en die van de kroonprinsen worden ook in het besluit uiteengezet.
Op het einde van deze inleiding is het misschien gepast om een woord van dank te richten aan de mensen die hielpen bij de totstandkoming van deze licentiaatsverhandeling. Allereerst zou ik graag Prof. Dr. Jo Tollebeek willen bedanken voor zijn deskundige begeleiding als promotor. Mijn dank gaat ook uit naar Liesbet Nys die zorgde voor de inhoudelijke en taalkundige verbeteringen van de tekst, dankzij haar heeft deze verhandeling haar uiteindelijke vorm gekregen. Daarnaast ben ik ook dank verschuldigd aan Prof. Dr. Gustaaf Janssens, de archivaris van het Koninklijk Paleis in Brussel. Hij maakte mij wegwijs in het archief en in de literatuur over het koningshuis. Het is ook niet misplaatst om de mensen uit mijn naaste omgeving hier te vermelden; zij zorgden voor de nodige aanmoedigingen en steun.
DE KINDEREN VAN LEOPOLD I EN LOUISE-MARIE VAN ORLÉANS
Leopold van Saksen-Coburg, de eerste koning van België, huwde op 9 augustus 1832 Louise-Marie van Orléans, een Franse prinses. Een jaar later, op 24 juli 1833, werd het huwelijk bezegeld met de geboorte van een eerste kind, een zoon. Leopold maakte het nieuws bekend aan zijn zus Sophie: Ce matin, à quatre heures et demie, Louise a heureusement accouché d’un garçon bien portant. Elle souffrait déjà pendant la nuit, mais elle l’avait toutefois caché jusqu’au moment où les douleurs devinrent trop violentes; et puis, elle a été délivrée incroyablement vite. Elle avait peur que l’enfant soit une fille et elle a été extraordinairement heureuse quand on lui a annoncé la naissance d’un petit garçon. Pour le moment (touchons du bois) la mère et l’enfant se portent bien. […] Le nouveau né s’appellera Louis-Philippe-Léopold-Victor-Ernest.[11]
De geboorte van Louis-Philippe, ‘Babochon’ genoemd in familiekring, verzekerde het voortbestaan van de Belgische dynastie. De klokken van alle Brusselse kerken werden geluid en de inwoners van de Belgische hoofdstad verlichtten hun voorgevels.[12] De doopceremonie, geleid door de aartsbisschop van Mechelen, vond plaats op 10 augustus 1833 in de kerk van Sint-Goedele. Ze werd bijgewoond door de ministers, door afgevaardigen van het leger, leden van Kamer en Senaat en hoge gerechtelijke ambtenaren. Daarnaast waren ook vertegenwoordigers van de universiteiten, de provincies en de gemeenten, en heel wat familieleden aanwezig. Na de doopceremonie werd het Te Deum ingezet.[13] Het doopfeest ging door in het paleis, waar verschillende diners plaatsvonden voor de genodigden.[14]
Leopold was trots op zijn zoon Louis-Philippe. In een brief aan zijn zus Sophie van 10 december 1833 schreef hij: Quant au neveu (que Dieu continue à le protéger!) il est d’autre part gros et gras; c’est vraiment un très joli garçon et un enfant bien avenant.[15] Twee weken later deelde hij zijn schoonbroer Emmanuel mee: Ton neveu (puisse Dieu le faire prospérer aussi à l’avenir!) est un bel enfant aimable et par sucroît grand, ce qui étonne d’autant plus quand on voit sa maman si petite.[16]
Het geluk bleef niet duren, de jonge prins werd ernstig ziek. Eind december 1833 verschenen de eerste symptomen. De prins werd verzorgd door een groep van zeven dokters, maar er trad geen verbetering op in zijn toestand. Louise-Marie was uitermate bezorgd en verliet Louis-Philippe nauwelijks.[17] Leopold I kon zijn verdriet niet verbergen. Notre pauvre petit ange était hier bien mal. Léopold à été, parsuite de ses angoises, dans un état douloureux qui achevait de m’accabler. Cela l’avait tout à fait reporté à ses anciens malheurs; et malgré tous ses efforts pour conserver une attitude digne et calme, il était à tout instant trahi par ses larmes. Il ne pouvait presque parler sans pleurer et ne parlait que du petit, schreef Louise-Marie op 18 maart 1834 aan haar ouders.[18]
Leopold schreef aan zijn zus Sophie dat de ziekte van de prins een gevolg was van de slechte melk van zijn eerste voedster en van het niet doortastend optreden van de artsen: Nous avons passé de durs moments avec notre cher petit garçon. Il a été gravement malade et est toujours souffrant bien qu’il aille un peu mieux. C’est, probablement, la maladresse des médecins qui en est responsible pour une grande part. Manifestement, le lait de la première nourrice l’échauffait trop; depuis le début de l’année, il souffrait d’un catarrhe qu’on négligeait parce que le médecin appliquait, avec acharnement, le principe de ne rien faire du tout; un excellent principe quand le malade est en bon santé. Maintenant, nous n’avons plus qu’à espérer et attendre qu’il se porte mieux.[19]
Op 16 mei 1834 stierf Louis-Philippe. De begrafenis vond plaats op 24 mei in de kerk waarin de prins zijn doopsel ontving. Zijn kist werd bijgezet in de grafkelder van de hertogen van Brabant in de Sint-Goedelekerk. Leopold I woonde de plechtigheid niet bij.[20] Louise-Marie vond troost in het gebed, de koning kon zijn verdriet moeilijk verwerken. Op 15 oktober 1834 schreef hij aan zijn zus Sophie: Les sombres tours de Sainte-Gudule me déchirent chaque fois le cœur; le gracieux petit enfant, vraiment sacrifié par un médecin stupide, y dort seul, dans un caveau froid, au lieu d’être notre joie et notre consolation. C’est vraiment très, très dur et particulièrement l’idée, ou plutôt la certitude, qu’il a été sacrificié et que sa robuste constitution a si longtemps lutté. Il faut bien essayer d’oublier, mais ce n’est pas facile.[21] Het hele incident stemde Leopold in 1847 nog steeds triest. Hij vertrouwde Victoria toe dat hij zijn overleden zoon nog steeds niet was vergeten: It is melancholy to think that our eldest boy, such a beautiful child, showing already so much intellect, should have been the victim of medical ignorance and mismanagement. He would have been 14 years old this July![22]
Bij het overlijden van Louis-Philippe wist Louise-Marie al dat ze voor de tweede maal zwanger was. Léopold-Louis-Philippe-Marie-Victor werd geboren op 9 april 1835. Leopold vreesde dat ook dit kind vroegtijdig zou overlijden. De pasgeboren prins was immers zwak en ziekelijk.[23] De namen van het kind werden zorgvuldig gekozen. Leopold verwees naar de naam van zijn vader, Louis-Philippe naar die van zijn grootvader en Marie naar die van zijn grootmoeder. De peter en de meter van de kleine Leopold waren zijn grootouders, Louis-Philippe en Marie-Amélie, koning en koningin van Frankrijk.[24] Het doopsel van de prins vond plaats op 26 april 1835 in de hofkapel.[25]
De kleine Leopold groeide toch op tot een gezonde baby. Op 30 december schreef Louise-Marie aan haar vader: Le petit est très bien: il est gros et gras et fort gai, il a une grosse voix et chante toute la journée.[26] De koningin correspondeerde dagelijks met haar moeder, ze gaf regelmatig beschrijvingen van de jonge prins: Le petit homme est toujours bien, Dieu merci, et fort aimable. Il s’amuse beaucoup avec des joujoux que vous lui avez envoyés et commence à faire des progrès pour la parole. Quand il vient chez moi, il s’assied souvent à côté de moi dans le petit fauteuil que vous lui avez donné et là, il disserte sur les portraits et me tient compagnie comme une personne. Il est fort drôle dans toutes ses manières d’être et je suis sûre qu’il vous amusera. Il est d’une propreté extraordinaire et ne tient pas des d’Orléans sur ce point. La moindre tache le dégoûte et il suffit de lui dire qu’un object est sale pour le lui faire quitter aussitôt ou l’empêcher d’y toucher.[27]
Op 24 maart 1837 zag opnieuw een zoon het levenslicht. Leopold verklaarde de keuze van zijn namen in een brief aan koningin Victoria: The names of the little one will be, Philippe Eugene Ferdinand Marie Clement Baudoin (Baldwin, a name of the old counts of Flanders) Leopold George. My aunt who is his godmother wished he should be called Philippe, honour of his grandfather, and as Philippe le bon, who was one of the most powerful princes of this country. I gave him the name with pleasure. Eugene is her own name, Ferdinand that of Chartres, Marie is the name of the queen and of princess Marie, Clement of princess Clementine, Leopold your aunt wished and George honour of St. George of England and of George the IVe.[28] De geboorte van Filips vergrootte de kansen op het voortbestaan van de Belgische dynastie.[29] De doopplechtigheid vond plaats op 12 mei. Filips’ peter was de hertog van Orléans, de oudste broer van koningin Louise-Marie, zijn meter, Adelaïde, de jongste zus van koning Louis-Philippe van Frankrijk.[30]
Filips was een gezonde baby, maar had volgens koning Leopold niet de schoonheid van zijn oudere broer: Philippe est gentil, je l’ai vu eveillé quelque temps ce matin, mais il est fameusement blond, ses yeux sont bleus, et cela lui donne un si drôle de tournure d’albino. Néamoins je crois qu’il sera fort beau et il a l’air si bon.[31] Ook de Engelse koningin Victoria ontving een beschrijving van de prins: He is pretty, fat, and fair and good natured, but not so handsome as Leopold.[32] Louise-Marie vond Filips daarentegen mooier dan Leopold, maar ze was niet opgetogen over zijn blauwe ogen. Ze schreef haar vader: Philippe est un bon gros d’humeur joviale et paisible, qui ne donne aucun embarras jusqu’ici. Il est plus fort et plus bel enfant que Leopold, mais il a des yeux bleus et une beaucoup moins jolie figure. Il ne me ressemble nullement cependant.[33]
Bij de vierde zwangerschap van Louise-Marie wenste koning Leopold een derde zoon om het voortbestaan van België nog veiliger te stellen. In een brief aan Victoria schreef hij: I am rather desirous of a third son, Philippe sometimes alarming me about his health.[34] Filips, bij zijn geboorte nochtans een gezonde en sterke baby, was vaak ziek. In januari 1838 vreesden zijn ouders zelfs voor zijn leven. Koning Leopold schreef Victoria over zijn angst om nogmaals een kind te verliezen: We have been since the 23e very much frightened about poor Philippe. He has caught cold and got feverish cold and caugh, which is very alarming. It seems to decrease, but little can be said on the subject. Having lost that beautiful eldest child in the same way, I am naturally exceedingly distrustful at this illness, heaven grant that it may blow over.[35] Prins Filips leek erg vatbaar te zijn voor verkoudheden.[36] In maart 1840 kreeg Filips kroep. De ziekte werd bestreden met bloedzuigers. Leopold beschreef de toestand van zijn jongste zoon, in een brief aan Victoria: Philippe got an attack of the croup. We were all very much agitated. […] What with leeches and all the horror of there things Philippe got over immediate danger in the course of the evening and the night.[37]
Leopold was lichtjes teleurgesteld toen op 7 juni 1840 geen zoon, maar een dochter, Marie-Charlotte-Amelie-Auguste-Victoire-Clémentine-Leopoldine, geboren werd. In een brief aan Victoria schreef hij: Every thing passed extremely lightly as usual with Louise. The appearance of a young lady did not overenjoy me at first as I had rather wished for a reserve of the young gentlemen. She is however rather pretty and very like what Leopold was, let us hope that she will shine as a great beauty and I dare say that I shall like her by and by.[38] Het meisje werd aangesproken met de naam Charlotte,[39] zoals de eerste vrouw van koning Leopold.[40] Haar doopselplechtigheid vond begin juli plaats.
Charlotte was volgens haar vader een mooie baby. Leopold schreef in een brief aan Victoria: The young lady is a very nice child and so cheerful that it gives one pleasure to look into her little sprightly countenance.[41] De schoonheid van Charlotte deed de koning snel vergeten dat hij een derde zoon had gewenst. Louise-Marie was daar zeer gelukkig om, zoals blijkt uit een brief aan haar moeder: La petite prospère, grâces à Dieu, et est vraiment gentille, ce qui réconcilie un peu le Léopich [Leopold] avec son sexe.[42] Langzaamaan ging Leopold Charlotte zelfs als zijn lievelingskind beschouwen: The children were very nice, particulary Charlotte in brown velvet à la Tition and a forest of dark brown curls falling on her dear little white and round shoulders. She is a great favorite of mine, and more aimable et caressante than the little gentlemen ever were.[43]
Het huiselijk geluk bleef niet duren. Koningin Louise-Marie die reeds enkele jaren een zwakke gezondheid had, stierf op 11 oktober 1850 aan tuberculose. Het verdriet van koning Leopold en de kinderen was groot.[44] Leopold schreef over zijn persoonlijk leed in een brief aan zijn schoonbroer Emmanuel: Tu as bien connu notre foyer paisible et l’ange de bonté et de tendresse qui le dirigeait et qui ne vivait que pour moi; car même les enfants venaient bien loin après dans l’affection qu’elle me portait. En 18 ans, jamais il n’y a eu entre nous un mot dur, ne fût-ce que d’impatience. Tout cela est maintenant détruit et naturellement quantité d’autres choses qui en dépendent. […] Malgré sa santé délicate, jamais je n’avais pu imaginer que Louise mourrait avant moi et cette conviction s’était encore renforcée depuis qu’elle avait dépassé les 30 ans.[45] Leopold en de kinderen misten hun moeder. Koning Leopold schreef hierover aan Victoria: She [Louise-Marie] was in every thing a good exemple and an angelic being, who to have lost is dreadful for me and the children.[46] Toch meende Leopold dat het verdriet van zijn kinderen vlug zou slijten: For the children it is an immense loss which nothing can modify. They behave well, the great thing is ever that they should not become too melancholy, fortunately there is an elasticity in children that will rebound, tant mieux there is always plenty of grief in the life of most people.[47] Prinses Charlotte was bij het overlijden van haar moeder nog maar tien jaar.
De kinderen van Leopold I en Louise-Marie werden van bij hun geboorte toevertrouwd aan vreemden. Nog voor de kinderen geboren waren, kozen de ouders een voedster en een kindermeisje. Wanneer de kinderen enige maanden oud waren, begon de zoektocht naar een gouvernante voor de kleuters. De jongens werden op zesjarige leeftijd aan een gouverneur en een aantal ondergouverneurs toevertrouwd. Voor Charlotte zocht men een gouvernante en een ondergouvernante. Een korps van leraars vervolledigde het opvoedend personeel. Naast dit personeel, speelden toch ook de ouders en grootouders nog een kleine rol in de opvoeding van hun kinderenl.[48]
Voedster, kindermeisje en gouvernante
Het eerste opvoedend personeel in dienst van Leopold I en Louise-Marie waren de voedster, het kindermeisje en de gouvernante. De taak van de voedster was eenvoudig: ze gaf het pasgeboren kind borstvoeding. Het kindermeisje was verantwoordelijk voor het wassen en aankleden. De gouvernante was in de eerste levensjaren van de kinderen de belangrijkste opvoedster. Ze bracht een groot deel van haar tijd met de kinderen door; ze gaf ze bijvoorbeeld hun eerste lessen.
Louis-Philippe werd aan de borst gelegd bij een Belgische voedster, Dethy. De voedster werd bijgestaan door een Engelse gouvernante en een Duitse ondergouvernante.[49] De gouvernante en de voedster konden het echter niet goed met elkaar vinden. Het geruzie werd op een bepaald ogenblik zo erg dat Louise-Marie besloot de gouvernante te verwijderen. De melk van de voedster was immers veel te belangrijk voor de jonge prins. De onbeschaamde houding van de voedster zorgde er toch voor dat ook zij uiteindelijk vervangen werd.[50] Leopold beschreef de voedster in een brief aan zijn zus Sophie: Sa nourrice est une ‘brute’ extrêmement caprisieuse, mais elle donne du lait; elle nous met souvent en colère et pas si peu! Au début, le docteur Lebeau l’a gâtée et maintenant on ne peut plus y remédier.[51]
De zoektocht naar een nieuwe voedster verliep niet vlot. Nergens in de omgeving van Brussel was er een gehuwde voedster te vinden. Het voorstel om een ongehuwde moeder in dienst te nemen werd afgewezen door Louise-Marie. Leopold I had hier echter geen morele bezwaren tegen, zijn enige zorg was het vinden van goede melk voor de kroonprins. Uiteindelijk werd een eenvoudige Vlaamse boerin in dienst genomen. De nieuwe voedster werd hetzelfde gekleed als haar voorgangster. Op die manier hoopte men dat prins Louis-Philippe haar gemakkelijk zou aanvaarden. Het kind merkte niets van de verandering.[52] Ook prins Leopold kreeg borstvoeding van een voedster, mevrouw Devillers. Over de vrouw in kwestie is weinig bekend. Leopold vermeldde wel in een brief aan zijn zus Sophie dat ze haar taak op een goede manier volbracht: Le petit enfant soit fort; la nourrice est très bonne.[53] Nadat ze haar taken aan het paleis had beëindigd werd haar een jaarlijks pensioen toegekend van 400 frank.[54]
Het kindermeisje van prins Leopold was een oudere vrouw met veel ervaring. Een jaar eerder werkte de vrouw ook al voor de Belgische koning. Toen hield ze de wacht bij het ziekenbed van prins Louis-Philippe. Leopold had haar daarvoor speciaal uit Parijs laten overkomen. In een brief aan zijn zus schreef hij dat hij het kindermeisje een groot vertrouwen schonk: La bonne est une personne d’un certain âge déjà et de beaucoup d’expérience qui s’est occupée d’un grand nombre de petits enfants, mais qui ne sait pas écrire. Nous l’avons fait venir de Paris comme garde-malade du pauvre et beau petit garçon, au mois de l’année passée, en 1834 donc, et elle m’inspirera grande confiance; elle s’entend mieux qu’un médicin à soigner les milles et un bobos des enfants.[55]
De zoektocht naar een gouvernante voor Leopold begon enkele maanden na zijn geboorte. Men zocht een geschikte persoon om het eerste onderwijs te geven en om toezicht te houden op het overige opvoedend personeel van de prins. Een zekere mevrouw Van Praet werd als kandidate naar voren geschoven, maar ze werd door Edouard Conway[56], één van de eerste medewerkers van koning Leopold, omwille van haar hoge leeftijd, ongeschikt bevonden. Ook meende Conway dat ze niet zou passen in het koninklijke milieu. In een brief aan koning Leopold schreef hij: Si je ne me trompe point, Sire, une qualité essentielle chez la personne qui sera chargé de la première éducation du jeune prince et de la surveillance de son entourage, c’est l’activité. Sous ce rapport, je n’hésite point à dire, que Mme Van Praet ne repondrait point à l’attente de Votre Majesté. Agée, à l’heure qu’il est de plus de 64 ans, accoutumée à une vie tranquille et retirée, sujette, en outre, aux infirmités inséparable de la veillesse, elle ne suffirait pas à la moitié de la tache. Je suis persuadé, d’ailleurs que fut-elle même, moins avancée en âge, elle ne serait pas propre à l’importante besonge pour laquelle votre Majesté a fixé les yeux sur elle. Mme Van Praet a été et est encore, puis qu’elle fait l’éducation de ses petits enfants, le modèle des mères bourgoises, mais elle a vécu dans un cercle trop réservé, elle a trop peu d’usage et de connaissance du monde pour pouvoir être placée, avec avantage, sur un grand théâtre. Enfin je suis entièrement convaincu, Sire, [onleesbaar woord] ne la déciderait jamais à accepter la haute masque de confiance que voudrait lui donner Votre Majesté en le nommant gouvernante du jeune prince.[57] De koning volgde het advies van Conway.
Textor[58] werd in 1838 als gouvernante van Leopold aangesteld. Textor was aan het Belgisch hof terechtgekomen door toedoen van de arts Christian von Stockmar.[59] In 1837 werden de eerste contacten gelegd. Leopold schreef zijn vrouw over Textor: Mad. Testas est d’après le dire de Stockmar une très bonne personne d’un bon caractère, quand elle sera une foi à même de juger de tes volontés elle les exécutera bien.[60] Textor nam zowel de zorg van Leopold, als die voor Filips en Charlotte op zich. Als Textor ziek was, verving Louise-Marie haar.[61] Textor was protestants, terwijl de kinderen een katholieke opvoeding kregen. Louise-Marie had hier echter, zo blijkt uit een brief aan haar moeder, geen problemen mee: Mme Testas qui est protestante fait dire tous les jours à mes enfants le Pater (que les protestants disent comme nous) l’ave, le credo, toutes les prières que j’indique; cela ne souffre aucune difficulté, et les enfants tout en étant catholiquement élévés ne font aucune des remarques que je désire éviter. Au besoin je prierais Mme Testas de faire répéter le catéchisme.[62]
Vier jaar lang voerde Textor haar taken nauwgezet uit, tot in het begin van april 1841 een gouverneur voor prins Leopold werd gekozen. Louise-Marie schreef haar moeder over de scheiding tussen prins Leopold en Textor: Je ne sais encore quand nous irons à Laeken; mais lorsque nous irons, Léopold sera enfin remis aux hommes. Je l’ai annoncé hier à la pauvre Mme Testas, ce qui, je l’avoue, me coûtait beaucoup. Elle l’a très bien pris et vraiment nous lui devons une grande reconnaissance pour les soins extrêmes qu’elle a pris de Léopold depuis quatre ans et le devouement qu’elle nous a témoigné. C’est une bien bonne femme.[63] De scheiding was echter niet volledig, Textor bleef Leopold zien en ze vergezelde hem op zijn wandelingen. De kleine Leopold zag Textor niet graag uit zijn leven verdwijnen. Wanneer zijn vader hem het nieuws vertelde, was de jonge prins erg verdrietig. Louise-Marie schreef aan haar moeder: Léopold a reçu très tranquillement la communication du Léopich; mais quand il a été remonté chez lui il s’est jeté au cou de Mme Textas, sans pouvoir parler, et a longuement pleuré. La pauvre Mme Textas est aussi dans les sanglots; il n’y a que Lipchen [Filips] qui ait pris la chose philosophiquement. Il en est même plutôt amusé et il a dit à Léopold qu’il n’avait pas besoin de se désoler, puisqu’il continerait à voir Mme Textas et à se promener avec lui.[64] Textor beëindigde haar taak aan het Belgische hof in 1845.[65] Ze hield wel nog contact met de kinderen.[66]
Net als voor Louis-Philippe en Leopold zocht men ook voor prins Filips een voedster en een kindermeisje. De informatie over deze twee opvoedsters is karig. Over de voedster van de prins heb ik niets teruggevonden. Zijn kindermeisje heette Henriette en was afkomstig uit Frankrijk. Marie-Amélie, de grootmoeder van de kinderen, moest haar in juni 1844 achthonderd frank bezorgen in naam van de Graaf van Vlaanderen. Louise-Marie gaf haar moeder hiervoor instructies: Je vous inclus, chère maman, les deux adresses de la pauvre Henriette, l’ex-bonne de Philippe, avec prière de lui faire remettre soit à Paris si elle y est encore, soit en Normandie, 800 frank de la part du Comte de Flandre.[67] Wanneer mevrouw Textor van Leopold werd gescheiden, bleef ze nog wel in dienst van de jongste twee kinderen.[68] Één van de taken van de gouvernante was het opstellen van rapporten over het gedrag van de kinderen. Dit kunnen we afleiden uit een brief die Louise-Marie schreef aan Filips: Je suis heureux de voir par le bulletin de Mme Textor que tu est sage et appliqué.[69]
Marie-Amélie hielp haar dochter en schoonzoon bij de keuze van de voedster en het kindermeisje voor Charlotte. Leopold en Louise-Marie maakten wel hun wensen duidelijk. Louise-Marie schreef haar moeder: J’ai parlé hier au Léopich des divers arrangements que nous aurons à prendre bientôt. Il voudrait bien que vous eussiez la bonté de parler à Manou pour une nourrice et que vous vissiez avec lui s’il pourrait se charger de nous en procurer une bonne, et dans ce cas s’il croirait que nous ferions bien de la faire venir d’avance et de la faire soigner à Laeken, comme nous avons fait précédemment; ou s’il pense qu’il voudrait mieux ne la faire venir qu’au moment où elle sera nécessaire. Le Léopich tient toujours à un lait extrêmement jeune et frais et il aurait beaucoup plus confiance dans une nourrice choisie par Manou du bureau de Paris que dans toutes celles que l’on pourrait nous trouver ici où le choix est si restraint et si mauvais. Il verrait d’ailleurs plusieurs avantages à avoir une étrangère qui n’aurait ni mari ni famille à ses trousses, et je suis fort de cet avis.[70]
Louise-Marie twijfelde of ze de voedster en het kindermeisje al voor de geboorte in Laken zou installeren. Aanvankelijk besloot ze om de voedster en het kindermeisje ‘Baba’ nog een tijdje in Frankrijk te laten. Louise-Marie vroeg haar moeder om dit in orde te brengen: Ainsi deux lignes seulement pour empêcher Baba de partir vendredi; s’il en est encore temps. Le Léopich voudrait qu’elle se tint prête, mais qu’elle ne nous arrivât que lorsque nous le ferions demander et serait très fâché de l’avoir ici d’avance. Nous n’avons déjà que trop de femmes et son arrivée causerait une affreuse confusion.[71] Uiteindelijk kwamen Baba en de voedster aan op 22 mei. Baba et la nourrice sont heureusement arrivées hier soir; mais je ne les ai pas encore vues, schreef Louise-Marie de dag erna aan haar moeder.[72]
Louise-Marie gaf haar moeder in een brief van 21 februari 1842 een beschrijving van de voedster van Charlotte. Ze besprak haar gezondheid, haar karakter, haar properheid en de manier waarop ze haar taak volbracht: Je vous repondrai très franchement pour la nourrice: pour la santé elle à très bien nourri Charlotte, surtout les premier mois et son lait a l’avantage de n’être ni gras, ni échauffant; mais elle était très fatiguée à la fin de sa nourriture. Je crois qu’elle n’est pas aussi forte que l’était, par example, Coraline ou Mme Forte [voedsters die werkzaam waren bij familieleden van Louise-Marie of voedsters van de prinsen Leopold en Filips]; mais ceci aurait peut-être moins d’inconvenient pour un enfant de Victoire que pour un enfant d’Hélène. Bref, elle est bonne nourrice sans être forte. Pour le caractère, elle est très gaie et c’est de toutes les nourrices que nous avons eues celle qui avait le caractère le plus facile et le plus aimable. Elle ne nous a donné aucun embarras. L’essentiel, si on la prenait, serait seulement de bien lui mettre les points sur les i et de ne pas la gâter d’abord. Pour la propreté, elle est extrêment propre et ne demande pas mieux que d’être bien tenue. […] Mais elle est intelligente et adroite et serait bien vite au courant. Pour le caractère, je dois ajouter que je la crois étourdie et intéressée, comme le sont naturellement ces sortes de femmes, mais gaie et d’aimable humeur.[73]
De borstvoeding van Charlotte werd een jaar na haar geboorte stopgezet. La petite cours dans le panier, ce qui l’enchante, et marchera bientôt seule. Nous commençons son sevrage demain, ce qui n’est pas une petite affaire; mais je crois que c’est une bonne mésure et j’aime mieux qu’elle soit prise avant tous nos voyages, schreef Louise-Marie aan haar moeder.[74] Charlotte reageerde goed op het beëindigen van de borstvoeding: Le sevrage de la petite marche très bien; elle a très bien dormi sans vouloir boire. Elle mange bien ses soupes et est fort gaie et fort vive, mais elle ne dit plus rien du tout.[75]
Baba nam de verzorging van Charlotte op zich. Leopold en Louise-Marie besloten om haar gedurende drie maanden in dienst te nemen. Ze kwam onder de leiding te staan van Textor en een hertogin.[76] Het kindermeisje had al eerder op het koninklijk paleis gewerkt. Haar gedrag was toen niet gepast, ze kwam vaak brutaal over bij haar werkgevers. Toch schonken de koning en koningin haar opnieuw vertrouwen. Wel vroeg Louise-Marie haar moeder om Baba voor haar vertrek naar België op haar rechten en plichten te wijzen: J’ai profité hier d’un instant où j’ai pu voir le Léopich seul pour lui parler de Baba. Il désire qu’elle ne soit engagée d’abord pour trois mois et qu’elle ne s’occupe que de l’enfant, comme par le passé. Il voudrait aussi qu’elle pût arriver vers le 10 ou le 15 mai. Je vous prierai, chère Maman, en temps et lieu, d’arranger tout cela avec elle et de lui donner en même temps un bon sermon sur la soumission et la docilité. Son impertinence envers ses supérieurs et son goût du Malstramento en toutes choses n’ont pas laissé ici de très bons souvenirs, et l’idée de son retour a déjà causé un tolle général. Il y a même eu une protestation en forme de Rieken [hofdokter], à laquelle nous n’avons eu aucun égard, parce qu’elle est excellente pour les premiers soins et que nous avons confiance en elle. Mais si elle devait être en insurrection constante et en guerre ouverte avec les autorités, nous ne pourrions pas la garder longtemps. Vous serez aussi bien bonne, quand elle viendra, de lui prêcher entière soumission envers Mme Textas et la duchesse.[77]
Het verblijf van Baba werd verlengd. Bij haar aanstelling werd haar vertrek voorzien in augustus, maar ze zou pas eind september of begin oktober vertrekken. Ze gedroeg zich immers voorbeeldig. Louise-Marie schreef haar moeder dat ze nog steeds tevreden was over haar capaciteiten als verzorgster: Baba s’étant bien conduite, nous avons prolongé son séjour jusqu’au retour d’Ostende. J’en suis bien aise, car j’ai grande confiance dans ses soins. La petite est déjà une merveille de propreté et on ne le croirait pas, si on ne le voyait pas. Elle garde quelque fois le même maillot toute la journée, sans le mouiller.[78]
Louise-Marie betreurde het vertrek van Baba. Nochtans had het kindermeisje voor spanningen gezorgd bij het personeel. De koningin schreef hierover aan haar moeder: Baba s’en va samedi prochain. Je n’ai pas eu à me plaindre d’elle; mais son séjour prolongé nous eut attiré des embarras d’intérieur. Pour les soins, je la regrette, et puis elle est bien bonne femme.[79] Mevrouw Parys volgde Baba op als kindermeisje van prinses Charlotte. Louise-Marie vond Parys een goede vrouw, maar oud en afgeleefd.[80] Parys was kindermeisje bij de familie Arenberg geweest en had dus al enige ervaring.[81] Parys won het volledige vertrouwen van Louise-Marie. Het kindermeisje vergezelde Charlotte en de rest van het gezin tijdens een reis naar de grootouders van de kinderen. De koningin waarschuwde in een brief aan Marie-Amélie voor het uiterlijk van het kindermeisje, maar anderzijds wees ze op haar goede kwaliteiten als verzorgster van haar dochter: Charlotte est si vive qu’elle a besoin d’être constamment surveillé et quand je n’y suis pas, je n’ai de confiance qu’en la bonne, qui est une excellente femme, très sûre et très attachée à l’enfant. Je vous préviens, afin que vous n’en soyez pas effrayée, que son extérieur est peu brillant et rappelle à la fois celui de Mme Challar et de Mme Dupont; mais c’est une excellente bonne à tous égards et elle a donné les meilleures habitudes physiques et morales à l’enfant. Parys werd door Louise-Marie vergeleken met een zekere mevrouw Dupont en een zekere mevrouw Challar, misschien de kindermeisjes van Leopold en Filips.[82]
De taken van het kindermeisje waren eenvoudig. Ze was, zoals eerder vermeld, verantwoordelijk voor het wassen en aankleden van Charlotte[83] en ze vergezelde het kind ook op haar uitstapjes. Parys at samen met een aantal andere vrouwen in het paleis. Wel werd er voor gezorgd dat al het opvoedend personeel nooit op hetzelfde moment at. Op die manier stonden de kinderen permanent onder toezicht. Ici elle [Parys] mange avec les autres femmes. […] Les choses sont arrangées de manière que les personnes du service des enfants peuvent aller successivement à table, schreef Louise-Marie aan haar moeder.[84]
Gouverneur en ondergouverneur
De zoektocht naar een eerste gouverneur voor prins Leopold startte in januari 1841.[85] In april van dat jaar koos koning Leopold uiteindelijk majoor Henri-Joseph Hallart.[86] Louise-Marie somde zijn kwaliteiten op in een brief aan haar moeder: Après bien des recherches et des tentatives infructueuses de divers côtés, le choix du Léopich pour le précepteur s’est arrêté sur un Major Allard, du génie, que Chartres [Ferdinand-Philippe, broer van Louise-Marie] connait. C’est un très brave officier et, dit-on, un excellent homme, doux, affectueux, tranquille, ayant de fort bons principes et en même temps beaucoup d’instruction. J’espère qu’il répondra à notre attente et dirigera Léopold, dont le caractère n’est pas facile, dans la bonne voix.[87] Hallart begon effectief te werken in mei 1841.[88] In 1844 nam hij ook prins Filips onder zijn hoede.[89]
Naast de gouverneur werden er ook ondergouverneurs aangesteld. Adolphe-Joseph Montegnie[90] werd ondergouverneur van prins Leopold, Albert De Briey[91] die van prins Filips.[92] Montegnie en De Briey aanvaardden in januari 1846 een voorstel van Conway om in dienst te treden van de Belgische koning, meer bepaald om zich bezig te houden met de opvoeding van de prinsen. Waarschijnlijk oefenden beiden eerst een andere functie uit in het koninklijk paleis, vooraleer ze tot ondergouverneurs werden benoemd.
Conway drong aan op een aparte aanstelling van Montegnie en De Briey. Jules van Praet, de secretaris van koning Leopold, was een andere mening toegedaan. Hij stelde voor om Montegnie en De Briey samen te benoemen. Conway verdedigde zijn eigen mening in een brief aan Leopold: M. Van Praet paraît croire , et j’ai été un moment moi même de cette opinion, qu’il serait désirable de faire simultanement la nomination de M. De Briey & celle de M. Montigny. Il me semble pourtant toute reflexion faite, qu’il voudrait mieux commencer par installer le premier, d’autant plus qu’il n’y a peut-être pas d’urgence à faire donner aux jeunes princes l’enseignement des branches spéciales dont sera chargé M. de Montigny. L’instruction élementair et l’éducation [onleesbaar woord] me semble t’il ce qu’il est important de soigner avant tout. Je n’insisterait pas la nomination immédiate de M. de Montigny que dans le cas où le colonel Hallard viendrait à exprimer le désir cesser ses fonctions actuelles.[93] De koning volgde de raadgevingen van Conway op: De Briey werd benoemd op 22 februari,[94] Montegnie begon pas een drietal maanden later als ondergouverneur in het koninklijk paleis te werken.[95]
Kolonel Jean-Edouard-Joseph de Lannoy[96] kreeg in mei 1846 het voorstel om Hallart als gouverneur van de prinsen op te volgen. Montegnie was op dat ogenblik nog niet in dienst getreden. Conway schreef De Lannoy dat hij deze zaak zo snel mogelijk wilde afhandelen: Il n’a pas été fait encore d’ouvertures à M. de Montigny; mais je pense qu’à mon retour à Bruxelles, c’est lundi prochain, le Roi m’autorisera ou bien autorisera quelqu’autre personne de sa maison à s’aboucher avec ce jeune officier. [97] De Lannoy en Montegnie aanvaardden beiden het voorstel van Conway en begonnen aan hun taak van respectievelijk gouverneur en ondergouverneur van de twee Belgische prinsen.
De Briey was niet tevreden met de aanstelling van De Lannoy en Montegnie. Hij twijfelde of hij zijn functie aan het hof wel zou blijven uitoefenen.[98] De Briey voelde zich als ondergouverneur van prins Filips benadeeld. De Lannoy zou als gouverneur zijn meerdere zijn. Dit kon hij nog wel aanvaarden, maar het feit dat Montegnie ondergouverneur zou worden van de kroonprins ging hem te ver. Montegnie was maar een onderluitenant, terwijl De Briey zichzelf een graaf mocht noemen. Conway schreef koning Leopold over de bezwaren van De Briey: Le Comte Albert [de Briey] n’arrivera qu’en 3ième ordre: non seulement il sera placé sous le gouverneur des 2 princes, ce qui est juste et naturel, mais il arrivait après M. Montigny, c.a.d. après un simple sous-lieutenant, sous-gouverneur comme lui, il est vrai, mais sous-gouverneur du prince Royal et par cela même pretendant à une certaine supériorité.[99]
De Briey bedacht zelf een oplossing voor dit probleem. Hij stelde voor dat Montegnie ondergouverneur werd van Leopold. Hijzelf wilde tot gouverneur van Filips benoemd worden. Conway maakte de wensen van De Briey over aan de koning: Les Messieurs [Albert de Briey en zijn vader] n’auraient pas eu le même objection s’il avait convenir au Roi, tout en prennant M. Montegny pour le Duc de Brabant et donner au Comte Albert le titre de gouverneur de Comte de Flandre. Ce titre supérieur à celui de M. Montigny compenserait, en quelque sorte, l’avantage que tirerait celui-ci de sa fonction auprès du Prince héréditaire.[100] De koning ging echter niet in op dit voorstel. Conway schreef aan Leopold dat De Briey zich bij deze beslissing neerlegde: Je m’empresse d’avoir l’honneur d’annoncer à Votre Majesté que le Comte De Briey, d’après ce qu’il est venu me dire ce matin, accepte avec reconnaissance pour son fils, la position que Votre Majesté avait daigné me charger lui offrir.[101]
De Lannoy werd effectief benoemd op 1 juni 1846. Conway maakte hem dit nieuws bekend: Des motifs que j’aurai l’honneur de vous expliquer à notre première entrevue, ont déterminé le Roi à vous nommer immédiatement et je pense aujourd’hui même, Sa Majesté signera l’arrêté qui vous concerne.[102] Jules van Praet schreef De Lannoy over zijn nieuwe functie: L’intention de Sa Majesté est que vous preniez, comme son aide de camp, les fonctions de gouverneur des deux princes. Vous êtes chargé en cette qualité de la haute direction de l’éducation et des études de Leurs Altesses Royales.[103] De Lannoy was een katholiek, de liberale journalisten reageerden dan ook negatief op de aanstelling van de gouverneur.[104]
De Lannoy moest dadelijk in dienst treden; Louise-Marie en Leopold vertrokken immers naar Parijs. Bovendien wilde de koning vermijden dat het vertrek van Hallart de aanleiding zou worden van kwaadsprekerij. Conway bracht de orders van de koning over aan De Lannoy: Leurs Majestés se proposant de partir samedi pour Paris, où elles passeront dix jours, leur désir est que vous preniez immédiatement votre service auprès des Princes. Vous seriez, jusqu’à leur retour, logé au château. Il va sans dire qu’après, vous aurez toute la liberté nécessaire pour vous occuper de vos arrangements de famille, dont nous causerons à notre aise demain soir. Je serai complètement libre et à votre disposition depuis six heures jusqu’à dix ou onze heures. […] Le motif du Roi en vous appelant à ce service immédiat est d’empêcher qu’on n’exploite d’une manière malveillante le départ du colonel Hallaert. Vous savez que certaines sonnes n’y sont que trop disposées.[105]
Luitenant-generaal Albert-Florent-Joseph Prisse[106] nam op 24 oktober 1849 de taak van De Lannoy over. Vanaf dan mocht Prisse zich gouverneur van de twee Belgische prinsen noemen. Conway maakte deze verandering bekend aan De Lannoy: J’ai l’honneur de vous annoncer, d’après les ordres du Roi, que M. le Lieutenant général Prisse a pris, à partir d’aujourd’hui, la haute surveillance de l’instruction et de l’éducation des Princes.[107] Het vertrek van De Lannoy was een gevolg van een woordenwisseling die hij had met de burgerwacht van Sint-Joost-ten-Noode op 16 september 1849. Aanvankelijk kon Van Praet ervoor zorgen dat het incident uit de pers bleef. De Lannoy moest maatregelen nemen om de verspreiding van het bericht te vermijden. Van Praet vond een brief van De Lannoy gericht aan de minister van oorlog hiervoor een adequaat middel. Uiteindelijk deed het voorval veel stof opwaaien, zelfs de minister van oorlog noemde het incident ernstig.[108] De Lannoy beschreef het voorval in zijn memoires. Op weg naar het koninklijk paleis te Laken kwam hij een bataljon van de burgerwacht tegen. De Lannoy werd dringend in Laken verwacht om de koninklijke familie naar Gent te vergezellen. Het bataljon versperde echter de weg en weigderde hem door te laten. De gouverneur verloor zijn geduld en slingerde het bataljon een aantal verwijten naar het hoofd. Zo noemde hij hen ‘soldats de dimanches’. Uiteindelijk maakte men toch de weg vrij. De soldaten vergaten het incident niet en gingen klagen bij hun oversten.[109]
De Lannoy diende zelf zijn ontslag in. In een onderhoud met de koning kondigde hij zijn vertrek aan: Je dis à Sa Majesté que les conséquences de mon affaire cessaient de m’être personnelles, que les malintentionnés s’en emparaient et qu’elles pouvaient s’élever jusqu’à la famille royale; que c’était de mon honneur et de mon devoir, dans de telles circonstances, de prier Sa Majesté de vouloir bien me décharger de mes fonctions de gouverneur de ses enfants.[110] De koning zag hem niet graag vertrekken. Hij sprak vol lof over De Lannoy: Mon bien cher colonel, vous êtes un homme plein d’honneur et de délicatesse; ce que vous faites est digne d’éloges; je suis touché d’un si noble dévouement, à l’époque actuelle. Nous sommes obliger de cesser, mais croyez-moi bien, c’est avec peine; vous etiez un homme sûr, vous n’aviez jamais profité de votre position; nous nous reposions complètement sur vous; nos enfants vous aiment beaucoup; vous les connaissez bien, vous leur avez été bien utiles; ils vous doivent beaucoup, cela leur fera bien de la peine; c’est un des accidents qu’on ne peut pas prévoir, une tuile qui vous tombe sur la tête en passant la rue.[111] Ook de koningin betreurde het vertrek van De Lannoy. Als afscheidsgeschenk beloofde Louise-Marie hem portretten van de prinsen, geschilderd door Franz Xaver Winterhalter.[112]
Prisse nam zijn taak ernstig op. Conway was zeer tevreden over hem. Dit blijkt uit een brief die hij een maand na de aanstelling van Prisse schreef aan Louise-Marie: J’espère qu’il [Prisse] continuera dans cette excellente voie et que les princes dont l’avenir vue tient si fort au cœur, ne retireront que de bons fruits de l’influence que le général exerce sur eux.[113] In 1851 werd hij echter al vervangen.[114] De reden voor zijn vertrek is niet duidelijk. De Almanach Royal duidt Albert De Briey aan als gouverneur van prins Leopold voor de jaren 1851-1853. Er zijn een aantal documenten bewaard in de koninklijke archieven die erop wijzen dat De Briey in 1851 tot gouverneur van prins Leopold werd benoemd.[115]
In een brief aan Conway kondigde De Briey zijn ontslag aan.[116] Deze ontslagbrief werd vergezeld door een aparte brief, waarin De Briey de redenen van zijn vertrek omsomde. De belangrijkste reden die De Briey aanhaalde, was zijn positie tegenover prins Leopold: Le Prince Leopold à besoin d’un maître; je ne suis guère pour lui qu’un professeur. Ce rôle ne répond en rien à mes désirs et est devenu pour moi très pénible; il ne répond pas non plus, je crois, aux intentions du Roi, et par dessus tout il fait courir un grand danger à l’éducation du Prince Léopold, qui reste ainsi abandonné à lui même, c’est-à-dire au hazard. De Briey was immers ondergouverneur van Filips, voor prins Leopold was hij niet meer dan een gewone lesgever.[117] Een aantal maanden eerder had hij om dezelfde reden ook al eens met ontslag gedreigd.[118]
Om dit probleem op te lossen, stelde De Briey het volgende voor: Pour réussir près du Prince Léopold, il faut pouvoir diriger son éducation sous les ordres immédiats du Roi. Une fois armé de cette autorité, il ne reste qu’à l’appliquer; ce qui se fait en vivant habituellemnet avec le prince et en le suivant pas à pas. De koning moest er dus voor zorgen dat het gezag van De Briey groter werd. De Briey meende echter dat deze gezagsuitbreiding tot moeilijkheden zou leiden. Hij zag twee problemen. Ten eerste de reactie van prins Leopold, men kon immers nooit met zekerheid zeggen hoe de prins op deze verandering zou reageren. Het tweede probleem dat De Briey in gedachten had, was de ontevredenheid van Montegnie. Door de gezagsuitbreiding van De Briey werd het gezag van Montegnie namelijk ingeperkt. Omdat hij geen andere oplossing kon bedenken, diende hij zijn ontslag in. Hij schreef dat hij om dezelfde twee redenen de functie van gouverneur zou weigeren.[119] De Briey kreeg toch een voorstel om gouverneur van prins Leopold te worden. Dat hij dit aanbod aanvaardde, blijkt uit een brief van de koning aan koningin Victoria: Leo [prins Leopold] profites by some arrangements having Count Briey and M. Montegnie with them to avoid the pressure of any one of them. Seeing this the central power has been put into the hands of Graf as the children call M. De Briey.[120] De Briey werd dus overtuigd om in dienst te blijven van de koningskinderen. Men had dus een oplossing voor zijn twee bezwaren gevonden.
De Briey beëindigde zijn loopbaan als opvoeder aan het hof in 1853. De reden voor zijn vertrek was een tekort aan gezag. De problemen die hij voorspelde waren dus uitgekomen. Prins Leopold en De Briey hadden immers regelmatig meningsverschillen. In september 1852 spraken de twee zelfs niet meer met elkaar. Filips schreef gravin Denise d’Hulst[121] over de ruzies tussen De Briey en zijn broer: Leopold est de nouveau en guerre ouverte avec Graf, depuis huit jours il ne lui a dit ni bonjour, ni bonsoir.[122] D’Hulst ontving ook een brief van prins Leopold waarin hij zijn ruzie met De Briey toelichtte: Ma grande querelle avec Graf est à son comble […]. Nous ne nous parlons plus; Graf ne pouvant en maîtriser deux demandes à nous séparer et fait tous les jours des rapports contre moi à cher papa.[123]
De ruzies tussen De Briey en prins Leopold veranderde het gedrag van de twee prinsen. Léon-Dieudonné-Marie-Stanislas-Kostka de Closset[124], op dat moment ook gouverneur van de twee prinsen, lichtte Conway in over dit probleem: Il est vrai qu’il y a eu de nouveau de l’indiscipline parmi nos élèves, et qu’ils ont été retenus hier de ce chef à Laken. Malheureusement ce n’est pas là un fait isolé: ce n’est que le résultat d’un sentiment d’irritation qui date de loin, et qui va tous les jours croissant, entre le prince Léopold surtout et M. De Briey.[125] Deze ruzies zorgden ervoor dat De Briey steeds vaker afwezig was en uiteindelijk zijn taak aan het hof opgaf. Filips vermeldde het vertrek van De Briey in een brief aan D’Hulst: Quant à Graf c’est à présent un bien qu’il se retire car il n’aurait plus aucune autorité ni influence quelconque et que du reste depuis trois mois il est toujours absent, je pense qu’il ne sera pas remplacé ce qui n’est pas nécessaire.[126] In 1852 werd Léon De Closset volgens de Almanach Royal aangesteld als gouverneur van de twee prinsen. Toen prins Leopold in 1853 trouwde, bleef De Closset nog gouverneur van Filips tot 1856. Dit kan betekenen dat prins Leopold op een bepaald ogenblik twee gouverneurs had: De Briey en De Closset. Montegnie bleef ook nog betrokken bij de opvoeding van de prinsen, tot 1853 bij die van prins Leopold, tot 1855 bij die van prins Filips.
De gouverneurs en ondergouverneurs werden zorgvuldig uitgekozen. Vele gouverneurs aan het hof waren hooggeplaatste militairen: luitenant-kolonel Hallart, kolonel De Lannoy, luitenant-generaal Prisse. De Lannoy en De Closset passen niet helemaal in dit plaatje. De Lannoy had naast zijn militaire carrière ook een loopbaan als hoogleraar in de exacte wetenschappen achter de rug. De Closset was geen militair. Hij verwierf bekendheid door een verhandeling over Romeinse historiografie. In 1853 werd hij tot hoogleraar aan de universiteit van Luik benoemd.[127]
Vier nota’s opgesteld door koningin Louise-Marie geven een beeld van de taken die de gouverneurs en ondergouverneurs moesten uitvoeren. Louise-Marie schreef deze nota’s bij de aanstelling van Prisse op 24 oktober 1849. Naast de taken van gouverneur Prisse, omschreef Louise-Marie ook de functies van de twee ondergouverneurs Montegnie en De Briey.[128] De eerste gouverneur, Hallart, nam waarschijnlijk zelf al deze taken, zowel die van de gouverneur als die van de ondergouverneur, op zich. De eerste ondergouverneur werd immers pas aangesteld nadat Hallart al vertrokken was.
De gouverneur coördineerde de taken van de verschillende opvoeders. Hij controleerde dus de ondergouverneurs[129] en gaf hen instructies.[130] Koning Leopold was van mening dat De Lannoy deze richtlijnen niet schriftelijk, maar persoonlijk moest overbrengen: Je vous envoie les différents papiers que le Roi avait gardés jusqu’ici. Le Roi approuve le teneur et l’esprit de votre instruction projetée, mais il pense que vou ferez mieux de ne pas donner d’instruction écrite à ses Messieurs et de vous tenir simplement avec les uns et les autres aux explications et observations verbales.[131] Het zoeken en voorstellen van nieuwe leraars was ook een taak van de gouverneur.[132]
Louise-Marie schreef dat de gouverneur zijn bevelen kreeg van de koning: Le L. Général Prisse est chargé de la haute surveillance de l’éducation des princes. Il reçoit directement, et transmet les ordres du Roi.[133] Dit lijkt niet in overeenstemming te zijn met de realiteit. De gouverneur kreeg immers zijn instructies meestal van Louise-Marie.[134] Via korte berichtjes maakte ze de gouverneur duidelijk wat er van hem verwacht werd. Louise-Marie gaf De Lannoy bijvoorbeeld richtlijnen voor een bezoek van de kinderen aan Brussel: Je désire que les enfants dînent ce soir en ville. Veuillez donner des ordres pour que leur dîner soit servi au Palais à 5h. moins ¼. J’irai en ville avec les enfants. Je vous prierai de m’accompagner et de ramener ensuite les enfants à Laeken de la manière accoutumée. Veuillez décommander M. de Facqz [leraar Frans en Latijn] pour ce soir.[135] Van wie de gouverneur zijn instructies kreeg na de dood van Louise-Marie is niet duidelijk.
Verschillende keren per week werd de gouverneur in Laken verwacht om de vorderingen van de prinsen te bekijken.[136] Aan de hand van examens, die door de gouverneur werden afgenomen, werd de kennis van de prinsen gecontroleerd.[137] De gouverneur hield het koninklijk paar op de hoogte van het verloop van de studies en van het gedrag van de prinsen.[138] Louise-Marie verwachtte van de gouverneurs dagelijks een geschreven verslag, wanneer ze niet in Laken aanwezig kon zijn. Louise-Marie maakte hieromtrent haar orders over aan De Lannoy: Je vous prierai de vouloir bien, comme le Colonel Hallart le faisait précédemment, m’adresser tous les jours pendant mon absence un petit bulletin ou rapport très court, m’indiquant comment la journée des enfants s’est passée, ce qu’ils ont fait, quelle a été leur conduite, comment ils se portent, s’ils ont été appliqués ou paresseux, etc. Quelques mots sur les divers points suffisent. M. Conway pourra se charger d’expédier ces bulletins ou vous indiquera la manière de les adresser.[139] Dergelijke verslagen werden ook verwacht wanneer Louise-Marie wel in Laken was.[140]
Waarschijnlijk werden de verslagen in de praktijk niet dagelijks opgesteld. Er bleef in ieder geval maar één studieverslag bewaard in het Koninklijk Archief. Het verslag werd opgesteld door De Closset voor de week van 28 november tot 4 december 1853. Het betreft het studiegedrag van prins Filips. De Closset schreef: La semaine a été général faible, sauf dans les histoires de la littératures ancienne & de la littérature française où le prince s’est soutenu. En histoire général le travail a été une fois nul, et n’a pas regagné dans le rest de la semaine ce qu’il a été précédemment. Les études latines n’ont été que passable. Leur succès d’ailleurs est compromis par la conviction où se trouve le prince qu’elle ne peuvent, pas plus que toute autre étude littéraire, lui être d’aucune utilité. A chaque instant cette question de principe est soulevée par lui: ce qui, peut à l’esprit d’opposition qui lui est naturel, non seulement entrâve la marche des leçons, mais aussi rend la position de professeur extrêmement pénible.[141] De Closset ondervond dat prins Filips niet altijd een meegaand karakter had. Net als De Briey meende hij dat het geen pretje was om de prinsen op te voeden.
De gouverneur volgde een opvoedingsplan. Zo kreeg De Lannoy bij zijn aanstelling de dagindeling en het studieplan van de prinsen toegestuurd. Hij mocht voorstellen doen om het plan aan te passen. De Lannoy bezorgde zijn ideeën aan Louise-Marie. De aanpassingen moesten wel goedgekeurd worden door het koninklijk paar alvorens het plan mocht uitgevoerd worden.[142] Het opvoedingsreglement werd geregeld bijgewerkt. Conway vroeg De Lannoy aan het einde van zijn aanstelling welke veranderingen hij nuttig achtte aan het reglement: J’ai oublié de vous demander hier, quand j’ai eu le plaisir de vous voir, de vouloir bien me procurer une copie du règlement en vigueur pour les études et l’emploi de la journée des Princes. Vous m’obligerez doublement si vous aviez l’obligeance d’y joindre les observations que l’expérience vous aurait suggérées sur les améliorations à y introduire.[143]
Een andere taak die men aan de gouveneur toevertrouwde, was het vergezellen van de kinderen op hun uitstapjes.[144] Louise-Marie gaf De Lannoy bijvoorbeeld instructies om prins Leopold naar zijn paardrijlessen te vergezellen: Le Roi trouve plus convenable que Léopold soit accompagné par vous lorsqu’il ira à Bruxelles, le jeudi et le dimanche, pour le manège et vous prie de vouloir bien le conduire. [145] Wanneer de gouverneur dit om één of andere reden niet kon doen, werd hij vervangen door een ondergouverneur.[146] Zo stelde Louise-Marie eens voor dat De Briey gouverneur De Lannoy zou vervangen. De Briey moest de kinderen naar Brussel begeleiden. Louise schreef De Lannoy: Je vous remercie bien du regret que vous m’exprimez, mais il est impossible de ne pas répondre à une assignation de la justice. Veuillez, en conséquence, prier M. De Briey de vouloir bien vous remplacer ce matin et d’accompagner les enfants en ville à 10 ½.[147]
Nergens zijn er aanduidingen dat Hallart, De Lannoy of Prisse één of ander vak aan de prinsen hebben onderwezen. De Closset verzorgde als gouverneur wel een aantal jaren enige lessen. Hij gaf deze lessen niet enkel aan de prinsen, maar ook aan Charlotte.[148] Filips kreeg geschiedenislessen van De Closset. Daarnaast bracht De Closset hem ook kennis van de literatuur bij.[149] De Lannoy wisselde wel lesmateriaal uit met de gouverneur van de graaf van Parijs, Jacques-Auguste-Adolphe Regnier. De Lannoy bezorgde hem bijvoorbeeld een aantal Latijnse vertalingen. Regnier schreef De Lannoy een brief om hem hiervoor te bedanken: Je vous remercie bien cordialement de votre cadeau et de l’aimable lettre qui l’accompagnait. D’après le bien que vous me dites de cette traduction des trois satiriques latins, je suis très impatient de la lire, et comme je vous crois le goût difficile et exigeant plutôt que trop indulgent, je suis convaincu d’avance du mérite de ce travail et je regrette de ne l’avoir pas connu plus tôt, au temps où je professais le Rhétorique. […] Au reste, je consacrai à lire ces deux volumes les premiers instants de loisirs dont je pourrai disposer, et quand j’aurai le plaisir de vous revoir, je vous dirai ce que j’en pense. Nous regrettons bien vivement que vous n’ayez pas amené vos augustes élèves. J’aurais été, pour mon compte, bien heureux de passer de nouveau quelques semaines avec vous et de rependre ces entretiens que vos connaissances si variées savent rendre aussi intéressants qu’instructifs.