| Podcasting. (Hannes Coudenys) |
| home | lijst scripties | inhoud |
Podcasting is een revolutie.
Met dank aan Christophe, Han, Keltoum, Bruno, Barbara, Jachim en iedereen die vrijheid nastreeft.
Bedankt aan Indymedia voor het openen van ogen.
Oorspronkelijk was het mijn plan om een eindwerk te maken over nieuwe media en auteursrecht. Ik heb stage gelopen bij de alternatieve nieuwswebsite Indymedia[1] en van daaruit groeide mijn interesse in een voor mij toch zeer saai onderwerp als het auteursrecht.
Op mijn stage worden open-source programma’s gebruikt. Dat zijn programma’s of besturingssystemen waarvan de broncode gekend is. Doordat dit zo is, kan iedereen die kan programmeren het programma helpen verbeteren. Open-source betekent ook dat het programma gratis is. Persoonlijk wist ik wel wat dit allemaal betekende maar, ik had eigenlijk nooit echt stilgestaan bij de gedachte dat in de digitale wereld, waar vrijheid toch een belangrijke factor is, heel wat IT-bedrijven, veel te veel geld verdienen door hun zomaar, door iedereen aanvaarde, monopoliepositie op de markt.
Als je meewerkt aan open-source software dan weet je dat je daarbij afziet van je auteursrecht. Je geeft iedereen de kans om je werk te kopiëren, te hergebruiken en vooral om het te verbeteren. Dit doe je uit vrije wil want de achterliggende filosofie is dat innovatie gediend is met de vrijheid van informatie-uitwisseling.
De artikels die ik op mijn stage heb geschreven, de radio reportages die ik heb gemaakt en de foto’s die ik heb genomen zijn allemaal onderhevig aan copyleft. De mooie tegenhanger van copyright. Iedereen mag mijn werk kopiëren, verspreiden en afgeleiden maken onder enkele voorwaarden:
|
|
Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden. |
|
|
Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken. |
|
|
Gelijk delen. Indien de gebruiker het werk bewerkt kan het daaruit ontstane werk uitsluitend krachtens dezelfde licentie als de onderhevige licentie worden verspreid. |
(buttons by http://wiki.creativecommons.org/Podcasting_Legal_Guide)
Dit staat vermeld in de Creative Commons Deed[2]. Een Amerikaans project dat bestaat sinds 2001 en de open content wil bevorderen.
In mijn eindwerk wilde ik bespreken hoe het auteursrecht van toepassing was op nieuwe media zoals internet radio, download sites en op de nieuwste trend: podcasting (In de breedste zin staat podcasting voor het verspreiden van digitale audio bestanden die door speciale programma's afgehaald worden om ze later te gebruiken.[3])
Ik begon met een geschiedenis van deze fenomenen en meer en meer werd duidelijk dat podcasting meer veroorzaakte dan internetradio of muziek download sites. Podcasting nam de hoofdplaats in mijn eindwerk, mede doordat ik zelf ook al enkele podcasts heb gemaakt als dj. Ik raakte verwonderd door het gemak waarop een podcast word gemaakt en door het gemak waarmee hij wordt verspreid. Miljoenen mensen luisteren nu al dagelijks naar hun favoriete show.
Als ik op mijn stage één iets heb geleerd dan is het dat vrijheid belangrijk is. Podcasting is vrijheid, het geeft iedereen de kans om zijn stem te laten horen. Die stem kan entertainen maar die stem kan evengoed ook schreeuwen om hulp, bijvoorbeeld vanuit een land waar alles fout loopt en waar de enige vertrouwbare informatie voor ons uit een podcast komt. Daarom is podcasting revolutie, of toch tenminste een middel.
Volgend jaar is dit eindwerk waardeloos. De informatie die erin verwerkt is is slechts een voorlopige stand van zaken na 3 jaar podcasting. Toch vond ik het nuttig dit werk te schrijven omdat het een handleiding kan zijn voor mensen die met podcasting aan de slag willen of voor mensen die later willen lachen met al die energie die iemand heeft gestopt in wat slechts een voetnoot in de geschiedenis van het internet was.
In deze scriptie heb ik het over muziek downloaden op het internet, over internetradio om dan uit te komen op de laatste evolutie: “podcasting.” Ik bespreek waar het vandaan komt, hoe het zo populair is geworden en vervolgens wordt er ook uitgelegd hoe je zelf een podcast maakt. Daarna volgt er nog een hoofdstuk over auteursrecht, toegepast op podcasting.
De informatie komt uit de weinige boeken die er over het fenomeen verschenen zijn, gesprekken met mensen die in de IT wereld actief zijn en mensen die met auteursrecht bezig zijn, waarvoor dank aan Indymedia. Verder heb ik veel informatie gevonden in muziek- en computertijdschriften en natuurlijk ook op het Internet zelf.
Mijn praktisch werk is een podcast die van naald tot draad uitlegt hoe je zelf een podcast maakt.
2 Een korte geschiedenis van muziek op het Internet.
Om te begrijpen waar podcasting vandaan komt moeten we eerst even de korte geschiedenis van muziek op het internet overlopen. Podcasten is ontstaan uit de wil van mensen om zelf een radio te maken maar ook door de nieuwe mogelijkheden die de technologische vooruitgang ons biedt. In de volgende hoofdstukken gaan we in op het muziek downloaden via peer-to-peer systemen en ook op de komst van internetradio. Er wordt ook aandacht besteed aan geluidsformaten en muziekspelers omdat elk formaat en elke speler een stap vooruit is in de digitale wereld. Zonder al die evoluties zou er ook geen sprake zijn van podcasting.
Het Internet dat de laatste jaren een immense vlucht voorwaarts genomen heeft, is oorspronkelijk ontwikkeld door wetenschappers die snel met elkaar wilden communiceren. Netwerken is belangrijk en ook grote bedrijven hadden veel interesse in een systeem als het Internet. Naast het communiceren via Internet is één van de voornaamste ontwikkelingen de uitwisseling van gegevens. Voortdurend worden er gegevensbestanden uitgewisseld, niet alleen teksten, maar ook volledige programma’s, muziek of video’s.
Peer-to-peer netwerken
Om zo veel en zo snel mogelijk gegevens te kunnen uitwisselen, zijn er allerlei oplossingen bedacht. Eén daar van is het peer-to-peersysteem[4], waarbij gebruik wordt gemaakt van de computers van de deelnemers aan dit systeem om onderling gegevens door te geven. In het algemeen verwijst een peer-to-peernetwerk (of P2P) naar een computernetwerk dat geen vaste werkstations en servers heeft, maar een aantal gelijkwaardige aansluitingen die samen tegelijkertijd functioneren als server en werkstation voor de andere aansluitingen in het netwerk.
Vanaf elke computer in het netwerk kunt u informatie downloaden en elke computer in het netwerk kan informatie bij u downloaden. Dit komt omdat alle pc’s in het netwerk elkaar toegang geven tot hun informatie. Anders gezegd: elke pc is zowel cliënt als host. Een pc is cliënt voor de informatie die hij downloadt van een ander en host voor de informatie die een ander download van hem. Omdat het bijna altijd gaat om het delen van bestanden, heet deze methode ook wel file-sharing. File-sharing heeft grote voordelen omdat uw computer toegang heeft tot een wereldwijde gemeenschap waarin praktisch alle informatie voor handen is.
Mensen die al wat langer met het Internet en muziek downloaden ervaring hebben, weten wat Napster is en hebben er vroeger misschien nog mee gewerkt. Napster was het eerste peer-to-peer netwerk waarop iedereen muziekbestanden kon uitwisselen. Ondertussen is Napster een begrip geworden en dan vooral als het over auteursrechten gaat. De oprichter van Napster, Shawn Fanning, had geen rekening gehouden met auteursrechten en dit is hem zuur opgebroken. De ervaringen met Napster hebben ervoor gezorgd dat andere peer-to-peer netwerken zoals Limewire, Soulseek of kazaA, maatregelen hebben genomen om te voorkomen dat het hun net zo vergaat als Napster.
Napster[5]
[6]Het verhaal van Napster begint bij Shawn
Fanning[7].
Hij groeide op in de buurt van Boston in Massachusetts. Fanning was een
uitmuntende leerling die in de zomervakantie in het computerbedrijf van zijn
oom werkte. In 1998 ging hij naar de Northeastern University in Boston om te
leren programmeren en daar ontstonden de eerste ideeën voor Napster. Als
muziekliefhebber verzamelde hij bestanden via het Internet, maar die waren zeer
moeilijk te vinden. Fanning wilde een muziekgemeenschap creëren die gemakkelijk
zelfgemaakte muziek zou kunnen uitwisselen. Zijn programma, Napster, voorzag in
die behoefte: het programma koppelde pc’s van gebruikers aan elkaar en maakte
een inventaris van alle muziekbestanden die op de harde schijf stonden. Shawn
Fanning kon niet vermoeden welke invloed Napster zou hebben toen het netwerk in
juni 1999 in gebruik werd genomen.
Twee maanden later was Napster al geen experiment meer, maar een bedrijf dat
onderzocht hoe de dienst commercieel geëxploiteerd kon worden. Makkelijk waren
die eerste maanden niet. Directeur Eileen Richardson blafte vertegenwoordigers
van platenmaatschappijen af die bij Napster verhaal kwamen halen. Nadat eind
1999 de onderhandelingen met de muziekindustrie waren vastgelopen, stapte de
overkoepelende organisatie van de platenindustrie dan ook naar de rechter, al
gauw gevolgd door Metallica. De muziekgroep maakte zich er niet populair mee en
vele (ex-) fans riepen anti-Metallica-webpagina’s[8] in het leven.
Lichtpuntje voor Napster was een kapitaalinjectie van Hummer Winblad Venture
Partners van 13 miljoen dollar[9],
waardoor het voortbestaan van de onderneming in elk geval voor enkele maanden
verzekerd was. Wel moest Richardson het veld ruimen voor Hank Barry, die
onmiddellijk een aantal bobo’s uit de platenindustrie aantrok. Niet dat het
veel hielp, want na Metallica dreigden ook Elton John en rappers Dr. Dre en
Eminem met juridische stappen. Van de laatste was de CD The Marshall Mathers LP
een dag voor de release al in zijn geheel via Napster beschikbaar. De artiesten
zien de muziekpiraterij als broodroof. Ze hebben het geld nodig om muziek te
kunnen blijven maken en vinden dat hun artistieke prestaties behoorlijk moeten
worden betaald. Alleen punkband The Offspring[10]
besloot Napster te steunen via T-shirts en een tournee. Door de processen tegen
Napster werd de dienst alleen maar groter vanwege de publiciteit. Algauw telde
Napster 13,6 miljoen gebruikers[11],
voornamelijk studenten. Tegelijkertijd bracht het proces tegen Napster
gebruikers en de verdedigers in verwarring. De gebruikers bekeken Napster als
een eenvoudige zoekmachine. Velen debatteerden over het feit dat bij de
sluiting van Napster men zou overstappen op een ander systeem om aan zijn
bestanden te komen.
De vele verdedigers van Napster waren bezorgd over het constante gebruik van het woord "site" rondom de dienst. Dit woord doet vermoeden dat Napster de bestanden zelf verspreidde. Dit was echter niet waar, want de gebruikers deelden hun eigen bestanden en napster vergemakkelijkte dit proces alleen.
Intussen sloegen voor- en tegenstanders van Napster elkaar met onderzoeken om de oren: zo beweerde het bureau Yankelovich[12] dat het merendeel van Napster gebruikers later toch een CD koopt, wat door andere onderzoeken weer werd tegengesproken. In de zomer van 2000 haalde de muziekindustrie dan toch zijn slag binnen: rechter Marilyn Hall Patel verbood Napster nog langer auteursrechtelijke beschermde muziek te verspreiden. Het argument van Napster dat het geen greep had op zijn gebruikers werd van de hand gewezen. Napster ging in hoger beroep en mocht, in afwachting van een definitief oordeel, zijn activiteiten alsnog voortzetten. Het voorstel van Napster om gebruikers abonnementsgeld te laten betalen , vier dollar per maand, werd door de platenindustrie hooghartig afgewezen.
Totdat in september Thomas Middelhoff van het Duitse Media bedrijf Bertellsmann AG[13] contact opnam met Napster. De topman was de eerste die begreep dat de uitwisseldienst in een behoefte voorzag en hij stelde een samenwerking voor. Middelhof geloofde in een op lidmaatschap gebaseerd distributiesysteem waarbij de artiesten een eerlijke betaling krijgen. De gerechtelijke uitspraken bleven elkaar echter opvolgen. Napster stelde een filtersysteem in dat moest voorkomen dat gebruikers muziek downloadden die op een heel lange lijst voorkwam die door de platenindustrie werd geleverd. Het probleem was echter dat de gebruikers via allerlei kleine veranderingen in de namen, bijvoorbeeld, toch in staat bleven dergelijke muziek uit te wisselen. Een verkeerd gespelde maar goed herkenbare naam glipte door het filtersysteem heen[14]. Hierdoor werkte het systeem niet perfect. Napster schakelde nog meer beveiligingssystemen in, waardoor de effectiviteit opliep tot 99%.
Toch oordeelde een districtshof dat dit niet voldoende was en dat 100% succes gegarandeerd moest worden. Dit betekende voorlopig het einde van Napster. Er circuleerden allerlei geruchten dat Napster zou overgenomen worden, maar het bedrijf gaf de moed niet op en ging in onderhandeling met songwriters en muziekuitgevers. Er werd afgesproken dat deze een percentage zouden uitbetaald worden wanneer Napster zijn betaalde dienst zou starten. Momenteel is Napster in een heel andere vorm weer actief op het Internet. Tegen een geringe betaling kunnen leden nu muziek downloaden[15].
De rechtszaken tegen Napster zijn nog lang niet ten einde. Platenmaatschappijen eisen enorme bedragen van hun collega Bertelsmann AG, omdat deze Napster heeft gesteund. Ook ander P2P-netwerken worden op het matje geroepen en worden gedwongen tot een aantal maatregelen. Veel van deze netwerken hebben er echter voor gezorgd dat zij niet met een centrale server werken, zodat het verkeer moeilijk is na te gaan. Bovendien kunnen adressen verborgen worden en namen van de deelnemers zijn vaak schuilnamen.
Ook de muziekindustrie en veel artiesten zien de behoefte aan te downloaden muziek en zij bieden nu zelf veel meer mogelijkheden om hun muziek al dan niet tegen betaling te downloaden.
Tegenwoordig gaan veel stemmen op voor een hele nieuwe kijk op nieuwe regelingen voor het onstuitbare internetverkeer.
Oorspronkelijk werk, wordt in bijna alle landen via de wetgeving beschermd door middel van auteursrecht of copyright[16]. Dit zegt dat je geen werk van anderen zomaar mag uitwisselen met derden. Dit heeft al geleid tot enkele processen. Een probleem hierbij echter is dat het Internet niet aan één enkel land gebonden is, maar zoals de afkorting “www” (World Wide Web) aan het begin van een domeinnaam het al verraadt: wereldwijd verspreid.
Die verspreiding maakt het Internet ook juist zo aantrekkelijk. Het is een enorme schatkamer voor degene die zijn weg kent. Daarom is er gezocht naar oplossingen en sommige van de peer-to-peer systemen zijn ondertussen erkend en betalen auteursrechten aan de daarvoor bevoegde instanties.
File sharing kan nu op twee verschillende manieren:
Er wordt op de een of andere manier een netwerk opgezet van pc’s die met elkaar communiceren en die onderling met elkaar informatie uitwisselen, zoals bij Gnutella.
Een centrale computer ontvangt de verzoeken om informatie en regelt de distributie tussen de verschillende pc’s. De programma’s Bittorent en eDonkey is hier een bekend voorbeeld van.
Het Gnutella netwerk
[17]Gnutella is een van de oudste P2P-netwerken.
Gebruikers zetten via een stukje software een virtueel netwerk op waarbij elke
pc zowel cliënt of host als server is. Als er een zoekopdracht wordt gegeven,
dan kijkt een computer eerst bij de vier computers in het netwerk die het
dichtst bij zijn. De vier computers doen dat op hun beurt ook weer en dit gaat
door tot de informatie gevonden is. Vervolgens wordt de informatie doorgestuurd
naar de pc die het verzoek deed. Dit veroorzaakt een zeer druk zoekverkeer en
soms raakt het netwerk hierdoor overbelast. Dit is meteen ook de reden waarom
universiteiten en hogescholen file-sharing programma’s niet toelaten en
blokkeren op hun netwerk.
Een nadeel aan Gnutella is dat het netwerk zo snel is als de traagste computer in het netwerk. Informatie wordt doorgegeven via een keten van computers die allemaal op de een of andere manier verbonden zijn met het Internet. Wanneer er een pc tussen zit die met een trage modem verbinding maakt via een analoge telefoonlijn, dan wordt het doorgeven van de informatie voor de hele keten vertraagd.
[18]Limewire is een van de bekendste programma’s
in het Gnutella-netwerk. Met het programma kan je muziek downloaden maar ook
video, software en spelletjes. Het programma is open source[19]. De
LimeWire-broncode wordt gepubliceerd onder GNU-GPL[20] en is
beschikbaar op ontwikkelingssite van LimeWire. LimeWire is beschikbaar in twee
versies: een gratis basis versie en een uitgebreidere variant welke op
commerciële basis wordt aangeboden.
Andere P2P download programma’s:
Soulseek[21]:
[22]Soulseek is
vooral bedoeld om muziekbestanden zoals MP3's mee uit te wisselen. Dit
programma is ontwikkeld door Nir Arbel, een voormalige medewerker van het
beroemde muziek uitwisseling programma Napster. De overeenkomst met Napster is
dat dit netwerk op een centrale server draait, waardoor het netwerk gemakkelijk
kan worden gestopt door de beheerders. Soulseek staat bekend om het feit dat er
relatief veel underground muziek wordt aangeboden, daarom heeft dit programma
in korte tijd veel bekendheid verworven. In 2005 maakten ongeveer 120.000 gebruikers[23] deel uit van
de Soulseek community. Dit lijkt weinig in tegenstelling tot programma’s als
Kazaa en Bittorrent, maar Soulseek is dan ook een undergroundproject in
tegenstelling tot eerder genoemde programma’s.
IMesh[24]:[25]Met dit programma is het mogelijk informatie te downloaden. Dit
kan software zijn, maar ook MP3-bestanden. Imesh maakt gebruik van
verschillende filesharingnetwerken, namelijk: IMesh, Kazaa en Limewire.
IMesh levert ook zijn eigen toolbar voor Internet Explorer en wordt ook
geleverd met een ingebouwde mediaspeler.
Het programma bevat spyware en zal pop-ups laten zien.
KazaA[26]:[27]KazaA
is een computerprogramma waarmee gebruikers onderling bestanden kunnen
uitwisselen. Het maakt gebruik van het peer-to-peer netwerk “FastTrack.”
Net zoals veel andere uitwisselprogramma's, bijvoorbeeld Napster, wordt
Kazaa veel misbruikt om bestanden (zoals beeld- en geluidsmateriaal waar
auteursrechten op rusten) illegaal uit te wisselen. In Nederland oordeelde
de Hoge Raad op 19 december[28]
2003 echter dat Kazaa zelf geen auteursrechten schendt, daar het programma
niet voor deze doeleinden bedoeld is. Het is slechts een
uitwisselingsprogramma en het kan niet op misbruik door gebruikers
aangesproken worden, zo oordeelde de Raad.
Napster daarentegen is wel beëindigd, maar daarvan is een verschil in
werkwijze de oorzaak: Napster gebruikte een eigen server, een centrale
computer op het netwerk die bijhield wie welk nummer had. Napsters eigen
systeem deed actief mee aan het helpen verspreiden van illegale bestanden.
Kazaa's “FastTrack” is een gedecentraliseerd netwerk en heeft geen
centrale computer. Daardoor is Sharman Networks niet verantwoordelijk voor
het delen van bestanden.
Bittorent en eDonkey
Bittorent en eDonkey zijn tot op zekere hoogte peer-to-peer netwerken omdat u rechtstreeks downloadt van iemand anders zijn pc, maar het contact is minder direct doordat er een soort tussenstation is. Bij bittorrent is dit een zogenaamde tracker en bij eDonkey is dit een server. Deze tussenstations contoleren waar de informatie aanwezig is en brengen de gebruikers met elkaar in contact.
Bittorrent[29]
[30]Bij het torrent-netwerk zoek je niet direct
op de pc van een ander, maar ga je naar een website die lijsten bevat van
beschikbare bestanden. Dit heet een “indexing site.” Deze sites zijn erg
populair en er bestaan er veel van. Helaas verdwijnen ze even snel als ze
ontstaan want diverse juridische instanties maken er fanatiek jacht op. De
bestanden komen binnen als een soort pakketje dat een archief heet. Om dit te
kunnen ontvangen heb je een “.torrent-bestand” nodig. Dit bestand bevat
informatie die de cliënt-pc nodig heeft om het bestand te kunnen lezen om vervolgens
te kunnen starten met uploaden en downloaden. Als je zo’n bestand hebt dan
brengt de bittorent-software je in contact met de bezitters van
“.torrent-bestanden.”
eDonkey[31]
eDonkey is al sinds het begin van dit netwerk in september 2000 een van de belangrijkste P2P-netwerken. Tegenwoordig is het bijna groter dan het bittorrent-netwerk. Dit komt door de verbeten juridische jacht die op de torrent-sites wordt gemaakt. eDonkey maakt, net als vroeger bij Napster, gebruik van een centrale server, maar deze wordt doorlopend verplaatst. Sommige servers gaan offline terwijl op andere plekken nieuwe worden gestart. Om bij te blijven kan je op verschillende plekken een lijst downloaden van nieuwe servers en deze installeren in eDonkey.
De zoekfunctie van eDonkey werkt op een bijzondere manier: elk bestand op het netwerk krijgt een soort adres, dit heet een hash. Elke computer die op het netwerk is ingelogd, krijgt een categorie adressen toegekend. eDonkey houdt bij voor welke categorie een bepaalde computer verantwoordelijk is. Als er een verzoek om informatie uit een dergelijke categorie komt, dan weet eDonkey exact waar de gegevens te vinden zijn. Deze vorm van decentralisatie zorgt er ook voor dat er geen PC in het netwerk overbelast raakt.
Muziek kopen en betalen op internet
In een artikel uit 2002 in muziektijdschrift OOR was het al te lezen: “De platenindustrie heeft het moeilijk[32].” Onder invloed van het thuiskopiëren, muziekuitwisseldiensten en het gebrek aan goedverkopende artiesten stort de CD verkoop in.
Anno 2006 lijkt Internet dan toch een legale plaats op het Internet gevonden te hebben. Het illegale downloaden gaat via allerlei omwegen verder, maar de legale verkoop kent dankzij de komst van de populaire MP3-spelers en de online muziekwinkels een grote groei.
iTunes[33]
[34]De iTunes Music Store (iTMS) is de online
muziek service van computerfabrikant Apple. Deze werd in de Verenigde Staten
geïntroduceerd op 28 april
2003. Op 26 oktober 2004 werd de iTunes Music
Store ook in België en Nederland gelanceerd. Om de iTMS te bereiken vanaf een
WindowsPC of een Macintosh via Internet maakt men gebruik van Apple's iTunes
software.
In bijna elk land in Europa heeft Apple aparte overeenkomsten moeten sluiten omdat de regelgeving met betrekking tot auteursrechten nog lang niet over de hele Europese Unie dezelfde is. Maar vrijwel overal hebben de grote muziekbedrijven, zoals EMI, Sony BMG, Universal Music Group en Warner Music hun muziekbestanden beschikbaar gesteld. De iTMS omvat ook honderden onafhankelijke labels. Meer dan 1.500.000 muziekbestanden wordt via de iTMS aangeboden, inclusief de exclusieve tracks van artiesten als Bob Dylan, U2, Eminem, Sheryl Crow en Sting. Een prettige bijkomstigheid voor de muziekbedrijven is, dat vele oude of zeldzame muziek, of muziek voor een klein publiek nu via iTMS beschikbaar kan worden gesteld.
Voor €0.99 kunnen klanten een liedje downloaden en voor €9,99 een complete CD. De scherpe prijzen jagen de populariteit van iTunes de hoogte in want geen enkele online muziekwinkel kan hiermee concurreren. iTunes zelf houdt vreemd genoeg niet zoveel van het geld over: de winkel krijgt vier cent, de muziekuitgevers acht cent en de platenlabels 62 cent. De rest van het geld gaat op aan promotie en aan het in stand houden van de winkels. Om de concurrentie op afstand te houden maakt het bedrijf van AAC en Quicktime: audioformaten waar alleen een iPod of zeer specifieke software mee overweg kan. Volgens Apple zelf wordt van deze audioformaten gebruik gemaakt om een redelijke compressie/kwaliteit verhouding te bereiken.
Het bedrijf iTunes moet vooral de verkoop van de iPod bevorderen. Dat is inmiddels gelukt. 70% van de verkochte muziekspelers is een iPod. Apple ontwikkelt bovendien ook doorlopend nieuwe iPods met nieuwe mogelijkheden. Op de laatste versie kan je zelfs video bekijken en ook de dienst iTunes biedt nu video tegen betaling aan.
Ondanks het feit dat winst maken niet het primaire doel is van iTunes, werden er tot nu toe al 1 miljard nummers verkocht.[35] De koper van het miljardste nummer kreeg van Apple een 20" Apple iMac, tien 60 GB iPod spelers en een iTunes waardebon voor ongeveer 10.000 tracks.
Om bij iTunes te bestellen moet je lid worden van de site en alle aankopen betalen met creditcard. Iets wat niet zonder gevaar is. Krakers kunnen je kaart hacken en je tegoed opmaken. Daar is een oplossing voor gevonden in de vorm van PayPal[36] een soort van PrePay kaart die je vooraf moet opladen zoals bij telefoonkaarten.
In het eerste kwartaal van 2006 haalde Apple dan ook een recordomzet van 565 miljoen dollar. In dat eerste kwartaal werden 14 miljoen iPods verkocht. Dat maakt een totaal van 50 miljoen spelers sinds de lancering in 2001. iTunes is verantwoordelijk voor 80% van de online muziekverkoop.[37]
Microsoft & MTV: Urge[38]
[39]Het Internet evolueert elke dag en bijgevolg
zal ook dit werk volgend jaar alweer hopeloos gedateerd zijn. Op het moment dat
ik dit schrijf lanceert Microsoft samen met MTV een nieuwe muziekwinkel: Urge.[40] De vraag is
of de dienst zal kunnen concurreren met Apple’s iTunes die zijn populariteit te
danken heeft aan de mega populaire muziekspeler “iPod.”
De service zal flink gepromoot worden door beide bedrijven, onder andere vanuit de nieuwe versie van Windows Media Player die ook eind mei beschikbaar is.
Wat betreft de kosten is Urge vrijwel gelijk aan andere services zoals Napster
en RealNetworks. Voor Urge moet 9,95 dollar per maand betaald worden als er
alleen op de computer naar muziek geluisterd moet worden. Als de nummers ook
nog op portable muziekspelers gezet moet worden, komt daar nog eens vijf euro
per maand bij. De nummers werken met bijna alle muziekspelers, behalve de iPod
natuurlijk.
In beide gevallen kan er onbeperkt gedownload worden uit de database van twee
miljoen nummers. Bijzonder is dat de gedownloade nummers onbruikbaar worden
zodra de gebruiker stopt met het betalen van zijn abonnement. Overigens kan er
bij Urge ook gekozen worden om te betalen per nummer. De gebruiker betaalt dan
net als bij iTunes 99 cent per nummer.
MTV zal Urge voorzien van exclusieve content van haar eigen muziekzender en
gaat daarnaast 500 playlists leveren. Ook zijn er 24 blogs geopend waar te
lezen valt over verschillende muziekstijlen, gebruikers kunnen dan eenvoudig
gelijksoortige muziek vinden. Als laatste zijn er ook nog 130
internetradiostations voorzien.
Zoals gezegd zal Urge nauw gaan samenwerken met de nieuwe Windows Media Player.
Zo zal het vanuit WMP zeer eenvoudig zijn om te zoeken en te navigeren in de grote
muziekcollectie van Urge.
President Van Toffler van MTV Networks erkent de kracht van de iPod van marktleider Apple, maar denkt dat Urge mogelijkheden heeft om een succes te worden. "Slechts vijf procent van alle muziekverkoop gebeurt digitaal. Door onze muziekzenders en websites kunnen we mensen ervan overtuigen dat ze zich bij Urge moeten inschrijven."
Napster[41]
[42]Napster, de uitwisselingsdienst die eerder
besproken werd, is sinds mei 2006 terug als legale winkel. Je kunt zowel
downloaden per track als een abonnement nemen. Roxio, het bedrijf dat zich
vroeger bezighield met het maken van software voor het branden van CD’s, kocht
eerst het bedrijf Pressplay op en vervolgens de failliete inboedel van Napster[43]. Pressplay
werkte met maandabonnementen waarbij mensen een bepaalde hoeveelheid muziek
mochten downloaden. Omdat dit minder aantrekkelijk was dan het aanschaffen van
een CD, werd het initiatief geen succes.
Door het succes van iTunes en door de ervaring die Napster heeft met het aanbieden van afzonderlijke nummers, worden de ervaringen van twee bedrijven gebundeld. Het Napster-logo blijft behouden.
De prijs komt overeen met de prijzen van andere online muziekwinkels. Of de track op een CD kan worden gebrand en hoe vaak de muziek op een draagbaar apparaat mag worden afgespeeld, verschilt per artiest. Napster heeft een database van 2 miljoen nummers en is dus concurrerend met iTunes en Urge. De titels worden aangeboden door de vijf grootste platenmaatschappijen.
Free Record Shop[44]
[45]De Nederlandse winkelketen Free Record Shop
heeft naast de winkels in alle grote steden ook een Internet muziekwinkel. Je
kunt er muziek kopen aan de prijs van €0,99 per nummer, maar er zijn ook DVD’s,
games, boeken en ringtones te koop. De catalogus is met 750.000 nummers wel
beduidend kleiner dan de voorgaande muziekwinkels. Nadeel is ook dat de nummers
niet met alle MP3-spelers compatibel zijn. Wel met Windows Media Player, maar
niet met de iPOD van Apple.
Internetradio of webradio is, de naam zegt het zelf, radio die via het Internet wordt verspreid. Kort nadat het Internet is ontstaan kon je al radio beluisteren via het web, maar de grote explosie is er pas gekomen nadat een nieuw soort van downloaden ontworpen werd. Die techniek, “streaming”[46] genaamd, maakt het mogelijk om een video of audiobestand via een netwerk te bekijken of beluisteren zonder dat je het eerst volledig moet downloaden. Eerder moest zo’n audiovisueel bestand in zijn geheel worden opgeslagen op je computer voor je het kon openen. Dit had lange wachttijden als gevolg.
Bij streaming worden de data van een bestand in een gecomprimeerde vorm als een continue stroom (stream) verstuurd en afgespeeld. Voor dit proces wordt geen ruimte op de harde schijf gebruikt en dat is handig omdat de meeste audiovisuele bestanden erg groot zijn. Bovendien kan het afspelen van een bestand direct beginnen nadat je het hebt opgevraagd. Door deze techniek kan je ook “live” naar radio-uitzendingen luisteren. Net zoals traditionele radio dus.
Naast de “webcasters” die enkel op het Internet uitzenden heb je ook de “bi-casters”[47] zoals Studio Brussel. Al hun uitzendingen via de ether zijn ook simultaan te beluisteren op het Internet. Het Internet is voor de radiostations een aanvulling met alleen maar voordelen. De radioshows kan je herbeluisteren, de playlist van een programma kan geraadpleegd worden, er zijn fora waar de luisteraars vragen kunnen stellen aan elkaar, maar ook aan de presentator.
Radio blijft klank zonder beeld. Een website kan het ontbrekende visuele aspect invullen en vervolgens het imago van een zender kracht bijzetten. De onzichtbare presentator krijgt hier ook een gezicht. Ook als je in een ander land verblijft, kan je blijven afstemmen op pakweg KLARA of Radio 2.
Een voordeel van de ‘internet only’ radiostations of webcasters is dat je je playlist kan personaliseren naar je eigen smaak en niet meer afhankelijk bent van de keuze van het radiostation. Nadeel aan webcasters is de vluchtigheid: vaak zijn het liefhebbers die de ene dag beginnen en de volgende dag weer stoppen.
Er zijn duizenden zenders beschikbaar met elk hun eigen genre. Gespecialiseerde websites bieden een mooi overzicht van welke kanalen er allemaal beschikbaar zijn.
Muziekbestanden en Muziekspelers
Om radio af te spelen heb je een speler nodig en dat is voor internetradio niet anders. Net zoals je merken hebt van stereo-installaties heb je merken van computer muziek spelers. Anders dan bij de radio in je huiskamer kan je computer speler niet eender wat spelen. Digitale muziek is namelijk gebonden aan een bepaald formaat. Vaak zijn dit gecomprimeerde geluidsformaten die door hun compactheid snel te downloaden zijn. Hieraan zijn twee nadelen verbonden:
·
De geluidskwaliteit gaat achteruit.
Bij het comprimeren van audiobestanden worden frequenties verwijderd. Hoge of
lage tonen die het menselijk oor bijna niet kan horen. De kwaliteit is goed in
vergelijking met de bestandsgrootte, maar de kwaliteit van een CD blijft toch
veel beter.
·
Het grote aantal audioformaten.
Bijna elke hardware-fabrikant van muziekspelers heeft zijn eigen formaat en ook
zijn eigen muziekspeler waarop dat formaat kan worden afgespeeld. Op de meeste
spelers kunnen wel alle gangbare formaten worden afgespeeld, maar de wildgroei
zorgt toch vaak voor onnodige problemen.
Muziekbestanden
Hieronder bespreken we kort de belangrijkste muziekbestanden van dit moment. Als je met digitale muziek werkt, word je geconfronteerd met diverse soorten muziekbestanden. Het lijkt moeilijk om mee overweg te kunnen, maar in de praktijk valt dit mee. De meeste bestanden zijn maar geschikt voor één toepassing. Als kwaliteit belangrijk is, gebruik je bijvoorbeeld best geen MP3 omdat hier veel kwaliteitsverlies is[48].
MP3[49]
Het bekendste audioformaat is MP3 of MPEG-1 Audio Layer III. MPEG staat voor Moving Pictures Experts Group. Een groep van bedrijven en organisaties die zich bezig houden met het keuren en standaardiseren van multimediacompressietechnieken. Het Duitse Fraunhofer Institut[50] heeft er met een ploeg van 80 mensen vijftien jaar over gedaan om het formaat te ontwikkelen.
Een MP3 is gemiddeld tien tot vijftien keer kleiner dan het origineel. Hierdoor is het heel geschikt om te gebruiken op het Internet. Tegenwoordig bestaan ook MP3PRO[51] en MP4. Ze komen overeen met MP3 maar converteren wat slimmer en sneller.
AC3[52]
AC3 of Audio Coding 3 is een digitale compressie methode voor meer dan één kanaal. Bekende voorbeelden zijn Dolby Surround[53]. Heel bekend is ook 5.1, het typische DVD-geluid met kanalen voor links, midden, rechts, links achter en rechts achter.
AAC[54]
Het geluidsformaat AAC of MPEG-2 Advanced Audio Coding werd ook ontwikkeld door het Fraunhofer Institut en was oorspronkelijk bedoeld voor professionele doeleinden. Het is de opvolger van AC3 en wil de vervanger van MP3 worden. Het formaat kan overweg met 48 geluidskanalen waar MP3 er maar 5 of 6 aan kan. De compressietechniek is vergelijkbaar met die van MP3 maar gebeurt op een efficiëntere manier. Ondertussen is het formaat zeer populair geworden door Apple’s iPod en iTunes. Het formaat is goed geschikt om hoge kwaliteitsmuziek via het Internet te verspreiden.
Een nadeel is dat niet alle muziekspelers het formaat AAC ondersteunen in tegenstelling tot MP3.
OGG VORBIS[55]
Ogg komt van ‘the Ogg project,’ een open-source multimedia-alternatief en Vorbis is de naam van het audiocompressieformaat.
Groot voordeel van dit formaat is de vrijheid ervan. Het formaat valt onder de GNU GPL[56] licentie en mag voor commerciële maar ook niet-commerciële doeleinden worden gebruikt zonder dat er royalty’s betaald moeten worden. De kwaliteit is ook beter dan MP3. Doordat de broncode openbaar is, kan ook iedereen helpen met het verder ontwikkelen van dit formaat.
Het enige nadeel van dit formaat is dat het nog niet zo bekend is en vooral wordt gebruikt door LINUX[57] gebruikers.
Real Audio[58]
RA of RealAudio is ontwikkeld door Real Networks. Het formaat werd als eerste gebruikt voor streaming audio. Dit vooral door de positieve eigenschap dat het zich aanpast aan de bandbreedte van de gebruiker. Op veel online muziek winkels wordt dit formaat gebruikt om fragmenten uit een nummer te laten horen. Nadeel is de zeer hoge compressie waardoor de kwaliteit soms slechts van radio- of telefoonkwaliteit is.
WMA[59]
WMA of Windows Media Audio werd ontwikkeld door Microsoft. De kwaliteit is vergelijkbaar met MP3 en het audioformaat is geschikt voor streaming audio. Een voordeel is dat je de bestanden kunt beveiligen. Nadeel is dat niet alle audiospelers dit formaat ondersteunen. Soms mag men het audioformaat zelfs niet ondersteunen door beperkingen die opgelegd worden door Microsoft.
WAV[60]
WAV of Waveform werd ook ontwikkeld door Microsoft, maar wordt in tegenstelling tot WMA wel door nagenoeg alle systemen ondersteund. WAV is het formaat dat je gebruikt om audio-CD’s te schrijven. Het formaat is een exacte geluidskopie van het origineel en alle informatie wordt dus bewaard. Doordat het geen compressie vorm is, is een wav-bestand heel groot en absoluut niet geschikt voor verspreiding via het Internet.
AIFF[61]
AIFF of Audio Interchange File Format is een opslagformaat voor geluidsbestanden die werd ontwikkeld door Apple. Dit is de standaard op Apple computers zoals WAV de standaard is bij Windows computers.
Muziekspelers
Windows media player[62]
[63]
Deze gratis-speler werkt op de 2 meest
verspreide browsers: MS Explorer (versie 4.0 en hoger) en ook Netscape
Navigator/Communicator (versie3.0 en hoger). Hij speelt bovendien vrijwel alle
bestandformaten: naast .asx van Windows ook MPEG, MP3, WAV, AVI , maar geen
RealAudio.
De "Windows Media Speler" zit al standaard in de MS Explorer versies 5.0 en hoger. Deze WMP is een zogenaamde "alles-in-één-player” die alle bestandformaten aankan, inclusief MP3 en RealAudio en dus alle andere overbodig maakt. Hij bevat meer functies dan de "RealAudio Player", zoals een CD- en internetmediaspeler, een mediabibliotheek, een audio-CDmaker, een radio en optimalisatietools voor netwerk en bandbreedte.
Winamp[64]
[65]
Winamp, van software bedrijf Nullsoft is een
geluidsspeler die naast MP3 verschillende andere geluidsformaten kan afspelen.
Er zit een equalizer in en met de playlist editor kan je persoonlijke
afspeellijsten maken. De muziek kan net als bij de Windows Media Player visueel
worden weergegeven. Het uitzicht kan via allerlei skins ook volledig worden aangepast.
iTunes[66]
[67]
iTunes, is software
gemaakt door Apple
dat gebruikt wordt om via internet muziekbestanden te downloaden van de iTunes
Music Store naar de harde schijf van uw computer of iPod, om deze en
andere muziekbestanden (zoals MP3) mee te indexeren,
om QuickTime-video's mee
af te spelen en te beluisteren en om CD’s te branden. Sinds een tijdje bevat
iTunes de mogelijkheid om podcasts
toe te voegen doormiddel van RSS-feeds[68]. Het
programma wordt meegeleverd met de iPod maar is ook gratis te downloaden bij
iTunes. Met dit programma kan je ook CD’s omzetten naar een audioformaat die de
iPod kan afspelen zoals MP3 of AAC.
Realplayer[69]
[70]
RealPlayer, is een
media speler van het bedrijf RealNetworks.
Het programma speelt diverse multimedia formaten af zoals MP3, MPEG-4, Quicktime en uiteraard
de .ra, .ram, en .rm bestanden van “Real Audio zelf.
Windows-Media-Player-bestanden, kan hij niet afspelen. Het is de meest
gebruikte speler voor ‘streaming audio’ en er bestaat een versie voor de
besturingssystemen Windows, Mac, Solaris en Linux.
De eerste versie van RealPlayer werd geïntroduceerd in april 1995 onder de naam RealAudio Player. Het was een van de eerste programma's waarmee streaming audio en video afgespeeld kon worden. Versie 6 van RealPlayer kreeg de naam RealPlayer G2, versie 9 werd uitgebracht onder de naam RealOne Player. Er zijn twee versies, namelijk de gratis "Basic" versie en de betaalde "Plus" versie met extra functies.
Quicktime player[71]
[72]
Zowel de "RealAudio Player Plus"
als de "Windows Media Speler" hebben ook een versie voor de Apple Macintosh.
Maar dé speler bij uitstek voor Mac is "QuickTime Player", overigens
een product van Apple. Hij werkt op de twee grootste browsers, MS Internet
Explorer en Netscape Navigator/Communicator en draait eveneens MP3 bestanden.
Definition on the free internet encyclopaedia Wikipedia[73]:
Podcasting is a method to distribute multimedia files like music videos or audio programs over the Internet for playback on personal computers or mobile devices like the iPod. Podcasts are distributed using either the RSS or Atom syndication formats.
![]()
Podcasting is a digital revolution. People can transmit their own radio shows on the internet. This type of shows have the advantage that you are not obliged to listen to them on a certain time. The transmission is an audio piece that you can download from the internet. Another advantage is that you can search the worldwide web four your favourite podcast show.
A podcast can handle any subject. You have ‘podcasters’ (the person who makes a podcast) that make a daily news review for example, but also podcasters that make a weekly review about science or even nuclear physics. Some of the podcasts are just music programs. The website of a podcaster offers direct download or streaming[75] of their files. However, a podcast is distinguished by it’s ability to be downloaded automatically using software capable of reading RSS or Atom feeds[76].
The current podcasting scene shares the same spirit and enthusiasm of the first radio pirates and their motto is: Almost live radio.
Podcasting's essence is about creating content (audio or video) for an audience that wants to listen or watch when they want, where they want, and how they want.
The expression “podcast” is a compound word. It comes from the word iPod and the word broadcasting. Mixed together you become “podcasting.” However the technology can be used on any digital player, the success of the iPod was an important step in the evolution of podcasting. RSS and Atom feeds are a technology that exists since 1997 but is now widely spread due to the explosion of podcast-sites on the internet.
RSS stands for “Really Simple Syndication” (although nobody knows for sure) and it is an application of the internet meta language XML[77]. RSS is used to make files available for a wide range of customers.
Normally, an internet page is nice composed with the use of ads and navigation systems. RSS is a raw version of this. It only shows you the headlines with a link to the original page. The information of the website is transmitted by the RSS system in a format in which other sites or programs automatically can show you the information on their own website. That information is called an RSS-feed.
Atom is a specific web feed program. It allows for example the podcast listener to subscribe to a website that changes his content regularly. Sites create or obtain specialized software to use this technology. It presents new articles in a list with a link to the full article or in this context, the podcast. Atom is developed by perceived deficiencies in the RSS format.
The word podcast is used for any multimedia program but there are people who like different words for different content. They think that a “podcast” should be an audio program just like a radio program. For video podcasts, there are circulating different neologisms like “vodcast”, “vidcast”, “video blogging” “vlogging” or “video casting.” The most used term is “vodcasting.” Other new words has exist for people, making podcasts: “podcasters.” Websites with special RSS aggregators with podcasts feeds they call “podcatchers.” For porn podcasts some people use the word “podnography.”[78] For ads in a podcast, the word is: “podmercial.” Microsoft even tried to push the word “blogcasting”[79] to avoid mentioning an Apple product. The attempt failed as “blogcasting” implied content based programs which is not always the case in a podcast. Creative Technology, another Apple concurrent offered “zencasts” to promote their portable digital player Zen[80].
The word “podcasting” has been “word of the week” by the Dutch dictionary Van Daele in 2005 and the New Oxford American Dictionary declared it even “word of the year” in 2005. The word was in the dictionary by 2006. The dictionary defined the term as: “a digital recording of a radio broadcast or similar program, made available on the Internet for downloading to a personal audio player.”
For the word “pod” various people suggested alternative interpretations of the word P-O-D.
For some it means “Personal Option Digital”[81] but by the end of 2004 the most used interpretation for Pod was “Personal On Demand.”[82]
4 A slice of podcasting history
The concept of podcasting was proposed by
Tristan Louis[83]
(author, blogger and leading man after different political sites) in October,
2000, and implemented in a different form by Dave Winer, a software developer
and an author of the RSS format.
[84]Winer had discussed the concept, also in October 2000, with Adam Curry, a user of his software, and had received other customer requests for audioblogging features. Winer included the new functionality[85] in RSS 0.92, by defining a new element[86] called "enclosure"[87], which would simply pass the address of a media file to the RSS aggregator. Winer demonstrated the feature by enclosing a Grateful Dead song in his Scripting News weblog on January 11th, 2001[88].
For it’s first two years, the enclosure element had not many users. Winer's company incorporated the new feature in it’s weblogging product, Radio Userland, the program favoured by Curry, audioblogger Harold Gilchrist and others. Since Radio Userland had a built-in aggregator, it provided both the "send" and "receive" components of what was then called audioblogging[89]. All that was needed for "podcasting" was a way to automatically move audio files from Radio Userland's download folder to an audio player, either software or hardware.
While few developers of RSS-capable blogging software or aggregators made use of the enclosure element, in June 2003, Stephen Downes (a designer and theorist in the fields of online learning and new media) demonstrated aggregation and syndication of audio files in his Ed Radio[90] application. Ed Radio scanned RSS feeds for MP3 files, collected them into a single feed, and made the result available as SMIL (Synchronized Multimedia Integration Language) or Webjay audio feeds.
In September 2003, Winer created a special RSS feed with the audio-enclosure for his Harvard Berkman Center colleague Christopher Lydon's weblog, which previously had a text-only RSS feed. Lydon, a former New York Times reporter and huge media personality in America, had posted 25 in-depth interviews with bloggers, futurists and political figures, which Winer released to the feed[91].
Announcing the feed in his weblog, Winer challenged other aggregator developers to support this new form of content and provide enclosure support.
In October 2003, Winer and friends organized the first Bloggercon weblogger conference at The Harvard Berkman Center (The center is part of the Famous Harvard Law School and focuses on the legal study of cyberspace). CD’s of Lydon's interviews were distributed as an example of the high-quality MP3 content enclosures could deliver[92], Bob Doyle demonstrated the portable podcasting studio he helped Lydon develop, Harold Gilchrist, an early audioblogger, presented a history of audioblogging, including Adam Curry's early role, and Kevin Marks demonstrated a script to download RSS enclosures and pass them to iTunes for transfer to an iPod[93].
After the conference, Curry offered his blog readers an RSS to iPod script that moved MP3 files from Userland Radio to iTunes, and couraged other developers to build on the idea.
The first podcasting client with a user interface was iPodder and it was created by Adam Curry. It is available for Apple, Windows and Linux and it is an open-source program. However several people invented podcasting, Adam Curry is widely seen as the author of podcasting. The word goes that he made the first podcast in Belgium (Rijkevorsel). Curry is a Dutch-American MTV-VJ. Earlier he was a disc-jockey on the Dutch radio broadcaster “Veronica.” Till today, Curry has a daily podcast on the internet.[94]
[95]It was also in Belgium that two persons, lector media at the Hogeschool Ghent, Cindy De
Smet and the Dutch software developer Erwin van Hunen created Doppler. It is a
program for Windows that allows you to subscribe to podcasts and transfer them
to your MP3 player. Today Doppler has over 5000 subscribers. It is the best
enclosure program for the operation system Windows today. The difference with
iPodder is the fast development. iPodder has to be tested on all the platforms
first in opposite to Doppler that only works in Windows. Doppler is also very
good integrated in the Windows Media Player. Doppler is freeware but not
open-source.[96]
The term "podcasting" was one of several terms for portable listening to audioblogs used by journalist Ben Hammersley in the British Newspaper The Guardian on February 12, 2004, referring to Lydon's interview programs ("...all the ingredients are there for a new boom in amateur radio. But what to call it? Audioblogging? Podcasting? GuerillaMedia?")[97].
In September of 2004, Dannie Gregoire, an Internet pioneer, also used the term to describe the automatic download and synchronization of audio content. He also registered several 'podcast' related domains.[98] The use of 'podcast' by Gregoire was picked up by podcasting evangelists such as Dave Slusher, Dave Winer and Adam Curry, and entered common usage.
The Podcasting success exists out of the combination of:
· The breakthrough of broadband by the consumer
· The availability of small, low cost MP3 players with a lot of storage capability.
· A strong integration of a portable MP3 player and a management program for audio files. The first success combination was the iPod and iTunes.
· The insight to use the existing RSS/blog standards.
· The many people who like to publish their opinion in this way.
· The many people who like to choose to what they listen instead of being dictated what to listen to on regular radio.
After the introduction of podcasting by Adam Curry and Dave Winer the word spread rapidly because the weblogs of Curry, Winer and early podcasters where already popular.
The technology columnist Doc Searls began keeping track of how many “hits” the internet search engine Google found for the word “podcasts.”
September 28th, 2004: 24 hits[99]
September 30th, 2004: 526 hits
October 3rd, 2004: 2750 hits
October 18th, 2004: 100.000 hits
The number keeps growing and today on May 2nd, 2006 there are 390.000.000 hits for the
word.
In 2004 the first phonetic search engine for podcasts where launched too. One of them is Podkey[100] and it helps podcasters to connect with each other. Before the end of October 2004, Podkey found podcasts across the United States, Australia and Sweden with topics like technology, music reviews and even veganism. In February 2005, little after the invention of podcasting, the American newspaper USA Today printed in one of it’s issues a file article about the hype. It profiled several podcasters and gave instructions for sending and receiving podcasts with the RSS technology. The article even featured a “Top ten” list[101] of the many podcast directories. One of them had already over 3000 podcast programs in it’s directory.
In the top ten you could find all kind of topics. The inventor Adam Curry was in the list with the still existing science podcast “The Daily Source Code”[102] and the number one at the time was “The Dawn and Drew Show,”[103] a “married-couple comedy.” It is a program format that was once popular on American broadcast radio in the 1940’s.
In November 2005 the first podcasting networks appeared.
The first was the Godcast Network and till today it still exists.
Definition on the site: A free global podcast network featuring Christian and other family-friendly audio content in MP3 format. (Listeners in 153 countries and counting)[104].