In het Oude Rome ...


Toen leefden de meeste mensen niet in een gewoon familiehuis maar in huurwoningen, dat zien we de dag van vandaag ook terug in onze grote steden.
Omdat er veel mensen in zo'n huurwoning wilden wonen waren de huurprijzen erg hoog. Toch waren de huurkazernes, want daar leken ze op, vol met mensen. In de drie tot vijf verdiepingen hoge huurkazernes woonden vaak meer dan 200 mensen onder één dak. Klachten dat men niet eens de buren kende waren in het oude Rome reeds te horen.
Wat er ook niet zo goed was waren de sanitaire inrichtingen en de hygiëne. Vaak belandde het dagelijks huisvuil gewoon op de straat. Stromend water en toiletten waren er niet in de huurwoningen.
Ze hadden wel openbare bronnen en gemeenschappelijke toiletten waar iedereen samenkwam om de laatste nieuwtjes te vertellen.


Hoe zagen die woningen er vanbinnen nu uit: de meeste Romeinen leefden op twee kamertjes waar ze woonden, sliepen, kookten en aten.
De inrichting van de kamertjes was bescheiden: een bed, een kast,
een opbergkist, een tafel en stoelen.
Draagbare houtskoolbekkens dienden als verwarming en kookstel.
Zulke onbeveiligde vuurhaarden veroorzaakten dikwijls vernietigende stadsbranden. Daarenboven bedreigde instortingsgevaar de huurblokken die uit weinig stevig materiaal waren opgetrokken.
Naast deze weinig comfortabele huurkazernes waren er in Rome ook private huizen. Deze huizen van het rijkere volk maken indruk door hun grootte en inrichting.
Dit is een typisch huis van een Romeinse familie:

We vinden er een ingang(1) met winkels(2) in de ruimtes links en rechts ervan.
De huizen hebben ook altijd een atrium(3), door die opening in het dak
komt licht naarbinnen. In de vloer is een waterbekken(4) waarin
het regenwater terechtkomt. In het atrium ontving de heer zijn gasten
en beschermelingen. Er is ook altijd en huisaltaar(5) aanwezig.
In de zijvleugel(6) vinden we een ontvangstruimte(7) met daarboven
de woon-, slaap- en werktruimtes.
We zien daarnaast ook een eetkamer(9) met de beroemde eetbanken
en een tuin met zuilenhal(10) of peristylium genaamd. Hier speelden de kinderen of rustten de ouderen.
Het huis had meestal geen badkamer, daarvoor gingen de Romeinen
naar de gezamenlijke badhuizen, dan zagen ze hun vrienden.
Andere dingen die het huis aangenaam en smaakvol maken zijn de mozaïken, waterleidingen, verwarmingssystemen en het meubilair dat was gemaakt uit kostbaar hout.
De buitenmuur had weinig of geen vensters uit veiligheid en tegen de hitte.

De rest van de Romeinen, zij die niet in een huurkazerne of villa woonden,
verbleven meestal op het platteland. Ze leefden daar als kleine boertjes of pachters in armzalige boerderijtjes opgetrokken uit materiaal dat ze makkelijk konden vinden zoals leem, stro of hout.

Verder kennen we ook nog de landgoederen van de grootgrondbezitters.
Daar vinden we een hoofdgebouw omringd met schuren, stallen en werkplaatsen.
In onveilige tijden werd het landgoed beschermd door een muur die eromheen werd gebouwd.