De roep om Nieuwe Orde in het Waalse landbouwersmilieu: de Parti agraire belge, een rechtse boerenpartij (1931-1940). (Maarten Michiels)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Inleiding

 

De jaren 1930 werden gekenmerkt door een enorme economische malaise. Ondernemingen gingen massaal over kop, de werkloosheid reisde de pan uit, banken kwamen in liquiditeitsproblemen en moesten de terugtrekking van de spaargelden blokkeren, de internationale handel stagneerde. De Grote Crisis hield de hele wereld in zijn ban. De verschillende landen slaagden er niet in adequaat te reageren op de chaos. De roep om een nieuwe aanpak werd steeds sterker, de zoektocht naar een ‘Nieuwe Orde’ kwam op gang: sociaal-politieke theorieën als het corporatisme en verschillende extreme politieke overtuigingen, zowel rechts als links, vonden makkelijk aanhangers onder de ontevreden bevolking die zwaar te lijden had onder de gevolgen van de crisis.

Deze roep om vernieuwing was ook terug te vinden in het Henegouwse landbouwmilieu. De Parti agraire belge, die streefde naar een betere verdediging van de landbouwers, ontstond als een afscheuring van de reeds bestaande boerenorganisatie Unions professionnelles agricoles (U.P.A.). Die Parti agraire is het onderwerp van deze licentiaatverhandeling. Het eerste teken van leven van de Parti agraire was het verschijnen van een eigen publicatie, La Terre, op 12 december 1931. De partij zou tweemaal deelnemen aan de parlementsverkiezingen, in 1932 en in 1936. In oktober 1938 ontstond, in samenwerking met het Vlaamse Boerenfront, uit de Parti agraire het Front paysan belge. Bij de Duitse inval in 1940 werden alle activiteiten stopgezet en de partij zou niet opnieuw verschijnen na het aflopen van de Tweede Wereldoorlog. Mijn promotor, prof. dr. Van Molle, was het bestaan van de Parti agraire op het spoor gekomen door haar eigen onderzoek in het kader van haar publicatie over de geschiedenis van de Belgische Boerenbond.[1] Dat werk was meteen een uitstekend referentiekader voor het schrijven van deze licentiaatverhandeling aangezien de Parti agraire zich heel vijandig opstelde tegenover de Boerenbond.

In de secundaire literatuur is er heel weinig materiaal te vinden over de Parti agraire. De vele publicaties over Rex, de middenstand, de politieke geschiedenis van België, boerenorganisaties en aanverwante onderwerpen maken geen enkele vermelding van het bestaan van de Parti agraire. Twee uitzonderingen hierop: de licentiaatverhandeling van Koen Desmecht ten eerste, eveneens begeleid door prof. dr. Van Molle, behandelt de geschiedenis van het Belgische landbouwprotectionisme. Bij zijn bespreking van de U.P.A. heeft hij het in een korte paragraaf over het bestaan van een afscheuring van de U.P.A., namelijk de Parti agraire.[2] Prof. dr. Van Molle ten tweede vermeldt heel kort de Parti agraire wanneer ze het heeft over het ontstaan van het Front paysan belge, een samenwerking tussen het Boerenfront en de Parti agraire.[3] De geringe aandacht voor de Parti agraire is te verklaren. Ten eerste omdat het onderzoek over de geschiedenis van landbouw en platteland in Wallonië op een laag pitje staat. Ten tweede kan het ontbreken van enig onderzoek over de Parti agraire reeds wijzen op de beperkte impact en draagwijdte van de partij, maar het ligt juist in het doel van deze verhandeling om dat na te gaan.

Ook over de U.P.A. ontbreekt totnogtoe een exhaustieve studie. Vooral wat betreft de politiek-ideologische ideeën van de U.P.A. tast men nog in het duister. Tot slot zou ik bij deze status quaestionis van het onderzoek willen wijzen op een werk van de Duitse historicus Hans-Jürgen Puhle. In zijn artikel ‘Warum gibt es in Westeuropa keine Bauernparteien?’ geeft hij argumenten voor het ontbreken van grote boerenpartijen in West-Europa.[4] Het belangrijkste antwoord op die vraag is volgens hem het bestaan van verschillende machtige landbouwersgroeperingen en drukkingsgroepen die er perfect in slagen te wegen op het beleid. Door de invloed van dergelijke organisaties was er geen nood meer aan onafhankelijke boerenpartijen. België beantwoordt aan de these van Puhle: België heeft nooit het bestaan van grote boerenpartijen gekend. Organisaties zoals de Boerenbond slaagden er perfect in invloed uit te oefenen op het Belgische beleid. Waarom was er in de jaren 1930 dan toch een poging om een boerenpartij op te richten? Dat vormt een eerste belangrijke onderzoeksvraag voor deze verhandeling.

Een tweede onderzoeksvraag gaat over de politieke oriëntering van de Parti agraire. Wat waren haar voornaamste kopzorgen, zowel in het algemene beleid als in het Belgische landbouwbeleid, en wat was het programma dat ze voorstelde om daar iets aan te doen? Ook de achterliggende ideologie krijgt relatief veel aandacht. Hoe rechts tot uiterst rechts waren de denkbeelden van de Parti agraire? Een derde belangrijke vraag behandelt de externe relaties: hoe verliepen de contacten van de Parti agraire met andere spelers in het veld zoals de Boerenbond en de U.P.A. en met andere politieke partijen? De receptie van het bestaan van de partij vormt ook een aspect van deze onderzoeksvraag: hoe reageerde men op het ontstaan en de verkiezingsdeelname van een boerenpartij? Die verkiezingen vormden een vierde belangrijk thema: de partij nam twee keer deel aan parlementsverkiezingen, in 1932 en in 1936. Hoe bereidde ze zich voor op verkiezingen, wat waren haar resultaten, hoe reageerde ze op eventuele nederlagen?

Voor het beantwoorden van deze vragen werden verschillende bronnen geraadpleegd. De belangrijkste bron was het weekblad La Terre, de partijkrant van de Parti agraire die verscheen van 12 december 1931 tot en met 22 oktober 1938.[5] La Voix de la Terre, de publicatie van het Front paysan dat de opvolger was van de Parti agraire, vormde eveneens een belangrijke bron, vooral om het einde van de Parti agraire te kunnen reconstrueren. La Voix de la Terre werd gepubliceerd van 29 oktober 1938 tot 23 november 1940, met een hiaat van enkele maanden net na de Duitse inval. La Terre en La Voix de la Terre zijn allebei vrij zeldzaam in de Belgische bibliotheken. Alleen de Koninklijke Bibliotheek in Brussel en de Federale Bibliotheek Landbouw bezitten volledige collecties van deze kranten. Een belangrijke kanttekening die bij La Terre moet geplaatst worden, is dat de krant zich uitdrukkelijk als een ‘vrije krant’ wilde profileren. Concreet wil dit zeggen dat alles gepubliceerd werd wat de redactie ingestuurd kreeg. Regelmatig verscheen er dan ook een artikel geschreven door een of andere landbouwer dat normaal in een soort lezersbrievenrubriek zou thuishoren. In het geval van La Terre werden dergelijke artikels zelfs vaak op de eerste pagina’s gepubliceerd, alsof het een artikel van de vaste redactie was. Niet zelden werden er op deze manier tegenstrijdige standpunten verdedigd: een ingestuurd artikel verkondigde een mening waar het directiecomité van de Parti agraire dan tegen inging. Vanaf 25 mei 1935 staat bovenaan op de voorpagina van La Terre: “Les auteurs sont RESPONSABLES de leurs écrits.”[6] Wilde de Parti agraire hiermee duidelijk maken dat ze niet noodzakelijk akkoord was met alles wat verkondigd werd in La Terre? Ik ben ervan uit gegaan dat zowel artikels ondertekend door leden van het directiecomité van de Parti agraire als anonieme artikels die niet tegengesproken werden officiële standpunten van de Parti agraire vertolken.

Naast deze twee publicaties van de Parti agraire kon ik ook gebruik maken van verschillende andere bronnen waarin verwezen wordt naar de Parti agraire en naar haar voorganger, de Mouvement agraire en naar haar opvolger, het Front paysan. Ik denk daarbij aan de knipselmappen van de Boerenbond, bewaard op het Infodoc, en aan het archief van de centrale bestuurs- en adviesorganen van de Belgische Boerenbond, gedeponeerd op het KADOC.[7] Ook de publicaties van andere landbouwverenigingen waren nuttig, zoals L’Alliance Agricole Belge, Het Boerenfront, La Défense Agricole Belge, De Boer en Le Paysan. Tot slot werden er ook nog enkele Waalse kranten gebruikt (La Dernière Heure, La Libre Belgique en Le Soir) en heb ik ook gezocht in de Parlementaire Handelingen van de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers en in de verslagen van de Provincieraad van Henegouwen. Deze bronnen heb ik niet in hun totaliteit geraadpleegd: voor sommige bronnen zocht ik in inventarissen of indices naar relevante items, wat het geval was voor de Parlementaire Handelingen en voor het archief van de centrale bestuurs- en adviesorganen van de Belgische Boerenbond. Voor de kranten bijvoorbeeld gebruikte ik dan weer steekproefdata. Die steekproefdata waren het verschijnen van La Terre (december 1931), de twee verkiezingsdeelnames (november 1932 en mei 1936) en het ontstaan van het Front paysan en het verschijnen van La Voix de la Terre (oktober 1938).

De structuur van deze licentiaatverhandeling trekt resoluut de kaart van de chronologie. De Parti agraire nam twee keer deel aan parlementsverkiezingen, namelijk in november 1932 en in mei 1936. Het lag dan ook voor de hand de hele historie op te delen in drie chronologische blokken: een eerste hoofdstuk behandelt alles vanaf het ontstaan van de Mouvement agraire in december 1931 tot en met de verkiezingen van 1932. Het tweede hoofdstuk begint dan weer vlak na die verkiezingen en loopt tot en met de verkiezingen van mei 1936. Het derde en laatste hoofdstuk gaat tenslotte over de periode na 1936 tot en met de samenwerking met het Boerenfront in het Front paysan. In dat laatste hoofdstuk besteed ik ook aandacht aan hoe het de partij is vergaan onder de Duitse bezetting. Elk hoofdstuk is verdeeld in enkele paragrafen, afhankelijk van welke thema’s en onderzoeksvragen in de behandelde periode van belang zijn. Zaken die in elk hoofdstuk terugkomen zijn het programma, de ideologische oriëntering en de externe relaties.

 

 

Hoofdstuk 1: De Mouvement agraire belge: een afscheuringsbeweging van de U.P.A. (november 1931 – december 1932)

 

1.1 Het ontstaan van de Mouvement agraire belge, de voorloper van de Parti agraire

 

1.1.1 De context: de economische crisis en de landbouwcrisis

 

Donderdag 24 oktober 1929 staat algemeen bekend als Black Thursday, de crash van de New Yorkse effectenbeurs op Wall Street. De speculatieve bel waarop de Amerikaanse economie dreef, was gebarsten. Deze gebeurtenis wordt als het formele begin gezien van de Grote Crisis, die zich als een olievlek over de hele wereldeconomie verspreidde. De paniekreacties veroorzaakten een totale ontwrichting van de landbouw- en industriële productie en van de internationale handel. België had aanvankelijk niet al te veel last van de economische malaise, maar de verschillende grootmachten reageerden egoïstisch op de crisis. Ieder land trachtte de invoer af te remmen door tolmuren op te trekken en de export te stimuleren door forse subsidiëring, met dumpingen als gevolg. België stond veeleer machteloos in deze meedogenloze survival of the fittest. De waarde van de Belgische uitvoer daalde tussen 1929 en 1933 met meer dan de helft. Sectoren waarin meer dan 50 procent van de bedrijven met verliescijfers werkten, waren geen uitzondering.[8] Ook de werkloosheid bereikte ongekende hoogten: in 1929 was ongeveer 4 procent van de verzekerde arbeiders volledig of tijdelijk werkloos, in 1931 was dit percentage opgelopen tot 28 procent en in 1932 tot 40 procent. De overheid zag zich geconfronteerd met gigantische onvoorziene uitgaven en voerde fikse belastingverhogingen door. 

De Grote Crisis ging gepaard met een internationale landbouwcrisis. Schaalvergroting en technologische vooruitgang zoals mechanisering en het gebruik van chemische meststoffen veroorzaakten overproductie, wat dan weer voor een algemene prijsval zorgde. Via subsidies probeerde men de overschotten te exporteren, met de reeds vermelde dumpingen tot gevolg. In België bijvoorbeeld veroorzaakte de massale invoer van landbouwproducten een daling van de landbouwprijzen met 51 procent.[9] Het landbouwersinkomen is met een kwart teruggevallen. Een landbouwer verdiende gemiddeld minder dan een industriearbeider.[10]

 

1.1.2 Het eerste teken van leven van de Mouvement agraire: het verschijnen van La Terre

 

De algemene ontevredenheid bij de Belgische bevolking over de crisis en de aanpak ervan leidde tot het ontstaan van verschillende lokale protestbewegingen, organisaties van malcontenten die ageerden tegen de staat en tegen eender wie zij verantwoordelijk achtten voor de economische problemen. Zo ook in het Henegouwse landbouwmilieu: op 12 december 1931 verscheen het eerste nummer van La Terre, uitgegeven in Ciply-lez-Mons. Op de voorpagina werd melding gemaakt van de stichting van een Mouvement agraire belge. Het weekblad La Terre werd het officiële orgaan.[11] De belangrijkste verzuchting in het programma van de Mouvement agraire was waarom de landbouwersklasse, die volgens de Mouvement agraire één derde van de bevolking bedroeg, geen deel van de macht had.[12] Door dat gebrek aan inspraak en macht werd in haar ogen een landbouwpolitiek gevoerd waardoor de landbouwers zwaar te lijden hadden onder de crisis. De Mouvement agraire legde de schuld hiervoor bij de klassieke politieke partijen die de emancipatie van de landbouwers steeds belet hadden.[13] Ze wilde de politieke organisatie van de landbouwers realiseren, waartoe ze zich als een nationale partij aandiende. Het verdere programma was veeleer vaag te noemen.[14]

Samen met de Mouvement agraire belge werd ook een coöperatieve vennootschap opgericht, eveneens onder de naam La Terre, met de zetel op dezelfde plaats als het weekblad.[15] De oprichtingsakte werd gepubliceerd in het staatsblad.[16] Een samenvatting van de statuten verscheen in La Terre. Volgens die statuten had de coöperatie het doel om, via de pers, ideeën en doctrines in verband met landbouw te verspreiden en op alle mogelijke manieren bij te dragen aan de sociale emancipatie en politieke organisatie van de landbouwersklasse. De statuten maakten ook melding van de voorlopige raad van bestuur.[17] Verder werd er bepaald dat 25 procent van de opbrengst voorzien werd voor de wettelijke reserve en de overige 75 procent zou gebruikt worden om propaganda te voeren voor de Mouvement agraire belge.[18] Op de voorpagina’s van de eerste nummers van La Terre stond een oproep om mee te werken aan de coöperatie. Lezers konden voorgedrukte invulstroken uitscheuren om 100 frank te storten, waarvan de intrest van 4 procent gebruikt zou worden om de Mouvement agraire belge te steunen.[19] Vanaf 5 maart 1932 verdwenen deze coupons en werd er niet meer opgeroepen om te storten. Over de verklaring werd met geen woord gerept, maar de meest voor de handliggende reden was de opdoeking van de coöperatie wegens te weinig succes. De werking van deze coöperatie is overigens niet duidelijk. De enige manier om winst te genereren waren de stortingen van de medestanders. Waar die 4 procent interest vandaan kwam, is een raadsel. Waarschijnlijk bestond het plan eruit om de gestorte bedragen te investeren, en zou de opgebrachte rente gebruikt worden door de Mouvement agraire. In dat geval zou men niet echt van een coöperatie kunnen spreken, want wat is dan de meerwaarde voor de medewerkers aan de coöperatie?

 

1.1.3 De Mouvement agraire als afscheuring van de U.P.A.

 

De Mouvement agraire belge kan gezien worden als een afscheuring van een Waalse landbouwersorganisatie, de Unions Professionnelles Agricoles (U.P.A.). De U.P.A. was in 1919 ontstaan op initiatief van Louis Sandront. Sandront was een katholiek politicus die vanaf 1929 volksvertegenwoordiger was voor het arrondissement Verviers. Hij was ook hoofdredacteur van La Défense Agricole Belge, het officiële weekblad van de U.P.A. De U.P.A. werkte met een kantonale structuur. Die kantonale verenigingen werden overkoepeld door vrij autonome provinciale afdelingen. De verschillende provincies vormden de Fédération Nationale des Unions Professionnelles Agricoles, het veeleer zwakke centrale orgaan.[20] De bijdrage voor lidmaatschap van de U.P.A., die 2 tot 3 frank per hectare bedroeg, vond men toen redelijk hoog, zeker in vergelijking met de Boerenbond die slechts een vast bedrag van 15 frank vroeg en dan nog een betere dienstverlening aanbood.[21] De U.P.A. had dan ook het imago enkel de rijke boeren als leden te hebben, zeker aangezien Sandront en zijn medestichters eveneens welgestelde herenboeren waren. De U.P.A. wilde strikt neutraal blijven op politiek en levensbeschouwelijk vlak: “La F.N. des U.P.A. s’interdit toute discussion d’ordre politique, philosophique ou religieux.”[22]

Over het politiek-ideologische programma van de U.P.A. is zeer weinig geweten. Hier moet nog uitgebreid onderzoek naar gedaan worden. Het staat wel vast dat de U.P.A. corporatieve ideeën koesterde. Omdat men vond dat de landbouw veronachtzaamd werd in de politiek, wilde de U.P.A. naast het parlement een conseil national économique oprichten, met daarin een afvaardiging van alle beroepen. Geconfronteerd met de internationale crisis hoorde men in de jaren ‘30 in diverse segmenten van de samenleving een roep om vernieuwing. In dat kader werd ook de corporatieve gedachte herontdekt.[23] Het corporatisme is een sociaal-politieke leer die de organisatie van de staat in beroepsgroepen als ideaal heeft, met als doel de verschillende sociale groepen te vertegenwoordigen in het parlement, in verhouding tot hun macht en invloed. Politiek corporatisme ging daarin het verste: het parlement zou plaats moeten maken voor corporatieve kamers.[24] Het staatscorporatisme van Mussolini was daar een goed voorbeeld van: het parlement werd samengesteld uit een beperkt aantal syndicaten (aanvankelijk zes, later dertien) die de belangrijkste beroepsgroepen vertegenwoordigden.[25]

De U.P.A. wilde zo ver niet gaan: een parlement van rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordigers moest het hoogste beslissingsorgaan blijven. De economische raad die zij voorstelde zou slechts adviesrecht krijgen. De U.P.A. was dus aanhanger van een gematigde vorm van politiek corporatisme, vermengd met elementen van economisch corporatisme: de raad zou zich immers vooral met het economische leven moeten bezighouden. De afvaardiging van de landbouw in die economische raad zou uit de landbouwkamers moeten komen, die met nieuwe bevoegdheden geherwaardeerd zouden moeten worden.[26]

Wat het politieke programma van de U.P.A. ook was, vanaf haar ontstaan in 1919 wilde ze haar eisen realiseren door op de katholieke en de liberale lijsten de U.P.A.-leden te steunen. De socialistische partij kwam niet in aanmerking, zij werd consequent bestempeld als een parti de désordre.[27] In 1925 besloot de U.P.A. het over een andere boeg te gooien: de verschillende U.P.A.-kandidaten vormden een aparte lijst, maar dit experiment liep faliekant af.[28] Daarom werd in 1929 definitief beslist toenadering te zoeken tot de gevestigde partijen om zo proberen te wegen op de Belgische politiek. Maar er bleef binnen de U.P.A. een kern actief die niet gelukkig was met die strategie. Die kern was uitgesproken voorstander van de oprichting van een onafhankelijke Parti agraire, een echte boerenpartij, volledig in de geest van het experiment uit 1925. Deze dissidente mening kan niet los gezien worden van de context van de zich verspreidende crisis en de slepende landbouwcrisis: de Parti agraire-kern wilde spoed maken met de redding van de landbouw en was van mening dat de strategie van de U.P.A. om invloed uit te oefenen op de politiek niet langer volstond. Die kern wilde dus niet langer samenwerken met de bestaande politieke partijen. Ze wilde een betere en efficiëntere vertegenwoordiging van de landbouwers in de Kamer en ze betreurde het dat de numerieke sterkte van de landbouwersklasse verloren ging door haar stemmen te verdelen over de verschillende klassieke politieke partijen. In de Kamer was er een landbouwersgroep actief, die enkel steunde op parlementairen van de katholieke partij. Die groep bestond uit minstens 30 leden. Op een totaal van 187 volksvertegenwoordigers was dit dus zeker niet slecht. De Waalse leden, gepatroneerd door de U.P.A. en de Alliance agricole belge, waren in de meerderheid maar waren slechter georganiseerd. Mogelijk was de minder rechtstreekse band van de Waalse gekozenen met de landbouworganisaties de reden van hun vrij ongedisciplineerde gedrag.[29] De gebrekkige organisatie en efficiëntie van de Waalse leden van de katholieke landbouwersgroep kan misschien verklaren waarom de onruststokers binnen de U.P.A. ontevreden waren met de vertegenwoordiging van de Waalse landbouw. Zij wilden dat de boeren van elke politieke signatuur hun partij zouden verlaten en zich als boeren zouden verenigen. Het is uit deze groep dat de oprichters van de Mouvement agraire belge en de auteurs van La Terre kwamen.[30]

De tegenstelling tussen de officiële U.P.A.-lijn en de Mouvement agraire kwam duidelijk tot uiting op het veertiende congres van de U.P.A., op 5 en 6 maart 1932 in Brussel.[31] Op dit congres werd er onder andere gesproken over het politieke vraagstuk. Volgens de anonieme gezant van La Terre op dat congres was het publiek duidelijk overtuigd van het belang van de oprichting van een onafhankelijke boerenpartij. De massa[32] zou heel enthousiast gereageerd hebben op elke spreker die een dergelijke boodschap verkondigde.[33] Dit moet natuurlijk sterk gerelativeerd worden, zeker als men het weekblad van de U.P.A., La Défense Agricole Belge[34], er naast legt. Het verslag van het bewuste congres in dit weekblad rept met geen woord over een mogelijke voorkeur van het publiek voor de oprichting van een Parti agraire. Het enige dat er in het verslag gezegd wordt over politiek is het volgende: “Pour ces motifs [de landbouwcrisis en de gebrekkige vertegenwoordiging van de landbouw], nous proposons que les U.P.A. s’orientent vers une représentation professionnelle.”[35] Deze zin is moeilijk te plaatsen. Met de verwijzing naar een représentation professionnelle doelde de U.P.A. waarschijnlijk op haar standpunt over een professionele vertegenwoordiging in een economische raad, maar over de manier waarop dit gerealiseerd moest worden, een eigen lijst of toenadering zoeken tot de gevestigde partijen, werd er gezwegen. Natuurlijk wilde de U.P.A. de ruzie, die sinds het verschijnen van La Terre vanaf einde 1931 dreigde uit te draaien op een ware afscheuringsbeweging, zo snel mogelijk onder de mat vegen, vandaar het stilzwijgen. De waarheid over de beroering op het congres lag waarschijnlijk ergens in het midden. Naarmate de parlementsverkiezingen van november 1932 naderden, werd de ruzie feller. Afspraken over neutraliteit, zoals die in het programma van de Mouvement agraire belge gevraagd werden[36], mislukten steeds. De Mouvement agraire hoopte op die neutraliteit omdat zij zich zag als het politieke verlengstuk van de U.P.A. Die hoorde zich enkel met beroepskwesties bezig te houden en hoorde de politieke uitvoering van haar eisen en de politieke belangenverdediging van de landbouwers over te laten aan een onafhankelijke boerenpartij.[37]

Ook de opvallende formele gelijkenissen tussen La Terre en La Défense Agricole Belge wijzen erop dat de drijvende krachten achter de Mouvement agraire belge en La Terre afkomstig waren uit U.P.A.-kringen. Beide weekbladen hanteerden een bijna identieke bladspiegel en structuur. Op de titelgegevens na waren de voorpagina’s qua vormgeving onderling inwisselbaar. Hoogstwaarschijnlijk werden beide kranten zelfs bij dezelfde drukker geproduceerd, maar op geen van beide kan één of ander kenmerk van de drukker teruggevonden worden. Allebei de weekbladen boden de mogelijkheid tot het insturen van vragen om te laten beantwoorden door de redactie en er werd reclame gemaakt voor dezelfde producten en bedrijven (zoals bijvoorbeeld Hangars Doyen, NOVEX rundervoedsel…).

 

 

1.2 De prominenten van de Parti agraire: zelfbeeld en politieke oriëntering

 

De op dat moment 62-jarige Armand Jabon, de latere voorzitter van de Parti agraire belge,[38] was erevoorzitter van de U.P.A. en de belangrijkste gangmaker van het oproer binnen de U.P.A. Hij was doctor in de rechten, lid van de liberale partij en sinds 16 juli 1929 provinciaal senator voor Luxemburg. Mathieu de Saint-Moulin, voorzitter van de Jeunes Alliances Paysannes, de jeugdafdeling van de U.P.A., was samen met Jabon drijvende kracht achter de Mouvement agraire en La Terre. Deze twee kopmannen sleurden in hun kielzog waarschijnlijk een redelijke aanhang mee. In een later artikel beschreven de voortrekkers van de Mouvement agraire zichzelf als eenvoudige boeren: “Si nous n’étions pas des paysans sans importance, de pauvres remueurs de terre pour qui la plume est un outil d’occasion qui ne paie pas…[39] Het ging niet om rijke herenboeren maar wel om arme landbouwers die hun grond vaak pachtten van grootgrondbezitters. Ze hadden geen eigen kapitaal om in hun beweging te investeren: “On nous a objecté maintes fois que nous ne disposions pas du levier actuellement indispensable à tout mouvement d’opinion: l’argent.”[40] De Mouvement agraire moest haar werkingsmiddelen dus halen uit de reclame in La Terre en uit andere zaken zoals de oprichting van de coöperatie La Terre.[41] Men kan zich afvragen in hoeverre dit zelfbeeld realistisch was. Verschillende prominenten van de partij waren helemaal niet zo arm en eenvoudig als ze graag lieten uitschijnen. Armand Jabon was, zoals hierboven reeds gezegd, liberaal senator en een doctor in de rechten. Andere leden van het directiecomité, zoals Jules Gérard, waren advocaat en verschillende plaatsen op de kieslijsten voor november 1932 werden ingenomen door landbouwingenieurs, burgemeesters en (oud-) voorzitters van de U.P.A.[42] Bovendien stond de U.P.A., waar de Mouvement agraire een afscheuring van was, erom bekend zich voornamelijk tot de rijke boeren te richten. Het ging dus hoogstwaarschijnlijk om een mythisch zelfportret, bewust geconstrueerd om medestanders te lokken onder de eenvoudige Waalse boeren en om het onderscheid te maken met de elitaire U.P.A.

De figuren van de Mouvement agraire hadden een duidelijk rechts profiel. Ze waren bijna allemaal afkomstig uit U.P.A.-kringen. De U.P.A. was voorstander van een corporatieve aanvulling naast het parlement, dus kan zeker als rechtse beweging getypeerd worden. Volgens Jean Stengers is een beweging pas rechts wanneer ze de uitvoerende macht wil versterken: “Tout mouvement visant à un changement de régime politique dans le sens d’un renforcement de l’exécutif.”[43] Maar streven naar een aanpassing of aanvulling van het parlement mag zeker ook gematigd rechts gedachtegoed genoemd worden. Jules Gérard, de secretaris-generaal van Parti agraire, was voormalig lid van het fascistische Légion Nationale. Deze groepering was ontstaan in 1922 in de kringen van teleurgestelde oud-strijders. Paul Hoornaert was de leider en maakte er een paramilitaire organisatie van. Hij predikte een nationale revolutie: de parlementaire democratie afschaffen en vervangen door een corporatistisch systeem.[44] De trekkende leden van de Mouvement agraire hadden dus duidelijk rechtse sympathieën. Verder zal blijken dat de Parti agraire nog meer kenmerken van een rechtse ideologie zou gaan vertonen.[45]

 

 

1.3 De Mouvement agraire in het grotere plaatje: de externe relaties

 

1.3.1 Een blik over de grens: op zoek naar inspirerende voorbeelden

 

Tijdens de eerste maanden van het bestaan van de Mouvement agraire belge werd er in La Terre vaak aandacht besteed aan agrarische partijen in het buitenland die succes hadden in de publieke opinie of in verkiezingen. Vooral de redelijk succesvolle Parti agraire et paysan français werd als een groot voorbeeld gezien.[46] Eén van hun voormannen, Fleurant Agricola, was een grote inspiratiebron voor de Mouvement agraire belge. In oktober 1932 hadden de Franse Parti agraire en de Ligue des fermiers du nord een grote manifestatie gehouden. Op die manifestatie zou er een resolutie zijn voorgesteld met drie krachtlijnen. Ten eerste, als de overheid niets deed tegen de dalende graanprijs zouden de boeren geen belastingen meer betalen. Ten tweede zouden ze per departement acties organiseren en ten derde zouden alle verkozen partijleden van landelijke gemeenten ontslag nemen.[47] Bij die laatste krachtlijn van de Franse Parti agraire moet wel opgemerkt worden dat de partij pas in 1932 een eerste vertegenwoordiger behaalde. Het dreigement zal dus niet al te veel indruk gemaakt hebben. In 1936 was de partij goed voor een twaalftal afgevaardigden, maar het gebrek aan ideologische homogeniteit was een ernstige rem op de verdere groei.[48] In ieder geval keek de Mouvement agraire belge enorm op naar de Franse Parti agraire. Ze bewonderde haar vastberadenheid om te reageren tegen de regering.

In andere artikels werden de geschiedenissen van die Franse Parti agraire en ook van de Bulgaarse landbouwerspartij geschetst, met veel aandacht voor de soms moeilijke stappen die een agrarische partij moest afleggen.[49] De landbouwerspartij van Bulgarije zou een schitterend resultaat behaald hebben tijdens de laatste verkiezingen en dat zou alleen maar veroorzaakt zijn door de ontroerende eenheid onder de Bulgaarse boeren.[50] Het artikel in kwestie ging niet verder in op de exacte datum en aard van die Bulgaarse verkiezingen, de berichtgeving in La Terre hierover is dus moeilijk te controleren, maar de Bulgaarse landbouwerspartij stond wel degelijk heel sterk. Van 1919 tot 1923 stond Stamboeliski, leider van de Agrarische Unie, aan het hoofd van de regering. Ook in de verdere woelige jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog, met verschillende opstanden en staatsgrepen, waren de boeren steeds prominent aanwezig als belangrijke machtsfactor.[51]

De bedoelingen van de redactie met deze artikels zijn duidelijk. Ze wilde de aandacht vestigen op andere landbouwerspartijen die een lastig parcours hadden afgelegd maar nu toch succes kenden. Die partijen droegen een sterke voorbeeldfunctie. Men wilde als het ware de lezers waarschuwen voor de moeilijke momenten die de Mouvement agraire nog zou kennen, maar die een essentieel onderdeel uitmaken van het groeiproces en die noodzakelijk zijn om ooit succesvol te kunnen zijn.

 

1.3.2 De Boerenbond: de aartsvijand bij uitstek

 

De Boerenbond was vaak kop van jut in de artikels in La Terre. Volgens de Mouvement agraire was de Boerenbond niet alleen met landbouwzaken bezig, maar ook met handel en industrie waardoor de belangen van de boeren vaak op de achtergrond verdwenen: “Car il faut une bien grande dose de naïveté pour voir dans le Boerenbond une ligue de paysans. … Car dans les sphères dirigeantes, qui voyons-nous? Des chanoines, des avocats, des hommes d’affaires…”[52] Zo werd de Boerenbond verweten dat hij Russisch graan invoerde, wat natuurlijk nefast was voor de graanprijzen op de binnenlandse markt. De Boerenbond zelf ontkende dit in alle toonaarden. Als bewijs à charge werd in La Terre een artikel gepubliceerd, gebaseerd op een bijdrage uit De Stormklok, die zou aantonen dat de Boerenbond wel degelijk Russisch graan invoerde.[53] Of deze aantijging terecht was of niet, is hier niet van belang. Waarschijnlijk ging het om één van de zovele geruchten uit die jaren.[54] Maar het is wel belangrijk op te merken dat men in La Terre artikels uit andere media overnam met als enige doel de Boerenbond zwart te maken bij de Waalse landbouwers. Het Hoofdbestuur van de Boerenbond was op de hoogte van de laster van een vereniging of weekblad genaamd De Stormklok. In het verslag van de vergadering van het hoofdbestuur van 28 september 1931 staat er het volgende over genoteerd: “De Stormklok: zal onderzocht worden of gerechtelijke vervolging zal worden ingespannen.”[55] Uit het verslag van de vergadering van 28 november 1932 blijkt dat het proces uiteindelijk voor de rechtbank van Dendermonde werd gebracht.[56]

Bovendien kwam in de loop van 1930, nog vóór de Stormklokaffaire, de U.P.A. in Leuven aankloppen om hulp. Volgens de Mouvement agraire had de U.P.A. plannen om een eenheidsfront te vormen tussen Boerenbond, Alliance Agricole Belge en de U.P.A. In werkelijkheid zochten de U.P.A.-leiders enkel een oplossing voor de zwalpende Banque agricole de Belgique, de financiële ruggensteun van de U.P.A.[57] Die bank dreigde ten onder te gaan aan een storm van paniekopvragingen, na allerhande verdachtmakingen in de pers.[58] Op 27 juli 1932 kwam het tot een akkoord en de bank kwam samen met de aankoopcoöperaties onder de controle van de Boerenbond. Hoewel het om een louter zakelijke overeenkomst ging, zag de Mouvement agraire hierin het ontstaan van een Front Unique, een politiek samenwerkingsverband tussen Boerenbond, Alliance Agricole Belge en de U.P.A. De Mouvement agraire betreurde dit omdat ze ervan overtuigd was dat de Boerenbond in die unie het overwicht zou vormen en zijn doelstellingen van steun aan industrie en handel zou opdringen. Ze verweet het directiecomité van de U.P.A. de landbouwers voor een voldongen feit te plaatsen. Het directiecomité van de U.P.A. had misschien wel de 24 leden van de algemene vergadering geraadpleegd en laten stemmen, maar het had geen rekening gehouden met de Waalse boeren.[59] De Mouvement agraire wees op een inconsequentie van de U.P.A.: in 1929 werd in La Défense Agricole Belge nog in waarschuwende termen geschreven over de Boerenbond: “On sait – ce n’est plus un secret pour personne – que la société politico-financière dénommé Boerenbond signifie flamingantisme outré, extrémiste, avec comme aboutissement normal, logique: des monstruosités comme l’élection de Borms qu’on ne peut désavouer et la faillite de l’unité nationale.”[60] Amper drie jaar later werd er al mee samen geheuld. Pikant detail: ik vond in het bewuste nummer van La Défense Agricole Belge (5 januari 1929) niets terug van een dergelijk artikel, noch ondertekend door Sandront, noch anoniem en niet in vroegere of latere nummers van La Défense Agricole Belge. De Mouvement agraire heeft dus zonder scrupules woorden in de mond van Sandront gelegd door te citeren uit een onbestaand artikel. Vreemd genoeg reageerde Sandront daar niet op in zijn weekblad.

De U.P.A., van huis uit levenbeschouwelijk neutraal, zou binnen het vermeende samenwerkingsverbond vrij blijven in zijn politieke keuze. De Mouvement agraire vreesde hiervoor. Zij was ervan overtuigd dat de Boerenbond, gesticht op het confessionele principe, de U.P.A. volledig zou opslorpen en dat politieke neutraliteit van de U.P.A. binnen het Front Unique een illusie was. Zij ging met dit standpunt in tegen de Leuvense economist Fernand Baudhuin, die volgens de Mouvement agraire in een studie over de professionele organisatie van landbouwers zou beweerd hebben dat de samenwerking positieve effecten zou hebben voor de landbouw en dat de U.P.A. zijn neutraliteit zou kunnen bewaren.[61] Waar de Mouvement agraire dit vandaan haalde, is mij een raadsel. De bijdrage van Fernand Baudhuin is in werkelijkheid een kritische, objectieve schets van de professionele landbouwvertegenwoordiging in België. De samenwerking tussen de U.P.A. en Boerenbond beschrijft hij als een louter economische overeenkomst, met vooral voordelen voor de Boerenbond die zijn invloed in Wallonië kon vergroten. Over de eventuele politieke gevolgen van de overeenkomst, laat staan over de neutraliteit van de U.P.A., repte hij met geen woord.[62] Wat hoopte de Mouvement agraire te bereiken door te doen alsof ze inging tegen het standpunt van een hoogleraar? Misschien wilde ze zo haar aanzien en prestige vergroten: de Mouvement agraire die niet bang is tegen de stroom in te gaan en van mening durft te verschillen met academici. De nefaste gevolgen van de combinatie van een Front Unique met een overheersende Boerenbond die ook de Banque Agricole in handen had, werden in La Terre visueel voorgesteld aan de hand van de cartoon in bijlage 2. In 1935 werd de Banque Agricole, bij de hele bancaire reorganisatie ten gevolge van de liquidatie van de Middenkredietkas, afgestoten waarbij ook de rest van het samenwerkingsakkoord verviel.[63] De U.P.A. kwam terug in het kamp van de tegenstanders van de Boerenbond terecht.[64]

De officiële ledenbladen van de Boerenbond, De Boer en Le Paysan, repten met geen woord over de Mouvement agraire, niet over de afscheiding van de U.P.A., niet over het verschijnen van La Terre, niet over de beschuldigingen over het Russische graan of over het Front unique. Nochtans moet de Boerenbond op de hoogte geweest zijn van het bestaan en van de activiteiten van de Mouvement agraire: in de knipselmappen samengesteld door de documentatiedienst van de Boerenbond, zijn ook artikels uit La Terre opgenomen.[65] Maar blijkbaar zag men geen enkele bedreiging in de Mouvement agraire belge, of achtte men de zaak toch niet belangrijk genoeg om er artikels in De Boer of Le Paysan aan te wijden. Ook L’Alliance agricole belge, het weekblad van de gelijknamige Waalse landbouwvereniging, zweeg in alle talen. Die Alliance agricole belge was einde 1929 ontstaan uit een fusie van een aantal katholieke Waalse landbouwverenigingen. Na de Eerste Wereldoorlog was een bloeiende Ligue Agricole belge actief. Daarnaast waren er ook nog de minder belangrijke Fédération agricole du Hainaut, de Ligue agricole de la province de Namur en de Ligue agricole de la province de Liège. In 1928 besloten deze laatste drie nauwer te gaan samenwerken en ze vormden de Fédération Wallonne des cultivateurs catholiques. In 1929 ging de Ligue agricole over kop door wanbeheer. Uit die puinen ontstond de Alliance agricole belge. De Fédération Wallonne sloot zich bij haar aan. De Alliance agricole ontwikkelde zich naar het voorbeeld van de Boerenbond qua grondvisie, doelstellingen en concrete werking en onderhield sterke commerciële banden met Leuven. Voor het overige ontwikkelde de Alliance zich als een autonome Waalse landbouwersorganisatie.[66]

 

 

1.4 Het programma van de Mouvement agraire: veel kritiek, weinig oplossingen

 

1.4.1 De analyse van het regeringsbeleid volgens de Mouvement agraire

 

Het discours van de Mouvement agraire bestond voornamelijk uit een disparate verzameling klachten aan het adres van de regering in het algemeen en van de landbouwpolitiek in het bijzonder. Zo werd volgens de Mouvement agraire de rijkdom van de samenleving gerealiseerd ten koste van de landbouwers.[67] Ze vaarde vaak uit tegen het zogenaamde vie à bon marché: de voedselprijzen werden volgens haar bewust laag gehouden om de levenskosten niet te hoog te laten oplopen. De regering voerde dit beleid onder druk van de industrie: lage voedselprijzen boden de mogelijkheid om de lonen laag te houden zonder de arbeiders in onmogelijke levensomstandigheden te dwingen. Dit was nefast voor de landbouwers die zo geen eerlijke prijs kregen voor hun producten.[68]

De landbouwpolitiek van België zou zich laten leiden door zuiver liberalisme. De Mouvement agraire gaf een ietwat simplistische analyse van dat liberalisme, dat in haar ogen economische anarchie gecreëerd had: in het liberale systeem produceerde elke streek bepaalde producten. Een surplus aan die producten moest worden uitgevoerd in ruil voor andere producten waar nog vraag naar was. Zodoende zou België zijn landbouw opgegeven hebben om goedkoop industriële producten uit te voeren, in ruil voor de invoer van landbouwproducten. Nederland bijvoorbeeld zou in België zijn landbouwproducten mogen dumpen en in ruil zou België zich met zijn industriële producten op de Nederlandse markt mogen storten.[69] Dit vond de Mouvement agraire een verwerpelijk systeem. Elk land zou zijn eigen grondstoffen ten volle moeten benutten en zoveel mogelijk in de eigen behoeften voorzien.[70] Ze was dus radicaal gekant tegen de invoer van landbouwproducten en pleitte dan ook voor een sterk landbouwprotectionisme. De regering kreeg ook het verwijt foute prioriteiten te stellen: een heet politiek hangijzer in die periode was namelijk het taalprobleem, en dan vooral op het vlak van onderwijs. Na de volledige vernederlandsing van de Gentse universiteit, goedgekeurd door het parlement in 1930, wilde men het regionaliteitsprincipe doorvoeren in lager en middelbaar onderwijs. Concreet betekende dit dat in Vlaanderen alleen Nederlandstalig en in Wallonië alleen Franstalig onderwijs verstrekt zou worden.[71] De houding van de Mouvement agraire was aanvankelijk volstrekt neutraal op dat vlak. Ze vond dat zij, een strikt agrarische beweging, geen stelling mocht nemen in dat conflict: “Ce ne sont pas nos oignons.”[72] Ook in het officiële programma, gepubliceerd in La Terre, sprak de Mouvement agraire zich afhoudend uit over die kwestie: “Il respecte le status-quo scolaire et religieux qui satisfait la majorité.”[73] Uiteindelijk gaf de Saint-Moulin toch zijn mening over het conflict. Hij vond het niet kunnen dat een regering bezig was met taalproblemen terwijl ze zich op veel belangrijkere sociaal-economische thema’s zou moeten concentreren. “Primum vivere, deinde philosophare” voegde hij veelzeggend toe.[74]

 

1.4.2 De zondebok: de minister van landbouw

 

Het protest tegen de regering en tegen de landbouwpolitiek richtte zich vaak op de minister van landbouw. Van 6 juni 1931 tot 18 oktober 1932 was dat Emile Van Dievoet, hoogleraar aan de universiteit van Leuven.[75] Hij moest het ontgelden onder andere wegens zijn banden met de Boerenbond. Hij werd verweten niets meer te zijn dan een marionet van de Boerenbond die niets voor de landbouwers deed.[76] Via Van Dievoet zou de Boerenbond geprobeerd hebben voor zichzelf interessante commerciële en industriële zaken door te drukken.[77] De banden van Van Dievoet met de Boerenbond kunnen niet ontkend worden: hij noemde zichzelf in de politiek een vertegenwoordiger van de Boerenbond. Om die reden had hij reeds in 1925 een plaats in het Hoofdbestuur van de Boerenbond gevraagd, wat hem geweigerd werd.[78]

Ook zijn flamingantisme werd Van Dievoet niet in dank afgenomen door de Mouvement agraire. In de zomer van 1932 werd hij gespot op een congres van de Vlaamsche Katholieke Landsbond, in La Terre werd hier heel heftig op gereageerd.[79] Men berichtte ook over een welbepaald incident: toen een Waalse ambtenaar benoemd werd als eerste griffier aan de rechtbank van Brussel, zouden Van Dievoet en andere Vlaamse ministers hiertegen geprotesteerd hebben.[80] Door de vaagheid hierover in La Terre kan dit moeilijk gecontroleerd worden. Op één of andere manier maakte de Mouvement agraire een vreemde gedachtesprong in de berichtgeving over Van Dievoet: de man was een flamingante Vlaming, dus moesten ze er niet van schrikken dat de algemene landbouwersbelangen, en niet alleen de Waalse, zo slecht verdedigd werden.

 

1.4.3 De arbeidersklasse: jaloers op haar verwezenlijkingen

 

De landbouwersklasse werd in La Terre vaak vergeleken met de arbeidersklasse, en dan vooral op het vlak van verwezenlijkingen qua emancipatie en gelijkberechtiging. De Mouvement agraire eiste de gelijkschakeling van de landbouwsector met de industrie: sinds 1928 kon men dankzij de economische boom de sociale wetgeving uitbreiden en de BWP trok naar de verkiezingen van 1929 met in haar programma de eis tot algemene sociale verzekeringen.[81] Die algemene sociale verzekeringen kostten buitensporig veel geld aan de staat. Als men zoveel geld overhad voor de arbeidersklasse, zo vond de Mouvement agraire, moest men ook investeren in de landbouwsector. Het proletariaat was er reeds in geslaagd de ketens af te werpen en was begonnen aan een opgang die ten koste ging van onder andere de landbouwersklasse.[82]

De Mouvement agraire was van mening dat het krachtdadig optreden van de arbeidersklasse verantwoordelijk was voor het doordrukken van de sociale wetgeving: de arbeidersklasse slaagde er veel beter in dreigend over te komen, waardoor ze de dure sociale wetten kon afdwingen. De Mouvement agraire gaf het voorbeeld van de staking in de Borinage in 1932.[83] In haar ogen draaide alles rond kracht en voldoende hard op tafel kunnen kloppen om toegevingen te krijgen: “La défense de leurs [les paysans] intérêts, inefficace aujourd’hui, doit être reprise sur des principes nouveaux, sur des bases nouvelles. Elle n’est et ne saurait être qu’une question de force.”[84] De Mouvement agraire belge was er niet over te spreken dat de boeren, die geen salaris trokken, belastingen moesten betalen om die sociale wetten te financieren en dat ze er niets van terug kregen: “Nous serions en droit de dire, si le chômeur ne paie pas d’impôts, le sans-salaire ne doit pas en payer davantage.”[85] Zo was de Mouvement agraire heel ontevreden over de nieuwe wet op de pensioenen die heel nadelig zou zijn voor de landbouwers. Louis Sandront, katholiek parlementslid[86] en hoofdredacteur van La Défense Agricole Belge, kreeg een stevige veeg uit de pan: in zijn krant werden de onrechtvaardigheden van de wet aangeklaagd, maar toch had hij de wet mee goedgekeurd.[87] De kritiek in La Défense Agricole Belge op de wet was dat boeren in verhouding meer moesten storten dan loontrekkenden om dezelfde opbrengst te krijgen.[88] De commentaar van de Mouvement agraire op de wet was heel eenvoudig en iets te simplistisch: ze klaagde aan dat de landbouwbevolking moest meebetalen voor het pensioen van ambtenaren en arbeiders.[89]

Een andere belasting die voor veel wrevel zorgde, was de grondbelasting. De artikels in La Terre over deze zogenaamde impôt foncier zijn heel verwarrend. Men had het over een belasting die door de socialisten zou voorgesteld zijn als onderdeel van een belasting op het kapitaal. Zoals het in La Terre werd voorgesteld, leek het alsof het om een totaal nieuw type belasting ging. Het is mij niet duidelijk wat de Mouvement agraire hiermee bedoelde, een belasting op het kadastrale inkomen bestond immers al meer dan een eeuw. Bedoelde ze misschien een wet die een herziening van het kadastrale inkomen regelde?[90] In ieder geval klaagde de Mouvement agraire aan dat de grondeigenaars de belasting in kwestie, vermoedelijk de belasting op het kadastrale inkomen, doorrekenden in de pacht- en huurprijzen. Er werden verschillende artikels gewijd aan die onrechtvaardigheid. De redenering die erachter zat, was steeds dezelfde: de kadastrale belasting was te hoog in vergelijking met de opbrengst van de grond. De boeren konden daar nu al bijna geen inkomen uithalen en zouden dus moeten putten uit hun heel kleine of onbestaande reserves en zouden zo geruïneerd worden.[91]

 

1.4.4 De summiere oplossingen van de Mouvement agraire

 

De Mouvement agraire zag dus verschillende problemen. In La Terre werden ontelbare klachten over het beleid en over de samenleving gepubliceerd. De oplossingen die de Mouvement agraire voorstelde, waren heel vaag en beperkt. Het hele discours van de Mouvement agraire bevatte slechts twee structurele punten: corporatisme en protectionisme. Wat betreft het corporatisme wilde ze de oprichting van een adviserende economische raad naast het parlement, een beperkte aanpassing van het staatsbestel in corporatieve richting dus. Dit hadden ze geërfd van de U.P.A. en het vormde meteen de enige ideologische oriëntering in de beginjaren van de Mouvement agraire. Die economische raad moest de verschillende belangengroepen, grosso modo georganiseerd per beroep, vertegenwoordigen. Hier komt een grote inconsequentie van de Mouvement agraire aan het licht: ze wilde alles per beroep organiseren omdat volgens haar beoefenaars van eenzelfde beroep steeds dezelfde belangen hadden. Maar voor de landbouw moest blijkbaar een uitzondering gemaakt worden, want ze wilde alle verschillende beroepen die ook maar iets met de landbouwsector te maken hadden (landbouwers, arbeiders in de agrarische nijverheid, meststofhandelaars…) verenigen en er slechts één algemene landbouwvertegenwoordiging voor voorzien in die economische raad.[92] Die landbouwvertegenwoordiging zou, nog volledig volgens het U.P.A.-standpunt, moeten voortkomen uit de landbouwkamers.

Met protectionistische maatregelen wilde de Mouvement agraire dumpingen vermijden om zo de welstand van de landbouwers, zwaar getroffen door de crisis, te garanderen.

Voor het overige stelde de Mouvement agraire voornamelijk een hoopje losse maatregelen voor die het bestaan van de boerenbevolking zouden moeten verbeteren maar die niets structureels zouden veranderen. Concrete uitwerkingen van de voorstellen werden er nauwelijks gegeven. Het ging om zaken als een vermindering van de publieke uitgaven, het fiscale systeem transformeren en vereenvoudigen en de belastingen op de landbouw verminderen, een betere pachtwetgeving, trusts en collectieve ondernemingen als Boerenbond tegengaan en regels invoeren in verband met aanwezigheid en stemming om absenteïsme in het parlement tegen te gaan.[93] Dat laatste was toch wel opmerkelijk, alleen al omdat het de enige concrete voorstellen waren. Blijkbaar lag de Mouvement agraire wakker van de wantoestanden in het parlement. Ze had er voordien nog nooit aandacht aan besteed in La Terre, maar nu vermeldde ze die, bijna en passant, toch als aandachtspunt voor de verkiezingen.

Als men het programma opgenomen in de statuten van de Mouvement agraire belge bekijkt en er de verdere aanvullingen van concrete eisen naast legt, is het duidelijk dat het om een heel disparaat programma ging. Of dat volstond om de boeren te overhalen, zou moeten blijken uit de resultaten van de eerste vuurdoop van de beweging, de verkiezingen van 27 november 1932.

 

 

1.5   Het moment van de waarheid: de verkiezingen van 1932

 

1.5.1 De gemeenteraadsverkiezingen en de voorbereiding van de parlementsverkiezingen

 

Op 8 oktober 1932 vonden er gemeenteraadsverkiezingen plaats. De Mouvement agraire belge besliste nog niet deel te nemen aan die verkiezingen. Een eerste reden die ze daarvoor gaf was dat gemeentepolitiek volgens haar slechts rond administratieve zaken draaide. Zij had andere prioriteiten die op het wetgevende en op het provinciale terrein moesten gebeuren. Ze wilde zich dus richten op het parlement en op de provincieraad. Ten tweede werden er bij gemeenteraadsverkiezingen vaak gemeenschappelijke lijsten ingediend waarop soms ook landbouwers voorkwamen. De resultaten van die landbouwers zouden nodeloos verzwakt worden indien de Mouvement agraire een aparte agrarische lijst naar voren zou schuiven.[94] Ze kwam dus niet zelf op bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar in La Terre werd er wel advies gegeven over hoe te stemmen. Het was een prangende vraag aangezien de Mouvement agraire beweerde zich af te houden van zowel links als rechts.[95] Maar zoals hierboven reeds gezegd, waren er vaak zogenaamde listes d’intérêts communaux, waar militanten van de beweging zouden opstaan die daar volledig vrij in werden gelaten. Het advies luidde dan ook: “Quoiqu’il en soit, paysan, votez sans passion politique, usez de votre droit de citoyen en toute conscience. Sachez vous abstraire du battage politique auquel se livrent les ambitieux. Votez pour ceux des vôtres que vous croyez les plus désintéressés, les plus à même de servir votre intérêt et l’intérêt public. Ce faisant vous serez dans les dispositions voulues pour le moment où, obstinément, il s’agira de voter ‘agraire’.[96] Met andere woorden, de medestanders moesten op de lijsten die kandidaten eruit zoeken die de landbouwerszaak genegen waren. Dit was een opmerkelijk advies omdat het volledig in de lijn lag van de U.P.A.-strategie de de Parti agraire net verwierp. Na de gemeenteraadsverkiezingen bleek dat over het hele land de socialisten er sterk op waren vooruit gegaan.[97] De Mouvement agraire twijfelde niet aan de reden: de regering was aan het flateren, de socialistische oppositie profiteerde ervan en dit vertaalde zich in de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen.[98]

Vanaf eind september 1932 begon de Mouvement agraire de parlementaire verkiezingen voor te bereiden. Hiertoe zouden er per arrondissement agrarische federaties opgericht moeten worden, bestaande uit vertegenwoordigers van de verschillende dorpen. Het doel van die federaties zou zijn om propaganda te voeren, lijsten samen te stellen, het programma te preciseren[99] en de mandatarissen te controleren. Eén federatie bestond al, die van Ath. De anderen zouden zo snel mogelijk opgericht worden.[100] Dichter naar de verkiezingen toe werd er niet meer gesproken over die federaties, men kan dus vermoeden dat er niet veel vooruitgang geboekt werd bij de oprichting ervan.

 

1.5.2 De parlementsverkiezingen: het verschijnen van een aparte agrarische lijst

 

Op 18 oktober werd het parlement ontbonden en kondigde premier Renkin verkiezingen aan. Jabon en de zijnen kwamen op met een eigen lijst;  dit betekende de definitieve breuk met de U.P.A. Toch zou Jabon pas einde 1934 openlijk uit de U.P.A. gezet worden.[101] De boeren mochten zich niet opnieuw laten misleiden en verraden door de traditionele politieke partijen: “Paysans, le moment approche de secouer le joug qui pèse sur vos épaules et de balayer les politiciens indignes qui vous ont trahis.”[102] Vanaf toen werd er inhoudelijk niet veel zinnigs meer gepubliceerd in La Terre. Alle beschikbare plaats werd gebruikt voor propaganda en om de boeren het juiste pad te tonen. Zo legde Xavier Cornil, burgemeester van La Hamaide, in een reeks artikels de programma’s van de andere politieke partijen uit.[103] Uiteraard werd er sterk gefocust op de negatieve aspecten van die programma’s voor de landbouwsector. Bij ieder nummer verscheen een affiche met op de voorpagina een oproep om die goed zichtbaar op te hangen.[104]

Vanaf 19 november begon de Mouvement agraire ook de kieslijsten te publiceren. Ze kwam op in drie arrondissementen van Henegouwen, namelijk in Mons voor de Kamer, in Mons-Soignies voor de Senaat en in Tournai-Ath voor Kamer en Senaat.[105] Enkele dagen na de parlementsverkiezingen zou ze ook opkomen voor de provincieraad van Henegouwen. Bij de lijsten zoals die in La Terre gepubliceerd werden, stond achter elke naam het beroep vermeld. Dit was bijna altijd cultivateur of éleveur. Men wilde duidelijk maken aan de lezers dat de kandidaten van de Mouvement agraire eenvoudige landbouwers waren in hart en nieren, volledig in de filosofie van de beweging en volledig in te passen in het geconstrueerde zelfbeeld.[106] Ze wilde zich op dat vlak onderscheiden van de andere lijsten waar de zogenaamd agrarische kandidaten volgens haar geen echte landbouwers waren, maar wel rijke grootgrondbezitters. Ze vermeldde ook eventuele andere functies van de kandidaten, zoals landbouwingenieur, burgemeester of voorzitter van een kanton van de U.P.A. Dit gaat in tegen mijn stelling dat de beroepen vermeld werden om de eenvoudige boerenafkomst te benadrukken. Waarschijnlijk werden de andere functies vermeld om de geloofwaardigheid van de kandidaten kracht bij te zetten. De vermeldingen van eventuele ambten binnen de U.P.A. bevestigen nogmaals dat de partij een afsplitsing was van de U.P.A.[107] Een laatste element dat opviel aan de lijsten was dat Armand Jabon, voortrekker van de protestbeweging en later voorzitter van de Parti agraire, er niet op voorkwam. Dit is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Jabon was reeds senator voor de liberale partij.[108] Blijkbaar wilde hij toch niet proberen zijn mandaat te verlengen door op te komen op de lijst van de Mouvement agraire. Hij kwam ook niet op voor de liberale partij.[109] Of hij zelf geloofde in de kansen van de partij, zijn partij nota bene, om een verkozene te halen, kan hierdoor natuurlijk sterk betwijfeld worden.

 

1.5.3 Een bedreiging of een goeie grap? Receptie van de verkiezingsdeelname van de Mouvement agraire

 

In La Terre werd er verbolgen gereageerd op een uitschuiver van Auguste Criquelion, nationaal voorzitter van de U.P.A. en liberaal politicus.[110] Hij zou de algemene vergadering van de U.P.A. op 26 oktober 1932 gebruikt hebben om uit te varen tegen de Parti agraire.[111] In La Défense Agricole Belge, het weekblad van de U.P.A., werd er inderdaad verschillende keren al dan niet subtiel verwezen naar de Parti agraire. Een schrijver in La Défense Agricole Belge bedacht zich dat de mannen van de agrarische lijst er duidelijk niet bij hadden stilgestaan hoeveel stemmen er nodig waren om iemand in het parlement te krijgen. Het advies in het U.P.A.-weekblad luidde dan ook als volgt: “Pas de division dans la classe agricole, défendons la Patrie, l’ordre et la liberté en accordant notre voix à un seul candidat agricole figurant sur une des listes des deux grands partis d’ordre.”[112] Met de grote partis d’ordre bedoelde de auteur de katholieken en de liberalen, tegenover de parti de désordre bij uitstek, de socialisten.[113] De kansen van de Parti agraire werden niet bijster hoog ingeschat in U.P.A.-kringen: “Tout vote en faveur du parti agraire équivaut à un bulletin blanc ou nul car (il faut tenir compte des réalités et non pas des illusions chimériques) ce parti agraire n’a absolument aucune chance d’obtenir un élu.”[114]

Ook de Alliance agricole stond niet positief tegenover de agrarische lijst van de Mouvement agraire. Het standpunt van de Alliance agricole was ongeveer hetzelfde als dat van de U.P.A.: de Mouvement agraire weet niet waaraan ze begint, haar acties zullen alleen maar verdeling zaaien en dus de stem van de landbouwers verzwakken: “Quant à ceux qui pensent à faire des listes agraires, demandez-leur s’ils pensent avoir assez de voix pour faire élire un seul homme et puis ce que cet homme ira faire à la Chambre. … Demandez-leur surtout qui va profiter de la perte de voix qu’entraine fatalement une liste dissidente.”[115] Ondanks deze waarschuwing zag de Alliance agricole geen al te grote bedreiging in de agrarische scheurlijst. De socialistische partij werd als een veel groter gevaar gezien en de katholieke partij werd voorgesteld als de enige traditionele verdediger van de landbouw. Stemmen voor een agrarische lijst zou een grove fout zijn voor een katholieke landbouwer: “Voter pour une liste dissidente, même si elle s’intitulait agricole, serait une faute au point de vue catholique et au point de vue agricole.”[116]

De Boer en Le Paysan besteedden helemaal geen aandacht aan de verkiezingsdeelname van de Mouvement agraire. Ook daar werd de katholieke partij verdedigd en de socialistische partij geviseerd. Drie jaar later, op 22 november 1935, zou het Hoofdbestuur van de Boerenbond zelfs het volgende verklaren: “de boerenbond en de politiek: Er zal ook gewezen worden op het gevaar van het ontstaan van een agrarische partij: er zal moeten bekomen worden dat Z. Em. klaar zegge wat onze opzieners wel, wat zij niet mogen doen.”[117] Ofwel werd de reeds bestaande agrarische partij, de Parti agraire, hier volledig over het hoofd gezien, ofwel had het hoofdbestuur het toen enkel over het mogelijke ontstaan van een agrarische partij in het Vlaamse landsgedeelte, de Boerenbond was immers wel degelijk op de hoogte van het bestaan van de Parti agraire.[118]

De socialistische partij richtte zich duidelijk op alle travailleurs de villes et de campagnes.[119] In Le Peuple werd veel aandacht besteed aan de landbouw, maar men repte met geen woord over de Mouvement agraire.[120] Geen enkele van de grote Franstalige kranten besteedde aandacht aan het opkomen van de Mouvement agraire. Le Soir had zo haar bedenkingen bij kleine partijen: “Les petites listes sont négligeables: ceux qui voteront pour elles déprécient la valeur de leur suffrage.[121] La Libre Belgique en La Dernière Heure vermeldden evenmin de Mouvement agraire in hun analyse- en opiniestukken over de parlementsverkiezingen. In Le Vingtième Siècle werd er aandacht besteed aan de landbouwcrisis. In een artikel werd het hele spectrum van de landbouwpolitiek besproken; de auteur overliep de verschillende partijen en hoe ze gestemd hebben bij landbouwwetten en besteedde aandacht aan het belang van enkele drukkingsgroepen, maar hij zei geen woord over de Parti agraire.[122]

 

1.5.4 De resultaten van de Mouvement agraire…

 

De resultaten van de verkiezingen van 1932 brachten in het algemeen geen grote verschuivingen teweeg. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het kiezerskorps zijn verdict van de verkiezingen van 1929 nog eens had herhaald.[123] Het behaalde stemmenaantal van de Parti agraire was niet echt indrukwekkend te noemen. Voor de Kamer van volksvertegenwoordigers had ze naar eigen zeggen in Tournai-Ath en in Mons samen 4.248 stemmen gehaald. Deze cijfers blijken te kloppen: in Tournai-Ath haalde de Parti agraire 2.940 stemmen (4,01 procent) en in Mons 1.354 stemmen (1,63 procent).[124] Deze resultaten waren onvoldoende om een vertegenwoordiger naar het parlement te kunnen sturen. Voor de provincieraad haalde ze in Henegouwen 6.412 stemmen.

Op de voorpagina van het eerste nummer van La Terre na de verkiezingen stonden drie artikels, van Jules Gerard, Marius Van Lierde en Charles Petit-Lefebvre.[125] Alledrie de artikels bevatten het typische discours van een idealistische partij die het deksel op de neus gekregen heeft. Desondanks gaven ze de hoop niet op: “Est-ce un triomphe? Non; Est-ce une défaite? Moins encore; c’est un succès et un encouragement précieux.”[126] De drie auteurs spraken over de vuurdoop van de partij en ze probeerden redenen te geven voor het magere succes. Het is opvallend dat die redenen vooral buiten de eigen partij gezocht werden: “Nous avons lutté dans des conditions presque impossibles[127] en “Vous voyez, paysans, que nos ennemis ne reculent devant aucune bassesse pour vous tromper et vous empêcher de manifester votre force.”[128] De traditionele partijen zouden in hun programma’s allerlei beloftes gedaan hebben om de stem van de landbouwers binnen te halen.

De U.P.A. kon zijn pret niet op met het resultaat van de Parti agraire: “Ce qui s’est passé le 27 novembre n’a fait que confirmer ce que nous avancions et nous ajoutons aujourd’hui que le piteux et ridicule résultat obtenu par les listes dites agraires…[129]

 

 

1.6 De officiële oprichting van de Parti agraire belge

 

Een kleine maand na de verkiezingen besloten de prominenten van de Mouvement agraire op twee congressen in Brussel op 22 en 28 december 1932 over te gaan tot de officiële oprichting van de Parti agraire belge als opvolger van de Mouvement agraire belge. Ik heb in het Staatsblad nergens een spoor van een officiële oprichting van de Parti agraire gevonden.[130] In La Terre van 7 januari 1933 verscheen de “Constitution officielle du Parti Agraire”.[131] Het algemene doel van de partij werd omschreven als de verdediging van de materiële, intellectuele en morele belangen van de landbouwersklasse. De voorwaarden voor lidmaatschap werden vastgelegd op Belg zijn, in de agrarische sector werken en minimum 10 frank per jaar bijdragen. Het voorlopig directiecomité, aangesteld op de congressen in Brussel, zou in functie blijven tot de eerste algemene vergadering van de partij, die in de loop van 1933 zou moeten plaatsvinden.[132] Armand Jabon, de voormalige U.P.A.-topman, werd voorzitter. Het programma werd weer in vage termen omschreven met vooral concrete maatregelen om de landbouwsector te beschermen. Op het vlak van binnenlandse politiek eiste de Parti agraire de grootst mogelijke vrijheid voor de burgers binnen het kader van de grondwet en een vermindering van de uitgaven. Qua buitenlandse politiek wilde ze vrede en ontwapening steunen en militair enkel het strikt noodzakelijke toelaten.[133]

 

 

Hoofdstuk 2: De Parti agraire in de woelige periode tussen twee parlementsverkiezingen (december 1932 – mei 1936)

 

2.1 “Le nerf de la guerre”: de financierin