| Improviseren in de actieve muziektherapie. Een participerende verkenning. (Marieke van Remmen) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Dit is een studie in de pragmatiek van de muziek, i.e. wat doen mensen met muziek en wat doet muziek met mensen en hoe kan dat worden gebruikt in de muziektherapie.
In dit onderzoek ga ik in op de processen die werkzaam zijn bij de spelers van een muzikale improvisatie in de therapeutische praktijk.
Ik heb mij onder meer verdiept in het improviseren in het algemeen, wat het precies inhoudt, in welke muziekpraktijken er wordt geïmproviseerd, waarom men improviseert en hoe je kunt improviseren. In dit werkstuk zal ik mij richten op de actieve muziektherapie waar het muzikaal improviseren een prominente plaats inneemt. Alvorens ik werkelijk tot de beschrijving van improvisatie in muziektherapie kom, zal ik kort beschrijven wat muziektherapie inhoudt, wat de behandeling beoogt en welke middelen daartoe worden ingezet. Vervolgens komt de plaats van improvisatie in muziektherapie aan bod; wanneer wordt het ingezet, in welke vorm en met welke doelen.
Mijn vraagstelling luidt:
Welke rol en functie heeft het improviseren in de muziektherapiepraktijk en welke processen spelen zich daarbij af?
Hierbij staan alle betrokken spelers centraal, i.e. therapeut en cliënt(en).
Om wat meer te weten te komen over muzikaal improviseren in het algemeen heb ik ten eerste muziektheoretische literatuur over dit onderwerp gelezen. Daarnaast heb ik collegedictaten geraadpleegd en artikelen van jazzcolleges en jazzwerkgroepen die ik tijdens mijn studie muziekwetenschap heb bijgewoond. Vervolgens heb ik inleidende literatuur over muziektherapie gelezen van met name Henk Smeijsters om te onderzoeken wat muziektherapie precies inhoudt, wat de doelen zijn en welke werkvormen er worden gehanteerd.
Daarna heb ik mij verdiept in standaard- en specifieke werken over het improviseren als werkvorm in muziektherapie en heb mijn eerste twee vraaggesprekken gehad, namelijk met een muziektherapeut en een voormalig cliënte muziektherapie, uit verschillende situaties. Zij kenden elkaar niet.
Met mijn hoofd vol met alle tot dan toe opgedane kennis begaf ik mij in de week van 11 april 2005 naar het Conservatorium in Enschede waar ik zou deelnemen aan een improvisatieweek voor studenten Muziektherapie en Schoolmuziek; een week vol workshops waarin muzikaal werd geïmproviseerd door alle participanten, mijzelf incluis.
De prospectus en de hand outs van deze week zijn bewerkt toegevoegd.
Een paar weken na dit participerend onderzoek ging ik gewapend met pen, papier en een memorecorder naar het eerste vraaggesprek dat ik zou hebben met één van de leiders van de workshops. In totaal heb ik vier leiders gesproken, waarvan drie muziektherapeuten en één schoolmusicus. Daarnaast heb ik een muziektherapeute buiten deze context gesproken en haar verhaal opgenomen in dit werkstuk.
Ook heb ik een manuscript gelezen van een zeer recent onderzoek dat op moment van schrijven nog in publicatie is. Het gaat om een studie naar muziektherapeutisch improviseren in de volwassenenpsychiatrie.
De muziektherapeuten die ik heb gesproken werkten met verschillende doelgroepen variërend van personen uit de volwassenenpsychiatrie en de forensische psychiatrie tot adolescenten en jonge kinderen met ontwikkelingsproblematiek.
In het laatste deel van dit werkstuk zet ik in een beschouwing uiteen wat ik te weten ben gekomen over de rol en functie van improviseren in een muziektherapeutische context en overeenkomsten daarvan met het improviseren in de jazzmuziek. Uit de door mij geraadpleegde literatuur, de workshopbeschrijvingen en met name de vraaggesprekken heb ik thema’s gedestilleerd waar ik dieper op inga, ook vanuit het licht van de jazzmuziekpraktijk. Tot besluit komen de conclusies aan bod.
Vanwege het feit dat men keuzes moet maken aangaande de te lezen literatuur bij het schrijven van een scriptie, is de literatuurlijst die in deze scriptie is opgenomen niet geheel een afspiegeling van wat ondergetekende aan titels heeft geraadpleegd. De lijst moet dan ook deels worden beschouwd als bronvermelding en deels als aanbevolen literatuur die door ondergetekende relevant wordt geacht aan dit onderwerp. Zodoende wordt in de lopende tekst niet aan alle titels gerefereerd.
Behalve het uitvoeren van literatuuronderzoek, wist ik vóór dat ik aan dit onderzoek begon dat ik ook op andere manieren aan mijn informatie wilde komen om te vermijden dat ik alleen de platgetreden paden zou bewandelen. Het was al snel duidelijk dat ik een aantal interviews wilde afleggen met verschillende muziektherapeuten. Omdat literatuur over specifiek dit onderwerp schaars is, heb ik op deze manier het eerste hand materiaal uit de praktijk gehaald. Het onderzoek is gebaseerd op diepte-interviews met muziektherapeuten in de praktijk. Dit leek mij veel effectiever dan bijvoorbeeld een enquetering van alle betrokkenen.
De improvisatieweek
Toen ik geattendeerd werd op de improvisatieweek, die zou plaatsvinden op het Conservatorium te Enschede, onderdeel van Saxion Hogeschool Enschede, van 11 t/m 15 april 2005, was dat natuurlijk een goede oplossing om op een andere manier kennis te vergaren dan alleen via literatuurstudie. De improvisatieweek was in principe bestemd voor studenten Schoolmuziek en Muziektherapie van het Conservatorium Enschede, maar nadat ik de coördinator van de cursusweek een en ander had uitgelegd over mijn situatie (dat ik aan het afstuderen ben aan de Universiteit Utrecht opleiding Muziekwetenschap op het onderwerp improviseren in de muziektherapie), was ik van harte welkom deel te nemen aan de workshops.
De workshops vonden dagelijks plaats van 10.00 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16.00 uur en waren zeer gevarieerd qua onderwerp en inhoud. Er werd invulling aan improvisatie gegeven via onder meer de menselijke stem, geleide fantasie, dans, (terugspeel)theater, film, modules uit de huidige gezondheidszorg, maar ook op basis van patterns uit diverse stijlen, communicatie met de ander, oefeningen en spelvormen uit de theatersport en op basis van harmonieën
Zodoende heb ik in die week vier ochtenden meegedaan aan workshops. Ik heb juist die vier workshops uit het aanbod gekozen die het meest aansluiting hadden met mijn onderzoek, voor zover ik dat van te voren kon inschatten. Ik zou participerend onderzoek doen, i.e. door zélf te gaan improviseren en op die manier aan den lijve te ondervinden wat improviseren eigenlijk is, wat het met je doet en wat je er zelf mee kunt doen. Op vrijdag 15 april werden de workshops aan elkaar gepresenteerd. Hier was ik echter niet bij.
Alle informatie die ik daar heb opgedaan heb ik deels in een schriftje aangetekend en deels opgenomen met een memorecordertje en thuis uitgewerkt.
De vraaggesprekken
In totaal heb ik met zeven mensen gesproken. Tijdens de vier laatste gesprekken draaide er ook een memorecordertje mee zodat ik niet continu hoefde te schrijven en wat meer rust had om te luisteren. De interviews heb ik voorbereid door op basis van wat ik tot dan toe gelezen had over (therapeutische) improvisaties vijfendertig vragen op te stellen. Deze vragen heb ik aan de laatste vier respondenten voorgelegd om het interview te structureren en ook om vergelijkend materiaal te verkrijgen. Aan de eerste drie respondenten heb ik zeer verschillende vragen voorgelegd, ook qua aantal. Het gesprekje met Stefan Bauer was zeer kort en vond plaats na afloop van de workshop die ik bij hem had gedaan. Daarom wordt dit gesprek niet apart genoemd in de inhoudsopgave.
De opgenomen gesprekken op geluidsband heb ik niet geredigeerd en zo letterlijk mogelijk uitgewerkt. Ik heb echter wel enkele zinnen taalkundig gestroomlijnd. Het materiaal, dat naast de geraadpleegde literatuur de bron voor dit onderzoek vormt, bestaat op deze wijze uit complete transcripties van de vraaggesprekken. Deze transcripties heb ik ter controle aan mijn respondenten gestuurd zodat zij nog het een en ander aan eventuele misvattingen uit de wereld konden helpen en de inhoud indien nodig konden aanvullen danwel aanscherpen. Alle citaten uit deze gesprekken zijn cursief uitgewerkt.
Verantwoording van de volgorde van uitwerking
Ik heb er voor gekozen alles ‘in volgorde van binnenkomst’ in mijn scriptie op te nemen omdat deze chronologie een zo’n eerlijk mogelijk beeld geeft van de ontwikkeling van mijn werk en inzichten. Zo werd ik bijvoorbeeld tijdens de improvisatieweek door Laurien Hakvoort geattendeerd op een artikel van Han Kurstjens.[1] Omdat het een zeer recent en relevant onderzoek betrof, zelfs nog moest worden gepubliceerd, heb ik dat ook opgenomen in mijn literatuurstudie.
Wat is improviseren?
Deze scriptie gaat over muzikaal improviseren en alles wat daarbij komt kijken op muzikaal en sociaal-interactief niveau.
Maar wat is de precieze betekenis van improviseren?
In algemeen spraakgebruik betekent improviseren “onvoorbereid handelen”. In muzikale termen is een improvisatie het spontaan creëren van nieuwe muziek, iets dat juist een gedegen voorbereiding, muzikale kennis en inleving in de muziek vergt. In The New Grove Dictionary of Music and Musicians wordt de term als volgt gedefinieerd:
Improvisation. The creation of a musical work, or a final form of musical work, as it is being performed. It may involve the work’s immediate composition by its performers, or the elaboration or adjustment of an existing framework, or anything in between.[2]
Tijdens improvisaties binnen de Westerse kunstmuziek gaat men uit van het werk dat versierd wordt. Enerzijds is het werk er ook zonder improvisatie en anderzijds tast de improvisatie het werk niet aan.
In de jazz en andere muziekculturen is de improvisatie zelf het werk. Het gegeven kader is niet een compositie maar een schema, zoals een bluesschema of een raga. In feite zijn alle soorten improvisatie gebaseerd op een schema in de breedste zin van het woord.
Wat is nu het ‘schema’ van een improvisatie binnen een muziektherapeutische context?
Schema’s van muziektherapeutische improvisaties
Voordat ik inga op bovenstaande vraag, wil ik eerst weten wat men nu verstaat onder improviseren in een muziektherapeutische context. Hiervoor heb ik met name twee boeken van Smeijsters geraadpleegd, namelijk Handboek Creatieve Therapie en Handboek Muziektherapie. In laatstgenoemd werk omschrijft Smeijsters improviseren als volgt:[3]
Improviseren is het zich overgeven aan een situatie die niet van te voren vastligt, het zich op onzeker sociaal terrein begeven. Het is een situatie waarin de persoon van te voren niet weet wat hij kan doen en niet weet waar hij uitkomt. De muziek die zal gaan klinken werd niet gecomponeerd, afspraken die van te voren gemaakt worden kunnen nooit precies vastleggen wat er gebeuren zal.
Kenmerkend voor improviseren is dat de speler elk ogenblik het spel een andere richting uit kan laten gaan. Als dat gebeurt moeten oude muzikale plannen worden opgegeven. Improviseren doet door het spel van de ander voortdurend een beroep op het vermogen tot reageren.
De cliënt leert starre patronen los te laten, open te staan voor onverwachte situaties en niet overgeleverd te zijn aan datgene wat hem overkomt maar te reageren op het nieuwe en er invloed op uit te oefenen.
Tijdens een sessie van actieve muziektherapie waarin geïmproviseerd wordt, is het zaak dat er bij de cliënt een evenwicht ontstaat tussen aktie en reaktie, tussen een soort gelatenheid en het initiëren van muzikale akties, zodat een levendig samenspel ontstaat tussen muziektherapeut en cliënt. Hierdoor kan de cliënt ook in het dagelijks leven evenwichtiger worden op psychologisch en sociaal vlak.
Ik citeer verder:
In strikte zin gaat het bij muziektherapie om het veranderen van het niet-muzikale gedrag buiten de muziektherapeutische sessie door middel van het beïnvloeden van het muzikale gedrag tijdens de sessie.[4]
Maar hoe gaat dat precies in zijn werk en hoe kan het muzikaal improviseren daarbij helpen? Wat is het proces van improviseren? Wordt er ook gebruik gemaakt van schema’s, net zoals in bijvoorbeeld de jazz? Zoja, op wat voor schema’s zijn de improvisaties dan gebaseerd? Waarom gaat men überhaupt improviseren? Wat zijn de doelen?
Alle vormen van muziektherapie hebben als hoofddoel het verhogen van het algemeen welbevinden van de cliënt. Daarvan kunnen aspecten als veiligheid en acceptatie subdoelen worden genoemd en zijn tegelijkertijd voorwaarden om tot zelfontplooiing te komen. Deze aspecten spelen overigens ook een belangrijke rol in andere muziekpraktijken.
Het gaat om gezondheidswinst op geestelijk, lichamelijk en sociaal niveau. Zo kan er door middel van een improvisatie structuur ontstaan, een vorm van communicatie en kan er van alles worden ontwikkeld zoals het spraakvermogen of de motoriek.
Als bijvoorbeeld een autistisch kind in staat is muzikaal te variëren tijdens zijn improvisatie, dan heeft het op dat moment ‘geleerd’ zijn starre gedragspatronen los te laten. Een improvisatie brengt mogelijkheden met zich mee omtrent enorm gevarieerde manieren van communicatie omdat zij ongebonden is aan de beperkingen van verbaliteit. Muziek is tevens een verschijnsel dat het element tijd in zich draagt; het is de kunst van het na elkaar, waardoor bij de cliënt een soort tijdsbesef kan ontstaan dat hij vóór de therapie niet had.
Dit is een aantal van de typische kenmerken waar de muziektherapie temidden van andere creatieve therapieën haar bestaansrecht aan ontleent. Hier zal ik later nog wat dieper op ingaan.
De schema’s van muziektherapeutische improvisaties berusten mijns inziens op bepaalde werkvormen om voorafbesproken doelen te verwezenlijken. Afhankelijk van de achtergrond van cliënt en therapeut, de fase van de behandeling en de gehele context, worden deze gekozen. Het improviseren verschaft misschien dezelfde mogelijkheden in de reguliere muziekpraktijk als in de muziektherapie en is een adequaat non-verbaal middel om bepaalde wensen te verwezenlijken en gevoelens te verkennen. Het improviseren kent vele aspecten en op één ervan wil ik hier wat dieper ingaan, namelijk het coördineren van gedrag.
Gedragscoördinatie in muziektherapie
Er zijn enkele verschillen te noemen tussen het improviseren in een muziektherapeutische context en in een ‘reguliere’ context, zoals tijdens een jazzoptreden. Je kunt zeggen dat ook muziektherapeutische improvisaties vragen om een gedegen voorbereiding, muzikale kennis en inleving in de muziek, maar in dit geval met name van de therapeut, hoewel er op de lange termijn wel gestreefd wordt naar inleving van de cliënt in het muzikale en sociaal-emotionele gebeuren dat weer zijn weerslag heeft in het dagelijks functioneren.
Als jazzmusici met elkaar improviseren, doen zij dat om muziek te maken. Ze passen zich aan elkaar aan en zorgen voor een goede coördinatie van de muzikale acties en beslissingen daaromtrent. Wanneer bijvoorbeeld de frontman van een ensemble een solo heeft, passen de sidemen hun spel daarbij aan. In een jazzimprovisatie is de muziek doel en de gedragscoördinatie een middel om dat doel te bereiken.
Je kunt wel zeggen dat wanneer het om een muziektherapeutische improvisatie gaat precies het omgekeerde het geval is. Daar kan gedragscoördinatie doel zijn en de muzikale improvisatie een middel om dat doel te bereiken. Ik wil dit verduidelijken aan de hand van het volgende voorbeeld.
Omdat bij autistische kinderen de informatieverwerking verstoord is, is het goed het kind te leren omgaan met nieuwe prikkels. Men kan vanuit een liedjesstructuur te werk gaan, door bijvoorbeeld aan het begin en aan het eind van een sessie steeds hetzelfde liedje te zingen. Zo ontstaat er structuur binnen een sessie waardoor de informatieverwerking van het kind minder belast wordt en het zich veilig(er) voelt. Als het kind zich veilig en geaccepteerd weet, kan er zoiets als contact en communicatie ontstaan, en uiteindelijk misschien zelfs een soort gedragscoördinatie in de vorm van een gezamenlijke improvisatie, die op haar beurt een positieve uitwerking kan hebben op de gedragingen van het kind in het dagelijks leven.
Uit bovenstaande is op te maken dat er eerst aan bepaalde voorwaarden moet worden voldaan, zoals veiligheid en acceptatie, door bijvoorbeeld het ritueel van een liedje zingen aan het begin en het eind van elke sessie. Vervolgens is het doel van de therapeut in contact te komen met het autistische kind in een gezamenlijke improvisatie waarbij de therapeut zijn gedrag aanpast aan dat van het kind. Hier is nog sprake van eenrichtingsverkeer. Vervolgens wil de therapeut met het kind tot een vorm van gedragscoördinatie komen door bijvoorbeeld een muzikaal vraag-en-antwoordspelletje. In dit geval is er sprake van tweerichtingsverkeer en wordt er toegewerkt naar uitbreiding van de (muzikale) kwaliteiten van het kind.
Eigenlijk is het vermogen tot coördinatie de spil binnen alle muziek, ook binnen het leven zelf!
Recapitulerend kun je zeggen dat de schema’s van muziektherapeutische improvisaties haar doelen en subdoelen zijn en dat het medium muziek ingezet wordt om die (sub)doelen te bereiken.
Het medium muziek is natuurlijk een veelomvattend begrip en bestaat zelf ook weer uit allerhande facetten.
Enkele specifieke aspecten van het medium muziek
Hoe kan iemand door middel van een muzikale improvisatie in een therapeutische zetting in contact komen met zijn problemen en hoe kan het medium muziek bijdragen aan revalidatie of ontwikkeling naar een beter welzijn? Met welke middelen gebeurt dat dan?
Elke (kunstzinnige) therapievorm moet haar bestaansrecht baseren op de speciale kenmerken van het eigen medium. Welke therapeutische mogelijkheden zijn nu specifiek voor het medium muziek; hoe onderscheidt zij zich van de andere creatieve therapieën?
Smeijsters stelt in zijn Handboek Creatieve Therapie dat muziek in staat is gevoelens op te roepen door een zestal aspecten.[5] De muziek kan een ding, situatie of persoon uit het dagelijks leven symboliseren. Dit aspect wordt dan ook symbolisering genoemd. Het tweede aspect is associatie waarbij de muziek doet herinneren aan iets uit het verleden, dat kan ook weer een persoon, ding of situatie zijn. Analogie is het derde aspect. Hierbij zijn muzikale parameters als maat, toonsoort en klankkleur een afspiegeling van het gevoel. Verder zet muziek aan tot beweging. Bij een leuke melodie willen we gaan klappen en/of dansen! Bij een treurige melodie in een 6/8 maat wiegen we soms mee. Muziek kan structuur bieden en aanzetten tot het ordenen van informatie in tijd, in het na elkaar. Tenslotte komt in een muzikale dialoog de relationele betrekking als het ware onder een vergrootglas te liggen; hoe is de verhouding tussen therapeut en cliënt(en). Dit zesde aspect is daarom dat van de communicatie.
Smeijsters noemt het gebruik van bovenstaande aspecten muzikaal duiden,[6] waarbij het muzikale spel een buitenmuzikale betekenis krijgt, zoals inderdaad een dialoog of een instrumentaal gehuil, waarbij latente danwel manifeste gevoelens en wensen geuit kunnen worden in een niet-alledaagse context en moeilijke situaties uit het dagelijks leven nagebootst kunnen worden. Op die manier is de muzikale improvisatie een manier om vorm te geven aan jezelf en aan je persoonlijke geschiedenis op een veilige afstand van de echte situatie. Je bevindt je als het ware in een alsof-situatie. Door die kunstmatigheid kan het gedrag ten opzichte van de werkelijkheid veranderen omdat je een alsof-waarheid binnentreedt zonder de confrontaties uit de ‘echte waarheid’. Het evenwicht tussen nabijheid en afstand zorgt voor een persoonlijke groei.
Ik wil hier nog kort ingaan op het feit dat muziek structuur kan bieden. Veel cliënten hebben weinig tot geen besef van tijd en ruimte. Muziek kan dit besef verhogen omdat zij een cognitieve functie heeft. Muziek is een medium van het na elkaar, zij schrijdt voort in tijd en kan een verbinding leggen tussen verleden, heden en toekomst. Zij stimuleert tot het opslaan van informatie en het anticiperen op toekomstige informatie.
De zes genoemde aspecten vinden hun oorsprong in de kunst-analoge muziektherapie waarbij wordt uitgegaan van een overeenkomst tussen het psychische en het muzikale, i.e. dat de wijze van improviseren iets kan zeggen over de geestelijke- en lichamelijke gesteldheid van iemand.
Vraaggesprek met Ulrich Wentzlaff-Eggebert en casus
Om het een en ander te weten te komen over mijn onderwerp door middel van het stellen van gerichte vragen, heb ik een vraaggesprek gehad met Ulrich Wentzlaff-Eggebert, hierna te noemen Uli zoals hij zelf wenst. Dit gesprek had ik bij hem thuis op maandag 21 maart om 09.30 uur. Eerst volgen hier wat achtergronden over Uli’s opleiding en werk.
Uli studeerde, naast basgitaar en contrabas lichte muziek, muziektherapie aan het conservatorium Enschede van 1998 tot 2002. Zijn stage liep hij in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Na zijn studie werkte hij mee aan projecten voor weeskinderen in Roemenië en werkte hij in Nederland op een school voor immigranten. Verder heeft hij in een verpleeghuis gewerkt, onder meer met mensen die aan dementie en/of Korsakoff lijden (afdeling psychogeriatrie) en was hij muziekdocent in het speciaal basisonderwijs (MLOK).
Tegenwoordig geeft Uli muziektherapie en –les op een muziekschool en heeft hij veel optredens in onder meer de jazzmuziek, folk- en balkanmuziek, in een Big Band en soms in de theatermuziek.
Uli is afgestudeerd met een scriptie over improvisatie: Improvisatieles voor muziektherapiestudenten. Opmerkingen over het creëren van leerinhouden. Het is een intermuzikale benadering vanuit de “64 clinical techniques” van Bruscia.[7] Met intermuzikaal wordt de relatie bedoeld tussen therapeut en cliënt zoals die zich uit in hun muzikale interactie. De 64 improvisatietechnieken zoals die genoemd worden door Kenneth Bruscia in zijn boek getiteld: Improvisational Models of Music Therapy,[8] worden toegepast op het intermuzikale aspect om te onderzoeken wat improvisatie kan betekenen op relationeel vlak. Welke van de improvisatietechnieken van Bruscia gaan over intermuzikaliteit? Uli’s vraagstelling luidt:
Is het mogelijk, om de technieken van Bruscia als uitgangspunt te gebruiken voor het creëren van leerinhouden voor ‘op muzikale aspecten gerichte improvisatieles voor muziektherapiestudenten?’[9]
Uli vertelt
Op mijn vraag wat muziektherapie betekent antwoordt Uli het volgende:
Muziektherapie betekent voor mij een therapievorm waarin muziek wordt ingezet om de voorafbesproken behandeldoelen die door cliënt en therapeut zijn opgesteld te bereiken.
Muzikaal improviseren is het ter plekke verzinnen en/of aanpassen van muziek. Het gaat om een spontane schepping van muziek op basis van culturele, schematische en/of relationele afspraken. Een muziektherapeutische improvisatie is in principe hetzelfde, maar dan op basis van bepaalde behandeldoelen.
Binnen het medium muziek gebeurt heel veel. Binnen een vrije improvisatie kunnen bepaalde dingen bereikt worden door middel van het muzikaal interveniëren door de muziektherapeut. Als muziektherapeut reageer je bijvoorbeeld op een frase, het interval of een andere muzikale parameter uit het spel van de cliënt en gebruikt zo als het ware zijn muzikale gedrag als cue. Als de cliënt bijvoorbeeld voortdurend het interval van een kwart speelt, kan de therapeut daarop reageren door het ‘Wilhelmus’ te gaan spelen of ‘Zie, ginds komt de stoomboot’. Er ontstaan aspecten van herkenning en humor, actie en reactie. Het muzikale spel zegt iets over je gedrag, je kwailteiten en zwakheden. Ook je eigen lichaamstaal, je bewegingen vertalen zich in klank. In principe onbewust, maar doordat je er op gewezen wordt, hetzij verbaal, hetzij door een muzikale reactie van de therapeut, word je je bewust van je (muzikale) gedrag. Dit gedrag kan binnen de muziek veranderen, doordat de therapeut met zijn spel een reactie probeert te ontlokken van de cliënt. Dit kan heel confronterend of juist een uitdaging zijn. Het ligt aan de aard van de cliënt hoe hij op een interventie van de muziektherapeut reageert. Door muzikale interventie kan de therapeut het spel en de beleving van de cliënt beïnvloeden en kunnen gevoelens tastbaar worden binnen de veilige atmosfeer van het improviseren. Op de lange termijn kan dit ook leiden tot veranderingen in het gedrag van de cliënt in het dagelijks leven.
Wat is nu het ‘schema’ van een muziektherapeutische improvisatie?
Tijdens een gebonden improvisatie kun je een buitenmuzikaal thema als uitgangspunt nemen. Bijvoorbeeld een persoon en/of situatie van vroeger, een stemming, oorlog enzovoorts. Op basis van dat thema kun je bijvoorbeeld kiezen voor een rollenspel dat zich afspeelt in de betreffende situatie. Op die manier kan gedrag veranderd worden, door in de veilige context van de improvisatie bijvoorbeeld het tegenovergestelde gedrag op te bouwen.
Een ander ‘schema’ waarop het muzikale spel gebaseerd kan zijn is de vrije improvisatie, waarbij geen sprake is van een opdracht. Verder kan de therapeut kiezen voor bepaald instrumentarium, zoals het gebruik van pentatonisch gestemde instrumenten of het gebruik van alleen een trom, waardoor harmonie en melodie uitgesloten zijn.
Verder kan de therapeut werken vanuit een bepaald mensbeeld danwel vanuit een bepaalde stroming of school. Ik ben meer pragmatisch ingesteld, werk vanuit mijn gevoel en speel in op de dingen die op dat moment gebeuren. De essentie van een muziektherapeutische improvisatie is het muzikaal contact. Het ligt aan de situatie, het spel en de referentiekaders van therapeut en cliënt hoe dat contact tot stand komt. Dat kan namelijk op allerlei manieren.
Kun je zeggen dat alle actieve muziektherapie bestaat uit het muzikaal improviseren? Met andere woorden; is actieve muziektherapie synoniem aan improviseren?
Nee. Je kunt als therapeut namelijk ook werken met liederen en het voorspelen van muziek. Een popband bijvoorbeeld, kan structuur geven in de jeugdpsychiatrie. Zo’n optreden brengt plezier met zich mee, liedjes kunnen naderhand nagespeeld worden. Dit zorgt vaak voor veel lol waarbij kinderen vaak voor het eerst een muziekinstrument hanteren. Dit soort sessies draagt bij aan de vergroting van hun identiteit en het verhogen van hun eigenwaarde. Maar er is geen sprake van improvisatie, terwijl het wel gaat om een situatie waarbij muziek wordt ingezet als therapeutisch middel.
Als laatste vraag aan Uli heb ik hem een casus voorgelegd, namelijk die van Yvonne Oussoren die gedurende een jaar in therapie is geweest waar muziektherapie deel uitmaakte van het behandelplan.
Ik heb Uli de moeilijke vraag gesteld wat voor een behandelplan hij zou opstellen met betrekking tot haar persoonlijke problemen. Hij heeft haar nog nooit ontmoet waardoor de vraag bijna onmogelijk te beantwoorden is. Toch heb ik hem gevraagd zich eens in te leven in haar situatie en in hoe hij met haar te werk zou gaan.
Nu volgt eerst een korte uiteenzetting van Yvonne’s persoonlijke geschiedenis en achtergronden. Vervolgens gaat Uli in op zijn behandelideeën wat betreft deze casus.
Yvonne’s verhaal
Yvonne werd gedurende een jaar behandeld in een dagcentrum van de GGZ Buitenamstel Amsterdam, locatie A.J. Ernststraat, alwaar zij deelnam aan zeven verschillende therapieën waaronder muziektherapie. Deze therapieën kwamen wekelijks terug en daarnaast had zij één keer per maand een medicatiegesprek met de psychiater en systeemtherapie. Dit pakket aan therapieën gaf de betrokkenen een zo’n volledig mogelijk beeld over de problemen waardoor Yvonne zo goed mogelijk geholpen kon worden. Haar muziektherapeut was Ceciel Kappers.
Problemen die aanleiding gaven om in therapie te gaan waren een zeer negatief zelfbeeld door onder meer pesterijen in het verleden, eet- en drinkproblemen (overgewicht), onzekerheid, angst over wat anderen van haar denken, weinig vertrouwen in zichzelf en anderen, liegen in de zin van het moeilijk vinden de waarheid te vertellen over bijvoorbeeld eetgedrag, en opgekropte gevoelens zoals boosheid.
Doelen waren meer in contact te komen met de eigen binnenwereld en die te uiten, ruimte nemen voor zichzelf en eigen ontwikkeling, omgaan met en uiten van boosheid, assertiever worden, zelfstandiger worden (wilde zelfstandig gaan wonen), eet- en drinkgedrag bijstellen, leren aanvoelen wat zij zelf wil, denkt en kan.
Het niet de waarheid willen vertellen komt waarschijnlijk voort uit een behoefte om de ouders te willen beschermen en de behoefte aan autonomie. Verder is Yvonne angstig dat haar ouders boos worden als zij de waarheid vertelt.
Wat opvalt is de tegenstelling dat zij wil voldoen aan de (vermeende) verwachtingen van anderen en tegelijkertijd bijna schaamteloos haar ziel en zaligheid kan blootleggen aan personen die het helemaal niet aangaat. In beide kan zij doorslaan en het was dan ook doel om veel meer een evenwicht te vinden in afstand en nabijheid in het contact met anderen.
Schets van een behandelplan door Uli
Het is inderdaad moeilijk voor me dit van te voren allemaal te bedenken zonder haar gezien te hebben. Ten eerste moeten een therapeutische relatie en het vertrouwen in elkaar de ruimte krijgen om te ontstaan. Dat kan een tijdje duren. Afhankelijk van hoe iemand reageert op mij, kan ik moeilijkheden proberen aan te pakken. Het is een wisselwerking van wat Yvonne laat zien en waar we naartoe willen. Daarom zou ik ook vooraf een gesprek met haar voeren over wat ze wil, waar ze tegenaan loopt en of ze er iets aan wil doen. Verder is de invulling van wat ik met haar ga doen afhankelijk van welke doelen de andere therapieën hebben, in welke fase de behandeling zit en welke therapie welke rol kan innemen ten opzichte van de patiënt. Bepaalde gebieden waar ze niet met woorden bij kan, kunnen misschien wel door middel van muziek blootgelegd en aangesproken worden.
Ik zou misschien beginnen met individuele therapie, omdat een groep haar kan afleiden van zichzelf. Later zou ze in de groep dat evenwicht tussen afstand en nabijheid kunnen oefenen en stil kunnen staan bij vragen als: Hoe kom ik over? Hoe kan ik dat muzikaal vormgeven en eventueel veranderen? Wie of wat komt te dichtbij?
Met behulp van bepaalde muzikale opdrachten kan zij binnen het veilige medium van improviseren in contact komen met zichzelf en de ander. We zouden bijvoorbeeld een bepaalde pestsituatie uit het verleden als thema voor een improvisatie kunnen nemen en daarmee experimenteren om erachter te komen wat past, wat werkt voor haar. Hierdoor
zullen herinneringen boven komen en kan zij bewust worden van wat zij heeft gevoeld. Dit kan in de vorm van een rollenspel waarin de situatie wordt nagebootst en ander gedrag uitgeprobeerd kan worden door middel van het omdraaien van de rollen warbij Yvonne de pestkop is en ik het slachtoffer. Want ik kan me zo voorstellen dat zij zich erg terugtrok naar aanleiding van de pesterijen van vroeger waardoor de woede naar binnen slaat. Het is dan goed om binnen de sessie met elkaar andere mogelijkheden te verkennen van het omgaan met woede. Een muzikaal voorbeeld is het hard/zacht spelen op een muziekinstrument, waarin uiting gegeven kan worden aan de woede en het patroon van zichzelf terugtrekken doorbroken kan worden.
Ik vertelde Uli dat Yvonne toen ze voor het eerst de therapieruimte binnenkwam meteen achter het drumstel plaatsnam en vroeg hem of dat iets zou kunnen betekenen en zoja; wat.
Haar drumstelgebruik meteen al in de eerste sessie geeft aan dat ze veel energie heeft. Het is een hard instrument qua geluidssterkte en misschien kroop Yvonne er meteen achter om uiting te geven aan haar opgekropte woede. Op zo’n drumstel kun je een muur van geluid neerzetten en daarom zou het ook kunnen dat zij het instrument meer als bescherming van zichzelf zag; ‘je kunt niet bij mij komen’. Het geluid overstemt alles. In dat geval zou ik naar mogelijkheden zoeken om die muur samen af te breken en te bekijken wat erachter zit.
Behandeling zoals die heeft plaatsgevonden
Yvonne maakte in de muziektherapie deel uit van groepsimprovisatie, iets dat naar eigen zeggen, van groot belang was voor haar omdat zij in het verleden al zo vaak alleen was en problemen in haar eentje plachtte op te lossen. In de groep kun je over je problemen praten en feedback geven over elkaars spel. Verder was het voor Yvonne een grote uitdaging om te dúrven improviseren in de groep, een evenwicht te vinden tussen leiding nemen en afgeven en zo aansluiting te vinden bij de groep. De doelen binnen de sessie waren analoog met die van in het dagelijks leven.
De therapie ving altijd aan met een ‘beginrondje’ waarin een ieder kon vertellen hoe hij zich voelt met eventueel de oorzaak of reden daarvan en waaraan hij zou willen werken.
Vervolgens legde de therapeut uit wat zij wilde doen die ochtend, welke spelvormen zij ging hanteren, om dan aan de slag te gaan met zijn allen. Elke sessie werd ook weer afgesloten in de kring en als iemand nog iets kwijt wilde dan was daar gelegenheid voor.
De groep was van wisselende omvang van drie tot negen personen.
Middelen
Ondanks dat Yvonne het spannend vond in en met de groep muzikaal te improviseren, is er een aantal werkvormen te noemen die wel degelijk voor haar werkten. Een voorbeeld is de improvisatie op de conga. De groep zit in een horizontale lijn. Ter hoogte van het midden van de rij staat een conga. De opdracht is boosheid toe te laten, te doorleven en te uiten op de conga. Dat heeft Yvonne aangedurfd en naderhand was ze opgelucht en blij dat ze haar angsten op dat moment wist te overwinnen en haar kracht kon tonen.
Ook werd er twee aan twee gewerkt met een spelvorm waarbij de een leider was en de ander volger en vice versa. Dit werd geïmproviseerd zodat een spontaan geven en nemen ontstond.
Maar veelal werd er met de hele groep geïmproviseerd. De improvisatie eindigde meestal met een fade out waarbij de een na de ander ophield met spelen. De muziektherapeut werkte niet vanuit een specifiek mensbeeld. De essentie was dat je speelt wat je voelt waarna je de keuze had om je gevoelens al dan niet te delen met de rest van de groep. Ook buiten de therapie om werd er in de wandelgangen weleens spontaan gesproken over elkaars ervaringen van tijdens de muziektherapiesessies.
De instrumenten die gebruikt werden waren allerlei slaginstrumenten, waaronder ook een gong en een drumstel, gitaren, piano, blokfluit, vogelfluitje, harp en basgitaar.
Zoals al eerder werd vermeld kroop Yvonne tijdens de eerste sessie meteen achter het drumstel en was meteen erg aanwezig. Later wist ze zichzelf wat meer aan banden te leggen waarbij echter het gevaar ontstond dat ze zich te afwachtend opstelde.
Veiligheid en acceptatie
Yvonne voelde zich niet altijd veilig in de groep. Dit hing samen met haar onzekerheid omtrent een aantal personen binnen de groep waarbij ze zich niet prettig voelde. Halverwege het jaar dat ze muziektherapie had, waren de meesten van hen weg. Yvonne had met name moeite met een bepaald meisje en probeerde haar aandacht te mijden door zich zoveel mogelijk in te houden in haar spel. Maar dit werkte averechts want het irriteerde het meisje dat Yvonne zich zo terugtrok, omdat het juist de bedoeling is met je gevoelens op de proppen te komen! Tijdens de sessie was er de ruimte om daarover van gedachten te wisselen en Yvonne heeft het altijd kunnen zeggen als iets haar dwarszat.
In elkaar schuiven
Er is een aantal overeenkomsten te noemen tussen de eigenlijke invulling van de behandeling en de ideeën daarover van Uli.
Om enkele te noemen; het uitgangspunt dat de doelen binnen de sessie analoog zijn met die van het dagelijks leven; het exploreren van haar gevoelens van woede en daar uiting aan geven op in dit geval de conga; het zoeken van een evenwicht tussen afstand en nabijheid. Uli gaf als voorbeeld om dat vorm te geven in een improvisatie met drie instrumenten waarmee Yvonne kan aangeven of Uli ruimtelijk gezien dichterbij mag komen, moet stoppen of weg moet gaan. Aan het verschijnsel afstand-nabijheid wordt op die manier letterlijk vormgegeven. Dit kun je ook doen met afstand/nabijheid in het spel zelf, door bijvoorbeeld als therapeut heel hard te spelen (nabij) of juist heel zacht (afstand). Hierdoor kan de therapeut aftasten hoe dichtbij hij mag komen en Yvonne kan ook door hard en zacht te spelen exploreren hoe dichtbij zij kan en wil komen. Dit kan zich uitkristalliseren in het dagelijks leven.
Ook de verschillen zijn duidelijk: Uli zou voor zover hij er zicht op heeft beginnen met individuele therapie in plaats van meteen groepstherapie zoals in de praktijk wel is gebeurd.
Evaluatie van de therapie en effecten op de lange termijn
Op mijn vraag wat ze nu ontwikkeld heeft tijdens de muziektherapie (temidden van de andere therapieën waar ze deel aan nam) anwoordt Yvonne:
Ik heb geleerd de verwachtingen waarvan ik denk dat anderen die van mij hebben los te laten. Ik was altijd bang wat anderen van me denken, maar het gaat erom wat ík van mezelf vind. Ik ben nu ook veel minder bang om verkeerd over te komen op anderen en daar heeft bijvoorbeeld die oefening op de conga zeker aan bijgedragen, omdat ik mijn woede omtrent de pesterijen van vroeger kon vormgeven. Ik heb ervaren dat er wel degelijk een bepaalde, goede kracht in me zit die ik kan gebruiken in het dagelijks leven. Dit maakt me zekerder waardoor ik assertiever ben geworden.
De werkwijze speel wat je voelt werkte heel goed bij mij. In de sessies speelde ik dan het liefst op de xylofoon of de piano. Ook thuis improviseer ik en speel bijvoorbeeld iets treurigs als ik me verdrietig voel. Daarna voel ik me dan veel beter.
Met behulp van onder meer de muziektherapie heeft Yvonne bepaalde gebeurtenissen in haar leven een plaats kunnen geven. De angst van wat anderen van haar vinden, die haar directe oorsprong vindt in de pesterijen uit het verleden, is afgenomen waardoor ze meer durft op sociaal gebied. Vlak nadat ze de therapie heeft afgesloten kwam het ‘liegen’ nauwelijks voor. Daarvoor in de plaats verzweeg ze de waarheid weleens voor haar eigen bestwil en om de goede vrede te bewaren. Tegenwoordig durft ze het duidelijk aan te geven als ze ergens even niet over wil praten. Als er echt iets is dat ze kwijt wil, komt ze er zelf wel mee.
De intrek in haar eigen huisje heeft haar erg goed gedaan en heeft zeker bijgedragen tot een positiever zelfbeeld:
Een en ander heeft mij doen beseffen dat ik niet slechts een marionet ben die van hot naar her wordt geslingerd, maar een persoon, met een eigen karakter die weet waar ze naartoe wil!
Op mijn vraag wat ze wil bereiken in het leven antwoordt Yvonne:
Ik wil een druk sociaal leven opbouwen, qua werk en privé, zodat ik niet de hele dag thuis op de bank voor de televisie hang. Nog het belangrijkst is dat ik mijn emoties wil toelaten, doorleven en uiten en uiteindelijk wil ik mijn medicatie afbouwen [antidepressiva].
Tot besluit
De muzikale improvisaties hebben Yvonne goed gedaan en hebben voor een goede ondersteuning gezorgd voor de rest van haar persoonlijke ontwikkelingen binnen de andere therapieën.
Mijn honger naar informatie over het onderwerp van improviseren nog nauwelijks gestild, rezen er bij mij allerlei nieuwe vragen als:
Wat doen muzikale improvisaties met je? Hoe wordt er geïmproviseerd? Van welke technieken wordt gebruik gemaakt? Wat kun je allemaal ontwikkelen tijdens het improviseren? Wat voor muzikale- en sociale processen komen er op gang? Wat voor interactie vindt er plaats tijdens het improviseren? Wat wordt er in beweging gezet?
Waarom gaat men überhaupt improviseren?
Op al deze vragen wilde ik antwoorden zoeken. Welnu, een groot deel daarvan heb ik kunnen vinden tijdens mijn participerend onderzoek in de vorm van deelname aan een improvisatieweek aan het Conservatorium te Enschede.
Zoals in de beschrijving van de opzet van dit onderzoek al is vermeld, heb ik deelgenomen aan de “Improvisatieweek 2005, docent muziek & muziektherapie” aan het Conservatorium te Enschede. De workshops die ik heb gevolgd waren onder leiding van respectievelijk Ulrich Wentzlaff-Eggebert, Stefan Bauer, Carola Werger samen met Miranda Huls, en Laurien Hakvoort.
Dan volgt nu een concrete beschrijving van de inhoud van de workshops aan de hand van aantekeningen die ik toen gemaakt heb, bandopnamen en de prospectus over de improvisatieweek. Per workshop ga ik hier en daar ook kort in op hoe ik bepaalde aspecten van het improviseren zelf heb ervaren. De achtergronden zoals opleiding en werk van de verschillende leiders worden in de vraaggesprekken die in het volgende hoofdstuk zijn opgenomen nader toegelicht. Behalve die van Uli, aangezien zijn achtergrond al is uiteengezet in een eerder hoofdstuk, en die van Stefan Bauer die ik wel heb opgenomen in de workshopbeschrijving. Omdat ik geen langlopend vraaggesprek met hem heb gehad, leek het mij handiger zijn voorgeschiedenis te noemen alvorens ik inga op de inhoud van zijn workshop.
Workshop met Ulrich Wentzlaff-Eggebert, 11 april 2005 van 10.00 tot 12.30 uur
In deze workshop gaat het om improviseren waarbij intermuzikale processen centraal staan, gelet op muzikale parameters als toonduur, toonhoogte, klankkleur, dynamiek en klankdichtheid.
De workshop heet dan ook: DE MUZIKALE INTERACTIE BINNEN DE MUZIEKTHERAPEUTISCHE IMPROVISATIE – HET INTERMUZIKAAL NIVEAU.
Het volgende stond in de prospectus:
Eén van de belangrijkste karakteristieke eigenschappen van de muziektherapeutische improvisatie is de muzikale interactie tussen therapeut en cliënt(en).
In deze workshop zullen wij deze interactie theoretisch en praktisch veelvuldig benaderen door middel van;
Een muzikale warming up
Uitleg over een model dat de verschillende niveaus van de muziektherapeutische improvisatie beschrijft – wat is het intermuzikale niveau van de muziektherapeutische improvisatie?
Experimenteren met (geheime) speelopdrachten die de muzikale interactie beïnvloeden
Het hanteren van een overzichtelijk observatiemodel ter beschrijving van wat er muzikaal gebeurt (de “plus-minus notation” van STOCKHAUSEN op basis van muzikale parameters als volume, toonhoogte, puls, timbre...)
Een verwijzing naar de improvisatietechnieken van BRUSCIA
Veel bloedserieuze herrie!
Aantal deelnemers; maximaal 8
N.b. Neem je eigen instrument mee![10]
Tot zover de inhoud van de prospectus. In de volgende paragraaf ga ik in op de invulling van de werkgroep.
De werkvormen
We begonnen met een introductierondje waarbij iedereen een instrument bespeelde waar hij niet zo veel mee kan. Een ieder speelde een stukje en stelde zichzelf vervolgens voor. We waren met negen personen en na het voorstelrondje begon het ‘echte werk’!
In de eerste spelvorm moesten we van elkaar raden welke parameter er werd overgenomen van de vorige speler. We gingen weer de kring af en namen telkens het spel over van onze voorganger waarbij één parameter ongewijzigd bleef. Het was een leuke oefening om je oren in de goede richting te sturen!
Vervolgens gingen we aan de slag met een improvisatietechniek die incorporating wordt genoemd.[11] Hierbij neem je een element zoals een interval of een ritme van de speler over en borduurt daarop verder in je spel. We begonnen met één iemand die door middel van deze techniek zijn eigen spel uitbreidde. Hij begon met bijvoorbeeld een enkele toonhoogte en ging daarna zijn eigen spel uitbreiden door zijn aanvangsspel in te lijven in een nieuwe improvisatie. Later deden we dit ook in tweetallen en met de hele groep.
Incorporating houdt dus in dat je een element uit het spel van de ander neemt en uit gaat bouwen.
De volgende werkvorm was een vrije improvisatie waarbij je mocht doen wat je wilde. Er was ruimte om van alles uit te proberen.
Theoretische achtergronden van improvisatie; drie niveaus waarop processen aan de gang gaan
Uli is ook ingegaan op de theorie achter het improviseren. Hij onderscheidt drie niveaus waarop tijdens het improviseren iets gebeurt. Ten eerste heb je het intra- en intermuzikale niveau. Wat gebeurt er in de muziek, respectievelijk binnen het eigen spel en tussen de verschillende spelers.
Het volgende aspect is dat van het inter- en het intrapersoonlijke; wat gebeurt er tussen de spelers, wat zijn de relaties, hoe is het contact en is er sprake van interactie enerzijds, en wat ervaart de speler zelf, wat voelt hij en hoe beleeft hij bepaalde aspecten anderzijds.
Het inter- en intrapsychologische aspect is het derde niveau waarop je naar het proces van improviseren kunt kijken. Hier gaat het om het interpreteren van bepaald (muzikaal) gedrag en wordt een en ander therapeutisch uitgelegd.
Het is de bedoeling deze drie deelgebieden zo goed mogelijk van elkaar te onderscheiden tijdens het observeren van het muzikale gedrag van de cliënt.
De parameteranalyse als observatiemethode
De parameteranalyse komt uit de moderne kunstmuziek en is ontwikkeld door Carl Bergstrøm-Nielsen. De concentratie op de muzikale parameters vindt haar oorsprong in de seriële compositietechniek van de jaren 1950 waarin parameters als toonhoogte, -duur, -sterkte en klankkleur werden onderworpen aan hetzelfde structuurprincipe om muziek te componeren. Samen met Pierre Boulez (geb. 1925) was de Duitse Karlheinz Stockhausen (geb. 1928) de meest invloedrijke componist wat betreft de ontwikkeling van het integrale serialisme. Zijn talrijke artikelen die in de jaren 1950 werden geplubiceerd maakten van hem de voornaamste theoreticus van het Europese serialisme.
Bergstrøm-Nielsen is onderzoeker en docent aan de Aalborg Universitet, Institut for Musik og Musiterapi in Denemarken. In zijn parameteranalyse wordt met behulp van muzikale parameters het spel van iemand geanalyseerd. Bergstrøm-Nielsen gebruikt deze observatiemethode in de improvisatielessen en de lessen grafische notatie die hij geeft aan eerdergenoemde universiteit te Aalborg.
Mogelijke parameters zijn: pitch, duration, timbre (loud-soft; dark-light; tone-noise), dynamics, sound/pause, tone differentiation, pulse (pulse; no pulse; regular-irregular), tempo, density (how many tones/given time), degree of contrast, musical material in pure cultivation (quotation; neutral material).
Deze parameters worden van boven naar beneden in een tabel gezet waarachter je een plus kunt zetten als er iets gebeurt of een min als iets onveranderd blijft. Zo kun je noteren als er iets nieuws gebeurt, bijvoorbeeld iemand gaat luider spelen, om meer grip te krijgen op wat er muzikaal gebeurt.
De parameteranalyse als observatiemiddel wordt zodoende ingezet om te onderzoeken wat er gebeurt op inter- en intramuzikaal niveau en kan het beste ingezet worden in een één-op-éénsituatie. Op de lange termijn kun je dan al dan niet een ontwikkeling van de cliënt zien in zijn gebruik van de muzikale parameters.
De parameteranalyse wordt niet alleen gebruikt binnen muziektherapiesessies maar ook binnen de improvisatielessen waarbij wordt geëxperimenteerd met parameters. Het is moeilijk een improvisatie in woorden te vatten, maar door de parameteranalyse ontstaat er meer houvast om je te focussen op muzikale elementen en het gebruik daarvan in kaart te brengen.
De improvisatietechnieken van Bruscia
Kenneth Bruscia heeft veel muziektherapeutische literatuur onderzocht waarin het improviseren en wat er muzikaal gebeurt beschreven worden. Bruscia heeft daar 64 clinical techniques[12] uit gedestilleerd. Uli heeft zich vervolgens beziggehouden met 23 technieken waarvan hij denkt dat deze veel voorkomen in improvisaties, ook als je vrij improviseert. Dit hangt samen met het reactiepatroon dat mensen hebben tijdens het improviseren. Er zit blijkbaar een soort wetmatigheid in hoe mensen (muzikaal) op elkaar reageren.
Uli maakt, al dan niet in navolging van Bruscia, een onderscheid in empathische technieken, structurerende technieken, ontlokkende technieken en technieken om een nieuwe richting in te slaan. De techniek die we hebben uitgeprobeerd in deze workshop, incorporating, valt onder de empathische technieken. Andere technieken die hieronder vallen zijn; exaggerating, pacing, reflecting, imitating en synchronizing.
Workshop met Stefan Bauer, 12 april 2005 van 10.00 tot 12.30 uur
Stefan Bauer studeerde schoolmuziek in Weimar en geeft tegenwoordig pianoles aan studenten docerend musicus aan de Hochschule für Musik Franz Liszt te Weimar. Om later met kinderen te kunnen zingen leert hij zijn studenten allerlei soorten stijlen te spelen, van folksong tot jazz, van blues tot latin. Hij is zelf pianist in een jazz quartet waarmee hij één á twee concerten per maand heeft.
Muzikaal improviseren betekent voor hem vrij, zonder grenzen, van alles uit te kunnen drukken, zoals gevoelens, zonder vast te zitten aan muziektheorie. In zijn jazzimprovisaties geldt hetzelfde, maar wel met ritmische- en harmonische beperkingen.
De workshop is getiteld: vrije improvisatie.
Bauer is een routinier in de vrij geïmproviseerde muziek. Samen met de deelnemers zal hij de grenzen van het gedurfde onderzoeken.[13]
De groep bestond uit twaalf personen waarvan het merendeel uit Münster kwam, waardoor er Duits werd gesproken, mede omdat Stefan zelf ook Duits is.
We begonnen met een spelvorm waarbij geïmproviseerd werd naar aanleiding van een soort grafiek. Bij de wijde stukken werd luid gespeeld, bij de smalle zacht. Hoe lichter de kleur hoe hoger het toonspectrum en vice versa.
We speelden het eerst in ieders eigen tempo en daarna in een gezamelijk tempo waarbij goed geluisterd moest worden naar elkaar om het een beetje gelijk te krijgen zodat er een samenhangend geheel kon ontstaan.
Later gingen we improviseren op basis van een moeilijker grafiek waarin momenten zaten waarbij plotseling hard danwel zacht gespeeld moest worden of waarbij we plotseling moesten stoppen terwijl we net heel luid zijn gaan spelen. Verder zat er ook een plotselinge korte geluidspuls in waarbij tegelijk luid ingezet moest worden. Het vereist veel luister- en aanvoelwerk dit soort aspecten gelijk te krijgen. We mochten ook afspreken dat één van de spelers een sein gaf door middel van bijvoorbeeld een hoofdknik. Ook bij deze oefening golden de lichte- en donkere kleuren voor respectievelijk hoge- en lage toonspectra. Deze oefening bleek het lastigst te coördineren.
Daarna hebben we de tweede grafiek gespeeld maar dan alleen met dichtheid van tonen. Hoe smaller de getekende vorm, hoe minder nootjes en vice versa.
Vervolgens zijn we wat meer gebonden gaan improviseren op basis van een accoordenschema en vaste ritmes. Eén voor één hebben we gesoleerd op het keyboard.
De volgende werkvorm omvatte het improviseren naar aanleiding van een kunstwerk, in dit geval een schilderij. Met elkaar speelden we een pentatonische ‘bedje’ waarop iedereen na elkaar zijn zelfgekozen element uit het schilderij muzikaal ging verklanken in een korte improvisatie van ongeveer tien seconden.
Workshop met Miranda Huls en Carola Werger, 13 april 2005 van 10.00 tot 12.30 uur
Titel van de workshop: Modulair werken met improvisatie.
Cursusomschrijving:
In de huidige gezondheidszorg is het werken met modules niet meer weg te denken. Voor de beroepsuitoefening van de muziektherapeut betekent dit dat er zo veel mogelijk kortdurend en doelgericht gewerkt wordt.
Tijdens deze workshop doorlopen we in vogelvlucht [sic] twee bestaande modules:
In de module “leren concentreren met muziek” worden de basisvaardigheden m.b.t. ordenen/structureren in muziek aangeleerd. Deze module kan ook in andere werkvelden (b.v. onderwijs) toegepast worden.
In de module “de angst de baas” ligt het accent op het onderzoeken en leren herkennen van je angsten en verlangens.
In beide modules wordt gebruik gemaakt van improvisaties.
Aantal deelnemers; maximaal 15.[14]
Eén van de centrale vragen in deze werkshop luidt; aan de hand waarvan kun je allemaal improviseren? Voorbeelden zijn:
1. Naar aanleiding van een foto. Deze improvisatie deden we met de hele groep.
2. Op basis van één of meerdere woorden. Twee mensen kozen een woord (hemel en ochtend) en we zijn in twee groepen gaan improviseren.
3. Aan de hand van een ziektebeeld/stoornis, zoals
Stress
Reuma of
ADHD, een vorm van hyperactiviteit met een aandacht- en concentratiestoornis.
4. Naar aanleiding van een gerecht. We hadden de keuze uit;
Nasi
Stamppot
Franse salade met allerlei ingrediënten, waarbij steeds een ingrediënt werd toegevoegd. We kozen voor dit gerecht.
5. Je kunt ook aan de hand van zintuiglijke waarnemingen improviseren, zoals naar aanleiding van iets dat je hebt geproefd, geroken of aangeraakt. Je kunt bijvoorbeeld klankschalen nemen en die vullen met warm water en een geurtje en als voetenbadje gebruiken.
Toen was het tijd voor het intermezzo; de helft van de groep ging achterover zitten en liet zich verrassen door het improvisatiespel van de andere helft van de aanwezigen.
Na een korte pauze gingen we in twee kringen zitten, een binnen- en een buitenkring. De binnenkring speelde naar aanleiding van een opdracht, de buitenkring luisterde naar wat er gespeeld werd en probeerde zodoende de opdracht te achterhalen. Carola en Miranda hadden kaartjes waarop allerlei soorten spel genoteerd stonden, zoals inspelen, vals spelen, samenspelen, laag spelen, hoog spelen en doorspelen. Elke spelvorm kun je uitleggen op basis van haar inhoudelijke aspect enerzijds, ofwel de letterlijke, muzikale betekenis, en het betrekkelijke aspect anderzijds, i.e. een uitleg vanuit de muziektherapie en aan de hand van het analoge proces. Laag spel bijvoorbeeld, kun je uitleggen als het gebruik van met name het lage toonspectrum van een instrument, maar ook als gemeen zijn.
Als je als speler een opdracht krijgt, bijvoorbeeld buitenspel, dan ga je met een bepaalde intentie spelen om datgene uit te drukken, maar datgene wat jij laat horen kan niet altijd volkomen gedecodeerd worden door de luisteraar en/of de andere speler als ‘buitenspel’.
Een volgende spelvorm is ‘het gezin’ waarbij de groep improvisatoren wordt gesplitst in gezin A en gezin B. Eén lid van gezin A krijgt een spelopdracht waarvan de rest van de gezinsleden van A en gezin B niet weten wat die is. Gezin A gaat als eerste improviseren met elkaar terwijl gezin B luistert en observeert. Nadat de eerste groep is uitgespeeld, gaat de observatiegroep muzikaal reflecteren wat zij heeft waargenomen. Er wordt één persoon aangewezen die de solist van groep A gaat imiteren. Wat heeft B in het spel van A gehoord? Kunnen zij dit ook weer adequaat overbrengen in hun spel? Hoe goed kunnen zij zich inleven in het spel van de anderen? Waar hebben ze op gelet?
Op die manier kun je heel goed meten hoe iemand overkomt en hoe iemand zijn boodschap in de vorm van een spelopdracht uitdraagt en hoe groot iemand dat kan of durft te maken. Observatie, interactie en het zo adequaat mogelijk overbrengen van intenties spelen hierbij een grote rol. Met behulp van deze spelopdracht kun je met elkaar uitwisselen hoe je iets ervaren hebt en kun je erachter komen of eigen gedachten alleen in jou zitten of dat bepaalde aspecten ook door anderen op een bepaalde manier wordt ervaren. Spelenderwijs ontwikkel je zelfkennis en inzicht in anderen.
Dit zijn relatief veilige systemen om de intenties die zich daarbinnen afspelen te onderzoeken, want het gaat over de muziek en (nog) niet over jou. De ‘gezinsleden’ kunnen ook onderling van rollen wisselen, zodat je kunt leren je in te leven in de ander. Centraal bij dit soort opdrachten en bij vele andere spelvormen staat de (muzikale) interactie tussen personen en op basis van welke bewuste danwel onbewuste intenties deze plaatsvindt.
In systemen als je familie, de maatschappij, het werk en de sportvereniging heeft iedereen zijn eigen plek. Hoe voelt het om van plek te ruilen? Hoe beleef ik de rol of positie van de ander? Waarom durf ik geen andere plek in te nemen binnen een systeem?
Op deze wijze kunnen rollen en posities binnen een bepaald systeem in beweging worden gezet. De muziektherapeutische improvisatie leent zich daar prima voor. In de muziek gaat het om datgene wat je meedeelt door de noten heen. Dat is juist hetgene waardoor je geraakt wordt. Er zit altijd iets van jezelf aan je spel verbonden, meestal onbewust. De context bepaalt ook of je inderdaad ‘vrij speelt’.
Het was alweer tijd voor het intermezzo waarbij de ene helft van de groep zich mocht onderdompelen en ontspannen in een warm klankbad gecreëerd door de andere helft van de groep. Deze werkvorm gebruikt Carola ook wel eens in haar werk als muziektherapeut in de volwassenenpsychiatrie, waarbij de cli