| Religieus gemengde huwelijken bij de Mormonen. Een kwalitatief onderzoek naar de beleving, de probleemgebieden en de meerwaarde van religieus gemengde huwelijken bij de mormonen. (Tim Vanhove) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Dit hoofdstuk is het resultaat van de analyse van een kwalitatief onderzoek. Vooreerst wordt er in de eerste paragraaf een inleidende beschrijving gegeven van de respondenten. In de tweede paragraaf worden deze respondenten ingedeeld in vier categorieën op basis van enkele basiskenmerken. Vervolgens worden in de derde paragraaf deze categorieën één voor één besproken aan de hand van citaten uit de interviews en wordt er een eerste conclusie verwoord (3.5.). In de vierde paragraaf worden de probleemgebieden behandeld. Eerst worden de argumenten beschreven waarom de partners geen lid zijn van de mormoonse kerk (4.1.), gevolgd door de geloofsstruikelblokken in het huwelijk (4.2.). De manier waarop de partners met deze situatie omgaan beëindigt deze paragraaf (4.3.). In de vijfde paragraaf wordt de eventuele meerwaarde van dit soort huwelijk geschetst. De zesde paragraaf onderzoekt de invloed van de mormoonse leer op de beleving van religieus gemengde huwelijken. Het individualistisch karakter van het geloof (6.1.) en het gezin als geloofspunt (6.2.) worden van naderbij bekeken. In de zevende paragraaf worden een aantal algemene kenmerken beschreven, namelijk het bekeringsmoment ten opzichte van het huwelijk (7.1.), het geloofsverleden van de respondenten (7.2.), de invloed van de ouders op hun geloof (7.3.), het belang dat de respondenten aan hun geloof hechten (7.4.) en het toekomstbeeld ten opzichte van het gezin en de maatschappij in het algemeen (7.5.). Als afsluiter van dit hoofdstuk formuleert de achtste paragraaf een conclusie. Hierin worden de hypothesen, zoals weergegeven in het tweede hoofdstuk, getoetst aan de bekomen resultaten in dit onderzoek, gevolgd door een algemene conclusie (8.5.).
1. Algemene beschrijving van de respondenten
Geïnterviewde respondenten mogen niet herleid worden tot eendimensionele studieobjecten. Achter elk van hen schuilt een uitgebreid levensverhaal. Het is echter niet mogelijk om dit levensverhaal volledig bloot te leggen en zo alle invloeden, aanleidingen en gevolgen van alle gebeurtenissen te achterhalen. Toch kan er geprobeerd worden om bepaalde essentiële facetten van dit levensverhaal te beschrijven, zodat men beter kan begrijpen waarom men zich zus of zo gedraagt. Het kan zeer verhelderend zijn om de respondenten als meer dan alleen onderzoeksobjecten te beschouwen. Deze respondenten zijn veel meer dan enkel ‘religieus heterogame mormonen’. Ze hebben allen een geschiedenis waarin vele beslissingen en gebeurtenissen een plaats krijgen. De onderzoeker komt hiervan slechts een fractie te weten. Om alles zoveel mogelijk in een juiste context te plaatsen, volgt hier een korte en algemene beschrijving van de respondenten. Zoals reeds vermeld zijn de namen van de respondenten vervangen door pseudoniemen.
1.1 Annie
Annie praat graag en ze is zeer hartelijk van aard. Haar uiterlijk kan als ‘volslank’ omschreven worden. Ze is 41 jaar en heeft twee kinderen. Filip, haar oudste zoon, is 17 jaar en is mentaal gehandicapt en autistisch. Hij is ook lid van de kerk, maar niet uit religieuze overwegingen. Hij gaat gewoon voor de muziek. Haar dochter Nikki is 8 jaar en gaat vol overtuiging en graag naar de kerk. Annie werkt als loketbediende bij een bank en ze is de kostwinner van het gezin. Ze is beginnen werken na haar humaniora, hoewel ze graag had verder gestudeerd. Ze deed dit omdat ze op achttienjarige leeftijd besliste om te trouwen met haar huidige man. Haar man is arbeider maar momenteel werkloos. Ze vindt van haarzelf dat ze positief maar kritisch omgaat met haar geloof. Ze is sterk geëngageerd in de kerk. Ze is lesgeefster en verantwoordelijke voor het ‘familie-historisch centrum’ (genealogisch opzoekwerk), waar ze veel tijd aan spendeert. Gemiddeld is ze drie avonden per week op een of andere manier bezig voor de kerk.
1.2. Maria
Maria is een oude vrouw. Ze sukkelt met haar gezondheid, maar toch probeert ze nog elke zondag naar de kerk te gaan. Ze heeft zes kinderen, waarvan een overleden. Haar eerste man is gestorven, maar ze is hertrouwd. Haar tweede man - net zoals haar eerste - is geen mormoon en heeft niet graag dat ze naar de mormoonse kerk gaat. Vroeger stonden haar kinderen ook afkerig tegenover de kerk, maar nu zijn twee van hen ook mormoons en getrouwd binnen de kerk. Ze is niet geëngageerd, maar ze gaat heel graag naar de kerk. Haar echtgenoot voert haar iedere week naar de kerk en ondertussen bezoekt hij zijn dochter uit zijn eerste huwelijk.
1.3. Leen
Leen is een huisvrouw van 32. Ze heeft twee kleine kindjes en veel van haar tijd en energie spendeert ze aan hun zorg. Ze trouwde zes jaar geleden met haar man, een industrieel ingenieur. Ze zijn gelukkig. Ze is al lid van de kerk sinds haar acht jaar. Haar ouders waren en zijn nog steeds zeer actief in de kerk. Het geloof van Leen staat echter op een laag pitje. Ze spendeert nu al weinig tijd met haar man, naast het werk en de opvoeding van de kindjes, waardoor het moeilijk wordt om actief naar de diensten van de kerk te gaan. Maar als ze gaat probeert ze minstens een van haar kindjes mee te nemen, want ze zou graag hebben dat ze later ook lid worden van de kerk.
1.4. André
Deze man van 52 praat graag. Hij is afkomstig uit Limburg, maar werkt nu in Brussel. Hij heeft twee jaar als vrijwilliger in Afrika gewerkt. Beroepsgewijs heeft hij een belangrijke functie als verantwoordelijke van een help-desk van een grote bank. Hij is al ruim 25 jaar lid van de kerk. In deze kerk is hij verantwoordelijk voor het toezicht op het zendingswerk in de ring (Vlaanderen en Nederland), ook al een belangrijke functie. Daardoor komt hij met veel leden van de kerk in contact. Vroeger is hij tevens gemeentepresident geweest van de kerk te Leuven. Hij heeft zes zonen, waarvan er 3,5 lid zijn van de kerk. Een van deze zonen is voor twee jaar zendeling in het buitenland geweest. Zijn vrouw is geen lid van de kerk, hoewel ze er toch wat sympathie voor heeft.
1.5. Lieve
Lieve is 52 jaar oud en is 23 jaar onderzoeker geweest in de kerk. Ze is sinds 3 jaar echt lid van de kerk. Ze mocht zich niet laten dopen van haar man, hoewel hij ook 5 maand onderzoeker geweest is in de kerk. Haar jongste zoon is ook lid van de kerk. Intussen is ze presidente van de Zusterhulpvereniging in de kerk geworden. Haar man is gepensioneerd, maar hij spendeert veel tijd aan zijn hobby’s, namelijk voetbalscheidsrechter en het verzamelen van postzegels.
1.6. Bruno
Bruno is 48 jaar en bouwkundig ingenieur. Tot zijn vier jaar heeft hij in Kongo gewoond, maar ze keerde terug naar België na de dood van zijn moeder. Zijn vader hertrouwde kort daarna. Bruno trouwde in 1975 en werd twee jaar later lid van de kerk. Hij heeft drie kinderen. Zijn twee dochters hebben een tijdje de kerk onderzocht, maar werden geen lid. Zijn vrouw was aanvankelijk ook geïnteresseerd in de kerk, maar al snel ging die interesse voorbij. Hij is erg gesteld op zijn privacy, maar vertelt toch graag over de kerk. Hij maakt deel uit van Hoge Raad van de Ring, waar hij toezichthouder is van de wijk Antwerpen 1. Daarnaast heeft hij ook een nieuwe functie in deze raad, hij is verantwoordelijk voor de P.R. van de ring.
2. Categorieën van respondenten
Op basis van drie essentiële kenmerken kunnen de respondenten in een aantal analytische categorieën ingedeeld worden. Het gaat om de manier waarop de respondenten hun geloof en hun relatie zelf beschrijven, het zijn met andere woorden steeds subjectieve zelfdefiniëringen. Deze basiskenmerken zijn:
(1) Geloofsactiviteit (Actief / Inactief): de mate waarin de respondenten zichzelf als actieve of inactieve gelovigen definiëren. Er moet dus een onderscheid gemaakt worden tussen gedrag en ideeën. Dit heeft als gevolg dat men gelovig kan zijn, zonder dat met praktiseert.
(2) Graad van heterogamiteit (Hoog / Laag): de mate waarin de respondenten de religieuze afstand tussen de partners omschrijven. Dit drukt uit hoe dicht de partners bij elkaar staan op religieus gebied. Wanneer de heterogamiegraad laag is, kan men nog nauwelijks spreken van een religieus gemengd huwelijk.
(3) Huwelijksgeluk (Goed / Slecht): de manier waarop de respondenten het huwelijk evalueren. Deze evaluatie wordt vooral gedefinieerd in termen van spijt over het huwelijk en de manier waarop de partners omgaan met elkaar.
Toegepast op de respondenten van dit onderzoek kunnen er vier categorieën onderscheiden worden waarbinnen de respondenten gelijke kenmerken vertonen. Binnen deze categorieën hebben de respondenten dezelfde basiskenmerken, maar kunnen er verschillen ten opzichte van andere kenmerken optreden. Ook kan de beleving van de respondenten binnen een categorie verschillend zijn. Het resultaat wordt weergegeven in tabel 4.1. en schema 4.1.
Tabel 4.1. : Categoriale indeling van de respondenten
|
Cat |
Naam |
Kenmerken |
Respondenten |
|
1 |
Het klassieke geval |
actief geloof; hoge heterogamie; slecht huwelijk |
Lieve, Maria, Annie |
|
2 |
Het verborgen geloof |
actief geloof; lage heterogamie; goed huwelijk |
André |
|
3 |
De niet-praktiserend gelovige |
inactief geloof; hoge heterogamie; goed huwelijk |
Leen |
|
4 |
De ideale gelovige partner |
actief geloof; hoge heterogamie; goed huwelijk |
Bruno |
Schema 4.1. : Schematische weergave van de respondenten naar geloofsactiviteit, graad van heterogamie en huwelijksgeluk.

Het is vanzelfsprekend dat geloof, of beter geloofsverschillen, niet de enige factoren zijn die het huwelijksgeluk kunnen bepalen. Er zijn een groot aantal factoren die de kwaliteit van het huwelijk beïnvloeden, waardoor het geloof slechts één van de vele mogelijke invloeden is. Toch kan gesteld worden dat geloof een grote impact heeft op het leven, en zo ook op de relaties, van een gelovige. Het moet duidelijk zijn dat de hierna volgende elementen slechts tendensen zijn die vastgesteld worden, zonder ze te verabsoluteren tot causale ketens. De mogelijkheid bestaat dat andere gevallen zich voordoen (die de lege cellen van bovenstaand schema opvullen), waardoor de resultaten van dit onderzoek eventueel gefalsifieerd kunnen worden. Dit vormt echter geen belemmering om de gegevens uit dit onderzoek van wat dichterbij te bekijken. De gebruikte vragenlijst is te vinden in de bijlage.
3.1. Categorie 1: het klassieke geval
Het huwelijk kan het nogal zwaar te verduren hebben wanneer de partners qua geloofsovertuiging erg veel van elkaar verschillen. Wanneer een actieve mormoon en een niet-mormoonse partner een als slecht gedefinieerd huwelijk hebben, kan dit het meest klassieke geval van religieus gemengde huwelijken genoemd worden. ‘Klassiek’ omdat deze situatie, onder voorwaarde van bovengenoemde elementen, het meest waarschijnlijk is bij mormoonse religieuze heterogamie. De grote geloofsverschillen en de mentale kloof tussen de leefwerelden van de partners die daardoor ontstaan, hebben als resultaat dat het huwelijk er zwaar onder lijdt. Beide partners verkiezen het anders-gelovig zijn boven het huwelijk met als gevolg dat de partners uit elkaar groeien en een goed huwelijk moeilijk wordt. De graad van heterogamie is zeer belangrijk voor het al dan niet bevredigend zijn van een religieus gemengd huwelijk (zie Ortega e.a., 1988; Blood & Wolfe, 1960). Hoe groter het verschil tussen de geloofswerelden van de partners, hoe lager de kans dat het huwelijk goed en bevredigend zal zijn. De graad van heterogamie is niet alleen afhankelijk van het verschil tussen de geloofsinstellingen, maar ook van de specifieke geloofsinhouden en het geloofsengagement.
De respondenten die het geloof verkiezen boven hun huwelijk zullen echter nooit expliciet hun huwelijk als volledig gefaald omschrijven, daar dit de reeds fragiele houdbaarheid ervan zou ondermijnen. Toch zijn er veel elementen aanwezig die duiden op problemen en op een slechte verstandhouding tussen de partners. Het geloofsverschil is een van de factoren die bijdragen tot een slechte verstandhouding.
Op de vraag of ze gelukkig is in haar huwelijk, antwoordt Annie: “Tja, met momenten wel, met momenten niet”, terwijl ze ooit op punt heeft gestaan van hem te scheiden. De moeilijkheden die dit huwelijk ondervindt door het geloofsverschil hebben er toe geleid dat beide partners voor een stuk naast elkaar leven. Er wordt geen rekening gehouden met de opinie van de andere. Het eenzijdig lidmaatschap van de mormoonse kerk heeft een kloof geslagen tussen de partners, waardoor ze zich bijna niet aanpassen aan elkaar. Annie beschrijft uitgebreid de manier waarop het tienden-probleem ‘opgelost’ werd.
Annie: [...] In het begin dat ik in de kerk was had Marc er iets op tegen dat ik tienden betaalde, en aangezien de man hoedanook de patriarch van het gezin is, heb ik daar naar geluisterd en mijn tienden niet betaald en daar heb ik me eigenlijk nooit goed bij gevoeld. [...] Maar later is er dan een keer een probleem geweest in het gezin en toen dacht ik ‘als hij dat kan doen, dan mag ik ook tienden betalen’ en heb ik gewoon de knoop doorgehakt. Ik zei gewoon ‘op dat punt luister ik gewoonweg niet naar jou’! En vanaf toen ben ik begonnen met het betalen van de tienden en ik moet zeggen dat ik er zeer gelukkig over ben. Dat is iets dat ik niet meer wil laten, en nu... nu zijn die problemen eigenlijk opgelost, en heeft mijn man gezegd: ‘je moet die tienden nu niet meer betalen, nu dat het weer in orde is’. Maar ik zei ‘jawel!’. Hahaha, dus blijf ik mijn tienden betalen.
Interviewer: Maar je man zou liever hebben dat je ze niet betaalde.
Annie: Ja, natuurlijk! Wat denk je.
Interviewer: Is dat een reden om ruzie te maken?
Annie: Mijn man gaat dat niet wagen om daar ruzie over te maken, omdat hij weet dat hij het deksel op zijn neus zou krijgen, hahaha. Hij weet dat het belangrijk is voor mij en dat ik daar niet aan zou toegeven.
Er ontstaat een verwachtingspatroon ten aanzien van geloofszaken dat geen rekening houdt met de andere. Door de wederzijdse koppigheid vindt men andere uitweg dan de negatie van het probleem. Er bestaat weinig ruimte voor dialoog waardoor de twee (geloofs)werelden gescheiden blijven. Men blijft vastgeroest naast elkaar leven, zonder de mogelijkheid na te streven dichter naar elkaar te groeien. Maar misschien is deze manier van omgaan met elkaar juist een goede manier om confrontaties en problemen te vermijden, of zoals Hobart (1990:33-34) vermeldt, men kan in een religieus gemengd huwelijk ‘akkoord gaan om niet akkoord te gaan’.
Lieve is 20 jaar ‘onderzoeker’ geweest in de kerk omdat ze niet gedoopt mocht worden van haar man. Uiteindelijk heeft ze zich toch laten dopen, zonder zijn toestemming.
Lieve: De week erna. Mijn man zei: ‘Aaa, ben je nu toch gedoopt’ en ik zei ja. ‘Heb je toch weer je willeke willen doordrijven, zeker’. Dat was alles. Ik dacht van ‘is dat alles, na 20 jaar, dan had ik het al lang kunnen doen!’.
Maar niet alleen omtrent geloof wordt het moeilijk om als koppel te functioneren, ook in het algemeen is het huwelijk niet optimaal. Er wordt geen rekening gehouden met de ander, waardoor er steeds latente spanningen in de lucht hangen die het huwelijksleven ondermijnen. Deze spanningen worden niet opgelost, men kiest liever voor een status-quo dan voor een confrontatie. Annie is zich erg bewust van het feit dat het huwelijk niet goed loopt. Toch wordt er praktisch niets gedaan om het huwelijk te verbeteren, er wordt geen uitweg gezocht voor de geloofsimpasse.
Interviewer: Heb je ooit gedacht om te stoppen of minder naar de kerk te gaan, om het gemakkelijker te maken in je relatie met hem?
Annie: Om te stoppen met naar de kerk te gaan op zondag niet, maar wel om minder gemakkelijk roepingen te aanvaarden, of minder veeleisende roepingen te vragen of minder vergaderingen bij te wonen. Maar dat lijkt niet te lukken, [...]. Ik ben dan toch Jonge Vrouwen-presidente geworden. En ik heb dat dan heel graag gedaan en ik heb daar dan weer heel veel energie en tijd in gestoken.
Door het aannemen van deze wederzijds apathische houding is de relatie doorheen de jaren verziekt. Men wordt het gewoon om geen belang te hechten aan de interesses en drijfveren van de ander, want daarover wordt bijna nooit gecommuniceerd. Men vervalt in een dagelijkse sleur waar zelden plaats is voor meer dan oppervlakkige gesprekken. Daarenboven wordt - door de gelovige - het geloof benadrukt als een mogelijke oplossing voor deze communicatiebreuk, terwijl het eigenlijk (deels) de oorzaak is.
Interviewer: Praat je over andere dingen veel met elkaar?
Annie: Nee, eigenlijk niet. Er zijn zo wel uitzonderlijke momenten, zo twee keer per jaar, hahaha, dat we eens iets hebben dat op een gesprek gelijkt en dat we wat dieper gaan dan het weer of de plannen voor de dag.
Interviewer: Mis je dat?
Annie: Tuurlijk mis ik dat. Dat wil ik wel. Moest Marc nu iemand zijn van de kerk dan zou hij daarop gewezen worden door zijn geloof, maar dat is nu niet zo.
Het gebrek aan diepgaande communicatie heeft als gevolg dat beide partners elke een apart leven hebben uitgebouwd. De één heeft de kerk, de ander heeft ook zijn of haar ‘tijdverdrijf’. De leefwerelden zijn zo ver uit elkaar gegroeid dat er geen inzicht meer is in de eigenheid van de ander. Het anders-zijn van de partner wordt niet gewaardeerd of gerespecteerd. De echtgenoot van Lieve houdt zich vooral bezig met voetbal en postzegels verzamelen, hobby’s waar hij veel tijd in steekt.
Interviewer: Praat je er veel over met hem?
Lieve: Nee, er is wel een tijd geweest dat dit beter ging, maar nu is hij altijd met zijn postzegels bezig op zijn bureau. Hij moet maar praten tegen zijn postzegelkes, haha. Postzegels en voetbal... Maar ik kan wel met hem praten, dat is het probleem niet, maar er is wel weinig tijd. Aan tafel, dan wel, maar heel oppervlakkig.
Bovendien is het eenzijdig actief geloof niet alleen de oorzaak van weinig huwelijksgeluk, het staat daarenboven in de weg voor het stopzetten van deze weinig bevredigende relatie. Het geloof werkt huwelijksbevestigend en geeft kracht om met de problemen, grotendeels veroorzaakt door het geloof, om te gaan. Men volhardt in het huwelijk omdat binnen het mormoons geloof het gezin een heilige instelling is die boven alles dient gekozen te worden. Doordat het gezin en het huwelijk zeer belangrijk zijn voor de mormonen, bewerkstelligt dit geloof de instandhouding van het huwelijk, zodanig dat een slecht huwelijk geprefereerd wordt boven het beëindigen ervan.
Maria is een tijdje wegens onduidelijke redenen wettelijk gescheiden geweest van haar man. Het huwelijk liep helemaal niet goed, maar omdat hij het vroeg, heeft ze beslist naar hem terug te keren. Daarenboven wou ze hem enkel terug als ze zouden hertrouwen, omdat het volgens de leer van de kerk zondig is om ongehuwd samen te wonen. Terwijl ze weet dat de relatie met haar man niet goed loopt, niet het minst door het geloofsverschil, eist ze dat hij terug huwt met haar, zodat ze toch boven alles in orde is volgens de leer van de kerk.
Maria: [...] We zijn laatst gescheiden omdat eeuh... waarom weeral... hij had woorden gezegd tegen mij... ik heb ze zes maanden onthouden en nu ben ik het vergeten. Ik ben dan weggegaan, we zijn gescheiden. Maar, we gaan nu hertrouwen... Omdat ik niet zo mag leven, gescheiden. Ik ben teruggegaan omdat hij het vroeg. Anders moeten we apart wonen. Ik zei tegen hem dat we dan terug moesten trouwen en hij vond dat goed... hij heeft eerst wel twintig keer gezegd dat hij nooit meer ging trouwen, hahaha.
Interviewer: Ben je daar gelukkig mee?
Maria: Ja, maar hij heeft ook zijn fouten. Hij had al een ander... jaja, goh, mens toch... maar toch is hij weer achter mij gekomen. Ik moet dat vergeten, hé, want als ik er te veel aan denk ga ik zot worden. Het was zijn dochter die voor een andere vrouw gezocht had voor hem. Hij moest toch iemand hebben die kookt voor hem, zei ze. [...]
Annie en Lieve zien hun geloof als een fundamentele reden waarom ze niet uit het huwelijk zijn gestapt. Lieve zegt: “Ja, ik heb al dikwijls gezegd, dat als ik niet in de kerk zou zijn - dat is misschien wat cru gezegd - dan had ik misschien niet meer bij mijn man geweest”. Zonder haar geloof zou Lieve niet meer bij haar man zijn. Het mormoons geloof heeft een huwelijksbestendigend effect. Ook Annie beschrijft dit passend: “Maar ik denk dan ook dat mijn geloof helpt als we niet tevreden zijn. En dat zonder mijn geloof ik eruit zou gestapt zijn en zou zeggen dat ik beter wil in mijn leven”. Ze beseft al te goed dat ze niet tevreden is, maar haar geloof dwingt haar om gelukkig te zijn met wat ze heeft. Op deze manier is Annie behoudsgezind, tegen beter weten in.
Interviewer: Denk je dat het geloof een verschil heeft gemaakt in jouw huwelijk?
Annie: Ja, zeker. Mijn man zegt wel dat het huwelijk daardoor verslechterd is, omdat ik meer geremd geworden ben in zijn ogen. Maar ik vind dat het ons huwelijk gesterkt heeft, omdat ik meer tolerant geworden ben tegenover hem en in het algemeen. Anders waren we waarschijnlijk al lang gescheiden, hehe. Nikki zou er zelf niet geweest zijn, mocht ik de kerk niet gehad hebben.
Interviewer: Waarom niet?
Annie (tegen dochter): Tja, je bent er gekomen in een vlaag van ‘we willen nog een kindje’ maar mocht de kerk er niet geweest zijn dan zou ik veel te boos geweest zijn op papa.
De manier waarop haar niet-gelovige man het huwelijk ziet is volgens Annie volledig anders dan bij haarzelf. Waar het geloof voor de gelovige partner een soort van helend effect heeft, is het voor de niet-mormoonse partner juist de oorzaak van de problemen. Annie zegt in bovenstaand citaat dat haar man vindt dat hun huwelijk verslechterd is door haar geloof. Deze redenering is waarschijnlijk deels juist. Het geloof heeft een aliënerende invloed op de partners. Maar daarnaast kan het geloofsverschil ook te pas en te onpas gebruikt worden als reden van alle gezinsmoeilijkheden. De partners bekijken elkaar enkel vanuit het geloofsperspectief. De mormoonse partner wordt in de ogen van de niet-mormoonse partner een incarnatie van de kerk. Ook Lieve vindt dat haar man haar geloof als zondebok gebruikt bij alle huwelijksproblemen, terwijl zij volhoudt dat het geloof juist een positief effect zou moeten hebben op hun huwelijk, mochten ze samen in de kerk zijn. Het is dan ook de norm dat religie samen beleefd moet worden (zie Blood & Wolfe, 1960).
Interviewer: Zijn jullie gelukkig samen in je huwelijk?
Lieve: Ik geloof dat als we samen in de kerk zouden zijn, dat het veel beter zijn. Als er iets verkeerd gaat door mij, dan is dat volgens hem toch altijd door de mormoonse kerk.
De respondenten van het klassieke geval kunnen weinig energie opbrengen voor het onderhouden van hun relatie, ze stellen het huwelijk erg in vraag. Met als gevolg dat ze geen spijt hebben van hun geloofspraktijk, maar wel van hun huwelijk. Het huwelijk wordt ondermijnd door de tegenstand van een sterke rivaal, het geloof. Lieve zegt hierover: “Soms zeg ik ‘als ik opnieuw zou beginnen, dan zou ik niet meer met hem trouwen’ maar nee, het is nu zo”. Ze heeft er spijt van dat ze met haar man is getrouwd, maar ze legt er zich bij neer. Ook Annie beschrijft dit.
Interviewer: Heb je spijt van bepaalde dingen?
Annie: Tja,... mijn man. We waren al dertien jaar getrouwd voor dat ik de kerk leerde kennen. Maar voor dat we trouwden, als jong meisje, heb ik een keer de zendelingen ontmoet in Brugge. Ik vond dat toen wel allemaal tof, maar het raakte mij niet diep, want ik dacht alleen maar aan Marc. Maar nu denk ik dat het eigenlijk andersom moest zijn. De kerk had me eigenlijk dieper moeten raken en mijn levensloop zou er heel anders uit gezien hebben. Ik ging dan misschien gewoon gestudeerd hebben in plaats van te trouwen.
3.2. Categorie 2: het verborgen geloof
Wanneer de geloofsinhoud van de beide partners eigenlijk niet veel verschilt, dan is er nog weinig sprake van een religieus gemengd huwelijk. Op deze manier is het effectief lid zijn van de religieuze beweging van minder belang. Als de waarden en normen van de beweging geïnternaliseerd zijn door het niet-lid, dan is deze persoon eerder een verborgen gelovige. Dit heeft tot gevolg dat het huwelijk eigenlijk niet sterk religieus heterogaam kan genoemd worden, los van het officieel lid zijn of het deelnemen aan de diensten. Naar vorm is het huwelijk religieus heterogaam, maar naar inhoud is het huwelijk eerder homogaam (of beter: een huwelijk met een lage heterogamiteitsgraad). Formeel-expliciet zal deze persoon zich geen lid van de kerk noemen, maar materieel-impliciet zal dit geloof naar persoonlijke beleving niet veel verschillen van ‘gewone’ leden. Het geloof beperkt zich tot een ideeëngoed, zonder deelname aan traditionele rituelen waardoor men gelooft zonder de gevolgen van dit geloof te dragen. André verkeert in deze situatie. Zijn vrouw is geen lid maar hecht wel heel veel belang aan de kerk. Op vele manieren gedraagt ze zich zoals een mormoonse. Ze woont de avondmaalsvergaderingen op zondag echter niet bij, maar toch wil ze weten wat er gezegd wordt en wat er gebeurt. Daarom houden ze elke zondag een soort gezinsavond.
Interviewer: Maar het is toch belangrijk volgens de leer om samen in de kerk te zitten?
André: Ja, dat is zeker zo. Maar we lossen dat op doordat we elke zondag, als ik thuis kom van de avondmaalsvergadering, samen te zijn met het gezin en doen we een soort van gezinsavond. Dan hebben we de kans om elkaars ideeën en problemen te weten te komen. Er is dan ook altijd een kwartiertje dat ik over de kerk vertel. Ik vraag dan om reacties over wat er gebeurt in de kerk. Maar als dat te lang duurt dan maakt mijn vrouw dat duidelijk, maar als het te kort duurt, dan komt ze achteraf meer uitleg vragen, over bepaalde mensen in de kerk of zo. [...]
De vrouw van André vindt het belangrijk om te weten wat er allemaal gebeurt in de kerk. Maar ook ten opzichte van de leer en de levensvisie van de mormonen volgt zij de kerk alsof zij er zelf lid van is. De kerk heeft voor haar een ambigue betekenis. Ze wil er geen lid van worden, maar toch vindt ze het belangrijk dat haar man er actief mee bezig is. André zegt dat ze zelfs trots is dat hij lid is van de kerk: “Ik heb opgemerkt dat sommige mensen weten dat ik bij de kerk ben en dat ik vraag hoe ze dat weten, dan zeggen ze ‘uw vrouw heeft dat gezegd, ze was er zelfs fier op’. Maar alleen als ik er niet bij ben zegt ze zo’n dingen”. André vindt dat ze soms fanatieker omgaat met het geloof dan hijzelf.
Interviewer: Praat je vrouw er met anderen over?
André: Ewel, als het ter sprake komt dan zal ze dat zeker doen. En zeker tegen mensen die durven negatief reageren, dan krijgen ze op hun donder. Als het een leugen is, tenminste. [...] Bijvoorbeeld, wij geloven in de levende profeet broeder Hinckley, en als er dan een conferentie is, dan stelt ze vele vragen. Laatst had hij gezegd dat het aangaan van leningen en schulden zeer af te raden is. Ik had dit verteld aan haar en zij heeft direct aan al onze kinderen verteld dat ze geen leningen mochten aangaan ‘want de profeet heeft het gezegd!’. Daar lach ik dan mee, omdat zij dan aan het prediken is, en niet ik. Dan zeg ik hoe dat dit nu mogelijk is dat ze dat accepteert en andere dingen niet.
De logische vraag die hier rijst, is waarom ze dan eigenlijk geen lid wil worden van de kerk. Ondanks de bovenstaande elementen en het feit dat ook drie kinderen van haar actief lid zijn (één van hen is zelf zendeling geweest), kan ze (nog) niet overtuigd worden om lid te worden. Volgens André zijn er een aantal concrete redenen waarom ze de stap niet heeft gezet. Een eerste reden is het contact met de kerk. Telkens wanneer ze naar de kerk gaat, wordt ze aangesproken met de vraag of ze lid gaat worden. Met deze sociale druk kan ze niet goed omgaan, omdat ze zich te zeer verplicht voelt, aldus André.
Interviewer: Waarom komt ze dan niet mee?
André: In het begin kwam ze wel regelmatig mee. Maar dat was misschien een beetje de fout van mijn medebroeders en -zusters, geen fout waarover je kan struikelen hoor, maar de neiging was dan ook om direct te vragen wanneer ze lid zou worden, ze lieten haar niet de tijd. Was dat nu 5 jaar of langer - er zijn hier mensen die 10 jaar gewacht hebben en die heel goede leden zijn geworden - maar zij werden niet gepushed om lid te worden. Dat pushen betekende voor mijn vrouw dat het dan niet meer hoefde, en eigenlijk is het daar bij gebleven, behalve bij speciale gelegenheden, dan komt ze wel nog. Ze heeft daar wat schrik voor, als ze vragen wanneer ze lid gaat worden.
Een tweede reden heeft te maken met het geloof op zich. Ze heeft het moeilijk om in God te geloven, aangezien er zoveel onrechtvaardigheid in wereld is. Daarom is ze ook geen lid van een andere kerk. God en lijden kunnen in haar visie niet samengaan. Maar toch zegt André: “Zij gelooft wel heel zeker in die macht van God en in die heel speciale manier van handelen”. Een derde reden is het feit dat haar ouders zodanig sterk tegen de kerk gekampt zijn, dat het een breuk als gevolg heeft gehad. Tenslotte heeft ze het ook nog zeer moeilijk met de tienden. Hierbij heeft haar familie ook een grote invloed, want geld en luxe zijn zeer belangrijk voor hen. De waarde die haar ouders aan status en geld hechten, heeft zij voor een stuk overgenomen, waardoor het betalen van tienden een groot, zoniet het grootste, obstakel vormt. Later hierover meer (zie 4.2. B.).
Interviewer: Wat denk je dat haar dan precies tegenhoudt?
André: Wel, vooral dat godsbeeld, dat is zeer belangrijk voor haar. Niet kunnen aanvaarden dat God vrijheden laat aan mensen die door en door slecht zijn. [...] Dat is voor haar één punt. Ze heeft in het begin heel dikwijls gezegd: ‘kom, we gaan naar Amerika, daar is het veel gemakkelijker, daar wonen we tussen de mormonen in, daar hebben we geen last van mijn ouders’. Haar ouders hebben echt wel een negatieve invloed gehad, zo van ‘betaalt hij nu nog tienden? Zit hij nog altijd bij die kerk?’. Daarom wilde zij naar Amerika, daar leefde wij dan tussen medezusters en -broeders, en zoals ze zelf zei: ‘daar ga ik me dan ook goed voelen en daar ga ik meegaan naar de diensten en gedoopt worden’, ze dacht dat het daar allemaal spontaner zou gaan.
In vorig citaat is het reeds duidelijk dat ze toch open staat voor de kerk - ze zou zelfs naar Amerika verhuizen om de invloed van haar ouders te ontvluchten - en dat ze later misschien toch nog lid zou worden. André lijkt daarvan overtuigd en stelt zelfs dat zijn vrouw ook denkt zich ooit te bekeren.
Interviewer: Zou je graag willen dat ze ook lid wordt van de kerk?
André: Ik zou dat heel graag willen, dat weet ze trouwens. Daar plaagt ze eens graag mee, ik zeg altijd tegen haar: ‘ik kan nog altijd veel verbeteren aan mezelf, zoveel tot dat je niet meer kunt weigeren’ dan lacht ze. We verstaan dat, dit wil dan gewoon zeggen dat dit gewoon nog zijn tijd nodig heeft.
Interviewer: Dus je denkt dat ze ooit nog lid zal worden.
André: Ja, daar ben ik van overtuigd! Daar ben ik vrij gerust in, zij zal dat trouwens zelf niet tegenspreken. Ze zal dan zeggen: ‘maar wanneer, dat is iets anders’, hehe.
In dit huwelijk vormt het zogezegde geloofsverschil geen groot obstakel, omdat er eigenlijk geen groot geloofsverschil is. In vergelijking met het klassieke geval heeft het huwelijk er daardoor veel minder onder te lijden. De leefwerelden liggen veel dichter bij elkaar doordat het ‘geloofsverschil’ geen breuk teweegbrengt tussen de partners. André vindt dan ook dat hij een goed en bevredigend huwelijk heeft.
Interviewer: Zijn jullie in het algemeen gelukkig samen?
André: Ja, dat mag ik wel zeggen want in feite hebben we al heel wat gelachen. We hebben een heel goed huwelijksleven, op seksueel gebied en op het gebied van verstandhouding. [...]
3.3. Categorie 3: De niet-praktiserend gelovige
Wanneer een mormoon het geloof niet meer actief praktiseert, dan vormt het geloofsverschil op zich geen groot obstakel tot een gelukkig huwelijk. Op deze manier wordt het geloof herleid tot een geestelijke ervaring die weinig rechtstreekse gevolgen heeft. Deze inactiviteit maakt dat het geloof niet meer in de kerkgemeenschap wordt beleefd, zonder dat het geloof evenwel volledig verdwijnt. Een confrontatie wordt ontweken door het geloof zo weinig mogelijk ter sprake te brengen. Om de vrede te bewaren gedraagt men zich naar de buitenwereld toe alsof men ongelovig is.
Leen is al een tijdje inactief, terwijl ze toch al sinds haar acht jaar lid is van de kerk. Haar ouders zijn nog steeds zeer actief in de kerk, maar zij gaat slechts zelden naar de diensten. Zelf zegt ze dat het praktisch gezien zeer moeilijk is om te gaan, door haar kindjes, maar dat ze - als ze echt zou willen - wel zou kunnen gaan. Ze noemt haar geloof ‘een geloof zonder daden’.
Interviewer: Vind je het dan niet belangrijk om te lezen in het Boek van Mormon?
Leen: Als je daarin leest voel je je geestelijk sterker, dan denk je er ook meer over. Maar mijn geloof is echt een geloof zonder daden geworden. Op den duur, als je een paar zondagen niet meer gaat, dan wordt het gemakkelijker om nog een keer een zondag niet te gaan, maar anders, als je altijd gaat en veel leest, dan ga je dat echt missen.
Leen heeft haar gezin boven haar geloof verkozen. Op deze manier maken ze weinig ruzie over geloof, maar dan moet ze wel haar geloof voor een groot stuk opgeven. Op de vraag of er nu problemen zijn in het huwelijk door haar geloof, zegt Leen:
Leen: Voor het moment is er geen probleem, denk ik, want ik ga zo weinig. Dat is voorlopig een oplossing waarschijnlijk, maar daarbij voel ik me geen 100%, misschien zou ik ongelukkig zijn op een andere manier wanneer ik wel actief zou zijn. Ergens blijf je ongelukkig. Tja, ongelukkig is natuurlijk een heel groot woord hé, hoe kun je nu ongelukkig zijn als je alles hebt wat je nodig hebt: kindjes die gezond zijn,... Maar toch is het een beetje moeilijk, maar ja, je verdrukt dat, een beetje pijn.
Leen weet dat ze haar geloof beter zou moeten onderhouden, maar ze beseft dat dit voor problemen zou zorgen in haar huwelijk. Ze denkt een keuze te moeten maken tussen een actief geloof en een goed huwelijk. Altijd zal er een offer gedaan moeten worden. Ze is zich daar bewust van, maar dit maakt het echter niet gemakkelijker.
Leen: [...] Je ziet iemand graag en dan wil je alles delen met die persoon, ook die liefde en die levensweg dat je aflegt en dat is wel een teleurstelling als je niet alles kan delen. Dat is ook een reden waarom er velen afhaken. Als ik groei in de kerk, meer lees en studeer en het gevoel heb dat de Geest bij mij is, dan gaat dat het moeilijker tussen mijn man en ik. Hoe minder ik naar de kerk ga, hoe minder dat ik studeer en zo,... dan zijn we ook meer op gelijk niveau, geestelijk bedoel ik. Maar als ik veel naar de kerk ga en veel studeer, dan doet het nog meer pijn en dan denk ik er meer aan en besef ik meer dat mijn man geen lid is van de kerk. Als je veel nadenkt dan doet het soms wel pijn.
Lieve heeft het moeilijk om te kiezen tussen haar geloof en haar huwelijk. Ze heeft gekozen voor haar huwelijk, maar het is niet gemakkelijk om haar geloofsverleden te vergeten. Daarenboven wordt het geloof van Lieve langs twee kanten onder druk gezet, enerzijds door haar ouders die willen dat ze weer actief deelneemt aan het kerkleven en anderzijds door haar echtgenoot die haar zoveel mogelijk tegenhoudt. Haar ouders vormen nog de grootste stimulans om enigszins actief te blijven, want ze zegt dat ze zonder deze druk niet meer naar de kerk zou gaan.
HAAR ECHTGENOOT:
Interviewer: Hij heeft nooit overwogen om mee naar de kerk te gaan?
Leen: Nee. Maar als er iets te doen is dan zou hij wel meegaan. Hij is niet volledig tegendraads. Hij laat mij doen, maar hij gaat mij zeker niet stimuleren, haha. Hij gaat eerder zeggen: ‘allé, blijf thuis’.
HAAR OUDERS:
Interviewer: Denk je dat je minder actief bent om de problemen wat te ontwijken?
Leen: Ja, ik denk dat wel. Dat is een gevolg. Onbewust, maar ik besef dat wel, maar mijn ouders zijn zeer actief en ze vragen constant of ik ook naar de kerk kom... Dus denk ik dat als mijn ouders er niet zouden zijn, dat ik nooit meer zou gaan. Voorlopig toch. Zoals het nu gaat denk ik dat ik nooit meer zou gaan, zonder mijn ouders, alhoewel ik wel wil,... maar het is moeilijk. Het is een beetje een vlucht waarschijnlijk, maar ja...
Deze situatie maakt het moeilijk voor Leen om iedereen, inclusief zichzelf, gelukkig te maken. Ze ziet geen andere uitweg dan het inbinden van haar geloof, ten voordele van haar huwelijksleven. Ideaal gezien zou ze graag terug actief worden, op voorwaarde dat haar man ook wat meer open zou staan voor de kerk. Ze denkt echter dat hiervoor een wonder nodig is.
Interviewer: Wat denk je van de toekomst? Denk je dat er verandering in zit?
Leen: Ik weet het niet... Ik hoop voor mezelf dat ik terug actief word, als er een wonder gebeurt, haha. Maar je weet nooit natuurlijk, er zijn nog gevallen in de kerk dat er iemand volledig omkeert en toch lid wordt van de kerk. Ik had altijd gedacht dat wanneer er een kindje zou geboren zijn dat mijn man zou veranderen, want dat is toch een wonder. Maar iedere keer gebeurde er niets. Ik weet het niet. Er zijn een paar mensen die gezegd hebben dat het op zo’n manier niet gaat en dat er iemand - waarschijnlijk ik - zal moeten toegeven. Ik denk dat dit waar is. Maar ‘inactief’ is een heel goed woord, want dat betekent niet dat je niet meer gelooft in de kerk.
Leen heeft gekozen voor het huwelijk, met als gevolg dat ze haar geloof niet meer actief beleeft. Op deze manier kan haar geloof geen rivaal zijn van haar huwelijk. Ze heeft geen spijt dat ze getrouwd is, ze vindt het wel jammer dat haar geloof eronder moet lijden.
Interviewer: Zou je opnieuw trouwen met je man, mocht je opnieuw mogen beginnen?
Leen: Tja, als meisje van 20 jaar, je bent verliefd, het gaat goed op elk vlak, dan doe je voort natuurlijk. Ik kan dat nu niet zeggen, het anders doen... Met mijn man heb ik nu twee mooie kindjes,... Het is een keuze waar ik geen spijt van heb. Ik kan daar moeilijk spijt van hebben, want dan zou ik helemaal ongelukkig zijn. Dan zou ik helemaal niet getrouwd zijn.
3.4. Categorie 4: De ideale gelovige partner
Interpersoonlijke verschillen in een huwelijk, van welke aard dan ook, hebben een grote invloed op de relaties tussen de gehuwden. Geloofsverschillen tussen levensgezellen zetten de relatie zwaar onder druk door de grote reikwijdte van de impact van geloof. Het kan duidelijk zijn uit categorie 1 dat geloofsverschillen kunnen leiden tot schijnbaar onoverbrugbare huwelijksproblemen. Het moet echter eveneens duidelijk worden dat dit niet noodzakelijk zo hoeft te zijn. Een goed en bevredigend huwelijk wordt niet onmogelijk wanneer de twee partners een verschillend geloof belijden. Het vergt echter een grote inspanning van beide partners om tot een leefbaar compromis te komen. Alle betrokkenen moeten ruimte genoeg krijgen om persoonlijke doelen na te streven in het geloof én in het huwelijk. Dit is zeker niet gemakkelijk. Het is een proces van vallen en samen terug opstaan. Dit proces heeft als verhoopt resultaat dat de partners de (geloofs)verschillen kunnen relativeren en dus overwinnen.
Wanneer men voortdurend vanuit een verschillend referentie- en geloofskader de problemen en verschillen blijft benadrukken, dan heeft men geen oog voor de (veronderstelde) resterende gelijkenissen en raakpunten in de relatie. Deze raakpunten bestaan niet (meer) in de visie van de partners, waardoor, na langdurige ontkenning ervan, de raakpunten ook echt verdwijnen. Deze ontkenning kan uitmonden in een slechte relatie waarbij de gealiëneerde partners niet meer weten waarom ze nog samen zijn. Deze problematische situatie kan echter ontweken worden door terug te keren naar de veronderstelde basis waarop de relatie is ontstaan. Met andere woorden, wanneer de partners blijven geloven in elkaar en in de wederzijdse liefde, dan pas kan het geloofsobstakel overwonnen worden. Dit kan echter niet door ontkenning van het geloofsverschil, want dan wordt een stuk van de eigenheid van de ander ontkend, dit kan enkel door de erkenning van het ‘anders-zijn’ van de partner. Deze erkenning moet wederzijds en doordacht zijn, want de partners moeten gewapend zijn tegen de spanning die het geloofsverschil kan veroorzaken. Men moet leren omgaan met moeilijke situaties waarbij geloof en huwelijk niet in harmonie samen kunnen gaan. De manier waarop omgegaan wordt met deze disharmonie bepaalt het welslagen van dit soort huwelijk. Hierin ligt de essentie van een goed heterogaam huwelijksleven. Het is mogelijk om het geloof(sverschil) en het huwelijk op een goede manier te combineren, men kan een ideale gelovige partner zijn[17].
Bruno kan een voorbeeld zijn van het zoeken naar een leefbare oplossing bij (religieus) heterogame huwelijken. Deze oplossing vergt echter alweer een offer. Daarmee wordt het zwaartepunt van deze problematiek aangeraakt. Het is niet altijd even gemakkelijk om het huwelijk en het geloofsverschil te combineren. Men kan enkel proberen zoveel mogelijke rekening te houden met de ander. Elk huwelijk maakt wel eens moeilijkheden mee, maar dit hoeft niet te betekenen dat de partners van elkaar vervreemden. Het ligt in de handen van de betrokkenen om zelf een uitweg te zoeken en een manier te vinden om te kunnen omgaan met elkaars eigenheid en persoonlijkheid. Hieromtrent kunnen geen concrete tips naar voor geschoven worden die dienen als standaardoplossing. De concrete oplossing is zeer persoonlijk en daardoor afhankelijk van de relatie en situatie van het betreffende koppel.
De weg naar hun concrete oplossing was bezaaid met obstakels, maar Bruno en zijn vrouw beseften dat hun huwelijk in een crisisfase zat en dat er iets moest veranderen. Daarom hebben ze gekozen om hun huwelijk te redden door naar een huwelijkstherapeut te gaan. Daar hebben ze geleerd om rekening te houden met elkaars gevoeligheden. Bruno heeft dit zelf heel mooi verwoord door de nadruk te leggen op respect.
Bruno: [...] We hebben samen huwelijkstherapie gedaan, om te werken aan de communicatie. Je kon dat ook doen in de kerk, maar dat ging dus niet. Dat was toen in de periode dat mijn vrouw haar in de steek gelaten voelde en we merkten dat er iets moest veranderen.
Interviewer: Praat je nu meer met elkaar?
Bruno: Ja, en ook anders dan vroeger. Dat is nu al 15 jaar terug, hoor. Het is wel duidelijk geworden dat we heel veel respect hebben voor elkaar. Ik denk dat wat er gebeurd is, anders ook zou gebeurd zijn moest ik niet in de kerk zitten, maar de intensiteit zou anders geweest zijn.
Er waren tijden wanneer het niet goed ging in hun relatie. Zijn vrouw had verwacht dat hij haar zou helpen wanneer zij moest beslissen over de eventuele (katholieke) doop van de kinderen. Bruno beseft dat hij tekort geschoten heeft, maar hij heeft evenwel geleerd uit deze fouten.
Interviewer: Denk je dat je huwelijk eronder geleden heeft?
Bruno: Ja, als ik eerlijk ben, dan moet ik dat wel toegeven. Toen met die kwestie van het al dan niet dopen van de kinderen. Mijn vrouw heeft daar zeer onder geleden. Op gezinsgebied heeft ze zich altijd wel een beetje de underdog gevoeld. En de doop, dat is iets godsdienstig, daarom had ze meer steun van mij verwacht, dat ze zich aan mij kon optrekken. Ze was eigenlijk erg teleurgesteld in mij daardoor, ze voelde zich echt alleen gelaten. Dat heeft wel wat gevolgen gehad op langer termijn.
Bruno erkent dat het geloofsverschil een probleem kan vormen. Hij houdt daar zoveel mogelijk rekening mee. Het besef dat het niet altijd even gemakkelijk is en zal zijn, houdt in dat hij ervoor kiest om zijn huwelijk op de best mogelijke manier te onderhouden, zonder zijn geloof op te geven.
Interviewer: Denk je dat het geloofsverschil een aanleiding is tot onenigheid?
Bruno: Je moet daar eerlijk in zijn, ieder mens heeft bepaalde vooroordelen. Ondanks het feit dat ik probeer van zoveel mogelijk te vertellen vanuit de voorzichtigheid en respect voor de ander, zonder mijn vrouw te dwingen of te imponeren,... Maar toch voelt zij zich al snel de underdog. Dat brengt dus enorme problemen. Als ik iets vertel over godsdienst, dan voelt ze zich direct aangevallen.
Bruno en zijn vrouw hebben gekozen om te werken aan het redden van hun relatie. Deze attitude is een essentieel element in hun relatie en past binnen de leer van de kerk ten opzichte van het gezin. Hij wil rekening houden met haar eigenheid, en hij verwacht hetzelfde van haar. Dit vergt veel inspanning. Bruno zegt dat ze veel tijd en energie hebben moeten steken in hun relatie.
Bruno: [...] Er is een heel lange periode dat we allebei heel veel energie en tijd staken in het informeren en kenbaar maken welke gevoelens we hadden. Dat was zeer vermoeiend en die energie gaat dan verloren voor andere zaken.
De tijd en energie die erin gestoken werd heeft als resultaat gehad dat hun huwelijk nu beter en stabieler is geworden. Het geloofsverschil bestaat nog steeds, maar de impact op het dagdagelijks leven is minder groot geworden. Er kan gesteld worden dat het geloof niet meer in de weg staat van hun huwelijk. De differentiële geloofsbelijdenis vormt geen onoverbrugbaar probleem meer. Op de vraag als hij in de toekomst nog grote problemen - veroorzaakt door de religieuze verschillen - verwacht, antwoordt Bruno: “Nee, ik denk dat we daar overheen zijn. Ons huwelijk is verrijkt op dit moment. Wij zijn op dat gebied volwassener geworden”. Het huwelijk heeft ooit zwaar geleden onder het geloofsverschil, maar nu durft Bruno reeds spreken over een verrijking.
Er moet bij mormoonse religieus gemengde huwelijken steeds een offer gedaan worden. Het lijkt niet gemakkelijk om én een goed en bevredigend huwelijk én een actief geloof te hebben. Indien men toch beide nastreeft, dan moet men veel tijd en energie in de relatie steken. Dit is echter vanzelfsprekend noch gemakkelijk. Het problematische karakter van een heterogaam gezin is sterk afhankelijk van de attitude van de gezinsleden. Wanneer met openheid en verdraagzaamheid geprobeerd wordt om de keuzes van de andere te respecteren, dan kan dit soort gezin zonder veel problemen als ‘normaal’ functioneren. Het anders-gelovig zijn van de partner mag echter nooit volledig irrelevant zijn. De invloed van geloof - zeker wanneer dit een ‘marginaal’ geloof betreft - op het denken (cognitieve en normatieve verschillen) en het doen (expressieve verschillen) van de gelovige, zal ontegensprekelijk een impact hebben op interpersoonlijke relaties. Het is dan ook aan de partners om een manier te vinden om deze verschillen op te vangen door de nadruk te leggen op de overblijvende raakpunten. Het geloofsverschil, als middelpuntvliedende kracht, moet gecompenseerd worden door de nadruk te leggen op middelpuntzoekende krachten. Dit vergt echter een extra inspanning, maar wanneer deze inspanning succesvol geleverd wordt, dan kan het huwelijk zelfs sterker geworden zijn (zie Blood & Wolfe, 1960). Bruno zegt, na 24 jaar huwelijk en 22 jaar lidmaatschap van de kerk: “We kunnen toch nog verliefd met elkaar omgaan”. Liefde kan geloofsverschillen overwinnen...
3.5. Conclusie: geloof, huwelijk en liefde
Bij wijze van conclusie bij de categoriale bespreking van de respondenten, worden hier de verschillende manieren om het hoofd te bieden aan het religieus-gemengd-zijn van de relaties op een rijtje gezet en onderling vergeleken.
De respondenten uit categorie 1 ‘Het klassieke geval’ prefereren het geloof boven het huwelijk. Dit hoeft geen bewuste of expliciete beslissing te zijn, maar door het eenzijdig nastreven van een goed geloof, weet men dat het huwelijk eronder zal lijden. Men is niet expliciet tegen het huwelijk, maar men kiest wel expliciet voor het geloof, met alle nefaste gevolgen voor het huwelijk vandien. De keuze voor het geloof op zich is hier niet het probleem, maar wel de keuze voor het geloof boven het huwelijk. Op deze manier houdt men geen rekening met de verlangens van de andere. De erkenning van de eigen eigenheid (het mormoons geloof) gaat ten koste van de erkenning van de eigenheid van de ander, d.i. het mormoons ongeloof (zie tabel 4.2.). Er lijkt geen tussenweg te zijn voor deze respondenten, er wordt niet (meer) geprobeerd om het geloof én het huwelijk te onderhouden. De respondenten leven met de overtuiging dat deze tussenmogelijkheid niet bestaat, een overtuiging die hen belet om het toch te proberen. Aan het geloofsverschil wordt een alles-definiërende eigenschap toegeschreven, waardoor het geloofsverschil de relatie in grote mate bepaalt en ondermijnt. Op het gebied van het huwelijk wordt enkel geprobeerd om het geloofsstruikelblok zoveel mogelijk te vermijden. Men gaat de confrontatie uit de weg, waardoor het geloofsverschil geen acute problemen veroorzaakt. Er blijft echter wel een chronische staat van vervreemding. Ondanks deze vervreemding wordt het huwelijk evenwel niet beëindigd, daar de leer van het geloof van de mormoonse partner dit belet.
De gevolgen van het mormoons geloof bij categorie 2 ‘Het verborgen geloof’ zijn van een andere orde. Er kan hier niet echt sprake zijn van een geloofsverschil, waardoor er ook weinig moeilijkheden veroorzaakt worden door het geloof. Het huwelijk heeft niet veel te lijden onder het geloof(sverschil). Het is in deze situatie niet zo moeilijk om het geloof en het huwelijk te verzoenen, de erkenning van zichzelf en de andere gaan hand in hand. Het huwelijk wordt weinig geconfronteerd met problemen veroorzaakt door het geloof. Intermaritale vervreemding, veroorzaakt door geloof, is hier niet waarschijnlijk.
Wanneer de mormoonse gelovige inactief wordt, zoals de respondent in categorie 3 ‘De niet-praktiserend gelovige’, dan wordt het geloofsverschil in grote mate weggewerkt. Men cijfert het eigen geloof (en dus de eigenheid) weg in functie van de andere en het huwelijk. Men houdt in die mate rekening met de andere dat men bijna geen rekening meer houdt met zichzelf. Het huwelijk mag dan wel goed zijn, het geloof van de mormoonse partner heeft er omgekeerd evenredig onder te lijden. Opnieuw wordt de confrontatie uit de weg gegaan, ten voordele van de kwaliteit van de relatie, maar de geloofsdeprivatie van de mormoonse partner blijft latent (en soms manifest) aanwezig.
Tenslotte kan een actief geloof en goed huwelijk samen gaan wanneer beide partners de eigenheid van de andere aanvaarden en respecteren. Dit is zo in categorie 4 ‘De ideale gelovige partner’. Noodzakelijke - maar onvoldoende - voorwaarde hiervoor is een goede verstandhouding tussen de partners gebaseerd op respect en liefde. Daarenboven moet er ook veel tijd en energie gestoken worden in het onderhouden van de kwaliteit van de relatie, dit is de voldoende voorwaarde. Door de aandacht voor de andere probeert men het geloofsengagement (tijd en geld) en het verschil in werelddefiniëring zoveel mogelijk te compenseren (hierover meer in paragraaf 4). De partners vermijden vervreemding doorheen communicatie en zo te leren uit de fouten die gemaakt worden. De wederzijdse liefde geeft de kracht om het anders-gelovig zijn te overbruggen.
Tabel 4.2. : Indeling categorieën op basis van erkenning van zichzelf en de andere.
|
|
Zelferkenning |
Zelfontkenning |
|
Erkenning van de andere |
Categorie 4 (en 2) De ideale gelovige partner |
Categorie 3 De niet-praktiserend gelovige |
|
Ontkenning van de andere |
Categorie 1 Het klassieke geval |
|
Alle respondenten hebben een wijze van omgaan met het geloofsverschil uitgewerkt. Deze zijn echter zeer verschillend naargelang de categorie. Er kunnen drie verschillende oplossingen opgemerkt worden (wanneer categorie 2 buiten beschouwing gelaten wordt), waarbij steeds een bepaalde offer gemaakt wordt.
· Categorie 1: men kiest enkel voor het geloof, waardoor het huwelijk het moet ontberen. De huwelijkskwaliteit is het offer;
· Categorie 3: men kiest enkel voor het huwelijk, waardoor het geloof op non-actief staat. De geloofsactiviteit is hier het offer;
· Categorie 4: men kiest voor het geloof én het huwelijk, waarvoor men - gesterkt door wederzijds respect en liefde - veel tijd en energie steekt in het harmoniseren van beide leefwerelden. Deze inspanning is het offer.
Het moet duidelijk zijn dat er geen gemakkelijke uitweg mogelijk is wanneer het huwelijk en het geloof geen vanzelfsprekende combinatie zijn. De verschillende oplossingen worden bij wijze van vergelijking naast elkaar gezet in tabel 4.3. De eerste twee elementen tonen de situatie aan waaruit vertrokken wordt, namelijk de religieuze affiliaties in het huwelijk. Het derde, vierde en vijfde element handelen over de oplossing van het geloof-huwelijk dilemma, d.i. de manier waarop er omgegaan wordt met de situatie. Het zesde en zevende element beschrijven de gevolgen voor het huwelijk van deze oplossing.
Tabel 4.3. : Beknopte weergave van kenmerken per categorie
|
|
Categorie 1 |
Categorie 2 |
Categorie 3 |
Categorie 4 |
|
Gegeven situatie: |
||||
|
1. geloof partner |
ongelovig |
mormoons |
ongelovig |
ongelovig |
|
2. heterogamiteit |
hoog |
laag |
hoog |
hoog |
|
Oplossing dilemma: |
||||
|
3. prioriteit respond. |
geloof |
geloof & huwelijk |
huwelijk |
geloof & huwelijk |
|
4. geloof respondent |
actief |
actief |
inactief |
actief |
|
5. houding respond. |
| |||