| De verhoudingen tussen de VS en de VN na het einde van de Koude Oorlog. (Gjovalin Macaj) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Het einde van de Koude Oorlog zorgde voor wezenlijke wijzingen in het internationale systeem[1]. Van een relatieve stabiele bipolaire machtsstructuur binnen dit internationale systeem tijdens de Koude Oorlog, kwam men na de desintegratie van het Communistische blok met de Unie van Socialistische Sovjet Republieken (USSR) op kop, plotseling in een machtsvacuüm terecht. Dit strategisch onevenwichtig vacuüm werd ingevuld en verder uitgebreid door de Verenigde Staten (VS). Het was de bestendiging en de verderzetting van de American century die leidde tot een nooit gezien overwicht op internationale vlak; een hegemoniale macht. Het einde van de Koude Oorlog vormde aldus ook het begin van een unipolaire tijdperk. Ook al past deze uitzonderlijke, onstabiele toestand eigenlijk niet bij de gekende, klassieke wereldorde, er bestaat geen twijfel over dit ongeëvenaard, structureel machtspotentieel[2] van de VS. Als gevolg constitueert de Amerikaanse hegemoniale positie tot op heden een onontbeerlijke component van de internationale stabiliteit en kan haar beleid existentiële gevolgen hebben binnen de internationale arena.
Het einde van de Koude Oorlog legde tevens een proliferatie van grensoverschrijdende, zelfs globale issues bloot in een steeds toenemende interdependente wereld, zoals er zijn milieudegradatie, AIDS, armoede, verspreiding van nucleaire wapens, terrorisme,... die in toenemende mate het besef deden ontstaan dat er nood was aan een meer globale aanpak en daarbij de toenemende perceptie op het nut van de multilaterale instellingen om deze globale problemen aan te pakken. De Verenigde Naties (VN), die geparalyseerd waren tijdens de Koude Oorlog, kregen steeds meer aandacht. Met deze ontwikkelingen is ook de verhouding tussen de machtigste staat op aarde, namelijk de VS en deze laatste steeds meer aandacht beginnen krijgen.
De VN werd door haar belangrijkste stichter, de VS, gebruikt om het naoorlogse concept van collectieve veiligheid te institutionaliseren. Zij maakte deel uit van het Amerikaanse beleid dat de verantwoordelijkheid op zich nam om de wereldorde te stabiliseren en tegelijkertijd de noodzakelijke randvoorwaarden te creëren voor het bevorderen en verspreiden van eigen macht en invloed, geïncorporeerd in talrijke multilaterale instellingen die zouden opgericht worden om meer voorspelbaarheid te brengen in de internationale betrekkingen.
De heropleving van de VS, na het einde van de Koude Oorlog, had als gevolg een vloed van globale belangen, soms met imperiale draagwijdte en hun stijgende bezorgdheid voor de internationale orde als gevolg, maakte dat ook de Amerikaanse houding tegenover deze multilaterale instellingen weer een belangrijke onderwerp van discussie werd, zowel in het binnenland als daarbuiten. De verhoudingen tussen de VS en de VN na het einde van de Koude Oorlog vormen dan ook het onderwerp van deze eindverhandeling. Meer bepaald welke plaats de VN innemen in het buitenlands beleid van de VS na het einde van de Koude Oorlog. Hoe verhouden ze zich tot elkaar, welke factoren van invloed bepalen deze verhoudingen en wat zijn de gevolgen voor beide.
De Amerikaanse houding tegenover de VN, de doelstellingen die zij kiezen en de manier waarop ze deze doelenstellingen proberen te bereiken, zijn van groot belang voor de internationale gemeenschap. De VN zijn een instrument van leiderschap en genereren globale legitimiteit voor het Amerikaans beleid en haar doelstellingen, alhoewel dit tegelijkertijd het disciplineren en beperken van de machtsuitoefening van de VS zou moeten veronderstellen. De houding van de VS tegenover de wereldorganisatie kan een wereld van verschil maken, zowel in positieve als in negatieve zin. Beide hebben elkaar nodig. Enerzijds zou de VS niet voortdurend alles op zijn eentje kunnen blijven volhouden, en anderzijds kan de wereld, en zeker de VN, niet veel verwezenlijken zonder steun van de VS gezien haar ongeëvenaarde structurele macht.
De verstandhouding tussen beide heeft zijn stabiele periodes gekend. Maar sinds hun oprichting zijn beide het voorwerp geweest van radicale wijzigingen zodat de verhoudingen nooit echt als stabiel of gewoon kunnen besschreven worden; en dit ten gevolge van verschillende redenen zoals in de volgende hoofdstukken zal blijken. Begin jaren negentig werden door de VS pogingen ondernomen om de VN te revitaliseren teneinde ze te gebruiken als het voor de hand liggend instrument om op de chaotische wereld greep te krijgen. Deze euforie eindigde uiteindelijk met een weigerachtig Congres dat haar (achtergestelde) bijdragen in twijfel trok. De VN nemen een heel beperkte plaats in binnen het hedendaagse Amerikaanse buitenlands beleid; tot op het punt dat bepaalde segmenten in het Amerikaanse establishment de VN gewoon in vraag stellen. De Amerikaanse houding tegenover de VN sinds de val van het communisme is zonder meer een van de grootste verschuivingen in het buitenlands beleid.
Zeggen dat de verhoudingen tussen VN en VS ingewikkeld zijn, is een understatement; maar tegelijk een duidelijke verklaring geven aan de factoren van invloed die deze complexiteit produceren is ook niet zo evident. Het is een bijzonder dubbelzinnige verhouding, afhankelijk van veel factoren die de relatie onduidelijk, incoherent, inconsistent en dubbelzinnig maken. Het is een onderwerp die voor veel controverses en uiteenlopende attitudes zorgt, maar zoals Novosseloff[3] het stelt, neemt het niet weg dat er een strategisch, maar niet gedefinieerd Amerikaanse belang bestaat voor de wereldorganisatie. De manier waarop de VN op een selectieve manier worden ingezet, bewijst constante principes en een mate van continuïteit van hun methode. Om deze complexe relatie te begrijpen is er een grondige analyse noodzakelijk van de belangrijkste factoren van invloed op het beleid van de VS tegenover de VN; hetgeen zal opgedeeld en beschreven worden in vijf hoofdstukken. In wat volgt wordt een schets gemaakt van de structuur van deze studie en kort uitleg gegeven bij elk van de vijf hoofdstukken.
Deze studie richt zich op de laatste jaren, maar toch zal in het eerste hoofdstuk getracht worden om de huidige verhoudingen tussen de VS en de VN in een ruim historisch kader plaatsen. Dit is noodzakelijk om een beter zicht te krijgen op het Amerikaans beleid tegenover de VN na het einde van de Koude Oorlog. Dit door een nadere doorlichting van de belangrijkste attitudes en veranderingen in attitudes van de VS tegenover de VN vanaf diens oprichting tot het einde van de Koude Oorlog. We zullen de evolutie van deze verhouding in kaart proberen te brengen. Hoe die verhouding in de loop van de tijd is veranderd en wat dat heeft veroorzaakt, en uiteindelijk wat de gevolgen voor de verhouding tussen beide zijn. Welke zijn de uitgangsprincipes van de VS over de VN en hoe dat in de praktijk gebeurt, hoe dit is beïnvloed en aangepast door de internationale en binnenlandse politieke veranderingen.
Om het Amerikaanse beleid tegenover de VN beter te kunnen situeren, lijkt een nadere toelichting van de aard en de belangrijkste tendensen van het Amerikaanse buitenlands beleid aangewezen. Dit vormt het onderwerp van het tweede hoofdstuk. Door een korte historisch schets te geven van de belangrijkste stromingen binnen het Amerikaans buitenlands beleid kan men de diepgewortelde tegenstellingen tussen realisme en idealisme, isolationisme en internationalisme, multilateralisme en unilateralisme en het eigenaardige Amerikaanse exceptionalisme beter begrijpen. Deze contradicties die vooruitvloeien uit de oprichting van de Amerikaanse Republiek hebben blijvende gevolgen op het Amerikaans buitenlands beleid en het beleid tegenover de VN in het bijzonder. Onder invloed van laatstgenoemde wordt het Amerikaans beleid tegenover de VN geleid en de plaats van de VN binnen de Amerikaanse belangen gesitueerd. Zij kunnen het Amerikaans beleid tegenover de VN in verschillende, uiteenlopende richtingen sturen, met alle gevolgen van dien voor de coherentie en de geloofwaardigheid van de VS binnen de VN. Het Amerikaans beleid tegenover de VN dient dan ook vanuit dit uitgangspunt gezien te worden.
De manier waarop het Amerikaans beleid tegenover de VN geformuleerd wordt, is het beste bewijs van de eigenaardigheid van het Amerikaans beleid tegenover de VN. Dit zal het voorwerp zijn van het derde hoofdstuk. Dit beleid wordt zoals in geen enkel ander land bepaald door een pluraliteit van actoren die met een eigenaardige wisselwerking functioneren. Het Amerikaanse establishment is gedecentraliseerd en gefragmenteerd en daarbij is de dynamische interactie van de checks and balances voornamelijk tussen het Congres en de president essentieel om het beleid tegenover de VN te begrijpen. Doordat het Congres over zoveel macht beschikt tot het formuleren en zelfs uitvoeren van het Amerikaans beleid tegenover de VN, zal er ruim aandacht geschonken worden aan haar bevoegdheden, organisatie, werking en evolutie. De president en de belangrijkste departementen van de uitvoerende macht zullen aan dezelfde analyse onderworpen worden. De invloed van de belangengroepen, think tanks en de publieke opinie zullen eveneens aan bod komen. Zonder deze binnenlandse factoren te analyseren kan men het Amerikaans beleid tegenover de VN niet begrijpen.
Hoofdstuk vier wordt besteed aan de toepassing en evolutie van de verschillende uiteenlopende attitudes (aangebracht in het tweede hoofdstuk) en de gevolgen ervan op de VN gedurende de laatste decennia. Het betreft de VS als dominante macht in het internationale systeem en zijn behoorlijke keuzevrijheid tegenover de VN en het multilateralisme in het algemeen. De hoopgevende positieve ontwikkelingen van begin jaren negentig over de revitalisatie van de VN als centrale instelling waarop de wereldorde zou gebaseerd moeten worden, werd de wereldorde gedomineerd door de ongeëvenaarde macht van de VS. Dit zal geïllustreerd worden met de eerste Golfoorlog. De VN, niet meer dan een instrument voor de VS, zijn in geen geval een multilaterale instelling die haar optreden in het streven van nationale belangen mag beperken. Het debat over multilateralisme (à la carte) en unilateralisme en de positie van de VN daarin, zal ruim aan bod komen. De hervorming van de VN vanuit een Amerikaans standpunt zal ook ruim uitgewerkt worden.
Het laatste hoofdstuk wordt volledig toegewijd aan de plaats van de VN binnen het buitenlands beleid tijdens de administraties van Clinton en Bush tot op heden. Voor de overzichtelijkheid wordt eerst een bondige synthese gemaakt van de belangrijkste factoren van invloed op het Amerikaans beleid tegenover de VN die in de vorige vier hoofdstukken aan bod kwamen. In dit hoofdstuk wordt de radicale wijziging van het Amerikaans beleid bloot gelegd. Dit zal geïllustreerd worden aan de hand van verscheidende casestudies -- waarbij de NATO-interventie in Kosovo en de laatste oorlog in Irak het meest aandacht zullen krijgen-- omdat pas daar de plaats van de VN in het Amerikaans buitenlands beleid het duidelijkst wordt. Hier wordt aangetoond hoe het enthousiasme van Clinton tijdens zijn eerste ambtstermijn voor het revitaliseren van de VN evolueerde, door binnenlandse en internationale ontwikkelingen, tot een meer unilaterale houding die culmineerde bij de NATO-interventie in 1999 in Kosovo. Deze unilaterale tendensen worden verdergezet door Bush en krijgen een meer dramatische vorm na de aanslagen van 11 september 2001. De proclamatie van de Bush Doctrine als incarnatie van de Amerikaanse ongeëvenaarde macht, exceptionalisme en unilaterale tendensen en de gevolgen daarvan op de VN zullen ruim aan bod komen. Het beleid van Bush zal besproken worden vanaf de aanslagen van 11 september tot de invasie van Irak en de naoorlogse periode tot en met de laatste ontwikkelingen. Bush is heel duidelijk geweest over de rol van de VN binnen het Amerikaans buitenlands beleid en de geldigheid van het internationaal recht. Het lijkt wel alsof de VS naar een andere internationale orde aan het streven zijn, dan die die ze voornamelijk zelf opgericht en tot hiertoe verdedigd hebben.
Met deze analyse zal getracht een afdoende antwoord te bieden op de centrale vraagstelling. Ook al is in het kader van deze eindverhandeling alles ingezet om een zo grondig en ruim mogelijke analyse te maken van de belangrijkste invloedsfactoren; het besef dat dit echter niet meer kan zijn dan een aanzet op de vraagstelling in kwestie, is met de tijd gegroeid; de lengte en de aard ervan laat jammer genoeg geen andere keuze toe. De antwoorden op de gestelde vragen kunnen tevens moeilijk afzonderlijk belicht worden; elk onderdeel heeft betrekking op een ander, waardoor deze eindverhandeling enkel in zijn geheel een poging tot verklaring kan zijn.
Hoofdstuk I. De VS en de VN vanaf de oprichting tot het einde van de Koude Oorlog
1. Inleidende beschrijving
Om een beter inzicht te verkrijgen in de verhouding tussen de VS en de VN na het einde van de Koude Oorlog, blijkt een nadere doorlichting van de belangrijkste attitudes en veranderingen in attitudes van de VS tegenover de VN vanaf diens oprichting tot het einde van de Koude Oorlog noodzakelijk. We zullen de evolutie van deze verhouding trachten in kaart te brengen, hoe die verhouding in de loop van de tijd veranderd is, wat dat heeft veroorzaakt en uiteindelijk wat de gevolgen voor de verhouding tussen beide zijn. Welke zijn de basis uitgangsprincipes van de VS over de VN en hoe dat in praktijk gebeurd, hoe dit is beïnvloed en aangepast door de internationale en binnenlandse politieke veranderingen.
1.1. De wil voor een vreedzame wereldorde en het 'realistisch idealisme[4]' van Roosevelt
"Four times in the modern age [...] men have sat down to reorder the world--at the Peace of Westphalia in 1648 after the Thirty Years War, at the Congress of Vienna in 1815 after the Napoleonic Wars, in Paris in 1919 after the World War I, and in San Francisco in 1945 after World War II" (Schlesinger, 2003, xv). En deze laatste bijeenkomst in San Francisco was niet minder belangrijk, integendeel; WO II was één van de bloederigste en krankzinnigste oorlogen die de geschiedenis van de mensheid ooit gekend heeft. Deze opmerkelijke fase van onze 'beschaafde' wereld bracht op een erg angstaanjagende en barbaarse wijze de onmenselijkheid van de mensheid naar boven. Golven van angst en verschrikking beheersten de wereld en de geest van de verpauperde en ellendige slachtoffers, die steeds ongeziene aantallen bereikte. En toch starten velen pogingen om een hoopgevende oplossing te zoeken voor deze uitzichtloze ellende; en verwonderlijk genoeg, was het vuur van de oorlog toen net kracht aan het verliezen. Met de slag om Berlijn was een hoogtepunt bereikt. Het Amerikaanse Negende Leger was op weg naar de rivier de Elbe, in het westen van Berlijn. De Russische troepen hadden eveneens een grootschalig offensief in de Duitse gebieden gevoerd. Na de moeizame verovering van de verre eilanden van de Stille Zuidzee zijn de Amerikanen verwikkeld in een uiterst vermoeiende, bloederige slag op Japans grondgebied, het eiland Okinawa, en ondertussen bombarderen honderden B-29 vliegtuigen Tokio. Gedurende deze opmerkelijke dagen bereidde het volk van San Francisco zich voor om delegaties van zesenveertig naties in een conferentie bijeen te brengen teneinde een nieuwe wereldorganisatie in het leven te roepen die tot doel had een einde te maken aan alle oorlogen (Schlesinger, 2003, 1; Krasno, 2004, 19-20).
De hele wereld droomde ervan om op een dag wereldorganisatie toe te kunnen juichen die voor een permanente vrede zou zorgen. De droom om voor eens en voor altijd een einde te maken aan alle oorlogen die de mensheid dreigen uit te roeien. Beter laat dan nooit! Maar ten koste van welke prijs?! Onvoorstelbaar, al die menselijke leed en die zinloze vernieling, om uiteindelijk te komen daar waar men moest beginnen: vreedzame onderhandeling en coëxistentie. En om deze coëxistentie te institutionaliseren in een internationale organisatie die de beestachtige kant van zelfvernietiging moet temperen en om het beste van de mensheid, die van vreedzame coëxistentie te verkondigen (Schlesinger, 2003, 1).
Uiteindelijk was het zo ver. Ook al heeft men het eerst moeilijk gehad en heeft het een tijdje geduurd, men is er zich dan toch bewust van geworden dat deze wereld ook zonder oorlog kan voortbestaan. En wie was beter geplaatst om deze "oorlogsvrije" wereldvisie te verwoorden en te verdedigen dan de president van de VS Franklin Delano Roosevelt? Het was het enige land dat nog normaal functioneerde, en het was zelf sterker geworden tijdens deze oorlogen. Want het was vooral na WO II, dat de VS duidelijk de hegemonische, economische en ook militaire macht van de kapitalistische wereld in wording was. Als wereldleider was de VS vastberaden om nieuwe globale organisaties in het leven te roepen, om tegelijkertijd te zorgen voor het bewaren van de vrede in de wereld en voor het scheppen van de noodzakelijke randvoorwaarden voor het bevorderen en verspreiden van zijn eigen macht en invloed (Schlesinger, 2003, 28; Barry & Leaver, 1995).
Net zoals president Woodrow Wilson, die de belangrijkste architect van de beroemde Volkerenbond was; zou Roosevelt de meest belangrijke architect worden van de oprichting van de wereldorganisatie voor het bewaren van de vrede in de wereld, namelijk de VN. Ook al leefde hij niet lang genoeg om er de belangrijkste oprichter van te worden. In de ruines van WO II, daar waar de Volkerenbond van Wilson er niet in geslaagd was; schepten Roosevelt en zijn adviseurs een nieuwe wereldorganisatie in de hoop de wereldvrede te handhaven. Tevens was dit een poging om de samenwerking van de geallieerden tijdens de oorlog te bevestigen en te institutionaliseren. Roosevelt was dan ook niet alleen met zijn visie. De politieke en de economische Amerikaanse intellelectuelen beseften goed dat in de naweeën van oorlog en kolonialisme, de VS een onmisbare kans hadden om de wereld te vormen naar Amerikaanse design en principes. Met de nodige leiding zou dit echt de American Century worden. Maar men zou niet direct verwachten dat Roosevelt één van de belangrijkste architecten bij de oprichting van de VN zou worden, als men zijn beleid tot begin jaren veertig bekijkt. Dit was een periode waar de elite en de publieke opinie isolationistisch ingesteld waren. Voor Roosevelt was het dan ook niet zo evident om geen rekenschap te geven aan deze beperkende publieke houding. Het is ook een feit dat Roosevelt het 'idealisme' pas ontdekte in de laatste periode van zijn politieke carrière. Na zijn derde herverkiezing op rij als president in 1940, was Franklin D. Roosevelt niet zo geneigd om de volledige steun en trouw aan het internationalisme te geven. Hij bekeek de Volkerenbond met wantrouwen en dubbelzinnigheid. Maar ondanks het feit dat de VS geen lid was van de Volkerenbond, benadrukte Roosevelt dat de VS alles van zichzelf gaf wat nodig was om met deze instelling samen te werken (Schlesinger, 2003, 28; Moore & Pubantz, 1999, 27; 29; Barry & Leaver, 1995; Novosseloff, 2003, 13-14).
In de State of the Union van januari 1941 bracht Roosevelt bepaalde universele doelen naar voren die een soort wereldvrede moesten realiseren. Voor hem waren er vier wezenlijke vrijheden (rechten) van de mensen: de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van angst voor oorlog. Hij liet hier duidelijk blijken dat hij aan een andere nieuwe globale architectuur aan het denken was, maar dan met de twijfel aan haar concrete realisatie. Roosevelt was waarschijnlijk nieuwe instellingen aan het plannen om de naoorlogse periode te beheersen, waarbij de oprichting van een instelling zoals de VN geen uitzondering was (Schlesinger, 2003, 31; Allner & Portis, 2000, 35; Kissinger, 2002, 246).
In de naweeën van deze vier aangekondigde vrijheden (rechten) van Roosevelt, werd een klimaat geschept waarbij er vanuit verschillende hoeken ideeën over de toekomstige wereldorde kwamen. De daaropvolgende bijeenkomst in augustus 1941, van Roosevelt met de toenmalige Britse premier Winston Churchill aan boord van de USS Agusta, verkondigen de proclamatie van het Atlantic Charter. Dit charter legde de basis voor de nobelste hoop op een toekomstige vreedzame wereld. Vooral door de oprichting van een efficiënte internationale organisatie, namelijk een meer realistisch en beter doordachte instelling om actiever en krachtdadiger een rol te spelen in het wereldgebeuren en om ook een permanent systeem van gezamenlijke veiligheid te vestigen. Drie weken na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 11 september 1941, ondertekenen de VS en de geallieerden de 'Declaration of United Nations', door het opstellen van hun oorlogsstrategie. Deze overeenkomst werd bevestigd in verschillende conferenties georganiseerd tijdens de oorlog, waarvan één van de belangrijkste de Conferentie van Dumbarton Oaks was in augustus 1944 te Washington. Die zou verwijzen naar het tot stand brengen van een effectieve internationale organisatie. Vanaf hier werd het idee gelanceerd van een beperkte Executive Council met "Four Policemen". Dit is de Veiligheidsraad, met vetorecht voor de "Vier Grootmachten", Groot-Brittanië (GB), de USSR, de VS en China. Deze was nodig om over de veiligheidsaangelegenheden te beraadslagen, een Algemene Vergadering op te richten, die een forum zou zijn van en voor alle naties, alsmede de oprichting van een Internationaal Hof en diverse andere organen. Maar toch waren er belangrijke vraagstukken onopgelost gebleven in de conferentie van Dumbarton Oaks, zoals de stemmingsprocedure in de Veiligheidsraad en de hardnekkige houding van Stalin om elke van de zogenaamde Unie Republieken van de USSR apart bij de VN toe te laten[5] (Schlesinger, 2003, 37 & 45; Novosseloff, 2003, 27-34; Moore & Pubantz, 1999, 29-30; 43; Allner & Portis, 2000, 35; Krasno, 2004, 25-26).
1.1.1. De nadruk op de realistische componenten
De schaduw van het falen van de Volkerenbond was altijd aanwezig in het bewustzijn van de bedenkers van de nieuwe organisatie, dit om niet dezelfde fouten te begaan als voordien. Om enige kans op succes voor de nieuwe organisatie te hebben, moest men vooreerst de machtigste naties, de VS en de USSR betrekken waar ook ter wereld. De grote machten moesten de grote verantwoordelijkheid dragen in het bewaren van de wereldvrede. Ze moesten kunnen genieten van een vaste autoriteit in de nieuwe organisatie. Het cruciale punt was het verkrijgen van de autoriteit om krachtdadige sancties op te leggen, alle middelen in het werk te kunnen stellen, inclusief militair geweld om de toekomstige agressies te voorkomen of af te straffen. Het was ook gesteld dat deze nieuwe organisatie niet overspoeld mocht worden door allerhande internationale issues op de agenda te plaatsten. Men moest zich kunnen concentreren op wezenlijke zaken die rechtstreeks te maken hadden met de wereldvrede en -veiligheid. Dit nieuwe evenwicht tussen het nobele ideaal van de vrede en het realisme, dit wat het veto van de grootmachten betreft, zou in de toenmalige omstandigheden de best mogelijke structuur voor het bewaren van vrede in de wereld worden (Hilderbrand,1990, 1-2; Moore & Pubantz, 1999, 30; Schlesinger, 2003, xvii).
Maar de oprichting van een dergelijke organisatie was nog ver van bestaande. De creatie van de VN verliep uiterst moeizaam en ging zelfs met mislukkingen gepaard. Hierbij speelden de VS een cruciale rol. Hun bijdrage in de totstandkoming van de VN was existentieel, zelfs gezien het feit dat het de VS waren die het bestel hadden ontworpen van de VN charter in het State Department, onder leiding van de zeer invloedrijke Secretary of State, Cordell Hull, geïnspireerd op Wilsons ideeën. De Amerikaanse democratische principes werden ingebakken in de structuur en verwoording van het Charter van de VN. Maar de betrokkenheid van de VS was zo groot, dat het niet alleen bij principes bleef. Er werden allerlei conventionele en zelfs niet conventionele instrumenten zoals afluisterpraktijken gebruikt, als middel voor het bereiken van zo een nobel doel als de oprichting van de VN. Door deze instrumenten verkreeg Washington een totale controle over de strategieën van de verschillende onderhandelaars en kon zo een gunstige uitkomst van de onderhandelingen garanderen. De omstandigheden waren dan ook heel gevaarlijk om risico's te nemen in deze existentiële zaken. De latente spanningen tussen de grote mogendheden hingen voortdurend in de lucht. Doordat bij het verdelen van de wereldkaart en het stabiliseren van de wereldorde alle naties samen moesten functioneren en zich erbij neerleggen. Diezelfde grote mogendheden (ten minste formeel) inclusief. En dat klimaat was niet de ideale sfeer waarin de latere onderhandelingen plaats zouden vinden (Krasno, 2004, 23-25; Schlesinger, 2003, xvi-xvii; Novosseloff, 2003, 15-17; Moore & Pubantz, 1999,33).
1.2. De aanloop naar de institutionalisatie van de spanningen: Conferentie van Yalta
Deze conferentie vond plaats in een klimaat van latente spanningen, zeg maar de kiem die later de wereld zou verdelen in twee invloedssferen tussen de twee grootste mogendheden. Het voornaamste doel van Roosevelt op dat moment was het incorporeren van de USSR bij de VN. De andere onopgeloste problemen in Europa, en vooral de Poolse kwestie waren secundair. Bij de conferentie van Yalta in februari 1945, richtte de USSR er zich vooral op om invloed uit te oefenen in Centraal- en Oost Europa, en tegelijkertijd manifesteerden de VS hun intenties voor de wereld, hun visie op de wereld, door ook in de zones gecontroleerd door het Rode Leger door te dringen. Maar er stond veel op het spel, en men was genoodzaakt om samen te werken. De Britse en Amerikaanse militaire posities waren niet sterk genoeg om hun wil aan Stalin, de toenmalige dictator van USSR, op te dringen. Tevens waren ze verdeeld over verschillende uiteenlopende belangen. De VS gaf prioriteit aan de oorlog in Azië en daartoe hadden ze nog altijd de steun van de USSR nodig tegen Japan. Maar op het laatste moment, toen de VS de USSR niet noodzakelijk achtten om de overwinning te behalen, gingen ze agressiever optreden teneinde zichzelf als enige overwinnaar in Azië te beschouwen en daardoor niets met de USSR te hoeven delen zoals dat in Duitsland wel het geval was geweest. Toch was de medewerking van de USSR noodzakelijk voor elke nieuwe wereldorganisatie en voor het stabiliseren van de collectieve veiligheid van de wereldorde in de naoorlogse periode. Elke organisatie zou nutteloos zijn zonder de deelname van de USSR. De noodzaak om de USSR aan boord te houden, noopten de VS ertoe de machtspositie van de USSR in Europa te tolereren. Ook voor de USSR was het behouden van de machtspositie in Europa, verworven vanaf 1943, veel belangrijker dan de internationale verhoudingen met een Amerikaans overwicht (Allner & Portis, 2000, 23; Hilderbrand, 1990, 218-219; De Metsenaere, 143; Moore & Pubantz, 1999,39; 45)
1.2.1. De eerste gevolgen van de steeds groter wordende ideologische confrontaties
Het zou niet lang duren of de twee grootste mogendheden stonden oog in oog. De spanning bleef maar stijgen. Toen het over de reconstructiepolitiek, de heropbouwpolitiek van het verwoeste Europa ging, en in het bijzonder de plaats die Duitsland moest gegeven worden in de nieuwe wereldorde, kwam deze latente spanning uiteindelijk in de schijnwerpers te staan. De USSR, die al in dertig jaar twee keer door de Duitse oorlogsmachine aangevallen was, wilden vooral een drastisch gemarginaliseerd Duitsland, onder het begrip “4D”, démilitarise, dénazifiée, déindustrialisée et démocratisée. Hier werden de USSR en de VS geconfronteerd met twee totaal verschillende visies over hoe Duitsland “gedemocratiseerd” moest worden. De USSR opteerden voor een regeringsvorm van het “volk”, dus communistisch gedomineerd, terwijl Roosevelt opteerde voor de heropbouw van een liberale democratisch Duitsland, dus voor een sterk geïndustrialiseerd deel van een sterk Europa, trouw aan het Amerikaanse beleid. Dit gebeurde door het opbouwen van een realistische internationale orde; zijnde de politiek van het opdelen van de wereld in ideologische invloedssferen (Allner & Portis, 2000, 23-24).
Het zag er dus niet naar uit dat dit verschil van mening over hoe de wereld eruit moest zien, snel uit de weg geruimd zou worden. In dit klimaat was het al te optimistisch om te geloven dat er enige ruimte voor een globale organisatie zou zijn die de belangen van deze mogendheden niet zou weerspiegelen. Hierbij was één van de belangrijkste knelpunten de poging van Roosevelt en Churchill om de Russische dictator Stalin ervan te overtuigen om het sovjetgedomineerde regime, de Lublin regering, uit te breiden met de Poolse democratische leiders die in ballingschap waren gedreven. Dit was de meeste netelige kwestie voor Roosevelt, onder druk van de drie miljoen Polen in Amerika (potentiële kiezers) en ook voor Churchill die onder druk werd gezet in het binnenland door de Polen in ballingschap. Meer dan de Declaration on Poland en de Declaration on Liberated Europe, die aan Stalin duidelijk lieten verstaan dat hij vrije en eerlijke verkiezingen moest verzekeren, kon Roosevelt voor de Polen niets doen, aangezien Polen bezet was door het Rode Leger. Roosevelt was ook enorm bezorgd voor de gevolgen die een twist met de USSR zou hebben voor de conferentie van San Francisco, waar de USSR absoluut noodzakelijk waren. Een nieuwe vijand onmiddellijk na de ondergang van de Nazi's werd ook niet gevaagd door de Amerikanen. Eenmaal dat de Poolse kwestie en andere militaire issues, uit de weg waren geruimd, was Stalin bereid om het Amerikaanse voorstel van de stemmingsprocedure in de Veiligheidsraad te aanvaarden. Ook op het gebied van de toetreding van alle USSR Unie Republieken, gaf Stalin toe dat enkel Wit-Rusland en Oekraïne een zetel zouden krijgen op de Algemene Vergadering, naast de USSR. Er bestond geen twijfel over dat de verschillende beslissingen die in de bijeenkomst van Yalta besproken werden, directe verregaande gevolgen zouden hebben voor de opkomende Conferentie van San Francisco. De hier geschetste ontwikkelingen moeten duidelijkheid scheppen over de omstandigheden waarin de principiële verklaring voor de oprichting van de VN werd gemaakt. Het is heel verwonderlijk hoe dit mogelijk geweest is in een dergelijke heel gevaarlijke en kwetsbare periode van tegenstrijdige, vaak zero-sum belangen. Uiteindelijk verklaarde men zich toch akkoord met het plan dat al in Dumbarton Oaks besproken werd (Schlesinger, 2003, 59-60; Moore & Pubantz, 1999, 44-45).
1.3. De conferentie van San Francisco - de herverdeling van de wereld
Toen de overwinning van de Geallieerden duidelijk in zicht was, werd Roosevelt meer en meer bezorgd om de creatie van de VN te verzekeren vooraleer de oorlog gedaan was. Geen enkele natie in de wereld, de Amerikanen inbegrepen, mocht aan het belang van een dergelijk initiatief twijfelen, want ze werden nog altijd geteisterd door de gevolgen van het ontbreken van zo een instelling. Na het plotselinge overlijden van Roosevelt, was het aan Harry Truman, om deze immense opdracht, tot een goed einde te brengen. Zeer belangrijke explosieve kwesties in Europa en elders in de wereld waren nog altijd niet opgelost. Het omzetten van dit Amerikaanse ideaal in de praktijk, de oprichting van de VN, was één van de vele zorgen van Truman. Hij bleek een zeer sterke verdediger van de VN, en het internationalisme in het algemeen. Zijn sterke houding was meer dan ooit nodig om deze conferentie te doen slagen. De USSR begon alsmaar zwaarder te beklemtonen dat Wit-Rusland en Oekraïne vertegenwoordigd moesten zijn vanaf het begin van de Conferentie van San Francisco. Stalin vreesde namelijk dat de USSR uitgeschakeld zouden worden bij de stemming binnen deze conferentie. Hij dacht dat GB de Commonwealth onder controle hadden en dat de VS de Latijnse Amerikaanse stemmen zouden krijgen. Dat was echter voor geen van beiden zekerheid, verre van. De VS moesten lang onderhandelen en zelfs deals sluiten met Latijns-Amerikaanse buren die zij niet in het hart droegen teneinde de Conferentie van San Francisco te kunnen redden (Schlesinger, 2003, 53 &127; Moore & Pubantz, 1999,49).
Ook het netelige probleem van trustgebieden werd behandeld. Het Amerikaanse ideaal van zelfbeschikking en de haatgevoelens tegenover kolonialisme, konden op weinig sympathie rekenen van Churchill en zijn poging om de British Empire ongedeerd te houden. Daarnaast was er ook de gelijkaardige opstelling van de Franse regering en zijn koloniale beleid in Indonchina en Afrika. Maar toch, onder druk van Churchill, die eiste dat de VN niet zouden raken aan de Britse kolonies, beperkten Roosevelt en Stalin de definitie van wat een trustgebied is; namelijk de bestaande mandaten van de oude Volkerenbond, de door de geallieerden bezette gebieden in WO II en elke gebied dat zich vrijwillig onder de VN wou laten indelen. Volgens Schlesinger, zat achter al deze 'toegevingen' duidelijk een geheime Amerikaanse agenda verborgen. De VS wou alle Japanse eilanden die ingenomen waren tijdens de oorlog controleren om geopolitieke en veiligheidsredenen. De VS waren dan ook bereid om de soevereiniteit van al deze eilanden in de Stille Zuidzee over te dragen aan de VN, maar de VS zou een toestemming vragen om bepaalde strategische eilanden te administreren. Dit was ook een compromis, want het Amerikaanse leger was gekant tegen elk systeem dat deze strategische eilanden onder de controle van de VN zou brengen. Ook de plaats en tijd van de uiteindelijke conferentie werd besproken. Alle leiders waren het er over eens dat Amerika het gastland van de conferentie moest worden, gezien Roosevelts droom voor deze organisatie, maar ook en vooral omdat Churchill de VN met de VS wilde linken om de Amerikanen uit het isolationisme[6] te halen, of het hen moeilijker te maken om een isolationistische politiek te voeren (Schlesinger, 2003, 61; Krasno, 2004, 27-29; Moore & Pubantz, 1999, 51-53).
Er werd vastgesteld dat de vijf permanente leden, VS, USSR, GB, China en tenslotte ook Frankrijk (FR) - die later vooral door Britse steun en ondanks felle contestatie van de USSR deze belangrijke vijfde plaats kreeg. Contestatie omdat FR weinig had bijgedragen tot de overwinning van de Geallieerden en daardoor deze plaats niet verdiende - een veto zouden kunnen gebruiken over substantiële politieke materies. Die waren onder andere een oordeel vellen over wat een bedreiging voor de vrede was, ook al was één van de vijf permanente leden zelf betrokken in zulke toestanden, het eventuele gebruik van geweld door militaire operaties en het mogelijk maken van sancties om de geschillen te regelen. Roosevelt en Stalin waren er al lang van overtuigd dat dit het uiteenvallen van de Geallieerden in oorlogstijd zou vermijden. De grootmachten zouden ook grote verantwoordelijkheden op hun schouders nemen om deze akkoorden te laten naleven. Alleen al om deze reden zouden zij de finale scheidsrechters van de VN interventies zijn. Maar eigenlijk was het de USSR die een veto vroeg om te voorkomen dat ze geregeld overstemd zouden worden, terwijl de VS eerder voor meerderheidstemmingen waren. Uiteindelijk werden ze het eens dat ten allen koste het vetorecht van de vijf permanente leden behouden moest worden, anders zou de alliantie in oorlogstijd vervallen en de VN zouden niet overleven. Zoals andere instellingen, was het oprichten van de VN zo geprogrammeerd dat de finale beslissingen genomen moesten worden door de grootste machten. Het vetorecht van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad was eerder een schild dat, tegen elke maatregel die tegen hun belangen inging, een veto kon stellen. De Algemene Vergadering kon alleen niet bindende resoluties voor de staten stemmen, principiële resoluties dus. Maar ondanks al de realistische overwegingen bij de doelstellingen van de VN - spanningen en conflicten tussen staten te beslechten door het vestigen van een virtuele globale samenwerking - werd de hoop voor een vreedzame wereld kracht bijgezet (Schlesinger, 2003, 55 & 193; Allner & Portis, 2000, 35).
1.3.1. De ratificatie van de oprichting van de VN met de VS als hoofdrolspeler
Alle naties hadden hun blik en hun hoop op de VS gericht als enige natie op aarde die in de naoorlogse periode praktisch ongedeerd gebleven was[7]. Door dat intact blijven was hun economisch en militair potentieel zelfs gestegen. De VS waren de enige hoop om leiding te geven aan het opbouwen van een nieuwe internationale orde. Alle volkeren ter wereld hoopten en geloofden dat dit evenement een globale autoriteit tot stand zou brengen en diezelfde vrede zou bewaren, hen zou beschermen tegen agressie. Het was als het schip van Noah, om de mensheid te redden (Schlesinger, 2003, 8). Deze nobele wens van de wereld was op zijn plaats, het was het beste wat ze kon wensen, ondanks het feit dat de omstandigheden andere dingen lieten zien: "Having endured the most calamitous war in human history, this generation extracted from the human propensity for devastation the right lesson for our time--the need for world organization to oversee and guide state craft toward a peaceful future. That these men and women could fashion such a righteous journey in light of the League's collapse, delegates' squabbles, and a war itself, was remarkable" (Schlesinger, 2003, xvii).
De vastberadenheid van de VS was dan ook groot. Over het belang van ratificatie en de gevolgen daarvan voor de wereldorde, Henry Truman, geen twijfel bestaan. De droom en de vastberadenheid om Amerika in de wereld te houden en dus te kiezen voor internationalisme en multilateralisme[8] boven isolationisme om zo de gezamenlijke veiligheid in de wereld te bewaren. Hij liet ook duidelijk horen de lijn van Wilson en Roosevelt te willen verderzetten. Hij moest zijn overtuigingskracht ten volle in het werk stellen om het Amerikaanse publiek en vooral het Congres te winnen voor de goedkeurig van het Amerikaanse lidmaatschap, datgene waarin Wilson had gefaald. Zijn woorden spreken dan ook voor zich: "We are going to ratify this Charter and I want to see the United States do it first. If there is to be peace, countries must live under law just as our States and individuals do. The United States [...] must shoulder responsibility in the world [...] It's absolutely necessary for the greatest republic that the sun ever shone upon to live with the world as a whole and not by itself. I am anxious to bring home to you that the world is one world [...]. It is a responsibility that this great republic ought to lead the way in --to carry out those ideas of Woodrow Wilson and Franklin D. Roosevelt" (Schlesinger, 2003, 264).
De conferentie van San Francisco in april 1945, waaraan zesenveertig naties deelnamen, volgde het document dat het fundament van het Charter van de VN vestigde en samengesteld was door de belangrijkste geallieerden: de VS, de USSR, GB en China. Het Charter werd geratificeerd op 26 juni 1945. Het leek de moeite waard om met de woorden van Truman's statement bij de ratificatie het belang en de gevolgen van de lang verwachte hoop voor vrede in de wereld te uiten: "[...] what a great day this can be in history. [...] You assembled in San Francisco almost nine weeks ago with the high hope and confidence of peace loving people the world over. Their confidence in you has been justified. Their hopes for your success has been fulfilled" (Schlesinger, 2003, 289). Upon all of us, in all our countries, is now laid the duty of transforming into action these words, which you have written. Upon our decisive action rest the hope of those who have fallen, those now living, and those yet unborn - the hope for a world of free countries-with decent standards of living - which will work and cooperate in friendly, civilised community of nations. This new structure of peace is rising upon strong foundations. Let us not fail to grasp this supreme chance to establish a world-wide rule of reason - to create an enduring peace under the guidance of God" (Schlesinger, 2003, 295). Zonder het te overdrijven zou de uitkomst van San Francisco de bestemming van de mensheid bepalen. En de gedachte aan dergelijke organisatie, die slechts één missie had: One World, zou al lang geleefd hebben bij de Amerikaanse intellectuelen en beleidsmakers. Uiteindelijk was het resultaat van San Francisco een gedurfde en doordachte missie die de idealen van Amerika over de wereld heen verspreidde. Wat ook de aard van de VN mag zijn, ze draagt ontegensprekelijk de stempel en de waarden van de Amerikaanse erfenis (Schlesinger, 2003, xviii).
Maar voor de VS was de ratificatie van San Francisco juist het begin. De VN waren formeel opgericht, maar het lidmaatschap van de VS moest nog verzekerd worden. De schaduw van de Volkerenbond zorgde ervoor dat Roosevelt uit Wilsons fouten zou leren. Een manier om dat te doen, was invloedrijke Republikeinen bij de Amerikaanse delegatie van San Francisco te betrekken. Het vetorecht was een andere belangrijke troef, die de soevereiniteit van de VS in alle tijden zou verdedigen, naast het feit dat de VN voor de gelegenheid zorgden om een harmonieuze, vooruitstrevende wereldorde op te bouwen, gebaseerd op zijn eigen liberale waarden. Maar Roosevelt probeerde alles in het werk te stellen om de intrede van de VS in de VN te versnellen, terwijl de oorlog nog niet gedaan was en de Amerikanen nog bewust zouden zijn van de nood aan een gezamenlijke globale veiligheid. Dit stond in schril contrast met de intrede van de VS in de Volkerenbond, waar het debat in de Senaat negen maanden aansleepte, met als resultaat het wegvallen van de steun voor het lidmaatschap aan deze organisatie. Maar uiteindelijk was het Truman die het grote werk van Roosevelt tot een goed einde moest brengen. Truman was zich daarvan bewust en wou het in de Senaat snel laten ratificeren voor de Conferentie van Postdam. De grote Amerikaanse publieke steun en het enthousiasme die toen voor de VN bestonden, werd ook gedeeld door de Senaat, waarbij het Charter van de VN en de United Nations Participation Act in 1945 quasi unaniem goedgekeurd werden (Schlesinger, 2003, 263, Rivlin, 1995; Krasno, 2004, 23-24).
1.4. Politieke en economische voordelen van het democratische idealisme
1.4.1. Contradicties en inconsistenties
Voor een beter inzicht en duidelijk begrip is het nader bekijken van het beleid van de VS tijdens de oorlog niet overbodig. De vermenging van het democratische idealisme en het economische realisme komen hier ter sprake. Het geeft een duidelijker beeld als men het beleid van de VS uit een ander perspectief bekijkt, de daaropvolgende spanningen tijdens het oprichten van de VN onderkent en vervolgens de aanloop naar de uiteindelijke institutionalisatie van de verdeelde wereld in invloedsferen bestudeert. Hoe enthousiast en euforisch de VS mogen zijn bij de oprichting van de VN ter bevordering van de wereldvrede en -stabiliteit, al deze universele en nobele principes en waarden lijken innig gebonden te zijn met andere wezenlijke belangen van de VS. En dit patroon is al lang merkbaar in het beleid van de VS: een contradictie tussen democratisch idealisme en economisch realisme. Deze elementen hebben de Amerikaanse diplomatie gekenmerkt. Sinds WO II heeft de handelsexport van de VS een constante stijging gekend en het Amerikaanse beleid heeft gepoogd een internationale orde op te richten waar de staten ook als polen van investeringen en exportruimtes voor de Amerikaanse goederen worden beschouwd. Dit wordt allemaal ondersteund door het geloof in een uitverkoren volk dat afkomstig is van een ideologische continuïteit doorheen de geschiedenis, dat naar voren wordt gebracht met een missie om de waarden en idealen die in de Amerikaanse Grondwet geschreven zijn in de hele wereld te verspreiden, dit door het geloof in het universalisme van deze waarden en principes. Zoals President Kennedy het ooit uitdrukte "La Cause de l'humanité est la cause de l'Amérique. [...] Nous sommes responsables du maintient de la liberté dans le monde" (Allner & Portis, 2000, 11). Dit geeft het geloof weer dat de Amerikanen uitzonderlijk zijn in hun missie en voorbestemming, maar toch vermengd met economische en andere geopolitieke belangen (Allner & Portis, 2000, 9-11).
1.4.2. Formele neutraliteit
In het interbellum werden de VS traditioneel als isolationisten bestempeld, dit onder meer door de afkeuring van het Verdrag van Versailles en de Volkerenbond door de Senaat. Maar tegelijkertijd zijn in deze periode de Amerikaanse investeringen in het buitenland gestegen. Ongeacht de beperkingen die de wet van neutraliteit in 1937 oplegde om geen leningen te geven aan partijen betrokken in de oorlog, vond de Amerikaanse regering toch een achterpoortje om aan handel te doen door het handhaven van de cash-and-carry principe, waardoor landen die handel voerden cash moesten betalen om goederen uit Amerika mee te nemen. Zo hoopte men de economie weer op gang te brengen na de diepe crisis van de jaren dertig, door het doorvoeren en versterken van het New Deal beleid van Roosevelt - een soort van Keynesiaanse staatstussenkomst - (Allner & Portis, 2000, 17; Moore & Pubantz, 1999, 17).
Het waren vooral de slechte economische vooruitzichten die maakten dat president Franklin Roosevelt voor een meer actief buitenlands beleid koos, gepaard gaande met een massieve bewapening. Hij was zich dus wel degelijk aan het voorbereiden om eventueel in de oorlog te stappen. Intussen waren de VS meer interventionistisch in de gebieden van de Stille Oceaan. Maar omdat in 1940 een overweldigende meerderheid, drieëntachtig procent van de Amerikanen, fel gekant was tegen een eventuele Amerikaanse deelname aan de oorlog, bleef Roosevelt discreet met zijn plannen, om geen politieke zelfmoord te plegen vlak voor de presidentiële verkiezingen. Na zijn derde herverkiezing op rij in de herfst van 1940, maakte hij duidelijk dat hij voor een meer interventionistische politiek was en zo lanceerde hij een Lend Lease programma, het verklaren van een 'economische' oorlog tegen het oorlogszuchtige Berlijn en Tokio, en stelde de VS als een arsenaal van democratie voor. Om het vervoer van goederen in de oceaan te beveiligen werden militaire eenheden gestuurd. Zo overtuigde Roosevelt het publiek voor deze niet verklaarde zeeoorlog, namelijk dat de marines er waren om het vervoer te beveiligen (Schlesinger, 2003, 28; Allner & Portis, 2000, 18-19).
1.4.3. Oorlogsdeelname als katalysator van politieke, militaire en economische bloei
Het is steeds een controversiële vraag geweest waarom de VS ten oorlog getrokken zijn. Zoals hierboven werd geschetst, waren de VS de facto al betrokken in de oorlog. Het White House zocht voortdurend naar strategieën om een oorlog tegen Japan te rechtvaardigen. De Japanse aanval tegen de VS in Pearl Harbor op het eiland Hawaï, liet de VS toe om direct de oorlog te verklaren tegen Japan. Intussen was de publieke opinie er onvoorwaardelijk voor gewonnen en was de steun van de media verworven. Dit versterkte andermaal de vastberadenheid van de regering om in de aanval te gaan. Zodra de oorlog begonnen was, werden enorme politieke, economische en sociale veranderingen teweeggebracht, steeds ondersteund door een intense propagandacampagne om het Amerikaanse publiek te overtuigen de oorlog te steunen. Vanaf januari 1942 richtte Roosevelt de War Production Board op, om de oorlogseconomie te leiden. Volgens Allner & Portis het idee om een efficiënte oorlog te voeren; aan de bedrijven de mogelijkheid geven om te profiteren. De "nieuwe" regels van oorlogseconomie (onder andere, immuniteit aan de antitrustwetten) gecombineerd met sterk patriottisme, zorgden ervoor dat sommige grote bedrijven enorme winsten maakten. Niet onbelangrijk om hierop te wijzen, immers hier werd namelijk de basis gelegd van de interdependentie tussen de grote bedrijven en de regering. Andere belangrijke veranderingen waarvan de oorlog de katalysator was, was het vergroten van de macht van de federale overheid en van de president, wat ook het beperken van de macht van het Congres betekende. In vijf jaar, vanaf 1940 tot 1945, breidde de regering uit van één miljoen naar drie miljoen achthonderd duizend ambtenaren, en het federale budget evolueerde van negen naar honderd miljard dollar. Het was dus werkelijk een grootschalige en veelzijdige verandering (Allner & Portis, 2000, 19-22).
1.4.4. Amerikaans multilateralisme. De redenen en gevolgen
Toen de oorlog gedaan was, opteerden de VS voor de creatie van talrijke instellingen om de geschillen tussen naties te beslechten. Zoals al eerder vermeld, ging het er namelijk over niet dezelfde fouten te begaan als na het einde van WO I, toen het Amerikaanse Congres het lidmaatschap van de VS in de Volkerenbond verwierp. Dit had bijgedragen tot het verzwakken van deze organisatie en het scheppen van een precaire toestand. De daaropvolgende economische crisis van de jaren dertig en het opkomen van dictatoriale en fascistische regimes die de aanloop maakten naar WO II zijn een bewijs daarvan. Het falen van de Volkerenbond maakte nog eens duidelijk dat het ontbreken van instanties om de verschillende internationale geschillen te beslechten, de destabilisatie van de internationale betrekkingen als gevolg had. Tegelijkertijd bleek het Amerikaanse isolationisme ook een gevaar voor de veiligheid van de VS en voor de hele wereld (Allner & Portis, 2000, 29).
Zo moest men zeker niet veel aan het toeval overlaten, of aan de goede wil van de andere staten, maar men moest zelf meer betrokken raken. Dit gebeurde dan ook. Zo betekende WO II voor de VS het nemen van verantwoordelijkheid om de wereldorde te stabiliseren en tegelijkertijd ook het beschermen van de Amerikaanse belangen in de wereld. En dat instellingen zouden opgericht worden om orde te brengen in de internationale betrekkingen. Talrijke organisaties werden opgericht; de VN die in 1945 ontstond, zou met andere woorden één van de vele internationale organisaties zijn die moest dienen voor het scheppen van een gunstig klimaat, voornamelijk ter bevordering en bescherming van de eigen belangen. Het International Monetary Fund (IMF), de Wereldbank en de North Atlantic Treaty Organisation (NATO) zijn andere instellingen die allemaal uit Amerikaans initiatief komen en die voor hetzelfde doel moesten dienen, op verschillende wijzen dan (Allner & Portis, 2000, 29-30).
De bedoeling van deze organisaties was de wereld stabieler en meer voorspelbaar te maken. Hier namen zeker het IMF en de Wereldbank een belangrijke plaats in. De sleutel voor de toekomstige stabiliteit was grotendeels afhankelijk van de mogelijkheid van de beslechting van de commerciële en financiële problemen tussen de naties, zonder de noodzaak van gebruik van geweld, militair of economisch. In deze logica werd het Bretton Woods systeem in 1944 bedacht, om zo een internationale instelling op te richten met als doel het coördineren van de financiën van de kapitalistische wereld, om zo de unilaterale devaluaties en protectionistische maatregelen die tot de crisis van de jaren dertig hadden geleid, tegen te gaan. De logica van al deze instellingen was het vestigen van een permanente instantie om de internationale monetaire problemen te regelen, het stijgen van het vertrouwen in de internationale handel, een sine qua non, voor een economische heropbloei, en het regelen van de schuldenproblematiek zonder verregaande gevolgen voor de nationale economieën en de internationale welvaart (Allner & Portis, 2000, 30).
1.5. De aanloop naar de Koude Oorlog
De Amerikaanse strategie tijdens de oorlog geeft min of meer een prefiguratie van de Koude Oorlog, en hoe die zou aangepakt worden. De houding van de Department of State was op dezelfde maat voor de Nazi's als voor de Sovjet Unie van Stalin; ze veroordeelden de Sovjet Unie als een communistische dictatuur en de Nazi's als ontoelaatbaar, omdat de Duitsers de grootste bedreiging vormden. De oorlogsalliantie van de VS en de USSR tegen een gemeenschappelijke vijand liet een korte rustpauze in de Amerikaanse anticommunistische politiek toe; het waren geallieerden door de omstandigheden maar nooit bevriende naties. Hierbij was de strategie van het Department of State overwegend realistisch (Allner & Portis, 2000, 22-23).
Na het verval van de Tokio-Berlijn as in 1945, achtte Truman de samenwerking met de USSR niet noodzakelijk. Hij deed alles om de Russische overwinning in Europa en Azië te beperken en om de oorlog in de Stille Oceaan exclusief als Amerikaanse overwinning te bestempelen. De spanningen tussen de VS en de USSR werden alsmaar groter. Truman was virulent tegen de houding van de Russen, vooral rondom de Poolse kwestie die, de afspraken en de goodwill van de conferentie van Yalta hadden ondermijnd. Het inzetten van de atoombom door Truman, om snel een einde te maken aan de oorlog en om het aantal Amerikaanse slachtoffers te beperken, deed de spanningen nog stijgen. Dat had plaats op een moment waarop Japan bereid was te onderhandelen om zo snel mogelijk uit de oorlog te geraken[9]. Het Sovjet leger was klaar om Japan binnen te vallen en men wou het kost wat kost als een Amerikaanse overwinning voorstellen. Het inzetten van de atoombom had ook een intimidatie-effect om meer toegevingen te bekomen aan de kant van de Russische diplomatie. Stalin zag dit als een soort 'blackmail' tegenover de USSR, waarbij het zoeken om over dergelijke wapens te beschikken werd gelanceerd. Het lijkt dat het inzetten van de atoombom niet de laatste actie van WO II was, maar meer als de eerste actie van de diplomatische Koude Oorlog kan worden beschouwd (Allner & Portis, 2000, 24-25; Moore & Pubantz, 1999,55-56).
Zo kwam de naoorlogse optimistische en vaak euforische visie over het bewaren van de vrede door de overwinnaars van de oorlog snel in moeilijkheden. Immers, de VS fungeerde als leider en verdediger van de liberale kapitalistische orde en dit stond diametraal het tegenovergesteld de USSR als leider van het dictatoriale communistische blok. In die periode was de politiek van de USSR in Oost-Europa ook geen reële militaire dreiging, maar eerder een uitdaging t.o.v. het Amerikaanse wereldleiderschap en de nieuwe wereldorde die de VS verdedigden en verkondigden. Na de Conferentie van Postdam hield Truman zijn vijandigheid tegenover de Sovjet invloedssfeer in Oost-Europa niet meer geheim. Deze nieuwe houding van Truman tegenover de USSR maakte de spanningen alsmaar groter. En om deze houding te rechtvaardigen, vooral voor dat deel van het publiek dat nog isolationistisch ingesteld was, werd het anticommunisme de ideologische rechtvaardiging van deze nieuwe politiek, waarbij men de invloed van de USSR in de wereld zoveel mogelijk probeerde te marginaliseren en te isoleren. Dit beleid van Truman was vooral unilateraal, en stuitte op een afkeer van meer dat zesenzestig procent van de Amerikaanse publieke opinie. Voor Truman was dan ook broodnodig om het grote gevaar van expansie van het communisme tegenover de democratische en liberale waarden aan de Amerikaanse bevolking duidelijk maken. Alleen door het zo voor te stellen, als een rechtvaardige strijd voor de bescherming van de fundamentele liberale waarden, konden het Amerikaanse publiek en het Congres overtuigd worden (Allner & Portis, 2000, 26-27; Moore & Pubantz, 1999, 64).
Trumans toewijding aan de verdediging van de westerse liberale democratisch orde was dan ook bijzonder groot, de Griekse crisis in 1946 indachtig. Deze crisis gaf aanleiding tot het verkondigen van de Truman Doctrine in 1947, een unilaterale steun aan volkeren die voor vrijheid en tegen onderdrukking vechten, waar ook in de wereld te ondersteunen. Volgens Truman, verdedigde deze doctrine de principes van de Charter van de VN, ook al werden de VN niet als centraal vehikel van het Amerikaans buitenland beleid ingezet. Hij vroeg aan het Congres $400 miljoen om vooral Griekenland te ondersteunen teneinde het hoofd te kunnen beiden aan de communistische tirannie gesteund door de USSR. De implicatie van het assertieve beleid van Truman was dat, een vreedzame wereld nog altijd mogelijk was onder het leiderschap van de VS, echter nu moest het door confrontatie en zonder samenwerking met het gruwelijke Stalinistische regime van USSR verwezenlijkt worden. Hij stelde het voor als een strijd tussen goed en kwaad, tussen vrijheid en slavernij. Het idealisme van Truman werd steeds als een morele kruistocht tegen het kwaad, het communisme beschouwd, zoals in deze uitspraak voor het Congres blijkt: "We are following a foreign policy which is the outward expression of the democratic faith we profess. We are doing what we can to encourage free states and free peoples throughout the world [...] and strengthen democratic nations against aggression" (Moore & Pubantz, 1999, 65) (Allner & Portis, 2000, 36-37; Moore & Pubantz, 1999, 62-65).
Dit beleid van Truman, werd vooral door de invloedrijke diplomaat en sovjetkenner, George Kennan, en het zuivere realisme van Dean Acheson, Trumans laatste Secretary of State, en veel anderen, geïnstitutionaliseerd als een Containment-beleid tegen het communisme en de invloedsfeer van de USSR. In hun ogen trachtte de USSR niet minder dan de totale ondergang van de VS en de democratische principes die ze verdedigde te bekomen. Ook de VN zouden niet overleven, tot dat de sovjetexpansie werd stopgezet. Het moralisme maakte plaats voor het realisme, en de VN werden steeds meer als 'impracticable' bestempeld. Acheson was zo te vinden voor een bescheiden rol van de VN, geen centrale rol aangezien de stijgende obstructieve houding van de USSR en daaruit het grote gevaar voor de VS en de westerse wereld. Deze ideologische rechtvaardiging van het sterke internationalisme van Truman werd nog verder gesteund en versterkt door de machtige belangen van de grote industriële bedrijven, die door de enorme winsten van de oorlogseconomie een isolationistisch beleid afkeurden (Allner & Portis, 2000, 37; Moore & Pubantz, 1999, 65-68).
1.5.1. Een Koude Oorlog confrontatie onder de vlag van VN. Het Koreaanse conflict
De spanningen liepen hoog op in de Koreaanse archipel, toen de noordelijke Democratische Volksrepubliek van Korea, gesteund door de USSR, de zuidelijke Republiek van Korea, gesteund door de VS, binnenviel. De archipel werd bezet door sovjet troepen ten Noorden van de 83ste parallel, en het Zuidelijke deel werd bezet door de VS. De officiële rechtvaardiging van de aanval was de hereniging van de archipel, maar Truman zag het als de 'Greece of the east', als een aanval die deel uitmaakte van een samenzwering van de USSR om heel Azië te veroveren en daardoor de liberale democratie overal ter wereld in gevaar te brengen. Hierbij werden de VN voor het eerst ingeschakeld als een legitimeringinstrument door het inroepen van hoofdstuk VII van het Charter van de VN om een militaire ingreep te legitimeren en aldus de Noord Koreaanse aanval te beschouwen als een schending van de collectieve veiligheid. Toen de VS de zaak voor de Veiligheidsraad voorlegden, was de USSR de Veiligheidsraad aan het boycotten, als protest tegen het toekennen van de permanente zetel in de Veiligheidsraad aan de Chinese Nationalisten die gevlucht waren naar Taiwan, in plaats van aan de Communisten regering van moederland China. Door deze toevalligheid konden de USSR geen veto uitspreken over de Resolutie van de VS om militair geweld te gebruiken (Allner & Portis, 2000, 46-49, O'Sullivan, 2004, 4; Moore & Pubantz, 1999, 69-78).
De VS zagen het Koreaanse conflict als een proef voor het bewaren van de vrede in de wereld en het instellen van het collectieve veiligheidssysteem van de VN. De VS probeerden het mandaat van de VN, om de status-quo ante te herstellen, te verruimen door een nieuw doel voorop te stellen, namelijk de vervanging van het Noord- Koreaanse communistische regime door een herenigde Korea met een democratisch regime met de VS als bondgenoot. Truman kon zo voor het eerst de VN gebruiken als een effectief instrument van de Amerikaanse diplomatie. Het verschafte de nodige legitimatie die de VS nodig hadden in het streven naar een globaal containment van de USSR-expansie. In deze periode konden de VS nog altijd rekenen op een meerderheid in de Algemene Vergadering. Deze meerderheid zou later vooral door de dekolonisatie verschuiven. Maar zolang de VS deze meerderheid genoten, probeerden ze die zo vaak mogelijk te gebruiken om het vetorecht van de USSR te marginaliseren. Het conflict bleef aanslepen, en de overweging van Truman om eventuele atoomwapens in te zetten, was een angstaanjagende shock voor de omringende en andere staten. Door deze vrees zette steeds meer zich in met voorstellen tot een staakt-het-vuren, zoals bijvoorbeeld de toenmalige Britse premier Clement Atlee, die een belangrijke rol speelde bij de onderhandelingen voor het uiteindelijke staakt-het-vuren (Allner & Portis, 2000, 46-49, O'Sullivan, 2004, 4; Moore & Pubantz, 1999, 69-78).
President Dwight Eisenhower, die na Truman de touwtjes in handen had, zette dit beleid verder en probeerde het nog verder te sterken door zijn New Look-beleid, een meer internationalistisch beleid dat veel meer economisch gericht was dan voordien. Zijn formule van de presidentiële campagne "K1 C2", Korea eerst, dan communisme en corruptie, verwoordde duidelijk de prioriteiten van het komende beleid van de VS. Nadat de Amerikaanse administratie uiteindelijk het herstellen van de antebellum scheidingslijn op de 38ste parallel in overweging nam, leidde dit tot het akkoord voor een staakt-het-vuren en het herstellen van de status-quo ante in 1953 onder de auspiciën van VN. De VS hebben zo de oorlog in naam van de VN gevochten, niet gewonnen maar ook niet verloren. De verdeling van Korea en de aanvaarding van het staakt-het-vuren in 1953 maakten een einde aan de oorlog tussen het communistische noorden en het kapitalistische zuiden, maar de Koude Oorlog tussen de VS en de USSR was nog volop bezig. Het Koreaanse conflict had belangrijke gevolgen voor de rest van de wereld. Daardoor werd het buitenlandse beleid van de VS steeds agressiever, dit onder invloed van de vrees voor het Spill-over effect, de dominotheorie. Door het risico van het vallen van één staat onder de invloed van de USSR, zou dat een kettingreactie met zich meebrengen, met als gevolg de totale desintegratie met onberekenbare gevolgen voor de vrije wereld. Maar uiteindelijk had het Koreaanse conflict vooral grote gevolgen voor het VN systeem als dusdanig. De VN waren een instrument geworden van de ene of de andere invloedssfeer. Ze hadden nog maar weinig te maken met het bewaren van de collectieve veiligheid, het was eerder een verregaand instrumenteren door de grote machten, hier door de VS, die tot ieders grote verbazing, zoals eerder aangehaald, niet door het Sovjet veto werden gestopt. De Koreaanse oorlog toonde aan dat de VN niet gepercipieerd werden als een instantie om vrede in de wereld te vestigen, maar eerder als een instantie wiens doel het in de eerste plaats was om de vrede te bewaren nadat een oplossing door het gebruik van geweld gevonden was (Allner & Portis, 2000, 53-59, Bertrand, 1997, 42-45; O'Sullivan, 2004, 4).
1.5.2. De marginalisatie van de VN door de VS. De Cuba crisis en het Vietnam oorlog
1.5.2.1. De kunst van het volgzaam zijn. De VN als een louter formeel element
De chronische sociale conflicten in Latijns Amerika, geërfd door de Spaanse koloniale structuren, werden tijdens het Koude Oorlog door de VS als een potentieel destabiliserend gevaar in zijn achtertuin ervaren. Dit zorgde voor talrijke (beruchte) interventies en undercover missies in haast alle Latijns Amerikaanse landen. En tot het einde van de Koude Oorlog werden de VN gemarginaliseerd in deze regio. Het toonde nog eens de futiliteit van de pogingen van de VN om de conflicten in deze gebieden op te lossen, wanner de doelen van de VS en de VN divergerend waren. Één van de ernstige crisissen voor de volledige internationale gemeenschap was de Cuba crisis van 1959-1962. Eerst liep de spanning hoog op tussen de VS en Cuba toen na de machtsovername van Fidel Castro (1959), die het corrupte en dictatoriale regime van Fulgencio Batista verving, Cubanen in ballingschap gewapend en gesteund door de lucht- en zeemacht van de VS bij de Bay of Pigs in 1961 landden. De Algemene Vergadering van de VN kon niets anders doen dan gewoon de lijn van de VS volgen over deze landing; de Veiligheidsraad was geparalyseerd als een van de permanente leden betrokken was, zoals het normaal was in de conflicten van de jaren vijftig en zestig (Bertrand, 1997, 46-51; Allner & Portis, 2000, 64-65; Moore & Pubantz, 1999, 125-130; O'Sullivan, 2004, 5; 8).
De ernstige spanning kwam met de rakettencrisis van 1962, toen bewijzen werden gevonden door de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Cuba raketinstallaties van de USSR bezat. Deze crisis leek de ultieme weerlegging van de collectieve veiligheid te brengen. Deze crisis leek de collectieve veiligheid bij de ultieme weerlegging te brengen, het ultieme conflict tussen de twee supermogendheden. De VN waren opgericht om deze collectieve veiligheid te handhaven, en toch was deze bij dit existentiële moment buiten spel gezet. Later werd door Kennedy beweerd dat de waarschijnlijkheid voor het inzetten van de nucleaire wapens één op vier was. Het was de beste illustratie van de onwil van Kennedy om strategische belangen aan de VN toe te vertrouwen. Alleen de Amerikaanse vertegenwoordiger bij de VN, Adlai Stevenson, maakte de case voor een rol van de diplomatie van de VN vooraleer elke militaire actie werd ondernomen. Kennedy vreesde voor publieke kritiek door zijn perplexiteit, maar zag toch een rol voor de VN, om zo de publieke kritiek af te leiden naar de VN, in geval de VS onpopulaire toegevingen moest doen. Hierbij dienden de VN een belangrijke rol voor de VS om de wereldopinie te overtuigen en het onderhouden van de open communicatie van de supermogendheden in het openbaar. Maar de uiteindelijke oplossing van het conflict gebeurde in het geheim tussen de USSR en de VS, buiten de instanties van de VN om. Dit conflict bracht ook een permanente 'hot line' tussen de White House en het Kremlin tot stand, en legde de basis van opeenvolgende stappen naar een minimale détente wat culmineerde in de Partial Test Ban Treaty van 1963. Nadat dit dispuut opgelost was tussen Kennedy en Kruschchev, kregen de VN de rol om de terugtrekking van de raketinstallaties van de USSR te superviseren. Het is dus duidelijk dat de VN geen belangrijke plaats kregen bij het oplossen van dit dispuut, dat essentieel was voor de collectieve veiligheid van de hele wereld, zeg maar de reden tot bestaan van de VN. Toch was dit de laatste keer tot de eerste Golfoorlog dat de VN voor het beslechten van belangrijke zaken een 'belangrijk' rol kreeg (Bertrand, 1997, 46-51; Allner & Portis, 2000, 64-65; Moore & Pubantz, 1999, 125-130; O'Sullivan, 2004, 5; 8).
1.5.2.2. De ontkenning van de eigen creatie. De rol van de VN in de Vietnam oorlog
De burgeroorlog in Vietnam was een veelzijdige situatie die te maken had met de strijd tegen de Franse koloniale overheersing, de wisselwerking van de communistische en de westerse democratische liberale ideologieën, buitenlandse interventies, en de verhoudingen van de twee supermogendheden in hun Koude Oorloog-ideologie. Niet alleen doordat er zo veel actoren rechtstreeks betrokken waren, zoals FR, VS, China, en USSR konden de VN onmogelijk als centraal beslechtingmechanisme gesteld worden, maar vooral omdat de VS voor de eerste keer dat uitdrukkelijk hadden uitgesloten zoals hieronder zal blijken.
Na een lange strijd had het Vietnamese volk voor het eerst in mei 1954 een grote overwinning geboekt op de Franse overheersing. Bij een conferentie gehouden te Genève, werden akkoorden ondertekend in juli 1954 waar Ho Chi Mihn, met een leger die twee derden van het land controleerde, door de USSR werd overtuigd om uiteindelijk tot een staakt-het-vuren met FR te komen. Het land werd tijdelijk in tweeën verdeeld (het ene deel, het zuiden, was waar de buitenlandse militaire basissen stonden) om na twee jaar door verkiezingen onder supervisie van de VN herenigd te worden. De VS steunden het Franse beleid in Indochina, want dat maakte deel uit van hun Containment strategie tegen het wereldwijde communisme. Toch erkenden de VS de uitslag van de verkiezingen, waar de communistische leider Ho Chi Mihn tachtig procent van de stemmen voor zich wist te winnen. Maar na deze verkiezingen begonnen de VS in Zuid Vietnam een leger op poten te zetten. Men mocht deze regio niet laten vallen ten prooi aan het communisme, want volgens de dominotheorie zou dat gevolgen hebben voor geheel Azië. De VS slaagden erin om een katholiek, Ngo Dihn Diem, aan de macht te brengen. Gesteund door de VS weigerde Diem de vorige verkiezingen te erkennen. Zijn beleid was anticommunistisch en antiboeddhistisch, waarbij zijn repressieve politiek de grote meerderheid van de bevolking uit het zuiden zeer snel vervreemdde en uiteindelijk naar een bloedige burgeroorlog leidde (Moore & Pubantz, 1999, 123-125; O'Sullivan, 2004, 5; Allner & Portis, 2000, 77-88; Gorman, 2001, 174-178).
Bij de escalatie van het geweld zocht het Vietcong, de regering van het Zuiderse deel steun bij de VS, zoals de Noord Vietnamese regering door de USSR was gesteund. Aldus raakten de VS verwikkeld in hun langste en vuilste oorlog ooit. Maar president Kennedy verklaarde in mei 1961 aan het Congres dat er maar één keuze bestond, deze tussen de vrijheid en de tirannie. Hij liet er geen twijfel over bestaan de rechtvaardige doel van de VS en dat een snelle overwinning tot de mogelijkheden behoorde. Vietnam werd beschouwd als een symbool van de Amerikaanse wil en de geloofwaardigheid van de VS als verdedigers van de vrije wereld stond hier op het spel. Alles liep echter verkeerd en de VS raakten al snel verwikkeld in een conflict met enorm veel verlies van mensenlevens en financiële kosten waarin ze geen uitweg zagen. Het bleef aan president Johnson om de troepen terug te trekken, mits elke steun aan deze oorlog zowel in het binnenland als wereldwijd aan het verdwijnen was. Een terugtrekking kon niet anders gaan dan met gezichtsverlies en met de enorme morele verantwoordelijkheid van de totale vernieling van een land voor generaties ver. De VN zouden geen impact op de Amerikaanse interventie hebben en zou ook geen noemenswaardige invloed hebben tijdens het conflict (Allner & Portis, 2000, 77-88; O'Sullivan, 2004, 5; Gorman, 2001, 174-178).
Ondanks de herhaaldelijke oproepen tot onderhandelen van de Secretaris Generaal van de VN, U Thant, bleef de VS potdoof. U Thant had zich tevergeefs persoonlijk voor de zaak ingezet. Dat bewijst alleen maar dat niemand het beleid van een permanent lid van de Veiligheidsraad kon tegenhouden, zeker niet als het om de machtigste van hen allen gaat. De VS waren enkel geïnteresseerd in de overwinning en niet in compromisoplossingen onder de auspiciën van de VN. Het gevolg was dat de VS zich niet neerlegden bij de organisatie van de VN - namelijk om op een ernstige wijze haar meest tragische onderneming binnen het kader van haar Containment strategie voor te leggen aan de VN - een organisatie die ze voornamelijk zelf had geschapen precies om deze geschillen te beslechten. Het zou pas bij de administratie van Johnson zijn dat de mogelijkheid tot multilaterale diplomatie onder de VN ernstig in overweging werd genomen. Al in 1966 brachten de VS de zaak bij op de Veiligheidsraad. Maar voor velen was het te laat, en de USSR zag de kans schoon om deze poging van de VS te ondergraven. Volgens hen moest dit opgelost worden in de context van de akkoorden van Genève. Ook andere landen steunden deze idee om een geschikt forum te organiseren om de akkoorden van Genève te kunnen implementeren. Zoals het gewoonlijk was tijdens deze periode, de Veiligheidsraad was geparalyseerd, en als beide supermogendheden elkaar tegenwerkten, ondergraven beiden hun eigen belangen in Zuidoost Azië. De uiteindelijke 'oplossing' van het Vietnamese conflict vond plaats buiten het kader van de organen van de VN. Het beëindigen van de oorlog was het resultaat van de nederlaag van de VS, de VN hadden daar heel weinig bijgedragen. De enige impact van de VN was geweest, dat het de publieke opinie gesensibiliseerd had. De Paris Peace Accords verschaften een legale context waarbij de VS zich konden verlossen van de nachtmerrie van Vietnam. De Koude Oorlog en het Vietnamese conflict, als een culminatie daarvan hadden verregaande gevolgen voor het functioneren van de VN. Het werd voor het eerst duidelijk voor de VS dat de VN niet altijd als een onfeilbaar instrument kon gebruikt worden om zijn doelen van de Koude Oorlog te verwezenlijken. Dit bracht een totaal nieuw tijdperk voor de verhoudingen tussen de VN en de VS (Bertrand, 1997, 51-52; Allner & Portis, 2000, 77-88; Gorman, 2001, 174-178; O'Sullivan, 2004, 5; Moore & Pubantz, 1999, 125).
1.6. De crisis van het multilateralisme. Drastische veranderingen tussen VS & VN
1.6.1. Inleidende beschouwingen
Sinds het Koreaanse conflict, waar de VN slechts nog formeel bij werden betrokken, was er een duidelijke trend die de marginalisatie van de VN tegenover het beleid van de VS alsmaar groter maakte. Enerzijds was dit omdat men tijdens deze periode tot een soort détente gekomen was tussen de twee grootste machten, door verscheidende directe onderhandelingen over wapenbeheersing in de jaren zeventig. De twee belangrijkste spelers van de wereldarena tijdens de Koude oorlog hadden geen nood aan de VN om hen samen te brengen tot vreedzame coëxistentie. Anderzijds waren de VN lang niet meer gedomineerd door een meerderheid uit het Westen. Het waren nu de ontwikkelingslanden, de pas onafhankelijke geworden staten door de dekolonisatie die de meerderheid in de Algemene Vergadering van de VN uitmaakten. Die verschuiving van de meerderheid, bracht als logisch gevolg dan ook andere punten op de agenda, zoals een New International Economic Order, tot groot ongenoegen van de Amerikanen (Bertrand, 1997, 58; Rivlin, 1995; O'Sullivan, 2004, 5-7).
Het was ook een periode van financiële crisissen, die een meer kritische houding tegenover het functioneren van de VN programma's door de VS meebracht. Vanaf hier waren de VN een arena van Noord Zuid confrontaties, en dus moeilijker om als instrument van het Amerikaanse beleid te kunnen gebruikt worden. Door deze verschuiving, met de steun van de ontwikkelingslanden, verwierf de USSR een heel invloedrijke positie in de Algemene Vergadering. Gradueel, toen de USSR en de ontwikkelingslanden de Algemene Vergadering van de VN domineerden, werden de VN en het multilateralisme in het algemeen een hot item binnen de VS. Hierbij ontstond een machtig anti VN kamp binnen het Congres, genoemd naar “reflexively anti-UN camp”. De invloed van deze groep vergrootte, toen de houding van de USSR en de ontwikkelingslanden meer en meer werd beschouwd als onverantwoordelijk gedrag binnen de VN, tegen de belangen van de VS in. De VN waren een ‘dangerous place” geworden. De positionering van de VS tegenover de andere landen werd steeds moeilijker, want er was moeilijk een duidelijk onderscheid te maken tussen echte en gepercipieerde dreigingen voor zijn belangen in de wereld (Bertrand, 1997, 58; Rivlin, 1995; O'Sullivan, 2004, 6-7).
Het ongeduld van het Congres over deze nieuwe verschuivingen in de internationale verhoudingen werd met de tijd groter. Men probeerde overal excuses te vinden om de Amerikaanse bijdragen aan de VN te saneren. En ondanks het feit dat het Congres misschien ook andere redenen voor ogen had, valt er zeker veel te zeggen over de inefficiëntie en de administratieve overrompeling van de VN administratie. De Amerikaanse bijdragen en het engagement tegenover de multilaterale instellingen waren sinds de jaren zeventig onder druk komen te staan, dit vooral tijdens de eerste termijn van de Reagan administratie. Dat kwam vooral doordat de verschillende agentschappen van de VN bijzonder onmachtig waren om de uitdagingen van de tijd aan te kunnen; hun uitvoering was inefficiënt en ineffectief. De Noord Zuid onderhandelingen over economische ontwikkelingen waren in een impasse geraakt, de lange onderhandelingen over het Maritiem Recht hadden niet kunnen leiden tot een verdrag met universele draagwijdte. Dan waren er nog de zwakke administratieve uitvoerbaarheid gekoppeld aan uit de hand lopende kosten en de verregaande politisering van deze agentschappen (Karns & Mingst, 1995, 410-411, Rivlin, 1995).
Deze gebreken van het VN establishment lokten veel kritiek zowel binnen als buiten de Amerikaanse regering, die internationale instellingen beschouwde als obstakels voor het bereiken van de doelen van het Amerikaans buitenlands beleid. Dat versterkte nog eens de antipathie voor deze multilaterale instellingen. Maar deze 'crisis van multilateralisme' in het buitenlands beleid van de VS heeft op een bepaald punt bijgedragen tot een bredere crisis van het multilateralisme in het VN establishment zelf. Ondanks het feit dat de Reagan administratie haar sterke antipathische houding tegenover het multilateralisme wilde milderen, was de schade al aangericht. Het wegvallen van de steun van het Congres om de broodnodige financiële bijdragen aan deze instellingen voor te zetten, schiep een lange termijn probleem, en niet onbelangrijk is, dat ook het budgettaire deficit van de VS daar de hand in had. Het zijn deze binnenlandse factoren, vooral het Congres (die we in hoofdstuk III nader zullen bekijken) die een cruciaal belang spelen bij het bepalen en het oriënteren van het buitenlands beleid van de VS tegenover de VN[10]. Maar ook deze internationale ontwikkelingen, zoals boven aangehaald en zoals we ze verder zullen trachten te bespreken, hebben een impact gehad op de houding van de VS tegenover de VN (Karns & Mingst, 1995, 410-411, Rivlin, 1995).
1.6.2. Het nader bekijken van de evolutie van de verhoudingen tussen de VS en de VN
Zoals eerder aangegeven waren de VN een heel belangrijk deel van het naoorlogse internationale establishment dat de VS als enige overblijvende politieke, economische en militaire supermacht tot stand had gebracht. Ondanks bepaalde tegenslagen, zoals de mislukking van de ratificatie van het charter van de World Trade Organisation in 1948, was de steun van het Amerikaanse establishment en de publieke opinie voor de VN en andere multilaterale instellingen behoorlijk sterk. Dit onder meer omdat de VN beschouwd werden op één lijn te zitten met de Amerikaanse belangen en zich nog steeds onder hun dominantie bevond. "On the whole, Washington has found the standards of the Charter in line with the United States interests, and for long in the happy position of having a majority of Members on its side both of the major organs and on most of the major issues" (Karns & Mingst, 1995, 412). Sinds de oprichting heeft de VS de VN gesteund als instrument van zijn buitenlandse beleid. De VN pasten bij de Amerikaanse belangen om algemene normen te schetsten van de verschillende instellingen die in overeenstemming waren met de Amerikaanse principes en belangen. De Amerikaanse houding tijdens de Koude Oorlog is echter geëvolueerd, maar op verschillende manieren trachten zowel Truman, Eisenhower en Kennedy, om hun doelen van Containment samen te smelten met hun houding tegenover de VN. Deze nauwe betrokkenheid van de VS met de VN en andere multilaterale instellingen diende dan ook de binnenlands politieke doelen van de VS, doordat ze het bijzonder moeilijk maakten voor de komende administraties om terug te vallen op een meer isolationistische beleid (Karns & Mingst, 1995, 412; O'Sullivan, 2004, 7).
1.6.2.1. De VN als instrument van selectieve legitimatie
Als de VN worden ingezet, dan tracht men het door een case-by-case principe om de Amerikaanse acties te legitimeren. De VS hebben de VN en de speciale agentschappen van de VN vaak gebruikt voor gezamenlijke legitimatie van zijn eigen optreden. Dit vooral in tijden van crisis, wanneer de nood veel groter was, zoals in het geval van de Koreaanse oorlog en de eerste Golfoorlog, en ook om de actie van de anderen te delegitimeren zoals de Franse, Britse en Israëlische bezetting van Suez in de jaren zeventig. Om deze reden waren de VN uitzonderlijk handig tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog en het proces van de dekolonisatie die heel moeizaam zou verlopen. De VN stonden hoog geplaatst op de agenda vooral voor deze collectieve legitimatie. De Iran crisis (de gijzeling van de Amerikanen) eind jaren zeventig en de eerste Golfoorlog bewijzen nog eens deze stelling. Belangrijk om op te merken is, dat de VS nog steeds de mogelijkheid hadden om stemmen voor zich te winnen, wat door de dekolonisatie en de uitbreiding van het VN lidmaatschap veel moeilijker, zoniet onmogelijk werd gemaakt. Dat bleef niet zonder gevolgen voor de verhouding van de VS en VN in de daaropvolgende jaren. Door deze verschuiving van de meerderheden in de VN instellingen na de jaren zestig werd het voor de VS veel moeilijker om steun en legitimatie te winnen voor hun acties bij deze gewijzigde internationale verhoudingen (Karns & Mingst, 1995, 412).
1.6.2.2. De houding van de VS tegenover verschillende agentschappen van de VN
De VS hebben geprobeerd nauwer betrokken te zijn bij de besluitvorming in verschillende belangrijke multilaterale instellingen zoal het International Monetary Found (IMF), de International Atomic Energy Agency (IAEA) en de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Gezien het feit dat de VS de grootste bijdrage geleverd had aan deze multilaterale instellingen, liet het niet veel twijfel dat die voor het bevorderen van de Amerikaanse belangen zouden gebruikt worden waar het nog kon. Zo zouden volgens de oorspronkelijke logica de VN en andere multilaterale organisaties gebruikt worden om de wielen van de nieuwe, pas ontstane wereldorde te onderhouden, en niet om deze wereldorde te vervangen door andere nieuwe wereldordes. Het gebrek aan een consensus over de basisprincipes van de veiligheidsaangelegenheden heeft in het algemeen de bijdrage van de VN voor de geschillenbeslechting ondermijnd. De VS heeft ook veel belang gehecht aan de VN peacekeeping, hoewel de politieke steun aan deze acties over de jaren heen continu is gedaald. Ongeacht de kommernis voor de rechten van de mens hebben de VS nooit ten volle de kern van het VN regime van de rechten van de mens omhelsd, hoewel het Congres de VN convenant van burgerlijke en politieke rechten 1992 uiteindelijk ratificeerde en dan in 1993 het convenant van de economische en sociale rechten. De VS hebben de VN instanties van de rechten van de mens sporadisch gebruikt, bijvoorbeeld in 1986 de resolutie betreffende religieuze discriminatie (Karns & Mingst, 1995, 413; Barry & Leaver, 1995).
Toch tot de jaren zeventig werden de VN nog steeds beschouwd als een belangrijk instrument van het buitenlandse beleid van de VS. Hoewel de VN een belangrijk instrument in de handen van de Amerikaanse diplomatie waren, werd het nooit als dusdanig als focal point in het Amerikaanse buitenlands beleid beschouwd. Tegelijkertijd bleven de handigheid van de verschillende agentschappen van de VN en andere multilaterale instellingen constant; hoewel het nut van de belangrijkste economische instellingen relatief afhankelijk was van de veranderingen in de internationale economische ontwikkelingen. Bijvoorbeeld, zowel de World Bank als het IMF wonnen meer aan belang in de jaren tachtig, door het uitstippelen van nieuwe normen van multilaterale ontwikkelingshulp, structurele hervormingen en de internationale schuldenproblematiek, waar wij verder meer aandacht aan zullen besteden (Karns & Mingst, 1995, 413-414).
1.6.3. De gevolgen van de internationale veranderingen op het Amerikaans beleid
Het gepercipieerde nut van de VN en zijn gespecialiseerde agentschappen is sterk beïnvloed door de mogelijkheid (bekwaamheid) van de Amerikaanse beleidsmakers om de procedures en de uitkomsten van deze instanties te beïnvloeden. Dit is afhankelijk van vele veranderende factoren. Het beeld dat de VN instellingen zouden helpen om de status-quo van de kapitalistische wereldorde te bewaren was gebroken door de stijgende onenigheid van de nieuwe opkomende lidmaatschappen van de VN. Na de periode van dekolonisatie hadden de VN de 185 leden bereikt en dat was een grondige verschuiving vanuit de 51 leden in 1945. Ook binnen de Veiligheidsraad was de manoeuvreerruimte van de VS geblokkeerd door vetos van de USSR. De noord - zuid contestaties over de allocatie van macht en welvaart schiepen een klimaat van brede ontevredenheid over de structuur van de wereldeconomie en -politiek. Als wereldleider van het geïndustrialiseerde Noorden, het centrum, waren de VS de eersten die weerstand moesten bieden aan de stijgende kritiek vanuit de ontwikkelingslanden, de periferie, over de oneerlijke en onevenredige verdeling van de wereldwelvaart tussen het Zuiden en het Noorden. Dit klimaat en de veranderingen in de VN organisaties, alsook de samenstelling ervan tijdens de dekolonisatie, hebben het heel moeilijk gemaakt voor de VS om deze organen alsnog als instrumenten van hun beleid te kunnen gebruiken[11]. Met grote frustraties als gevolg (Karns & Mingst, 1995, 414; Barry & Leaver, 1995).
Met andere woorden, de oprichting van het VN systeem heeft enerzijds de belangen en de invloed van de VS bevorderd en versterkt. Anderzijds heeft het tegelijkertijd de kiem geplant van zijn eigen marginalisatie. De VS realiseerde zich uiteindelijk dat het onmogelijk was om de VN en de gespecialiseerde agentschappen te controleren. Zij konden ook als vehikels voor de belangen van andere staten dienen en dit zou leiden tot de erosie van de macht van de VS. Dit werd alsmaar erger vanaf de jaren zestig, waarbij de meerderheid in de Algemene Vergadering van de VN de belangen van de ontwikkelingslanden weerspiegelde, verschillend van de belangen van de VS en waar de VS de meerderheid niet meer konden verzekeren[12]. Als gevolg van deze grondige verschuiving stelden de VS meer en meer het nut en de effectiviteit van de VN in vraag. Daaruit blijkt nog maar eens hoe belangrijk en determinerend de binnenlandse factoren zijn in het percipiëren van de relevantie en het nut van de VN voor de Amerikaanse belangen. De houding van de Algemene Vergadering tegenover de rol van de VS in verschillende Latijns-Amerikaanse landen en vooral in Vietnam was een andere factor die de erosie van de politieke en economische macht van de VS verergerde, en die ervoor zorgde dat de VS in de verdediging ging zitten, hoewel het vetorecht in de Veiligheidsraad de VS geruststelde dat de VN geen ingrijpende beslissingen konden nemen die hun beleid en belangen drastisch zou veranderen (Karns & Mingst, 1995, 414-415; Barry & Leaver, 1995).
Ook de opkomst van West-Europa en Japan als machtige economische spelers in de wereldarena, de formatie van coalities door de pas onafhankelijk geworden derdewereldlanden, de verzwakking van handel en de monetaire positie van de VS, de steeds grotere wordende interdependentie en de versterking van de militaire macht van de Sovjet Unie hebben hier hun bijdrage geleverd. Deze ingrijpende verschuivingen in het internationale systeem werden onder meer gesymboliseerd door de terugtrekking uit Vietnam en de opkomst van de OPEC, die een directe en duidelijke uitdaging betekende voor de VS en de rest van de Westerse wereld[13]. Belangrijk om op te wijzen is, dat in de naweeën van het Vietnam syndroom, het buitenlands beleid van de VS heel confuus werd, veel onduidelijker en bijgevolg minder krachtdadig en efficiënt om het wereldgebeuren nog behoorlijk naar eigen wensen te sturen (Karns & Mingst, 1995, 414).
1.6.4. Belangrijke VN-issues opvallend voor het beleid en de houding van de VS
1.6.4.1. Politisering van de VN instellingen en asymmetrische moraliteit
De werkwijze van de VN en de (on)bekwaamheid van de organisatie om bepaalde problemen aan te pakken is problematisch geweest voor het Amerikaanse establishment. Politisering van de verschillende agentschappen van de VN, het besluitvormingsproces en de administratieve inefficiëntie zijn enkele van de knelpunten die heel veel frustratie hebben veroorzaakt bij de Amerikanen. Door de politisering van de Algemene Vergadering en veel van de gespecialiseerde agentschappen van de VN ontwikkelingsprogramma's, betekende dit dat ze, in plaats van het bewaren van de naoorlogse wereldorde, ambities vertoonden om deze wereldorde radicaal te reformeren, dit in het nadeel van de macht van de VS en van de globale vrijemarkteconomie (Karns & Mingst, 1995, 416; Barry & Leaver, 1995).
Deze politisering van de verschillende gespecialiseerde agentschappen van de VN zorgde voor een toename van de beschuldigingen van de VS aan het adres van de VN. De Congresleden richtten hun kritiek vooral tot de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation, (UNESCO), als eerst en vooral een politieke organisati