| Transities in post-communistische staten: Kirgizië. (Miguel Coulier) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Kirgizië, een land met een indrukwekkende en idyllische natuur, een rijke nomadische traditie en een gevestigde clancultuur is pas in 1991 samen met de vier andere Centraal-Aziatische ‘stanrepublieken’, Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmenistan, onafhankelijk geworden van de net in duigen gevallen Sovjet-Unie. Voor 1991 werd het land de facto behandeld en bestuurd als een autonome provincie binnen Rusland. Zeventig jaar onder Russische hoede zou ingrijpende gevolgen hebben op economisch, politiek en sociaal vlak. Een volledige ommezwaai van de landbouw en industrie in het land, een plundering van de al beperkte voorraad grondstoffen, een indringende Russificatie maar ook de introductie van een grootschalig netwerk aan sociale infrastructuur die de levensstandaard gevoelig omhoog tilde. Rusland had als het ware zijn provincies gekoloniseerd. In 1989 bedroeg het aandeel Russen in Kirgizië, voor een aanzienlijk deel afstammelingen van de negentiende-eeuwse Russische kolonisten, ongeveer een indrukwekkende 25,9 procent van de totale bevolking. Naast deze Russen werd geleidelijk aan ook een deel van de inheemse bevolking geïncorporeerd in de bestuursstructuren. Deze uitverkorenen waren afkomstig uit geprefereerde en invloedrijke clans en families. Ze zouden de politieke elites opleveren die in 1991 te kampen zouden krijgen met een abrupte en onverwachte onafhankelijkheid van de republiek. In Kirgizië ontstond een zogenaamd presidentieel familieregime met Askar Akaev als president. Hij werd in 1990 aangeduid door het parlement en een jaar later via directe verkiezingen door de bevolking hierin bevestigd. Kirgizië kreeg net zoals de andere stans tijdens de eerste jaren van onafhankelijkheid te maken met een spectaculair socio-economisch verval. De afhankelijkheidsrelatie met Rusland inzake handel, kapitaal en technologie viel plots weg. Het productieniveau nam af met 60%, terwijl de landbouwproductie met 80% naar beneden donderde. Er was een gigantische stijging in de werkloosheid en de armoede, de inflatie was torenhoog, alle economische banden met het grote Rusland waren doorgeknipt en er was een tekort aan allerlei belangrijke producten zoals voedsel en olie.


Twee voormalige communistische ‘blokken’ maken sinds de val van de Sovjet-Unie belangrijke transities door. Enerzijds hebben we de grote verzameling van de Oost-Europese staten en de Baltische staten die onder aantrekkelijke impulsen van toetreding tot de NAVO en de Europese Unie ingrijpende politieke, economische en sociale hervormingen hebben doorgevoerd. Anderzijds hebben we de Centraal-Aziatische landen en de landen van de Kaukasus. Ze werden langer dan het eerste ‘blok’ in de invloedssfeer van Rusland gehouden, maar zijn onder internationale en nationale druk de laatste jaren ook aan ingrijpende evoluties onderhevig. De post-communistische landen in Centraal-Azië kwamen na de onafhankelijkheid aan het startpunt te staan van belangrijke natie-staat opbouw-processen. De mix van etniciteiten, de arbitrair getrokken grenzen, de ingeweken Russen en hun inwortelingspolitiek en dergelijke meer vereisten na de plotse onafhankelijkheid reconstructie en constructie van de natie en de staten. De groeiende internationale interesse begin jaren negentig bracht ook democratiseringsprocessen op gang. Concepten van good governance en civil society deden hun intrede in onderzoek en ontwikkelingsprojecten in de verschillende staten van Centraal-Azië. Kirgizië, het ‘Zwitserland van Azië’ of ‘eiland van de democratie’, speelde er handig op in en zou internationaal lang bekend staan als een geslaagd voorbeeld van transitie en democratisering. Akaev zette snel een indrukwekkend aantal politieke, economische en sociale hervormingen in om de problemen in het land op te lossen. Privatisering, liberalisering en andere economische ingrepen gecombineerd met een democratisering op politiek en maatschappelijk niveau moesten het land op de goede weg zetten. Midden jaren negentig werd het mooi imago echter beschadigd. Economisch zat het land nog altijd niet op de goede weg, corruptie en patronage op basis van regionale en familiebelangen hielden het land in een houdgreep en de levensstandaard bleef maar dalen. Het discours en de ronkende verklaringen rond het ‘eiland van de democratie’ verloren stilaan de façade en de resultaten van de hervormingen en het democratiseringsproces bleven uit. Alles zou zorgen voor een stijgend wantrouwen en scepticisme bij zowel de bevolking als tussen de oppositie en de regering. Het toenemende autoritaire en repressieve karakter van de staat zou zijn hoogtepunt bereiken tijdens de frauduleuze verkiezingen van februari 2005. De oppositie en de bevolking zetten de president via een reeks van grote en vaak gewelddadige demonstraties onder druk om ontslag te nemen en de verkiezingen ongeldig te laten verklaren. Deze massaprotesten werden snel een revolutie genoemd, en kregen naar analogie van de andere kleurenrevoluties in Oekraïne en Georgië de naam ‘Tulpenrevolutie’ of ‘Roze Revolutie’. Het zou resulteren in een verdrijving van Akaev en de aanstelling van de nieuwe interim-president Kurmanbek Bakiev, ex-premier en leider van de grootste oppositiebeweging. Hij ging een alliantie aan met zijn voormalige politieke tegenstander, Kulov, en behaalde ondermeer hierdoor bij de verkiezingen van juli 2005 een indrukwekkende overwinning. In de maanden hierna werd Bakiev officieel de nieuwe president en Kulov de premier van het land.
In onze hypothese gaan we ervan uit dat deze revolutie het culminatiepunt is in de transitie van Kirgizië, het slotstuk van meer dan een decennialange politieke, economische en sociale ontwikkeling, het eindpunt van de evolutie van een communistische provincie naar een eigen onafhankelijke volwaardige natiestaat, het einde van een staatsontwikkelingsproces en de start van een volwaardige staat. We onderzoeken in welke mate deze hypothese strookt met de werkelijkheid en of deze ‘revolutie’ uiteindelijk een echte revolutie kan genoemd worden of eerder een evolutie is in een transitieproces dat nog steeds aan de gang is en nog een eindje zou kunnen duren. We gaan na hoe het transitieproces in Kirgizië verlopen is sinds de val van de Sovjet-Unie. Specifiek kijken we op welk vlak de transities zich hebben voorgedaan, of we enkel kunnen spreken van een (socio-) economische transitie of het volledige veld van de democratisering kan worden bestreken en we ook van een politieke transitie kunnen spreken.
Ons onderzoek – transities in post-communistische staten: Kirgizië – zal dus volgende deelvragen behandelen:
Hoe verloopt het transitieproces in Kirgizië tot op heden? Wat zijn de politieke, economische en sociale ontwikkelingen sinds de val van de Sovjet-Unie?
Is de Tulpenrevolutie het sluitstuk van deze transitie of is het een fase in de transitie? Hoe zag het beginpunt van de transitie eruit en is het eindpunt nu bereikt?
Hoe ziet de huidige staat in Kirgizië eruit, vijftien jaar na de onafhankelijkheid en is er überhaupt sprake van een staat in de klassieke Weberiaanse definitie?
Het werk moet een duidelijk beeld opleveren van de evolutie die Kirgizië doormaakt sinds de onafhankelijkheid. Transities in post-communistische staten worden meestal besproken als het om Oost-Europese staten betreft. Onderzoek of studies van het transitieproces in Centraal-Azië en de Kaukasus worden in hoofdzaak gesitueerd op een regionaal niveau, eerder dan op een nationaal niveau of toegepast op een specifieke staat. Het is niet de bedoeling om een regionale vergelijking te maken. We beperken ons tot het land Kirgizië hoofdzakelijk door het tekort aan kennis over de andere stanrepublieken en de beperkte omvang van dit werk. Een gedetailleerde en uitgebreide synthese van het land en zijn transitie is dus het hoofddoel. Het onderzoek moet op dit vlak zijn relevantie tonen en de interesse van menig onderzoeker en niet-onderzoeker opwekken voor de regio en meer bepaald voor het land zelf. Kirgizië is geen frequent subject in de (Nederlandstalige) politieke literatuur, en dit hiaat bepaalt ook grotendeels de keuze ervoor. De politieke actualiteit van het land het voorbije jaar is een andere belangrijke determinant voor de optie Kirgizië.
Voor dit onderzoek wordt geopteerd voor een literatuuronderzoek met een focus op studies en werken in verband met de nationale en regionale ontwikkelingen in het land. Veldonderzoek wordt uitgesloten als overbodig en niet geschikt als methode om de hoofdvragen op te lossen. Experts en betrokkenen kunnen relevante en aanvullende informatie of originele uitgangspunten en interpretaties aanreiken. Deze contacten of interviews zijn eerder een instrument als aanvulling op de analyse van de literatuur, dan op zich als methode te dienen.
In een eerste deel van het werk wordt kort ingegaan op de relevante literatuur in verband met transities. Deze literatuur dient als een belangrijk startpunt en laat zien welke aspecten en dimensies van belang kunnen zijn in een transitie. Dit deel wordt afgesloten met een conceptuele verduidelijking met als bedoeling de lezer duidelijk te maken wat de betekenis van cruciale termen is in dit onderzoek. Het tweede en grootste deel van dit werk gaat over de transitie van het land in de praktijk. Via een duidelijk afgebakende structuur in tijd en ruimte wordt duidelijk wat de situatie van het land is tijdens de eerste jaren van onafhankelijkheid, wat de oorzaken hiervan zijn en hoe het land zijn plotse situatie van onafhankelijkheid heeft aangepakt. Er wordt duidelijk beschreven hoe de transitie verlopen is en op welke momenten de ommezwaai heeft plaatsgevonden. Een gezond evenwicht tussen de invloed van actoren als de invloed van structuren laat zien dat in het Kirgizische transitieproces de klassieke tweedeling overstegen kan worden. We sluiten de uitgebreide bespreking van vijftien jaar lange transitie van het land af met de Tulpenrevolutie. We gaan in op de aanleiding, verloop en resultaten van deze derde kleurenrevolutie en sluiten af met een bespreking en een eerste kleine evaluatie van de situatie één jaar na deze revolutie. Een derde deel toetst de theorieën en concepten uit het eerste deel aan de realiteit beschreven in het tweede deel. We gaan na wat deze theorieën kunnen betekenen in het transitieproces van Kirgizië en proberen enkele bedenkingen te maken bij het ganse verloop. We vervolledigen het werk met een samenvattend besluit.
2.1 Overzicht
De comparatieve politieke studie heeft de laatste vijfentwintig jaar twee belangrijke subwetenschappelijke takken ontwikkeld; de transitologie en de consolidologie, respectievelijk de studie van transities van autocratische naar democratische systemen en het onderzoek naar de voorwaarden waarin een bepaald regime zijn stabiliteit kan behouden. Beide takken zijn gegroeid uit de reeks van democratiseringstheorieën van de jaren zestig en zeventig (Lipset, Moore, Dahl, …). Een eerste belangrijke mijlpaal is de paper van Rustow, ‘Transitions to Democracy: Toward a Dynamic Model’ uit 1970, en een tweede de studie van O’Donnel en Schmitter, ‘Transitions from Authoritarian Rule: Tentative Conclusions about Uncertain Democracies’ uit 1986.[1] Beide papers en aanverwante studies deden pogingen om de democratiseringsgolf in Latijns-Amerika en hieropvolgend in Zuid-Europa te verklaren en vergelijken. Transities worden in deze studies gespecificeerd als de overgang van een militair naar een democratisch regime. Het leverde ganse theorieën op over de invloed van elites, een militair regime als beginpunt van een transitie, de betekenis van een pact om de overgang in te zetten, enzovoort… Vergelijkingen tussen beide regio’s bleef echter moeilijk door verschillende historische, sociale, politieke en economische aspecten van een land. Enkele theoretici opperen dan ook de idee om helemaal niet te vergelijken tussen regio’s en om binnen de regio zelf comparatieve studies te maken (Morlino, Nodia). Ze sluiten een algemene democratiserings- of transitietheorie uit omdat het onmogelijk is een theorie te creëren die alle gevallen kan verklaren, zeker met het oog op de nieuwe transities van post-communistische landen in Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië.[2]
Huntington heeft ook een belangrijke bijdrage geleverd aan de democratiseringstheorieën door ondermeer een reeks van democratiseringsgolven te beschrijven.[3] Een eerste golf heeft voor de democratisering van Amerika en een deel van Europa gezorgd. Een tweede veel kortere golf van democratisering ving opnieuw aan met transities in Europa en eindigde begin jaren zestig met het omverwerpen van de militaire regimes in Latijns-Amerika. Een derde reeks startte met de democratisering van Zuid-Europa, gevolgd door transities in Latijns-Amerika en Azië, en eind jaren tachtig met de transities in de voormalige communistische landen. Iedere golf eindigde met een paar gevallen van ‘omgekeerde transitie’; een terugval op autoritaire systemen: Italië op het einde van de eerste golf toen Mussolini aan de macht kwam, en een reeks van militaire coups eind jaren zestig, begin jaren zeventig als afsluiter van de tweede golf.[4] Huntington erkende de dynamiek van transities en stelde een methode op om de landen in hun dynamiek en evolutie te vergelijken. A en D stonden respectievelijk voor een lange periode van autoritarianisme en democratie, a en d voor een korte periode. Huntington kon op deze manier de transitie van een land zowaar omzetten in een ‘formule’ en zodoende ook rudimentair vergelijken.[5]
Een laatste belangrijke en meer recente studie komt van Linz en Stepan, ‘Problems of Democratic Transitions and Consolidation:Southern Europe, South America, and Post-Communist Europe’.[6] Ze combineren beide subtakken van de comparatieve politiek en onderzochten hoe transities van een ‘niet-democratisch’[7] naar een democratisch systeem gebeuren en hoe dit democratisch resultaat wordt geconsolideerd. Een cluster van vijf verweven en elkaar versterkende voorwaarden moeten vervuld worden opdat het volledige transitieproces zou worden geconsolideerd. Deze vijf zijn een vrije civiele maatschappij, een autonome politieke wereld, een situatie van gerechtigheid, een staatsbureaucratie en een geïnstitutionaliseerde economie. Linz en Stepan maken ook een conceptuele uitwijding specifiek over post-communistische landen en wijzen op het ‘simultaniteitsprobleem’ waardoor deze staten verschillen met Latijns-Amerika en Zuid-Europa. Deze landen ondergaan niet alleen een transitie naar democratie, maar tegelijk een transitie naar een vrijemarkteconomie. In een studie van Offe wordt dit uitgebreid en aangeduid als de ‘triple transition’. Om een succesvolle transitie door te maken moet die gebeuren op drie niveaus: economisch, politiek en in enkele gevallen via de vestiging van een waarde en normenkader voor de staat.[8] Het politieke luik gaat over constitutionele hervormingen en de creatie van een nationaal staatsapparaat. Economische transitie impliceert een transformatie van een centrale planning naar een vrijemarkteconomie en de omkadering van de staat verwijst naar processen van identiteit en natievorming, territorium en een sociale en culturele omkadering voor de staat. Deze drie simultane processen waren en zijn nog steeds een belangrijke en grote uitdaging voor post-communistische staten in vergelijking met de democratisering in andere aangehaalde regio’s als Latijns-Amerika en Zuid-Europa.
2.2 Toepasbaarheid op post-communistische landen[9]
Area studie-specialisten opteren ervoor om de processen in voormalige communistische landen niet met de andere grote transities en democratiseringen te vergelijken. Ze wijzen op de specifieke historische en socio-economische kenmerken van de verschillende landen. Deze kenmerken zijn inderdaad belangrijk maar sluiten het gebruik van de rijkdom aan debatten en studies over transities niet uit. Niet alles is even bruikbaar, maar er zijn zeker een aantal belangrijke discussies en concepten toepasbaar op de post-communistische landen, in tegenstelling tot de beperkte focus van de area studies.
De verscheidenheid aan ‘pacttheorieën’ zijn voor de voormalige communistische landen en specifiek voor Centraal-Azië niet relevant in zijn geheel. De republieken zijn op een onverwacht moment onafhankelijk geworden en hebben een geheel nieuwe staat willen creëren die zich afzette en onderscheidde van zijn functie als autonome provincie binnen de SU. De onafhankelijkheid werd niet bezegeld met een pact tussen de nieuwe en de oude machthebbers. In de meeste gevallen werd het staatsapparaat voor een groot deel opnieuw ingevuld zonder veel rekening te houden met de elites van het oude regime, elites die werkten in dienst van de grote Russische macht. De onafhankelijkheid betekende een breuk in al zijn facetten zonder dat er op hoog niveau afspraken werden gemaakt. Een belangrijk deel van deze ‘pacttheorieën’ wijst daarenboven nog es naar de rol van elites in het in gang steken van een revolutie of transitie en in het consolideren van het nieuwe regime. Deze beslissende functie kunnen we dus dan wel weer toepassen op de post-communistische regio.
De actor-structuurdebatten kunnen ook wat materiaal opleveren om op Centraal-Azië toe te passen. De actoren kunnen bijvoorbeeld de net aangehaalde elites zijn, maar ook de bevolking of lokale populaire figuren die een rol hebben gespeeld in de transities. Structuur en cultuur zijn eveneens belangrijk. Internationale actoren zoals de internationale financiële instellingen kunnen ook een invloedrijke speler worden, wat zal duidelijk worden in het geval van Kirgizië. Het zeventig jaar durende Sovjetsysteem heeft daarnaast ook zijn ingrijpende en bepalende invloed gehad, idem als de traditionele tribale cultuur. Beiden hebben in Centraal-Azië het verloop en de invulling van de transitie vorm gegeven. Dit brengt ons bij de definitie van een begin- en eindpunt. De transitietheorieën gaan vaak over de overgang van een militair systeem naar een democratie en zijn dus in die zin niet toe te passen op Centraal-Azië. In ons geval is dus vooral de bepaling van het eindpunt of doel relevant: een evolutie naar een democratie of een terugval op een autoritair systeem? Komen alleen landen die een transitie naar een westerse interpretatie van democratie ondergaan in aanmerking? Hoe staat het met het aandeel van mislukte transities in het theoretisch discours? Is een transitie naar een personeel regime met een vrijemarkteconomie mogelijk en kan dit al dan niet succesvol worden genoemd? Het probleem in het ganse discours is vaak dat landen geëvalueerd worden aan de hand van concepten en theorieën die afgeleid zijn uit een reeks van succesvolle transities zonder zich af te vragen of ze al dan niet toepasbaar zijn in latere transities en nieuwe concepten zich niet moeten aandienen. Vaak is er ook onvoldoende empirisch bewijs om sterke conclusies te kunnen formuleren en weten de onderzoekers te weinig af van de regio. Puzzelwerk en conceptuele vaagheid mag niet boven de eenvoudige niet-toepasbaarheid worden geplaatst.
De comparatieve politiek heeft zoals aangetoond een aantal interessante theorieën en concepten opgeleverd, maar men moet zich voortdurend afvragen of het kader en de termen nog kloppen of niet. Met moet in sommige gevallen durven toegeven dat historische, culturele en socio-economische kenmerken zodanig verschillend en uniek zijn dat een incorporatie in het transitiediscours serieus wringt en de facto onmogelijk is. Aan de andere kant moeten specialisten in bijvoorbeeld communistische landen vergelijkingen toelaten, theorieën durven gebruiken en zich niet beperken tot uitgebreide historische beschrijvingen van één land. Beide kunnen elkaar dus versterken: de specialisten geven uitgebreide en gedetailleerde informatie door om de theorieën te testen, transitietheoretici reiken een conceptueel kader aan om deze informatie te kaderen en inter- en intraregionale vergelijkingen te construeren.
2.3 Conceptuele verduidelijking
Voor we enkele toepasbare indicatoren afleiden uit de comparatieve politiek in het geval van Kirgizië gaan we eerst in op een aantal belangrijke begrippen. Het is geenszins de bedoeling het ganse theoretische en politieke discours rond deze concepten te vertellen, maar we willen duidelijk maken wat we in dit werk zullen verstaan onder deze verschillende termen.
Ten eerste nemen we de definitie van Offe in verband met de drievoudige transitie over; politieke en economische transitie naast simultane nieuwe omkadering en identiteitsvorming.[10] Consolidatie is de verzameling van methoden en technieken die de aan de macht zijnde politieke elite aanwendt om de stabiliteit en continuïteit van het regime te garanderen. We beperken ons niet tot consolidatie van een democratisch regime, en zien het in brede zin, dus als bevestiging van een regime, met welke vorm of inhoud dan ook.[11] Deze vorm kan variëren van democratie tot autocratie, van een dictatuur tot een autoritair systeem of nog andere vormen aannemen. Democratie definiëren we heel klassiek maar vaag als een systeem van regeren voor en door de bevolking. Dit kan op basis van een vertegenwoordigingssysteem op nationaal, regionaal of lokaal niveau, rechtstreeks of onrechtstreeks. Het politieke en socio-economische beleid dat gevoerd wordt, gebeurt op een rechtvaardige manier en sluit niemand uit van de ontstane kansen en voordelen. Dit beleid moet via verschillende mogelijkheden kunnen gecontroleerd en geëvalueerd worden, bijvoorbeeld via verkiezingen, via juridische weg of door meer rechtstreekse controle vanuit de civiele maatschappij. De invulling en uiterlijke vorm kan uiteraard sterk variëren[12], maar we zien dit als een voordeel en een poging om al te Westerse invullingen van democratie als vanzelfsprekend te nemen. Dit sluit geen kritische morele benadering uit en heeft tegelijk de bedoeling een persoonlijke beoordeling op aanvaardbaarheid te vermijden. Als democratie in onze gebruikte definitie hoofdzakelijk aan het nut voor de bevolking wordt gekoppeld moet men opletten met wat men hier als aanvaardbaar en nuttig zou kunnen bestempelen voor een bepaald land. Dit wordt geen eenvoudige taak door onbewuste en inherente subjectiviteit wat een concept als democratie betreft.
Verder verduidelijken we nog enkele concepten die van belang zullen zijn in het geval van Kirgizië. Doorheen dit werk wordt duidelijk in welke mate ze voorkomen en hoe ze evolueren. In een laatste overzichtelijk deel gaan we er wat gedetailleerder op in. Ten eerste wordt autoritarianisme gedefinieerd als het geloof in en de uitoefening van top-down-autoriteit zonder rekening te houden met een vorm van goedkeuring door de bevolking waardoor een autoritair systeem legitimiteit ontbreekt. Een autoritair systeem wordt totalitair wanneer het aan de hand van een uitgebreid veiligheidsapparaat en via dubieuze juridische praktijken een repressiebeleid voert ten aanzien van de pers en de bevolking. Autoritaire systemen hebben op dat vlak nog een aantal economische, religieuze of andere vrijheden. Een dictatoriaal regime is een systeem waarin één man alles te zeggen heeft en op geen enkele manier gecontroleerd wordt.[13] Een combinatie van democratie en autoritarianisme wordt een voorbeeld van een hybride democratie genoemd, of ook nog een façade democratie.[14] Aan de oppervlakte en dus formeel lijkt het een democratie en wil de politieke elite het ook zo laten uitschijnen, maar in de realiteit is de regeringsstijl eerder autoritair en maalt de elite niet om democratische waarden. De elite wordt gedefinieerd als een kleine groep mensen die de politieke of economische macht op een nationaal en regionaal niveau in handen heeft en het beleid van de regering en het land bepaalt. Ten slotte gaan we nog even in op het begrip revolutie. Een revolutie wordt gekenmerkt door een abrupte vaak gewelddadige massamobilisatie met als doel niet alleen de regerende elite omver te werpen, maar ook het ganse systeem om te gooien. Het staat in die zin tegenover evolutie; een reeks van graduele hervormingen waardoor het politiek-sociaal systeem gewijzigd, maar niet omvergeworpen wordt.[15]
3.1 PRE-ONAFHANKELIJKHEID
De ontwikkelingen sinds de onafhankelijkheid kunnen niet los gezien worden van de decennia of eerder eeuwen geschiedenis die het Kirgizische volk bezit. De pre-russische nomadische cultuur en de wisselwerking met andere grote rijken (Mongolen, Hunnen, Chinezen, …) hebben tot op vandaag zijn inwerking op bijvoorbeeld maatschappelijke structuren en op processen van identiteitsvorming, zowel op lokaal alsook op nationaal vlak. Onder andere deze religieuze en tribale interacties hebben de noord-zuidverdeling mee inhoud gegeven. Naast deze invloed kunnen we natuurlijk ook de Russische overheersing niet negeren als we het over het huidige onafhankelijke Kirgizië hebben. De tsaristische invloed bleef al bij al beperkt, maar het Russische revolutionarisme en de definitieve Bolsjewistische overwinning hebben de ganse Centraal-Aziatische regio grondig gereorganiseerd. De daarop volgende zeventig jaar zouden de politieke, economische en sociale basis leggen waarop Kirgizië zijn rol als nieuwe onafhankelijke staat zou invullen.
3.1.1 Pre-sovjet: de Kirgizische nomaden[16]
Ex-president Askar Akaev bleef er tijdens zijn vijftien jaar bewind voortdurend op hameren hoe belangrijk de geschiedenis van het Kirgizische volk is en hoe ver ze in het verleden reikt.[17] Zijn kleine volk kon de voortdurende buitenlandse invasies van ondermeer de Hunnen, Turken, Oeigoeren en Mongolen verschalken via opsplitsing en migratie, en verenigde zich na enkele eeuwen uiteindelijk op eenzelfde grondgebied in het noordwesten van Mongolië. Het waren pastorale nomadenstammen, een manier van leven die niet uitzonderlijk was in die tijd. De Kirgizische Enisei-stammen stapten langzaam af van hun nomadische levensstijl en begonnen die te combineren met matige irrigatielandbouw en veeteelt. Hun ‘samenleving’ was verdeeld in drie groepen: vrije boeren, een vorm van adel met privileges en slaven. In het oostelijke deel van het Tien Shan-gebergte werd in de tweede eeuw het ambitieuze ‘vorstendom van Kirgiezen’ opgericht dat zich enkele eeuwen later tot een sterke staat ontwikkelde en een noordelijke expansie onderging tot aan de grenzen van China en Siberië. Deze periode die van korte duur zou zijn wordt in de historische literatuur aangeduid als de ‘periode van de Kirgizische grootmacht’. De stammen stonden onder feodale leiding en zouden zich militair sterk verbeteren. De Kirgiezen vormden eveneens een confederatie met Turkse, Mongoolse en Siberische stammen, maar evolueerden nooit tot een groot rijk en zouden in de dertiende eeuw opgesplitst worden in kleine feodaal-tribale territoriale entiteiten.
De eeuwen daarop tot aan de vijftiende eeuw zou het huidige Kirgizië gedeeltelijk overheerst worden door opeenvolgend de Kharatiden[18], de Mongolen en de Turken. Gedurende de zeventiende eeuw konden ze zich weer verenigen, ontwikkelden ze meer en meer een politieke en administratieve structuur en zien we verdere tekenen van sedentarisatie. De familie en tribale associaties werden de basis van hun overkoepelende organisatiestructuur. Deze zou opnieuw uit elkaar vallen toen in de achttiende eeuw het gebied overheerst werd door de Chinezen en zwaar bedreigd en gedeeltelijk ingenomen werd onder het Kanaat van Kokand.[19] Het Kokandrijk strekte zich uit over het huidige Oezbekistan, Tadzjikistan en het zuiden van Kirgizië. De eerste grote tekenen van een noord-zuidverdeling begonnen zich hier reeds te manifesteren. Het zuiden werd volgens de administratieve verdeling van het kanaat volledig geïntegreerd en regionaal onderverdeeld in verschillende kleinere districten, het noorden kreeg helemaal geen regionale opsplitsing en werd slechts gedeeltelijk geïntegreerd in het rijk. Het zuiden van het huidige Kirgizië werd in tegenstelling tot het noorden sterk geïslamiseerd. Geleidelijk aan ontstond er een symbiose van elementen uit de islam gecombineerd met traditionele gebruiken en voorschriften.
Het kanaat zou geplaagd blijven door voortdurende interne rebellies en bedreigingen van andere kanaten (Boechara en Khiva), maar kon door een gerichte verdeel-en-heerspolitiek toch in stand worden gehouden. Pas bij de Russische uitbreiding in de jaren zeventig van de negentiende eeuw en een reeks van burgeroorlogen en etnische conflicten verloor het rijk grote delen en hield het op te bestaan.
3.1.2 De Russen komen: tsaristische periode
Gedurende de jaren vijftig en zestig had de tsaar verschillende stammen nog bescherming aangeboden tegen Kokand in ruil voor hun trouw, maar in 1876 kwamen de Russen definitief binnen en veroverden ze het ganse gebied.[20] De tsaristische invloed bleef bij aanvang beperkt tot een administratieve overheersing. Er werden overal militaire gouverneurs geplaatst en Russische en parallelle lokale autoriteitsstructuren opgericht. De Russen intervenieerden slechts in zeer beperkte mate en lieten de traditionele elites voor orde en controle zorgen. De patrimoniale en tribale basis om de maatschappij te structuren en organiseren bleef echter bepalend. De belangrijkste clanverschillen werden niet aan de kant gezet en bleven dus behouden. De Kirgiezen bestonden uit twee grote federaties; enerzijds had men de grootste ‘federatie van de dertig zonen’ of Otuz Uul, die nog es opgesplitst was in een linker- en rechtervleugel; en anderzijds was er de tweede grote federatie of Ichkilik. Elke federatie is op zijn beurt onderverdeeld in subclannen. Beide federaties bleven ondanks de gemeenschappelijke taal en cultuur door economische en territoriale onenigheden apart bestaan.[21]
Spanningen tussen de Russen en de lokale bevolking traden pas op naar het einde van de eeuw toe. De massaal ingeweken Russen palmden de beste gronden in en botsten met hun sterk sedentaire landbouw op de nog steeds in hoofdzaak nomadische werkwijzen van de Kirgizische stammen. De Russen zorgden voor een groeiende verstedelijking en verdrongen de lokale bevolking naar de armoede. Hier en daar braken vooral in de landbouwgebieden korte incidenten uit, maar er was nooit echte sprake van een heuse revolte. Kleine strubbelingen werden snel de kop ingedrukt en vergeten. Het revoltair klimaat zwol in het komende decennium echter serieus aan en culmineerde in juni 1916 in een massarebellie, gericht tegen de Russische tsaristische macht. De Basmachi-rebellie zou zich verspreiden over gans Centraal-Azië en duurde tot aan het einde van de jaren twintig. Het resultaat was een honderdduizendtal doden, een massale vlucht naar China en immense economische gevolgen voor de regio.[22]
3.1.3 Sovjetperiode[23]
In de eerste jaren na de grote Russische revolutie en het einde van het tsarenrijk was het niet zo evident om het economisch verval in de regio een halt toe te roepen en de Bolsjewistische macht in de regio te laten gelden. Sinds 1920 echter zijn er geen gewelddadige reacties meer geweest op de Sovjetmacht in Kirgizië en dit voor een periode van meer dan zestig jaar.
In 1924 werd Kirgizië een provincie binnen de Russische Federatie en kreeg het de naam ‘Kara-Kirgizische Autonome Oblast’. In 1936 werd deze door een administratieve reorganisatie gewijzigd in de ‘Kirgizische Autonome Sovjet-Socialistische Republiek’. Het is een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Centraal-Azië omdat de grenzen van de republieken getrokken werden op basis van het ‘één etnie – één territorium’-principe dat de bolsjewieken als een van de grondslagen van een natie beschouwden.[24] De nieuwe administratieve verdeling van de regio zorgde voor het ontstaan van een embryonale staatsstructuur ingevuld door een binnen Sovjetkader onderwezen nieuwe indigene elite. Het legde echter door zijn ambiguïteit[25] ook meteen een basis voor de conflicten die gewelddadig zouden uitbreken eind jaren tachtig, begin jaren negentig in de Ferghana-vallei.[26]
De jaren twintig brachten enkele grote veranderingen met zich mee. Ten eerste de al vermelde administratieve herverdelingen gekoppeld aan een indigenisering van het staatsapparaat. Ten tweede kwamen er landhervormingen met als doel de ‘ont-nomadisering’ van de economie. Als laatste waren er de sociale en culturele ingrepen zoals khujum of de emancipatie van de vrouw[27], de Russische taal als lingua franca en de introductie van onderwijs voor iedereen. Deze hervormingen bleven in Kirgizië aanvankelijk beperkt tot grote woorden door het tekort aan financiële middelen.
Alles kwam echter in een grotere versnelling terecht door de stalinisering en Russificatie van de jaren dertig. Stalin koos voor de bevestiging van de Russische nationalistische moraal en waarden in plaats van de voorrang van lokale mensen en ideeën. De economie werd zwaar geïndustrialiseerd en gecommercialiseerd. Er werd een brutale collectivisering doorgevoerd op het platteland. Het gevolg was dat 98% van het grondgebied in handen van de staat kwam,[28] maar ook de voedselvoorraden serieus slonken. Zo goed als de ganse Kirgizische bevolking was tegen eind jaren dertig gesedentariseerd. Er kwamen ook een reeks van antireligieuze maatregelen die meer succes hadden in het noorden dan in het zuiden. De Russische geheime dienst voerde op zijn beurt een ‘punge-and-terror’-politiek waarin efficiëntie boven etnische representatie werd geplaatst. Zowat 30.000 Kirgizische leiders en intellectuelen lieten het leven in Russische campagnes tegen een Kirgizische invulling van staatsfuncties en –instellingen. Deze herbezetting van de macht hield aan tot in de jaren vijftig. Een lichtpunt in deze periode was de sterke uitbreiding van de sociale voorzieningen en ondanks kleine herstructureringen de blijvende invloed van de traditionele autoriteiten.
De Tweede Wereldoorlog zorgde voor rust in de regio en een einde van het terreurbewind, hoewel Kirgiezen vaak als kanonnenvlees in de oorlog werden gebruikt. De regio kreeg zelfs een economische boost door de massale immigratie van Polen, Duitsers en andere Slavische volkeren. De economie stond ten dienste van de oorlog, maar kon zich diversifiëren door de ontwikkeling van ondermeer de metaalindustrie en een nieuwe focus op waterenergie.
De opvolgers van Stalin, van Kroesjtsjov tot Tsjernenko, zorgden voor een destalinisering en stabilisatie van de regio. Er werd een politieke decentralisering doorgevoerd en langzaamaan werd een tweede poging ondernomen om het kader met lokale mensen te bevolken[29], ondanks de groeiende Russische kritiek op de inmenging van traditionele en religieuze invloeden op het Sovjetpersoneel. Het ganse proces heette in het Russisch korenizatsia of inworteling en kwam neer op het inheems bevolken van de lagere rangen van het staatsapparaat.[30] De aanvankelijke tweede fase van de russificatie bleek ook niet direct te werken en duwde de lokale bevolking steeds opnieuw in een herbevestiging van traditionele familie- en clanprincipes. De bevolking ontwikkelde parallelle structuren op verschillende niveaus. Gedurende de stagnatieperiode onder Bresjnev werden deze meer en meer als wederzijds voordeling aanzien en dan ook geïncorporeerd in het Sovjetsysteem. Voortaan zou clan, stam of regio van belang zijn in de aanstelling van staatsfuncties.
In 1961 werd Usubaliev aangeduid als het autonoom hoofd van de Kirgizische Communistische Partij.[31] Hij pakte de overheid aan via een gecombineerde strategie. Hij bleef Rusland te vriend, maar eiste tegelijk en op continue basis meer investeringen en fondsen, en zorgde eveneens voor een groeiend aantal Kirgiezen in de administratie (tot 150% meer Kirgiezen). Usubaliev staat niet gekend om zijn grote economische hervormingen, maar eerder om zijn onnavolgbare drift om investeringen en hulp te verkrijgen, om een grondstoffenarm land als Kirgizië verder te helpen.[32] Inzake politieke cultuur werd geopteerd voor continuïteit in combinatie met aanpassing en verandering. Patronage op basis van verwantschap en regionale banden bleef sterk aanwezig, maar andere personen werden ook via coöptatie in het systeem binnen gebracht. Het leverde hier en daar kleine protesten op van Kirgizische nationalisten, maar de regionale clanleiders zorgden voor de nodige politieke loyaliteit.
De jaren zeventig en tachtig werden gekenmerkt door stijgende corruptie en een zware economische ineenstorting.[33] De Russen voerden privatiseringen door in de landbouw om het voedseltekort op te lossen en namen verschillende religieuze maatregelen, deze laatste zonder enig resultaat. De ganse regio was opnieuw in de klem gezet via deze hernieuwde Russische inmenging.
3.1.4 Economische en politieke ontwikkelingen sinds midden jaren tachtig
Een combinatie van ontevredenheid over de corruptie en patronagepolitiek van Usubaliev en een toenemende hercentralisering van de Moskouwse macht had als gevolg dat de partijsecretaris in 1987 opzij gezet werd ten voordele van Masaliev. Het bracht echter weinig echte veranderingen met zich mee en het effect op de corruptie bleef dan ook uit. Masaliev had het niet zo hoog op met economische hervormingen en democratisering vanuit Moskou en probeerde de effecten in de republiek dan ook tegen te houden. Hij kon de ingrepen vanuit Moskou wel proberen te vertragen, maar nooit echt tegenhouden Masaliev zocht vaak contact op met de conservatieve elite in Moskou die belangrijke tegenstanders waren van Gorbatsjov’s perestrojka- en glasnostbeleid en bevolkte de Kirgizische administratie met gelijkgestemden. Als reactie op dit beleid werd Masaliev door de Russische president in toenemende mate genegeerd en aan zijn lot overgelaten. Nauwgezette acties van de KGB creëerden in de media een beeld van een politiek achterlijk land geleid door iemand die zelfs onervaren herders zou aanstellen opdat hij zijn macht continue zou kunnen laten gelden zonder enige vorm van protest.[34]
De corruptie en patronagepolitiek zorgde in Kirgizië voor toenemend protest vanuit verschillende hoeken. In mei 1990 werd op initiatief van ingenieur en voorzitter van het Departement van Wetenschappen en Educatie van het Centraal Comité van de Kirgizische Communistische Partij Askar Akaev samen met een reeks van andere sociale en politieke organisaties de Democratische Beweging van Kirgizië (DDK) opgericht. Ze stelden grote en ingrijpende markthervormingen voorop en pleitten voor democratisering. In een stijgend klimaat van toenemend anti-Russisch protest, zware interne oppositie en intercommunautair geweld, met als brutaal hoogtepunt de Osh/Uzgen-rellen in 1990[35] kon Masaliev steeds minder op politieke steun rekenen. Op 27 oktober 1990 werd Askar Akaev door de Opperste Sovjet verkozen als nieuwe president van de republiek Kirgizië.[36]
Op economisch vlak dienden de republieken van Centraal-Azië vooral als grondstoffenleverancier voor het grote Rusland met verstrekkende gevolgen voor de economische en ecologische situatie in de betrokken landen. Kirgizië bezat geen grote voorraden aan klassieke grondstoffen, maar stond in voor de levering van uranium en goud. De handel en economie was sterk geïntegreerd in de centrale planningseconomie van Moskou. De grenzen van de republieken waren in die mate nooit een grote belemmering voor zowel de formele als de bloeiende parallelle informele economie. De republieken konden geregeld mooie economische cijfers voorleggen, echter gebaseerd op een systeem van artificiële instandhouding via immense financiële injecties. De socio-economische infrastructuur in Centraal-Azië werd door deze zware subsidiëring systematisch in stand gehouden. Deze subsidies bleven eind jaren tachtig doorgaan, maar zouden na de onafhankelijkheid van ’91 wegvallen en een ongekende economische en sociale neergang veroorzaken. De economische malaise die reeds enkele jaren aan de gang was explodeerde helemaal.
3.2 ONAFHANKELIJKHEID
Het beleid van perestrojka of economische herstructurering en glasnost of openheid heeft zijn effect op de economie en politiek in Kirgizië niet gemist. Een stijgende inflatie, werkloosheid en armoede, het opbreken van economische relaties en voorraadtekort waren de belangrijkste problemen waarmee de republiek in de periode net voor zijn onafhankelijkheid mee te maken kreeg. De economische hervormingen misten hun doel en versterkten de malaise die aan de gang was. Deze crisis in combinatie met groeiend protest culmineerde in een explosie van het Sovjetsysteem. In 1991 braken er over heel Centraal-Azië een reeks van cruciale politieke revoltes uit die zouden leiden tot de onafhankelijkheid van deze republieken.[37]
3.2.1 De onbekende Askar Akaev
“In terms of democratization, among the post-Soviet countries, the Kyrgyz Republic - and I put it quite reasonable - is one of the leading countries. And I do not want to minimize my personal role in this process.” Aan het woord is Askar Akaev, eerste president van de republiek.[38] Hij werd op 27 oktober 1990 door de Opperste Sovjet verkozen als nieuwe president van de republiek Kirgizië.
Akaev is afkomstig uit het noorden van Kirgizië en studeerde meer dan vijftien jaar optica en computerwetenschappen in Leningrad of Sint-Petersburg. Hij keerde vervolgens naar de hoofdstad terug om een succesvolle en gerenommeerde academische carrière te beginnen. Zijn politieke hoofdstuk startte in 1981 toen hij lid werd van de communistische partij. Hij werd er vijf jaar later hoofd van het Departement voor Wetenschappen en Hoger Onderwijs van het Centrale Comité en twee jaar later respectievelijk vice-voorzitter en voorzitter van de Kirgizische Academie voor Wetenschappen.
Door een belangrijke institutionele hervorming in 1988 in het kader van de glasnostpolitiek werd een nieuw orgaan gecreëerd: het Congres van Volksvertegenwoordigers. Het had tot doel de macht te herverdelen ten voordele van individuen en meer specifiek intellectuelen die niet tot de partij behoorden. Tijdens de eerste verkiezing in maart ’89 werd Akaev verkozen als vertegenwoordiger voor het Naukat district in het noorden van het land. Het belangrijkste keerpunt in zijn carrière kwam er een jaar later toen Akaev samen met verschillende sociale organisaties en andere autonome groepen de Democratische Beweging van Kirgizië of BKK oprichtte. Masaliev kon de protesten in het land blijven negeren, maar na de eerste zware incidenten in het zuiden van het land kon ze de economische en sociale verzuchtingen moeilijk meer naast zich neerleggen. Akaev maakte handig gebruik van Masalievs zwakke positie om zware kritiek te leveren. In april 1990 werd een hervorming doorgevoerd waardoor presidentiële verkiezingen konden worden georganiseerd. Na een eerste chaotisch verloop werd in de tweede ronde Akaev als overwinnaar uitgeroepen. “Many deputies saw the nomination of a totally new person for the presidency as a real way of bringing the groups together and getting them to agree,” zou Akaev meedelen.[39]
Akaev kwam aldus een jaar voor de echte onafhankelijkheid op het hoogste politieke schavot terecht in een periode van etnische spanningen en economische en sociale onrust. In tegenstelling tot de presidenten van de andere republieken ontbrak het hem aan relevante politieke ervaring en kwam hij niet uit de gevestigde communistische kaders, maar van buiten het systeem. Dit gaf Akaev heel wat krediet, want de sfeer van onrust in het land had nood aan een neutrale compromisfiguur. In het komende jaar ging de nieuwe president spreken met de gevestigde waarden binnen de Kirgizische elite, maar ook met de bevolking. Hij reageerde met belangrijke signalen en vaardigde zijn eerste decreten uit als antwoord op de dynamieken achter het sociale en economische protest. Akaevs economische en politieke ideeën waren bekend en af te leiden uit zijn sporadische verschijningen in het parlement. Hij sprak zich uit tegen de centrale planning en ging resoluut voor markthervormingen. Hij wou echter de Kirgizische communistische partij niet tegen zich injagen en opteerde voor een ‘soeverein Kirgizië binnen een hervormde USSR’. Akaev werd direct het vuur aan de schenen gelegd toen een kleine groep conservatieve Kirgiezen een minicoup pleegden als reactie op de coup in Moskou waar militairen en KP’ers ijverden voor de herinvoering en consolidatie van het grote Sovjetrijk. Hij kon de crisis via politieke tactiek subtiel bezweren door de machtsherovering van zijn eigen communistische partij binnen het parlement te counteren met de oprichting van een nieuwe raad, en tegelijk de Russen en de Kazachen terug tevreden te stellen door Yeltsin verbaal volledig te steunen.[40] Enkele maanden later, in augustus 1991 werd Kirgizië uitgeroepen als onafhankelijke staat.
3.2.2 Een periode van hervormingen
Akaev was een man die vastberaden was om zijn land om te vormen van een autonome provincie binnen het communistische Rusland naar een volwaardige democratisch georganiseerde natiestaat met een vrijemarkteconomie. Het was niet zozeer een idealisme dat hem stuurde, maar eerder een realistisch besef dat Kirgizië ten eerste te klein en te arm was om economisch zelfstandig te zijn en dus een nood had aan buitenlandse hulp en investeringen. Ten tweede ligt het land in een gevoelige regio en tussen twee grootmachten wat het niet evident maakt om onafhankelijk een eigen pad te bepalen los van externe ontwikkelingen. Akaev’s buitenlandse politiek was er dan ook op gericht om via een omzichtige diplomatie internationale aandacht te trekken en zich te onderscheiden in de regio zonder iemand tegen zich in het harnas te jagen. Democratie en vrije markt worden op die manier een strategische zet om zich te profileren met als doel zich te kunnen ontwikkelen op basis van buitenlandse hulp en investeringen. Akaev stak dit idee in een aardig en rijkelijk omschreven pakket hervormingen en stak op die manier van wal om het ‘Zwitserland van Azië’ te worden.
Akaev’s plannen focusten vooral op de economische en monetaire ontwikkeling van het land enerzijds, en op het politieke en culturele domein anderzijds.[41] Deze processen zijn onderling verweven en reageren op elkaar. Het zal duidelijk worden dat snelle en vaak ondoordachte hervormingen weinig of verkeerde resultaten en reacties opleveren, maar desalniettemin internationaal bejubeld worden met mooie woorden en vaak in een doel heiligt de middelen-discours worden gestoken om toch maar de westerse liberale marktideeën als einddoel na te praten.
==> ECONOMISCHE EN MONETAIRE HERVORMINGEN
Toen de SU ophield te bestaan en de republiek Kirgizië onafhankelijk werd, kreeg het land te maken met grote economische tegenvallers als het wegvallen van zijn belangrijkste producenten en consumenten en de duidelijk geworden incapaciteit van oncompetitieve kleine industrieën. Kirgizië startte zijn economische transitie naar een vrije markt op een slechte basis: een tekort aan grondstoffen en een noodzakelijke afhankelijkheid van buitenlandse handel. De ideeën van Akaev en zijn adviseurs klonken als zoete broodjes voor de internationale financiële instellingen. De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds sprongen de Kirgizische regering financieel en logistiek bij in hun economische en fiscaal-monetaire hervormingen. Privatisering, liberalisering en herstructurering werden de nieuwe buzzerwoorden.
Privatisering en liberalisering
Om investeringen aan te trekken werd een orgaan in het leven geroepen dat buitenlandse potentiële investeerders moest helpen om informatie te vergaren, visa te krijgen, assistentie te geven bij het toekennen van licenties, wettelijke procedures en dergelijke. Om de handel met de buurlanden en andere landen te bevorderen nam de regering maatregelen om mogelijke barrières op te heffen. Handel blijft echter een moeilijk domein om veel en onafhankelijk te kunnen beslissen. Het land is afgesloten, heeft geen toegang tot de zee en is in zijn handelsrelaties dus grotendeels afhankelijk van zijn buurlanden. Zowel de Tadzjiekse als Chinese grens zijn grotendeels afgesloten, er is amper handel met Oezbekistan en ondanks de open en lange grens met Kazachstan is hun handelsklimaat inzake vraag en aanbod amper op elkaar afgestemd.
De landbouwsector die bijna de helft van het BNP beslaat, werd in de sfeer van een open economie ontlast van reguleringen en staatsinmenging. De politiek van prijsondersteuning en specifieke subsidies werd achterwege gelaten. Een landhervormingsprogramma zorgde voor een privatisering van de gronden en het verlaten van collectief bezit. De regering besefte echter wel het belang van landbouw in de binnen- en buitenlandse handel en promoot sindsdien voortdurend verschillende deelsectoren.
De industriële sector in Kirgizië wordt grotendeels ingevuld door waterenergie en een kleine mijnindustrie en telt slechts voor 20% van het BNP.[42] De militaire industrie en grote delen van de goud- en uraniummijnen zijn ondergefinancierd en hebben een zeer lage productiviteit. Na de onafhankelijkheid zag deze sector een enorme neergang door het wegvallen van belangrijke contracten en het verval van de industriële infrastructuur. Hervormingen in deze sector waren er dan ook op gericht potentiële internationale donoren te vinden om de infrastructuur te verbeteren, te onderhouden en in de toekomst uit te breiden.
Fiscale en monetaire hervormingen
In tegenstelling tot de reacties van de andere republieken op de hyperinflatie in Rusland, kwam de regering snel tot de beslissing om de prijzen te liberaliseren. Men koos niet voor een graduele aanpak en introduceerde in 1993 meteen een nieuwe munteenheid, de Kirgizische Som, beheerd en gecontroleerd door de Nationale Bank van Kirgizië (NBKR). De andere republieken, in hoofdzaak Oezbekistan, reageerden streng door grenzen te sluiten, controles aan de douanes op te drijven en hogere tol te heffen.
Het banksysteem vanuit de periode van de Sovjets werd gewoon overgenomen, sterk uitgebreid en lichtjes gemodificeerd, maar kon voorlopig niet aan de internationale standaarden voldoen. De banken gaven met grote frequentie leningen aan verlieslatende staatsbedrijven. Meer dan 60% van deze leningen kon echter niet gedekt worden en een crisis in de banksector was dan ook niet ver weg meer.
==> POLITIEKE EN CONSTITUTIONELE HERVORMINGEN
In januari ’91 stelde Akaev na het doorvoeren van wat institutionele aanpassingen zijn nieuwe regering voor. In oktober van datzelfde jaar werden de eerste verkiezingen georganiseerd die een grote overwinning werd voor de alleen opgekomen Akaev. De nieuwe president wou af van de oude systemen en procedures en zich als een echte nieuwe staat bevestigd zien via een eigen nieuwe grondwet, een aangepast wettelijk kader en een dynamisch en actief overheidsapparaat. Deze politieke vernieuwingen stonden in symbiose met de economische ambities van Akaev en zijn regering. De politieke hervormingspolitiek gezien vanuit regionaal perspectief zou Kirgizië in de internationale wereld bekend laten worden als het ‘eiland van de democratie’.
Constitutionele hervormingen
In 1993 werd na maanden debat een nieuwe grondwet goedgekeurd. De scheiding der machten werd nadrukkelijk erkend alsook het principe van de checks and balances, eerlijke verkiezingen met meerdere kandidaten en verkiesbaarheid vanaf achttien jaar, en de onafhankelijkheid van het gerechtelijk apparaat. Deze laatste zou voortaan bestaan uit een Grondwettelijk hof dat zich zou bezighouden met constitutionele zaken, een Hooggerechtshof en een geschillenrechtbank voor eventuele commerciële problemen. Er werd eveneens een nieuw burgerlijk wetboek samengesteld die de spelregels voor de commerciële en economische activiteiten in het land zou bepalen. Het werd aanzien als een van de meest progressieve wetboeken in de voormalige communistische landen. Ondermeer de basisprincipes van de vrije markt, bescherming van personen en hun eigendom, regels in verband met overeenkomsten tussen Kirgiezen en met niet-Kirgiezen, enzovoort worden behandeld. Er werd ook een nieuwe belastingswet in het leven geroepen die allerlei belastingen en andere inkomsten van de overheid moest regelen. Zowel het burgerlijk wetboek als de belastingswet traden pas in 1996 in werking zodat de resultaten pas hierna duidelijk werden.
Politieke ingrepen[43]
De nieuwe grondwet regelde meteen ook de drie machten in het land.[44] De president kreeg op zijn voorstel en met goedkeuring van het parlement extra bevoegdheden. Het nieuwe parlement, de Jogorku Kenesh, werd een bicameraal orgaan, bestaande uit een zestigkoppig wetgevend parlement of Lagerhuis verkozen voor vijf jaar en een vijfenveertigkoppig parlement of Hogerhuis van volksvertegenwoordigers verkozen voor een zelfde periode. Het Hogerhuis komt jaarlijks minimum twee of meerdere keren samen om regionale onderwerpen te bespreken. Het huis is dan ook samengesteld op basis van de regionale afkomst.
In 1991 werd de Kirgizische Communistische Partij ontbonden en werd een meerpartijenstelsel ingevoerd. De KP werd een jaar later weer heropgericht, maar verloor ondertussen een groot deel van zijn invloed en macht. Tijdens de parlementaire verkiezingen van ’95 werd de Sociaal Democratische partij met veertien zetels het grootste blok. De partij was een jaar eerder door een groot aantal gouverneurs opgericht. Andere nieuwe partijen waren geschoeid op etnische of nationalistische leest of waren one-issue-partijen. Ze haalden echter nooit overweldigende cijfers. Politieke partijen zijn van meet af aan nooit echt massaorganisaties, grote stemmentrekkers of ideologische aanspreekpunten geweest. Het zouden allemaal kleine gepersonaliseerde lokale partijtjes worden en blijven. De Kirgiezen opteerden eerder voor personen dan voor partijen, wat niet te verwonderen is door de patronagepolitiek van de voorbije decennia.[45] Deze persoonlijke manier van politiek op basis van regio en familie klonk hen vertrouwder in de oren en werd door de politiek nog steeds toegepast om zodoende handig en snel het vertrouwen van de bevolking te kunnen winnen.[46] Het grootste voorbeeld is hier de president die aanvankelijk over een smalle verwaarloosbare basis beschikte en het vertrouwen en de loyaliteit van zijn familie, zijn vrienden en een groter netwerk aan economische en politieke relaties voor zich kon winnen via het aanbieden van belangrijke posten in het overheidsapparaat of via economische voordelen.[47]
De regering heeft in het begin van de onafhankelijkheid meerdere malen de ambitie geopperd om de zware corruptie en het nepotisme te bestrijden. Vervolgingen bleven echter uit en de straffen vielen nooit zwaar uit. De strijd tegen corruptie bleef op een laag pitje staan en vervolging gebeurde meer op een willekeurige basis en was geen belichaming van een coherent beleid.
==> DEMOCRATISERING: [48]
Democratisering, hier in de betekenis van burgerrechten, de creatie van democratische instellingen en een vorm van burgerschap was vervat in Akaev’s ideeën als impliciete voorwaarde voor de ontwikkeling van het land. Democratisering en de ontwikkeling van de civiele maatschappij liepen uitzonderlijk parallel naast elkaar zonder dat de een uit de ander kon doorgroeien. Democratie kon niet vanuit de samenleving komen, want de organisaties die ervoor moesten streven en eisen konden stellen waren onvoldoende aanwezig en georganiseerd. Top-down democratisering kon er ook niet direct zijn, want de creatie van democratische liberale instellingen gebaseerd op een nationaal waarde- en normenpatroon zou nog van start moeten gaan. Kirgizië bleek aan het begin van een transitie naar democratie geen structurele basis of ervaring te hebben. Langzaam aan ontwikkelden beide dynamieken zich wel; er kwam een wettelijk kader die de diverse organisaties moest reguleren en tegelijk bloeide de sociale en religieuze sector als reactie op deze ontwikkelingen en de politieke en sociale actualiteit sinds de onafhankelijkheid.
De ontwikkeling van sociale organisaties
Masaliev heeft hervormingen in dit domein altijd tegengehouden, hield steeds een grote greep op de media en verhinderde de ontwikkeling van grote bewegingen. Na de rellen in het zuiden van het land begonnen her en der academici en werkloze jongeren groepen te vormen om de sociale eisen te verdedigen. Het waren aanvankelijk vooral zelfhulpgroepen die bijvoorbeeld lokaal lobbywerk verrichten om iets te doen aan de kleine verzuchtingen of die werkloze jongeren een nieuwe bezigheid gaven via debatgroepen of andere activiteiten. De meerderheid van deze organisaties ging in mei ’91 op in de koepelorganisatie DDK of Democratische Beweging van Kirgizië. De beweging pleitte voor een vergaande democratisering en markthervorming.
Het klimaat van etnische spanningen en economische malaise zou overgaan in een moment van stabiliteit en rust met een boom aan sociale organisaties tot gevolg. Akaev sprak bij zijn aanstelling meteen met deze nieuwe politieke, sociale en religieuze groepen om aan te tonen dat hij het meende met zijn beloftes iets te doen aan de economische problemen die als voornaamste oorzaak werden gezien voor de voorbije spanningen aan de grenzen.[49] Critici spreken echter van een bewuste strategie om deze bewegingen aan zich te binden.
Het wettelijk kader
De eerste regering en parlement vaardigden verschillende wetten uit ter bevordering van de ontwikkeling van de sociale organisaties. In de grondwet van 1993 werd de intentie om van Kirgizië een ‘vrije en democratische civiele maatschappij’ te maken, bevestigd via verschillende artikels.[50] De grondwet bevat hoofdzakelijk grote principes en verwijst naar wetten die de specifieke invulling en toepassing van de diverse rechten en plichten moet verduidelijken. De eerste sociale wetten zijn grotendeels gebaseerd op de Sovjetwetgeving met hier en daar aanpassingen om het nieuwe vrije en open karakter van het land te waarborgen. Ze reguleren heel diverse groepen met uitzondering van commerciële organisaties, vakbonden en religieuze verenigingen. Voor deze laatste groepen was een volledig vrije ontwikkeling mogelijk zonder inmenging van de staat op voorwaarde dat ze geen geweld of haat prediken en de constitutionele en juridische bepalingen respecteren. Organisaties hadden geen wettelijke registratie nodig, doch een vereiste juridische erkenning maakte het bezitten van statuten noodzakelijk, wat in feite een verdoken registratie was. Religieus pluralisme stond hoog in het vaandel ondanks het protest van de conservatieve moslim- en orthodoxe leiders.
Al deze wetten werden in het toenmalige klimaat heel ruim geïnterpreteerd in die mate dat slechts drie organisaties werden geweigerd.[51] Het aantal sociale organisaties steeg dan ook exponentieel: 300 erkende organisaties in 1993, vier jaar later al bijna 1000. Veel van deze organisaties bleven echter in de hoofdstad Bisjkek hangen, en vooral in het zuiden explodeerde het aantal religieuze organisaties. Geleidelijk aan ontwikkelde zich een autonome en kritische media die zich in de eerste jaren na de onafhankelijkheid zonder problemen kon roeren in de Kirgizische samenleving.
De problemen waar Kirgizië mee te maken kreeg op het einde van de jaren tachtig waren legio. Economisch stond het land aan de rand van een ineenstorting, maar kon het door grote subsidiestromen nog overeind krabbelen en niet helemaal in elkaar stuiken. De industriële en sociale infrastructuur werd niet meer onderhouden met een dalende productiviteit en levenstandaard tot gevolg. Etnische spanningen en grensconflicten over grondstoffen resulteerden in een groeiend protest. Toen Askar Akaev als nieuwe president aangesteld werd, reageerde hij resoluut met economische en politieke hervormingen om oplossingen te bieden voor al deze problemen. Hij omarmde de Washingtonconsensus en dweepte volop met democratiseringstheorieën. Zijn land zou evolueren naar een open en vrije natiestaat gebaseerd op liberale marktprincipes.
De landbouwsector werd helemaal geprivatiseerd en er werd een investeringsklimaat gecreëerd om de kleine industrie te moderniseren en te specialiseren. Fiscale en monetaire hervormingen moesten de economie zo vrij mogelijk laten via onder meer een eigen nationale munt en een nieuwe belastingsstructuur. De banksector echter werd in veel mindere mate geliberaliseerd. Ondanks het opheffen van enkele handelsbarrières bleef de regering hierin machteloos door zijn grote afhankelijkheid van de buurlanden. In 1993 kreeg het land een nieuwe grondwet met daarin belangrijke democratische principes van ondermeer eerlijke verkiezingen, checks en balances, een open en vrije samenleving en de scheiding der machten. Zowel de regering en de presidentiële bevoegdheden als de vorm van de rechterlijke en wetgevende macht werd bepaald. Een reeks van wetten zou het nieuwe kader moeten vormen voor de staat en zijn samenleving met voorrang aan de organisatie van het economische leven. In de politieke cultuur veranderde er niet zo veel. Een groeiende personalisering, patronage en verstrekkende corruptie zouden de belangrijkste kenmerken worden. Desondanks boomde de maatschappelijke sector en kwamen er in grote getale sociale, religieuze en andere organisaties bij. De regering stimuleerde dit via een wettelijk kader en via constante oproepen voor religieus pluralisme en sociale en etnische harmonie. De media werden gespaard van censuur en konden zich onafhankelijk en kritisch ontwikkelen.
Deze grote ontwikkelingen gaven Kirgizië veel internationaal krediet. Het ‘eiland van de democratie’ werd bejubeld in zijn hervormingspolitiek en gestimuleerd om op hetzelfde pad door te gaan. De resultaten bleven echter uit en de sfeer van euforie veranderde snel in een sfeer van ontnuchtering en ontgoocheling. De economische hervormingen zouden niet leiden tot de verwachte groei en de levensstandaard zou significant blijven dalen. Burgerrechten en andere sociale wetten zouden nooit goed nagevolgd en gecontroleerd worden en de corruptie zou welig blijven tieren. De president zou stilletjes aan het eigen recht in handen nemen en een groeiend autoritair beleid stak de kop op.
3.3 OMSLAG MEDIO JAREN NEGENTIG
Na enkele jaren bleek dat de gebeurde hervormingen in vele gevallen loze woorden waren of niet de verhoopte resultaten opleverden. Verschillende signalen wezen op het falen van het beleid en een toenemende autoritarianisme vanwege de president. De media werd in de kiem gesmoord, politieke tegenstanders werden subtiel geneutraliseerd, de religieuze wereld werd aan sterke controle en registratie onderworpen en de president trok meer en meer bevoegdheden naar zich toe. Het ‘eiland van democratie’ begon midden jaren negentig onder water te komen staan en zou de volgende tien jaar ver afglijden van zijn mooie imago die het zich had aangemeten net na de onafhankelijkheid.
3.3.1 Socio-economische neergang
De economische crisis van begin jaren negentig bleef een aantal jaar duren. Pas in ‘95-‘96 ervoer het land een tijdelijke economische stabiliteit en herstelde het van de klap van de onafhankelijkheid en de ineenstorting van de SU. Deze rustperiode was eerder het gevolg van regionale gebeurtenissen dan specifiek het resultaat van de genomen hervormingen net na de onafhankelijkheid. Het leverde een dalende inflatie en een serieuze vermindering van de overheidsschuld. Het was echter van korte duur en sinds ’97 verkeert het land opnieuw in een economische malaise. Sinds de eeuwwisseling is er opnieuw een kleine stabilisatie waar te nemen, maar deze is zodanig fragiel zodat ieder moment een nieuwe crisis kan uitbreken. De landbouwsector als dominante sector is samen met de dienstensector opnieuw lichtjes gestegen in tegenstelling tot de industriële sector die bleef dalen.[52] De voornaamste problemen sinds 2000 zijn een onzeker investeringsklimaat zonder vaste legale basis, de corruptie, het ontbreken van de nodige transportinfrastructuur, een werkloosheidspercentage van gemiddeld 20%, een uitgebreide zwarte markt en gecriminaliseerde economie, een stijgende kloof tussen arm en rijk en tussen stad en platteland en 60% van de bevolking in de armoede.[53]
Maatregelen om de economische crisis te bezweren
De regering reageerde op de nieuwe crisis door nog meer maatregelen te nemen. Op advies van de WB en het IMF werden nieuwe wetten gestemd, de exportregistratie afgeschaft en alle exportbelastingen en andere kwantitatieve tariefrestricties afgeschaft. Uit vrees voor een crisis in de banksector werd ook de ganse financiële structuur in overeenkomst gebracht met de internationale standaarden.[54] In ‘98 werd de grondwet aangepast om privaat landbezit toe te laten, werd een nieuwe privatiseringsgolf ingezet waarin de kleine staatsondernemingen aan de beurt kwamen en werd de Nationale Bank voor het eerst volledig afhankelijk van de overheid. De regering nam ook enkele maatregelen om de transportinfrastructuur te verbeteren door de modernisering van de twee belangrijkste snelwegen en de luchthaven in de hoofdstad. Eind ’98 werden eveneens de eerste stappen gezet om een nationaal telecommunicatienetwerk op poten te zetten.[55] Als kroon op het werk werd het land in datzelfde jaar als eerste voormalig communistisch land lid van de Wereldhandelsorganisatie.
Sociale backlash[56]
De economische problemen en hervormingen hadden grote invloed op de sociale situatie van de bevolking. Veel mensen kwamen in de werkloosheid terecht en verloren op die manier hun inkomen. Ze konden niet meer terugvallen op het sociale zekerheidsnet dat bestond voor de onafhankelijkheid en kwamen massaal in de armoede terecht. De bevolking wijzigde zijn werk- en leefpatroon en koos terug voor de subsistentielandbouw of kwam in de informele economie terecht.[57] Op het einde van de eeuw was zoals reeds vermeld maar liefst 60% van de bevolking in de armoede terechtgekomen, waarvan bijna de helft kinderen.[58]
Voor de onafhankelijkheid had de bevolking een hele reeks van sociale infrastructuur tot zijn beschikking. Indrukwekkend hoge en positieve cijfers duiden op een hoge scholingsgraad, een brede reikwijdte van onderwijsfaciliteiten tot op het verre platteland, gratis onderwijs en voldoende onderwijspersoneel. Dokters en ziekenhuizen waren gratis en frequent beschikbaar voor iedereen, immunisatiecampagnes bereikten meer dan 90% van de kinderen en bijna alle vrouwen bevielen in het ziekenhuis zelf onder goede omstandigheden.
Na de onafhankelijkheid vielen deze cijfers duizelingwekkend naar beneden. De sociale voorzieningen konden niet meer onderhouden worden en het (Russische) personeel werd niet meer betaald of was het land uitgevlucht. De grote subsidies die deze faciliteiten kunstmatig in leven hielden, vielen in de jaren na de onafhankelijkheid weg en de ontstane financiële put kon in de huidige economische crisis onmogelijk gedempt worden. Economische hervormingen waren prioritair ondanks het tijdelijke en onvoldoende resultaat ervan waardoor de overheidsuitgaven gedurende de jaren ’90 drastisch daalden. De volgende tabel verduidelijkt dit met cijfers:[59]
|
OVERHEIDSUITGAVEN (US$ per capita) |
1995 |
1999 |
|
Onderwijs |
21 |
12 |
|
Gezondheidszorg |
12 |
6 |
|
Pensioenen |
24 |
14 |
|
Andere sociale voorzieningen |
3 |
5 |
De indrukwekkende daling van andere sociale indicatoren als levensstandaard, gezondheidszorg, geboorte- en sterftecijfers, kindersterfte, ongelijkheid en andere indicatoren wordt duidelijk aan de hand van volgende cijfers. Meteen wordt ook de geleidelijke maar gestage verbetering sinds de eeuwwisseling duidelijk. Een opvallende constante is de alfabetiseringsgraad. [60]