| Van KGB tot FSB. De hervorming van de Russische geheime diensten doorgelicht. (Casper Peeters) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
De afgelopen jaren werd de Russische Federatie meermaals het slachtoffer van terroristische aanslagen. De uiterst schokkende beelden van de gijzelingsdrama’s in het Dubrovka-theater te Moskou en in de school van Beslan schokten de hele wereld. Ook deden de herhaaldelijk voorkomende terroristische aanslagen op vliegtuigen, metrostations, muziekfestivals, etc. vragen rijzen. Na elke tragische gebeurtenis vraagt de publieke opinie in Rusland en de rest van de wereld zich steeds weer af: “Hoe is dit kunnen gebeuren?”.
Deze vragen worden des te pertinenter wanneer men de berichtgeving over het veiligheidsbeleid van president Poetin volgt. Regelmatig wordt bekendgemaakt dat de president de veiligheidsdiensten verder centraliseert, uitbreidt en ze van meer middelen, wettelijke armslag en personeel voorziet. Dit komt de zo al pover gestelde burgerrechten van de modale Rus allesbehalve ten goede.
Getuige van deze povere gesteldheid zijn de onrustwekkende, al dan niet gelukte, aanslagen op het leven van kritische stemmen binnen het Russische openbare leven. De geheime diensten zijn hierbij steeds verdachte nummer één. Ook kritische politici blijven niet gespaard. In de oorlog in Tsjetsjenië lijken de geheime diensten van de Russische Federatie niet geheel vrijuit te gaan. Veel informatie is er niet beschikbaar over deze geheime oorlog maar vermoedt wordt dat de geheime diensten en meerbepaald de speciale eenheden die onder de geheime diensten ressorteren onder het mom van terrorismebestrijding operaties uitvoeren die allerminst conform zijn met het oorlogsrecht. De Russische geheime diensten blijken ook buiten de Russische Federatie nog steeds actief te zijn met spionage en andere geheime opdrachten.
De Russische geheime diensten zijn dus nog steeds zeer actief. Het doel van deze verhandeling is een beschrijving te geven van de hervormingen van de Russische inlichtingen - en veiligheidsdiensten die zich sinds de val van de Sovjet-Unie tot op heden hebben voltrokken. Deze hervormingen werden ongetwijfeld beïnvloed door vijftien stormachtige jaren op het politieke toneel.
In de beschrijving van de hervormingen van de inlichtingen - en veiligheidsdiensten zal de relatie met de ontwikkelingen die zich voordeden op politiek vlak steeds centraal staan. Dit levert twee centrale onderzoeksvragen op. De eerste onderzoeksvraag tracht te achterhalen hoe de politieke elite, en dan vooral de president en diens entourage, in de Russische Federatie de geheime diensten gedurende de afgelopen 15 jaar inzetten voor politieke doeleinden. Een tweede onderzoeksvraag richt zich op het omgekeerde proces: in welke mate en op welke wijze beïnvloeden en bepalen de inlichtingen - en veiligheidsdiensten het politieke gebeuren , en bij uitbereiding hele maatschappelijke leven, in Rusland? Op de twee bovengeschetste centrale onderzoeksvragen zal doorheen het historisch overzicht een antwoord worden geschetst. Een beter inzicht in de reorganisatie van de oude KGB tot de huidige FSB moet het mogelijk maken meer inzicht te verwerven in het huidige functioneren van de Russische geheime diensten.
Bij het behandelen van deze onderzoeksvragen moet men rekening houden met de specificiteit van het Russische systeem. Tijdens het communisme was er geen scheiding der machten zoals men die kent in Westerse democratieën. Het communistische systeem was echter gebaseerd op andere machtspijlers. Men spreekt van de zogenaamde ‘trojka’ waarbij de drie machten bestonden uit het leger, de geheime dienst en de Communistische Partij. Deze drie machten stonden zeer wantrouwig tegenover elkaar. De sovjetleiders moesten om hun machtsposities te behouden steeds erop letten dat er binnen de trojka geen allianties van twee van de pijlers tegen zich werden gevormd. Zo werd Nikita Chroesjtsjov afgezet na een samenzwering van het leger en de KGB tegen hem[1].
Ondanks het feit dat na de val van het communistische systeem de klassieke driemachtenleer werd ingevoerd blijven het leger en vooral de geheime diensten hun relevantie in het politieke proces behouden. Deze belangrijke rol voor de repressieorganen bestond trouwens al lang voor de invoering van het communisme. Sinds 1245 kent Rusland een traditie van bestuur door autocratische en repressieve regeringsvormen. Toen werd het land namelijk bezet door de Mongolen die met hun barbaarse manieren het volk terroriseerde. Op het einde van de zestiende eeuw, rond 1580, werden de mongolen uit Rusland verdreven. Maar met hen verdwenen het autocratische bestuur en de onderdrukkingsmethoden niet, deze werden gewoon over genomen door de tsaren[2]. Zoals we in het eerste hoofdstuk zullen zien namen de communisten deze repressieve methoden over van de tsaren.
Gezien de aard van de behandelde materie leken literatuurstudie en documentenanalyse de enige mogelijke onderzoeksmethoden. De geografische afstand tot het behandelde thema, het geheime karakter van de beschreven diensten en de vreemde taal maken diepte interviews, surveys of andere methoden niet geschikt.
De keuze voor een chronologische benadering leek mij logisch gezien de permanente golf van hervormingen die de afgelopen 15 jaar het Russische veiligheidsapparaat kenmerkte. Een chronologische reconstructie van deze hervormingen, waarbij de parallel met de politieke ontwikkelingen steeds in het oog werd gehouden, leek mij de beste methode om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden en eveneens een beter inzicht te krijgen in het actuele functioneren van de Russische inlichtingen – en veiligheidsdiensten.
Een comparatieve benadering waarbij de Russische geheime diensten zouden worden vergeleken met de geheime diensten van één of meerdere Westerse landen had ook een interessante benadering kunnen zijn. In het beperkte kader van een licentiaatsthesis leek mij een dergelijke omvangrijke vergelijkende studie echter minder haalbaar dan de toegepaste chronologische benadering.
De verhandeling is opgebouwd in vier verschillende hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk geeft een kort historisch overzicht. Dit beknopt overzicht van de geschiedenis ,die start bij de tsaristische periode en stopt bij het aantreden van president Jeltsin, zal aantonen dat Rusland een lange geschiedenis heeft van politieke politie en geheime diensten die het regime in stand houden en helpen bij het voeren van een beleid. Het tweede hoofdstuk belicht de eerste jaren van het bewind onder Jeltsin. Tijdens deze jaren werd de KGB geheel ontmanteld en werden de verschillende opvolgerorganisaties ingericht. In het derde hoofdstuk, dat het presidentschap van Jeltsin na het conflict met het parlement van 1993 beschrijft, wordt bekeken hoe Jeltsin de inlichtingen – en veiligheidsdiensten al snel terug versterkte en voor eigen doelen inzette. In het vierde en laatste hoofdstuk zullen we zien hoe onder het presidentschap van Poetin deze evolutie wordt voorgezet en hoe de geheime diensten steeds machtiger worden.
1 Politieke politie en geheime diensten in de Russische geschiedenis
De talloze hervormingen die de Russische inlichtingen – en veiligheidsdiensten sinds het aantreden van Boris Jeltsin ondergingen, passen in een traditie van constante naamsveranderingen, structurele reorganisaties, personeelswissels en functieveranderingen die reeds sinds het tsarisme het bestaan van deze diensten kenmerkt. In dit hoofdstuk wordt een historische schets gegeven van de politieke politie en geheime diensten in de Russische geschiedenis. Een dergelijk overzicht zal aantonen dat deze instellingen al decennialang een belangrijke pion vormen op het Russische politieke schaakbord. Een blik op de soms macabere geschiedenis van de voorgangers van de FSB maakt duidelijk dat de onderzoeksvragen van deze verhandeling niet enkel toepasbaar zijn op de afgelopen jaren, maar op de gehele geschiedenis.
1.1 Politieke politie tijdens het tsarisme
Het is bijna vanzelfsprekend dat een immens uitgestrekt land als Rusland, dat meer dan honderd volkeren op zijn grondgebied kent en sinds mensenheugenis door autoritaire leiders wordt bestuurd, een rijke geschiedenis kent van organisaties die opstanden, oppositiebewegingen en samenzweringen moeten bestrijden.
Ivan de Verschrikkelijke zou de eerste zijn die een geheime dienst oprichtte in Rusland. Zijn in 1564 opgerichte Oprichnina was aanvankelijk een afgesloten territorium in Moskou dat hij naar eigen willekeur kon besturen. Later zouden de Oprichniki, de bestuurders van de Oprichnina, een korps van maximum 6000 manschappen vormen dat kon worden ingezet in de strijd tegen de bojaren[3]. Het extreem gewelddadige karakter van deze organisatie zou haar later de bewondering van Stalin opleveren, die de Oprichnina prees voor het herstel van het centrale gezag en het uitschakelen van de bojaren.
Ook Peter de Grote kon beschikken over een eigen veiligheidsdienst, het Preobrazhensky regiment. Dit maakte deel uit van het leger en bleef voortbestaan tot in de 20ste eeuw.
De echte oorsprong van de Sovjetveiligheidsdiensten zou echter pas in de 19de eeuw liggen. Het onderscheid tussen de gewone en hoge, politieke, politie is ontstaan in de tweede helft van deze eeuw[4]. Onder de laatste tsaren kon men de politieke politie echter bezwaarlijk effectief noemen. De slechts beperkte bereidheid van het tsaristische regime tot regeren met terreur stond in contrast met de latere bolsjewistische visie. Het was dan ook onder het revolutionaire bewind dat het politieapparaat sterk aan invloed zou winnen.
1.2 Lenin en de Vecheka
De tsaristische veiligheidsdiensten werden overrompeld door de bolsjewistische revolutie. Ze zouden worden vervangen door een nieuwe politieke politie die zowel qua omvang als qua bevoegdheden veel grotere proporties zou aannemen[5].
Lenin voorzag na de revolutie een beperkte periode van repressie, als overgangsfase naar de geweldloze regering van het proletariaat. Dit was ook nodig aangezien de bolsjewieken moesten opboksen tegen vijandige krachten, zowel in binnen- als buitenland. Om deze interne en externe vijanden te bestrijden leek een sterke staatsveiligheidsdienst Lenin cruciaal[6].
In december 1917 werd aldus de Vecheka opgericht. De Vecheka was aanvankelijk als een supralegale ad hoc-organisatie bedoeld die enkel aan Lenin ondergeschikt was. De Vecheka zou zich al snel inlaten met massale terreur waarbij vooral de bourgeoisie het moest ontgelden[7]. Later zouden de hierbij courant aangewende methoden ook een legale basis krijgen.
Naast het bestrijden van interne en externe oppositie bereidde de macht van de politieke politie snel uit naar andere domeinen. Zo zou de Vecheka zich in de eerstvolgende jaren na de revolutie ook bevoegdheden met betrekking tot grensbewaking, bescherming van belangrijke Sovjetleiders en controle op contrarevolutionaire praktijken in het Rode Leger toe-eigenen. Later zouden daar ook economische controle, buitenlandse operaties en inlichtingenvergaring in het buitenland bijkomen.
De Vecheka overtrof de tsaristische voorgangers op alle vlakken. Het aantal slachtoffers van de politieke politie steeg spectaculair. Ook de aard van de repressie nam nooit geziene vormen aan. Voor het eerst werden hele bevolkingsgroepen uitgemoord[8]. Ook qua aantal leden overtrof de Vecheka de tsaristische voorgangers. Op het toppunt van haar macht werd het aantal functionarissen op 261000 geraamd[9].
Na het einde van de burgeroorlog die op de revolutie van 1917 volgde, kwam er steeds meer interne druk om de macht van de Vecheka in te perken. De burgeroorlog was in het voordeel van de bolsjewieken beslecht maar zij kregen af te rekenen met steeds meer interne oppositie. Deze culmineerde in de opstand te Kroonstad. De oproer was een eerste teken van verzet tegen de almacht van de partijleiding en de Vecheka. Chekatroepen onderdrukten de opstand maar een belangrijk precedent was geschapen: voor het eerst werd de repressie gericht tegen eigen partijleden[10].
Lenin leerde echter uit de opstand te Kroonstad en hij voerde enkele koerswijzigingen door. Naast de invoering van een nieuw economisch beleid (NEP) schafte hij begin 1920 ook de Vecheka af. Deze werd echter onmiddellijk opgevolgd door de GPU, de Staatspolitieke Administratie[11]. Als afdeling van het Volkscommissariaat voor binnenlandse zaken vormde de GPU, dit in tegenstelling met de extralegale Vecheka, een formeel deel van het staatsapparaat[12]. Verder werd aan de GPU een reeks beperkingen opgelegd. Ze zou enkel verantwoordelijk zijn voor de staatsveiligheid. Daarnaast verloor ze ook het recht om vonnissen te vellen en uit te voeren, waardoor enkel de onderzoeksbevoegdheid behouden bleef. Deze inperking van de bevoegdheden zou echter reeds in 1922 worden teruggeschroefd[13].
In 1923 werd de Unie van Socialistische Sovjet-Republieken (USSR) opgericht als een federatie van socialistische republieken. De GPU werd opgevolgd door de OGPU, de Verenigde Staatspolitieke Administratie[14]. De OGPU stond vermeld in de nieuwe grondwet en maakte dus formeel deel uit van het staatsapparaat. De politieke politie zou vanaf dit moment steeds een belangrijke machtsfactor vormen in de verdere politieke ontwikkelingen van de Sovjetunie.
1.3 De politiestaat van Stalin
Nadat Stalin de macht greep in 1924 trachtte hij de OGPU onder totale controle te krijgen. In 1926 stierf Felix Dzerhinsky die sinds het aantreden van Lenin aan het hoofd van de politieke politie had gestaan. Hierdoor kon Stalin de OGPU definitief onder zijn controle plaatsen en aanwenden voor eigen doeleinden.
Naast de provocatieoperaties die door de OGPU werden opgezet in het buitenland zou Stalin de OGPU vooral aanwenden om de binnenlandse oppositie te onderdrukken. Stalin rekende in de jaren ’26-’27 af met de oppositie van Grigorij Zinovjev en Lev Trotski. Hierbij speelde de OGPU doormiddel van diskreditering een belangrijke rol[15].
Nadat hij met de binnenlandse oppositie had afgerekend voerde Stalin een ‘nieuwe revolutie’ door. Het doel was de Sovjet-Unie in versneld tempo te industrialiseren en de landbouw te collectiviseren. Vooral bij de collectivisering van de landbouw zou de OGPU een aanzienlijke rol spelen[16]. Bij het toe-eigenen van de eigendommen van de koelakken en de verbanning van boeren gingen de OGPU-troepen uiterst gewelddadig tewerk. Door de rol in de strijd tegen de opstandige boeren slaagde de OGPU erin zijn bevoegdheden uit te breiden[17]. Zo verwierf het de volledige zeggenschap over het strafapparaat van de staat, dit ten nadele van de Volkscommissariaten Justitie en Binnenlandse Zaken (NKVD).
Stalin merkte echter dat hij bij het aanwenden van de OGPU niet volledig vrij was. Leden van het Politbureau gaven hem geen vrijgeleide om de OGPU in te zetten tegen leden van de eigen partij. Dit was voor Stalin, die volledige heerschappij over de partij beoogde, de aanleiding om de Grote Zuivering voor te bereiden[18].
Alvorens de Grote Zuivering (1934–1938) aan te vatten plaatste Stalin enkele vertrouwenspersonen op sleutelposities en voerde hij een institutionele wijziging door: de OGPU werd omgedoopt tot GUGB (Hoofdadministratie van Staatsveiligheid). De GUGB werd vervolgens geïntegreerd in de NKVD, het Volkscommissariaat van Binnenlandse Zaken. Binnen de NKVD vond dus een enorme concentratie van macht plaats.
De NKVD speelde een belangrijke rol in de Grote Zuivering waarin naast politieke tegenstanders ook loyale partij- en staatsfunctionarissen, kunstenaars, wetenschappers en burgers, die men van spionage, verraad en ‘trotskisme’ betichtte, omgebracht of in strafkampen opgesloten werden[19]. De NKVD was belangrijk bij de voorbereiding van de eerste twee van de drie ‘showprocessen’ tussen 1936 en 1938 waarin politieke tegenstanders werden veroordeeld en meestal door toedoen van de NKVD na veroordeling de dood vonden. Het derde showproces was ondermeer gericht tegen voormalig NKVD-baas Jagoda, die de eerste twee showprocessen mee in touw zette. Hij werd eind 1936 opgevolgd door Jezhov. Dit luidde de Jezhovfase van de zuiveringen (de Jezhovschina) in[20]. In deze derde fase waren niet enkel partijopponenten maar ook het bredere partijapparaat, het gewone volk, de Komsomol, militairen en NKVD-officieren zelf het doelwit.
Het eindresultaat van het door de Grote Zuivering aangerichte bloedbaden was dat Stalin tegen 1938 alle oppositie met behulp van zijn politieke politie had uitgeschakeld.
In december 1938 volgde Lavrenti Beria na een interne machtsstrijd Jezhov op als baas van de NKVD. In deze personeelswissel is de hand van Stalin duidelijk terug te vinden. Door Jezhov en zijn getrouwen weg te werken kon Stalin de belangrijkste getuigen van zijn rol in de zuiveringen uitschakelen. Onder Beria werden de zuiveringen minder intens[21].
Ook op buitenlands vlak zette Stalin de politieke politie in om zijn doelen te verwezenlijken. Zo werd de beweging van Trotski in het buitenland het leven zuurgemaakt, wat in 1940 culmineerde in de fysieke uitschakeling van de opponent. Verder moest de NKVD Hitler op verholen wijze duidelijk maken dat Stalin bereid was tot het sluiten van een bondgenootschap[22]. Een laatste aspect van de buitenlandse activiteiten van de NKVD betreft de zogenaamde ‘directe acties’: het moorden, kidnappen en saboteren van tegenstanders in het buitenland.
De NKVD slaagde er tijdens de tweede wereldoorlog in zijn bevoegdheden en macht verder uit te breiden[23]. Het volkscommissariaat hield zich voornamelijk bezig met massadeportaties en repressie in de bezette gebieden. Ook de contraspionage in het Rode Leger behoorde tot de taken. Bij dit alles ging de NKVD steeds zeer brutaal en gewelddadig tewerk. De NKVD werd ook enkele keren ingeschakeld voor gevechtsoperaties tegen de nazi’s. De autoriteit en het aanzien van NKVD-baas Beria stegen tijdens de oorlog recht evenredig met de bevoegdheden en macht van zijn volkscommissariaat.
Na de oorlog verlegde de veiligheidsdienst, die inmiddels terug was losgekoppeld van de NKVD en NKGB werd benoemd, zijn activiteiten naar politieke surveillance van troepen en burgers in de bezette gebieden, de creatie van plaatselijke veiligheids – en inlichtingendiensten, de creatie van lokale communistische partijen en het opzetten van politieke processen[24].
De naoorlogse jaren tot aan de dood van Stalin in 1953 zouden gekenmerkt worden door een kluwen van politieke intriges en strijd om de macht over de veiligheidsdiensten. Lavrenti Beria speelde hierin steeds een duistere rol en wellicht had hij ook de hand in de dood van Stalin. Deze these blijft echter tot op vandaag onbewezen. Vast staat dat Beria na de dood van de dictator er bijna in slaagde de macht over te nemen.[25] Hij faalde echter en werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Het partijapparaat zou van het machtsvacuüm gebruik maken om de veiligheidsdiensten terug onder haar controle krijgen.
1.4 De KGB in het post-Stalin tijdperk
Nikita Chroesjtsjov zou in het kader van de destalinisatie de relatie tussen de partij en de veiligheidspolitie omgooien: de politieke politie werd onder de partij geplaatst en mocht in geen geval terug een politiek dominante instelling worden. Chroesjtsjov pleitte voor ‘socialistische wettelijkheid’ waarin voor terreur tegen het volk geen plaats meer zou zijn[26]. Dit goede voornemen zou echter al snel worden teruggeschroefd.
De nieuwe leider voerde een structurele hervorming van het veiligheidsapparaat door die resulteerde in een structuur die behoudens enkele kleine wijzigingen tot in 1991 zou blijven bestaan[27].
De bevoegdheden van de geheime dienst werden opgedeeld waardoor de concentratie van macht werd ingedijkt. De MVD, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, kreeg de zeggenschap over de reguliere politie, de Interne troepen, de Grenstroepen en de werkkampen. De nieuw opgerichte KGB (Comité voor de Staatsveiligheid) kreeg de status van staatsveiligheidscomité dat onder de Raad van Ministers van de USSR ressorteerde[28]. De taken van de KGB werden beperkt tot spionage, contraspionage en contrarebellie. Toch lette de partijleiding erop de politieke politie niet teveel te kortwieken. Vooral op buitenlands gebied was dit het geval en behield men de mogelijkheid om via de zogenaamde ‘directe actie’ buitenlandse tegenstand aan te pakken.
Na de periode van destalinisatie kwam er een rehabilitatieproces van de KGB op gang. Het beeld van de KGB als partijloyale morele waakhond maakte steeds meer opgang. De wetgevende initiatieven die de bewegingsvrijheid van de KGB hadden ingeperkt werden teruggeschroefd. De partijleiding bespaarde zich ook niet de moeite het imago van de KGB terug op te poetsen[29].
De gerehabiliteerde KGB speelde in 1964 een beslissende rol in de coup die Chroesjtsjov van de macht verstootte. Reden hiervoor waren de binnenlandse (publieke participatie, culturele liberalisering, …) en buitenlandse (toenadering tot het westen) politieke keuzes van Chroesjtsjov die niet verzoenbaar waren met een sterke politieke politie[30]. Hardliners binnen de top van de KGB wendden de hernieuwde macht van hun organisatie aan om Chroesjtsjov te helpen vervangen door Leonid Brezjnev.
De prestige en macht van de KGB namen verder toe onder Brezjnev: de onderzoeksbevoegdheden werden verder uitgebreid en het Comité trok opnieuw de bevoegdheid over economische misdrijven naar zich toe. De visie van Brezjnev en de partijtop ten aanzien van de KGB hield in: de KGB is belangrijk voor het voortbestaan van het regime, doch moet steeds ondergeschikt blijven aan de partij[31].
In 1967 verving Brezjnev KGB-baas Semichastnyi door Joeri Andropov. Onder Andropov zou de KGB een lange periode van stabiliteit en machtsuitbreiding kennen. Hij leidde de dienst met strakke hand maar lette er steeds op de veiligheidsdienst nooit boven de partij te plaatsen. Zijn loyaliteit ten aanzien van Brezjnev maakte het mogelijk van de KGB terug een belangrijke politieke macht te maken. Ondertussen bleef ook de status van de KGB verder stijgen, mede ten gevolge van de herhaalde propagandacampagnes[32].
Toen Andropov er in 1982 in slaagde het partijleiderschap van Brezjnev over te nemen werd hij hierin ongetwijfeld geholpen door zijn lange staat van dienst aan het hoofd van de KGB[33]. Tegenstanders werden weggewerkt door chantage en beschuldiging van corruptie.
Het leiderschap van Andropov zou echter van korte duur zijn. Hij moest zich door ziekte vanaf augustus 1983 terugtrekken uit het openbare leven. Konstantin Tsjernenko volgde met steun van de KGB Andropov in 1984 op[34]. Ook zijn bestuur zou echter van korte duur zijn. De invloed van hervormer Michail Gorbatsjov was toen al voelbaar.
1.5 De rol van de KGB in de opkomst en val van Gorbatsjov
1.5.1 De KGB en het aantreden van Gorbatsjov
De KGB speelde een belangrijke rol bij het aantreden van Michail Gorbatsjov in 1985. Men kan zondermeer stellen dat de KGB Gorbatsjov in het zadel heeft geholpen. Hiervoor had het twee goede redenen. Ten eerste waren de leidende figuren in de KGB er zich beter dan wie ook in de USSR van bewust dat diepgaande hervormingen nodig waren om het voortbestaan van de USSR te waarborgen. Vanuit een zeker crisisbewustzijn rijpte het inzicht dat er dingen moesten veranderen[35]. Daarnaast was er de goede relatie die Gorbatsjov gedurende zijn gehele politieke loopbaan met de KGB en diens voorgangers had onderhouden. Gorbatsjov was al in zijn studententijd informant voor de veiligheidsdiensten en zou later door Andropov naar de hoogste partijregionen worden geloodst[36]. Gorbatsjov had zijn carrière zondermeer te danken aan de KGB. Dat Gorbatsjov later toch een zekere mate van onafhankelijkheid ten opzichte van de KGB kon ontwikkelen neemt niet weg dat hij in zijn perestrojka de KGB vaak ontzag. De veiligheidsdienst bleef meestal buiten schot terwijl andere segmenten van de maatschappij aan diepgaande hervormingen werden onderworpen. Oorzaak hiervan is het feit dat de hervormer het Comité nodig had in de woelige jaren van de perestrojka[37].
1.5.2 De KGB en de perestrojka
De KGB zag zelf de noodzaak van diepgaande hervormingen in. Aanvankelijk steunde het deze politiek dan ook ten volle. Onder het voorzitterschap van Viktor Chebrikov was de KGB een loyale en onmisbare hefboom voor Gorbatsjovs hervormingen. Toen Gorbatsjov echter zijn economische hervormingen begon aan te vullen met politieke hervormingen wijzigde de loyale houding van de KGB. Deze politieke hervormingen hielden immers evolutie naar een rechtsstaat, vrijlating van politieke gevangenen, respect voor mensenrechten, etc. in. Deze mogelijke hervormingen zouden een inperking van de slagkracht van de veiligheidsdiensten betekenen. De relatie tussen de KGB en Gorbatsjov begon dan ook te verslechteren. Gorbatsjov raakte geklemd tussen aan de ene kant hervormers en aan de andere kant tegenstanders zoals Chebrikov.
Toen Gorbatsjov er in 1988 in slaagde Chebrikov te vervangen door Vladimir Kryuchkov hoopte hij hiermee een hervormingsgezinde voorzitter voor de KGB te hebben aangesteld. Aanvankelijk voerde Kryuchkov ook enkele hervormingen door. Deze hervormingen waren veelal pogingen om de KGB, die veel kritiek te verwerken kreeg van hervormingsgezinde volksafgevaardigden zoals Vlasov en Jeltsin, te legitimeren[38]. Kryuchkov trachtte eveneens met enkele vergeefse imagocampagnes de status van het Comité op te krikken[39].
Kryuchkov claimde belangrijke hervormingen op het gebied van parlementaire controle en wettelijke vastlegging van de bevoegdheden te hebben doorgevoerd. De in 1989 opgerichte Commissie Defensie en Veiligheid van de Opperste Sovjet die moest instaan voor de parlementaire controle op de veiligheidsdiensten fungeerde vooral als schijnorgaan zonder echte controlebevoegdheid[40]. Ook de wet op de staatsveiligheid van 1991 die moest voorzien in wettelijke afbakening van de bevoegdheden was eerder een legale bevestiging van de KGB die misbruiken allesbehalve uitsloot[41].
Bovengenoemde hervormingen waren vooral papieren constructies die de macht van de KGB niet beperkten. In de jaren 1990 en 1991 stond het comité op het toppunt van zijn macht en Kryuchkov twijfelde niet om deze in te zetten, zowel op binnenlands als op buitenlands vlak[42]. Deze groeiende assertiviteit zou culmineren in de augustuscoup.
1.5.3 De augustuscoup
De augustuscoup van 19 augustus 1991 en de daaropvolgende dagen zou het einde van de USSR inluiden. Over het exacte verloop van de putsch blijven tot op de dag van vandaag veel vragen bestaan. Vooral met betrekking tot de rol die Gorbatsjov in het hele gebeuren speelde is er nog steeds veel onduidelijkheid.
Vast staat dat de coup niet geheel onverwacht kwam. KGB-baas Kryuchkov stelde zich in de jaren en maanden voor de coup steeds combattiever op. Dit uitte zich in het inzetten van KGB-troepen in opstandige Baltische staten, openlijke kritiek op de perestrojka, steun aan conservatieven in de entourage van Gorbatsjov, etc.
Toen Gorbatsjov in juli 1991 een nieuw Unieverdrag uitwerkte dat de USSR zou omvormen tot een confederatie van soevereine staten waarbij de centrale macht sterk zou afnemen, was de maat vol voor de conservatieven[43]. Op 19 augustus, de dag voor de geplande ondertekening van het nieuwe Unieverdrag, nam een bijzonder staatscomité de macht over. Dit bijzonder staatscomité werd vooral bevolkt door leidende figuren uit de KGB, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het leger. Het staatscomité verklaarde Gorbatsjov ziek en riep de noodtoestand uit. Zowat alle leden van de KGB-top zaten in het door Kryuchkov voorbereide complot.
Het verdere verloop van de staatsgreep was zorgvuldig gepland. Belangrijke hervormers zoals Jeltsin zouden worden gearresteerd, communicatielijnen zouden worden geblokkeerd, belangrijke wegen en gebouwen zouden worden bezet en een verbod op oppositiepers zou worden ingevoerd. De uitvoering van deze plannen liep echter mis, en dit door verdeeldheid binnen uiterlijk de KGB zélf[44]. De ultieme bezegeling van deze verdeeldheid was de weigering van de elitegevechtseenheid Alfa om het plein voor het Witte Huis waar Jeltsin en zijn medestanders zich hadden verschanst te ontruimen en de hervormers te arresteren.
Beseffende dat zijn rol was uitgespeeld en de staatsgreep mislukt was trok Kruychkov zijn conclusies. Hij had de onderlinge verdeeldheid binnen zijn eigen veiligheidsapparaat onderschat. Daarnaast had hij de publieke steun voor Jeltsin niet voldoende in overweging genomen bij het uitzetten van de plannen.
Over de exacte rol van Gorbatsjov in de coup bestaat onduidelijkheid. Aanvankelijk leek Gorbatsjov het slachtoffer van een conservatieve samenzwering maar in de nasleep van de coup bleek al snel dat hij goed op de hoogte was van de voorbereidingen en gedurende heel de vertoning een dubbele rol zou spelen.
Amy Knight spreekt zelfs van the myth of the august coup[45]. Gorbatsjov zou betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van de staat van beleg. Gezien het feit dat in het nieuwe Unieverdrag de macht van Gorbatsjov sterk zou afnemen is het niet onlogisch dat hij de ondertekening ervan wou vermijden[46]. Volgens Knight speelde Gorbatsjov een spel dat hij niet kon verliezen. Door de coupplegers de opdracht te geven de noodtoestand voor te bereiden maar zich bij het uitroepen van deze noodtoestand afwezig te houden en ziekte te veinzen, kon hij enkel maar winnen. Als de coup zou lukken kon hij vanuit Foros op de Krim, waar hij zogezegd herstelde van gezondheidsproblemen, naar Moskou terugkeren en het leiderschap overnemen van de coupplegers. Bij mislukking van de coup dacht hij te kunnen terugkeren als onschuldig slachtoffer van de samenzweerders om eveneens de macht terug op te nemen[47].
Over de werkelijkheid van dit scenario bestaan voor- en tegenargumenten. De feiten tonen echter aan dat Gorbatsjov tijdens de coup in Foros lang niet zo geïsoleerd was als hij later zou laten uitschijnen[48]. Hij was zich op elk moment bewust van de gebeurtenissen en had permanent de mogelijkheid om te communiceren. Daarnaast is het moeilijk aan te nemen dat een getalenteerd leider als Gorbatsjov met zijn scherp ontwikkelde politieke instincten zich zo gemakkelijk zou laten misleiden[49]. Het zou in ieder geval niet de eerste keer zijn dat Gorbatsjov een dergelijke tactiek van publiekelijke distantiëring maar in werkelijkheid heimelijke betrokkenheid bij activiteiten die zijn imago van democratische hervormer kunnen schaden zou toepassen[50].
Uiteindelijk zouden de feiten toch anders verlopen dan verwacht door Gorbatsjov. De coup mislukte maar een glorievolle terugkeer aan de macht zat er niet meer in. Niet hij maar Boris Jeltsin kwam als held uit de hele affaire. De rol van Gorbatsjov en de USSR was uitgespeeld. Toen op 22 augustus het beeld van Feliks Dzerhinsky voor de KGB- hoofdkwartieren werd neergehaald (met behulp van een door de Amerikaanse ambassade verstrekte bouwkraan) leek ook het gevreesde Comité dat decennialang een diepgaande invloed op het maatschappelijke en politieke leven had uitgeoefend, aan zijn einde te zijn gekomen[51].
1.6 Conclusie
We kunnen concluderen dat de veiligheidsdiensten een diepgewortelde geschiedenis als repressie-instrument in het autoritaire bestuur van Rusland hebben. Daar waar dit tijdens het tsarisme nog beperkt was groeide de macht van de politieke politie zienderogen tijdens de heerschappij van Lenin. Stalin zou de politieke politie verder inzetten als repressieapparaat in zijn totalitair systeem. Hij zou er niet voor terugschrikken de veiligheidsdiensten wreedheden te laten begaan als hij verwachtte dat dit zijn persoonlijke macht ten goede zou komen. De inperking van de macht van de geheime dienst tijdens de destalinisatie zou van korte duur blijken. Onder Andropov zou de KGB terug uitgroeien tot een machtige speler. Tijdens de perestrojkajaren van Gorbatsjov speelden de veiligheidsdiensten een dubbele rol: enerzijds steun voor de hervormingen maar anderzijds tegenstand wanneer deze hervormingen de eigen macht zouden aantasten. Toen Jeltsin na de augustuscoup aan de macht kwam leek hij vastberaden de macht van de veiligheidsdiensten, geheel naar de wil van het volk, in te perken. Dit zou echter al snel een illusie blijken.
2 Jeltsins afrekening met de sovjet KGB en opbouw van een Russisch veiligheidsapparaat (’91-’93)
In het volgende hoofdstuk zullen de eerste jaren van het bewind van Boris Jeltsin worden beschreven. Na augustus 1991 werd de KGB aanzien als het symbool van de oude communistische orde. De geheime dienst werd gezien als de organisatie die doormiddel van afluisteren, intimidatie en repressie het sovjetsysteem gedurende decennia in stand had gehouden. Jeltsin werd gezien als een liberale democraat die de inlichtingen - en veiligheidsdiensten zou kortwieken. Hij zou, geheel conform zijn democratische hervormingen in de eerste jaren van zijn bewind, aansturen op een ontmanteling van de KGB om zo tot een minder geconcentreerd en almachtig veiligheidsapparaat te komen.
Vadim Bakatin verving na de augustuscoup Kryuchkov als KGB-baas. Hij kreeg de opdracht de geheime dienst op te splitsen in verschillende zelfstandige organisaties. Bakatin liet er geen gras over groeien en voerde aan aantal diepgaande hervormingen door. Hij ontmantelde de KGB door alle diensten die niet direct met staatsveiligheid te maken onder de machtige paraplu weg te halen[52]. De ooit zo machtige KGB leek definitief van het speelveld te worden verwijderd.
Jeltsin zou echter al gauw beseffen dat hij niet zonder sterke geheime diensten kon overleven in de woelige politieke jaren na de val van de sovjetunie. Hij zou al snel zijn imago van democratische hervormer geweld aan doen door te ijveren voor een sterke geheime dienst voor de Russische Federatie. Zijn pogingen om de veiligheidsdiensten voor eigen politieke doeleinden in te zetten, maakten deel uit van zijn conflict met het parlement. Dit conflict resulteerde in een gewapend treffen in 1993.
2.1 De hervormingen van Bakatin
Na de augustuscoup van 1991 benoemde Gorbatsjov op 23 augustus Vadim Bakatin tot nieuw hoofd van de KGB. Aangezien deze bekend stond als hervormingsgezind kon ook Boris Jeltsin zich in de benoeming vinden. Bakatins opdracht bestond erin de ontmanteling van de KGB uit te voeren[53]. De basispijlers van de hervormingen lagen al snel vast. Een opsplitsing van de organisatie in een aantal zelfstandige componenten moest het machtsmonopolie van de KGB breken. Daarnaast zou een decentralisatie van veiligheidsbevoegdheden naar de nieuwe republieken moeten plaatsvinden. Een derde pijler van Bakatins hervorming bestond uit een hervorming van de interne ideologie van de geheime diensten. De chekistische idealen moesten hiervoor worden vervangen door modernere opvattingen over staatsveiligheid en inlichtingenverwerving.
Ter uitvoering van deze basispijlers trachtte Bakatin in te grijpen in het personeelsbestand. Hoge functionarissen die nog onder Kryuchkov hadden gediend werden ontslagen en vervangen door jongere en meer hervormingsgezinde figuren. Een echt diepgaande vernieuwing van het personeelsbestand zou echter uitblijven. Bakatin stootte immers op heel wat wantrouwen binnen de organisatie. Om de onrust onder de gelederen in te perken beperkte hij, ondanks eerdere aankondigingen, zijn zuivering van het personeelsbestand[54]. Daarnaast bleef hij geloven dat door een ideologische switch de bestaande functionarissen konden worden omgevormd tot modernere officieren.
Verder startte Bakatin met de functionele desintegratie van de KGB[55]. Alle diensten die niet direct met staatsveiligheid te maken hadden, werden zelfstandig gemaakt. Zo werden de diensten die bevoegd waren voor de overheidsverbindingen en communicatie (communicatiebeveiliging, communicatieonderschepping, cryptografie, …) onttrokken aan de KGB en in een nieuw Comité Overheidsverbindingen (KPS) ondergeschikt aan de president geplaatst[56]. Ook de presidentiële beveiligingsdienst werd een onafhankelijk orgaan onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de president. De antiterroristische eenheid Alfa onderging eveneens dezelfde behandeling: onttrekking aan de KGB en plaatsing onder directe verantwoordelijkheid van de president[57].
De sovjetrepublieken nationaliseerden in hun onafhankelijkheidsproces allen na de augustuscoup de KGB-eigendommen en structuren die zich op hun grondgebied bevonden. De KGB was niet meer in staat dit proces te stoppen[58]. De nieuwe veiligheidsdiensten in de onafhankelijk geworden republieken zouden de methoden van de oude moederorganisatie vaak kopiëren en aanwenden om interne oppositie te onderdrukken. Ook oude KGB-contacten zouden in de volgende decennia nog veelvuldig worden aangewend, over de landsgrenzen heen[59]. Aangezien het onmogelijk is om in het beperkte bestek van deze verhandeling op de evoluties van de veiligheidsdiensten in de voormalige sovjetrepublieken in te gaan, zal worden toegespitst op de ontwikkelingen van het veiligheidsapparaat van de Russische Federatie.
Na de bovengenoemde hervormingen van Bakatin bleef er een centrale KGB over die een groot deel van haar macht en invloed had verloren. Het beschikte enkel nog over de inlichtingendienst, de grenstroepen en de binnenlandse veiligheidsdienst,. De andere bevoegdheden waren ondergebracht in zelfstandige organisaties.
In november 1991 werden de overblijvende functies van de KGB opgesplitst in drie verschillende taken die elk zouden worden opgenomen door drie nieuwe organisaties. Hiermee hield de KGB, die door bovengenoemde hervormingen al sterk verzwakt was, definitief op te bestaan.
De bevoegdheid over de inlichtingendiensten (het vroegere eerste hoofddirectoraat van de KGB) werd overgedragen aan de nieuw opgerichte TSSR (Centrale Inlichtingendienst). Deze dienst stond in voor de vergaring van inlichtingen in het buitenland en de coördinatie van de inlichtingenuitwisseling tussen de verschillende republieken[60].
De bevoegdheid over de grenstroepen (voorheen een apart hoofddirectoraat binnen de KGB) werd overgedragen aan de KOGG (Comité ter bescherming van de Staatsgrenzen van de USSR) die instond voor de bewaking van de staatsgrenzen van de USSR[61].
De MSB (Interrepublikeinse Veiligheidsdienst) groepeerde de resterende hoofddirectoraten van de KGB. Deze hielden ondermeer in: tweede hoofddirectoraat (contraspionage), derde hoofddirectoraat (militaire contraspionage), vierde hoofddirectoraat (transportveiligheid), vijfde hoofddirectoraat (anti - terrorisme), zesde hoofddirectoraat (economische misdrijven en corruptie) en het zevende hoofddirectoraat (bewaking)[62].
Het is belangrijk te herinneren aan het feit dat deze hervormingen van Bakatin allen betrekking hadden op het inlichtingen – en veiligheidsapparaat van de USSR. De sovjetunie zou immers na de augustuscoup nog blijven bestaan tot 1 januari 1992. Tijdens de korte periode waarin Bakatin zijn structurele hervormingen (onttrekking van bepaalde diensten en uiteindelijk opsplitsing van de KGB) doorvoerde, waren de unierepublieken reeds bezig met de organisatie van hun eigen inlichtingen – en veiligheidsapparaat (cfr. supra). Dit gold uiteraard ook voor de belangrijkste unierepubliek, de Russische Socialistische Federatieve Sovjet-Republiek (RSFSR) waarvan Boris Jeltsin in juni 1991 tot president was gekozen.
De RSFSR KGB, de afdeling van de USSR KGB in de RSFSR, stelde voor de augustuscoup niet veel voor maar daar kwam, onder impuls van Jeltsin, snel verandering in. Hij zou er niet voor terugschrikken om naast zijn openbare steun aan de ontmanteling van de publiekelijk gehate sovjet KGB een geheime dienst voor ‘zijn’ RSFSR uit te bouwen. Omvangrijke delen van de USSR KGB werden overgeheveld naar de RSFSR KGB, de Russische veiligheidsdienst[63].
In een decreet van 26 november 1991 herdoopte Jeltsin de RSFR KGB tot AFB (Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie)[64]. Het was deze AFB die een groot deel van de middelen en functionarissen van de USSR KGB overnam. De AFB was verantwoording verschuldigd aan de president en de Russische Opperste Sovjet (later het parlement) en werd gefinancierd door de RSFR. Het was duidelijk dat het zwaartepunt verschoof van de sovjetdiensten naar de Russische diensten. De AFB en haar opvolgers zouden voortaan de belangrijkste rol spelen op het Russische grondgebied. De Interrepublikeinse Veiligheidsdienst MSB zou enkel nog een coördinerende rol spelen. Nadat Gorbatsjov aftrad (25 december 1991) en de USSR formeel ophield te bestaan (1 januari 1992) zouden ook de andere componenten van de KGB in grote mate worden opgezogen door het veiligheidsapparaat van de Russische Federatie.
Men kan concluderen dat Bakatin erin geslaagd is op een zeer korte tijd de KGB te ontmantelen. Door een functionele desintegratie en een decentralisatie naar de deelrepublieken werd de macht van het voorheen zo gezagvolle Comité gebroken. Dit betekende echter niet dat de rol van de geheime diensten was uitgespeeld. Zowel in de Russische Federatie als in de andere voormalige republieken van de USSR zouden ze gedurende de volgende jaren een belangrijke rol blijven spelen. In wat volgt zullen we ons enkel nog concentreren op de ontwikkelingen van het inlichtingen – en veiligheidsapparaat in de Russische Federatie.
2.2 Het ontluikende Russische veiligheidsapparaat
De beëindiging van de Sovjetunie, en met haar alle uniestructuren binnen het veiligheidsapparaat, betekende geenszins dat Rusland rustige politieke tijden tegemoet ging. Rusland erfde als belangrijkste unierepubliek het grootste deel van de structuren, functionarissen en middelen van de sovjetveiligheidsdiensten. De nieuwe vorm van het Russische veiligheidsapparaat en de controlebevoegdheid erover zou één van de twistpunten worden die de president en het parlement al snel zouden verdelen.
Alvorens dieper in te gaan op het conflict tussen Jeltsin en het parlement, en de rol van de veiligheidsdiensten in dit conflict, zullen we de hervorming van het inlichtingen – en veiligheidsapparaat in de eerste jaren van het presidentschap van Jeltsin belichten.
Jeltsin beschikte over verschillende mogelijkheden in zijn keuze hoe met het veiligheidsapparaat dat hij geërfd had van de USSR om te gaan[65]. Hij zou alle diensten kunnen afschaffen en vanuit deze tabula rasa een geheel nieuwe structuur van inlichtingen – en veiligheidsdiensten kunnen opbouwen. Daarnaast zou hij het bestaande apparaat kunnen trachten te hervormen door mensen uit de oude garde te vervangen door nieuwe, jongere, functionarissen met een modernere kijk. Een derde optie bestond erin het gehele apparaat na enkele hervormingen over te nemen en in te schakelen voor eigen doeleinden. Ondanks zijn imago van democratische hervormer en zijn retoriek die het volk een transparante democratische rechtsstaat beloofde werd al snel duidelijk dat Jeltsin voor de derde mogelijkheid zou kiezen en het staatsveiligheidsapparaat zou gebruiken voor zijn eigen politieke doeleinden.
2.2.1 MBVD en MBRF
Het decreet dat Jeltsin in december 1991 uitvaardigde ter oprichting van de MBVD (Ministerie van Veiligheid en Binnenlands Zaken) was een eerste aanduiding welke richting hij uitwou met de inlichtingen – en veiligheidsdiensten. De MBVD zou immers naast de MSB en AFB ook het MVD (Ministerie van Binnenlandse Zaken) omvatten. Het decreet was opgesteld door hoge functionarissen uit het Russische Ministerie van Binnenlandse Zaken. Eén van hen was Viktor Baraninkov. Hij zou volgens het decreet tot minister van de overkoepelende MBVD worden benoemd[66]. De uitvaardiging van het decreet duidde erop dat de rol van Bakatin was uitgespeeld. Hij zou de creatie van een dergelijk machtig orgaan nooit hebben aanvaard maar was na zijn korte passage al snel weggemanouvreerd.
De creatie van de MBVD werd op scherpe kritiek onthaald. Voor velen deed dit orgaan, dat de scheiding tussen staatsveiligheid (AFB) en bewaring van de openbare orde (MVD) ophief, denken aan zwarte perioden uit het verleden. Ook binnen de diensten zelf werd het decreet niet positief onthaald. Functionarissen uit de staatsveiligheidsdiensten keken immers neer op de politiemensen en zagen ertegenop te moeten werken onder commando van een MVD-generaal. De toplui uit het nieuwe ministerie trachtten de negatieve kritieken te weerleggen maar dit had weinig effect[67].
Uiteindelijk zou Jeltsin moeten toegeven. De kritiek van de staatsveiligheidsmensen zou de doorslag hebben gegeven bij zijn beslissing. Op 16 januari ’92 trok Jeltsin het decreet ter oprichting van de MBVD in. In de plaats kwamen er twee aparte ministeries: een Ministerie van Binnenlandse Zaken en een Ministerie van Veiligheid[68].
Het decreet van 24 januari 1992 voorzag in de oprichting van een Ministerie van Veiligheid van Rusland (MBRF) met Barannikov aan het hoofd ervan. De MBRF bevatte in tegenstelling tot de MBVD dan wel niet de diensten van Binnenlandse Zaken, dit nam niet weg dat er binnen het Ministerie van Veiligheid een concentratie aan bevoegdheden en macht plaatsvond. De MBRF kreeg beschikking over alle functionarissen en middelen van de AFB en MSB. Via deze weg nam de MBRF de activiteiten van een hele reeks hoofddirectoraten van de KGB over.
Onder druk van Barannikov stemde Jeltsin in met verdere centralisatie. Zo werd de bevoegdheid over de militaire inlichtingendienst (GRU) en de grenstroepen (KOGG) al na korte tijd toegekend aan het Ministerie van Veiligheid. Deze centralisatie van macht en middelen in het ongeveer 300000 functionarissen tellende[69] ministerie deed bij velen de herinnering aan de KGB weer opkomen.
De vergelijking met de KGB werd verder in de hand gewerkt door het optreden van de MBRF waarbij men oude methoden niet schuwde. Ook het veelvuldig aanwenden van PR-campagnes om het imago van het ministerie op te poetsen vormde eveneens een sterke gelijkenis met het verleden[70].
Zowel het parlement als de president zagen in dat het Ministerie van Veiligheid een belangrijk machtsinstrument was. Een strijd om de controle op de MBRF brak los. Op dit conflict zal in het volgende deel dieper worden ingegaan.
2.2.2 SVR
In tegenstelling tot quasi alle andere directoraten van de KGB was er zelden publieke kritiek op het eerste hoofddirectoraat, bevoegd voor buitenlandse inlichtingen. Ook na het opdoeken van de USSR was men het erover eens dat Rusland een sterk buitenlands inlichtingenapparaat moest behouden om de Russische belangen in het buitenland te waarborgen. De legitimiteit van de buitenlandse inlichtingendienst stond nooit ter discussie[71]. Nochtans had het eerste hoofddirectoraat in het verleden ‘actieve maatregelen’ in het buitenland zoals moord, sabotage, desinformatie, steun aan terreurgroepen, etc. nooit geschuwd. Een van de bekendste van deze actieve maatregelen was de moord op de Bulgaarse dissident Georgi Markov, die in 1978 te Londen overleed nadat hij door de punt van een paraplu met gif werd geïnjecteerd[72].
In december 1991 richtte Jeltsin de SVR (Buitenlandse Inlichtingendienst van de Russische Federatie) op. Deze SVR nam de middelen, functionarissen en databanken van haar sovjetvoorganger TSSR (cfr. supra) over. Tevens werd voorzien in een legale basis voor de Buitenlandse Inlichtingendienst. Voor het eerst werden de operationele mogelijkheden voor de buitenlandse inlichtingendienst in een openbare wet afgebakend. De inlichtingendienst was voortaan verantwoording verschuldigd aan het parlement en de president[73]. De algemene leiding lag echter in handen van de president.
Ondanks deze voorziening in een wettelijk kader zou de SVR ontsnappen aan echte publieke controle. In de wet was de hand van topfunctionarissen uit de inlichtingendiensten duidelijk terug te vinden[74]. De wettelijke bepalingen maakten efficiënte controles op budget, operaties, personeel, etc. door de het parlement zo goed als onmogelijk. Ook werd de publicatie van artikels over spionagezaken in de pers onderworpen aan voorafgaande toestemming van de SVR.
Daar waar het wettelijk kader waarin de SVR in de toekomst zou moeten opereren (althans op papier) een vernieuwing was, kon men de SVR-leiding bezwaarlijk als vernieuwing bestempelen. De toplui van de TSSR verhuisden gewoon mee naar de nieuwe Buitenlandse Inlichtingendienst[75]. Ook TSSR - baas Jevgeni Primakov verhuisde mee en werd de chef van de nieuwe inlichtingendienst.
Na verloop van tijd zou de invloed van de Buitenlandse Inlichtingendienst op het buitenlands beleid toenemen. Zo publiceerde het in 1993 een document dat een agressievere opstelling van Rusland in het buitenlands beleid voorschreef. Het document bepleitte een waarschuwing aan het westen voor verdere uitbereiding van de NAVO en inmenging in de GOS-staten. Hiermee bewoog de SVR zich duidelijk buiten zijn functie als inlichtingendienst en nam het een beleidsadviserende rol aan[76]. Vanaf 1993 vond er ook daadwerkelijk een koerswijziging plaats in de buitenlandse politiek van de Russische Federatie. De periode van het ‘romantisch internationalisme’ werd afgesloten en Rusland begon zich assertiever en agressiever op te stellen[77]. Ook trad SVR-baas Primakov steeds meer in de schijnwerpers. Hij zou later minister van buitenlandse zaken en premier worden.
Primakov slaagde erin eigen prioriteiten te leggen in het werk van de inlichtingendienst. Hij professionaliseerde de analysemethoden, reduceerde het personeelsbestand[78] en verschoof de klemtoon van het spionagewerk van politieke en militaire spionage naar de economische, commerciële en industriële spionage[79]. Ook voorzag Primakov in samenwerking met andere, ook westerse, inlichtingendiensten. Deze moderniseringen werden aan het grote publiek kenbaar gemaakt door PR-campagnes die sterk op deze van de MBRF leken.
2.2.3 FAPSI
In december 1991 werd het Federaal Agentschap voor Regeringscommunicatie en informatie (FAPSI) opgericht als opvolger van het Comité Overheidsverbindingen KPS (cfr. supra). Dit agentschap nam dus via het KPS het personeel, middelen, wetenschappelijke centra, communicatieacademiën, etc. van het vroegere achtste hoofddirectoraat (communicatie en cryptografie) en het zestiende directoraat (elektronische contraspionage) van de KGB over[80].
Het agentschap was verantwoordelijk voor het regeringscommunicatiesysteem. Zowel controle over interne communicatie als communicatie met het buitenland behoorden tot de bevoegdheden van het FAPSI[81]. Later zou het Agentschap erin slagen haar functies verder uit te breiden.
2.2.4 GUO
In december 91 richtte Jeltsin een eigen veiligheidsdienst op. De GUO (Hoofdadministratie voor de Bescherming van de Russische Federatie) werd zo de opvolger van het vroegere negende directoraat (bewaking) van de KGB. Dit directoraat was na de augustuscoup reeds omgevormd tot een aparte dienst buiten de KGB en werd nu omgedoopt tot een administratie met ministeriële status dat enkel aan de president verantwoording verschuldigd was[82].
De GUO kwam onder leiding van KGB-oudgediende Mikhail Barsukov en was oorspronkelijk enkel bevoegd voor de fysieke bescherming van de Russische politieke leiders en buitenlandse functionarissen, evenals voor de bescherming van bepaalde regeringsgebouwen[83]. Na het conflict tussen Jeltsin en het parlement zou de administratie een reeks andere bevoegdheden naar zich toetrekken en zich ontwikkelen tot een machtige veiligheidsdienst (cfr. infra).
2.2.5 Grenstroepen
Na de augustuscoup werden de grenstroepen van het grensbewakingdirectoraat van de USSR KGB ondergebracht in een apart comité, de KOGG (cfr. supra). Na de opdoeking van de USSR bewogen de grenstroepen een tijd in een vacuüm. Het was onduidelijk wie juist zeggenschap had over deze uitgebreide troepenmacht (formeel het GOS) en er heerste chaos[84]. Aan deze toestand trachtte Jeltsin een einde te maken met een decreet in juni 1992 dat de grenstroepen integreerde in het Ministerie van Veiligheid.
De grenstroepen, geschat op ongeveer 180.000 manschappen[85], beperkten zich volgens de bepalingen van het decreet niet tot het beschermen van de grenzen van de Russische Federatie. Ook elders in het GOS zouden de grenstroepen grensverdedigingstaken waarnemen. Rusland vreesde immers dat zijn strategische belangen in het gedrang zouden komen als de bewaking van de buitenste grenzen van de GOS-staten werd overgelaten aan de betreffende landen. De bilaterale onderhandelingen die de Russische Federatie met de individuele GOS-staten voerde over de grensbewaking liepen niet steeds zoals gewenst. Met sommige staten (Kirgizië, Kazakstan, Armenië, Oezbekistan, …) bereikte men gemakkelijk een akkoord over gemeenschappelijke grensbewaking. Met anderen (Oekraïne, Azerbeidjan) verliep de samenwerking veel stroever[86]. De grenstroepen werden een instrument in het regionale beleid van Rusland. De strategisch waardevolle troepen zouden meermaals in gewapende regionale conflicten betrokken geraken.
Het falende optreden van de grenstroepen in één van deze conflicten, het grensconflict tussen Tadzjikistan en Afghanistan, zou uiteindelijk zelfs leiden tot het ontslag van MBRF-baas Barannikov die via het Ministerie van Veiligheid de verantwoordelijkheid over de grenstroepen droeg. Een andere, en wellicht fundamentelere, reden van het ontslag ligt in de rol van Barannikov in het conflict tussen Jeltsin en het parlement (cfr. infra). Barannikov zou er immers niet in slagen Jeltsin te overtuigen van zijn loyaliteit[87]. Op de botsing tussen Jeltsin en het parlement wordt in het volgende deel van dit hoofdstuk dieper ingegaan.
2.3 Het conflict tussen Jeltsin en het parlement
Al snel na het opdoeken van de USSR ontstond in de Russische Federatie een conflict tussen president en parlement (toen nog Opperste Sovjet). Een onderdeel van deze politieke machtsstrijd was de vraag wie de controle over de geheime diensten moest uitoefenen. Het parlement eiste uitgebreide parlementaire controle op de activiteiten van deze diensten. De president vond daarentegen dat deze diensten enkel aan hem onderworpen moesten zijn. De machtsstrijd culmineerde uiteindelijk in een gewapend conflict. Hierin zouden de veiligheidsdiensten een cruciale rol spelen.
Jeltsin werd al snel na zijn aantreden geconfronteerd met een behoudsgezind en machtsbelust parlement. Tussen 1991 en 1993 zouden de spanningen tussen de uitvoerende en de wetgevende macht enkel toenemen. Belangrijkste opponenten van Jeltsin waren de voorzitter van de Opperste Sovjet, Roeslan Chasboelatov, en vice-president Aleksander Rutskoi. Beiden waren medestanders van Jeltsin geweest tijdens de augustuscoup van 1991 maar ze zouden al snel rivalen worden[88].
Alvorens de confrontatie met het parlement aan te gaan verzekerde Jeltsin zich van de steun van de machtsministeries. Hiertoe moest hij enkele personeelswissels doorvoeren[89]. Zo werd de secretaris van de Nationale Veiligheidsraad Skokov vervangen door de Jeltsin-getrouwe Lobov. Vice-president Rutskoi, bevoegd voor controle over de machtsministeries, werd alle commandobevoegdheden over defensie en staatsveiligheid ontnomen. Tenslotte benoemde Jeltsin Sergei Stepashin tot plaatsvervangend minister van Veiligheid om zijn controle op de MBRF geheel te verzekeren.
Nu Jeltsin zich verzekerd had van de steun van de machtsministeries moest hij enkel nog het opportune moment afwachten. In september 1993 achtte hij het moment gekozen om de parlementaire oppositie (communisten en ultranationalisten die van Rusland terug een grootmacht wilden maken) uit te schakelen. Jeltsin ontbond het parlement op 21 september[90]. De machtsministeries zegden hem onmiddellijk hun steun toe.
Als reactie hierop benoemde het parlement een soort van schaduwregering met een schaduwpresident (Rutskoi) en schaduwministers van de machtsministeries[91]. Dit bleek een zware tactische fout. De aanstelling van schaduwministers ontnam de officiële ministers elke incentive om de kant van het parlement te kiezen. Daarnaast bleek dat de gekozen schaduwministers een veel te kleine achterban hadden binnen de machtsministeries. Ondanks allerlei beloften over loon en werkomstandigheden slaagden er ze er nooit in grote groepen uit het veiligheidsapparaat de kant van de oppositie te doen kiezen.
Jeltsin eiste dat de opstandige volksvertegenwoordigers het Witte Huis, waar ze zich verschanst hadden, zouden ontruimen. Na een week van spanning bestormden regeringstroepen het Witte Huis en gaven de oppositieleden zich over. Officieel vielen er 145 doden[92].
Uiteindelijk zou het leger de meeste verdienste opeisen uit het neerslaan van de opstand[93]. De inlichtingen – en veiligheidsdiensten hielden zich eerder op de achtergrond. Toch kan men hen een belangrijke rol in de afloop van het conflict toedichten. Zo kan met het gegeven dat geen enkele legereenheid overliep naar de parlementairen vooral een verdienste noemen van de militaire contraspionage wat een bevoegdheid van de MBRF[94] was. Het FAPSI speelde een cruciale rol in het afsnijden van belangrijke telefoon – en andere communicatielijnen. De elite eenheden van het leger die van cruciaal belang waren gebleken bij het neerslaan van de oproer bleken voorheen deel te hebben uitgemaakt van de KGB. De infiltratie van het Witte Huis waar de parlementsleden zich hadden verschanst werd uitgevoerd door elite eenheden van de GUO (Alfa en Vympel). Deze slaagden erin de kopstukken van de opstand levend te arresteren[95].
Jeltsin leek dus te kunnen rekenen op zijn veiligheidsdiensten. Toch kon hij vragen stellen bij de loyaliteit van het gehele veiligheidsapparaat. Sommige delen ervan, vooral deze binnen de MBRF, toonden tijdens de crisis geen onvoorwaardelijke steun aan de president. Dit zou resulteren in de vervanging van Barranikov door KGB-veteraan Nikolai Golushko aan het hoofd van het Ministerie van Veiligheid. In de bezwering van de crisis hadden de diensten van de exclusief aan Jeltsin verantwoording verschuldigde GUO een hoofdrol gespeeld. Jeltsin zou hiermee rekening houden bij latere hervormingen van het veiligheidsapparaat waarbij de macht en bevoegdheden van deze Hoofdadministratie sterk zouden toenemen .
Jeltsin schreef na de afloop van het conflict nieuwe parlementsverkiezingen uit die in december 1993 werden gehouden. De uitslag liet een overwinning zien van de conservatieve nationalisten rond Vladimir Zhirinovsky en van de communisten rond Gennadi Zjoeganov. Tevens werd per referendum een nieuwe grondwet aangenomen die in o.a. grotere bevoegdheden van de president voorzag[96]. Jeltsin zou van deze invoering van een presidentieel regime gebruik maken om verschillende diensten van het veiligheidsapparaat te versterken en onder zijn exclusieve controle te brengen. Hierop zal in het volgende hoofdstuk worden ingegaan.
2.4 Conclusie
In de periode tussen de twee coups die begin jaren ’90 de Russische politiek tekenden onderging het veiligheidsapparaat diepgaande hervormingen. Vlak na de augustuscoup van 1991 startte Bakatin met een decentralisatie en functionele desintegratie die uiteindelijk tot het opdoeken van de KGB zou leiden. Boris Jeltsin, die dit proces aanvankelijk openlijk steunde, zou er echter niet voor terugschrikken eens hij aan de macht was een sterk veiligheidsapparaat op te bouwen voor de Russische Federatie. Hierbij werden grote delen van de oude KGB gerecupereerd door de Russische opvolgingsorganisaties.
De strijd om de verantwoordelijkheid en de controle over de Russische inlichtingen – en veiligheidsdiensten maakte deel uit van het conflict dat Jeltsin en de parlementaire oppositie tot een gewapend treffen zou leiden in 1993. In deze tweede coup trok Jeltsin aan het langste eind en hij vestigde een presidentieel regime. In de daaropvolgende jaren zou Jeltsin van zijn uitgebreide presidentiële macht gebruik maken om de geheime diensten verder te versterken en zijn controle erop te versterken. Op deze evolutie zal in het volgende hoofdstuk worden ingegaan.
3 Jeltsin en de geheime diensten in de periode na het conflict van ‘93
Nadat hij als overwinnaar uit het conflict met het parlement was gekomen vergrootte Jeltsin zijn persoonlijke macht. Hij schreef een nieuwe grondwet die voorzag in een uitbreiding van de macht van de president. De invoering van een presidentieel regime zou het ook mogelijk maken de bevoegdheden van verschillende diensten van het veiligheidsapparaat uit te breiden en de presidentiële controle op deze diensten exclusief te maken waardoor het parlement definitief buiten spel werd geplaatst. Het eerste deel van dit hoofdstuk zal focussen op de belangrijkste hervormingen die de inlichtingen – en veiligheidsdiensten hiertoe ondergingen.
De hardere opstelling van Jeltsin op het vlak van veiligheidsbeleid werd mede ingegeven door de hoge verkiezingsuitslag die Zhirinovsky behaalde bij de parlementsverkiezingen van 1993. Jeltsin leidde uit de hoge score van de ultraconservatieve nationalist af dat het volk een sterk Rusland met een sterk leiderschap verkoos boven democratische hervormingen. Om in 1996 herkozen te geraken zou hij zich meer gaan profileren rond de issues waarmee Zhirinovsky scoorde (nadruk op een sterk Rusland, harde aanpak van de criminaliteit) en minder rond liberale, westerse thema’s. Een versterking van het veiligheidsapparaat was deel van deze strategie[97]. Ook de eerste invasie in Tsjetsjenië kan in dit licht bekeken worden. In het tweede deel van dit hoofdstuk zal de eerste Tsjetsjeense oorlog en de rol van de geheime diensten hierin worden bekeken.
Het veiligheidsapparaat zou in de eerste jaren na het conflict tussen Jeltsin en het parlement belangrijke hervormingen ondergaan. Daarna zou de bestaande constellatie zonder veel wijzigingen blijven bestaan tijdens de rest van zijn presidentschap. Tijdens het tweede deel van Jeltsins presidentschap werden de inlichtingen – en veiligheidsdiensten regelmatig ingezet voor politieke doeleinden. Daarnaast zouden personen uit het veiligheidsapparaat ook persoonlijke politieke objectieven nastreven. Hierop wordt in het tweede deel van dit hoofdstuk ingegaan.
3.1 De hervormingen van de verschillende veiligheidsdiensten
3.1.1 Van MBRF via FSK naar FSB
3.1.1.1 FSK
In december 1993 werd het veiligheidsministerie MBRF door een presidentieel decreet opgedoekt. De opvolger van het Ministerie werd de FSK (Federale Contraspionagedienst). Over de beweegredenen van Jeltsin voor deze zet bestaan verschillende mogelijke verklaringen. Zo zou de gebrekkige steun van bepaalde personen en afdelingen van de MBRF tijdens het conflict met het parlement een mogelijke beweegreden zijn geweest om het Ministerie van Veiligheid af te schaffen. Een andere mogelijke verklaring zou te vinden zijn bij de parlementsverkiezingen van december 1993. De onverwacht hoge scores van de communisten en, vooral, Vladimir Zhirinovsky waren voor Jeltsin en diens entourage onrustwekkend. De geruchten als zou Zhirinovsky tijdens de verkiezingen geheime steun hebben gekregen van de MBRF zouden een deel van de verklaring van Jeltsins hervorming kunnen vormen. Vast staat dat Jeltsin de door de nieuwe grondwet toegenomen presidentiële macht aanwendde om dit orgaan eindelijk onder zijn exclusieve controle te krijgen. Het doel van deze strategische beslissing was benarde politieke situaties zoals die van oktober 1993 definitief te vermijden[98].
In het nieuwe decreet werd de FSK direct ondergeschikt aan de president[99]. Het parlementaire toezicht werd zo goed als afgeschaft. Op papier waren er nog wel het toezicht door het Comité voor de Veiligheid in het Lagerhuis (Doema) en door het Comité voor Defensie en Veiligheid in het Hogerhuis (Federatieraad). Deze parlementaire controleorganen waren echter vooral papieren constructies.
Daarnaast werd in het decreet een wijziging van het personeelsbeleid aangekondigd. Dit leek echter weinig werkelijke veranderingen te veroorzaken. De aangekondigde drastische personeelsreductie zou er nooit komen. Als er al afvloeiingen plaatsvonden, betrof het meestal overplaatsingen naar andere diensten. Ook de top van de nieuwe dienst bleef nagenoeg identiek. Het hoofd van de FSK, Nikolai Golushko, was voordien het hoofd van de MBRF geweest.
In tegenstelling tot de personeelsstructuur werd het bevoegdhedenpakket van de FSK wel sterk gewijzigd in vergelijking met dat van de MBRF. De taken van de FSK hielden ondermeer in: contraspionage, interne veiligheidsanalyse, bestrijding van subversieve activiteiten, contraterreur en bestrijding van wapen – en drugstrafieken. De FSK verloor ondermeer de controle over de grenstroepen. Deze was voordien in handen van de MBRF maar werd nu een onafhankelijke Federale Grensdienst (FBS). Enkele andere bevoegdheden werden eveneens overgeheveld naar andere diensten. Vooral het Ministerie van Binnenlandse Zaken MVD ging met enkele belangrijke bevoegdheden aan de haal. Het verwierf ondermeer de zeggenschap over de gevangenis van Lefortivo en over het Departement ter bestrijding van Corruptie en Smokkel[100]. Verder werd de onderzoeksbevoegdheid van de FSK overgeheveld naar de Openbare Aanklager. Het Communicatie – en i