| Het internet als huwelijksbureau. Datingsites in België: een onderzoek. (Ben Creemers) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |
Inleiding
Het is pas sinds de invitrofertilisatie dat men niet meer met twee moet zijn om zich voort te planten. Toch verkiest het merendeel van de bevolking nog altijd de traditionele manier. De zoektocht naar een geschikte partner is dan ook nog altijd van groot belang.
Waar dit vroeger vooral op café, in de discotheek of via een gedeelde hobby gebeurde is er vrij recent een nieuw fenomeen opgedoken. Relaties worden meer en meer via het internet gevormd en datingsites zijn hier het voorbeeld bij uitstek van.
Een Belgische datingsite zoals Rendez-Vous telt meer dan 35 000 unieke bezoekers per dag en staat hiermee in de top 20 van meest bezochte Belgische sites. Op jaarbasis bereikt alleen deze site al een miljoen Belgen. En toch is er op dit vlak nog geen Belgisch wetenschappelijk onderzoek verricht. Wij proberen hier een begin mee te maken door een geschiedenis van het daten te geven gedurende de laatste 50 jaar te geven. Vervolgens enkele kenmerken van on line dating te bespreken en we proberen een omschrijving van deze markt in België te maken. Om af te ronden geven we de resultaten van een on line survey dat gevoerd werd en waaruit toch wel enkele belangrijke conclusies getrokken kunnen worden.
1.1. Daten gedateerd.
De contactadvertentie kan ongetwijfeld als de voorloper van de hedendaagse datingsite bestempeld worden. Maar in de meer dan vier eeuwen die er tussen deze eerste baanbrekende contactadvertentie en de eerste vormen van on line dating liggen, is er heel wat gebeurd. Op de volgende bladzijden wordt eerst ingegaan op de geschiedenis van de contactadvertentie om vervolgens, vanaf de recentste wereldoorlog, decennium per decennium, de maatschappelijke en technologische evoluties te schetsen die uiteindelijk leidden tot het ontstaan en het gebruik van datingsites. Op sociologisch gebied wordt uitgebreid ingegaan op de overgang van het modernisme naar het postmodernisme, de teloorgang van het ‘burgerlijk relatietype’ ten voordele van het ‘partnerschaps-relatietype’ en de ontspanning van de seksuele moraal. Ook de toenemende informalisering, individualisering en pluriformiteit worden nader bekeken. Op economisch en technologisch gebied bespreken we de teloorgang van het fordisme en de verschuiving van een goederenindustrie naar een diensteneconomie. Kort wordt ook het ontstaan van het Internet uit de doeken gedaan.
1.1.1. De eerste contactadvertentie.
In Pompeï kon men op sommige muren al opschriften terugvinden die op hedendaagse relatie- en huwelijksadvertenties lijken en ook in de Joodse, Egyptische en verschillende andere oude culturen waren koppelaars actief. (Kempeneers, 1990, pp. 12) De eerste echte contactadvertentie zoals we ze nu kennen, verschijnt in 1695 in de ‘Collection for the improvement of husbandry and Trade’, een blad uitgegeven door de apotheker John Houghton. De persoon in kwestie werd als volgt omschreven:
"Een heer van rond de dertig jaar, die zegt dat hij een heel goed landgoed bezit, zou graag willen huwen met een jongedame die een vermogen heeft van ongeveer 3000 pond” (Zeegers, 1998, pp. 35).
Het eerste blad met uitsluitend huwelijksadvertenties verschijnt in 1870 in Londen. In ‘The Matrimonial News’ vinden we wekelijks tussen de vijf- en zeshonderd huwelijksannonces, waarvan tachtig procent afkomstig was van vrouwen. In de rest van Europa verloopt de verbreiding van contactadvertenties aanvankelijk wat moeizamer. In Duitsland verschijnt de eerste op 8 Juli 1738 in de ‘Wöchentlichen Frankfurter Frag- und Anzeigen Nachrichten’. Andere grote steden volgen pas aan het eind van de achttiende eeuw. De vermoedelijk eerste Nederlandse contactadvertentie wordt in 1797 gepubliceerd. Ze is afkomstig van een vijfentwintigjarige man, op zoek naar een "weduwe of jonge dochter, liefst van de Gereformeerde Godsdienst, en vooral het tegenwoordig heerschend politicq systema toegedaan', en die bereid is na rijp beraad aan een huwelijk te gaan denken (Zeegers, 1998, pp. 40)
1.1.2. Het interbellum en de jaren 50.
Tussen de twee oorlogen en tot op het einde van de jaren vijftig vonden romantische afspraakjes vaak plaats binnen een eerder afgeschutte microkosmos. Het spel van verleiden, het koppelen, neemt in deze tijd een erg interessante plaats in. Tegelijkertijd is het noodzakelijk voor de voortzetting van de gemeenschap, terwijl deze gemeenschap er ook controle op uitoefent. Natuurlijk trok men zich wel eens discreet in het kreupelhout terug, maar over het algemeen diende men zich tijdens amoureuze escapades nauwgezet aan strenge regels te houden die als doel hadden heel het gebeuren controleerbaar te maken (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, pp. 67). Deze jaren, gemeenzaam de moderniteit genoemd, werden gekenmerkt door een expliciet cultureel-pedagogisch project dat erin bestond om door middel van voorgegeven structuren en rollen het moderne individu zijn collectieve identiteit te doen vinden. Deze diende in de eerste plaats gevonden te worden in het burgerschap van de staat. Hier worden er “standardized citizenly individuals” gecreëerd. Volgens Bernstein (Van Poecke, 2002, pp. 95) wordt de oude, moderne middenklasse net zoals de arbeidersklasse, gekenmerkt door een positioneel rollensysteem en door wat hij de “zichtbare controle en socialisatie” noemt. Kenmerkend hiervoor is een sterke rollensegregatie en een formele verdeling met verantwoordelijkheid en macht op basis van leeftijd, sekse en status. Op die manier creëert men, voorbijgaand aan de unieke persoonlijke kenmerken van elk subject, een abstract individu dat zijn plaats kent in een functioneel geheel. Dit soort socialisatie wordt gekenmerkt door een sterke classificatie en framing. In de moderne socialisatie ligt de framing bij diegene die socialiseert en gebeurt het proces dus van boven naar onder. Sterke classificatie wordt gekenmerkt door een sterke grensafbakening tussen mensen en zaken. (Van Poecke, 2002, pp. 96) In dit soort samenleving moet men dus bewust zijn van een sociale omgeving die toekijkt en rekening houden met haar oordeel. Er heerste een klassenverdeling die zichzelf in stand probeert te houden. (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, pp. 68) Officieel spreken meisjes en jongens alleen met elkaar af met het oog op een verloving die normaal gezien rechtstreeks naar een huwelijk in de gemeenschap leidt. Maar niet zonder dat er een, minstens stilzwijgende, toestemming van deze gemeenschap komt. Bij Lammertyn (1996, pp. 28) wordt dit het burgerlijk huwelijkstype genoemd, dat dominant is tot halfweg de jaren vijftig. Het wordt gekenmerkt door het ideaal van de eenheid van man en vrouw, de onverbreekbaarheid van de huwelijksband de vanzelfsprekende koppeling tussen voortplanting, seksualiteit en huwelijk, de strikte scheiding van rollen en taken van man en vrouw en tenslotte de verinnerlijking van het gevoelsleven en de verdringing van de seksuele beleving. Enkel in de grote steden was het al sinds de negentiende eeuw mogelijk om anonieme seksuele ontmoetingen te hebben. In parken en op kerkhoven ontmoetten homoseksuelen elkaar of gaven ze een tijdelijk onderkomen aan een onwettig paar. (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, pp. 68)
Op economisch vlak kan de moderniteit worden verbonden met de groeiende nadruk die in het kapitalisme werd gelegd op de rationalisering en standaardisering van de productie/consumptie. Dit impliceerde tevens het ontstaan van moderne geïndustrialiseerde en bureaucratische natiestaten waarbij de gepersonaliseerde en willekeurige macht van het Ancien Regime vervangen is door de naamloze, rationele en technocratische (en vandaar ook meer systematische) macht van de moderne staat (Van Poecke, 2002, pp. 96).
1.1.3. De sixties.
De jaren zestig getuigen op een bescheiden, maar toch al onmiskenbare manier van een eerste uitbreiding in de keuze van mogelijke partners. Voor de stedelijke jeugd betekenden de sixties de jaren van experimenteren op allerlei gebieden. Er is de hoop op het ontstaan van een nieuwe cultuur, gefundeerd op ecologische en antimilitaristische waarden. De Californische “Summer of Love” van 1967 is hier een sprekend voorbeeld van. (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, pp. 69) Tegenover de zichtbare socialisatie van de oude middenklasse staat nu de onzichtbare van de nieuwe middenklasse, met haar zwakke classificatie en zwakke framing. Doordat de socialisatie op de persoon georiënteerd is, worden er niet langer abstracte, genormaliseerde individuen geproduceerd, maar wordt er met het subject gecommuniceerd op basis van zijn unieke, sociale, affectieve en cognitieve karakteristieken. Het subject dient zelf een bepaalde identiteit te verwerven. Er ontstaat een flexibel subject dat zichzelf dient te socialiseren in samenhang met anderen. (Van Poecke, 2002, p 97) De grenzen tussen het publieke en het private: "de front en back region" vervagen. Dit betekent echter ook dat het subject zich veel moeilijker aan de impliciete controle van anderen kan onttrekken. De vervaging van de grenzen tussen "front" en back region" heeft een "middle region” gecreëerd. Dit proces van afname van contrasten wordt in de civilisatietheorie van Norbert Elias beschreven als een proces van toenemende informalisering. De normen die worden gehanteerd bij het beoordelen van de manieren waarop mensen met elkaar omgaan, zijn minder rigide geworden en de sociale controle op de naleving ervan is eveneens genuanceerder geworden. Naast informalisering is er ook sprake van een steeds groeiende individualisering en pluriformiteit. Éen van de gevolgen hiervan is een verkleining van de machtsverschillen tussen mannen en vrouwen en het vervagen van de traditionele rolpatronen. Hierdoor is de mate waarin mensen rekening met elkaar houden en de mate waarin ze voor zichzelf opkomen minder stabiel geworden is. Dit leidde tot een grotere onzekerheid en een toename van de psychische problemen in relaties. (Lammertyn, 1996, pp. 28) Er heeft zich een verschuiving voorgedaan van het ‘burgerlijk relatietype’ naar een ‘partnerschaps-relatietype’. Vanaf de jaren zestig wordt er aan al de aspecten van de burgerlijke moraal en het burgerlijk huwelijksmodel geknaagd. Deze nieuwe relaties worden gekenmerkt door een streven naar een grotere zelfstandigheid van de partners tegenover elkaar, emotioneel maar vooral financieel-economisch, door een grotere nadruk op ‘psychologische’ aspecten in hun relatie en door de institutionalisering van de relatie op een sterk algemeen niveau. De individualiteit van beide partners neemt een belangrijke plaats in. Men gaat niet meer uit van vanzelfsprekende en vastomlijnde waarden, normen en gedragspatronen, maar wenst de structuur van de eigen relatie grotendeels zelf te bepalen. Gelijkberechting van man en vrouw vormt in dergelijke relaties een buitengewoon belangrijk uitgangspunt. Meer keuzevrijheid betekent in de praktijk ook meer keuzedwang. (Lammertyn, 1996, pp. 30) Een ander gevolg is een golf van "familiariteit" waarin aanvankelijk bedekt, maar al gauw vrij openlijk, allerlei angsten en fantasieën werden uitgewisseld die een beschaafd persoon eerder zichzelf nooit had durven bekennen. Mensen zijn zowel psychisch als sociaal dichter tot elkaar gekomen. De gegroeide nabijheid komt tot uitdrukking in vrijere en minder gedwongen omgangsvormen (Smits, 1997, p. 15). Individualisering en pluriformiteit hebben ook hun impact op het domein van de seksualiteit. Gevoelens op dit vlak leerde men preciezer onderkennen en flexibeler beheren. Men lijkt steeds betere verstaanders van halve woorden en gebaren te zijn geworden. Dit houdt in dat ze gevoeliger zijn geworden voor allerlei variaties in erotisch toenaderings- en mijdingsgedrag. Men stond zichzelf frequenter seksuele gevoelens en gedachten toe en daar werd, binnen bepaalde grenzen, ook vaker uiting aan gegeven, anderzijds werd er van het subject verwacht dat het deze "self-disclosure" op een subtiele en soepele manier zou reguleren (Kempeneers, 1990, p. 26). Seksualiteit komt dus langzamerhand uit de taboesfeer en wordt meer en meer aanvaard als een normale, positief te waarderen behoefte, die op verschillende wijzen uitdrukking mag vinden. De beheersingsmoraal moet zo het veld ruimen voor een moraal die aan mensen meer vrijheid biedt om deze overeenkomstig hun persoonlijke behoefte te beleven. Van groot belang hierbij zijn de efficiënte en toegankelijke anticonceptiemiddelen. Ten tweede is er de verschuiving van de nadruk op het functionele (reproductieve) karakter van de seksualiteit naar de benadrukking van de plezierbeleving. Een derde, sterk opvallende manifestatie van de veranderende seksualiteitsmoraal is dat de beleving ervan steeds minder gekoppeld wordt aan de institutie huwelijk, maar ook daarvoor daarnaast en daarbuiten steeds meer aanvaardbaar wordt geacht. (Lammertyn, 1996, p. 28) De ontplooiing van de seksualiteit blijft echter toch nog voornamelijk het voorrecht van de grootstedelijke jeugd of van dezen die de stap zetten om daar te gaan wonen. (Calis & Salvino, 2002, p. 69) Deze grotere seksuele permissiviteit manifesteert zich tegelijkertijd met de uitbreiding van het wagenpark en het telefoonnetwerk. (Smits, 1997, p. 17)
Op economisch vlak tekende zich vanaf het midden van de jaren zestig als gevolg van een toenemende internationale competitie en overproductie een crisis af waarop het rigide fordisme geen antwoord wist te geven. Vandaar dat er een verschuiving op gang kwam naar wat de postmoderne flexibele accumulatie genoemd wordt. Flexibiliteit zowel wat het arbeidsproces en de arbeidsmarkt als wat de consumptie betreft. (Van Poecke, 2002, p. 6) Van een goederenindustrie is er een verschuiving naar een diensteneconomie en naar wat de (populaire) cultuurindustrie aanbiedt. Het zwaartepunt verschuift van de producent naar de consument. In de consumentencultuur die zo ontstaat tracht men niet langer de consumptie te homogeniseren en te standaardiseren, maar integendeel flexibel in te spelen op de uiteenlopende persoonlijke wensen van de consument. (Van Poecke, 2002, p. 7) Het subject wordt met andere woorden uitgenodigd zijn identiteit niet langer meer af te leiden uit voorgegeven structuren en toegewezen rollen, maar door middel van zijn consumptie deze zelf te maken. Men stelt een hypercommercialisering vast binnen de culturele sfeer en de rol van de communicatietechnologie en de transnationale corporaties is hierbij cruciaal te noemen. (Van Poecke, 2002, p. 98) Op dezelfde Californische universiteitscampussen waar Flower Power werd gepredikt en de vrije liefde heerste, werd in 1969, enkele maanden na Woodstock (over de precieze datum valt te discussiëren), de eerste login op het netwerk - wat later bekend zou worden als het internet - geregistreerd. (Mourits, 2004)
1.1.4. De jaren 70.
De jaren zeventig zijn vooral gericht op het exploiteren en consolideren van alle verworvenheden van de jaren zestig. Alles wat veroordeeld of als slecht aanzien werd in de voorgaande decennia wordt, kan zich nu ‘ondergronds’ in de stadscentra ontwikkelen en verspreiden. Deze undergroundcultuur houdt niet stand in de volgende decennia, behalve dan dat ze een alternatieve visie op het lichaam heeft veroorzaakt die niet zal verdwijnen. Enkele andere waarden en visies van de beatniks en de hippies uit de sixties vergaat het vergelijkbaar. Een levenstijl waarin geëxperimenteerd werd met vrije liefde en drugs vestigde zich in het dagelijks leven van een groot deel van een hele generatie (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p. 70). De jongeren beginnen de familiewoonplaats ruime tijd voor het huwelijk te verlaten en alternatieve levensvormen winnen aan populariteit. (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p. 74) Vooral het ongehuwd samenwonen is een belangrijke concurrent van het huwelijk geworden. (Lammertyn, 1996, p. 30) Het huwelijk is veel minder dan voorheen een institutie die moet blijven duren ‘tot de dood ons scheidt’. Echtscheiding heeft zich aangediend als een reëel alternatief voor een niet-bevredigende huwelijksrelatie. In toenemende mate kiezen mensen ook voor leefvormen die anders zijn dan het huwelijk: alleenlevend-zijn is steeds vaker het resultaat van een positieve keuze en ook het aantal eenoudergezinnen is sterk gestegen. Het braakliggend terrein tussen alleen leven en het huwelijk wordt opgevuld door mannen en vrouwen die gaan samenwonen, die een LAT-relatie (‘living apart together’) onderhouden, door Hola’s (huwelijken op loopafstand) enz. De ideeën over de wijze waarop mannen en vrouwen met elkaar dienen om te gaan, zijn sterk gewijzigd, niet in het minst onder invloed van de emancipatiebeweging. Zij komen vooral tot uiting in het streven naar een verkleining van machtsverschillen, naar de opheffing van afhankelijkheidsrelaties en naar het doorbreken van traditionele rolmodellen (Lammertyn, 1996, p. 29).
De ontmoetingsmogelijkheden tussen personen zijn eveneens sterk uitgebreid met onder andere de discotheek. Hier werd ‘the art of seduction’ onder het grote publiek verspreid en werd er definitief afscheid genomen van de beslotenheid van de eigen, geografisch beperkte, sociale groep. (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p. 74) Op technologisch en economisch vlak kan men noteren dat grote computerfirma’s zoals Apple, Microsoft en Oracle allemaal in de jaren zeventig ontstonden. Silicon Valley barstte uit zichzelf en in 1977 ontstond een nieuwe categorie van computers, de microcomputer. In één decennium zal de populariteit van communicatietechnologieën zo toenemen dat hun expansie in de maatschappij de eerste veranderingen van het stadsleven zal veroorzaken (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p. 72) Zo werd het in het begin van de jaren zeventig duidelijk dat onderzoekers, aangesloten op Arpanet, het netwerk gebruikten voor doeleinden waar het oorspronkelijk niet voor ontworpen was. Via elektronische berichten (e-mail) ontstond een levendige briefwisseling over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het aantal gebruikers groeide snel en de mogelijkheid om een boodschap over het hele netwerk te distribueren leidde tot een rijkdom aan gedachte-uitwisseling, van strikt wetenschappelijke nieuwtjes tot en met discussies over sociale en culturele aangelegenheden (Olivié, 2005).
1.1.5. De jaren 80.
In de jaren tachtig breidt de seksuele bevrijding zich uit over de stadscentra. De eerste georganiseerde, anonieme seksuele experimenten verlaten de ‘dark rooms’ van de homoclubs in de metropolen waar ze zich sinds midden jaren zeventig bevonden. Deze anonieme ontmoetingen met seks als doel veroveren geleidelijk aan ook de minder grote steden en verschaffen er zo toegang tot een hygiënische, niet-prostitutiegerelateerde seks. Eveneens in de jaren tachtig kan men het verschijnen van de eerste netwerken van kleine advertenties voor anonieme seks opmerken, komen de eerste ‘roze telefoonnetten’ tot ontwikkeling en is Frankrijk in de ban van de Minitel. (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p. 72) De Minitel wordt wel eens gezien als één van de meest succesvolle on line diensten in het pre-Internettijdperk. In 1982 werd deze vorm van videotext door de Franse PTT gelanceerd en in Frankrijk werd het massaal gebruikt omdat de hardware gratis geleverd werd. Het systeem is nog steeds in gebruik in Frankrijk, al is het bijna volledig verdrongen door het Internet (Wikipedia, 2005). Voordat het World Wide Web begin jaren negentig tot stand kwam, werd er reeds gebruik gemaakt van Usenet, wat staat voor ‘user’s network’ (Horton, 2004). Dit is een wereldwijd netwerk van nieuws-discussie groepen. Eén van deze groepen heette “soc.singles”. Deze nieuwsgroep was de plaats waar vrijgezellen op het internet bijeenkwamen om gedachten over een uiteenlopend scala van onderwerpen te bespreken of zoals het in de woorden van een gebruiker klinkt:
“The Usenet newsgroup soc.singles is a place for people who are or who have been single to hang out and discuss issues of relevance to being single, or to being alive, or to just being.” (Mayhar, 2004).
Op soc.singles waren er ook veel ‘flamers’ actief. Dit zijn mensen die berichten posten die grof of totaal irrelevant zijn. Omdat volgens de Frequently Asked Questions (Klaskala, 2004) persoonlijke advertenties hier niet op hun plaats zijn en dus als flames beschouwd werden, zijn er nieuwe nieuwsgroepen opgericht, die als specifiek doel het plaatsen persoonlijke advertenties hadden. Soc.personals en alt.personals waren de eersten met deze functie. (Klaskala, 2004)
Het eerste bericht (wat we konden terugvinden) in de nieuwsgroep soc.singles dateert van 15 september 1986, werd gepost door Mark Horton vanuit de AT&T labo’s in Ohio (V.S.). en louter als doel de soc.singles nieuwsgroep op te richten. Het bestond slechts uit één zin:
“First message in this newsgroup, to force rn to get it into the .newsrc.” (Google Groups Archief)
Het eerste bericht wat we op alt.personals kunnen terugvinden is bijna vier jaar jonger en dateert van 15 juni 1990. Dit bericht is duidelijk een advertentie zoals er jaren later miljoenen te vinden zijn op datingsites.
From: Major Stud (stone@sal-sun59.usc.edu)
Subject: Adventure
Date:1990-06-15 16:33:21 PST
Hello, I am seeking new adventure in my sexual experiences. I am an
EXTREMELY good looking, young (20), red-head who is tired of having womenkiss my ass. I am intelligent, tall (6'2") and NOT gay. I enjoy playing chess and working with computers. I am looking for a woman who enjoys sex and is under 175 lbs. and lives near USC.
Chris (Google Groups Archief, 2005)
Natuurlijk was er ook op andere nieuwsgroepen romantiek te vinden. Sociaal-cultureel gerichte groepen kenden een grote groei. Samen met de advertentiebladen, de ‘roze telefoonnetten’ en de Minitel vulde Usenet gedeeltelijk de lege ruimte op die ontstaan was nadat het Aids-virus een sterke daling van regelmatige seksclubbezoekers veroorzaakt had (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p. 72).
1.1.6. De jaren 90.
Begin 1989 schreef een onderzoeker van CERN, Tim Berners-Lee, een rapport “Information Management:A Proposal”, waarin hypertekst als ideaal medium werd voorgesteld om informatie te beheren en verspreiden. Het voorstel circuleerde een tijdje binnen de Zwitsers onderzoeksinstelling CERN en kreeg vaste vorm in het najaar van 1990. Tim Berners-Lee doopte het project World Wide Web, een zoek en bekijk systeem met tekst, figuren, foto's, video en geluid. (Olivié, 2005) De explosieve groei van on line dating kwam er met de opkomst van dit wereldwijde web. Het was pas sinds de introductie in 1993 van Mosaic, een nieuw type browser, dat het mogelijk was om websites te bekijken op een manier, vergelijkbaar met die van tegenwoordig. (Rambo, 14-04-2005) Niet lang hierna, in hetzelfde jaar nog, werd WebPersonals.com opgericht door Andrew Conru. Algemeen wordt aangenomen dat dit de eerste datingsite in de geschiedenis was. Enkele jaren later zou diezelfde Andrew Conru een grote hand hebben in het onstaan van een andere pionier FriendFinder.com, gesticht in 1996. (Brunker, 2002) Een jaar eerder, op 21 April 1995, betrad Match.com de markt (“Businesses Match.com”, 2004). Op dat moment had AmericanSingles.com echter al een database van 100 000 leden, een gedigitaliseerde versie van hun gedrukte ledenprofielen.(Rambo, 14-04-2005) In België stichtte Alexandre Badoux na een trip naar de Verenigde Staten, waar hij het enorme potentieel van on line datingsites merkte, in 1997 de eerste Belgische datingsite, Rendez-Vous.be (Coertjes / Creemers, 23-03-2005).
Op maatschappelijk vlak heeft het Internet ervoor gezorgd dat plattelandsgemeenschappen kennismaken met een soort van anonimiteit waar de stad al gewoon aan was. Het effect hiervan is even aanzienlijk als de intrede van de TV op dezelfde bevolking in de loop van de jaren vijftig tot zeventig. Het Internet geeft aan iedereen de mogelijkheid straffeloos en onherkenbaar te experimenteren zonder zich zorgen te moeten maken over wat de sociale omgeving hiervan vindt. Het is de postmoderne versie van het gemaskerd bal waar alles lijkt te kunnen. Anonieme seks wordt populairder vanaf halfweg de jaren ‘90, wanneer de gevaren in verband met AIDS, verkeerdelijk zal later blijken, niet zo groot lijken te zijn als aanvankelijk gedacht (Calis, Salvaggio Salvino, 2002, p.75). De nineties worden eveneens gekenmerkt door een proces waarin pornografie banaal lijkt te worden en gerechtvaardigd wordt als een cultureel product zoals een ander. (Calis & Salvino, 2002, p. 84).
1.2. Wat zoekt men in een partner?
Psychologen bestuderen al decennialang welke karakteristieken en kenmerken mensen zoeken in potentiële partners. Nabijheid en herhaalde blootstelling zijn twee van de belangrijkste determinanten van aantrekkelijkheid (Nuttin, 1999, p.153). Degenen waarmee we makkelijk in contact kunnen komen en die we veel zien, lijken ons meer aantrekkelijk te zijn (zowel fysisch als psychisch). Fysieke aantrekkelijkheid speelt ook een zeer belangrijke rol. Bijna in alle culturen wordt gelaatssymmetrie bij zowel mannen als vrouwen als mooi beschouwd, andere kenmerken, zoals de middel/heup-verhouding, verschillen van cultuur tot cultuur. Vrij irrationeel associëren mensen ook goede karaktereigenschappen met schoonheid. We veronderstellen dat mooie mensen ook slim en sociaal zijn, ook al is dit niet het geval (Fiore & Donath, 2004).
Over het algemeen zijn mensen aangetrokken tot mensen met dezelfde demografie, mening, moraal en persoonlijkheid. Dat tegenpolen aantrekken blijkt dus niet helemaal correct te zijn. De meeste mensen zijn op zoek naar mensen net als henzelf. On line datingsites voorzien op dit vlak in voorheen ongekende manieren om mensen te zoeken met dezelfde kenmerken als henzelf. Verder blijkt dat mensen geneigd zijn om op mensen te vallen waar de liefde wederkerig is (Fiore & Donath, 2004). Hier worden potentiële partners mee bedoeld die men beschouwt als ‘bereikbaar’. M.a.w. een man die een vijf scoort op de schaal van aantrekkelijkheid zal op zoek gaan naar een partner met een score die hier in de buurt ligt. Dit betekent niet dat deze personen een “10” niet aantrekkelijk vinden, maar de grotere kans op afwijzing of het vreemdgaan van de partner met iemand uit dezelfde “schoonheidsklasse” zorgt ervoor dat ze eerder iemand uit dezelfde klasse kiezen (Fiore & Donath, 2004).
Bolig (Fiore & Donath, 2004) wijst er in zijn studie van zoekertjes in kranten en tijdschriften op dat “fysieke aantrekkelijkheid in het eerste stadium van groot belang is in het onderscheiden van potentiële partners”. Het is wel niet duidelijk of de geschreven beschrijving van iemands uiterlijk dezelfde effecten uitlokt als de werkelijke fysieke ervaring. Enkele belangrijke aspecten van aantrekking worden echter niet ondersteund door computers. Experimenten met feromonale compatibiliteit wezen uit dat mensen partners verkiezen die op een bepaalde manier ruiken. Waarschijnlijk komt dit omdat ze bepaalde “genotypes” bezitten die hen voordelige partners maken (Fiore & Donath, 2004). Zelfs als er nauwkeurige modellen moesten bestaan van dit soort compatibiliteiten, dan nog is het niet mogelijk met de hedendaagse technologie dit in te sluiten in een on line profiel. Becker vergelijkt de manier waarop mensen zoeken naar partners met een huwelijksmarkt waarin de klanten op zoek zijn naar een partner om hun eigen geluk te maximaliseren. Ze doen dit door hetgeen ze hebben te ruilen voor datgene ze willen. Elke persoon heeft een bepaalde waarde op de markt. Deze kan gezien worden als een gewogen gemiddelde van bepaalde karakteristieken zoals schoonheid, intelligentie, sociale status, rijkdom en vruchtbaarheid. Logisch gezien zouden mensen op zoek gaan naar de beste partner die ze kunnen vinden. We zouden graag allemaal een “10” hebben, maar in de realiteit kan een ‘7’ alleen een andere ‘7’ verwachten. Niet alle 7’s hebben echter dezelfde mengeling van kwaliteiten, sommige maken bijvoorbeeld een gebrek aan schoonheid goed door een grote rijkdom om een hoge sociale status. Iedereen is op jacht naar de combinatie van karakteristieken die hij verkiest.
1.3. Andere vormen van daten
Wat nu in veel Moslimlanden nog altijd het geval is, was ook in onze streken lange tijd traditie. De partnerkeuze was niet zuiver de zaak van de twee personen in kwestie, maar van alle betrokkenen. Bijvoorbeeld in het oude Indië met zijn kastensysteem, werden huwelijken, zeker deze van de hogere klassen, doorgaans bemiddeld door de Brahmaan, die uitkeek naar kandidaten in dezelfde kaste en verder rekening hield met enige verenigbaarheid van karakters aan de hand van astrologische analyses. In het Europa van de middeleeuwen was het huwelijk vaak meer een kwestie van politiek dan een kwestie van elkaar graag zien. Diplomaten bedongen huwelijken tussen partijen met het oog op machts- en gebiedsuitbreiding. Op het platteland had ieder dorp wel zijn vertrouwenspersoon, dokter of pastoor, die voor ongehuwden ‘een goede partij’ moest uitkiezen of de interesse voor iemand onder de aandacht moest brengen. (Verdonck, 2000) Met het inschakelen van deze tussenpersonen was een praktijk geboren die tot op de dag van vandaag is blijven bestaan.
De tussenkomst van derden in het arrangeren van een relatie of huwelijk leek minder te worden getolereerd sinds de opkomst van het individualisme, maar dit gegeven stond in schril contrast met het groeiend aantal huwelijksbureaus, clubs voor alleenstaanden en contactadvertenties. Dit wees erop dat vele potentiële huwelijkskandidaten afwijken van de gangbare opvattingen en via bemiddeling een partner zochten. Zoals we al eerder zagen is er de laatste decennia ook een stijging van het aantal vrijgezellen te noteren. Volgens Steinfirst en Moran (Kempeneers, 1991, p.6) loopt deze stijging parallel met de verhoging van het gebruik van persoonlijke advertenties als medium om een partner te zoeken. Sommige wetenschappers zien dit als een symbool van de groeiende eenzaamheid en de vervreemding in de maatschappij. Tekenend hiervoor is dit uitreksel uit Humo van ruim 20 jaar geleden waarin men zich afvraagt wat de oorzaak is waarom iemand zijn toevlucht neemt tot contactadvertenties.
“Sommige onderzoekers die zich hiermee bezighouden, houden het op psychologische problemen of remmingen bij de partnerkeuze, maar in het algemeen worden deze problemen niet als doorslaggevend beschouwd. Men komt wel meer en meer tot de bevinding dat de echte oorzaak elders moet worden gezocht, met name in een ‘gebrekkige communicatie’ tussen de mensen. “ (Coenjaarts, 1983, p.232)
Het fenomeen kan echter ook gezien worden als een aanpassing aan de snelle sociale veranderingen in de samenleving, de verandering in de huwelijksverwachtingen en recente trends in het consumentengedrag. Het gebruik van verschillende middelen voor het zoeken naar een partner kan een indicatie zijn van een meer doelgerichte en rationele aanpak voor het vinden van een partner. (Smits, 1997, p. 34) Alternatieve bemiddelingsvormen kwamen er op grote schaal. Een algemene tendens hierbij was dat deze initiatieven steeds beter georganiseerd werden. (Kempeneers, 1991 p. 4)
1.3.1. Contactavonden
Veel datingsites maken gebruik van hun bekendheid en hun groot publiek om ook in de off-line datingsector initiatieven op te starten. De oprichter van de datingsite Easydate, Bart Vanorshoven, bracht uit New York het concept van ‘Dinner in the Dark’ over. In een volkomen donker restaurant zit men gedurende anderhalf uur aan een tafel met mensen die je niet kan zien. Vind je iemand niet interessant dan steek je je twee armen in de lucht en de obers, voorzien van nachtkijkers, verplaatsen je zonder dat iemand het weet. (“Dineren in het donker”, 24-10-2003, p. 20) ‘Dinner in the dark’ wordt ook wel eens ‘Nocturne célibataire’ genoemd.
Bij ‘Speeddating’ is het de bedoeling dat je op een uurtje tijd twintig valabele kandidaten (m/v) ontmoet tijdens een kort gesprekje. Ongeveer hetzelfde concept wordt door Rendez-Vous, een grote Belgische datingsite, georganiseerd en wordt ‘FlashDate’ genoemd. FlashDate is geïnspireerd op het concept van Speeddating, een idee dat rechtstreeks afkomstig uit de Verenigde Staten is. FlashDate gaat als volgt: 7 vrijgezelle mannen en 7 vrijgezelle vrouwen ontmoeten elkaar op een vooraf afgesproken plaats en krijgen elk 7 minuten om met iedere alleenstaande van het andere geslacht kennis te maken. Het FlashDate team werkt vervolgens de koppeling tussen alle deelnemende personen uit. Is er een match, dan geeft FlashDate de volgende dag alle contactgegevens door aan de personen in kwestie. (X, www.flashdate.be) In Parijs kunnen vrijgezellen gaan winkelen in een van de chicste supermarkten van Frankrijk: ‘La Fayette Gourmet’. Op donderdagavond winkelen partnerzoekenden met een paars mandje, goed zichtbaar voor degenen die van de betekenis op de hoogte zijn (Torben Nielsen & Poosen, 28-12-2003, p. 6).
1.3.2. Huwelijks- en relatiebureaus
De belangrijkste vorm van bemiddeling vóór het ontstaan van datingsites zijn huwelijks- en relatiebureaus die zich verspreid hadden in een wijd net over heel België. Een onderscheid op basis van dienstverlenende dan wel commerciële bedoelingen, zoals dit naar voren kwam in het onderzoek van Kempeneers (1991, p. 40), is niet langer van belang aangezien het laatste, niet commerciële huwelijksbureau, het "Centrum voor Huwelijkscontacten" in Antwerpen failliet is gegaan in 2002. Dit was het enige niet-commerciële huwelijksbureau in ons land en het beschikte niet langer over voldoende financiële middelen om door te gaan. “De concurrentie van internetdating heeft het aantal leden en daarmee ook de inkomsten doen dalen”, zegt Chris Aerts van het CVH in De Gazet van Antwerpen. (Van Hoorick, 22-06-2002, p. 4) Alle relatiebureaus die men nu kan consulteren zijn dus commercieel ingesteld. In Vlaanderen zijn er nog 42 bureaus actief, in Wallonië 17 (“Enquête bij relatiebemiddelingsbureaus: niet altijd rozengeur en maneschijn.”, 2002, pp. 45-48).
1.3.2.1. Test-Aankoop onderzoek
Op vraag van toenmalig Vlaams minister Mieke Vogels heeft Test-Aankoop in 2002 de relatiebemiddelingsbureaus doorgelicht (“Enquête bij relatiebemiddelingsbureaus: niet altijd rozengeur en maneschijn.”, 2002, pp. 45-48). Bedoeling was zowel de problemen en noden van de sector, als de klachten en verwachtingen van de consumenten in kaart te brengen. De meeste huwelijksbureaus in ons land hebben te kampen met een dalende omzet. Vooral de kleine bureaus met een beperkt aantal klanten kunnen niet langer overleven. Dit zou deels te wijten zijn aan het grote aanbod aan anonieme contactmogelijkheden zoals datingsites op het internet en sms-diensten, maar ook het negatief imago van de relatiebureaus zou zijn tol eisen. Test-Aankoop onderzocht de 80 geregistreerde relatiebureaus in ons land en peilde naar de ervaringen van (ex-)cliënten. Zowat drie op vier ondervraagden deden een beroep op professionele relatiebemiddeling omdat ze meer kans wilden maken een ernstig zoekende partner te ontmoeten. Andere motivaties waren de voorafgaande selectie van partners op basis van de eigen voorkeur, het uitblijven van een spontane ontmoeting en de professionele begeleiding van het bureau. Meer dan zestig procent van het klantenbestand heeft klachten over de dienstverlening van de bureaus. De klant krijgt onvoldoende informatie over het ledenbestand, over de prijs, of wordt in contact gebracht met te weinig kandidaten of met kandidaten die niet of nauwelijks beantwoorden aan het gewenste profiel. Uit de enquête blijkt dat slechts 35 procent van de Vlamingen die beroep doen op een huwelijksbureau een stabiele relatie overhoudt aan de bemiddeling. Volgens Test-Aankoop zijn de misstanden bij relatiebemiddelingsbureaus aanzienlijk afgenomen in vergelijking met een tiental jaren geleden. Toch lijkt de sector zijn negatief imago moeilijk kwijt te raken. De oorzaak van dit negatieve imago wijt men vooral aan een aantal rechtszaken tegen malafide huwelijksbureaus die breed in de pers werden uitgesmeerd. Toch stelt Test-Aankoop dat er wel degelijk bureaus zijn die hun klanten een ernstige kans bieden een partner te ontmoeten waarmee ze een duurzame relatie kunnen uitbouwen. De consumentenvereniging stelt dat het kwaliteitsverschil tussen de verschillende bureaus voornamelijk afhangt van de professionaliteit die ze aan de dag leggen. De informatie die ze beschikbaar stellen over hun tarieven, werkwijze en klantenbestand geeft hier een indicatie van (“Enquête bij relatiebemiddelingsbureaus: niet altijd rozengeur en maneschijn.”, 2002, pp. 45-48). Er werden ook vragen gesteld bij de doeltreffendheid van datingsites en initiatieven zoals smartdating en speeddating. Ze worden eerder gezien als een vorm van amusement.
1.3.2.2. Verschillen met on line datingsites
Noch datingsites, noch relatiebureaus worden graag met elkaar vergeleken. Op de volgende bladzijden gaan we de voornaamste overeenkomsten en verschillen na tussen relatiebureaus en datingsites. Relatiebureaus wijzen graag op het feit dat men bij een datingsite nooit zeker is met wie men te doen heeft. Er bestaat geen sluitende identiteitscontrole. Een man kan zich uitgeven voor een vrouw, iemand die getrouwd is, kan zich als single voordoen. Bij relatiebureaus is er toch enige vorm van controle aanwezig op de advertenties die geplaatst worden. De leden van datingsites zijn ook meer op zichzelf aangewezen. Er is geen vorm van steun. Bij een relatiebureau is er een veel intensievere begeleiding dan bij een datingsite, maar dit zal sommige mensen dan weer afschrikken.
Er is een groot prijsverschil tussen datingsites en relatiebureaus, maar ook tussen de verschillende spelers in de relatiebemiddelingssector onderling. De prijzen die men moet betalen bij datingsites worden elders besproken. Wat relatiebureaus betreft, schommelen de tarieven in Vlaanderen op jaarbasis tussen 620 euro en 900 euro al naargelang het gaat om vrouwen of mannen, maar in enkele gevallen liep de prijs op tot meer dan 3000 euro. (“Enquête bij relatiebemiddelingsbureaus: niet altijd rozengeur en maneschijn.”, 2002, pp. 45-48) Duet, Belgisch marktleider in deze sector, rekent eveneens een aanzienlijk verschil in lidgeld voor mannen en vrouwen aan. Mannen betalen op jaarbasis 870 euro, vrouwen betalen bijna 30% minder, 621 euro. De verklaring voor dit prijsverschil ligt volgens Duet zelf in het feit dat het gemiddelde inkomen bij vrouwen tegenwoordig nog altijd ongeveer 25% lager zit dan het gemiddelde inkomen bij mannen. Met dit inkomensverschil werd rekening gehouden. Het grootste gedeelte van deze inschrijvingsgelden wordt gebruikt voor het betalen van de publiciteit.
Over resultaten spreken is in deze branche niet zo eenvoudig. Een duidelijk slaagpercentage is niet zomaar voorhanden. Niet alle relaties die ontstaan, houden ook stand. Naar gegevens die teruggevonden kunnen worden op de website van Duet kunnen we stellen dat ongeveer 1 op 2 mensen binnen het jaar een geschikte partner ontmoet. Binnen de verschillende leeftijdscategorieën en afhankelijk van elke individuele situatie varieert dit cijfer tussen de 30% tot 85%. (X, www.duetrelatiebemiddeling.be) Rika Ponnet van Duet gelooft dan ook niet dat internet een bedreiging zal vormen voor de toekomst van relatiebemiddelingsbureaus. "Als het internet goed wordt gebruikt, kan het zeker een meerwaarde bieden. Maar voor de meesten blijft daten via het net vooral amusement. Onze klanten, die meestal hoger opgeleid zijn, hebben bovendien niet de tijd of de zin om contacten te leggen via sites. Soms duurt het maanden voor je iemand echt ontmoet en als het dan tegenslaat, heb je heel kostbare tijd verspeeld." (Boes, 26-11-2002, p. 55)
De Grooff gelooft wel dat on line dating efficiënter is dan een relatiebureau. ,,Meestal ken je elkaar al vrij goed voor je elkaar ziet. De date is de finale fase. Bij een bureau gaat het omgekeerd; bij de ontmoeting moet je nog van nul beginnen.” Het succes van datingsites is volgens De Grooff te danken aan de anonimiteit en de lage prijs. ,,Daardoor is de drempel een pak lager dan bijvoorbeeld bij een huwelijksbureau. Bovendien kun je bij een bureau niet terecht voor alleen maar een goede babbel. Maar vooral is on line dating zeer efficiënt. Je vist in de vijver die alleen de vis bevat die jij zoekt. Bovendien hebben ze allemaal honger.'' (Sioen, 01-02-2003, p.26).
1.3.2.3. Een virtueel relatiebureau.
In ons land is er één organisatie actief die het midden houdt tussen een relatiebureau en een datingsite. PartnerSelection ging van start op 1 januari 2004 en is het eerste relatiebureau in ons land dat enkel via het internet werkt. De organisatie staat geregistreerd bij het Ministerie van Economische Zaken als relatiebureau en dat houdt in dat ze moeten voldoen aan de terzake geldende reglementering en dat men met eventuele klachten bij de overheid terecht kan. Het grootste verschil met een gewone datingsite is dat men hier een overeenkomst aangaat met een geregistreerd relatiebureau en er een constante kwaliteitsmonitoring en ondersteuning bestaat. PartnerSelection stelt uitdrukkelijk dat ze een mogelijkheid biedt om op een ernstige manier een levenspartner te vinden. Mensen op zoek naar een vlugge date zijn niet aan het juiste adres. Sinds 1 januari 2004 telde men 1583 inschrijvingen, waarvan 56% mannelijk is en 44% vrouwelijk. Het opgegeven profiel, op basis waarvan men werkt, is enkel zichtbaar voor leden en dus niet voor toevallige bezoekers van de website. Maar ook als lid kan men slechts driemaal zijn zoekcriteria wijzigen om te voorkomen dat het volledige ledenbestand wordt doorlopen. Het verschil met traditionele relatiebureaus bestaat erin dat zij geen kantoor hebben, er geen verplaatsing nodig is en er geen persoonlijk gesprek plaatsvindt. Bij een klassiek huwelijksbureau moet men langsgaan om gescreend te worden en kiest het bureau kandidaten voor jou. Bij PartnerSelection beheert men zijn dossier zelf. De profielen worden wel nagekeken. Ook zijn er geen kosten aan infrastructuur waardoor de werkingskosten laag blijven en het lidgeld schippert tussen een on line datingsite en een regulier off line relatiebureau. Voor drie maanden wordt er 49.95 euro aangerekend. (X, www.partnerselection.com/,“Internet is ideaal voor drukke dertigers en veertigers”, 08-01-2004, p.1)
1.4. Datingsites vanuit een ‘uses and gratifications’ standpunt.
Om tot een verklaring te komen voor het gebruik van datingsites moet men eerst het proces begrijpen waardoor het mediagebruik tot stand komt. Een goede basis hiervoor is de ‘Uses and Gratifications’ benadering. In de communicatiewetenschappen wordt deze theorie vaak gebruikt. Men is vooral geïnteresseerd in het gebruik en in de gradatie van gebruik van een bepaald medium. Ook wil men weten wat de onderhuidse redenen zijn om een bepaald medium te gebruiken. In Current Perspectives beschrijven Katz, Blumler en Gurevitch (Boerman, 2000) de 'Uses and Gratifications'-invalshoek als een benadering die zich buigt over "(1) de sociale en psychologische herkomst van (2) noden, die (3) verwachtingen van (4) de massamedia en andere bronnen genereren, die leiden tot (5) verscheidene patronen van mediablootstelling (of betrokkenheid in andere activiteiten), resulterend in (6) behoeftebevredeging en (7) andere gevolgen, meestal onbedoelde. Het mediagebruik wordt dus gerelateerd aan de behoeften die men wil bevredigen en aan de voldoening, die men aan het mediagebruik denkt te ontlenen. In 1985 creëerden Palmgreen, Wenner en Rosengren (Boerman, 2000) een gegeneraliseerd ‘Uses and Gratifications’ paradigma dat vele belangrijke assumpties incalculeerde. Deze negen assumpties worden hier op een rij gezet:
Het publiek is actief; er is geen homogene, kritiekloze massa meer maar er zijn individuen die actief op zoek gaan om hun behoeften te bevredigen.
Het mediagebruik is doelgericht; als individuen er voor kiezen bepaalde media te gebruiken doen ze dat met een bepaald doel
De media moet concurreren met andere bronnen van behoeftebevrediging; mediagebruik is een van de vele manieren waarop men behoeften kan bevredigen
Er is een verband tussen behoeften van mensen en hun mediakeuze; de mediakeuze gebeurt niet op basis van toeval, maar kan verklaard worden uit de behoeften van het publiek.
Het mediagebruik kan een wijd spectrum van behoeften bevredigen; de behoeftes die men aan de mediaconsumptie ontleent hoeven niet dezelfde te zijn als deze die tot de blootstelling aan de mediaboodschap hebben geleid.
Op basis van de media-inhoud kan geen nauwkeurige schatting van het behoeftepatroon worden gemaakt; de behoeften die worden bevredigd zijn niet direct af te leiden uit de media-inhoud.
Aan de media-inhoud wordt een andere functie toegeschreven dan binnen de ‘almacht’-theorie; de media-inhoud geeft geen voorspelling van de bevredigde behoeften, maar bepaalt wel de beperkingen in de mogelijkheden tot behoeftebevrediging.
De verkregen voldoening kan voortvloeien uit de media-inhoud, de blootstelling aan de media als zodanig en de situatie waarin de blootstelling plaatsvindt. Er wordt geen waardeoordeel gegeven over de culturele betekenis van de massamedia; massamedia hoeft niet bij voorbaat slecht te zijn. (Boerman, 2000)
Hier gebruiken we het Blumler en Gurevitch procesmodel als basis om datingsites te bestuderen binnen de Uses and Gratifications Theory. Meer specifiek bekijken we of datingsites de vijf basisbehoeften bevredigen zoals ze in het procesmodel beschreven worden. Volgens dit model leiden de psychologische en sociale oorzaken van behoeften tot motivaties die op hun beurt leiden tot een verwachting van beloning. Dit zorgt ervoor dat het individu bronnen (media) gaat selecteren die tot een bevrediging kunnen leiden. Als we dit model willen volgen moeten we eerst de sociale en psychologische behoeftes identificeren en dan controleren of datingsites deze noden kunnen vervullen. Volgens Katz, Gurevitch en Haas hebben alle mediagebruikers over het algemeen dezelfde vijf categorieën van behoeftes (Hunter, z.d.).
Cognitieve Noden – Behoeften gerelateerd aan het verzamelen van informatie en het begrijpen van de omgeving.
Affectieve Noden - Noden gerelateerd aan het verkrijgen van esthetische, plezierige en emotionele ervaringen.
Persoonlijk Integratieve Noden – Noden die te maken hebben met de behoefte om de geloofwaardigheid, het vertrouwen, de status en de stabiliteit van het individu te vergroten
Sociaal Integratieve Noden – Noden die te maken hebben met het vergroten van het contact met familie, vrienden en de wereld.
Escapistische Noden – De behoefte om te ontsnappen, de druk te laten wegvallen en het verlangen naar diversiteit.
We kunnen veronderstellen dat datingsitegebruikers dezelfde noden hebben als alle andere mediagebruikers en datingsites zijn een uitstekend instrument om deze behoeften te lenigen. In een handomdraai ben je aan het communiceren met iemand aan de andere kant van de wereld, waarmee in de mogelijkheid bestaat om in één klap affectieve, sociaal integratieve en escapistische noden te vervullen. Cognitieve en persoonlijk integratieve noden worden in mindere mate bevredigd.
Dan volgt de vraag wat een persoon
motiveert om de computer aan te zetten, verbinding te maken met het Internet en
naar een datingsite te surfen. Om deze belangrijke vraag te beantwoorden,
gebruiken we hier een theorie die bekend staat als de
“expectancy-value”-theorie. (Hunter, z.d.) Deze theorie stelt dat men al een
idee heeft welke mediavorm zijn behoeften kan invullen. Om te verklaren waarom
nu juist het Internet en meer specifiek datingsites gekozen worden, gaat deze
theorie er van uit dat andere massamedia zoals TV, kranten en tijdschriften door
middel van artikelen en reclame een zodanig gunstig klimaat geschapen hebben dat
er niet meer aan de capabiliteit van het medium tot behoeftenvervulling
getwijfeld wordt. De media hebben naast motivaties ook verwachtingen gecreëerd
omtrent de beloning die te verwachten valt. Regelmatig zijn er dan ook artikelen
in de krant te vinden over koppels die elkaar via Internet hebben leren kennen.
De volgende stap in het procesmodel is waarschijnlijk de belangrijkste, de
werkelijke selectie van het medium. Hier kunnen we opnieuw de
‘expectancy-value’-theorie gebruiken om een verklaring te geven waarom men het
ene media boven het andere verkiest. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat
mensen verschillende media gebruiken omwillen van hun unieke
kwaliteiten.(Hunter, z.d.) Zo wordt televisie bijvoorbeeld geapprecieerd omwille
van zijn visuele en auditieve aspecten. Papieren media worden langs de andere
kant geapprecieerd omdat op deze manier de lezer zelf kan beslissen waar,
wanneer en hoeveel hij consumeert. Het internet heeft ondertussen veel van deze
aspecten geïncorporeerd, bijvoorbeeld met het ontstaan van zogenaamde HotSpots
in NMBS-stations. De vraag waarom men voor een datingsite kiest wordt ook in het
onderzoek gesteld. De resultaten hiervan kunnen in hoofdstuk vijf gevonden
worden.
1.5. Van on line naar off line daten.
Uit een Europees onderzoek in 2002 bij 500 personen in Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië blijkt dat 40% onder hen het internet gebruikt voor relatievorming (De Grooff, 2004, hfdst. 6). Als een zo grote penetratiegraad bereikt wordt, betekent dit dat het behoorlijk wat te bieden heeft. Voordelen van on line dating in vergelijking met de off line tegenhanger ervan houden in dat men zich niet moet verplaatsen en dus in een veilige, geborgen omgeving kan blijven. Men heeft controle over het tijdstip en de context van communicatie en kan de feedback controleren. Ook is on line dating anoniem, wat de drempel verlaagt. Het kan gebruikt worden om zowel contacten in de vriendschappelijk als de amoureuze sfeer te zoeken en het is goedkoop. Andere karakteristieken zijn een ontbrekende sociale hiërarchie wat als gevolg heeft dat er meer ‘gelijkheid’ in de communicatie is. Men kan ook uitgaan van een expliciete bereidheid van partners om te communiceren. Na een eerste verkennende ronde gaat in Duitsland 62% tot contact in real life over. In Groot-Brittannië is dit percentage 41% en in Frankrijk 39% (De Grooff, 2004, hfdst. 6).
De typische stappen die men onderneemt om van on line daten naar een afspraak in real life over te gaan, is in eerste instantie communicatie via email om dan vervolgens naar instant messaging en telefoongesprekken te gaan. Uiteindelijk volgt dan een ‘echt’ afspraakje. Cyberrelaties werken van ‘binnen naar buiten’ (De Grooff, 2004, hfdst. 6). Rheingold, een gerenommeerd schrijver over cyberspace gemeenschappen, suggereerde dat men van een omgekeerde dynamiek kan spreken: de personen in kwestie leren elkaar kennen voor ze elkaar werkelijk ontmoeten (Rheingold 1993). Vaak kan men spreken van een zeer lang en intens kennismakingsproces, het aftasten van persoonlijkheid, de doelstellingen en verlangens en pas hierna wordt er gekeken of er ook fysisch een connectie is. Anderen merkten op dat het patroon dat een relatie volgt, verlengd wordt van twee naar drie stadiums. In off line omstandigheden ontmoeten mensen elkaar eerst in real time, waarbij ze beiden fysisch aanwezig zijn, waarop dan eventueel een volgende stap volgt van telefoneren of schrijven. Bij on line relaties ontmoet men elkaar on line, waarna men eventueel emailadressen uitwisselt of afspreekt om te chatten. De volgende stap is het voeren van te telefoongesprekken om dan uiteindelijk, als derde stap, elkaar face-to-face te ontmoeten (Baker, 1998).
Dat deze ontmoeting in de realiteit wel eens kan tegenvalt, kan ondermeer geweten worden aan de fantasie die vrijgelaten wordt. In de cursus communicatietechnologie van De Grooff (De Grooff, 2004) kunnen we lezen over de ‘self identity’ en de ‘social identity’ van Bradley en Barker. De ‘self identity’ is hoe we onszelf percipiëren en presenteren door middel van kleding, attitude, taalgebruik enzovoort. De ‘social identity’ is hoe we onszelf profileren ten opzichte van anderen en door anderen worden geprofileerd. Ook is er nog sprake van een ‘cultural identity’. Dit is onze plaats in een bepaalde gemeenschap, met een eigen historiek en toekomstperspectief. Deze identiteiten zijn permanent in verandering, het is een proces, beïnvloed door ervaringen, verwachtingen en context. In de sociologie heeft ondermeer Goffman zich hierin geïnteresseerd. Van hem is de ‘people are actors’-metafoor. Goffman gelooft dat mensen een natuurlijke behoefte aan face-to-face interactie hebben. Deze interacties worden volgens hem gevormd door de situationele omstandigheden en de verwachtingen van de actoren. In elke situatie spelen we een rol, die verschilt naargelang we ‘on stage’ of ‘backstage’ zijn. Sociale interactie is op deze manier “performance”. De theorie hierachter staat bekend als dramaturgie. (Sannicolas, 1997) Mensen hebben dus verschillende voorstellingen van zichzelf en anderen. Meer specifiek in verband met on line communicatie geven ze zichzelf vaak een geïdealiseerde voorstelling en hiaten in de informatie over de ander worden aangevuld met geïdealiseerde informatie.
De ontmoeting in de reële wereld is dan vaak ontgoochelend omdat men plotseling geconfronteerd wordt met het uiterlijk, de stem, het gedrag en de ongecontroleerde communicatie van de ander. Dit kan wel eens dissoneren met het geïdealiseerde beeld dat er in het eigen hoofd opgebouwd was. Het blijkt ook dat na contact in real life de cyberrelatie vaak wegvalt. Het fantasiebeeld is doorbroken waardoor de communicatie minder ‘spannend’ en ‘speels’ wordt. Een ander gevolg is de stijging van ontrouw: de drempel om nieuwe relaties op te bouwen is erg laag en weinig risicovol. Men kan onder het mom van een zoektocht naar ‘goede vrienden’ op zoek zijn naar een slippertje en men moet er zelfs de woning niet meer voor te verlaten. Het aantal mensen dat er een nieuwe (al da niet virtuele) relatie op nahoudt zal volgens Ben Ze’ev (Ben Ze’ev, 2003) dan ook stijgen. Ook bestaat de indruk dat cyberrelaties minder ‘bindend’ zijn, maar de gevolgen van een ‘breuk’ zijn even ingrijpend (De Grooff, 2004).
2.1. Virtuele gemeenschappen.
Rheingold (Rheingold, 1993) schreef waarschijnlijk als eerste over on line gemeenschappen. Virtuele gemeenschappen waren volgens hem “cultural aggregations that emerge when enough people bump into each other often enough in cyberspace" (Hamman). Wij gaan verder op een definitie die we vinden bij De Grooff, waar een gemeenschap “een groep van individuen die gedurende een bepaalde periode op regelmatige basis sociale contacten onderhoudt, gebaseerd op gemeenschappelijke taken, interesses, belangen, waarden en/of normen” is (De Grooff, 2004). Een virtuele gemeenschap is dan “een gemeenschap waarbij de sociale interactie zich niet in real life afspeelt, maar via een elektronisch medium, zoals internet of GSM”.
Virtuele gemeenschappen ontstonden als reactie op het verdwijnen van informele publieke ruimtes en kunnen in verschillende thema’s worden ondergebracht. Of datingsites ook een vorm van virtuele gemeenschappen zijn wordt hier onderzocht. Hiervoor gaan we na of alle kenmerken van virtuele gemeenschappen, zoals De Grooff ze bespreekt, ook opgaan voor datingsites.
Een eerste kenmerk van virtuele gemeenschappen houdt in dat er een gemeenschappelijk ‘informatiegoed’ is. Hieronder wordt een gemeenschappelijke informatie en een permanente toevoeging van informatie door de gebruikers bedoeld. On line profielen kunnen als gemeenschappelijke informatie beschouwd worden aangezien ze door alle leden geconsulteerd kunnen worden. Tevens vindt er een permanente toevoeging van informatie, profielen in dit geval, plaats.
Om van een virtuele gemeenschap te kunnen spreken moet er ook een sterke sociale interactie tussen de leden/gebruikers zijn. Emaillijsten, forums en instant messengers behoren allemaal tot de standaarduitrusting van een gemiddelde datingsite, dus ook deze voorwaarde is vervuld. Als derde punt dienen er frequente, duurzame sociale betrekkingen te ontstaan. De babbelboxen van datingsites consulterend kan men hier ook bevestigend op antwoorden. Het is duidelijk dat sommige leden/gebruikers elkaars geschiedenis kennen en over langere periodes regelmatig contact met elkaar hebben. De volgende voorwaarde om te kunnen spreken van een virtuele gemeenschap is de acceptatie van de leden en de internalisering van gedragspatronen. Op veel on line datingsites is een FAQ-afdeling te vinden en ook aan de ‘netiquette’ wordt veel belang gehecht. Gebruikers die zich hier niet aan houden kunnen van de site gebannen worden door het blokkeren van hun IP-adres. Andere kenmerken van virtuele gemeenschappen gaan ook allen op voor datingsites. De communicatie/interactie verloopt onafhankelijk van plaats of tijd (asynchroon) en heeft vaak een internationaal karakter en wordt de ware identiteit van de leden meestal niet vrijgegeven. Conversaties geschieden onder een pseudoniem en via geïntegreerde instant messengers, anonieme e-maildiensten en soms zelfs via video- of audiochat. Wel hebben de meeste datingsites als expliciet doel de gebruikers ook offline met elkaar in contact te brengen.
Aangezien alle voorwaarden vervuld zijn, kunnen we samenvattend stellen dat datingsites een vorm van virtuele gemeenschappen zijn. (De Grooff, 2003)
2.2. Wat is een datingsite?
Er kunnen vier vormen van virtuele gemeenschap onderscheiden worden:
Virtuele organisaties
Portalen
Themagemeenschappen
Relatiegemeenschappen
Datingsites behoren duidelijk tot de laatste vorm. Dit soort virtuele gemeenschap heeft een ‘relationele finaliteit’ wat betekent dat communicatie in functie van relatievorming centraal staat (De Grooff, 2004) Een on line datingsite bevat gewoonlijk persoonlijke profielen van de gebruikers. Deze gebruikersprofielen bevatten meestal een zelfbeschrijving en soms voorkeuren wat betreft de kenmerken van potentiële partners. Ze worden opgesteld aan de hand van een aantal open en gesloten vragen. Gesloten vragen begrenzen de mogelijke antwoorden tot een aantal bepaalde categorieën en peilen meestal naar woonplaats, geslacht, leeftijd, godsdienst, rook- en drinkgewoonten en dergelijke meer. Open vragen laten de gebruiker toe te antwoorden in zijn/haar eigen woorden. Tevens zijn datingsites vaak uitgerust met een geïntegreerd berichtennetwerk en een systeem dat toelaat om interesse in iemand te laten blijken zonder daadwerkelijk een boodschap te moeten schrijven. Dit wordt ‘knipogen’ of ‘sending a flower’ genoemd. Een recenter type van datingsite betrekt persoonlijkheidstesten in de samenstelling van het profiel en gebruiken de resultaten hiervan om hun leden te koppelen. Het traditionele type datingsite voorziet in zowel een zoek- als een ‘match’-mogelijkheid. Zoeken verloopt door middel van zoekwoorden die men kan selecteren, zoals de voorkeur wat betreft leeftijd, lengte, geslacht enzovoort. Ook is er een mogelijkheid te zoeken in de antwoorden op de open vragen. Bij matching, wat iets minder direct is, probeert het datingsite zelf twee gebruikers te koppelen op basis van de variabelen (meestal de gesloten antwoord vragen) die door de gebruikers zelf zijn ingevuld. De verschillende variabelen hebben allemaal verschillende gewichten op basis waarvan de koppeling gebeurt.
Vrijwel alle datingsites voorzien in een geïntegreerd berichtensysteem waarmee gebruikers elkaar berichten kunnen sturen, al dan niet tegen betaling van lidgeld. Zo een berichtensysteem kan vergeleken worden met een webgebaseerde emaildienst, zoals hotmail, met het verschil dat alleen gebruikers van dezelfde site gemaild kunnen worden. Via dit geïntegreerd emailsysteem kunnen gebruikers met elkaar communiceren tot ze elkaar genoeg vertrouwen om emailadressen of telefoonnummers door te geven waardoor ze ook op andere manieren in contact kunnen komen met elkaar. Voordeel is de gegarandeerde privacy van de gebruikers omdat ze hun echt emailadres niet moeten vrijgeven, nadeel is dat er in veel gevallen lidgeld dient betaald te worden alvorens men kan communiceren met elkaar. De meeste sites laten wel toe dat er gratis rondgekeken en gezocht wordt in de database om klanten te lokken, maar om berichten te sturen dient er gewoonlijk betaald te worden. Antwoorden op een bericht van een gebruiker die lid is (en betaald heeft) valt bij sommige datingsites ook onder de gratis diensten.
2.3. Verschillende soorten datingsites.
Voor het ontstaan van datingsites waren er twee wijzen om op een commerciële manier een partner te zoeken: relatiebureaus en advertenties. Er kan hier een onderscheid gemaakt worden op vlak van hun hoofddoel. Een huwelijksbureau heeft als expliciete doelstelling een ‘medium’ te zijn om huwelijken en relaties te creëren. Huwelijksadvertenties echter, verschijnen in een medium dat in de eerste plaats een andere commerciële doelstelling heeft, namelijk advertentieruimte verkopen en lezers bereiken. De contactrubriek in kranten was in hoofdzaak een service aan de lezers en een manier om lezers te bereiken. Grote winsten werden niet gemaakt met deze rubriek (Kempeneers, 1991, p. 55). Datingsites hebben als expliciete doelstelling een medium te zijn, maar verschijnen op een medium dat niet noodzakelijk verkocht dient te worden. Plaats is vrijwel onbeperkt op het Internet en het kan ook voor andere doeleinden dan relatievorming gebruikt worden. Inkomsten worden gehaald uit het verkopen van lidmaatschappen of reclame. Verder kunnen we in het eindwerk van Kempeneers (1991, p. 59) lezen dat er een nog een ander onderscheid mogelijk is. Er zijn vormen van formele en van informele relatiebemiddeling. Vormen van ‘formele relatiebemiddeling’ zijn diensten die uitsluitend gericht zijn op partnerdistibutie en waarop iedereen tegen geldelijke vergoeding een beroep kan doen. Een ‘informele relatiebemiddeling’ geschiedt door verwanten of kennissen, wordt als vriendendienst opgevat en start gewoonlijk ook niet op initiatief van de partnerzoekende. Ook dit onderscheid zoals ze in de eindverhandeling van Vocht, (Kempeneers, 1991, p. 9) wordt benaderd kan niet meer toegepast worden om datingsites op te delen. We kunnen stellen dat datingsites zeker geen informele vorm van relatiebemiddeling zijn aangezien het initiatief voornamelijk van de betrokken partijen uitgaat, maar ook als formele vorm kunnen ze moeilijk bestempeld worden. De geldelijke vergoeding bijvoorbeeld lijkt ons niet meer als determinerend gebruikt te kunnen worden, omdat er ook gratis datingsites bestaan. Een nieuwe categorisatie van datingsite dringt zich noodgedwongen op.
In deze thesis gaan we uit van een onderverdeling op basis van ‘doel’ en dan een verdere opdeling die berust op het mechanisme dat wordt gebruikt om verschillende de datingsitegebruikers met elkaar in contact te brengen.
Met ‘doel’ bedoelen we het beoogde resultaat dat de contactzoekers hopen te bereiken met hun advertentie. Hier is een driedeling mogelijk.
· Sites die zich hoofdzakelijk op het tot stand brengen van seksuele contacten richten, ‘erodatingsites’.
· sites die zich in vriendschap en het opbouwen van een netwerk specialiseren, ‘sociaal-netwerksites’ of ‘gemeenschapsites’
· sites die zich richten tot mensen die op zoek zijn naar een (liefdes)relatie, ‘datingsites’
Gemeenschapsites, zoals bijvoorbeeld Friendster.com of LookNMeet.com, gaan we hier buiten beschouwing laten, aangezien deze niet specifiek gericht zijn op het leggen van nieuwe contacten, in tegenstelling tot de erodating- en datingsites.
Het valt ook op dat erodatingsites er geen problemen mee hebben zich te associëren met datingsites, terwijl dit omgekeerd helemaal niet het geval is. Op de site van Rendez-Vous staat letterlijk en zeer expliciet te lezen dat “Rendez-Vous géén sex-site is en alle berichten van seksuele aard strikt verboden zijn” (www.Rendez-Vous.be, 2005) Ook bij Match.com wordt er in punt twee van de algemene voorwaarden gesproken over het verbod op seksueel getint materiaal. Redbox is iets milder, maar ook daar is het publiceren van pornografische afbeeldingen of het publiekelijk aanbieden van escortdiensten uit den boze. Dit is natuurlijk van geheel andere aard op datingsites die zich volledig op “erodating” richten. Op dit domein zijn er enkele bekende, internationale grote sites te vinden zoals AdultFriendfinder.com. Daarnaast bestaan er vele, vaak amateuristische, sites met slechts enkele bezoekers.
2.3.1. Datingsites
Datingsites zijn er in verschillende variëteiten die inmiddels gebruikelijk zijn geworden bij een meerderheid van het doelpubliek. We maken we hier nog een verdere opdeling gebaseerd op het mechanisme dat wordt gebruikt om verschillende gebruikers elkaar te laten vinden.
2.3.1.1 Zoek/sorteer/match systemen
Omdat dit de meest voorkomende vorm van on line datingsites is, maken we nog een onderverdeling in algemene zoek/sorteer/match-systemen en zoek/sorteer/match systemen voor subpopulaties.
A. Algemene zoek/sorteer/match systemen
Dit zijn websites zoals Rendez-Vous en Match.com. Ze trekken dagelijks een massa bezoekers met een brede variëteit aan raciale, etnische en socio-economische achtergronden. Deze vorm van on line dating voorziet in de mogelijkheid een profiel aan te maken. Verder kan men de database te doorzoeken op bepaalde variabelen zoals bijvoorbeeld geslacht, woonplaats en leeftijd. Om te communiceren is er meestal een ingebouwd instant messaging systeem en een gesloten emailsysteem. Omdat dit soort datingsites zo talrijk is, wordt er nog een opdeling volgens doelgroep.
B. Zoek/sorteer/match systemen voor subpopulaties:
Dit zijn datingsites zoals Farmdate.nl voor landbouwers en Gaydar.be voor homo’s. Ze trachten een specifieke subgroep te bereiken en voegen dan ook specifieke vragen voor deze populatie toe aan hun profiel. Gaydar vraagt bij fysieke omschrijving zo naar het feit of men al dan niet besneden is. Sommige algemene sites hebben ook kleinere “sub-sites” voor subpopulaties. Voor deze opdeling in subcategorieën kunnen we voortgaan op een onderverdeling die we terugvinden bij De Grooff. (2004):
Leeftijd
Geografisch-affectief
Geslacht/etniciteit
Interesse/deskundigheid/passie
Taakgericht
Normatief/ideologisch
Het inwonersaantal van België laat het vaak niet toe om een succesvolle datingsite op te richten die differentieert wat betreft geografie (België of Vlaanderen) én leeftijd (bijvoorbeeld +65-jarigen). Het doelpubliek zou in veel gevallen te klein worden. In de grotere landen, zoals de Verenigde Staten, is zoiets wel mogelijk (bijvoorbeeld een datingsite voor lesbische vegetariërs met een spraakgebrek). Toch gaan er ook in België steeds meer initiatieven van start die zich op een bepaalde subgroep richten. Zo is beautifulpeople.net bezig met een Belgische afdeling op te starten. Het bijzondere aan deze datingsite is dat enkel mooie mensen zich mogen registreren. Op de site moeten kandidaten zich aanmelden met een foto. De leden mogen dan beslissen of de kandidaat erbij mag of wordt afgekeurd. De mannelijke leden beoordelen vrouwelijke kandidaat-leden en omgekeerd. De grootste subgroep op het datingsitevlak is ongetwijfeld deze van de homo- of biseksuele medemens. In België zijn er bijvoorbeeld PinkLink (www.pinklink.be) en Gaydar (www.gaydar.be). In Amerika is er het voorbeeld van ‘Right Stuff Dating’. Deze datingsite richt zich uitsluitend op zeer hooggeschoolde alleenstaanden, op zoek naar een partner. De voorwaarde voor toetreding is ondermeer dat men student was aan een elite-universiteit. Bovendien wordt er een extreem hoog lidgeld gevraagd om zich te verzekeren van de exclusiviteit van de populatie.
2.3.1.2. Systemen op basis van persoonlijkheidstesten:
De bekendste voorbeelden van dit soort sites zijn uit de Verenigde Staten, Tickles.com en eHarmony.com. Ze koppelen leden op basis van onderzoek naar de compatibiliteit van hun persoonlijkheden. Dit onderzoek gebeurt op basis van persoonlijkheidstesten die elke gebruiker bij inschrijving moet afleggen. In België is er vrij recent ook een gelijkaardige dienst verschenen, namelijk Liefde-voor-het-leven.com. Dit soort sites beperkt ook sommige communicatie tussen gebruikers, zelfs als ze betalend lid zijn. Er is namelijk enkel communicatie tussen personen mogelijk als ze gekoppeld zijn door de datingsite op basis van de resultaten op hun persoonlijkheidstest.
Rense Lange, dokter in de computerwetenschappen en psychologie, voerde een uitgebreid onderzoek (HealthNewsDigest.com, 2004) naar de methodes van on line datingsites. Uit dit onderzoek werd geconcludeerd dat miljoenen vrijgezellen lid zijn van on line datingsites met serieuze gebreken en zonder enige wetenschappelijke onderbouwing. Vooral de sites die werken op basis van persoonlijkheidstesten, worden met de vinger gewezen. In de steekproef van dit onderzoek werden geen Belgische sites betrokken. Veralgemenende uitspraken naar Belgische sites kunnen dus niet gedaan worden. Bovendien weigerden alle onderzochte datingsites – met uitzondering van True.com - hun methoden openbaar te maken en enig bewijs of cijfermateriaal aan te dragen dat het succes van hun testmethodes zou kunnen ondersteunen.. Zonder de mogelijkheid om de wetenschappelijke waarde van de testen te evalueren is het onmogelijk te bepalen in welke mate de vernoemde sites effectief zijn in hun voorspellende ‘koppelkwaliteiten’. Dr. Lange beklemtoonde wel dat de testen die hij onder ogen kreeg het etiket ‘psychologische test’ niet verdienden. Hij beschouwde ze louter als onderhoudende quizjes, zonder enige wetenschappelijke waarde.
True.com toonde zich in een reactie op deze resultaten (“Millions of Singles Could be Using Flawed Compatibility Tests”, 2004) verbaasd dat zij als enige wetenschappelijke ondersteuning bood en pleitte er samen met Lange voor dat de on line datingindustrie standaarden zou ontwikkelen om de betrouwbaarheid en geldigheid van on line psychologische testen te garanderen. Dit zou zowel de klant als de industrie zelf ten goede komen en de industrie beschermen tegen klachten met betrekking tot de kwaliteit en betrouwbaarheid van hun diensten.
2.3.2. Erodatingsites
Dit soort sites zijn vergelijkbaar met de zoek/sorteer/koppelvorm van reguliere datingsites, met het verschil dat deze zich richten op het tot stand brengen van contacten in de seksuele sfeer. Ook hier kan men een opdeling maken in enkele van de subgroepen die ook op gewone datingsites van toepassing waren. Voornamelijk de geografische en interesse onderverdeling zijn van toepassing hier. Dit kan geïllustreerd worden aan de hand van het voorbeeld van AdultFriendFinder (www.adultfriendfinder.com).
2.4. Enkele datingsites besproken.
2.4.1. Datingsites in België
In België zijn er tientallen datingsites te vinden, maar het overgrote deel bestaat echter uit amateuristische hobbysites. Op de Belgische markt kan men een drietal grote datingsites onderscheiden. Twee hiervan, Match.com en Meetic.com, zijn ook op Europees vlak grote spelers. De derde, Rendez-Vous, is alleen in België aanwezig. Datik.be en For2.be zijn de wat kleinere broertjes. Hieronder worden ze alle vijf kort besproken.
2.4.1.1. Rendez-Vous
Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten merkte Alexandre Baudoux, een ingenieur bij computergigant IBM, wat een enorm potentieel on line datingsites hadden. Na zijn terugkeer in België besloot hij hier in België een datingsite op te starten. Samen met enkele vrienden knutselde hij op 4 maanden tijd Rendez-Vous in elkaar. De site, die oorspronkelijk eerder een hobbyproject van de oprichters was, bleek na verloop van tijd zo succesvol te zijn dat het onderdeel werd van de N.V. ‘B. On the Net’. Deze onderneming, opgericht in 1995, is gespecialiseerd in de ontwikkeling van Internetsites. Rendez-Vous, met het hoofdkantoor in Ukkel, startte uitstekend en vier maanden na de lancering brachten al 1500 surfers op een dagelijkse basis een bezoek aan de site. Twee maanden later was dit aantal verdubbeld en in april 1998 werd de kaap van 14000 bezoekers per dag overschreden. Momenteel zijn er zeven mensen in dienst van Rendez-Vous en is de site bereikbaar via Internet en mobiele telefoon (Coertjes / Creemers, 23-03-2005)
2.4.1.2. Meetic
Voormalig eigenaar en oprichter van iFrance, Marc Simoncini, stichtte na een voorbereidingsperiode van zes maanden op 24 april 2002 een nieuw bedrijf: Meetic. Het hoofdkantoor bevindt zich in Boulogne Cedex in Frankrijk en het bedrijf had in 2003 al meer dan twintig mensen van vijf verschillende nationaliteiten in dienst. Een jaar na oprichting had het bedrijf ook al een sterke voet aan de grond in Italië, Spanje, Duitsland, Groot-Brittanië en België. Ondertussen zijn er ook sites in Oostenrijk, Denemarken, Zweden, Zwitserland en is er een site exclusief voor Azië. Meetic heeft een internationale afdeling die in het Engels of het Spaans te bereiken is. Volgens cijfers van Nielsen Netratings uit januari 2005 is het de meest bezochte datingsite van Europa. In België is ze vooral in het Franstalig landsgedeelte populair. Naar eigen zeggen zijn 11 miljoen mensen lid van Meetic en zijn ze toegankelijk via Internet, mobiele en gewone telefoon. Een groot deel van het personeel van Meetic houdt zich voltijds bezig met het verifiëren van profielen en foto’s. Profielen die langer dan drie maanden niet meer aangepast of bekeken zijn, worden automatisch verwijderd. Meetic is actief aanwezig met reclamecampagnes in de meeste van de landen waar ze vertegenwoordigd zijn. Tevens proberen ze samenwerkingsverbanden op te zetten met andere, grote Europese spelers uit de Internetwereld door bijvoorbeeld op portaalsites de mogelijkheid te voorzien een partner te zoeken. Dit zou dan via de Meetic-database gebeuren. Meetic is financieel gezond en reeds een jaar na het ontstaan werd er succesvol een fondsenwerving georganiseerd die 2 miljoen euro opbracht (“A year after its launch, Meetic has become the leading pan-European dating service and contributes to the “European Union”, 2003).
2.4.1.3. Match.
Match.com werd gesticht op 21 april 1995 en is sindsdien aan een opmerkelijke expansie begonnen. Match.com is onderdeel van InterActiveCorp (IACI), een bedrijf genoteerd op de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq en tevens eigenaar van een andere vrij grote datingsite, Udate, die vooral in Groot-Brittannië actief is.
Net als Meetic beweert ook Match.com de Europese leider op het vlak van on line dating te zijn. Hiervoor baseren ze zich op cijfers uit januari 2005 van comScore Media Metrix, een onafhankelijke meetorganisatie. Deze cijfers wijzen uit dat er in januari 2005 bijna 5,7 miljoen unieke bezoekers geteld werden. MSN Dating, dat ook door Match.com voorzien wordt van profielen, staat in deze lijst op de tweede plaats en Meetic op een derde plaats met respectievelijk 4,2 miljoen en 3,7 miljoen unieke bezoekers. Op wereldvlak zijn ze volgens diezelfde organisatie marktleider. Match.com is tevens in het bezit van het Guinness World Record van 2004 voor grootste on line datingsite (“Businesses Match.com”, 2004). Deze internationale uitbreiding werd mogelijk gemaakt door een overnamepolitiek, ondermeer van Udate en Soulmates, twee andere datingsites. Match.com opereert wereldwijd met aangepaste sites voor verschillende landen en voorziet ook MSN en Love@AOL van on line datingdiensten. Naar eigen zeggen (onafhankelijke cijfers hieromtrent zijn moeilijk te vinden) heeft Match.com meer dan 12 miljoen leden over meer dan 246 verschillende landen. Deze leden kunnen gebruik maken van meer dan 31 unieke Match.com sites of sites die geaffilieerd zijn met hen. In België heeft Match.com ongeveer 100 000 leden (Brisac, 05-04-2005). Gespreid over de tien jaar dat Match bestaat zijn ongeveer 45 miljoen mensen ooit lid geweest. Het internationale hoofdkantoor bevindt zich in Londen en de voertaal is voornamelijk Engels, maar er zijn sites van Match.com in 18 verschillende talen te vinden. Elk continent, op Antarctica na, is vertegenwoordigd. Momenteel is Match.com gestructureerd in twee grote afdelingen: Match USA en Match International (Brisac, 05-04-2005).
Onderstaande informatie vonden we op de site van Match.com (www.match.com) zelf, maar aangezien er weinig tot geen onafhankelijke cijfers te vinden zijn, geven we ze toch weer. De leden van Match zijn grotendeels hooggeschoold en inwoners van grote steden of de buitenwijken ervan. Zes op tien Match-leden zijn ouder dan 30 jaar en evenveel zijn er nooit getrouwd. Ruim drie leden op tien zijn gescheiden. Match-leden in Europa zenden per maand meer dan 1,2 miljoen emails naar andere leden.
Op legaal vlak is de gebruikersovereenkomst in overeenstemming met de wetten van de staat New South Wales in Australië. Het aanvaarden van de bevoegdheden van dit hof is een voorwaarde van het lidmaatschap, ook voor Belgische leden. De site werkt op technologie die geleverd wordt door Soulmates Technology Pty. Ltd., een bedrijf dat tevens een partner van Match.com is (“Businesses Match.com”, 2004).
Match.com is een voorbeeld van een datingsite die zich op een internationaal publiek richt, maar met aangepaste sites voor verschillende landen. Een mooi voorbeeld van “glocalisation”. Het is wel enkel de oppervlakkige ‘schil’ die anders is. De database waar alle profielen in opgeslagen worden is identiek voor alle Match-sites.
Figuur 2.1. Homepage Match.com België en Match.com Taiwan

2.4.1.4. Datik
Datik is een datingdienst van de BVBA After The Hype, een Belgisch bedrijf uit Gent. After the Hype heeft elf medewerkers in dienst en baat naast Datik ook de communitysite LookNmeet uit. Alvorens Alexander Dresen After The Hype oprichtte, was hij de stichter van Chat.to.be. Later richtte hij onder meer het softwarebedrijf Roicast op. LookNMeet telt ongeveer 60 000 unieke bezoekers per dag (CIM) en heeft ongeveer 400 000 leden (Gsv,14-02-2005, p. 23). Volgens Alexander Dresen, directeur van After The Hype, zijn er 196 000 leden actief op de Datik en trekt de site een ouder publiek aan dan LookNmeet doet (Gsv, 14-02-2005, p. 23).
2.4.1.5. Liefde voor het leven.
Liefde-voor-het-leven.com (www.liefde-voor-het-leven.com) is een recent initiatief (maart 2005) onder leiding van Guido Meersseman, in samenwerking met een team van Nederlandse en Belgische psychologen en informatici. De site is de eerste Belgische vertegenwoordiger van datingsite op basis van een persoonlijkheidstest. Men focust op personen die op zoek zijn naar een ernstige, lange termijn relatie. Zo wordt er niet de mogelijkheid geboden om contacten te leggen voor louter vriendschap. Ook gehuwden en minderjarigen worden geweerd als lid. Liefde-voor-het-leven.com is een site waar aan ieder lid een aantal partners worden voorgesteld en er geen mogelijkheid bestaat om vrijblijvend door het ledenbestand te bladeren. Als lid kan men alleen de leden zien die aan jou worden voorgesteld, en omgekeerd zijn deze mogelijke partners ook de enigen die weet hebben van jouw lidmaatschap (Meersseman, 10-04-2005). De computer bepaalt op basis van een test die men na registratie dient in te vullen welke mensen bij elkaar passen. Er wordt in zekere mate rekening gehouden met leeftijd en gestalte, maar volgens de uitleg op de site zelf, is het belangrijkste criterium het temperament van beide partners, hoe dat bij elkaar past en elkaar aanvult. De test, bestaande uit 90 vragen, meet vijf kenmerken, waaronder drie factoren die gebaseerd zijn op de klassieker ‘The Varieties of Temperament’ van de Amerikaanse psycholoog William Sheldon. Sheldon had het in zijn werk over de ‘cerebrotone’, de ‘viscerotone’ en de ‘somatotone’ component, die samen iemands aard bepalen. Het viscerotone deel van iemands temperament is gericht op menselijke warmte en maakt mensen sociaal, zintuiglijk, tolerant, vredelievend en doet hen op zoek gaan naar een comfortabel leven met veel lekker eten. De ‘cerebrotone’ of intellectualistische component zou naar Sheldon’s mening sterk ontwikkeld zijn bij introverte, teruggetrokken mensen met een artistieke natuur. Cerebrotone mensen lijken sterk op intuïtief vlak en zijn vaak erg zelfbewust, inwendig onrustig en gevoelig. Het somatotone element staat dan weer voor energie, dynamisme, kracht, en optimisme. Individuen waarbij het somatotone deel sterk ontwikkeld is, zijn meestal actieve, onversaagde, assertieve avonturiers met een grote strijdlust. De twee overblijvende componenenten zijn op empirische basis ontdekt en zijn onafhankelijk van de drie van Sheldon: de ‘romantische’ en de ‘perfectionistische’ component. “‘Romantisch’ heeft in dit geval niets met liefde of sentimentaliteit te maken. Romantische mensen streven naar moeilijk haalbare doelen en zijn daartoe bereid grote risico’s te nemen”, omschrijft Guido Meersseman. “Perfectionistische mensen willen, zoals de naam al doet vermoeden, alles zo perfect mogelijk doen en houden daarom van maximale controle en willen zo weinig mogelijk risico’s nemen.” De vijf factoren werden gemeten op een schaal van 0 tot 21, waarbij het statistisch gemiddelde voor elke component gelijk is aan 7. Met andere woorden: over de hele bevolking gezien houden uitschieters in deze of gene richting elkaar in evenwicht, en de gemiddelde score op elke factor is 7 (De Sloover, 04 januari 2005, p. 15).
Het principe achter deze manier van werken is dat er op deze manier geen tijd verloren gaat met kandidaten die wel leuk en aantrekkelijk zijn, maar waarvan na verloop van tijd blijkt dat personen qua karakter helemaal niet bij elkaar passen. Naar schatting voor 8% van de leden zal geen kandidaat voorgesteld worden. De criteria voor de selectie zijn naar eigen zeggen zeer streng. Voor de overige leden wordt er geschat dat er ongeveer 10 en maximaal 20 partners voorgesteld zullen worden.
Chatboxen, popups en sms wordt bij Liefde-voor-het-leven gemeden. Uit voorbeelden uit de Verenigde Staten kan men afleiden dat dit een vorm van datingsites is waar vooral vrouwen in geïnteresseerd zijn. Tickle.com heeft zelfs de traditionele 60/40 verhouding in het voordeel van de mannen doen kantelen naar de andere kant, maar bij Liefde-voor-het-leven.com bestaat het ledenpubliek (4000 personen) toch nog voor 60% uit mannen. Wat de verwerking van persoonlijke gegevens en de privacy betreft, is er hier weinig risico aangezien er geen adres, telefoonnummer, bankrekeningnummer en dergelijke gevraagd worden. Enkel een (schuil)naam en emailadres zijn een vereiste. (Vuylsteke, 26-11-2002, p.7).
2.4.1.6. West-Vlinders.
Westvlinders (http://go.to/westvlinders) is een datingsite die zich, zoals de naam al doet vermoeden, tot één welafgebakende regio richt. West-Vlaanderen in dit geval. Naar onze mening is op dit vlak deze site uniek in België. Ook op deze site wordt er expliciet vermeld dat het geen sekssite is. De minimum leeftijd van de gebruikers wordt op 18 jaar gesteld, maar leden vanaf 16 jaar worden oogluikend toegestaan. In de gegevensbank van deze site zijn er 3417 profielen aanwezig, waarvan er 255 van vrouwen afkomstig zijn. Westvlinders is een perfect voorbeeld van een amateurdatingsite die door één enkele persoon opgericht is en onderhouden wordt (Webmaster West-Vlinders, 22-03-2005).