Evolutie van holdings in BelgiŽ. (David Verhasselt)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Algemeen Besluit

 

Holdings verwierven in ons land over de jaren heen een prominente plaats in onze economie. De dag van vandaag vertegenwoordigen holdings een enorme hoeveelheid macht en kapitaal. Ze hebben sinds hun ontstaan uit de gemengde banken een grote invloed en beslissingsmacht in heel wat industriŽle en niet-industriŽle sectoren. In deze verhandeling werd de ontstaansgeschiedenis van Belgische holdings besproken door een vergelijking van de aanwezige literatuur. Op basis van interviews werd er dieper ingegaan op de toekomst die er is weggelegd voor onze Belgische holdings.

 

In het eerste hoofdstuk ging de aandacht naar het onderscheid tussen holdings en andere participatiemaatschappijen. Een wezenlijke eigenschap van een holding is het deelnemen in het kapitaal van andere ondernemingen met als doel het effectief richten en beheersen van de economische activiteit en het vergemakkelijken van de financiering van de gecontroleerde vennootschappen. De dochterondernemingen behouden een grote autonomie. Holdings oefenen niet allemaal dezelfde functie uit, ze kunnen opgedeeld worden in zes verschillende categorieŽn. Tenslotte werd besproken op welke manier holdings controle kunnen uitoefenen en verwerven over andere vennootschappen.

 

De Belgische beurs is vele holdings rijk, zoals uit het tweede hoofdstuk kan worden afgeleid, heeft de fiscaliteit daar zeker veel mee te maken. De belangrijkste inkomsten van een holding zijn dividenden en gerealiseerde meerwaarden. De holding ontvangt dividenden als vergoeding voor de participaties die zij aanhoudt in andere vennootschappen. Deze dividenden vloeien voort uit de winst die reeds belast is geweest bij de uitkerende vennootschap en om te voorkomen dat deze dividenden een tweede keer belast zouden kunnen worden bij de holding, werd het DBI-stelsel ingevoerd. De meerwaarden die Belgische vennootschappen realiseren op aandelen, zijn onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van belasting.

 

De keuze van de vestigingsplaats wordt mede beÔnvloed door fiscale factoren die voor elk specifiek geval verschillend zijn, maar komt uiteindelijk neer op een afweging van de voor- en nadelen van een aantal regimes.

Het derde hoofdstuk behandelt de ontstaansgeschiedenis van Belgische holdings. De Generale Maatschappij, in december 1822 door de Nederlandse koning Willem I opgericht als de Algemene Maatschappij ter begunstiging van de Volksvlijt, is zelfs enkele jaren ouder dan het koninkrijk BelgiŽ. De geschiedenis van de holding, die een aantal jaren de bankier was van de staat, is vervlochten met de politieke en economische geschiedenis van ons land: de Belgische onafhankelijkheid, de kolonisering van Congo, de Eerste Wereldoorlog, de industriŽle revolutie, de economische groei, de europeanisering en internationalisering van het Belgische bedrijfsleven. De Generale Maatschappij was een particuliere onderneming, maar ze is een lang een instrument geweest in de economische ontwikkeling van ons land, ten dienste van de staat en het algemeen belang. Haar ligging aan het Warandepark, tussen het koninklijk paleis en het parlementsgebouw, symboliseerde haar positie als vierde macht van BelgiŽ. De gouverneurs van de Generale Maatschappij waren tegelijk minister en ministers waren tegelijk gouverneur van de Generale Maatschappij. Toen de Italiaanse raider Carlo de Benedetti in 1988 een aanval waagde op de Generale Maatschappij, die bijna eenderde van de Belgische economie controleerde, daverde BelgiŽ op haar grondvesten. Het overnamebod mislukte en zo behield de Oude Dame haar waardigheid maar verloor haar onafhankelijkheid. Om de Generale Maatschappij uit de handen van de Benedetti te redden, moest de hulp worden ingeroepen van de Franse groep Suez.

 

De eerstvolgende regering nam zich voor maatregelen te treffen om een herhaling tegen te gaan, door duidelijkere spelregels op te leggen. De regering zag niet veel heil in een aanpassing van de structuren en in een wijziging van de vennootschapswet. Ze stelde haar hoop op de grote holdings van ons land om de toonaangevende bedrijven stevig in BelgiŽ te verankeren. Dat de overheid het niet juist heeft aangepakt is later gebleken. Holdings zijn geen stabiele verankeraars gebleken. Ze hebben grote uitverkoop gehouden, een hele reeks Belgische kroonjuwelen zijn door hen aan het buitenland verkocht. De kopers wrijven zich in de handen, want zij hebben een goede zaak gedaan. ING is in de wolken met de BBL, AXA met Royale Belge, Total met Petrofina en Suez Lyonnaise des Eaux met Tractebel.

 

Het zijn vier uitstekende ondernemingen met een enorm potentieel die hun onafhakelijkheid kwijt zijn en zich moeten inpassen in een andere strategie. Dat de holdings hun eigen belangen vooropstellen, kan hen niet kwalijk genomen worden. Maar de overheid heeft het hen hťťl makkelijk gemaakt en niet voor een alternatief gezorgd. De overheid moet zorgen voor een aangepast kader waarin bedrijven kunnen gedijen. Een goed werkende kapitaalmarkt had een alternatief kunnen zijn voor de rol van de holdings in het bedrijfsleven.

 

Op 31 oktober 2003 werd de fusie van Tractebel en de Generale Maatschappij van BelgiŽ voorgelegd aan de buitengewone algemene vergaderingen van de Generale Maatschappij van BelgiŽ en van Tractebel. De algemene vergaderingen hebben hier dan ook mee ingestemd. Na 181 jaar dienst verdwijnt daarmee de Generale Maatschappij van BelgiŽ. Uit de geschiedenis van de Generale Maatschappij blijkt duidelijk dat deze holding een enorme gespeeld heeft voor de Belgische economie.

 

Tijdens het Interbellum onderging het gemengde bankwezen grote veranderingen als gevolg van de effecten van de wereldcrisis van de jaren í30. In BelgiŽ, met de opsplitsing van de gemengde banken, trad de overheid regulerend op.

 

Niet alleen de privť sector is actief in het oprichten van holdings. Ook de overheid is een serieuze speler in het holdinglandschap. De overheid had al snel gezien dat er voor de klassieke holding geen lang leven meer beschoren was en richtte daarom ook meteen een investeringsmaatschappij op.

 

In het laatste hoofdstuk werd nagegaan op welke manier holdings moeten evolueren in de toekomst. Er zijn twee strategieŽn mogelijk die een meerwaarde in een holding kunnen realiseren. De holding kan zich opstellen als een geŽngageerde aandeelhouder die elke onderneming in de portefeuille als een eigen entiteit bekijkt en die niet probeert samenwerking tussen de groepsondernemingen tot stand te brengen. Of de holding kan synergieŽn tussen de ondernemingen die ze in haar portefeuille heeft voor elkaar te krijgen.

 

Er werd in het vierde hoofdstuk veel aandacht besteed aan het vinden van een exacte holding-definitie. De overlevingskansen van holdings worden bepaald door de manier waarop ze zelf hun functie omschrijven. Een holding is een onderneming die een aandelenportefeuille bezit met het oog op het actief beheren van deze participaties.

 

Een onderneming zonder kwalitatief management staat nergens. Omgekeerd stevent een directie die niet genoeg autoriteit heeft om de aandeelhouders met haar standpunten te confronteren, ze te ondersteunen en aan te moedigen, en in desbetreffend geval te sanctioneren, ook op potentiŽle moeilijkheden af. Dat is een kwestie waaraan Belgische holdings permanent het hoofd moeten bieden. Het is een essentiŽle kwestie waarvoor een eenvoudige administratieve reglementering geen oplossing kan bieden.

 

De onafhankelijke bestuurder wordt als het nieuwe wondermiddel afgeschilderd. Het is een feit dat hij inderdaad een belangrijke rol te spelen heeft. Maar er heerst een ongezonde verwarring over het begrip onafhankelijk zelf. Een absolute definitie van het begrip bestaat er niet. Hier is dus waakzaamheid geboden zodat nieuwe concepten die al of niet bewust geen rekening houden met de realiteit van de werking van een raad van bestuur en de noodzakelijke evenwichten, geen vrij spel krijgen om uiteindelijk de doeltreffende werking te belemmeren.

 

Er is geen toekomst voor de traditionele holding, in de traditionele manier van controleparticipaties, zij moeten evolueren naar een investeringsmaatschappij die een actieve bijdrage levert.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende