| Het cultuurleven in 19e eeuws Hasselt. Proeve tot een dwarsdoorsnede. (Dries Theuwissen) |
| home | lijst scripties | inhoud | vorige | volgende |

(fig.2,) Een optreden van het 13e linieregiment op de kiosk van het Leopoldplein vòòr 1898, want in dit jaar moest het plaats maken voor het monument van de Boerenkrijg. Op de achtergrond zien we de Virga Jessekerk. Het is duidelijk een parade op deze zonnige dag, hoogstwaarschijnlijk een zondag. De muziekafdeling van het 13e linieregiment trad in 1884 bijna wekelijks op (cfr. Deel III). De meeste mensen stonden hoogstwaarschijnlijk in de schaduw achter de kiosk en zijn op deze foto amper zichtbaar. De ogenschijnlijk lage opkomst moet dus gerelativeerd worden.
De keuze van het jaar 1884 was afhankelijk van de politieke en culturele activiteiten die plaatsvonden in dit jaar. Heel wat belangrijke politieke gebeurtenissen vielen hierin samen: er vonden nationale verkiezingen plaats, waarbij een einde kwam aan bijna veertig jaar liberale hegemonie. Er was ook de nasleep van de schoolstrijd van 1879-‘81. In 1884 werden ook provinciale verkiezingen gehouden en ook gemeenteraadsverkiezingen in Hasselt.[92] De zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten vielen ook in dit jaar, en waren interessant om onder de loep te nemen aangezien het volledige verenigingsleven er in betrokken werd: wie deed mee en wie niet? Het was dus een jaar waarin het cultuurleven uitgedaagd werd door de voortdurende politieke spanningen. Er valt dus te verwachten dat de verhouding tussen cultuur en politiek in dit jaar extra uit de verf gaat komen.
Tot slot was er een uitgebreid bronnencorpus voorhanden van verschillende strekking, zowel katholiek, liberaal als neutraal, in de vorm van dagbladen. Hierdoor is een groot deel van de activiteitenkalender gereconstrueerd kunnen worden.
Zoals gezegd hebben we zowel partijdige als neutrale bronnen in de vorm van weekbladen kunnen raadplegen. Dit omvangrijke bronnencorpus wordt hier kort besproken.[93]
1) De Onafhankelijke der Provincie Limburg, nieuws en aankondigingsblad
Dit was een katholieke krant met als motto: Godsdienst - Vaderland - Moedertael. Zij werd twee maal per week uitgebracht (op woensdag en zaterdag). Een abonnement kostte 6 frank per jaar, wat haar meteen ook de duurste Nederlandstalige krant van Hasselt maakt. Zij is lange tijd verschenen: van 1850 tot 1914 en werd uitgegeven door P.F. Milis. Zij was de tegenspeelster van de liberale Demer, een spel waaraan trouwens veel aandacht werd besteed: het nam een groot deel van de redactionele ruimte in en op elke voorpagina stond wel een geuzen-mopje. Deze voortdurende polemiek komt nu vooral kinderachtig over. Naar de eigentijdse receptie van deze pennenstrijd en of het de geloofwaardigheid van de pers aantastte hebben we het raden. In ieder geval was zij bijzonder creatief in het belachelijk maken van de Hasseltse geuzen of centepieters, soms bitsig en vaak ridicuul.[94] In dit blad werden (uiteraard) enkel de activiteiten van de katholieke en neutrale verenigingen vermeld.
2) De Demer, nieuwsblad voor arrondissement Hasselt en de provincie Limburg
De Demer was de liberale spreekbuis van Hasselt. Zij was al het vierde liberale blad: de drie voorgangers hebben nooit lang stand gehouden. Zij verscheen één keer per week en een jaarabonnement kostte 4 frank. Uitgever van dienst was Winand Klock. Ook deze krant vocht met inkt de ideologische strijd met de Onafhankelijke uit op een soortgelijke toon. Ook hier was het een muggenziften van jewelste, de kleinste details waren goed om de katholieken onderuit te halen. Een greep uit het oeuvre koosnaampjes: Jezuïeten, Haazemennekes,[95] wijwaterskoppen, pilaarbijters, kababbelpartij en -mannen, heilige rattekloppers, kalotten, roomsche ratten, ... Ook zij waren dus vindingrijk in het zwart maken van de tegenpartij. De Demer verscheen van 1877 tot 1904. Hoewel zij zich heel soms in de grijze zone bevond, vermeldde zij enkel de activiteiten van de liberale en neutrale verenigingen.[96]
3) Het Aankondigingsblad der provincie Limburg
Dit is een neutrale krant, zij verscheen één maal per week en kostte 2 frank per jaar, wat vrij goedkoop is. De kwaliteit is echter ook navenant: sommige artikels zijn letterlijk dezelfde als in de andere twee bladen (overgenomen?) en wat de berichtgeving betreft is deze krant wel juist, maar te beperkt. Het positieve aan haar neutraliteit is dat zij vrij objectief bericht over de verkiezingen en andere partijpolitieke aangelegenheden. In deze krant komen we ook enkele zaken te weten die in de andere kranten niet vermeld worden. Het Aankondigingsblad is verschenen van 1864 tot 1961, net geen honderd jaar, en werd in haar beginjaren uitgegeven door J. Billen.
Over het algemeen kunnen we van deze kranten zeggen dat zij vooral op sensatie gericht waren. Belangrijke en internationale berichten komen op de voorpagina, waarvan meestal al de helft werd ingenomen door het tegenspreken of belachelijk maken van de tegenpartij. Op de tweede pagina stond meestal het vervolg en allerlei faits divers uit binnen- en buitenland, die meestal sensationeel van aard waren. Verenigingsactiviteiten stonden gerangschikt onder de rubriek “Stads- en Provincienieuws”. De rest van de vier pagina’s wordt ingenomen door advertenties. Occasioneel wordt de krant aangevuld met een advertentiebijlage. Geen van deze kranten gaf een volledig beeld van de georganiseerde activiteiten. De rest van de bronnen bestaat voornamelijk uit wat er in het stadsarchief van Hasselt aangetroffen is. Deze aparte stukken vormen meer een aanvulling op het grote bronnencorpus.[97]
C. Ontleding van het jaaroverzicht[98]
We lichten dit jaar op vier manieren door: we gaan eerst het cijfermateriaal na wat er allemaal gebeurde, vervolgens gaan we na of de belangrijke politieke data een invloed hebben op het cultureel gebeuren, er wordt nagegaan of er kerkelijke invloed is op de activiteiten door kerkelijke feesten en tot slot worden de drie onderdelen van het onderzoeksobject bekeken.
1. Kwantitatieve benadering
Cijfers moeten steeds met de nodige omzichtigheid benaderd worden. Zij laten een zeker determinisme uitschijnen, terwijl een verdraaïng of fout al te makkelijk over het hoofd wordt gezien. Deze tellingen zijn voornamelijk gemaakt op basis van kranten. Dit houdt in dat enkel de activiteiten worden vermeld die het vermelden waard zijn. Het is meer dan waarschijnlijk dat de normale (wekelijkse, maandelijkse?) werking van de verenigingen hier niet in terugkomt, aangezien dit te triviaal was en te weinig nieuwswaarde had om te vermelden. De nu volgende gegevens pretenderen dus niet een volledig beeld weer te geven. Hoewel dit overzicht zo nauwkeurig mogelijk gemaakt is, is het slechts een gedeeltelijke reconstructie.
Van de vermeldde activiteiten in 1884 vielen er:[99]
- 25 onder categorie 1 (‘gesloten’ activiteit).
- 14 onder categorie 2 (‘gesloten’, maar op openbare plaats).
- 4 onder categorie 3 (‘open’, maar zeer kleinschalig)
- 114 onder categorie 4 (relatief beperkt, maar met ruime doelgroep). Binnen deze groep vallen 40 activiteiten onder categorie 5. Dit maakt een kleine 22% uit van het totale aantal georganiseerde activiteiten.
- 23 onder categorie 6 (binnen de kerkmuren).
- 4 onder categorie 7 (zeer groot, iedereen wordt betrokken).
Dit brengt het totaal op 184 kleine en grote activiteiten.
Dit wordt procentueel geïllustreerd met een schijfdiagram:
|
Cat. 1 |
13,6% |
![]() |
|
Cat. 2 |
7,6% |
|
|
Cat. 3 |
2,2% |
|
|
Cat. 4 |
62,0% |
|
|
Cat. 6 |
12,5% |
|
|
Cat. 7 |
2,2% |
Wie organiseerde het meest van deze activiteiten?
|
Katholieke act. |
84 |
45,4% |
![]() |
|
Liberale act. |
58 |
31,4% |
|
|
Neutrale act. |
43 |
23,2% |
|
|
Totaal |
185 |
100% |
Dit is echter een misleidende voorstelling van zaken. Voor de volgende telling nemen we enkel activiteiten die vallen onder categorie 4. Zij vertegenwoordigen met 62% immers de grootste groep activiteiten en zo kunnen we de al te kleine en te grote activiteiten buiten beschouwing laten.
|
Katholieke open activiteiten
|
33 |
29,7% |
![]() |
|
Liberale open activiteiten
|
40 |
36,0% |
|
|
Neutrale open activiteiten |
38 |
34,2% |
|
|
Totaal |
111 |
100% |
Het verschil met de vorige telling wordt verklaard doordat er in de katholieke sfeer veel meer kleinschalige activiteiten gehouden worden, zoals ledenactiviteiten, bedevaarten en vieringen in de kerk. Ook gaan niet al deze activiteiten uit van een vereniging: een hoogmis voor de bewoners van een rot wordt door de parochie gehouden. De drie partijen organiseren dus ongeveer evenveel, elk zowat een derde van het totaal. De liberalen doen het hierbij net iets beter dan de katholieken en de neutralen.
Vervolgens kijken we naar de spreiding van al de activiteiten over het jaar. Hier wordt dan de spreiding tegenovergesteld van de activiteiten die onder categorie 4 thuishoren. Zij vertegenwoordigen immers de belangrijkste groep activiteiten, en omdat we op die manier de al te beperkte en al te grote activiteiten buiten beschouwing laten, krijgen we een beter zicht op de spreiding van de activiteiten.
Grafisch stellen we² dit als volgt voor:

Verhoudingsgewijs lopen ze vrij gelijk, enkel in april en november zien we een terugval van categorie 4 ten opzichte van de het totaal aan activiteiten. In april komt dit doordat er een relatief groot aantal kleine activiteiten (categorie 6 en 1) plaatsvinden.[100] Waarschijnlijk is deze stille periode te verklaren als een soort aanloop naar de Meiavond, traditioneel een volksfeest. In november kunnen we iets soortgelijks besluiten: op 22 november wordt het patroonsfeest van Sint-Cecilia gevierd door de belangrijkste muziekverenigingen. Zij organiseerden minder in de aanloop naar dit feest, waarschijnlijk als een soort bufferperiode voor het echte feest begon. Omdat zij het grootste deel van de activiteiten in categorie 4 vertegenwoordigen, bemerken we dus deze terugval.
Grote uitschieter is de maand september, waarin we zien dat van de 27 georganiseerde activiteiten er 22 onder categorie 4 vallen. Dit komt door de traditionele kermisfeesten die in 1884 van 20 september tot 5 oktober doorgaan. Ook in de aanloop naar deze festiviteiten bemerken we een kalme periode.
2. Benadering vanuit de politieke kalender[101]
In 1884 werd de politieke kalender beheerst door drie data: de provinciale verkiezingen op 25 mei, de parlementsverkiezingen op 10 juni en vooral de gemeenteraadsverkiezingen op 19 oktober. Rond deze data zien we geen echt grote groepen activiteiten, als ze er zijn is het eerder kleinschalig.
De weken vòòr de provinciale verkiezingen zien we nagenoeg geen activiteit. De dagen voor 10 juni is het kermis in Runkst en dit geeft hier een beetje een verkeerd beeld. De datum van deze wijkfeesten heeft in principe niets met de verkiezingen te maken. Twee liberale en katholieke muziekverenigingen plannen wel elk een optreden op 8 juni, twee dagen voor de verkiezingen. De K.M. van Muziek en Rhetoriek treedt ‘s anderendaags nog eens op op de kermis in Runkst.
De periode voor de gemeenteraadsverkiezingen op 19 oktober wordt wel gekenmerkt door grootschalige activiteiten, het is namelijk kermis van 20 september tot 5 oktober. In deze periode tellen we 31 kleine en grote activiteiten.[102] De week erna geven de katholieken en de liberalen elk nog eens een feest. De zondag daarop kwam het uur van de waarheid.[103]
Waarschijnlijk wilden beide partijen zich populair maken door het organiseren van festiviteiten. Het is echter de vraag of de kermisfeesten door hun positie in dit jaar uitbundiger gevierd werd dan anders.[104] We zien dat katholieke en liberale activiteiten doorheen het jaar soms tegenover elkaar geprogrammeerd staan, maar dit is niet de regel. In de programmatie komt de politieke strekking dus niet echt tot uiting. Uitzondering hierop zijn de kermisfeesten van 20 september tot 5 oktober. Dan worden er onbeschroomd tegen elkaar opgeprogrammeerd.[105] Ook tijdens de Virga Jessefeesten organiseert de belangrijkste liberale muziekvereniging haar eigen concert.[106] Het is dus in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen dat de tegenstellingen extreem tot uiting komen.
3. benadering vanuit de kerkelijke kalender.
Kerkelijke feestdagen geven in de regel geen aanleiding tot feesten die het vermelden waard zijn.[107] Wel tot beperkte activiteiten zoals vieringen, processies en enkele bedevaarten.[108] Het patroonsfeest van Sint-Cecilia op 22 november gaf wel aanleiding tot feesten, vreemd genoeg zowel voor de katholieke, liberale als neutrale muziekverenigingen. Dit uit zich in activiteiten op 23 november. Dat de liberale K.M. van Muziek en Rhetoriek deze datum aangrijpt om activiteiten te organiseren zou men eerder als een vasthouden aan de traditie kunnen zien dan als een oprechte vorm van tegenprogrammatie. Waarschijnlijk was dit feest een jarenlange gewoonte en hebben ze er om die reden geen afstand van gedaan.
De grote uitzondering zijn natuurlijk de zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten. Deze werden in 1884 op 17 en 24 augustus gevierd. Deze processie kent zijn oorsprong in 1675. Toen kwam er een einde aan de Nederlandse bezetting die zeven jaar geduurd had. Er was reeds een jaarlijkse processie uit de O.L.V. kerk, maar doordat deze nu samenviel met die andere blijde gebeurtenis, werd ze extra sterk in de verf gezet. De legende wil dat Hendrik, de eerste Hasselaar, zeven jaar lang erwtensoep had gekookt van dezelfde knook. De eerste dag na de eerste ommegang wordt nu nog steeds erwtensoep uitgedeeld door de oudste burger van de stad en dat was in 1884 niet anders.[109] De traditie van het zevende jaar leeft door tot op de dag van vandaag: de laatste feesten waren in 1996. De processie van 17 augustus 1884 trok zeer veel volk. De Onafhankelijke berichtte:
“Als wij zeggen : Hasselt was Zondag te klein, dan bezigen wij een oud cliché, en nogthans de uitdrukking geeft juist de ware toestand en het uitzicht weder van onze stad op den heugelijken dag der zevenjaarlijksche processie.” [110]
Ook de Demer moest toegeven dat er heel veel volk was komen opdagen.[111] De Onafhankelijke schatte het op een menigte van ruim 35 000 vreemdelingen wat ruim overdreven is, zoals we van deze krant gewend zijn. In de processie stapten veertien verenigingen op, waarna de eigenlijke processie volgde, onderverdeeld in achtentwintig groepen.[112] Het is niet duidelijk hoeveel personen hier aan deelnamen. Volgens de Onafhankelijke namen ca. vijfhonderd kinderen deel aan de stoet, maar dan zijn de volwassenen en de verenigingsleden nog niet meegeteld. Dat het om een omvangrijke groep gaat mag duidelijk wezen.
De deelnemende verenigingen zijn allen katholiek geïnspireerd, er zit geen enkele liberale vereniging tussen. Zeven jaar eerder, in 1877, moet het anders geweest zijn. In 1878 hebben de liberale verenigingen echter de radicale beslissing genomen om niet meer deel te nemen aan de zevenjaarlijkse feesten.[113] De K.M. van Muziek en Rhetoriek organiseert op die twee zondagen zelf een concert op de Grote Markt. In zekere zin participeert zij dus toch aan de feesten. Of de liberalen ook nog meestapten en meespeelden op de meiavond is niet bekend, dit wordt niet vermeld in de kranten. Traditioneel was deze gebeurtenis voorbehouden voor de muziekverenigingen van de stad. In ieder geval berichtte De Onafhankelijke van 4 mei 1884:
“Woensdagavond was, om zoo te zeggen, gansch Hasselt te been. ’t Was Meiavond. Te dezer gelegenheid deden de Muziekmaatschappijen onzer stad, volgens een oud gebruik, eene fakkeltocht door de voornaamste straten. Op de Groote Markt werd het aloude Meilied aangeheven en meer dan eens voegden zich de blijde tonen der volksmenigte bij de welluidende akkoorden der muziek.”
De Hasseltse kermisfeesten, gegroeid uit de herdenkingsfeesten voor de H. Lambertus op 17 september, waren een andere jaarlijkse feestelijke aangelegenheid. De twee weken dat het kermis was, werd volledig volgeprogrammeerd en er werd dan ook deftig gefeest. Het stadsbestuur organiseerde allerlei feestelijkheden bestaande uit wedstrijden, concerten, toneelvoorstellingen, bals, volksspelen, …
4. Benadering vanuit de drie punten in het onderzoeksobject
4.1. Het verenigingsleven
Het verenigingsleven neemt in 1884 het overgrote deel van de activiteiten voor zijn rekening, meer bepaald 86,5 procent. In het jaaroverzicht zien we dat er tweeëndertig verenigingen vermeld worden. In de licentiaatsverhandeling van Adriaan Linters zien we echter dat er in 1880 circa tachtig verenigingen actief waren.[114] Is het aantal verenigingen dan grofweg gehalveerd op vier jaar tijd? Dit grote verschil is te wijten aan het gebruikte bronnenmateriaal. Enkel de belangrijkste verenigingen worden vermeld en de kleinere verenigingen lijken niet uit de schaduw van deze zwaargewichten te komen. Van katholieke zijde wordt bijna uitsluitend de K.M. Sint-Cecilia vermeld, de andere katholieke verenigingen komen slechts sporadisch op de kalender voor. Van liberale zijde worden vooral de K.M. van Muziek en Rhetoriek, de K.M. De Ware Vrienden en de Melophielen vermeld. Hat aantal verenigingen gaat echter in stijgende lijn: de politieke polarisatie is verantwoordelijk voor forse stijging in de periode 1875-’80. Er valt dus te verwachten dat het aantal verenigingen fors zal toegenomen zijn tegen het jaar 1884. Het jaaroverzicht lijkt dus een beperkt beeld te geven.
We overlopen nu de verenigingen in rang van activiteitsfrequentie:
|
Organisator |
Codering |
Aantal activiteiten 1884 |
Percentage op totaal activiteiten |
|
13e Linieregiment (n.p.g.) |
(1) |
31 |
16,8 |
|
K.M. Sint-Cecilia (K) |
(2) |
29 |
15,7 |
|
K.M. van Muziek en Rhetoriek (L) |
(3) |
23 |
12,4 |
|
M. De Ware Vrienden (L) |
(4) |
16 |
8,6 |
|
Melophielen (L) |
(5) |
12 |
6,5 |
|
M. Minerva (K) |
(6) |
8 |
4,3 |
|
Sint-Gregoriusvereniging |
(7) |
6 |
3,2 |
|
Het Sint-Jozefscollege |
(8) |
4 |
2,2 |
|
Jongmanskamer |
(8) |
4 |
2,2 |
|
M. Sint-Michel |
(9) |
2 |
1,1 |
|
Beschermingscommiteit der gemeentscholen |
(9) |
2 |
1,1 |
|
M. Sint-Lucas |
(9) |
2 |
1,1 |
|
M. St. Eloy |
(9) |
2 |
1,1 |
|
Zangmaatschappij de Melodiek kring |
(10) |
1 |
0,5 |
|
M. Sint-Sebastiaan |
(10) |
1 |
0,5 |
|
M. De Vrede |
(10) |
1 |
0,5 |
|
De Jonge Liefhebbers |
(10) |
1 |
0,5 |
|
De H. Geest |
(10) |
1 |
0,5 |
|
De Eendracht |
(10) |
1 |
0,5 |
|
De Welkom |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Societe les Archers du Demer |
(10) |
1 |
0,5 |
|
M. De Vlaamsche Zangers |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Zusters der Heilige Kindsheid |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Broederschap van de Heilige Scapulier |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Katholieke Wacht |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Hasseltsche Turnbond |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Jonge Liberale Wacht |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Zangkoor der Congregatie van de H. Aloysius |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Xaverianen van Hasselt |
(10) |
1 |
0,5 |
|
M. De Boerenvangers |
(10) |
1 |
0,5 |
|
Sint-Vincentius-a-Paulo |
(10) |
1 |
|