Ha-Tiqwah. De houding van de Joodse pers in BelgiŽ tegenover de staat IsraŽl, 1965-1980. (Geert Castryck)

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende  

 

Voorwoord

 

Ik zou er nooit in geslaagd zijn het schrijven van deze verhandeling tot een goed einde te brengen, zonder alle steun die ik kon krijgen. Deze steun ging van een bemoedigend woord, over huishoudelijke hulp, tot daadwerkelijke materiŽle of inhoudelijke hulp. Alle mensen bedank ik verhoudingsgewijs, voor wat ze voor mij gedaan hebben.

Mijn persoonlijke dank gaat in de eerste plaats naar mijn promotor Prof. Dr. R. Van Eenoo, zonder wie ik dit onderwerp nooit had aangedurfd, en die mij van op een niet storende afstand in goede banen heeft geleid.

In tweede instantie bedank ik graag mijn familie en vrienden, die mij niet alleen de moed gegeven hebben om door te zetten, maar die mij vooral een aangename en leerrijke studententijd bezorgd hebben.

Tenslotte gaat mijn uitdrukkelijke dank naar mevrouw Volckaert en haar Vakgroep, naar het personeel van het Navorsings- en Studiecentrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, naar het personeel van de Antwerpse Stadsbibliotheek en naar de heer Reichert van het Brusselse Martin Buberinstituut. Als Regards-medewerker van het eerste uur en als jarenlang hoofdredacteur van datzelfde maandblad, geldt hij alleszins als een eersterangsgetuige, en vanuit die positie heeft hij me wegwijs gemaakt in de Joodse pers in BelgiŽ.

In de wetenschap dat ik zelf veel heb bijgeleerd en in de hoop dat ik U iets kan bijbrengen,

veel leesgenot,

 

Geert Castryck.

 

home lijst scripties inhoud vorige volgende